zaterdag 26 december 2020

Wat de kerstsingles van The Beatles ons tussen de regels door vertellen

Tussen 1963 en 1969 brachten The Beatles ieder jaar een kerstsingle uit. Zeven stuks verschenen er, bestemd voor de leden van hun officiële fanclubs in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De Amerikaanse fans kregen er trouwens niet elk jaar eentje. Hoe dan ook, de kerstsingles waren een exclusieve vorm van klantenbinding voor de trouwe fans, in een tijd waarin de mogelijkheden nog beperkt waren. Het concept van een videoboodschap via social media-kanalen zou in die tijd hebben geklonken als pure science fiction. Misschien wel als een hersenspinsel van hun inner circle-fantast Magic Alex. De kerststingles van The Beatles zijn interessant. Omdat ze ons tussen de regels door iets vertellen.




Geïnspireerd op The Goon Show
Op het maken van compleet kerstalbum hebben we The Beatles nooit kunnen betrappen. Ze waren niet de band van de platgetreden paden. Hoewel de kersttraditie tot de dag van vandaag een zeer prominente plek in de Engelse cultuur inneemt, lieten The Fab Four zich niet verleiden tot een plaat met kerstcovers. In tegenstelling tot The Beach Boys, Elvis Presley, Stevie Wonder, The Supremes en vele andere tijdgenoten. The Beatles deden het anders. En eigenlijk op een manier die met hun eigen traditie en voorliefde voor comedy te maken had. Zo waren ze zelf fervente luisteraars van The Goon Show, die in de jaren vijftig op de Britse radio te horen was. 




Een flexidisc die in december op de mat lag
De kerstsingles van The Beatles bevatten dan ook een vergelijkbare mix van gesproken boodschappen, spontaan gezang en, naarmate de jaren vorderden, collages van geluidseffecten en surrealistische verhaallijnen. De kerstboodschap werd ieder jaar op een dunne en lichte flexidisc tussen 6 en 20 december meegestuurd met de post. Het schijfje was minder gevoelig om te breken dan een gewone single. De kerstboodschappen hadden een lengte die varieerde van een minuut of vier (1964) tot bijna acht minuten (1968). Waar The Beatles tot en met 1965 nog met hun portret of op een gezamenlijke bandfoto de hoes sierden, bevatten de singles vanaf 1966 een collage, tekening of een neutrale kerstfoto als artwork. Het uiterlijk van de singles veranderde, maar ook de inhoud van de kerstboodschap. Een ontwikkeling die parallel leek te lopen aan hoe The Beatles zelf als band veranderden.




Een strak geregisseerde start
Het was Tony Barrow die, als PR-man voor The Beatles werd ingehuurd door Brian Epstein om de teksten voor de eerste drie kerstsingles te schrijven. Al werd er genoeg gegeind met en rond de gescripte teksten van Barrow, er was een soort van plan. Epstein zag er niet alleen op toe dat zijn band zich publiekelijk in onberispelijke tenues presenteerde. Ook de kerstboodschap werd strak geregisseerd, al saboteerden The Beatles die regie direct, staand rond een microfoon in EMI Studio nummer 2, op 17 oktober 1963. Vanaf 1965 bemoeiden The Beatles zich zelf met hun teksten en verdween Barrow naar de achtergrond. 

Brian Epstein en Tony Barrow


Vermoeid en verveeld
Dat was ook het jaar waarin de klad er een beetje in kwam qua enthousiasme. De kerstplaten uit '63 en '64 lieten vier vrolijke en baldadige jongens horen. In 1965 klonken de Beatlesstemmen mat en stukgezongen. Het moordende tempo waarin Brian Epstein zijn Fab Four liet opnemen, touren en filmen, eiste zijn tol. Op de kerststingle van 1965 was dan ook een doodvermoeide band te horen, die zich zuchtend, plichtmatig en haast wat cynisch door de kerstboodschap heen worstelde. De kerstboodschap van 1966 werd tijdens de sessies voor Strawberry Fields Forever opgenomen en de single uit 1967 bevat fragmenten van de enige kerstplaat die The Beatles ooit maakten, het slepende Christmastime (Is Here Again). Dat nummer bestond eigenlijk maar uit vier regels, die steeds herhaald werden. Het werd jaren later, tijdens het Anthology-project, uitgebracht als B-kantje van de Free As A Bird-single.




Uiteindelijk verscheen toch de box met kerstsingles
De laatste twee kerstsingles, uit 1968 en 1969 waren geen gemeenschappelijk project meer. Ze bestonden uit knotsgekke collages, samengesteld uit losse opnames en fragmenten van de laatste Beatlesalbums. Ook Yoko speelde een prominente rol. Eind 1970, toen The Beatles al lang en breed uit elkaar waren, verscheen dan nog een compilatie-album met de kerstsingles van alle voorgaande jaren. Outtakes en ongebruikte fragmenten vonden aansluitend hun weg naar de fans via bootlegs, of als bonusmateriaal in het LOVE- en Rockband-project. Uiteindelijk verscheen in 2017 een aantrekkelijk boxje met alle kerstsingles en een bijbehorend boekwerkje. Leuk voor onder de kerstboom natuurlijk. Wie kocht 'm destijds?




Welke is favoriet?
De kerstsingles van The Beatles, ze blijven een grappig en interessant fenomeen. Ze laten ons een band horen waarvan het jeugdig enthousiasme, via cynische vermoeidheid, uiteindelijke strandde in vervreemdende chaos. Zo'n beetje de weg die The Beatles zelf aflegden. Toch luisterde ik deze week met een glimlach naar die knotsgekke kerstsingles en selecteerde ik twee favorieten: die uit 1963 en uit 1968. Welke kerstsingle doet jullie glimlachen? 

Merry Crimble, Beatle People 
and a Very New Year.

vrijdag 18 december 2020

McCartney III is uit: het lockdown-album waarmee Paul McCartney zich een homo ludens pur sang toont

Stel je voor. Je vader, oom, opa, of buurman loopt al aardig tegen de 80. Een jaar of 78 is hij. Tijdens de lockdown zit hij elke dag in zijn muziekstudio om daar wat te rommelen en experimenteren met z'n gitaren, bassen, een drumstel en z'n oude en nieuwe toetseninstrumenten. Bij het diner laat hij je op zijn smartphone horen wat hij die dag in elkaar geknutseld heeft. Het overkwam Mary McCartney het afgelopen halfjaar, toen ze met haar gezin én haar vader in coronatijd op het familielandgoed in het Engelse Sussex verbleef. Onder haar neus maakte papa Paul het beste van de lockdown en draaide hij praktisch in z'n eentje een nieuw album in elkaar.



Onverwoestbaar arbeidsethos
Vandaag verschijnt het, met de titel McCartney III. Daarmee wordt de plaat de vermoedelijke hekkensluiter van een serie albums die Paul de afgelopen jaren in zijn eentje opnam. Los van zijn werk met Wings en los van de platen die hij in klein comité of in groter verband in elkaar zette. Met McCartney (I) maakte Paul zich in 1970 los van The Beatles, met McCartney II (1980) luidde hij de jaren '80 in. Een decennium dat hem, zeker in de eerste helft, zwaar op de maag zou liggen, met zijn Japanse gevangenschap, het overlijden van John Lennon en het gigantisch geflopte filmproject Give My Regards To Broad Street. Toch ging McCartney door, met een onverwoestbaar arbeidsethos en schijnbaar onuitputtelijke bron van creativiteit.



Deep Deep Feeling als meest bijzondere bijdrage aan McCartney III
Nu is er McCartney III, vormvast uitgebracht aan het begin van weer een nieuwe decennium, dat trouwens ook niet al te florissant begonnen is. Opnieuw een plaat vol huisvlijt, experimenteerdrift en vooral met een flinke dosis speelsheid. En juist dan, wanneer Paul de teugels van de perfectie wat laat vieren, maakt hij zijn meest interessante werk. Zo ook op McCartney III, waarop hij de luisteraar losjes meevoert langs mooie, kleine akoestische liedjes (The Kiss Of Venus, When Winter Comes), ambachtelijke, aanstekelijke popsongs (Find My Way, Women and Wives, Seize The Day), verrassende rockers (Lavatory Lil, Slidin') en ronduit originele en atypische McCartney-songs. Zo leunt Deep Down tegen de R&B en is Deep Deep Feeling toch wel zijn meest bijzondere bijdrage aan de plaat. Een lang, spannend en experimenteel nummer waarop McCartney zich een homo ludens pur sang toont. 



Klinkend als de klassieker die je al jaren kende
Is er ook nog wat op aan te merken? Misschien alleen dat Macca's marketingteam de plaat in een ontelbaar aantal verschillende edities uitbrengt, variërend in artwork, bonustracks en oplages. Dat hoeft voor mij niet zo, al wens ik de verzamelaars er veel plezier mee. Het openingsnummer (Long Tailed Winter Bird), waarvan het thema aan het eind van de plaat ook weer even terugkomt, vind ik een lege huls en een wat zwakke schakel. Maar dat is dan ook alles. Bij het wegsterven van de laatste klanken van hekkensluiter When Winter Comes, dat nu al klinkt als de klassieker die je al jaren kende, denk je toch: verdorie, hij flikt het weer.


Verder kijken en luisteren:

Singer-songwriter en groot McCartney-liefhebber Bertolf was afgelopen week te gast in Met Het Oog Op Morgen. Hij vertelde daar over McCartney III en speelde het wonderschone 'Junk' van het album McCartney (I), zittend op de bank. Wanneer je de link aanklikt en scrollt tot je het filmpje ziet, kun je het optreden en gesprek bekijken. Aanrader.

zaterdag 12 december 2020

Over Nutopia en Nixon: hoe John Lennon zijn vervolging door de Amerikaanse overheid aan de kaak stelde

Wanneer je afgelopen week naar onze podcast De Laatste Dagen Van... John Lennon luisterde, kon je in deel 4 horen hoe we John als communicator hebben willen neerzetten. Van de jongen die op zijn slaapkamer bij Aunt Mimi en Uncle George in Liverpool strips tekende en verhalen schreef in zijn schriftje The Daily Howl tot de man die de billboards in New York vol liet plakken met zijn War Is Over-boodschap. Bij het samenstellen van deze podcastaflevering, realiseerde ik me hoe goed John en Yoko in staat waren hun ideeën te verbinden met conceptuele kunst, humor én met de massamedia. Zo ook bij het concept Nutopia, waar we in aflevering 4 kort bij stilstaan. Het leek me een mooi onderwerp voor de column van vandaag. Want wat was Nutopia precies en wat wilde Lennon er mee zeggen?



Een volkslied van vier seconden stilte

Op 1 april 1973, de datum die ook in de Verenigde Staten voor April Fools Day staat, stichtten John en Yoko de staat Nutopia. Een "new utopia" als conceptueel land, waarvan je jezelf inwoner kon noemen als je de staat simpelweg erkende. Een imaginair land zonder leider of regering, een land met een onbekend aantal inwoners, die bovendien niet geregistreerd stonden. Het nieuwe utopia had een witte vlag en een volkslied dat bestond uit vier seconden stilte. Het zegel van het land liet, in de dubbele betekenis van het woord 'seal' een zeehond zien die een yin-yang globe op zijn neus liet balanceren.




Persverklaring

Een dag later stonden John en Yoko de pers te woord in de New York City Bar Association, een vrijwilligersinstelling voor zittende en toekomstige advocaten, gevestigd aan 44th Street. Daarbij lazen John en Yoko hun onderstaande verklaring voor [bekijk de video]. Vervolgens zwaaiden ze met een witte zakdoek, als symbool van de vlag, waarbij Lennon zei: "This is the flag of Nutopia. We surrender to peace and love." Daarna snoot hij zijn neus in de zakdoek

We announce the birth of a conceptual country, NUTOPIA.
Citizenship of the country can be obtained by declaration of your awareness of NUTOPIA.
NUTOPIA has no land, no boundaries, no passports, only people.
NUTOPIA has no laws other than cosmic.
All people of NUTOPIA are ambassadors of the country.
As two ambassadors of NUTOPIA, we ask for diplomatic immunity
and recognition in the United Nations of our country and its people.



Wat wilden John en Yoko zeggen met Nutopia?
Onder al die humor lag natuurlijk wel degelijk een serieuze boodschap. De Lennons zochten als ambassadeurs van het fictieve land diplomatieke immuniteit. Dat had alles te maken met de immigratieproblemen die John tijdens zijn eerste jaren als inwoner van de Verenigde Staten ondervond. Zijn vredescampagnes en anti-Nixon propaganda waren een doorn in het oog van de zittende president van de Verenigde Staten. Na de impact van Johns singles Give Peace A Chance en Happy Xmas (War Is Over) en het gerucht dat John ten tijde van een Republikeinse conventie plannen had om deel te nemen aan een muzikaal protest in San Diego, kwam de tegenaanval van de Amerikaanse overheid. Het plan ontstond om Lennon te laten deporteren.


Yoko had betere papieren dan John

De Immigration and Nutarlization Service (INS) startte in maart 1972 een uitzettingsprocedure tegen John, verwijzend naar zijn veroordeling uit 1968 voor het bezit van cannabis in Londen. In werkelijkheid werd Lennon gezien als een gevaar voor de staat en een bedreiging voor de herverkiezing van Richard Nixon. Yoko had overigens betere papieren. Door haar eerdere huwelijk met de Amerikaanse filmregisseur Tony Cox was zij in het bezit van een Resident Alien Green Card. Tegen de pers verklaarde John dat hij zich de mond niet liet snoeren, laat staan het land uit liet zetten. Toch hadden de afluisterpraktijken van de FBI, om bewijs tegen hem te verzamelen, wel impact.


Dylan en Harrison deden een goed woordje voor Lennon

Op 23 maart 1973 ontving John bevel om de VS binnen 60 dagen te verlaten. Een week later kwam hij met zijn statement over Nutopia. Niet lang daarna raakte Nixon verzeild in het Watergate-schandaal, dat uiteindelijk leidde tot zijn aftreden. Opvolger Gerald Ford was niet geïnteresseerd in verdere vervolging van Lennon. Of het uiteindelijk hielp, weten we niet, maar George Harrison bezocht Ford in december 1974 en vroeg de president en passant om af te zien van verdere vervolging van zijn oud-bandmaatje. Net als Bob Dylan trouwens, die al in 1972 een brief aan de INS schreef, met het verzoek om John en Yoko gewoon met rust te laten. Uiteindelijk kwam op 8 oktober 1975, een dag voor de geboorte van zoon Sean, een eind aan Johns juridische strijd met de overheid.


George Harrison bij Gerald Ford:
zoete broodjes bakken


Historicus Jon Wiener hield vol
In 2000 wist historicus Jon Wiener na 14 jaar procederen tegen de FBI een deel van de geheime documenten over Lennon op tafel te krijgen. Het duurde tot in 2006 om ook de laatste vertrouwelijke stukken te openbaren. Daaruit bleek dat de Lennons inderdaad nauwlettend in de gaten werden gehouden. In zijn boek Gimme Some Truth: The John Lennon FBI Files doet Wiener het resultaat van zijn zoektocht uit de doeken.


 

Green Card
In de zomer van 1976 nam John Lennon triomfantelijk zijn Green Card in ontvangst. Videobeelden en foto's laten een blije en opgeluchte inwoner van New York zien. Iemand die zijn hart en ziel aan de stad verpand had. Die weigerde zijn mond te houden en zijn waarden te verloochenen voor zijn vrijheid. Uiteindelijk werd John Lennon toch een beetje zelf een Nutopian.




Imagine there's no countries
It isn't hard to do
Nothing to kill or die for
No religion too
Imagine all the people
Living live in peace

zaterdag 5 december 2020

De Laatste Dagen Van John Lennon: hoe kwam de zesdelige podcastserie tot stand (met podcast!)

Na wekenlang vergaderen, onderzoek doen, schrijven, puzzelen, opnemen, monteren, schaven en schrappen, is het dan zover. Vanaf deze week verschijnt onze zesdelige podcast De Laatste Dagen Van... John Lennon. In het jaar waarin John 80 zou zijn geworden, maar waarin we helaas ook herdenken dat hij 40 jaar geleden werd doodgeschoten. 2020 is daarmee een bijzonder moment, dat vraagt om het vertellen van verhalen. Met gesprekken, geluidscollages en natuurlijk met de muziek die John de wereld heeft nagelaten.



De Laatste Dagen Van.... wordt een serie
Easy reading is hard writing, schreef Ernest Hermingway ooit. Dat geldt zeker ook voor het maken van deze zesdelige podcast. De vraag was dan ook: hoe gaan we als team de luisteraar op een mooie manier meenemen in het leven van een fenomeen als John Lennon? Dat vraagt om een strak concept, om structuur, om het maken van keuzes. Projectleider Wibo Dijksma, die hier een bijzondere vermelding verdient, kwam met het idee voor De Laatste Dagen Van... John Lennon, dat goed past in de lijn met podcasts van AVROTROS en NPO Radio 5. De Laatste Dagen Van... wordt dan ook een serie, waarin steeds iemand anders centraal zal staan. Voor het onderwerp "John Lennon" mochten wij als team Fab4Cast/BeatlesTalk gezamenlijk aan de slag.



We volgden John in het laatste jaar van zijn leven....
Vanaf 29 september startten we (Wibo Dijksma, Michiel Tjepkema, Jan Cees ter Brugge en ik) met een aantal videomeetings waarmee we de zes delen van de podcast invulden. Eerst op hoofdlijnen, door het kiezen van een verhaallijn en subthema's. Later door individueel en in duo's aan de scripts te werken. De klus was zo omvangrijk dat het werk tussen ons vieren verdeeld moest worden en dat we echt met strakke deadlines te maken kregen. Het idee was om Lennon te volgen in het laatste jaar van zijn leven. Voor die 1980-verhaallijn gaven we Hans Schiffers met zijn alom geliefde en kundige manier van spreken, het woord. Zijn teksten werden ondersteund door soundcollages van Alex van der Lugt, die ook voor de leaders zorgde. Zelf mocht ik als voice over de aan- en afkondigingen van de zes delen verzorgen. Mooi om daar als stemacteur ook een bijdrage aan te kunnen leveren.


...en we stonden stil bij zes thema's uit Johns leven
Naast die lijn van 1980, waarin we horen hoe John op reis gaat naar Bermuda, bijna verongelukt op zee, het songschrijven weer gedreven oppakt en terug in New York zijn Double Fantasy-album opneemt, zoomen we in op thema's die met Lennon te maken hebben. Zo kozen we ervoor om John in een aantal zogenaamde Fab4Talks te belichten. Bijvoorbeeld als muzikant, maar ook als communicator: Lennon, de man die nooit om een antwoord verlegen zat, die met Yoko massamedia en kunst combineerde om ideeën over de wereld te verspreiden. Ook is er een speciale aflevering gewijd aan de sterke vrouwen in zijn leven, en de manier waarop zij John beïnvloedden. Daarna komt zijn relatie met Paul McCartney aan bod. En natuurlijk kunnen we er niet omheen: we belichten ook de laatste dag van Johns leven, dat fatale moment en de nasleep. En hoe kijken we nu, 40 jaar later, terug op dat verlies?

Wibo Dijksma, Hans Schiffers,
Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema in
het AVROTROS-gebouw
(archieffoto)

Steeds terug naar de kern
Easy reading is hard writing. Veel feiten, voorbeelden, gesprekken en muziekfragmenten moesten sneuvelen, om te voorkomen dat elke aflevering uren zou gaan duren. Dus moesten we steeds terug naar de kern. Onze mooie uitdaging was om de podcast interessant te houden voor een breed luisterpubliek. Voor de minder ingevoerde Beatlesliefhebber, maar juist ook voor wie er meer van weet. Het zoeken van dat "midden", dat eigenlijk iets moet doorslaan naar "het algemene publiek" was een uitdaging. Regelmatig moesten we elkaar dan ook bij de les houden: "Stop! Dat verhaal gaan we niet vertellen. Dat gaat te ver." Wat was het een interessant proces.



Zittend onder een deken
Ondertussen naderde 1 december met rasse schreden. Iedereen leverde zijn research, teksten en gewenste geluidsfragmenten aan. We goten al schrijvend alle teksten en ideeën in een werkbaar script. Het waren lange avonden, wel eens bijna tot middernacht. In Hilversum sprak Hans zijn voice overs in, terwijl ik dat thuis in Deventer, zittend onder een deken deed. In datzelfde Deventer ontwierp Peter Kortleve het artwork voor de serie. Alex van der Lugt leverde vanuit zijn thuisstudio de ene na de andere fantastische geluidscollage aan. De heren van Fab4Cast structureerden hun Fab4Talks en doken de studio in voor gesprekken. Uit die gesprekken moesten, al monterend, de pareltjes geselecteerd worden. Ook dat was veel werk. Vervolgens werden al die puzzelstukken voor zes afleveringen in een goede en logische verhaallijn in elkaar gezet. Natuurlijk was er te veel materiaal, dus werd er ook weer het nodige geschrapt. Kill your darlings, soms met pijn in het hart. Wibo Dijksma bewaakte dat hele proces en zorgde dat alles op tijd bij elkaar kwam.



Lennon als mens
En nu staat de serie al deels online. Alle delen verschijnen in de loop van de komende weken: 1 en 2 zijn er, 3 en 4 verschijnen op 8 december, 5 en 6 op 15 december. Je vindt de link onder aan deze blog. Het was een voorrecht om samen met Wibo, Jan Cees, Michiel, Hans en Alex aan deze serie te mogen werken. We hebben John Lennon willen eren, rond zijn tachtigste geboortedag en veertigste sterfdag. Op een eerlijke manier. Door John vooral neer te zetten als mens. Met al zijn onzekerheden, uitdagingen en onhebbelijkheden. Maar ook met de uitzonderlijke talenten en eigenschappen die hij bezat en die hem maakten tot de mens en de artiest die wij nooit zullen vergeten. 




De Laatste Dagen Van... John Lennon is te beluisteren via

Apple Podcasts
Spotify (hoewel deze om technische redenen (buiten onze macht) momenteel niet werkt):


In de media
Jan Cees ter Brugge op NPO Radio 1 met Toine van Peperstraten (Stax&Toine). Kijk het gesprek hier terug, want radio kun je tegenwoordig ook terugzien! Daarvoor moet je iets omlaag scrollen tot het videobeeld: https://www.nporadio1.nl/.../68708-2020-12-01-nieuwe...
Michiel Tjepkema in de AD Ochtendshow. Dat gesprek kun je hier terugzien:
Wibo Dijksma hoor je op dinsdag 8 december om 8.20 uur op Radio 2 bij Jan-Willem Start Op en tussen 11.30 en 12.00 uur bij Hans Schiffers in zijn programma Arbeidsvitaminen op NPO Radio 5. Tussen 13.00 en 13.30 uur schuift Wibo bij Radio M (RTV Utrecht) aan als tafelgast (de livestream vind je hier).

Anne Hurenkamp vertelt op dinsdag 8 december op nu.nl over de podcast en deze bijzondere datum in de geschiedenis.

zaterdag 28 november 2020

All Things Must Pass is vijftig: het album waarmee George Harrison vooral voor vriendschap ging (en waarvan de jubileumbox in 2021 verschijnt)

Met alle bijzondere ontwikkelingen en data rond John Lennon, vergeten we bijna dat het deze week ook 50 jaar geleden is dat het monumentale en alom geliefde driedubbelalbum All Things Must Pass verscheen. Op 27 november 1970 kwam George Harrison met een stortvloed aan nieuw materiaal, waarvoor binnen The Beatles geen plek meer was. All Things Must Pass werd zowel bij verschijnen als in retrospect alom geprezen. Muziekmagazines als Mojo en Uncut noemden het begin deze eeuw zelfs het beste solo-werk waar een ex-Beatle ooit mee op de proppen kwam.



Een de-Spectorized 2020-mix van het titelnummer
Veel Harrison- en Beatlesliefhebbers hoopten dan ook dat de erven Harrison dit jaar met een jubileum-editie of boxset van All Things Must Pass zouden komen. De box is er nog niet, maar we kregen wel alvast een voorproefje met de nieuwe stereomix van het titelnummer van het album. Afgelopen vrijdag kondigde de Harrison Estate het volgende aan: "This new single is just a prelude of what’s to come as we celebrate George’s seminal 1970 album. Stay tuned for more 50th anniversary celebrations of ‘All Things Must Pass’ in 2021." De nieuwe mix, gemaakt door Paul Hicks, klinkt een stuk cleaner en directer dan de oorspronkelijke versie, waar producer Phil Spector destijds zijn karaktestieke stempel op drukte. Volgens Georges zoon Dhani was het altijd nog een wens van zijn vader om een minder bombastische remix van het album uit te brengen. Daartoe werd in 2001 al een poging gedaan, maar met de nieuwe technologie kan men nu een stap verder gaan. De wens van George lijkt volgend jaar te worden vervuld, al is de in 2001 overleden ex-Beatle er zelf niet meer bij. 



Een schatkist vol herontdekte tapes
In maart dit jaar gaven Harrisons weduwe Olivia en zijn zoon Dhani een interview aan Rolling Stone Magazine. Daarin vertelden ze over de geschiedenis van het Dark Horse-label dat George in de jaren zeventig oprichtte. En ook over stapels dozen met tapes van de All Things Must Pass-sessies, die recent aan het licht kwamen. "Veel van die sessies zijn op bootlegs naar buiten gekomen, maar wij hebben betere versies," om daar op aan te vullen: "We hebben alle 24 track-tapes van het album en vonden ook veel tapes met alternatieve versies en gesprekken in de studio." Olivia, Dhani en hun team moeten de jubileumdatum van 27 november 2020 ongetwijfeld met rasse schreden hebben zien naderen. Ze slaagden ze er blijkbaar niet in om op tijd de jubileumeditie van het album, dat overigens op het Apple-label verscheen, uit te brengen. Prima, denk ik dan. Als je het doet, doe het dan maar écht goed. Wel verschijnt er dit weekend ter ere van Record Store Day een limited edition heruitgave van de single My Sweet Lord.

Diep en doordacht
Afgelopen zaterdag besteedde BBC Radio 4 aandacht aan het jubileum van All Things Must Pass. In een uitzending van een uur stond de Brits-Indiase componist Nitin Sawhney stil bij de ontstaansgeschiedenis van het album en de weg die George zelf aflegde om op slechts 27-jarige leeftijd qua thematiek met zo'n 'diep en doordacht' meesterwerk naar de voorgrond te treden. Het was eigenlijk de totale emancipatie van een songschrijver die zich bevrijd had van die andere twee songschrijvers, bij wie het nauwelijks lukte zijn eigen nummers voor het voetlicht te krijgen.




Een telefoontje aan Eric Clapton en Bobby Whitlock
"Zelfs toen ik met nummers als Here Comes The Sun en Something kwam, moest ik eerst tien songs van John en Paul doen, voordat er aandacht was voor wat ik geschreven had," horen we George in de BBC-special vertellen. Ook toetsenist Bobby Whitlock, die op het album meespeelde, komt aan het woord. Hij herinnert zich hoe hij in de lente van 1970 bij Eric Clapton verbleef en getuige was van een telefoontje van Harrison aan Clapton: of beide muzikanten misschien zin hadden om deel uit te maken van de band die op het nieuwe album zou gaan spelen. Die band bestond trouwens uit een grote en steeds wisselende verzameling muzikanten. Iets dat George bewust wilde, na zijn jaren in het vrijwel geheel besloten viermanschap dat The Beatles waren geweest.

Bobby Whitlock (rechts) met George Harrison, Eric Clapton
en de tourband van Delaney and Bonnie


De Apple Jams als vorm van teambuilding
Bij de selectie van de muzikanten voor All Things Must Pass keek George vooral naar mensen die hij aardig vond en die op een positieve manier bij konden dragen aan de sfeer in de studio. Daarin ging hij anders te werk dan bijvoorbeeld zijn oud-compaan Paul McCartney, die begin jaren '70 audities hield voor de sessiemuzikanten en bandleden met wie hij wilde samenwerken. Zo kon het bij Harrison rustig gebeuren dat hij vijf akoestisch gitaristen benaderde, puur omdat hij zin had met ze samen te werken. Snel en doelmatig waren de opnames voor All Things Must Pass dan ook niet. De studiojams, die als Apple Jam op de zesde zijde van het triple album verschenen, hadden een duidelijk doel: elkaar muzikaal leren kennen en vooral onderling plezier hebben.




Alan White zag het verschil met John Lennons sessies
Drummer Alan White was tevens betrokken bij All Things Must Pass. Ook hem viel het verschil op tussen de sessies met Harrison en die met John Lennon voor diens Plastic Ono Band-album. Niet alleen werkte Lennon juist in klein comité, maar ook gaf hij volgens White hele duidelijke aanwijzingen aan de muzikanten over hoe ze op zijn plaat moesten spelen. White noemde Lennon zelfs wat autoritair en Harrison juist iemand die op een gelijkwaardige manier met zijn bandleden wilde samenwerken. Precies zoals hij kort daarvoor met Delaney, Bonnie and Friends door Europa getourd had. John Lennon bezocht de sessies voor All Things Must Pass trouwens wel. Hij stond in die periode nog op goede voet met George en complimenteerde hem met diens album-in-wording. 


Vroeg wijs
Uiteindelijk kostte het George maarliefst vijf maanden om All Things Must Pass album op te nemen. Niet alleen door zijn relaxte en democratische aanpak tijdens het opnameproces. Er was nog een andere reden. George maakte medio 1970 privé een zware tijd door toen zijn beide ouders in het ziekenhuis belandden. Vader Harold kwam er bovenop, maar George verloor zijn geliefde moeder Louise aan een hersentumor. Die ervaringen hebben ongetwijfeld bijgedragen aan een album waarop Harrison oosterse en westerse spiritualiteit verbond met zijn eigen levensvragen als 27-jarige. Variërend van de blijheid van My Sweet Lord tot het ernstige Beware of Darkness. Weduwe Olivia Harrison noemt Run of the Mill haar eigen favoriet. Volgens Olivia geloofde George sterk dat je je leven zó moet leiden dat je jezelf altijd in de spiegel kunt blijven aankijken. Olivia noemde George 'vroeg wijs' voor zijn leeftijd. Dat was hij. Ondertussen wachten we die heruitgave van zijn meesterwerk gewoon geduldig af.


De BBC Radio 4-special staat (op het moment van schrijven) online. Ik deel de link hierbij graag. Let er op dat de BBC haar uitzendingen slechts voor een beperkte tijd online beschikbaar houdt.


zaterdag 21 november 2020

Veertig jaar Double Fantasy, het album dat John Lennons afscheid werd (met podcast)

Deze week is het 40 jaar geleden dat John Lennons zijn laatste album uitbracht. Op 17 november 1980 zag Double Fantasy het levenslicht. Drie weken voor de bewuste avond van 8 december, waarop John van het leven beroofd werd (en de wereld van hém). Tijd om stil te staan bij de laatste muziek die hij, bij leven, met de wereld deelde. Wat was Double Fantasy voor album? Welke plek neemt de plaat in, als we kijken naar het solo-oeuvre van John Lennon?

John hield Paul in de gaten
Het mag onlogisch of verrassend klinken, maar eigenlijk was Paul McCartney een beetje verantwoordelijk voor het ontstaan van de songs die John Lennon voor Double Fantasy schreef of afmaakte. In 1980 hadden beide jeugdvrienden en ex-Beatles een decennium met ups en downs achter de rug. Er waren wrijvingen, er werd met modder gegooid, weer ruimhartig vergeven, bijgepraat en zelfs in benevelde toestand nog eenmaal muziek gemaakt. Intensief contact was er niet meer, bij de start van de jaren '80, maar John hield Pauls muzikale carrière vanuit de Verenigde Staten goed in de gaten. Toch werd hij in het voorjaar van 1980 verrast toen hij Pauls nieuwe single op de autoradio hoorde. Het frisse, funky geluid van Coming Up beviel hem. En het zette iets bij hem in beweging...


Een gitaar, een drummachine en twee cassetterecorders
Die zomer reisde John naar Bermuda, waar hij tijdens een hachelijke zeilreis een tweede impuls kreeg om weer te gaan schrijven. Hij herwon zijn zelfvertrouwen, streek neer in een villa op het zonnige eiland en ging aan de slag met zijn gitaar, drummachine en twee cassetterecorders. Daarmee kon hij zichzelf overdubben. Onder deze eenvoudige omstandigheden begon John demo's op te nemen van songs die op zijn laatste album terecht zouden komen. Yoko was die weken niet bij hem, maar vloog één keer voor een weekend naar hem toe. Zij hield zich in New York bezig met haar eigen creatieve en zakelijke beslommeringen, maar de twee wisselden regelmatig telefonisch hun ideeën uit. 

John op Bermuda, zomer 1980

Een bloem als inspiratie
Ook Yoko bouwde aan een voorraad nummers, gesterkt door Johns enthousiasme over haar toenemende kansen om door het mainstream publiek geaccepteerd te worden. Op Bermuda hoorde John Rock Lobster van The B52's uit een disco schallen en herkende daarin Yoko's stijl. Instant. Double Fantasy zou dan ook een plaat worden waarop John en Yoko een huwelijkse dialoog wilden voeren: hun nummers werden om en om op het album gezet. De plaat zou dan ook 'A Heart Play' als ondertitel krijgen. Tijdens een bezoek aan de botanische tuinen van Bermuda besloot John het album Double Fantasy te noemen, naar een fresia-soort, genaamd 'Fantasy', met een dubbele bloemvorm die hij er ontdekte. Vandaag de dag prijkt dit monument in de tropische tuinen:


Generale repetitie in The Dakota
De sessies voor het album vonden plaats tussen begin augustus en half oktober 1980 in de Hit Factory in New York City. Niet de grootste en meest prestigieuze studio die de metropool rijk was, maar wel de perfecte plek om, juist onder de radar van pers en publiek, te bouwen aan wat een comeback-plaat zou moeten worden. Dat 'bouwen' ging trouwens in grote vaart. Producer Jack Douglas zocht voor John de crème de la crème van de New Yorkse sessie-musici bij elkaar en bereidde de sessies goed met hen voor. Dat deed hij op basis van de demo-tapes die Yoko hem tijdens een bijzondere en geheime missie (per vliegtuig) overhandigd had. Aan de vooravond van de eerste opnamedag ontvingen John en Yoko hun 'crew' zelfs nog in hun appartement in The Dakota om de laatste puntjes op de i te zetten. En zo ging het project van start.


Beatlesnummers inzetten
De Double Fantasy-sessies verliepen vlot en soepel, met een gedreven en goedgemutste John Lennon aan het roer. Alsof hij nooit weggeweest was uit de studio. We horen het op de vele 'fly on the wall'-opnames die van die weken bewaard zijn gebleven. Producer Jack Douglas liet een tape meelopen en nam zo ook alle studiogesprekken op. Zo weten we dat John regelmatig op een ontspannen manier naar zijn Beatlestijd verwees en dat er zelfs af en toe een Beatlesnummer werd ingezet. De bandleden speelden ook mee op Yoko's composities, die sterker in de op dat moment populaire new wave-stijl werden vormgegeven. De muzikanten van Cheap Trick werden tevens kort ingevlogen om hun bijdrage aan de sessies te leveren. Johns muziek was soms nostalgisch (Just Like Starting Over), persoonlijk (I'm Losing You), liefdevol (Beautiful Boy) en bezat af en toe ook weer die knappe universele insteek (Woman) die zijn nummers zo tijdloos maakt.


Gezinsgeluk versus New Wave
Double Fantasy lag half november in de schappen, mooi op tijd voor de naderende feestdagen. Terwijl John en Yoko zich onderdompelden in promotionele activiteiten, nieuwe studiosessies én er plannen werden gemaakt voor een wereldtournee in 1981, reageerde de pers aanvankelijk wat lauw op Johns comeback. Aan de uitstekend geproduceerde sound lag niet het zozeer, maar het was voor een aantal critici even wennen dat de gedreven en activistische John Lennon van weleer had plaatsgemaakt voor een tevreden huisvader die zijn gezinsgeluk bezong. Yoko Ono viel meer lof ten deel. Niet zozeer om haar vocale prestaties, maar omdat ze de New Wave-tijdgeest beter in haar nummers had weten te vatten. Iets dat Yoko overigens grotendeels te danken had aan de uitstekend spelende band.

De Stripped Down-versie is een hele nieuwe luisterervaring
Hoewel het album zich gestaag een weg naar de hoogste regionen van de hitlijsten probeerde te banen, schoot het pas naar nummer 1 na de tragische gebeurtenissen die drie weken later plaats zouden vinden. Erkenning kwam er postuum, onder andere in de vorm van een Grammy Award voor 'Best Album Of The Year' [zie: de ontroerende beelden]. In 2010 verscheen het album in geremixte vorm, getiteld Double Fantasy Stripped Down, ontdaan van alle overdubs. Ik beluisterde het deze week op een goede hoofdtelefoon en werd, door het pure geluid, gegrepen door Johns stem in I'm Losing You, het prachtige baswerk van Tony Levin in Clean Up Time en Beautiful Boy en de extra tedere versie van Woman. Kun je het album ergens online streamen, beluister het beslist eens. Net als de podcastaflevering van Fab4Cast die deze week verscheen. Ik mocht daar ook een bijdrage aan leveren. We nemen je mee terug naar 1980, de studio in, met het nodige interessante luistervoer rond de totstandkoming van Double Fantasy.



Minder urgent, maar even oprecht
Welke plaats neemt Double Fantasy in, als we kijken naar het solo-werk van John Lennon? Misschien hebben velen de plaat nooit echt kunnen omarmen, vanwege de prominente rol die voor Yoko was weggelegd. Misschien was het contrast tussen Johns en Yoko's nummers te groot en leverde de op zichzelf goed bedachte insteek van een dialoog tussen man en vrouw in de praktijk toch minder synergie op. Door de critici mag Johns deel van het album 'minder urgent' hebben geklonken, eigenlijk was hij oprecht als altijd. Met het goed geproduceerde, vakkundig ingespeelde en zeer prettig klinkende album Double Fantasy liet John Lennon zien en horen waar hij op dat moment in zijn leven stond. Vol energie om een comeback te maken. Het bleek een afscheid.

zaterdag 14 november 2020

Yesterday: de gedroomde klassieker waarover Paul McCartney zo twijfelde

Achteraf bezien lijkt het allemaal zo vanzelfsprekend, hoe goed de muziek van The Beatles ons in de oren klinkt. Althans, je realiseert je niet hoe bijzonder sommige creatieve keuzes waren die de jongens of hun producer en arrangeur George Martin destijds maakten. Voor mij geldt dat zeker. Zo sta ik eigenlijk nooit stil bij wat het nummer Yesterday betekend heeft. Als hersenspinsel van Paul McCartney, maar ook zeker als resultaat van Pauls samenwerking met George Martin.


McCartney en Martin, dat werkte goed samen
Van alle vier de Beatles was Paul McCartney degene die creatief het dichtst bij George Martin stond. Dat kunnen we onderhand denk ik wel concluderen. McCartney kreeg van huis uit zijn brede interesse voor amusements- en big band-muziek mee. Hoewel hij als puber in de ban raakte van Rock 'n' Roll, was er ook altijd die hang naar het luisteren, zingen en schrijven van liedjes uit dat andere genre. Dat moet er ongetwijfeld voor gezorgd hebben dat de klassiek geschoolde George Martin met zijn ideeën en arrangementen juist op dat talent van McCartney kon voortborduren. De twee wisten elkaar tijdens en tot ver ná het uiteengaan van The Beatles nog vaak te vinden.



Paul twijfelde aan zichzelf
Zou Yesterday het eerste nummer zijn geweest waarmee McCartney en Martin buiten de standaard werkwijze van The Beatles samenwerkten? Ik denk het haast wel. Volgens George Martin schreef Paul Yesterday al in januari 1964, in het George V-hotel in Parijs. Dat zou betekenen dat McCartney nog anderhalf jaar onder de pet hield, voor hij het medio 1965 opnam. Dat Paul er niet direct mee naar de studio rende terwijl de spreekwoordelijke inkt nog nat was, is waar. Hij twijfelde namelijk ernstig aan zichzelf. Het klinkt haast te romantisch, maar McCartney werd op een ochtend wakker met de melodie van Yesterday in zijn hoofd. Alsof het lied in een droom tot hem gekomen was. De piano was dichtbij, hij legde zijn vingers op de toetsen en speelde de oerversie van het liedje dat Yesterday zou worden. Het is een overbekend verhaal, maar het moet even aangestipt worden, als we het over deze ballad hebben.


Eitje?
"Dat gaat verdacht makkelijk," moet McCartney gedacht hebben. Dus speelde hij de melodie van Yesterday in de maanden daarna aan verschillende voor, met de vraag of ze hem herkenden, las ik in Ian MacDonald's "Revolution In The Head," dat zo mooi, inhoudelijk en to the point het verhaal achter elk Beatlesnummer vertelt. McCartney vergeleek de totstandkoming van Yesterday met het leggen van een ei: "It's like an egg being laid - not a crack or flaw in it." Die vergelijking met een ei was trouwens best grappig: nog voordat Paul de officiële tekst schreef, zong hij "Scrambled eggs, oh my baby how I love your legs." Een heerlijke, banale oerversie, die later stevig op de schop ging.


Moeiteloos van I'm Down door naar Yesterday
In de aanloop naar zijn drieëntwintigste verjaardag werkte Paul in EMI Studio 2 met George Martin aan de opname van Scrambled Eggs, dat inmiddels was omgedoopt tot Yesterday. Op maandag 14 en donderdag 17 juni 1965, om precies te zijn. Het was vocaal even schakelen, die maandagavond, want 's middags had Paul aan het folky I've Just Seen A Face gewerkt, gevolgd door het met zijn Rock 'n' Roll-kopstem gezongen I'm Down. Die avond hing hij zijn Epiphone-gitaar om en deed hij twee takes van Yesterday. Paul speelde het nummer in G, maar stemde zijn gitaar een toon lager, waardoor we het in F horen. Waarom zou hij dat gedaan hebben? Alleen maar omdat het lekkerder speelde? Bij The Ed Sullivan Show speelde Paul overigens in F, maar tijdens de Beatles-tours in 1965 en 1966 bracht de voltallige band Yesterday wel een toon hoger, in G. We zien en horen het bijvoorbeeld hier, in Munchen [video], een versie die nog maar weinig met het origineel te maken heeft:




Angst voor het Mantovani-effect
"We agreed that it needed something more than an acoustic guitar, but that drums would make it too heavy," vertelde Martin, die vervolgens zelf voorstelde om een strijkkwartet in te vliegen. Na wat twijfel en angst voor een kitscherig Mantovani-effect, stemde McCartney in. Martin en McCartney werkten samen aan het arrangement. In mijn hoofd was het beeld ontstaan dat Paul McCartney als enige Beatle aanwezig was, terwijl hij Yesterday, met hulp van een strijkkwartet opnam. Dat klopt niet. Hoewel hij als enige Beatle op de opname te horen is, waren de overige Beatles vermoedelijk allemaal aanwezig bij de opname. Zo is de stem van George Harrison duidelijk te horen op de tapes van de sessie, lees ik in Mark Lewisohns "Recording Sessions". 



Napraten in de kantine
Het strijkkwartet bestond uit Tony Gilbert en Sidney Stax (beiden viool), Francisco Gabarro (cello) en Kenneth Essex (altviool). McCartney zou de cellist ongeveer een week later in de kantine van de Abbey Road studio's vrolijk hebben toegeroepen: "We have a winner with that Yesterday." Met andere woorden: Alle twijfel was verdwenen. Paul voelde dat hij iets speciaals gemaakt had, al zou het nog even duren voordat de wereld het zou horen.

Francisco Gabarro


Een stap vooruit en een groot commercieel succes
Yesterday was een stap vooruit in het denken over hoe popmuziek ook kon klinken. Deze eerste kennismaking met klassieke instrumenten, inspireerde The Beatles na 1965 tot veel meer. Via Eleanor Rigby (strijkers) en For No One (hoorn) ging de deur naar een diverser en breder geluid steeds verder open. Wat dat betreft was Yesterday van groot belang in de toch al razendsnelle ontwikkeling die The Beatles als band doormaakten. Om over het commerciële succes van het nummer maar te zwijgen. Daarover schieten superlatieven tekort. Yesterday werd één van de meest gecoverde liedjes uit de geschiedenis van de popmuziek, met minstens 1600 cover-versies. Paul mocht in 1965 al een Ivor Novello Award voor zijn ballad in ontvangst nemen maar zag een jaar later de Grammy op het nippertje naar Tony Bennett's The Shadow Of Your Smile gaan. You can't have it all.

zaterdag 7 november 2020

Over de radioserie Get Back en...die ene aflevering (Is Paul McCartney Dood?)

In 1987, toen ik een jaar of twaalf was, ging ik iedere maandagavond naar de koorrepetitie. Al snel had ik mijn weg naar het drumstel en niet veel later naar de piano gevonden. Dat waren best gezellige avonden, maar toen de AVRO op 5 oktober van dat jaar startte met de radioserie Get Back, had ik een probleem. Hoe kon ik de 26 delen van deze serie, op maandagavonden tussen 19.00 en 20.00 uur volgen, terwijl ik repetitie had? Radio was er alleen lineair: niets internet, niets online terugluisteren.


Mijn ouders draaiden het cassettebandje om
Gelukkig begon Hans Schiffers met zijn prachtige stem iets na het nieuws van 19.00 uur te vertellen. Het waren de verhalen die Jan Cees ter Brugge, Evert Vermeer en Koop Geersing als samenstellers hadden voorbereid. Om iets over zevenen drukte ik mijn cassetterecorder aan, waarna ik nog tien minuten naar de uitzending luisterde, voor ik weg moest. Tegen half acht postte één van mijn ouders bij de cassetterecorder, om het bandje zo snel mogelijk om te draaien. 's Avonds laat, in bed, luisterde ik de hele uitzending terug. Soms was er wel eens een hap uit het verhaal, omdat er iets tussen was gekomen om dat bandje precies op tijd om te draaien. Telefoon, visite, zoiets. Toch was ik enorm blij met 26 uur radio over The Beatles. Luisterden jullie ook?




Is Paul Dood? Dat ene bandje heb ik nog steeds
Omdat ik geen 26 cassettebandjes had, spoelde ik regelmatig nieuwe uitzendingen over oude opnames heen. Veel van het materiaal liet ik dus verloren gaan. Na al die jaren was er echter één cassette die ik nooit wiste: "Is Paul dood?" schreef ik op de rug van het doosje. Het bandje heb ik nog steeds. Als tiener was ik onder de indruk van de theorieën rond de vermeende dood van Paul McCartney en.... nog meer van de spannende manier waarop daarover in de radioserie Get Back verteld werd. Met grote ernst en precisie werd het verhaal opgebouwd, ondersteund door spannende (speciaal voor de aflevering gecomponeerde) muziek. Er was nog geen internet. Ik had alleen die paar Beatlesboeken uit de openbare bibliotheek tot mijn beschikking. Deze radio-uitzending met alle theorieën, hoe discutabel ook, sloeg in als een bom. 



De AVRO werd platgebeld
Dat vertelde Hans Schiffers ook in 2015 nog, in een persbericht van AVROTROS: "Die specifieke uitzending had een enorme impact. Zelfs tot in de Hitkrant werden er vragen over gesteld. Ik kan me herinneren dat de telefooncentrale van de AVRO helemaal was platgebeld en mij vroeg om een vrouw terug te bellen die totaal hysterisch was. Want het kon toch niet zo zijn dat Paul McCartney echt dood was? Die uitzending heeft de serie in één klap beroemd gemaakt." Als speciale gast in Fab4Cast haalde Hans Schiffers enkele jaren later herinneringen op. Aan de serie en aan die ene bijzondere aflevering:



Afgelopen zomer belde Radio 1
Natuurlijk is het allemaal nep, een hoax, een complottheorie, fictie. Dat weten we allemaal. Dat is ook de reden waarom ik er in mijn wekelijkse column nooit enige aandacht aan besteedde, zelfs niet als iemand daar om vroeg. Toch vond het verhaal mij alsnog: afgelopen zomer belde er een redacteur van NPO Radio 1, namens het geschiedenisprogramma J.G.L.W. (Jaren die ook Geen Lieverdjes Waren). Het programma staat wekelijks stil bij rellen, rampen en ongemakken uit één jaar uit het verleden. Een mooie en originele insteek voor een radioprogramma, vond ik. 



Geheime aanwijzingen
Op 24 juli 2020 was dat 1966: het jaar van Paul McCartneys vermeende dood. Op 9 november 1966 zou Paul om het leven zijn gekomen bij een auto-ongeluk en binnen The Beatles vervangen worden door een lookalike, ene William Campbell. Een Schot die een lookalike contest had gewonnen en daarna van de aardbodem zou zijn verdwenen. Om hun verdriet te uiten en hun geheim met de wereld te delen, stopten de overige Beatles geheime aanwijzingen in liedjes en elpeehoezen. Onzin, maar dat was de theorie. Een goed overzicht van de feitjes vind je hier.


"Wat een onzin is dit allemaal!"
Ik aarzelde toch even, toen ik door Radio 1 gebeld werd. Legde uit waarom ik zelf nooit aandacht aan dit onderwerp besteed had. Maar ja, ook dat rare complotverhaal hoort natuurlijk bij de enorme mythe die er rond The Beatles ontstaan is. Of ik er wat over wilde vertellen. Ik stemde toe. Het werd een leuk gesprek, waarin alle ruimte was dit gekke verhaal tot de juiste proporties terug te brengen. Dat het nog steeds wat oproept, bleek uit enkele reacties die NPO1 en ikzelf via social media kregen. Verontwaardigde reacties: "Wat een onzin is dit allemaal!" Inderdaad, daar is iedereen het over eens. Die onzin werd in het juiste perspectief geplaatst en voorzien van duiding.


De geluiden uit 1969
Edwin Wendt is niet alleen Beatlesliefhebber, maar ook radiokenner en -verzamelaar. Hij reageerde ook op de uitzending, maar juist aanvullend. Edwin wees me op een radio-uitzending van 21 oktober 1969, van het New Yorkse station WABC waarin dj Roby Yonge de geruchten over Pauls vermeende dood besprak. De opname geeft een indruk van de manier waarop het verhaal destijds zijn weg in de media vond [filmpje]



Theo Stokkink besteedde in 1979 aandacht aan het onderwerp
In het privé-archief van Edwin Wendt bevinden zich tevens drie afleveringen van het KRO-programma Walhalla (1979) waarin Theo Stokkink de Paul is Dood-theorie bespreekt. Ook beschikt Edwin over de befaamde Get Back-uitzending waarover ik hierboven schreef. Die uitzendingen hebben ooit een tijdje op internet gestaan, maar zijn weer verwijderd. Wie interesse heeft, zo schreef Edwin me, is van harte welkom om één of meer downloads van Walhalla of Get Back bij hem aan te vragen. Misschien ben je wel nieuwsgierig geworden naar die ene legendarische Paul-is-Dood-uitzending. Of wil je hem uit nostalgische overwegingen nog eens terughoren. Edwin Wendt is eenvoudig te vinden via Facebook of Twitter. Benader je hem liever via e-mail, dan kan ik je desgewenst zijn mailadres verstrekken. Edwin, dank voor jouw aanbod aan de lezers!


Meestgelezen artikel
Dat het onderwerp nog steeds tot de verbeelding spreekt, bleek uit het appje dat ik een paar dagen na het Radio 1-gesprek van de redacteur ontving: "Het is het populairste artikel op de website. Al ruim 11.000 keer gelezen!" Toch leuk. Heb je 't gemist? Dan kun je het gesprek zelfs terugkijken. Zo gaat dat tegenwoordig bij de radio. ;-)



zaterdag 31 oktober 2020

Hoe John Lennon in de jaren 70 een musical probeerde te schrijven

Nog steeds weet het levensverhaal van John Lennon me te verrassen. Zeker nu ik dit najaar, met het team van Fab4Cast, dieper in de laatste periode van Lennons leven duik. We bereiden een zesdelige podcastserie voor, getiteld 'De Laatste Dagen van John Lennon'. In die serie staan we vooral stil bij de maanden juni tot en met december 1980. Tijdens de research stuit je met elkaar onvermijdelijk op bijzondere verhalen die buiten die periode vallen. Verhalen waarvoor geen plek is in de podcast, maar die wel verrassend zijn. Voor mij althans. Want wisten jullie dat John Lennon in de jaren 70 heeft geprobeerd een musical te schrijven?




Laagdrempelig, goed behapbaar, hoog meezinggehalte
Dat verhaal, waarover Kenneth Womack in zijn nieuwste boek schrijft, kwam voor mij even onverwacht als de berichtgeving over het musicalproject van Paul McCartney. Deze zomer werd duidelijk dat hij werkt aan de liedjes voor een musicalbewerking van de film It's A Wonderful Life. Een klassieker uit 1946 waarvoor het script verbouwd wordt tot een productie op de planken. Met songs van McCartney dus. Nooit had ik nagedacht over de mogelijkheid dat John Lennon zich in een musicalproject zou storten. Op de één of andere manier vond en vind ik dat genre niet zo bij hem passen. Bij het schrijven voor musicals denk ik vooral aan een componist die zich in dienst kan stellen van het vertellen of bewerken van andermans verhaal. Net als van de behoefte van het publiek en de producent. Laagdrempelige songs, een goed behapbaar verhaal, hoog meezinggehalte. Ook al is het aantal bronnen hierover beperkt, Womack is niet de eerste de beste Beatles-researcher. Dus wat zou John Lennon hebben aangetrokken in de gedachte een musical te schrijven?


Zijn liefdesverhaal met Yoko 
We kennen Lennon als een man met het hart op de tong. Als iemand die zijn persoonlijke gedachten en gevoelens met de wereld wilde delen. In songs, interviews, tekeningen maar ook in proza. Want zo begon John aan zijn ambitieuze musicalproject. Vanuit de wens om zijn liefdesverhaal met Yoko Ono in de vorm van een musical te gieten. Een complete productie, die echt geschikt was om in de theaters gespeeld te worden. De titel had hij al: The Ballad of John and Yoko. Daarmee borduurde hij voort op het dagboek-achtige verslag over zijn wittebroodsweken, dat hij in 1969 nog met Paul McCartney op de plaat zette en als Beatlessingle uitbracht.


Met Rock 'n' Roll de cirkel rond
Al tijdens Yoko's zwangerschap in 1975 werden de contouren van het verhaal zichtbaar. Zittend achter zijn Brother schrijfmachine begon John zijn gedachten uit te werken. Over een leven in de schijnwerpers, met reflecties op de verleidingen en vernietiging die daarmee gepaard kunnen gaan. Inmiddels had hij zichzelf voor een belangrijk deel teruggetrokken uit dat leven in de schijnwerpers en dacht hij na over zijn rol als artiest. Voor hem was de cirkel rond. Hij was gestart met het spelen van rock 'n' roll en daar ook mee geëindigd. Daarmee doelde hij op zijn in februari 1975 verschenen album Rock 'n' Roll. Wanneer hij ooit weer zou opnemen, was dat alleen voor zijn eigen lol. Niet omdat hij het publiek iets verplicht was. We lezen het in de tekst 'The Ballad of John and Yoko' die postuum (1986) gepubliceerd werd in de verzamelbundel 'Skywriting by Word of Mouth'.




In de voetsporen van acteur David Niven
Eigenlijk was het voor een man als John Lennon alleen maar mogelijk om een musical over zijn eigen leven te schrijven. Lennon componeerde, anders dan McCartney wel eens deed, niet graag in de derde persoon. Bovendien ontwikkelde hij, zo las ik in 'John Lennon 1980' (Kenneth Womack), een fascinatie voor autobiografieën. Al zijn hele leven las John Lennon alles dat los en vast zat. In de laatste maanden van Yoko's zwangerschap genoot hij van het pas verschenen boek 'Bring On The Empty Horse,' de autobiografie van de Britse acteur David Niven (1910-1983). Wat Lennon zo aansprak in dat verhaal? Hij had het daar met fotograaf en huisvriend Bob Gruen over. John vond het prachtig dat Niven met half Hollywood bevriend was geweest, alle wilde feesten was afgelopen, ongetwijfeld velen ten onder had zien gaan, maar er zelf gezond uit was gekomen. 

De autobiografie van 
David Niven die John Lennon
met plezier las

Duidelijke parallel
Dat Niven uiteindelijk zelf de destructieve dans was ontsprongen, vond John prachtig. Hij zag een duidelijke parallel met zijn eigen leven. Tegen Bob Gruen zei John iets in de trant van: "I'm gonna be David Niven. They're all gonna go on getting drunk, but I'm gonna stay home and write the book." En dus begon John over zijn leven te schrijven. Een plan dat in 1976 langzaam veranderde in het samenstellen van een musical. Globaal had John de opbouw voor het stuk in zijn hoofd, vertelde hij zijn assistent Fred Seaman enkele jaren later. The Ballad of John and Yoko zou beginnen met zijn ontmoeting met Yoko in de Londense Indica Gallery. Dan zou het verhaal zich verplaatsen naar hun avonturen in Parijs. We zouden John in India bij de Maharishi aantreffen, werkend aan The White Album. Na de studiosessies voor dat album, volgden het huwelijk in Gibraltar en de Bed-In. 



She Is A Friend Of Dorothy
Een musical bestaat  voor een belangrijk deel uit muziek. En dus startte John met het schrijven nummers. Ook greep hij terug op onafgemaakte songs die hij nog rond had slingeren. Als openingsnummer schreef hij She Is A Friend Of Dorothy [video]. De titel, geïnspireerd op (Judy Garland als) Dorothy uit The Wizard of Oz, sloeg op de code waarmee iemands homoseksuele geaardheid al enkele decennia werd aangeduid. In de demo horen we John experimenteren met de energieke opener voor de musical. Daarvoor 'leende' hij uit zijn eigen nummer Aisumasen (I'm sorry), dat op het album Mind Games was verschenen:



Sally and Billy
Er waren al meer songs die in aanmerking kwamen voor een plek in het uiteindelijke script in The Ballad of John and Yoko. In 1970 was John al begonnen aan het bijna McCartney-achtige Sally and Billy, over een uitgeblust echtpaar. Al gaf John altijd af op Desmond and Molly Jones uit Ob-La-Di, Ob-La-Da, hij deed toch zelf ook een poging [video]:



Tennessee
Ook dat nummer betrok hij bij het project. Net als Tennessee. Dat schreef hij in 1975, geïnspireerd op de toneelschrijver Tennessee Williams van wie hij het stuk A Streetcar Named Desire las. Op de demo [video] horen we John zijn drummachine gebruiken. Die sound vinden we terug op meer thuisopnamen uit The Dakota die John tijdens zijn laatste jaren maakte. Op Tennesse hoor ik de invloed van Elton John. Met hem onderhield Lennon medio jaren 70 een vrij intensief vriendschappelijk contact.




Coming Up maakte iets los
Hoewel John in de tweede helft van de jaren 70 behoorlijk wat demo's opnam, voornamelijk op piano, moet hij ergens zijn interesse in het musicalproject zijn verloren. Het bijna gedoofde songwriters-vuur werd pas weer écht aangewakkerd toen hij in 1980 Coming Up op de radio hoorde. Van zijn oude schrijfpartner Paul McCartney. Dat nummer zette Lennon weer écht in beweging. Op weg naar zijn laatste album. Zouden Lennon en McCartney, als ze samen tijd van leven hadden gehad, als een Rodgers en Hammerstein, ooit aan een musical zijn begonnen? Ik vind het op zijn minst een fascinerende gedachte.

zaterdag 24 oktober 2020

De Vijfde Beatle(s). Wie is dat? Wie zijn dat?

De afgelopen jaren, bij het wekelijks schrijven van mijn columns, ben ik altijd bij het onderwerp weggebleven. Want hoe pak je dat nu aan? Schrijven over een fenomeen dat bestaat, maar ook weer niet, zonder daarbij ook nog eens in clichés of herhaling te vervallen? Want.... wie is (of was) eigenlijk de Vijfde Beatle? Gaat het om één persoon of kunnen meer mensen aanspraak maken op deze titel? Maar is er dan niet eentje die nét een beetje meer die Vijfde Beatle is dan een ander? Komende week verschijnt het boek 'De Vijfde Beatles' van Paul Onkenhout en John Schoorl. Een goede gelegenheid om toch eens bij die legendarische en ongrijpbare Nummer Vijf stil te staan.




Belangrijke rol
Stiekem hadden we allemaal wel de Vijfde Beatle willen zijn. Wanneer je die eretitel of geuzennaam verwierf, speelde je blijkbaar een belangrijke rol in de geschiedenis of ontwikkeling van The Beatles als band. Je wás even een Beatle, of behoorde tenminste tot de inner circle van de Fab Four. Je vervulde een belangrijke rol (artistiek, zakelijk, vriendschappelijk) die bijdroeg aan de identiteit of het succes van The Beatles. Dan was je, met recht, zo'n Vijfde Beatle. 




Wat was het geheim van The Beatles?
Het fenomeen werd overigens al vroeg in de carrière van The Fab Four 'uitgevonden'. Zo verschenen er er vanaf 1963 verhalen in de pers, waarin De Vijfde Beatle genoemd werd. Logisch is het natuurlijk wel. Toen de Beatles in korte tijd hun enorme roem verwierven, buitelden de media over elkaar heen om dat fabelachtige succesverhaal te vertellen en te duiden. Hoe was het mogelijk dat vier jongens, uit het Noordwesten van Engeland, weliswaar in het bezit van een enorme hoeveelheid talent en 'personality', zo'n revolutie in de popmuziek konden ontketenen. Wat was hun geheim? Of beter: wie was hun geheim? Juist, dat moest die Vijfde Beatle zijn. Hebbes. Bijna.




Bandleden en andere bijdragers
Maar dan glipt die Vijfde je toch weer door de vingers, want kon je alleen een Vijfde Beatle zijn, wanneer je echt deel uit had gemaakt van de band (Stuart Sutcliffe, Pete Best, Jimmie Nichol, Chas Newby)? Of was je zo'n Vijfde wanneer je The Beatles zakelijk of bij het produceren van hun platen ondersteunde (Brian Epstein, Neil Aspinall, Derek Taylor, George Martin)? Maar wat nu als je alleen op hun platen meespeelde? Als onbekend gebleven sessiemuzikant (de trompettist uit Penny Lane, de hoornist uit For No One, de strijkers uit Eleanor Rigby of Yesterday)? Of juist als bekendheid (Billy Preston of Eric Clapton)? Maar wat te denken van stille kracht, roadie, vriend en vertrouweling Mal Evans? Of Freda Kelly, de integere en hardwerkende hoeder van de Britse fanclub? Of spirituele, artistieke en soms knotsgekke influencers als, respectievelijk de Maharishi Mahesh Yogi, Astrid Kirchherr en Alex Mardas? Daar gaan we al. Niet te doen, die Vijfde Beatle.

Dreamteam: vlnr >  Ringo Starr, George Harrison,
Paul McCartney, Brian Epstein, John en George Martin.


Een kleine bijdrage
Juist daarom is het boek 'De Vijfde Beatles,' dat vanaf 29 oktober 2020 in de boekwinkels ligt, zo ontzettend leuk. Volkskrant-journalisten Paul Onkenhout en John maakten het afgelopen jaar 64 portretten van mannen en vrouwen die, allen op hun eigen bijzondere wijze, verbonden zijn (en blijven) met The Beatles. De columns werden in mijn omgeving wekelijks gretig verslonden. Omdat ik de krant zelf niet op papier lees, schoven vrienden me regelmatig een knipsel over weer zo'n Vijfde Beatle toe. Nu is er dan het boekje, waarin de fascinerende en humoristische columns van de schrijvers gebundeld zijn. Ik kon er trouwens onverwacht zelf een bijdrage aan leveren. Met de foto die ik in juni 2019 maakte van Piet Schreuders, terwijl hij op een keukentrap midden op Abbey Road het perspectief van de beroemde albumfoto van Ian MacMillan reconstrueerde.




Erfgoeddragers
Want natuurlijk staat Piet -detective- Schreuders ook in het boek. Als één van de Vijfde Beatles. Hij hoort tot een categorie die ik nog niet noemde. Namelijk die van de erfgoeddragers: onderzoekers, schrijvers, fotografen, documentairemakers, podcasters en muzikanten die zich nog dagelijks bezighouden met het erfgoed van The Beatles. Door te spitten naar de waarheid, vanuit hun liefde en fascinatie voor de band. Door ontdekkingen te doen, nieuwe verbanden te zien, arrangementen te ontrafelen, filmbeelden te analyseren en archieven uit te spitten. Om nóg meer te leren over het fenomeen dat The Beatles zijn. Door het verhaal van The Beatles op nieuwe manieren te blijven vertellen en vast te leggen voor volgende generaties. Zijn we niet allemaal een beetje die Vijfde Beatle?


De Vijfde Beatles, door Paul Onkenhout en John Schoorl, verschijnt op 29 oktober 2020 bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam. 160 pagina's. Steun je plaatselijke boekhandel en bestel of koop het boek lokaal.