zaterdag 17 april 2021

Dear Sir or Madam will you read my....blog: vijf jaar BeatlesTalk (wat een jubileum!)

Op zaterdag 16 april 2016 besloot ik dat het maar moest gebeuren. Ik startte een blog over The Beatles. Dat is dit weekend precies vijf jaar geleden. Vijf jaar. Ik kan bijna niet geloven dat ik al zo lang onderweg ben met dit wekelijkse schrijfavontuur. Goed om daar juist dit weekend even bij stil te staan!


Will you take a look?
Hoe ik destijds begon? Aangespoord door een aantal mensen stelde ik mijzelf een beetje voor als de schrijver uit Paperback Writer: ik opende mijn eerste blog-post met 'Dear Sir or Madam, will you read my book...' Enfin, de rest kennen jullie wel. Ik besloot de openingsregels van dat Beatlesnummer over een hoopvolle auteur tot het motto van m'n blog te maken. En inmiddels klopt het aardig: 'It took me years to write, will you take look?' En dat hebben jullie de afgelopen jaren veelvuldig en trouw gedaan. Wekelijks lezen honderden Beatlesliefhebbers mijn blog en soms passeerde een artikel in de eerste week al wel eens de duizend lezers. Ik deed het nooit voor de statistieken, maar het was en blijft altijd leuk om leescijfers uur na uur te zien groeien. 


Deventer Schouwburg, oktober/november 2019



Trouwe Twitter-lezers
Omdat menig lezer in de loop der jaren bij m'n blog is aangehaakt en daarbij veel van de artikelen terugleest, groeien vrijwel alle artikelen nog steeds qua lezersaantallen. In sommige gevallen gaat het al om duizenden unieke 'views' per blog-post. De columns over Maureen Starkey, de Mrs. Mills-piano, Astrid Kirchherr en de totstandkoming van de Abbey Road-hoes scoorden bijvoorbeeld enorm. Wat is het geweldig om te zien dat de wekelijkse columns hun waarde houden. Ook ben ik blij met de vele reacties, aanvullingen en commentaren die ik de afgelopen vijf jaar op de columns ontving. Niet alleen rechtstreeks onder de artikelen, maar vooral ook op Facebook en via een hele trouwe club Twitter-lezers. Sommigen van hen reageren elke week. Sommigen delen mijn column zelfs al-tijd. Dat vind ik zo aardig en zo bijzonder! Het motiveert om verder te schrijven.

Hamburg, juni 2018


Van schrijven naar schouwburgavonden
De blog opende onbedoeld veel deuren. Ook daar deed ik het niet om, maar ik genoot van wat er op mijn pad kwam: een serie lezingen met Jan Cees ter Brugge, op allerlei plekken in het land. Het hoogtepunt daarbij waren twee avondvullende en uitverkochte schouwburgvoorstellingen in Deventer met Bertolf Lentink en Diederik Nomden rond de totstandkoming van het Abbey Road-album. Maar ook de voorstelling in Theater Bouwkunde over het vijftigjarig jubileum van Sgt. Pepper staat me nog levendig bij. Net als de knusse bijeenkomsten in Leiden, tijdens de Beat Meet én die bijzondere avond in Utrecht, waarop we met zoveel Beatlesliefhebbers én Fab4Cast het White Album "vierden". Bijzonder was het ook om uitgenodigd te worden in de Londense Abbey Road Studio's, om te schrijven over het glorieuze Abbey Road-project van The Analogues. Net als de ontmoetingen met Beatleshistoricus Mark Lewisohn: daar op die legendarische plek en al eerder in Amsterdam en Liverpool.

Met Mark Lewisohn in
Abbey Road, Studio Two, juni 2019:

"Well I do like your tie, for a start."


Samenwerking met Fab4Cast
Via Jan Cees ter Brugge ontwikkelde ik een fijne samenwerking met het voltallige Fab4Cast-team. De podcastmakers boden me ruimte om wekelijks mijn column via hun social media-kanalen te delen. Achter de schermen helpen we elkaar en ondertussen ondernamen we al een aantal interessante podcast-trips naar Hamburg en Liverpool. Ook ons Lennon-podcastproject voor AVROTROS en Radio 5 was onvergetelijk. De samenwerking maakte me duidelijk dat podcasten en schrijven heel complementair zijn. Bij een gezamenlijk reisavontuur versterken de podcasts en de artikelen elkaar. Dat reizen naar Beatleslocaties inspireerden me enorm bij het schrijven. Je kunt twintig boeken over Strawberry Fields, Menlove Avenue, Penny Lane of Forthlin Road lezen, maar je voelt pas wat deze plekken voor jou en de wereld betekenen als je er bent. Bij dat rode hek, die shelter in the middle of the roundabout, of in die jongenskamers waar groots gedroomd werd.

Met Fab4Cast in Liverpool, oktober 2019


The continuing story of BeatlesTalk
Waar deze reis me verder brengt? Ik laat het op me afkomen. Vaak krijg ik de vraag of er eens een boek verschijnt. Dat schuif ik een beetje voor me uit. Vanwege koudwatervrees rond alle praktische aspecten die daar bij komen kijken. Toch sluit ik het niet uit, maar wacht ik liever of er eens iets op mijn pad komt, dat kan leiden tot zo'n boek. Door de afgelopen jaren eigenlijk niets na te jagen of af te dwingen, kreeg ik veel moois in mijn schoot geworpen. Dat is een beetje mijn filosofie rond dit blogproject geworden. Al kost het schrijven me vrij veel tijd: het gaat me vooral om die ontdekkingsreis en alles dat daar zomaar uit voortkwam. Om wat ik er zelf mee blijf leren over die fascinerende band. Om de fijne samenwerking die het opleverde. Bedankt voor jullie niet aflatende belangstelling en graag tot volgende week!

 

zaterdag 10 april 2021

Hoe een gestolen koffer van Brian Epstein The Beatles in de problemen bracht

Beatlesmanager Brian Epstein was een man met geheimen. Vaak noodgedwongen vanwege zijn seksuele geaardheid in het Engeland van midden vorige eeuw. Triest, maar waar. Achter zijn Samsonite-koffer, die onlangs door het Liverpoolse museum The Beatles Story via Juliens Auctions werd aangekocht, kwam een opmerkelijk verhaal vandaan.


Een lijntje tussen Liverpool en Los Angeles
Het Liverpoolse museum, pittoresk gelegen aan de Albert Dock verwerft of leent regelmatig nieuwe Beatles-items om ten toon te stellen. Afgelopen zomer was dat dus de koffer van Brian Epstein, die voor een bedrag van bijna 3500 pond aan de collectie van het museum kon worden toegevoegd. "We hebben een goed lijntje met Juliens Auctions in Los Angeles," vertelde één van de museummedewerkers in de podcast Beatles City. Zo rinkelt regelmatig de telefoon in Liverpool, wanneer het Amerikaanse veilinghuis iets nieuws aangeboden krijgt: of er in Engeland interesse is om ook mee te bieden.



Gestolen uit de hotelkamer
De telefoon rinkelde ook vorig jaar, toen de zwarte Samsonite-koffer van Brian Epstein geveild zou worden. Op de foto zien we Brian op 8 juli 1966 met de koffer in zijn handen staan. The Beatles waren geland op Londen Heathrow, na hun onfortuinlijk verlopen tour door het Midden Oosten. Een maand later zou Brian alweer met de jongens in de Verenigde Staten zitten. De band zou tijdens deze laatste tour ook optreden in het Dodger Stadium in Los Angeles. Terwijl Brian en The Beatles in die stad verbleven, werd Brians Samsonite uit zijn hotelkamer gestolen. De dief was een bekende van de Beatlesmanager: Dizz Gillespie. 


Vernoemd naar de jazztrompettist
Deze Dizz heette eigenlijk John, maar zijn vrienden vernoemden hem naar de beroemde jazztrompettist. De Amerikaan verhuurde zich regelmatig als escort aan Brian. De twee kenden elkaar al van een ontmoeting in Los Angeles. The Beatles tourden in augustus 1964 voor de tweede keer door de VS, waarbij Brian en Dizz elkaar op een feestje tegen het lijf liepen. Epstein vroeg Dizz naar Londen te verhuizen, zodat hij zich over hem kon ontfermen. Gillespie had aspiraties als acteur en zanger en Epstein was bijzonder van hem gecharmeerd: begin 20, donker haar en een uitdagende blik.


Een bezoek aan Kenwood
Zodoende voegde Brian Dizz toe aan zijn verzameling artiesten, stak hem in het nieuw en stuurde een persbericht naar de media dat Dizz zijn nieuwe ontdekking was. Gillespie viel met de neus in de boter: Epstein loste zijn schulden af en voorzag hem van drugs. Ook vergezelde hij Brian regelmatig naar feestjes. Tijdens een gezamenlijk bezoek aan John Lennons woning Kenwood in Weybridge, ontving Dizzy een gesigneerd exemplaar van Johns boek In His Own Write. "To Diz, You’re a great TURN, good God, from, John Lennon," schreef John in het boek dat hij Dizz gaf. Daarbij gebruikte Lennon het woord "Turn" dubbelzinnig: hij noemde Dizz een showman, maar ook iemand die een ander een hak kon zetten. Die woorden bleken profetisch.



Een keukenmes op de keel

Brian en Dizz brachten vele avonden door in Epsteins Londense flat aan Williams Mews (Whaddon House, appartement 15). Deze avonden liepen, door grote hoeveelheden pillen en cognac, vaak uit op gewelddadige confrontaties. Regelmatig kwam het tot vechten en het vernielen van huisraad. Toen Dizz op een zekere avond zijn zin niet kreeg, bedreigde hij Brian met een keukenmes, eiste hij meer contanten uit diens portemonnee en maakte hij zich uit de voeten. Hoewel Epstein vaker gewelddadig behandeld was tijdens zijn geheime ontmoetingen met mannen, hakte deze beroving er stevig bij hem in. Na een periode waarin hij mentaal moest herstellen, besloot hij zijn flat en de bijbehorende nare herinnering achter zich te laten. Epstein verhuisde naar 24, Chapel Street.




Bewaakt in een hotelkamer
Dizz verdween uit Brians leven, maar dook weer op in augustus 1965. Op dat moment was Brian in New York, waar The Beatles in Shea Stadium zouden spelen. Het kwam opnieuw tot een ontmoeting tussen de twee. Kort daarop eiste Dizz eiste via Nat Weiss, die voor Epstein in Amerika betrokken was bij het beheer van het Beatlesimperium, een bedrag van 3000 dollar. Gillespie wilde er een auto van kopen om zich uit de voeten te maken. Weiss kwam met Dizz overeen dat hij zich schuil zou houden in de hotelkamer van het Warwick Hotel, tot The Beatles en Epstein weer vertrokken waren. Terwijl The Beatles hun persconferentie in het hotel gaven, moet Gillespie zich er (bewaakt) hebben schuilgehouden in een hotelkamer. Niemand wilde dat de gevaarlijke en onberekenbare Dizz publiekelijk voor gedoe zou zorgen.




20.000 dollar en een grote verzameling pillen
Je zou zeggen Epstein inmiddels goed geleerd had van het risico dat hij nam door met Gillespie om te blijven gaan. Blijkbaar was dat niet het geval. Want tijdens de laatste tour van The Beatles in de Verenigde Staten (augustus 1966) kwam het opnieuw tot een ontmoeting met de Amerikaan. Gillespie meldde zich bij Brian en wist hem te verleiden tot een intiem rendez-vous in het Beverly Hills Hotel in Los Angeles. De volgende ochtend stal Dizz de bewuste Samsonite-koffer. En toen brak er paniek uit. De inhoud van de koffer zou Brian en The Beatles enorm in de problemen kunnen brengen: behalve een papieren zak met 20.000 dollar aan verdiende gage, bevatte de Samsonite een grote hoeveelheid pillen, persoonlijke notities en foto's van mannen uit Brian's amoureuze netwerk.





Brian miste Candlestick Park
Enkele dagen na de diefstal ontving Nat Weiss een brief waarin losgeld voor de koffer werd geëist. 10.000 dollar om precies te zijn. Of het tot die deal kwam, heb ik niet kunnen vinden. Wel kwam de koffer dankzij de inzet van een privédetective weer terug. De volledige inhoud was verdwenen. Paniek en chaos rond deze kwestie zorgden er uiteindelijk voor dat Brian Epstein en Nat Weiss het legendarische concert van The Beatles in Candlestick Park misten. Na dit incident verdween Dizz definitief uit het leven van Epstein.


Dizz Gillespie kreeg een kleine rol in de graphic novel
"The Fifth Beatle: The Brian Epstein Story" (Robinson, Baker, Vivak).







zaterdag 3 april 2021

Shine, the weather's fine: The Beatles en het weer

Terwijl de lente zich met vallen opstaan laat zien, kijken we ongetwijfeld de klok vooruit. Naar warmer weer en langere avonden. We mochten daar afgelopen week al een beetje van genieten. Ondanks deze moeilijke coronatijd, brengt het voorzichtige voorjaar je misschien wat hoop en een beter humeur. Dat de weersomstandigheden ook hun weerslag hadden op het creatieve proces van The Beatles, is duidelijk terug te horen in hun liedjes. Zo ging ik deze week op zoek naar verwijzingen naar het weer in het repertoire van The Fab Four. Of ze nu overdrachtelijk bedoeld zijn of niet: we kunnen best stellen dat The Beatles vaak naar weersomstandigheden verwezen.




Everybody saw the sun shine
Kunnen we de zon de grootste inspiratiebron van de jongens noemen? Misschien wel. De warmte, het licht: het is niet gek dat we verwijzingen naar de zon of zonnig weer terugvinden in Good Day Sunshine, I'll Follow The Sun, Dear Prudence (the sun is up, the sky is blue), I Am The Walrus (sitting in an English garden, waiting for the sun), Good Night (the sun turns out his light), I've Got A Feeling (everybody saw the sun shine) en natuurlijk is de zon er in George Harrisons magnum opus Here Comes The Sun. En laten we The Fool On The Hill niet vergeten, want hij "sees the sun going down".




There's a fog upon L.A.
....mijmerde George Harrison terwijl hij in de zomer van 1967 in zijn gehuurde huis aan Blue Jay Way op PR-man Derek Taylor wachtte. Daarmee gaf Harrison ook de mist een plekje in een Beatlesnummer. Verder dan dit voorbeeld kwam ik niet. Is er nog meer "slecht zicht" te vinden in het Beatlesrepertoire?



If the rain comes
Natuurlijk ligt het nummer Rain voor de hand, maar waar vinden we nog meer verwijzingen naar deze zo typisch Engelse weerconditie? Ik ontdekte "always rain in my heart" in Please Please Me. Net als de "endless rain inside a papercup" in Across The Universe. In Hey Bulldog gaat het over "standing in the rain". Bij Fixing A Hole over "a hole where the rain gets in" en in I Am The Walrus zingt John Lennon: "standing in the English rain". In Penny Lane giet het van de "pouring rain". Diezelfde regen "washed away" in The Long And Winding Road.



Wind

Bij Honey Pie heeft de hoofdpersoon in het nummer de wind goed in de zeilen. Anders dan de "restless wind" die we in Across The Universe "inside a letter box" horen waaien. In Because is "the wind high" en in Dear Prudence juist weer "low". Lennon zingt in Julia liefdevol over de "windy smile" van zijn moeder, al betekent "windy" in die context misschien iets anders. Ringo Starr fantaseert in Octopus's Garden "we would be warm, below te storm". Tot slot vond ik een "wild and windy night" in The Long And Winding Road, maar daar hield het zo'n beetje op met waaien.

 

Missen we nog iets?
Het is altijd een fijne puzzel om met een thema in je achterhoofd door het Beatlesrepertoire te grasduinen. En altijd zie je iets over het hoofd. Zo vulden jullie me goed aan toen ik op zoek ging naar de dieren op het White Album. Hoe zit het met de weercondities? Missen we nog iets? Fijn Paasweekend! Een zonnetje zou lekker zijn.




zaterdag 27 maart 2021

And I Love Her: over de kunst van het weglaten

Een prachtige liefdesverklaring in amper twee minuten en dertig seconden. Wanneer ik dit schrijf, heb ik het over het Beatlesnummer And I Love Her. Hoewel ik over een groot deel van het repertoire van The Fab Four in superlatieven zou kunnen schrijven, heeft And I Love Her altijd een bijzonder plekje in m'n hart. Is het 't arrangement, de melodielijn, het less-is-more-gevoel of juist de modulatie bij die mooie gitaarsolo? Ik weet het niet, soms klopt gewoon alles aan een liedje. Dit weekend zette ik And I Love Her weer eens op en raakte ik aan het schrijven.


EMI Studio Two, 27 februari 1964


In een lege stadsbus
Een paar jaar geleden zat ik 's avonds laat in Lijn 5 te wachten tot de bus me van de binnenstad van Deventer naar vinexwijk De Vijfhoek zou brengen. Dat was de plek waar we toen woonden. Ik had een gezellig etentje met vrienden gehad en vond het niet te ver, maar wel te donker om op deze winteravond terug te fietsen langs het stille fietspad met hoog begroeide bermen, dat de oude stad met de nieuwbouwwijk verbindt. Dus zat ik, ruim op tijd, in de bus te wachten tot de chauffeur zijn late dienst zou starten. Terwijl hij zich installeerde, klonk door de lege stadsbus ineens kraakhelder de warme, akoestische sound van And I Love Her uit zijn radio. Een moment van geluk.


Addertjes onder het gras
The Beatles namen And I Love Her ooit ook in de winter op: in de laatste dagen van februari 1964: rond de 21ste verjaardag van George Harrison en nog maar amper bekomen van hun eerste Amerikaanse avontuur. Ian MacDonald schrijft in 'Revolution In The Head' dat het best nog lastig was om het nummer goed op tape te krijgen. Ondanks de schijnbaar aanvoudige structuur, zaten er blijkbaar voldoende addertjes onder het gras om vele takes te zien stranden voor de eindstreep gehaald kon worden. Zou het te maken hebben met de mooie "leegte" die deze ballad in zich heeft? Less is more, maar zonder drukke gitaar- of drumpartijen is genadeloos elke slecht getimede noot of slag hoorbaar. Het is denk ik die leegte die me ook zo aanspreekt in And I Love Her, in combinatie met de rijkelijk toegevoegde galm die George Martin er bij in draaide. Een smaakvolle zet in dit geval, vind ik. 



Gewoontjes
Een kleine worsteling was het opnameproces dus. Dat hoor je ook terug in de versie die uiteindelijk in 1995 op Anthology 1 terechtkwam. Daar horen we The Beatles een hele andere versie spelen. Eentje vol fouten, in de bezetting die meestal gebruikt werd: met elektrische gitaren en drums. Je begrijpt waarom er nog even verder werd geëxperimenteerd, want ineens klinkt alles zo gewoontjes, banaal haast wanneer de hoge gitaarloopjes in de begeleiding opduiken. Ook het eind stond nog niet vast. Uiteindelijk was het een goede beslissing om de elektrische gitaren en de drums links te laten liggen en voor een volledig akoestische sound te gaan. Daarbij switchte Ringo naar conga's en voegde George nog claves toe. 




In de kelder van de familie Asher
Paul McCartney zou And I Love Her geschreven hebben in de muziekkelder van de woning van de familie Asher aan Wimpole Street in Londen. Dat was de plek waar Macca een tijdje woonde, in de eerste periode van zijn relatie met actrice Jane, de dochter des huizes. Ook John was er vaak te vinden, om samen met Paul aan nieuwe nummers te schaven. Volgens Lennon hielp hij McCartney bij And I Love Her om de zogenaamde "middle eight" te schrijven ("A love like ours...."). Maar uitgever Dick James, die in februari 1964 bij één van de sessies aanwezig was, meende zich te herinneren dat die break zelfs nog in Studio Two tijdens de theepauze geschreven werd. Door John en Paul. Al twijfelde Paul of hij er hulp bij kreeg, in dit geval vormde het middenstuk een extra belangrijk onderdeel van het liedje, vanwege het ontbreken van de duidelijke couplet-refrein-structuur. 




De solo als geheime wapen
The Beatles speelden And I Love her uiteindelijk één keer live. Dat was in de week waarin het album A Hard Day's Night verscheen: op 16 juli 1964 in het BBC-programma Top Gear. De opname laat horen dat de band het nummer inmiddels ook goed live beheerste. Uiteindelijk was er trouwens nóg een element dat het grote aantal herhalingen in And I Love Her doorbrak. Misschien wel het meest geniale aspect aan het geheel: de gitaarsolo van George Harrison, die direct ingezet wordt wanneer het nummer een halve toon moduleert. En al zingt McCartney "dark is the sky", dan is het toch ineens of de hemel openbreekt.


zaterdag 20 maart 2021

The Beatles in infographics

Wie mijn blog al wat langer volgt, weet dat ik vooral een grote voorliefde heb voor Beatlesboeken. Naslagwerken, biografieën en ook fotoboeken: ze zijn allemaal favoriet. Als het om The Beatles gaat, ben je eigenlijk nooit klaar met verzamelen, wanneer je je speciaal richt op boeken. Natuurlijk is er verschil in kwaliteit en probeer je een zo fijn mogelijke boekenverzameling aan te leggen. Onlangs stuitte ik op een wat afwijkende publicatie: Visualising The Beatles, geschreven door John Pring en Rob Thomas. Het boek verscheen in 2016 bij Orphans Publishing. Op de voorzijde prijken aanbevelingen van The Guardian ('Magical') en The Huffington Post ('Vastly new and revealing'). Afwijkend is het boek zeker.




Beatles- en infographic-fans
Auteurs John Pring en Rob Thomas zijn ook niet de gemiddelde Beatlesboekenschrijvers. Het ontwerpersduo dat elkaar op 11-jarige leeftijd op school ontmoette, stelde zich ten doel het verhaal van The Beatles te visualiseren. Niet in de vorm van een stripverhaal, maar met infographics. Daarbij vroegen ze zich af welke nieuwe inzichten ze zouden krijgen door het Beatlesverhaal op een totaal nieuwe manier te presenteren. Ze lanceerden hun idee op de funding-website Kickstarter en wisten daarmee zowel Beatles- als infographic-fans aan zich te binden. Hun creatieve avontuur kon daarmee beginnen. 

John Pring en Rob Thomas


Dr. Who en With The Beatles zijn even oud
De ontwerpers besloten hun boek op te bouwen rond de albums van The Beatles. Daarnaast vatten ze ieder half jaar het wereldnieuws en het Beatlesnieuws in een aantal highlights samen. Zo leren we dat de eerste aflevering van de televisieserie Dr. Who bij de BBC te zien was, in de week waarin de Britten naar de platenzaak gingen om With The Beatles aan te schaffen. De keuzes voor nieuwsfeiten uit de 'grote wereld' en de 'Beatleswereld' zijn volgens mij volledig willekeurig, maar ze geven een grappige koppeling tussen beide geschiedenissen. Andere thematische uitstapjes richten zich bijvoorbeeld op hoe de outfits van The Fab Four door de jaren heen veranderden, welke woorden The Beatles het meest in hun liedjes gebruikten en welke posities hun albums in de Verenigde Staten behaalden. Er is aandacht voor de films, voor Rooftop Concert, voor hun zoektocht naar een Grieks eiland. Onderstaand filmpje geeft een aardig overzicht van de inhoud van het boek:




Stof tot nadenken
De ruggengraat van het boek bestaat uit de behandeling van alle reguliere (Britse) albums die The Beatles uitbrachten. Per album lezen en zien we welke woorden het meest gebruikt werden, welke instrumenten de mannen speelden, wie de leadvocals verzorgde, wie welk nummer schreef, in welke toonsoort de nummers staan, welke lengte de tracks hebben en welke hitparade-positie het album in verschillende landen haalde. Dat klinkt als een droge opsomming van feiten, maar alle overzichten zijn als infographic opgemaakt en inspireren de lezer daarmee direct tot nadenken. Dat vind ik zo leuk aan dit boek.




McCartneys invloed op Pepper was groot
Zo zien we in één oogopslag dat Paul McCartney als songschrijver en leadzanger een behoorlijke stempel drukte op het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, dat G en E als toonsoort het meest gebruikt werden dat een groot deel van de nummers op die plaat niet eens de lengte van drie minuten haalde. Kijken we naar The White Album, dan zien we dat John Lennon als componist weer een grotere rol pakt. En dat de toonsoort "A" (zowel majeur als mineur) dat jaar blijkbaar favoriet was. Dat zijn toch leuke ontdekkingen, waar je normaliter niet snel zelf op komt. 




Kijkplezier
Visualising The Beatles is een speels en sympathiek kijkboek, waar je losjes bladerend dwars doorheen kunt. Hoewel de scope van het boek beperkt is, biedt het verrassende overzichten uit de carrière van The Beatles. Het overzicht met 'hairstyles' (van 1963 tot 1970) tovert direct een glimlach van herkenning op je gezicht. Zo was 1967 het enige jaar waarin alle vier de Beatles een snor lieten staan (vanzelfsprekend voor het thema-album dat Pepper moest worden) en gingen die snorren er in 1968 (behalve bij Ringo) weer af. Kortom: een kleurrijk en lijvig coffee table book met 241 pagina's aan interessante, grappige, charmante en triviale feiten over The Beatles. Goed voor het nodige kijkplezier en een originele blik op de carrière van The Fab Four. Je kunt het rustig toevoegen aan je verzameling. 

zaterdag 13 maart 2021

Hoe The Beatles neerstreken in Cliveden House voor de film Help!

Onlangs zapte ik op tv naar een documentaire over Cliveden House. Het majestueueze landhuis, dat zo'n veertig kilometer ten westen van Londen ligt, doet tegenwoordig dienst als vijfsterrenhotel. Sinds Meghan Markle er aan de vooravond van haar huwelijk met Prins Harry logeerde (u kent ze wel), wordt het hotel vaker dan ooit geboekt. Vanuit de hele wereld reizen de rijken naar Cliveden om zich er in de watten te laten leggen. Bij het horen van de naam 'Cliveden House' rinkelde er bij mij Beatles-belletje, dus ging ik op zoek naar wat The Fab Four er ooit te zoeken hadden.




De laatste scènes voor de film Help!
Met mijn wijsvinger gleed ik door het register van het boekje 'Het Londen van The Beatles,' een geweldig naslagwerk van Piet Schreuders, Mark Lewisohn en Adam Smith. Het brengt alle Beatles-gerelateerde locaties in en rond Londen vakkundig in beeld en is één van de fijnste boeken over The Beatles die ik in mijn bezit heb. Ik blijf iedereen dan ook aansporen een exemplaar aan te schaffen, voor urenlang lees-, kijk- en bladerplezier. Al snel vond ik een verwijzing naar Cliveden en bladerde ik naar pagina 209. Inderdaad. The Beatles waren hier op 10 en 11 mei 1965 te vinden om zo'n beetje de laatste opnames te maken voor hun tweede film Help!



De Intermission-scène werd gefilmd in Bluebell Wood
Toen The Fab Four in mei '65 op Cliveden neerstreken was het landgoed al 23 jaar in het bezit van The National Trust. Eerder had de familie Astor een halve eeuw in het negentiende eeuwse Cliveden House geresideerd. In de film Help! moest het lijken alsof The Beatles Buckingham Palace bezochten. De band had namelijk geen toestemming gekregen daadwerkelijk bij Her Majesty te komen filmen. Drie locaties op Cliveden zijn terug te zien in de film: de French Dining Room, een raam aan de oostzijde van het gebouw en het Bluebell Wood. We zien The Beatles kaarten in de genoemde dining room. Wanneer we de jongens uit het raam zien hangen, is dat feitelijk een raam op de begane grond aan de andere kant van het gebouw. De korte maar hilarische Intermission-scène werd elders op het landgoed gefilmd, namelijk in Bluebell Wood, dat in mei 1965 prachtig in bloei stond. 


Het raam aan de oostzijde


Estafette-run
Tussen de opnames vermaakten The Beatles zich in en rond Cliveden House. Zo vond er een estafette-run plaats. Daarbij namen de bandleden het op tegen leden van de filmploeg. Elk van de vier teams bestond uit zes lopers, waarbij de (winnende) ploeg van The Beatles werd aangevuld met roadmanager Neil Aspinall en chauffeur Alf Bicknell. De run werd gefilmd met een 8mm-camera door één van de leden van de crew. Ik vraag me af of die opnames ooit in het publieke domein zijn verschenen. Hopelijk duiken ze ooit nog eens op. Het waren trouwens drukke dagen voor de jongens. 's Avonds stonden ze gewoon weer in Studio Two bij EMI om de nummers Dizzy Miss Lizzy en Bad Boy op te nemen. 


Cliveden House was trouwens vaker een filmlocatie. Ook voor Death On The Nile (1978), Scandal (1989), Chaplin (1992), Thunderbirds (2004), Mrs. Henderson Presents (2005),  en Made of Honour (2009) streken er filmploegen neer op de heuvel aan de Thames.


zaterdag 6 maart 2021

Harry Pinsker, de man die The Beatles voor de Taxman waarschuwde, is niet meer

Hij was er altijd, maar op de achtergrond. Harry Pinsker, de accountant van The Beatles. Vorige maand overleed hij, na een lang leven waarin hij slechts sporadisch sprak over zijn bemoeienis met het Beatlesimperium. Eigenlijk precies zoals het hoort volgens de beroepscode. Als accountant klap je niet uit de school over je cliënten. Of ze nu wereldberoemd zijn of niet. Voor mij was Pinsker een onbekend personage in het Beatlesverhaal, dus leek het me aardig eens wat te schrijven over de man die The Fab Four over hun miljoenen adviseerde.




Four scruffy boys
Harry Pinsker kwam al in 1962 in beeld om zich met de financiën van The Beatles te bemoeien. Op een goede dag bezocht Brian Epstein het Liverpoolse accountantskantoor Bryce Hanmer, dat ook een Londense divisie in de gelederen had. Dus besloot de senior manager de opdracht, de belangenbehartiging van vier jonge muzikanten, door te schuiven naar de afdeling in het Londense West End. Dat was de plek waar Harry Pinsker, destijds begin dertig, werkzaam was. In een interview met Economia Magazine uit 2017 herinnerde Pinsker zich dat hij The Beatles vooral "four scruffy boys" vond. Zijn eerste actie voor hen? Het registreren van de bedrijfsnaam Beatles Ltd. Later zou hij bedrijven en constructies bedenken als Lenmac, The Beatles & co en Apple (You Never Give Me Your Money - Peter Doggett). Allemaal om binnen de regels van de wet zo min mogelijk inkomsten naar de 'Taxman' te hoeven brengen. In 1967 besloeg de belastingaanslag van The Beatles omgerekend 56 miljoen euro. De accountant was er een meester in zoveel mogelijk kosten van The Beatles als zakelijk aan te merken.




Pinsker regelde met spoed een telefoonaansluiting
Toen Brian Epstein zijn jongens medio 1963 definitief naar Londen verhuisde, bleek dat najaar een wachtlijst van zes maanden voor de telefoonaansluiting in hun flats te zijn. Een onmogelijke situatie natuurlijk, als je net beroemd aan het worden bent (en bereikbaar moet zijn). Pinsker deed op dat moment een geheime audit bij de overheid en zat dicht bij het vuur. Hij belde de Britse GPO (General Post Office) met de boodschap dat de heren toch echt een telefoonaansluiting voor hun werk nodig hadden. Binnen een week was dat alsnog geregeld. Dat maakte Pinsker voor The Beatles en Brian Epstein ongetwijfeld tot iemand waarop ze konden bouwen.




Investeren in vastgoed & geen zaken doen met Coca Cola
Pinsker werd zodoende financieel vertrouwenspersoon van Epstein en The Beatles. Toen de naam, faam en financiën van de band groeiden, was het Pinsker die de jongens in 1964 liet weten dat ze 'technisch miljonairs' waren. Omgerekend naar huidige begrippen stond 1 miljoen pond van destijds gelijk aan zo'n 19 miljoen pond vandaag de dag. Pinsker gaf The Beatles het advies hun vermogen in vastgoed te stoppen. Zo attendeerde hij Paul zelfs persoonlijk op een makelaarsadvertentie van een boerderij in Campbeltown, Schotland, bij de Mull of Kintyre. Onder zijn invloed kochten The Beatles hun eerste huizen. Paul ook in Londen, de overigen op de 'Stockbroker Belt' ten zuiden van de Britse hoofdstad. Ook adviseerde Pinsker The Beatles om niet in te gaan op een aanbod van Coca Cola om muziek voor de marketingcampagne van het frisdrankmerk op te nemen. Belastingtechnisch zouden ze daar niets wijzer van worden. Met zijn advies om geld opzij te zetten voor de onvermijdelijke belastingaanslag inspireerde de accountant George Harrison ook nog eens tot het schrijven van het nummer Taxman.


Eén pond per week 
Harry Pinsker werd op 12 mei 1930 geboren in Oost-Londen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde het gezin in Norfolk en Cornwall, waar de intelligente Pinsker in aanmerking kwam voor een beurs van Truro College (nu: Truro & Penwith). Daar werd hij vanwege zijn Joodse afkomst geweigerd, waarna hij na een aantal omzwervingen uiteindelijk weer een opleiding in Londen kon volgen. Op zeventienjarige leeftijd reageerde hij op een vacature van Bryce Hanmer. Harry kon er voor één pond per week aan de slag. Waarschijnlijk als jongste bediende. Vanuit die positie werkte hij zich, door het volgen van avondonderwijs, op tot partner. Niet slecht. Die positie bekleedde hij al op dertigjarige leeftijd, het moment waarop The Beatles in zijn leven kwamen. Net als later Cilla Black, Gerry & The Pacemakers, maar ook bands als Cream en Yes.

Harry en Ana Pinsker



Pinsker keurde de albumhoes van Two Virgins af
Pinsker was iemand die The Beatles altijd met raad en daad bijstond. Zo stonden de jongens, al dan niet met vriendin of vrouw, regelmatig bij hem voor de deur voor een kop thee en een goed gesprek. Naar verluidt was zijn vrouw Ana niet bereid om McCartney's hond Martha in huis binnen te laten. Dat werd haar te gek. Hoe dan ook: wie beroemd is, heeft betrouwbare mensen nodig om zijn financiële belangen, soms ook voortkomend uit privé-sores, te behartigen. Zo adviseerde Pinsker in 1968 tijdens de scheidingsprocedure van John en Cynthia Lennon. Ongetwijfeld moet daarbij zijn hart zijn uitgegaan naar Johns eerste vrouw. De accountant was namelijk 'not amused' over de acties van John en diens nieuwe vriendin Yoko Ono. De op handen zijnde naaktcover van het album Two Virgins vond Pinsker het toonbeeld van slechte smaak. Dat liet hij de twee kunstenaars ook weten. Toen die besloten de plaat gewoon uit te brengen, vond Harry Pinsker dat zijn tijd er bij The Beatles wel opzat. 


Hare Krishna - Harry Pinsker
In zijn latere leven ontdekte het getallenwonder dat zijn oude cliënten zelfs nog één keer over hem hadden gezongen. In januari 1969, tijdens de repetities in het Get Back/Let It Be-project. Halverwege het ingezette Hare Krishna, werd de tekst door Paul McCartney veranderd in 'Harry Pinsker' (vanaf 1 minuut 36). De verlegen Pinsker was ontroerd door het gebaar. Hij overleed op 24 januari 2021. Harry Pinsker is 90 jaar geworden.




zaterdag 27 februari 2021

Over de houten klapdeuren van de Abbey Road Studio's (en de geest die ze 's nachts open duwde)

Soms komen er grappige en opmerkelijke Beatlesverhalen op je pad. Geen zaken van groot historisch belang, maar gebeurtenissen die toch ook weer bewijzen dat vrijwel elk detail rond The Beatles tegenwoordig interessant is. Of lijkt. Voor de pers, voor liefhebbers, onderzoekers, verzamelaars. Of voor mensen die er geld aan verdienen. Blog-lezer Rein Aardema attendeerde me onlangs op het verhaal van de klapdeuren van de Abbey Road Studio's. Te grappig om er geen blog aan te wagen deze week.





Twee klapdeuren naar de veiling
Begin februari meldde Apollo (The International Art Magazine) dat er een set bijzondere deuren ter veiling was aangeboden. Het ging ging om de twee klapdeuren die bezoekers van de Abbey Road Studio's jarenlang toegang tot de foyer verschaften. Wie tussen 1931 en 1988 het bordes bij de studio's beklom en de hoofdingang betrad, duwde vervolgens tegen deze interne klapdeuren om in de foyer van het complex te komen. 

De bewuste, originele deuren uit de Abbey Road-foyer



Beroemde achterwerken
Best makkelijk, twee van die klapdeuren, wanneer je gitaarkoffers, een cello of een versterker naar binnen moet dragen. Ik stelde me zo voor dat er in 57 jaar heel wat beroemde en minder beroemde handen, armen, schouders en achterwerken tegen die deuren moeten hebben geduwd om toegang te krijgen tot één van de beroemdste studiocomplexen ter wereld. Van Edgar Elgar tot Cliff Richard, van Pink Floyd tot Queen. Maar natuurlijk ook van de vele producers en geluidstechnici die deze beroemdheden tot hun volle recht lieten komen. Van George Martin tot Phil Spector, van Geoff Emerick tot Alan Parsons.



Historische waarde
Natuurlijk noemde ik nog een paar namen niet. Die van The Fab Four. Alles dat The Beatles ooit aanraakten, lijkt extra (historische) waarde te krijgen. Ook zij passeerden het halletje met de klapdeuren vele malen. Op weg naar de zoveelste sessie, of na een lange nacht doorwerken juist en route naar huis. De deuren hingen er tijdens hun hele carrière, want werden pas in 1988 vervangen tijdens een interne verbouwing van het complex. Volgens het artikel kocht iemand uit het EMI Management ze. Zou dat om sentimentele of financiële redenen geweest zijn? Je vraagt je altijd af hoe en waarom dit soort stukken uiteindelijk bij een veilinghuis belanden. Voor deze deuren is dat overigens al de tweede keer: in 2002 werden ze geveild door Bonham's.

Ken Townsend (rechts) met John Lennon en George Martin



Brandweervoorschriften
Over de vraag of de deuren authentiek zijn, hoeft niemand te twijfelen. Ze werden aangeboden met een document waarin oud-studiotechnicus Ken Townsend, die 45 jaar aan de studio's verbonden was en uiteindelijk ook in het management belandde, verklaart dat het om de échte houten deuren gaat. Zou hij ze zelf van de hand doen? Ook legt Townsend uit dat de ruiten in de mooie houten deuren in de jaren zestig al vervangen werden. Om twee zeer uiteenlopende redenen. Waarschijnlijk voldeden ze niet langer aan de brandweervoorschriften van het gebouw. 


De witte dame van het studiocomplex
Maar er speelde ook nog iets anders. De nachtportiers beweerden in die tijd dat ze vaak oog in oog stonden met een geest die rondwaarde in het complex: een dame met een wit gewaad, die de deuren zelf opende en vervolgens langs hen heen zweefde. Op verzoek van de nachtportiers zou het melkwitte glas vervangen zijn door helder glas. Om de bewakers de kans te geven op tijd weg te vluchten wanneer deze bovennatuurlijke dame weer in aantocht was. Er liggen natuurlijk allerlei grappen op de loer. Over Yoko Ono, of over het gebruik van geestverruimde middelen. Maar die zul je mij niet horen maken. Je weet immers maar nooit. Nothing is real....



De deuren werden deze week via Ewbank's, een veilinghuis ten zuidwesten van Londen, aangeboden. De verwachte opbrengst was 2000 tot 4000 pond. Uiteindelijk verwisselden de deuren voor een bedrag van 14.000 pond van eigenaar. 



zaterdag 20 februari 2021

Over de enige bekende foto van John Lennon en zijn moeder Julia, gemaakt in de zomer van 1949

Wat is het jammer dat er, voor zover mij bekend, maar één foto is waarop John Lennon met zijn geliefde moeder Julia te zien is. Vroeger was het maken van foto's in veel families geen alledaagse kost. Aangezien John het grootste deel van zijn jeugd niet bij zijn moeder woonde, waren er wellicht weinig momenten waarop de twee samen op de gevoelige plaat konden worden vastgelegd. Gelukkig hebben we de prachtige foto die in de zomer van 1949 van John en Julia gemaakt werd. Daarover wil ik deze week graag iets schrijven.




Niet in de achtertuin van Mimi
Lang dacht ik dat John (8) en Julia (35) in de zomer van 1949 gefotografeerd waren in de achtertuin van Mendips, het huis aan Menlove Avenue waar John bij zijn tante Mimi en oom George opgroeide. Hoewel de gevel, die achter moeder en zoon te zien is, niet op die van Mendips lijkt, nam ik aan dat we als kijker een naastgelegen woning zagen. Dat klopt niet. De foto van John en Julia werd ergens anders gemaakt. Namelijk op Ardmore, gelegen aan Old Chester Road 486 in Birkenhead. Hemelsbreed is dat een kleine 10 kilometer ten westen van Mendips, aan de overkant van de Mersey.




Aunt Nanny woonde op Ardmore
Ardmore was het huis van Johns tante Anne (1911-1988), die in de familie bekend stond als Aunt Nanny. Anne was de middelste van de vijf kinderen uit het gezin Stanley, die overigens allemaal met een liefdevolle bijnaam door het leven gingen. Zo stond oudste dochter Mary bekend als de legendarisch geworden Aunt Mimi, gevolgd door Elizabeth die Mater genoemd werd. Daarna volgde Anne als Nanny. Julia werd vaak Judy genoemd en jongste telg Harriet was Harrie voor intimi. Mater woonde aanvankelijk met haar man Charles en zoon Stanley Parkes op Ardmore, maar verkocht de woning aan haar jongere zus Nanny die er na haar huwelijk met Sidney Cadwallader ging wonen. De flinke tuin bij het huis was waarschijnlijk een prettige plek voor de Stanleys om in de zomer bijeen te komen.


John met zijn neven, nicht en halfzus
De tuin van Ardmore was in ieder geval de plek waar op een zomerse dag de camera rondging. Op onderstaande foto zien we, van links naar rechts Aunt Harries kinderen David Birch (3) en zijn oudere zus Liela (10) met Aunt Nanny's zoon Michael Cadwallader (ongeveer 18 maanden) op schoot. Twee neven en een nicht van John (8) die zelf rechts van zijn halfzusje Julia (2,5) zit. 


Op een tweede foto kijken de kinderen niet allemaal in de camera:



Een derde foto laat de neven en nichten vanuit een andere hoek en in een andere opstelling zien:



Vermoedelijk werd diezelfde dag ook onderstaande foto van Johns tantes en oom gemaakt. Links zien we Aunt Harrie met haar man Norman. Recht zit Aunt Nanny, die het huis bewoonde.



Nichtje Liela (links) poseert ook nog met de drie zussen Harrie, Judy (Julia) en Nanny.


In mijn boek The Beatles Unseen (Mark Hayward) vond ik ook nog een foto die waarschijnlijk die dag werd gemaakt van de oudste zus Mary, ofwel Aunt Mimi. Op dat moment was Mimi 43 jaar oud en zorgde ze al drie jaar voor haar neefje John.



Onder de oksels
De foto's werden overigens allemaal gemaakt in de voormalige voortuin van het huis. Wie nu een kijkje bij Ardmore gaat nemen, ziet vanaf de straatzijde niet de mooie gevel met de erker. Inmiddels is de indeling van het perceel veranderd, waardoor we in de achtertuin moeten staan om hetzelfde gezichtspunt als de fotograaf te krijgen. Die fotograaf, vermoedelijk één van Johns ooms of tantes, ziet in de zomer van 1949 de jonge John Lennon en zijn moeder door de lens. De twee poseren vrolijk. Julia is overduidelijk zwanger van haar inmiddels vierde kind (Jackie). Ze pakt haar zoon onder zijn oksels, kietelt hem en de fotograaf drukt af. Een afbeelding uit duizenden.



zaterdag 13 februari 2021

Hoe The Beatles zestig jaar geleden The Cavern tot hun thuishonk maakten (en er 292 keer speelden)

Afgelopen week werd ik gebeld door de redactie van het NPO Radio 1-programma De Nieuws BV. Het was op 9 februari precies zestig jaar geleden dat The Beatles voor het eerst (als The Beatles) in The Cavern optraden. Of ik daar kort iets over wilde vertellen in de uitzending. "Oh ja? Ik had me dat helemaal niet gerealiseerd," was mijn reactie. Er zijn natuurlijk zoveel data en jubilea die inmiddels vijftig of zestig jaar naar dato de revue passeren. En aangezien de carrière van The Beatles vele mijlpalen kent, kun je bijna elke dag wel zo'n jubileum vieren. Maar ik werkte graag mee. Wat mij betreft kunnen er niet vaak genoeg leuke of bijzondere verhalen over The Beatles verteld worden.





Grote en kleine verhalen
Het aardige van zo'n interview is: je moet je toch even goed voorbereiden. Geen gekke dingen zeggen. En dus op microniveau in de gebeurtenissen op of rond zo'n datum duiken. Wat gebeurde er precies? Waar stonden The Beatles op dat moment in hun levens? In mijn geval vind ik het ook altijd aardig om het verhaal klein en persoonlijk te maken. Dus opperde ik dat het misschien leuk was om dat "grote jubileum" van The Beatles in The Cavern te koppelen aan de persoonlijke herinneringen van één van de eerste meisjes die hen in de muziekkelder zagen optreden: Maggie (Margaret) Price. Daar kwamen we tijdens het korte interview ook nog even over te spreken.



Een groentemagazijn
Wat grappig eigenlijk dat The Cavern in 1957 werd opgericht als jazzclub. Alan Sytner vond een gewelvenkelder in Liverpool, die gebruikt werd voor de opslag van groente en fruit. Geïnspireerd door de Parijse jazzscene, wilde hij er zijn eigen jazzkelder van maken. Het was trouwens als zijn derde club in Liverpool. Met de naamgeving van zijn honk liet Sytner zich inspireren door de Parijse Le Caveau de la Huchette in het Quartier Latin. Een plek waar de groten der aarden speelden: Count Basie, Lionel Hampton. Een podium, wat stoelen, een garderobe, een bar... veel meer was er in Liverpool niet nodig om het groentemagazijn aan Mathew Street in Liverpool tot een muziekclub te maken. The Cavern was ook een échte club: op vertoon van je lidmaatschap kon je er naar binnen. Achttien treden af naar een donkere, wat vochtige ruimte, waar de muziek ongetwijfeld keihard tegen de stenen gewelven knalde.




Van skiffle naar rock 'n' roll
Mooi eigenlijk, hoe het profiel van The Cavern van jazz, via de crossover-muziekstijl skiffle (folk, blues, jazz) langzaam maar zeker veranderde in "rock 'n' roll". Toen The Quarrymen er in augustus 1957 hun eerste optreden kregen, speelde deze oer-Beatlesformatie er ook de populaire skiffle-muziek van die tijd. Nigel Walley, op theekistbas, was de linking pin geweest om het optreden via familiecontacten met Alan Sytner geboekt te krijgen. De opkomst van rock 'n' roll was niet te stuiten. Net als John Lennon, die het lef had om tijdens het optreden van The Quarrymen in The Cavern, toch af te tellen voor een nummer van Elvis Presley. Daarmee overtrad hij de regels van Sytner. De jongens hoefden het eerstvolgende jaar niet meer optredens te rekenen.

Alan (Néé, géén rock 'n'r roll) Sytner



Nieuwe impuls
Toen Alan Sytner zijn club aan Ray McFall verkocht en zelf naar Londen vertrok, ontstond er in 1959 meer lucht in de programmering. Al snel introduceerde McFall de zogenaamde Beat Nights, waarmee hij nieuwe artiesten en ongetwijfeld een nieuw publiek naar zijn kelder lokte. Met de komst van dj en promotor Bob Wooler, die zich actief met de lunchtime sessions in de club ging bemoeien, werd The Cavern langzaam maar zeker een plek waar de Merseybeat op doordeweekse dagen bereikbaar werd voor jongeren die om de hoek werkten. Om 12 uur trokken ze hun jas aan en spoedden ze zich naar Mathew Street. 





Maggie rende naar The Cavern
Zo ook de 15-jarige Maggie Price, die tot de eerste groep meisjes (Cavernites) hoorde. Zij en haar vrienden genoten in hun middagpauze van The Beatles, die inmiddels zeer frequent door Bob Wooler voor de sessies geboekt werden. Dat had ook een praktische reden: de band was vaak al bezet tijdens de Beat Nights op de woensdagavonden. Hoewel The Beatles ook wel avondoptredens in The Cavern deden, waren de lunchtime sessies toch anders, denk ik. Wellicht trokken de jongens er een ander publiek mee: jongere tieners, mensen die in de binnenstad werkten. Voor de jonge Maggie waren The Beatles in ieder geval heel bereikbaar, wanneer ze in haar middagpauze van Woolworths in 284 stappen naar de trap van The Cavern rende. Maggie sprak ik een paar jaar geleden in Liverpool, waarna ik haar verhaal optekende.





Historische beelden
Voor The Beatles was The Cavern een springplank. Net als hun concertreeksen in Hamburg. Door de grote hoeveelheid beschikbare optredens maakte de band in korte tijd een groot aantal vlieguren, zoals Yorick van Norden afgelopen week ook op Radio 1 vertelde. Elke band die intensief optreedt, wordt beter, strakker en professioneler. Dat gold ook zeker voor The Beatles. Stuart Sutcliffe bleef uiteindelijk achter in Hamburg, Brian Epstein nam de jongens onder hun hoede, Pete Best werd vervangen door Ringo Starr en eigenlijk was de band er hélemaal klaar voor toen de crew van Granada Television op woensdag 22 augustus 1962 filmopnamen van The Beatles in The Cavern kwam maken. 




Een tijd die je mee had willen maken
De inmiddels historische beelden blijven geweldig om te zien. Ze doen je verlangen naar een tijd die je had mee willen maken. Dat appte later ook Natasja Gibbs, presentator van De Nieuws BV aan haar redacteur, begreep ik. We waren in het gesprek even helemaal in The Cavern. 

Wil je het gesprek terugkijken? Klik dan op deze link en druk op de blauw/witte afspeelknop.





zaterdag 6 februari 2021

Over de Fender Rosewood Telecaster-gitaar van George Harrison en de Italiaanse missie van Jac Bico van The Analogues

Onlangs genoot ik van de documentaire die filmmaker Marcel de Vré over het Abbey Road-project van The Analogues maakte. Ik zag hoe de band zich voorbereidde op de drie concerten die op 30 juni 2019 in de Londense Abbey Road-studio's plaats zouden vinden. Het uitzoeken van de arrangementen, het verdelen van de stemmen, het repeteren en... het verzamelen van de juiste instrumenten. Nog los van de hele logistieke operatie om het Abbey Road-album ter plekke te kunnen spelen en op te nemen, waren het allemaal puzzelstukken die eind juni 2019 op tijd in elkaar moesten passen. Eén daarvan was de zoektocht naar een speciale gitaar, die niet mocht ontbreken bij de sessies: de Fender Rosewood Telecaster van George Harrison.



Op maat gemaakt voor George Harrison
Wat een prachtig instrument. Eigenlijk ben ik niet zo'n Fender-fan, maar het model dat in december 1968 door een koerier bij het Apple-kantoor op Savile Row werd bezorgd, is beslist een beauty te noemen. Een gitaar met een bijzonder verhaal. Het instrument werd op maat gemaakt voor George Harrison. Niet op bestelling, maar als cadeau. Het kwam vaker voor dat The Beatles instrumenten aangeboden kregen, als slimme zet om nieuwe modellen of series onder de aandacht van het publiek te brengen en zodoende qua verkoop een impuls te geven. Sowieso waren de gitaren die The Beatles gebruikten enorm populair. Toen George Harrison in februari 1964 met zijn Gretsch op de Amerikaanse televisie verscheen, kon de familie Gretsch de vraag naar hun gitaren niet meer aan en steeg de omzet van het bedrijf in één klap met 25 procent.


De lobby van Fender

Het was dus interessant en eervol om als gitaarmerk een instrument aan een Beatle te kunnen leveren. Daar ging in dit geval nog wel een stevige lobby aan vooraf. Het zinde de firma Fender niet dat The Beatles nauwelijks (publiekelijk) gebruik maakten van hun instrumenten. Salesmanager Don Randall deed Brian Epstein al eens een aanbod om The Beatles 'aan de Fender' te krijgen, maar die missie mislukte. In de zomer van 1968 deed Randall een nieuwe poging om zijn merk aan de Fab Four te slijten. Randall kreeg Paul McCartney en John Lennon te spreken, ten kantore bij Apple in Londen. Volgens de salesmanager was met name McCartney een goed gesprekspartner. Dit keer lukte het wel om The Beatles te interesseren voor zijn merk. Randall mocht een Fender VI six-string bass leveren, een aantal Fender Rhodes piano's, een jazzbass, een aantal versterkers waaronder een PA-systeem en een Fender telecaster voor George Harrison.


De telecaster voor Harrison, de stratocaster voor Hendrix
Wat zal Randall in z'n nopjes geweest zijn, in het vliegtuig terug naar de VS. In Californië kreeg 
Phillip Kubicki van de research- en developmentafdeling de opdracht om twee nieuwe Fender-modellen te ontwikkelen. Eentje als telecaster en eentje als stratocaster. Kubicki werkte sinds 1964 voor Fender, in zijn eerste jaren opereerde hij onder het toeziend oog van Roger Rossmeisl, die eerder onder de paraplu van de firma Rickenbacker de modellen ontwierp die John Lennon en George Harrison gebruikten. De nieuwe telecaster en stratocaster moesten een speciaal design krijgen, waarmee de firma zich goed in de kijker kon spelen. De telecaster was voor George Harrison, de stratocaster zou naar Jimi Hendrix gaan.

Twee prototypes per model
Phillip Kubicki kreeg de plannen in het najaar van 1968 van zijn leermeester Rossmeisl te horen. Om op safe te spelen, zouden er van beide modellen twee prototypes gemaakt worden. De exemplaren die het beste uitpakten, waren bestemd voor Harrison en Hendrix. Het bijzondere van de modellen was dat niet alleen de bovenkant, maar ook de onderkant belegd was met palissanderhout. Dat maakte de gitaren niet alleen zeer luxe, maar ook bijzonder zwaar. In Beatles Gear (Andy Babiuk) las ik hoe Kubicki uitlegde dat hij vele uren besteedde aan het schuren, lakken en poetsen van de bodies van de instrumenten, een proces dat hij tot in perfectie wilde uitvoeren. 



Op tijd voor het volgende Beatlesalbum
Tijdens het maakproces kreeg de gitaarbouwer de opdracht om prioriteit te geven aan George Harrisons telecaster, zodat de gitaar een kans maakte op het eerstvolgende Beatlesalbum, dat het pas uitgekomen White Album zou opvolgen, gebruikt kon worden. Toen supervisor Rossmeisl tevreden was en de gitaar ook in technisch opzicht alle tests had doorstaan, kon het instrument, veilig verpakt in een stevige gitaarkoffer op reis. In de documentaire over The Analogues zag ik een mooie parallel. Gitarist Jac Bico vloog in het voorjaar van 2019 naar het Italiaanse Bari waar hij een soortgelijke Rosewood Telecaster bij een handelaar ging bekijken. Hoewel het instrument nieuwe fretten nodig had, werd het door Bico goedgekeurd. Vervolgens zag ik hoe Jac met het instrument, waarvoor een aparte vliegtuigstoel geboekt was, veilig naast zich terug naar Nederland vloog. 


De Hendrix-strat bereikte Jimi niet
Dat was precies de manier waarop de oorspronkelijke telecaster in december 1968 door een koerier van Californië naar Londen werd gevlogen. Daarna wachtte de bouwer in spanning af of Harrison de gitaar daadwerkelijk zou omhangen en bespelen. Dat gebeurde. Kubicki sprong bijna uit zijn stoel van blijdschap toen hij medio 1970 de film Let It Be zag. George Harrison bespeelde daarin het door hem gebouwde instrument. Ondertussen had Kubicki ook de stratocaster voor Jimi Hendrix in april 1970 afgemaakt. Dat protoype werd echter nooit naar Hendrix gebracht. Jimi overleed datzelfde jaar. De bouwer, die een indrukwekkende carrière kreeg en zelf in 2013 overleed, wist niet wat er uiteindelijk met de Hendrix-gitaar gebeurde. Misschien bevindt het instrument zich nog steeds in de Fender-schatkamers. 

Phillip Kubicki

Op een aparte vliegtuigstoel
Fender nam het telecastermodel van George Harrison wel in productie. De gitaar was enkele jaren te koop, maar werd nooit een publiekslieveling. Wellicht doordat hij relatief zwaar was. Ik hoorde Jac Bico vertellen dat er destijds ongeveer 400 van gemaakt werden. George Harrison gaf zijn telecaster in de loop van 1969 aan Delaney Bramlett van de band Delaney & Bonnie, waarmee hij korte tijd door Europa tourde. Delaney had de gitaar lang in zijn bezit, maar verkocht hem in 2003 op een veiling, twee jaar na het overlijden van Harrison. De gitaar leverde 434.750 dollar op. Dat bedrag werd, via een intermediair, neergelegd door Olivia Harrison, de weduwe van George. Daarmee kwam het instrument weer in het bezit van de Harrison Estate. Ik ga er vanuit dat het model van The Analogues ook één van die eerste limited edition telecasters is. Wat geweldig dat Jac Bico de gitaar ook op een aparte vliegtuigstoel van Italië naar Nederland vloog. Precies zoals de telecaster van George destijds naar Engeland kwam. Pure romantiek. Hoe mooi wil je het hebben?


Een eigen vliegtuigstoel voor de telecaster



Jac Bico