Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

vrijdag 20 maart 2026

In het boek The Velvet Mafia lees je hoe John Lennon met zijn auto inreed op Brian Epstein

Wat hebben Brian Epstein, Larry Parnes, Joe Meek, Lionel Bart en Robert Stigwood gemeen? Dat we ze kunnen rekenen tot de zogenaamde Velvet Mafia. Een netwerk van invloedrijke, homoseksuele en veelal joodse mannen; managers en impresario's, in de Britse entertainmentwereld van de vorige eeuw. Een groep vakgenoten die op zichzelf niet afwijkt van elk heteroseksueel 'old boys network' dat we nog steeds kennen, echter...hun homoseksuele geaardheid maakte deze heren tot een kwestbare en maatschappelijk gezien gemarginaliseerde groep. Ondanks de lastige positie van waaruit zij hun dromen en ambities wilden waarmaken, lukte het hen om succesvolle ondernemers te zijn. Zonder hen had de Britse entertainmentindustrie er waarschijnlijk heel anders uitgezien. Denk alleen al aan wat er van The Beatles terecht zou zijn gekomen, als Brian Epstein er niet was geweest. 



Belangrijke motor
De levens van deze mannen zijn uiterst vakkundig in kaart gebracht en geweldig goed omschreven in The Velvet Mafia: The Gay Men Who Ran The Swinging Sixties. Auteur Daryl Bullock, gespecialiseerd in LGBTQ+ onderwerpen binnen het domein van de muziek- en kunstgeschiedenis, deed uitgebreid onderzoek naar deze vijf mannen en het bredere netwerk waarin zij zich medio twintigste eeuw voortbewogen. Dat resulteerde in een doorwrochte geschiedschrijving van een subcultuur die voor veel mensen op het eerste gezicht als 'niche' kan voelen, maar zich al snel openbaart als een belangrijke motor achter de Britse entertainment-industrie. Auteur Daryl Bullock was zelf een onderzoeker en schrijver van formaat. Hij overleed nog maar pas geleden, op 23 december 2025, 60 jaar oud. Naast The Velvet Mafia publiceerde hij boeken over queer-personen in de blueswereld, LGBT-activisme in de enterainmentwereld en nog een aantal aanverwante werken over het onderwerp. Zijn werk werd bekroond met de Penderyn Prize en deze maand verschijnt, posthuum, Love and Fury: The Extroardinary Life, Death and Legacy of Joe Meek.


Joe Meek



Larry Parnes als schakel
Daryl Bullock was zelf groot Beatlesliefhebber en wilde altijd al een boek schrijven over zijn favoriete band. Maar omdat er van The Beatles al zoveel aspecten belicht waren, zocht hij naar een originele invalshoek. Dat bracht hem op het idee voor The Velvet Mafia. Bullock startte zijn zoektocht bij Larry Parnes (1929-1989). Feitelijk was Parnes zo'n beetje de eerste grote manager in de Britse pop-scène, van vroege sterren als Tommy Steele en Marty Wilde (de vader van zangeres Kim). Daarna contracteerde hij artiesten als Billy Fury, Johnny Gentle, Georgie Fame en Joe Brown. Via Tommy Steele kwam Parnes in contact met componist Lionel Bart (1930-1999), die veel composities-op-bestelling leverde voor de pop- en musicalwereld. Het nummer Living Doll en de volledige musical Oliver waren van zijn hand. Het was met name Larry Parnes, als centrale figuur, die de schakel vormde tussen Brian Epstein, de innovatieve producer en componist Joe Meek (1929-1967) en Lionel Bart. Later verscheen impresario en filmproducent Robert Stigwood (1934-2016) ten tonele. Hij had zich vanuit Australië in 1955 in Londen gevestigd. Joseph (Sir Joe) Lockwood staat weliswaar niet op de cover van het boek, maar ook de EMI-baas speelde een rol in The Velvet Mafia. Zijn naam kennen we natuurlijk uit het Beatlesverhaal.

 

Auteur Daryl Bullock

The British Impresario's Guild
Hoewel het de leden van The Velvet Mafia zakelijk voor de wind ging, leidden zij vaak roerige privélevens. Omdat homoseksualiteit in Groot-Brittannië tot in 1967 strafbaar was, moesten zij een deel van hun leven verborgen houden. Dat zorgde voor afwijzing, eenzaamheid en soms risicovolle ontmoetingen. Chantage, mishandeling of het overtreden van de wet... er was altijd een vorm van dreiging op de achtergrond aanwezig. We kennen de verhalen van Brian Epstein en de tragische manier waarop hij uiteindelijk de grip op zijn (zakelijke) leven kwijtraakte. Al voordat Brian stierf aan een overdosis, had Joe Meek zichzelf, in februari 1967 van het leven beroofd, na een ruzie met zijn hospita die hij eerst had doodgeschoten. Niet voor alle leden van The Velvet Mafia was hun succes een garantie voor levensgeluk. Ondanks de onderlinge concurrentie was er toch ook veel samenwerking. De mannen hadden elkaar én het grotere Britse muzieknetwerk nodig om succesvol te worden en te blijven. Dat blijkt ook uit een mooie foto die ik aantrof in het boek, genomen in oktober 1964. Daarop zijn onder andere Larry Parnes, Don Arden en Tito Burns te zien, die zich rond de eettafel van Larry Parnes scharen en een gezamenlijk contract tekenen waarmee ze The British Impresario's Guild oprichten. 
 

Brian Epstein



Het regent connecties
Omdat de auteur zijn huiswerk zó goed heeft gedaan, regent het namen en connecties. Zo veel, dat het me af en toe duizelt. Maar dat is eigenlijk het enige dat ik op dit interessante boek aan te merken heb. Maar het is ontzettend goed en meeslepend geschreven en doet je beseffen hoe juist deze mannen, vanuit hun kwetsbare 'underdog-positie' verantwoordelijk waren voor grote veranderingen in de Britse popcultuur. Denk daarbij ook aan Joe Flannery, over wie ik eerder schreef. En ja, vrouwen waren er ook. Bijvoorbeeld Vicki Wickham, de manager van Dusty Springfield, onderdeel van datzelfde gay network in Londen. In ieder geval komt het leven van Brian Epstein en zijn geschiedenis met The Beatles en z'n andere acts prominent aan bod. Belangrijk voor ons, als Beatlesfans. 



Een ruzie met Lennon
In The Velvet Mafia las ik daarover regelmatig dingen die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat Brian Epstein kort voor zijn dood een aanvaring had met John Lennon. Zo verklaarde Clive Kelly, die Brian ooit in 1958 ontmoette in een gay club in Blackpool en later regelmatig optrad als zijn bodyguard, dat hij de Beatlesmanager kort voor zijn dood sprak. Epstein belde hem op, met de vraag om naar zijn woning aan het Londense Chapel Street te komen. Daar trof Kelly hem gehavend aan: bont en blauw, met een aantal kleine snijwonden. Eerder die dag had Lennon Epstein gebeld, met de vraag of Brian voor een zakelijke bespreking naar Weybridge wilde komen. Toen Brian geen gehoor kreeg aan het hek, parkeerde hij zijn auto op straat en liep hij zelf de oprijlaan op. De ontmoeting met Lennon eindigde met een woordenwisseling, waarna John Brian de deur wees, maar daarbij ook nog eens in zijn auto sprong en op hem inreed, om hem zo snel mogelijk te verjagen. Wellicht speelden drugs een rol. Het voorval raakte Epstein in ieder geval diep, zowel fysiek als mentaal. Die nacht bleef Clive Kelly bij Brian slapen, om hem een gevoel van veiligheid te geven. De bodyguard herinnert zich hoe Epstein vanuit zijn bed wees naar een aantal ingelijste foto's van de Queen's Guards, met de woorden: "Zij zullen me wel beschermen tegen John." Ik vond dat een even tragisch als fascinerend detail over de doorgaans zo goede verstandhouding tussen Lennon en Epstein. Wanneer je vervolgens weer uitzoomt, zet The Velvet Mafia het leven van Brian Epstein in een fascinerend perspectief, dat beslist het nodige toevoegt aan de geschiedschrijving rond The Beatles.


The Velvet Mafia: The Gay Men Who Ran the Swinging Sixties / Darryl W. Bullock, 304  pagina's, verscheen bij Omnibus Press op 4 februari 2021. In de podcast 'Beatles Books' kun je luisteren naar een interview met de auteur

 

zaterdag 28 februari 2026

De wedergeboorte van Paul McCartney na The Beatles: de documentaire en... het stripboek

Velen van jullie zagen afgelopen week de nieuwe McCartney-documentaire Man On The Run in de Nederlandse filmhuizen en bioscopen: een portret van Paul McCartney en zijn gezin, met beelden en verhalen uit de periode na het uiteenvallen van The Beatles. Omdat de documentaire slechts zeer beperkt op het witte doek te zien was, lukte het mij zelf niet om te gaan. Maar ik genoot van jullie recensies, verslagen en reflecties op dit portet. Inmiddels is Man On The Run ook verschenen bij Amazon Prime. 




Geen nieuwe inzichten, wel feelgood
Uit diverse blogs en andere verslagen begrijp ik dat de documentaire geen echte nieuwe inzichten biedt, maar vooral ontroert door de prachtige privébeelden die de McCartneys van hun leven buiten de spotlights maakten. In Londen en vooral ook op het platteland van Schotland. Totale feelgood, al maakte McCartney na het uiteengaan van The Beatles natuurlijk ook donkere maanden door. Maanden waarin hij de whiskyfles te vaak aan zijn mond zette. Het was Linda die hem, in de Schotse natuur, weer met beide benen op de grond zette.

 



De strip van Hervé Bourhis

Grappig genoeg las ik vorige week wél het stripboek Paul: de wederopstanding van James Paul McCartney (1969-1973), van de Franse tekenaar Hervé Bourhis. Het lag al een tijdje op me te wachten, omdat ik het eind vorig jaar al voor m'n verjaardag kreeg. Maar voor zo'n pareltje moet je écht even goed de tijd nemen. Al eerder, in mei 2024, schreef ik trouwens over het werk van striptekenaar Hervé Bourhis. Want ook zijn boek Terug naar Liverpool, dat hij uitbracht met Julien Solé, vond ik erg mooi en kundig gemaakt. 



Kenners-feitjes

In Paul geeft Bourhis een visuele, ietwat poëtische interpretatie van McCartney's leven in de eerste vijf jaren na het uiteengaan van The Beatles. In ruim 80 pagina's laat de kunstenaar ons een kijkje nemen in het hoofd van McCartney. Natuurlijk is het allemaal interpretatie, maar Bourhis is een Beatlesliefhebber én -kenner pur sang. Hij baseert zijn strips op goed bronnenonderzoek en brengt daarbij graag de zogenaamde 'kenners-feitjes' naar voren. Zijn verhalen zijn nooit echt cliché, en doorspekt van humoristische twists. Zo neemt de tekenaar in het verhaal een aanloopje op het uiteenvallen van The Beatles door te schrijven over de opgedoken audio-opname van 8 september 1969. Daarop zijn John, Paul en George te horen, terwijl ze vergaderen over de toekomst van de band. Omdat Ringo afwezig is, krijgt die de opname later toegespeeld. Een sensationele ontdekking destijds, waarover Beatles-autoriteit Mark Lewisohn voor het eerst vertelde in zijn theatercollege Hornsey Road.

De bewuste scène. Ik las het boek overigens in het Nederlands.



Losse tekenstijl
Het zijn precies dit soort verhalen die de boeken van Hervé Bourhis voor de goed ingevoerde Beatlesliefhebbern zo genietbaar maken. Het zijn de details die het 'm doen. In Paul zien we vervolgens hoe Ringo met de bekende brief bij Paul thuis verschijnt. In die brief krijgt Paul het verzoek van de overige drie Beatles om de release van zijn solo-album uit te stellen, ten gunste van het Let It Be-album. Daarna lezen we hoe Paul en John elkaar bestoken in venijnige nummers, hun ruzies weer bijleggen en elkaar tijdens John's Lost Weekend intensiever spreken. Ondertussen groeit het gezin van McCartney en klimt Paul mentaal uit een dal van onzekerheid. De losse tekenstijl en kleurrijke illustraties, vaak op A4-formaat, nemen je in razend tempo mee door de eerste helft van de jaren 70. Anders dan de titel doet vermoeden, laat Bourhis Paul los wanneer hij in 1976 met Wings weer commercieel aan de top staat.



Herwonnen autonomie
Hoewel de meeste aandacht deze dagen uitgaat naar de documentaire Man On The Run, is juist dit stripboek een ontzettend leuke en kwalitatieve aanvulling op het verhaal van de wederopstanding van McCartney. Samen vormen Man On The Run en Paul een gelaagd portret van McCartney's eerste stappen na het uiteengaan The Beatles. Een tijd van twijfel en het moeten herwinnen van zelfvertrouwen. Misschien vind ik juist daarom die eerste jaren in de seventies wel de meest interessante periode uit McCartney's leven. In privé en professioneel opzicht.

Leuk voor in elke Bealtesverzameling!

zaterdag 1 november 2025

Vriendschap zit evenwichtige Yoko Ono-biografie van David Sheff in de weg

Maarliefst 92 jaar oud is Yoko Ono inmiddels. Al enige tijd geleden heeft ze haar appartement in het Dakota Building in New York City achter zich gelaten en brengt ze haar laatste jaren door in een buitenhuis in Upstate New York. Daar wordt ze permanent verzorgd, terwijl ze ongetwijfeld terugkijkt op een lang, productief maar ook bewogen leven. Over dat leven kunnen we volop lezen in het onlangs verschenen boek 'Yoko: a biography' door David Sheff. Het maakte me nieuwsgierig, alleen al door de prachtig vormgegeven cover, dus kocht ik het boek en dook ik er in.  


Vertrouwensband
De Amerikaanse journalist David Sheff en auteur ontmoette John Lennon en Yoko Ono in de nazomer van 1980, toen hij een tijdje intensief met ze optrok voor een aantal interviews in opdracht van Playboy Magazine. De destijds 24-jarige Sheff was één van de laatste journalisten die uitgebreid toegang kreeg tot het koppel, voordat John in december 1980 werd doodgeschoten. Opmerkelijk genoeg sprak Sheff gedurende drie weken bijna dagelijks met John en Yoko. Dat deed hij in hun appartement in The Dakota, maar ook in Central Park, in het café en in de studio waar aan nieuwe muziek gewerkt werd. Terwijl de taperecorder van de jonge journalist overuren maakte, bouwde hij een vertrouwensband op met John en Yoko. Maar toen de inkt van het grote interview in de 6 december-editie van Playboy Magazine amper droog was, zetten de dramatische gebeurtenissen van twee dagen later de gesprekken in een nieuw perspectief. David Sheff maakte de nasleep van de moord van nabij mee en zou jarenlang bevriend blijven met Yoko en zoon Sean. 



Pantoffels en badjassen
Hoewel David Sheff en Yoko Ono elkaar inmiddels niet meer spreken, bleef de auteur gefascineerd door haar leven en kunstenaarschap. En dus besloot hij Ono's levensverhaal en carrière te onderzoeken, met als doel een biografie over haar te schrijven. Toch is juist die oude vriendschap een ongemakkelijke factor in dit geheel. Want hoeveel afstand heb je als journalist tot je hoofdpersoon, als je ook jarenlang samen privé bent opgetrokken? Ook Sheff voelt dat ongemak en begint er direct over, in het eerste hoofdstuk van zijn boek. Daarin belooft hij de lezer met voldoende afstand een uitgebalanceerd beeld van Yoko te schetsen. Dat hij het ongemak zelf opvoert, is sympathiek te noemen. Of hij zijn belofte heeft waargemaakt, daar twijfel ik na het lezen van deze biografie, met hagiografische trekjes, wel aan. Zelfs nu ik, meegenomen door een inmiddels gekanteld narratief over Yoko Ono, met een veel mildere, bredere en begripvollere blik kan kijken naar wie zij eigenlijk was. Naar mijn smaak wil Sheff net iets te vaak en nadrukkelijk mogelijke misverstanden over Ono rechtzetten. Neem als voorbeeld het verhaal over de pantoffels bij de slaapkamerdeur en de badjassen die John en Yoko droegen, op die ochtend in 1968 waarop Cynthia Lennon het stel in haar woning aantrof. Niets van waar, aldus Sheff. Mijn gedachte daarbij: is het belangrijk? 

David Sheff met Yoko en John


Anonieme roadtrip
Plezieriger en belangwekkender zijn vooral de hoofdstukken over Yoko's jonge jaren. Haar indrukwekkende jeugd in Japan, haar zoektocht naar persoonlijke vrijheid en de invloed van haar jeugdtrauma's (oorlog, honger, armoede) op haar kunstenaarschap. Wie ontdekt wat Yoko doormaakte en hoe zij zich dapper bewoog in de voorhoede van de kunstenaarswereld in New York City, wil niet stoppen met lezen. Tot aan eind 1966, de periode waarin Yoko en John elkaar ontmoetten, is het boek dan ook uiterst lezenswaardig. Een prima reden om het aan te schaffen. Als lezer heb je het gevoel echt onder de huid van Yoko te kruipen. Daarna laat Sheff steeds meer steken vallen. Over de periode 1966-1980 heeft de auteur de goed ingelezen Beatlesliefhebber weinig nieuws te bieden. Ook loopt hij met te grote zevenmijlslaarzen langs de overbekende gebeurtenissen. Daar had meer ingezeten. Zelf was ik alleen verrast door het feit dat John en Yoko in mei 1972 een roadtrip maakten, van New York naar Californië, waarbij ze zich met hun groene Chrysler ("The Dragon Wagon") vrij anoniem door het land bewogen. Die had ik even gemist.


John en Yoko's "Dragon Wagon"

Levenslust
In de dagen, weken en maanden vlak na de moord op John is David Sheff regelmatig bij Yoko op bezoek. Dat levert opnieuw een intiem portret van een rouwende weduwe op. Het zijn momenten waarop het verhaal je op een goede manier naar de keel grijpt. Geen onbekend feit, maar wel nog eens goed om te lezen: na Johns dood cultiveerde Yoko haar imago van 'de eeuwige weduwe van John Lennon'. Dat beeld klopt niet met de werkelijkheid. Vanaf 1981 had zij officieel (en daarvoor al officieus) een relatie met interieurontwerper Sam Havadtoy, met wie zij uiteindelijk twintig jaar samen was. Veel langer dan met John. Maar Havadtoy, die haar en Sean aan alle kanten steunde, moest veelal op de achtergrond blijven. Een rol waar hij genoeg van kreeg en uiteindelijk voor bedankte.

Yoko, Sean en Sam

Gekanteld narratief
Wanneer het contact tussen Sheff en Ono verwatert, maakt de biografie grote tijdssprongen en schotelt Sheff ons informatie voor die overal, en met name online, voor het oprapen ligt. Natuurlijk, een biografie over Yoko, waarin zij veel meer erkenning krijgt voor haar kunstenaarschap past helemaal in deze tijd. Zo gezegd is het narratief over Yoko terecht positief gekanteld. Maar wie schrijft over de negen decennia van haar leven, heeft ten minste de opdracht een wat evenwichtiger en vooral doorwrochter portret neer te zetten over één van de meest fascinerende kunstenaars van de 20ste eeuw. Toch nog een uitsmijter? Het verrassende inzicht dat Yoko Ono natuurlijk niet zorgde voor het uiteengaan van The Beatles, maar...nu komt het...misschien juist verantwoordelijk is voor het feit dat de groep het nog tot eind 1969 heeft volgehouden. Zij was het die de totaal uitgebluste Lennon voorzag van nieuwe levenslust en inspiratie. Zonder Yoko waren The White Album, Abbey Road en Let It Be misschien wel helemaal nooit gemaakt, stelt Sheff. Helemaal geen gekke gedachte. Alleen al daarom mogen we haar volgens de auteur dankbaar zijn. Zit toch ook weer wat in. 

zaterdag 7 juni 2025

Waarom 'One Two Three Four: The Beatles in time' op je stapeltje met zomer-leesvoer moet!

Onlangs besprak ik het prachtige nieuwe Beatlesboek John & Paul: a love story in songs van Ian Leslie. Een boek dat opvalt tussen de vele andere publicaties over The Beatles, door een fris perspectief op het overbekende verhaal. Dat deed me ineens denken aan dat andere originele boek over The Beatles, dat een paar jaar geleden verscheen: One Two Three Four: The Beatles in time van Craig Brown. Als je alvast wat lekker leesvoer bij elkaar aan het sprokkelen bent voor je zomervakantie, dan is deze publicatie er beslist eentje om alvast op je boekenstapeltje te leggen. Waarom? Dat vertel ik je graag in de column van deze week.



Andere aanpak
In One Two Three Four: The Beatles in time kiest de Britse auteur en journalist Craig Brown een andere aanpak om het verhaal te vertellen. In 150 korte hoofdstukken beschrijft hij losstaande scènes uit het Beatlesverhaal. Zo'n scène richt zich op één gebeurtenis, anekdote, ontmoeting of bijzonder feitje. Daarvoor put Brown niet uit de geijkte Beatlesbronnen, maar baant hij zich een weg door zijn eigen boekencollectie. Als journalist recenseerde hij vele (auto)biografieën voor Engelse kranten als The Daily Mail en The Mail On Sunday. Boeken waarin bekende figuren uit de wereld van muziek, radio en televisie, politiek en sport vertelden over hun eigen levens. Vaak zaten daar ook één of meer ontmoetingen met The Beatles in. Wie zich in het Londen van de jaren 60 in bepaalde kringen begaf, kon natuurlijk zomaar een John Lennon of George Harrison tegenkomen. Zat je niet op een cocktailparty naast Paul McCartney, dan dronk je wel een biertje met Ringo Starr, na één of andere filmpremière.

George en Princess Margaret
Het zijn juist die verhalen, die Craig Brown grotendeels gebruikt om ons een (deels) nieuwe blik aan te reiken op The Beatles en hun tijdgenoten. Daarmee isoleert hij het Beatlesverhaal niet, maar plaatst hij het in een ruimer perspectief. Want de jaren 60 waren méér dan The Beatles, maar tegelijkertijd werden de levens van ontzettend veel mensen (beroemd of niet beroemd) beïnvloed door de aanwezigheid van de band. Zo moest de Britse Princess Margaret even wennen dat het bij de première van de film Help! niet om haar draaide, om dat koningshuis dat op bijeenkomsten en feestjes altijd centraal stond, maar om die vier jongens uit Liverpool. Verfrissend was het ook wel voor haar, dat George Harrison de regels der etiquette aan zijn laars lapte. Zo mag er officieel nog niet gedineerd worden, bij gelegenheden waar de koninklijke familie aanwezig is. Maar wat doe je als je écht trek hebt? Juist, dan ga je daarover in overleg. Zo stapte een hongerige George Harrison op Princess Margaret af. Vrij vertaald: "Ik weet dat we nog niet mogen eten zolang u aanwezig bent, maar ik heb trek, dus wat doen we daaraan?" Het antwoord van de prinses was praktisch: "Ik was net van plan om weg te gaan, dus je kunt zo je gang gaan."




De invloed van de familie Asher
Het is één van de geweldige anekdotes uit het boek van Craig Brown, waarin hij je als lezer heel gedetailleerd getuige laat zijn van wat er mét en rond The Beatles gebeurde in de jaren '60. Daarbij reikt hij ook mooie perspectieven aan. Bijvoorbeeld op hoe verschillend de levens van Lennon en McCartney werden, na die eerste grote doorbraak. Doordat Paul zijn intrek nam bij het gezin van zijn vriendin Jane Asher, werd hij onderdeel van een warm, gezellig, artistiek en intellectueel huishouden. Aan 57 Wimpole Street in Londen was altijd iets nieuws te ontdekken, in de vele gesprekken die Paul voerde met Jane, haar ouders en twee broers. Het stimuleerde Paul om de stad in te gaan, nieuwe films en toneelstukken te zien, boeken te kopen. Tegelijkertijd trok John zich met zijn familie terug, op het platteland, in een gigantisch huis, waar hij ten prooi viel aan lethargie, drugs en depressies. Het is mooi hoe Brown die twee werelden naast elkaar zet. 

Jane en Paul

Childhood homes
Los van die terugblik op de Beatlesjaren beschouwt Craig Brown ook de manier waarop we vandaag de dag omgaan met de Beatles-legacy. Daarin deelt hij, op hilarische wijze, zijn ervaringen in Liverpool. Zo bezoekt Brown er de zogeheten Childhood Homes van John Lennon en Paul McCartney. Een excursie die hem lang bij zal blijven, omdat hij in een discussie belandt met één van de gidsen. Bezoekers mogen er niet fotograferen en filmen. Aan die afspraak houdt Brown zich, al maakt hij wel stiekem audio-opnames met zijn smartphone. Maar als hij pen en papier pakt, om wat aantekeningen te maken, grijpt de gids in: zoiets is ook verboden in de huizen waarvan The National Trust nu beheerder is. Het verbaast Brown. Waarom mag hij geen aantekeningen maken tijdens een rondleiding waarvoor hij netjes betaald heeft? Ik zou zeggen: lees de passage in het boek en smul van de scène die ontstaat.


Het corona-effect
Even was Craig Brown bang dat zijn boek zou floppen: het verscheen precies in de week waarin Engeland (en de rest van de wereld) in lockdown ging, vanwege de uitbraak van het coronavirus. Maar het tegenovergestelde gebeurde. Het publiek omarmde zijn boek: er was meer tijd om te lezen. Ook stonden zijn lezers, in een onzekere en grimmige tijd, helemaal open voor de vrolijke en nostalgische verhalen die teruggrepen op die wonderlijke sixties, een tijd waarin alles mogelijk leek. Zo hoorde ik het de auteur vertellen in een mooi interview dat Wibo en Michiel van Fab4Cast een tijdje geleden met hem hadden. Luister dat gesprek terug én zorg dat je een exemplaar van het boek bemachtigt. Je krijgt er geen spijt van.


zaterdag 26 april 2025

Hoe het boek 'John & Paul: a love story in songs' ons meer leert over de chemie tussen Lennon & McCartney

Wat valt er nog te schrijven over de onderlinge vriendschap, liefde en creatieve band van John Lennon en Paul McCartney? Over hun onzekerheden, hun verwijdering en de manier waarop ze elkaar uiteindelijk weer terugvonden? Best veel, zo laat het pas verschenen boek van de Britse auteur Ian Leslie zien. In 'John & Paul: a love story in songs' werpt Leslie als psycholoog, journalist en Beatlesliefhebber met een muzikaal oor, nieuw licht op het grootste songschrijversduo van de twintigste eeuw. Leslie geeft ons extra stof tot nadenken, over de dynamiek tussen Lennon en McCartney. Daarmee is zijn boek een verfrissende publicatie, die fungeert als een interessante 'ventweg' naast de platgetreden paden van het aloude Beatlesverhaal.



Laatste liefdesbrief

In 43 hoofdstukken, opgehangen aan nummers uit het Beatles- en solo-repertoire van John Lennon en Paul McCartney neemt Ian Leslie ons mee in de intrigerende relatie van de twee mannen. Van Come Go With Me tot Here Today. Het zegt de kenner genoeg: van de eerste klanken die een jonge Paul McCartney ene John Lennon op 6 juli 1957 tijdens een tuinfeest hoort spelen, tot de laatste liefdesbrief die hij schrijft voor zijn vermoorde vriend. Nummers als She Loves You, We Can Work It Out, Yer Blues en Look At Me, vormen voor Leslie een handige kapstok om over de relatie tussen Lennon en McCartney te schrijven. 


Interessante leeservaring
Natuurlijk is er ook het grotere verhaal van The Beatles, waarmee de auteur context moet geven aan wat John en Paul als vrienden en muzikale partners doormaakten. Veel bekende feiten, maar wel vlot beschreven, met extra nadruk op de uitdagingen in de persoonlijke levenssfeer. Het verlies van een moeder, eerste liefdes, ambities en onzekerheden, en vooral de manier waarop de twee jongens elkaar vinden in de muziek. Het houdt het boek interessant voor een breed publiek én biedt kenners toch een mooie leeservaring. 




Nieuwe inzichten
Want levert het boek nieuwe inzichten op? Ja, ik was wel verrast door de blik van deze voorzichtig formulerende psycholoog. Leslie is zich er, al schrijvend, goed van bewust dat hij vanuit zijn professie veel patronen kan duiden, maar dat hij er natuurlijk niet bij was. Juist het ontbreken van stelligheid, maar het opwerpen van ideeën over de relatie tussen John en Paul, maakt het boek zo prettig leesbaar. Het laat ruimte aan de lezer om ook zelf na te denken. Op bescheiden maar kundige wijze zet de auteur het clichébeeld van de persoonlijkheden van beide Beatles in een ander daglicht. Werd John niet onterecht aangezien voor een cynische, harde en afstandelijke man? En ging achter Paul, de schrijver van al die zoete ballads en opgewekte liedjes, juist niet een vaak kritische en lastige persoonlijkheid schuil? Over dat laatste haalt Leslie zelfs Brian Epstein aan. Die vond McCartney veel lastiger in de omgang dan Lennon.


India
Interessant zijn ook de bespiegelingen op wie nu wie het hardst nodig had, zowel in creatief opzicht als binnen de vriendschap. Vaak werd Lennon afgeschilderd als de sterke, onafhankelijke Beatle. Maar als hij zich in 1966 buiten Londen vestigt, verzandt hij in lethargie en drugsgebruik, en moet hij zijn creatieve partner absoluut missen, als hij probeert om nieuwe nummers te schrijven. Ook stort Lennon in India mentaal in, nadat McCartney het er na vier weken voor gezien houdt. Het eerste dat John doet, bij terugkomst in Londen, is op de deur van Pauls huis kloppen: eindelijk weer iemand om mee te praten en mee samen te werken. Iemand die hem ten diepste begrijpt en respecteert. 



Chemie
Het boek schetst een ontroerend beeld van de chemie tussen Lennon en McCartney, zonder dat hun vrienschap onnodig geromantiseerd wordt. Het laat zien hoe de mannen voornamelijk communiceerden in liedjes. Die ze samen schreven, waarmee ze elkaar uit de tent lokten, soms naar de strot vlogen, of hun onvoorwaardelijke liefde betuigden. Een laatste voorbeeld om dat te illustreren? John Lennon wist ontzettend goed waar McCartney's eerste nummer, I Lost My Little Girl, over ging. Over hetzelfde verdriet, het verlies van een moeder op jonge leeftijd, dat ook hem ten deel viel. Zelfs jaren later, tijdens de Get Back-sessies, zet John die eerste McCartney-compositie ineens in, alsof hij wil zeggen: "Hé, wat er ook gebeurt...ik weet precies wat je hebt meegemaakt, man." 

Als je het niet kunt zeggen, moet je het maar zingen. Het gold voor beide mannen. Met 'John & Paul: a love story in songs' biedt Ian Leslie ons een originele blik op de relatie tussen Lennon en McCartney. Eentje die veel verder gaat dan How Do You Sleep en Dear Friend. Ik denk dat John en Paul meer van elkaar gehouden hebben dan wij ooit kunnen bevatten. En misschien wel meer dan ze dat zélf konden.

 


zaterdag 22 juni 2024

Norwegian Wood en With The Beatles: Haruki Murakami en zijn literaire liefde voor The Beatles

Misschien mogen we hem wel 'de Paul McCartney van de moderne literatuur' noemen. Want waar Paul McCartney de geschiedenis ingaat als één van de grootste namen uit de popmuziek, behoort de Japanse auteur Haruki Murakami juist tot de literaire reuzen van de afgelopen decennia. Misschien heb je in de boekhandel wel eens met zijn roman Norwegian Wood in je handen gestaan. Het is één van Murakami's meest bekende boeken. Een titel die bovendien verfilmd werd. De roman Norwegian Wood uit 1987, uiteraard vernoemd naar het Beatlesnummer, is niet het enige boek waarmee Murakami naar zijn liefde voor The Beatles hint. Hij doet dat ook met de korte verhalen Drive My Car en Yesterday en zijn recenter verschenen boekje With The Beatles (2020). Daarom leek het me interessant om eens stil te staan bij de connectie die de auteur met The Beatles heeft.


Dickens, Kafka, Vonnegut en Kerouac
Haruki Murakami werd in 1949 geboren in Kyoto. Al vanaf jonge leeftijd stonden zijn ogen en oren wijd open voor de populaire westerse wereld. Geen vanzelfsprekendheid in een land dat vele decennia een erg gesloten en naar binnen gekeerde cultuur had. Maar ook in Japan begon er in de jaren '60 het nodige te veranderen. Via zijn ouders kwam de jonge Haruki in contact met het werk van schrijvers als Charles Dickens (net als McCartney), Franz Kafka, Kurt Vonnegut en beatnik-auteur Jack Kerouac. Deze westerse invloeden zouden hem later onderscheiden van andere grote Japanse auteurs. Net als de verwijzingen naar popcultuur in zijn werk.


Schrijven als 'warme sensatie'
Als tiener maakte Haruki Murakami ook bewust de doorbraak van The Beatles mee. De korte Japanse tournee van The Fab Four, in 1966, zorgde voor behoorlijk was onrust in het land, zoals ik eerder omschreef in het tweeluik over The Beatles en hun relatie met Japan. Ik heb nooit ergens gelezen dat Murakami één van de concerten bezocht, maar als liefhebber van jazz en popmuziek sloot hij de band wel in zijn hart. Murakami studeerde drama in Tokio, waar hij zijn huidige vrouw Yoko ontmoette. Vlak voor zijn afstuderen opende hij met haar een koffietent annex jazzbar in Tokio. Al voordat hij de tent in 1981, na zeven jaar sloot, had hij zijn eerste stappen in de literaire wereld gezet. Op 29-jarige leeftijd realiseerde hij zich dat hij kon schrijven. Het gaf hem een "warme sensatie" zoals hij het in een interview omschreef. In de acht jaren die volgden, schreef hij de nodige korte verhalen en romans, die alleen nog bekendheid genoten bij het Japanse lezerspubliek.




Norwegian Wood: tegen de achtergrond van de sixties
Zijn grote doorbraak kwam in 1987, met de roman Norwegian Wood (in het Japans: Norowei no Mori). Dat werk maakte van hem in zijn thuisland zo'n grote ster, dat hij het onmogelijk vond in Japan te blijven wonen en besloot naar de Verenigde Staten te vluchten. De roman, die overigens niet over The Beatles gaat, werd in het Engels vertaald en bracht hem vervolgens grote internationale faam. In het boek, dat zich wel afspeelt in de jaren zestig, kijkt hoofdpersoon Toru Watanabe terug op zijn studietijd en zijn relaties met twee vriendinnen die elk een zeer verschillend karakter hebben: de zwaarmoedige Naoko en de levenslustige Midori. Murakami ontleende de titel aan het het lievelingsnummer van Naoko: Norwegian Wood (This Bird Has Flown).




Drive My Car en Yesterday
Murakami's korte verhalen Drive My Car en Yesterday vonden eerst respectievelijk hun weg in de magazines Freeman's en The New Yorker, voordat ze met een aantal andere verhalen gebundeld werden in Men Without Women. Ook hier is de verwijzing naar de Beatlesnummers eerder een uiting van Murakami's liefde voor de band, dan dat de liedjes in de verhalen een significante rol spelen. In Drive My Car huurt de slechtziende hoofdpersoon een chauffeur in, die hem vergezelt op zijn vele trips door Tokio. En in het verhaal Yesterday vormt het Beatlesnummer een jeugdherinnering van één van de hoofdpersonen, die zijn goede vriend een onjuiste vertaling van de songtekst in het Japans hoort zingen. 


With The Beatles
Onlangs kreeg ik Murakami's meest recente Beatles-gerelateerde boekje cadeau. Het is een verhaal dat ook eerder in The New Yorker verscheen. Ik kreeg het in een prachtige, bibliofiele uitgave, getiteld With The Beatles. Je zou het alleen al willen hebben om de mooie bindwijze: de rug van het boekje ontbreekt, zodat je het diep-oranje gekleurde garen kunt zien, waarmee de katernen bijeen worden gehouden. Ook het lettertype, het ontwerp, de opmaak en de illustraties in het boekje zijn wonderschoon. Ik was daarom erg verguld met het werkje. In dit korte verhaal is er ook een kleine referentie naar The Beatles, maar is er wel sprake van een grotere symbolische betekenis. Murakami baseerde de gebeurtenissen op zijn eigen herinneringen aan een meisje dat hij door de gangen zijn school zag lopen, met een exemplaar van het album With The Beatles tegen haar borst gedrukt. Deze scène is ook prachtig geïllustreerd in het boekje. Met dit beeld viert de schrijver de belofte en vitaliteit van de jeugd, die langzaam overgaat in de uitdagende ervaring van het ouder worden.




Het idealiseren van de jeugd
Over de herinnering aan het meisje met het Beatlesalbum, die verschillende malen in het verhaal terugkomt, zei Murakami in een interview: "What pulled me in was the vision of that girl clutching the album as if it were something priceless … There was the music, for sure. But there was something else, something far bigger. And, in an instant, that tableau was etched in my heart—a kind of spiritual landscape that could be found only there, at a set age, in a set place and at a set moment in time.” Het meisje belichaamt "de jeugd", een gevoel dat de hoofdpersoon in "With The Beatles" keer op keer wil oproepen. Een gevoel dat hij idealiseert. Een gevoel waar The Beatles begin jaren zestig symbool voor stonden. Misschien is het iets dat wij als Beatlesfans ook wel voelen, als we kijken naar het Beatlesjaar 1963: het jaar van With The Beatles, het jaar vol belofte, het jaar waarin John, Paul, George en Ringo nog nauwelijks kennis hadden gemaakt met de keerzijde van het succes. Voor mij is de parallel met Murakami's With The Beatles voelbaar. In ieder geval inspireerden The Fab Four deze gevierde Japanse auteur een leven lang.


Zomerstop
In juli en augustus verschijnen er tijdelijk geen nieuwe columns van BeatlesTalk. In die periode werk ik, samen met Wibo Dijksma, wel verder aan het vijfde seizoen van de podcastserie De Laatste Dagen Van... De nieuwe afleveringen van die serie verschijnen eind oktober. Maar eerst is BeatlesTalk terug. In september. Een mooie zomer gewenst en graag tot dan!

zaterdag 11 mei 2024

Terug naar Liverpool: het bijzondere Beatles-stripboek dat ons laat zien hoe het óók had kunnen lopen

Soms zijn er Beatles-boeken die er écht uitspringen. Ze vallen op in de tsunami aan publicaties die we jaarlijks over ons heen krijgen. Een simpele zoekactie op een site als bol.com leert ons dat er altijd weer nieuwe 'Beatles' zijn verschenen of op het punt staan uit te komen. En....jullie weten dat ook....lang niet alles dat verschijnt is bijzonder of onderscheidend. Vaak is het 'meer van hetzelfde'. Maar een paar maanden geleden attendeerde Wibo Dijksma van Fab4Cast me op iets speciaals: het stripboek 'Terug naar Liverpool', gemaakt door Hervé Bourhis en Julien Solé en uitgegeven door Concerto Books. Sterker nog, een tijdje terug kon je het boek via de Facebookpagina van Fab4Cast bemachtigen bij een win-actie. Hoe dan ook, 'Terug naar Liverpool' bleef in m'n achterhoofd hangen, tot ik er afgelopen zomer zomaar tegenaan liep.



Speciaalzaak

Dat was in Alkmaar, waar ik op een regenachtige zondagochtend ronddwaalde. De meeste winkels in de sfeervolle binnenstad waren nog gesloten, maar aan de Ritsevoort liep ik langs het mooie winkelpand van Strips & Zo, waar de deuren van de speciaalzaak al vroeg uitnodigend open stonden. Aangetrokken door de grote boekenwanden en bakken vol strips wandelde ik als vanzelf naar binnen en liet ik mijn ogen langs de vele kleurrijke kaften glijden, tot ik ineens weer moest denken aan wat Wibo had gezegd over 'Terug naar Liverpool'. En inderdaad, het boek stond frontaal op één van de toonplanken. Ik wist direct al dat ik het zou aanschaffen voor mijn collectie.




78IF

Op de cover zien we een zwarte auto, met nummerbord LMW 78IF door een regenachtige straat in Liverpool rijden. Door de achterruit kijken John, George, Paul en Ringo ons aan, in hun 'look' van 1980. Vier Beatles in een auto in 1980. Dat is natuurlijk nooit gebeurd, maar het zet precies de toon voor het verhaal waarin dit stripboek ons meeneemt. Fan fiction. Een genre waar ik doorgaans niet dol op ben, maar in dit geval is het verhaal met zoveel inside jokes (voor Beatlesliefhebbers en -kenners) geschreven, dat je er als een blok voor valt. Dat overkwam mij ook. 


Beatleskennis
Een stripboekenkenner ben ik niet, maar ik begrijp dat schrijvers Hervé Bourhis en Julien Solé hun sporen in het genre wel verdiend hebben. De Fransmannen hebben elk een mooi oeuvre op hun naam en Hervé Bourhis was betrokken bij de reeks 'Le Petit Livre....'. Daarin wordt stilgestaan bij een aantal muziekstromingen. In die serie verscheen bovendien al eens 'Le Petit Livre Beatles', een boek dat ik zelf nog niet heb. Het is jullie vast bekend. Stripboek-kenner Bart van der Looij uit ons Beatlesnetwerk kan ongetwijfeld beter onderbouwen wat de heren Bourhis en Solé zo goed maakt. De enorme Beatleskennis van Bourhis en het tekentalent van Solé vullen elkaar in ieder geval in deze publicatie perfect aan.


Gevoelige snaar
Maar dan nu over het stripboek zelf. Het is prachtig gebonden in een matte, donkerblauwe kaft en geheel uitgevoerd in zwartwit-illustraties. Het 96-pagina's tellende boek verscheen in april van dit jaar. Met veel humor, Beatleskennis en (daarom) de nodige inside jokes stellen de makers zich voor hoe een Beatlesreünie er in 1980 uit had kunnen zien. Daarmee raken ze natuurlijk direct een gevoelige snaar, het sentiment van de lezer. Juist door dat beladen jaar uit de Beatlesgeschiedenis te kiezen, dat gitzwart eindigde met de moord op John Lennon, nemen ze ons mee in een droom die we graag waarheid hadden zien worden. 

De zomer van 1980
Het verhaal begint in de zomer van 1980, precies waar onze podcast De Laatste Dagen Van... John Lennon begint, als John en Sean op Bermuda verblijven, waar John ternauwernood zijn beruchte zeiltrip overleeft. Terwijl Yoko in upstate New York in koeien handelt, Ringo acteert en George juist films produceert, verplaatst de camera zich naar de Mull of Kintyre, waar Paul McCartney zich in zijn badjas eens goed uitrekt en zijn blik over het desolate Schotse landschap laat glijden. Vier ex-Beatles met vier verschillende levens, die langzaam maar zeker weer in elkaar gaan grijpen. Want in het verhaal van Bourhis en Solé besluit John om Paul en Linda in Schotland op te gaan zoeken, waarna ze Ringo en (met veel moeite) George overhalen om weer muziek op te nemen. Natuurlijk verschijnt George Martin ook weer ten tonele. In zijn 1980-look. Met alle details is rekening gehouden.


Boordevol inside jokes
Dan volgt een grappige verhaallijn, vol avonturen, waarbij de vier Beatles in een aantal hachelijke situaties belanden. Grappend en kibbelend met de nodige inside jokes die wij, als Beatlesliefhebbers zo goed herkennen. Zo klaagt John dat George hem geen plek gaf in zijn autobiografie I Me Mine en vraagt Ringo continu of er iets te drinken is. Zijn dorst is niet te lessen. Als lezer krijg ik daarbij het Rutles-gevoel ('All You Need Is Cash'), waarbij de inside jokes en de luchtige variaties op het Beatlesverhaal je ook om de oren vliegen. En dat is dat heerlijke gevoel van 'ons kent ons'. Het zijn onze Beatles, met onze grappen die natuurlijk alleen wij begrijpen. Daarmee is het ook een beetje ons verhaal geworden. Over het plot van 'Terug naar Liverpool' verklap ik hier niets. Je kunt dit prachtige stripboek met een gerust hart toevoegen aan je Beatles-verzameling! Misschien wel een sympathiek idee om dat niet via de online boekengiganten, maar juist via zo'n liefdevol gerunde speciaalzaak als Strips & Zo te doen. Hun webshop vind je hier. En als je het stripboek inmiddels kent, laat me weten wat je er zelf van vindt.


  

zaterdag 25 maart 2023

Hoe het Lifted-project Ringo Starr zelf ook weer optilde

Begin vorig jaar, dus ook rond deze tijd, verscheen het boek Lifted. Een coffee table book, met als barokke ondertitel 'Fab images and Memories In My Life with The Beatles from Across The Universe'. Typisch Ringo. Een beetje rommelig, niet echt uitblinkend in goede smaak, maar wel onweerstaanbaar oprecht en ontwapenend. En, hoeveel boeken verschijnen er nog over The Beatles, die rechtstreeks gemaakt en samengesteld worden in samenwerking mét een Beatle? Ik denk dat Paul McCartney's The Lyrics daar het meest recente voorbeeld van is, behoudens de boeken die bij de muzikale Archive Collections-boxsets zitten. Maar dat zijn doorgaans geen boeken met een écht persoonlijk karakter.


Lockdownproject
Ringo vindt het leuk: graven in oude foto's én in zijn geheugen, om zijn herinneringen met de wereld te delen. Daar vond ik het boekje Postcards From The Boys trouwens een heel goed voorbeeld van. Dat is nu écht een leuke titel om jezelf of een ander cadeau te doen. Geldt dat ook voor Ringo's recente boek 'Lifted'? Ik besloot er eens in te duiken. Eerst even over de totstandkoming. Het was een lockdown-project, zo las ik. In een tijd waarin iedereen en alles tot stilstand kwam, bladerde Ringo door de vele foto's die hij in zijn pc en zijn smartphone had staan. Niet per se foto's uit zijn eigen archief, maar snapshots die hij in de loop der jaren verzameld had, vanwege de goede herinneringen die ze bij hem opriepen.


Betekenis
Ik vind dat grappig en intrigerend tegelijk. En ook menselijk trouwens. Natuurlijk koester je afbeeldingen die betekenis voor je hebben. Maar als je al decennia wereldberoemd bent en het internet vol staat met tienduizenden foto's van jou, welke betekenis geef je dan juist nog aan alles dat al zo bekend is? Zijn het niet juist je privéfoto's, het laatste dat je nog voor jezelf kon houden, die er écht toe doen? Al voor ik het boek had opengeslagen, bekroop me de nieuwsgierigheid welke foto's Ringo zo dierbaar waren dat hij ze besloot zelf met de wereld te delen. Of was het boek uiteindelijk écht alleen bedoeld om zoveel mogelijk geld op te halen voor de Lotus Foundation die zich inzet voor verschillende maatschappelijke doelen op het gebied van mensen- en dierenrechten? Ook een goede reden om een boek uit te brengen natuurlijk.


Last man standing?
Er is trouwens wel een kleine parallel tussen Lifted en het meer prestigieuze The Lyrics van Paul McCartney. Zo kijkt Ringo in het voorwoord ook dankbaar terug op het bijzondere leven dat hem ten deel viel. Van een ziekelijk joch uit een achterstandswijk in een uithoek van Engeland, tot de drummer van de grootste band op aarde. Hij is zijn moeder en stiefvader dankbaar. Net als de verpleegster die hem verzorgde, tijdens één van zijn langdurige ziekteperiodes. En hij vindt het bijzonder, zo schrijft hij, dat hij zelfs na die 'big break' met The Beatles een lang, betekenisvol en muzikaal leven kon blijven lijden.. Het is natuurlijk ook wel mooi, hoe Ringo zich na het uiteenvallen van The Beatles, zijn eerste huwelijk, een wisselvallige carrière én een stevige alcoholverslaving opnieuw uitvond. Ik mag en wil eigenlijk niet speculeren, maar misschien is hij uiteindelijk wel the last man standing, against all odds.


Eclectische verzameling
Lifted geeft trouwens op twee manieren een bijzonder tijdbeeld. Niet alleen van de sixties, door het opgenomen fotomateriaal, maar ook over de huidige twenties. In de vormgeving zijn de foto's regelmatig geplaatst in een social media-look. Bijvoorbeeld alsof ze bekeken worden op Instagram of Twitter. Waarschijnlijk zoals Ringo ze nu ook meestal ziet, speels voorzien van de bijbehorende logo's en emoticons. Hoe kijken we over pak 'm beet twintig jaar naar zo'n boek? Waarschijnlijk denkend: "Oh ja, dat was toen." Maar brengt het boek echt nieuwe foto's? Het antwoord is kort: nee. Het is vooral een eclectische verzameling Beatlesfoto's, rijp en groen, zonder een echte lijn, maar altijd voorzien van Ringo's persoonlijke commentaar. Dat blijft ook vaak hangen in de algemeenheden die we kennen. 


Attitudes
Toch las ik her en der nog wel een paar kleine bespiegelingen. Bijvoorbeeld wat Ringo zei over het eerste bezoek van The Beatles aan New York. Waarom het allemaal zo goed werkte daar, in het contact met de journalisten (denk aan die gevatte taferelen tijdens de persconferenties). Dat had er volgens Ringo vooral mee te maken dat de Liverpoolse en New Yorkse attitudes zo goed op elkaar aansloten. Hij vond New Yorkers op Liverpudlians lijken. "No one ever shouted back at us before," zeiden journalisten tegen The Beatles. Blijkbaar was er een klik, de directheid, de humor, een gelijke golflengte. Dat vond ik wel een mooi inzicht.


Off day
Verder is Lifted vooral een lichtvoetige trip down memory lane, waarin veel mensen uit dat grote Beatlesverhaal de revue passeren. Bijvoorbeeld Mal Evans, Neil Aspinall en Brian Epstein uit de inner circle, maar ook passanten als Little Richard, Richard Lester en Murray The K. En werkelijk iedereen krijgt een aardig woordje van Ringo. Het is allemaal verre van spannend, maar wel typisch Ringo. Lifted doet je vooral beseffen dat de eenvoudige, zachtaardige drummer de man was van wie iedereen in dat hele Beatlescircus hield. Juist doordat iedereen zich door hem gezien voelde. Dat maakt Lifted een grappige aanwinst voor je verzameling, maar vooral een boek dat je door moet bladeren op een off day, als je met je verkeerde been uit bed bent gestapt en je pet scheef staat. Met een beetje peace and love van Ringo ben je er zo weer bovenop. Lifted, verhip!


Lifted is exclusief verkrijgbaar via Juliens'Auctions, maar zowel de goedkope editie ($ 59) als de exclusieve gesigneerde ($ 495) is inmiddels uitverkocht. 



zaterdag 11 december 2021

Hoe het nieuwe Get Back-boek al bij verschijnen in de schaduw stond van de Peter Jackson-documentaire én de Let It Be-Anniverary Box

De afgelopen weken kwam er een tsunami aan artikelen, podcasts, YouTube-filmpjes en social media-updates op ons af over de spectaculaire Get Back-documentaire van Peter Jackson. Dat is ook niet zo gek. Misschien was The Beatles Anthology uit de periode 1995-2003 wel het meest recente omvangrijke multimedia-project dat The Beatles uitbrachten. Over zoveel nieuw belangwekkend materiaal, dat nu met Get Back op ons afkwam, moet natuurlijk geschreven en gesproken worden. Net als destijds bij het Anthology-project verscheen in deze Get Back-periode een lijvig koffietafelboek dat de audio en video ondersteunde. Half oktober lag deze officiële Beatles-publicatie in de boekhandel.

Eindejaarslijstjes
Wie in de laatste maanden van het jaar jarig is, zoals ik, heeft geluk. Hoewel ik me altijd ongemakkelijk voel bij het krijgen van cadeautjes, zijn er in deze periode genoeg prachtige boeken (op aandringen van de gever) op het verjaardags-, sint- of kerstlijstje te plaatsen. It's the season. En ieder jaar verschijnt er wel iets waarmee je als Beatlesliefhebber je verzameling toch wel zou willen uitbreiden. Omdat men zo aandringt. En dus pakte ik eind oktober dankbaar de Engelstalige "heruitgave" van het Get Back-boek ("by The Beatles") uit. Ik was er blij mee!



In de schaduw van de box en de docu
Eigenlijk stond het 240 pagina's tellende boek al bij verschijnen in de schaduw van de Let It Be Anniversary cd/lp-box (waarvan de Super Deluxe Edition ook weer een ánder boek bevat). Die kwam namelijk ook half oktober uit. En de stroom van reviews over deze box ging naadloos over in de genoemde tsunami van nieuwsberichten en achtergrondartikelen over de Get Back-documentaire van Peter Jackson, die dan weer eind november verscheen. Wie alles tot zich wil nemen, komt ogen en oren tekort. Laat staan dat het allemaal al ingedaald is. Dit kunnen onze hongerige maar tere Beatles-harten toch niet allemaal in één keer verwerken?



De leesbril hoeft niet op
Daarom kwam ik er afgelopen week pas toe om het geweldige Get Back-boek open te slaan en door te bladeren. 240 glimmende pagina's, waarvan het grootste deel in full colour. De geur van drukinkt in m'n neus. Alles is royaal aan de uitgave. Van de omvang (25 x 30 cm) en het gewicht (bijna twee kilo) tot de lettergrootte en bladspiegel. De leesbril hoeft niet op. De foto's spatten van het papier. En over die foto's gesproken: op een paar oudere foto's in de inleiding na (Terence Spencer), zijn ze van de hand van Ethan Russel en Linda Eastman (destijds binnen drie maanden Mevrouw McCartney). Hun foto's staan afgedrukt in frames met rechte hoeken. De vele "stills" uit de film zijn te herkennen aan hun kaders met ronde hoeken.



Waar is Maureen?

Na het voorwoord (Peter Jackson) en de inleiding (Hanif Kureishi) volgen vier overzichtspagina's waarop de hoofdpersonen uit de documentaire op een rij geworden gezet. Opvallend is het dat Yoko Ono, Linda Eastman en haar dochter Heather wel met naam en foto in het overzicht staan, maar dat Maureen Starkey, die toch ook regelmatig in de documentaire te zien is, geen aparte vermelding krijgt. Of zou men alleen gekozen hebben voor de personages die we daadwerkelijk horen spreken in de documentaire en van wie er dus ook tekst in het boek werd afgedrukt?

Het oorspronkelijke Get Back-boek
dat in 1970 met het Let It Be-album verscheen

Wie was de stille Beatle?
Net als in de documentaire is het boek in drie zogenaamde "acts" verdeeld: Twickenham Film Studios (act one), Apple Studios (act two) en The Rooftop (act three). En net als korte nawoord ("What happened next?") werden deze teksten geschreven door John Harris. Binnen het drieluik staan de foto's en geselecteerde audiotranscripties per dag gerangschikt. Net als in het oorspronkelijke zwarte Get Back-boek, dat in 1970 (met slecht gelijmde rug) het Let It Be-album in een aantal landen in de "deluxe version" vergezelde. In de huidige transcripties en de documentaire valt op hoe weinig Ringo Starr zich met alle discussies en meligheid bemoeide. Wie was nu eigenlijk écht de stille Beatle, is de vraag die we kunnen stellen. Ook in dat opzicht dienen zich na 51 jaar nog steeds nieuwe inzichten aan.

zaterdag 25 september 2021

Waarom het boekje The Day John Met Paul zo anders is dan alle andere Beatlesboeken

Voor veel mensen was de afgelopen zomerperiode extra geschikt om in een boek (of twee) te duiken. Dat heb ik zeker ook gedaan. Het leek me daarom mooi om deze week iets te schrijven over een erg speciale publicatie die ik deze zomer las: The Day John Met Paul, door Jim O'Donnell.



Warm aanbevolen door Wibo Dijksma van Fab4Cast
Het is een boekje dat ik misschien wel nooit ontdekt zou hebben. Ik werd aangestoken door Wibo Dijksma van Fab4Cast die de titel als één van zijn favorieten noemde, tijdens onze The Beatles en de Boeken-aflevering van een paar maanden geleden. Wibo vertelde enthousiast dat hij het boekje jaren geleden las en dat hij destijds erg gegrepen werd door de levensechte manier waarop het verhaal van de eerste ontmoeting tussen John Lennon en Paul McCartney omschreven werd. Dus ging ik op zoek naar een exemplaar, dat ik tweedehands voor zeven euro vijftig via Boekwinkeltjes.nl (tweedehands boeken) vond. Achteraf een gelukje, want het boek is in print en als e-book een stuk prijziger in de aanschaf.


Jim O'Donnell verdeelt de dag in drie keer drie delen
Een paar dagen later plofte "mijn" Penguin Pocket op de deurmat en sloeg ik aan het lezen. Het boekje doet zijn ondertitel eer aan: het is "an hour by hour account of how The Beatles began". O'Donnell verdeelt de bewuste zaterdag 6 juli 1957 de structuur van zijn boek in drie delen: The Morning Hours, The Afternoon Hours, The Night Hours. Daarbij krijgen de drie delen elk weer drie hoodstukken: Early A.M., Dawn, Morning. Gevolgd door Noon, Early Afternoon, Late Afternoon. Tenslotte: Evening, Sunset, Night. Wanneer je het boek leest, begrijp je goed hoe effectief die minutieuze tijdsindeling werkt bij het vertellen van het verhaal.



Het eerste ochtendlicht dat over de Mersey strijkt
Het verhaal van die 6e juli 1957 begint in de vroege uren van de zaterdagochtend, om 3.33 AM, als Liverpool nog in het duister gehuld is, de klok van St. Peters Church in Woolton bijna half vier slaat en twee jongens, globaal gezien aan weerszijden van de golfbaan, elk nog in diepe slaap verzonken zijn. Ze weten niet hoe een ontmoeting, later die dag, hun leven zal veranderen en een onwaarschijnlijke wendig zal geven. De schrijver neemt ons vervolgens bijna minuut na minuut mee in hoe de zon opkomt, hoe het licht over de Mersey strijkt, hoe de melkboer op pad gaat en hoe Liverpool ontwaakt. Net als de twee jongens die elkaar op het jaarlijkse feest van de kerk gaan ontmoeten.


Tussen feiten en fan fiction
Hebben we het hier over fan fiction, het genre waar ik helemaal niet gek op ben? Toch niet, zou ik zeggen. Jim O'Donnell deed jarenlang nauwkeurig onderzoek naar alle omstandigheden op en rond die 6e juli 1957. Wat waren de weersomstandigheden? Hoe zag Liverpool en Woolton er uit? Wat speelde er lokaal en mondiaal? Waar stonden de jonge John en Paul in hun levens? Met wie gingen ze om en (natuurlijk) hoe zag hun dag er uit op zaterdag 6 juli 1957. De literatuurlijst achterin zijn boekje liegt er niet om. O'Donnell legde al die feiten naast en achter elkaar en vulde de onbekende delen met wat hem het meest aannemelijk leek. Dat deed hij op een voorzichtige manier, zonder zichzelf te verliezen in sprookjes, maar wel met nét genoeg romantiek. In het nawoord neemt hij ons als lezer mee in zijn schrijfproces en afwegingen. 



Verkocht
Al met al is The Day John Met Paul bijna een filmisch verslag van één van de meest legendarische data uit de geschiedenis van de popmuziek. Op wereldschaal bekeken was bijna niemand er bij. Nog minder mensen zijn er inmiddels die deze dag kunnen navertellen. En niemand was er de héle dag bij. Daarmee heeft Jim O'Donnell ons een enorme dienst bewezen door deze dag, met literaire insteek, vast te leggen. Tegen het eind van het verhaal las ik hoe John en Pete Shotton na die lange dag 's avonds naar huis lopen, over Beaconsfield Road, langs Strawberry Fields, waar de bomen en struiken nog nat zijn van de zomerse regenbuien. Ze praten over het idee om Paul bij de band te vragen. Dan gaat het linksaf, naar Menlove Avenue, waar Pete en John afscheid nemen. Wanneer John zijn huis binnenstapt, wordt hij begroet door Sally de hond die hij 's avonds nog even uit moet laten. Daarna valt hij op zijn rug op bed, terwijl hij de dag overdenkt. Ik was verkocht!


 

zaterdag 15 mei 2021

Schrijven over The Beatles: hoe werd het verhaal van The Beatles de afgelopen decennia verteld? (met podcast)

Van 1962 tot op de dag van vandaag is het verhaal van The Beatles op duizenden manieren verteld. Door The Beatles zelf, door hun inner circle, maar vooral ook door (ingehuurde) schrijvers, journalisten en historici. Deze week dook ik, samen met Wibo, Jan Cees en Michiel van Fab4Cast in de manier waarop dat Beatlesverhaal door de jaren heen opgeschreven werd. Welke ervaringen, perspectieven, belangen en agenda's zaten daar soms achter? Werd daarbij altijd de waarheid verteld? Welke ontwikkelingen zien we in de geschiedschrijving over The Beatles? Een machtig interessant onderwerp, vonden we het.



De manier waarop over The Beatles geschreven werd
Uitgangspunt was het interessante boek The Beatles and The Historians dat de Amerikaanse historica Erin Torkelson Weber in 2016 publiceerde. Weber geeft les in historiografie: de manier waarop de geschiedschrijving over een bepaald onderwerp zich ontwikkelde. Om haar studenten uit te leggen hoe zoiets in zijn werk gaat, nam ze de geschiedschrijving over The Beatles als voorbeeld. In een interview hoorde ik haar vertellen dat er relatief weinig onderzocht is over de historiografie rond culturele onderwerpen als The Beatles. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de manier waarop over het Romeinse Rijk, de Eerste Wereldoorlog en de Slavernij werd geschreven. Nu denk je misschien: "Zijn die niet van een andere orde?" Misschien wel. Toch zijn de culturele omwentelingen in de jaren zestig en de rol van The Beatles daarin natuurlijk niet te onderschatten. 

Erin Torkelson Weber


Weinig vrouwen aan het schrijversfront
Wat vind ik het leuk dat een overzichtwerk als The Beatles and The Historians nu eens geschreven werd door een vrouw. Vrijwel de enige vrouwen die we tegenkomen als "Beatles-auteur" waren Beatlesvrouwen als Cynthia Lennon, Pattie Boyd, May Pang en Julia Lennon (Baird, de jongere halfzus van John). Ook was er journalist Maureen Cleave. Ongetwijfeld schreven meer vrouwen over The Beatles, maar we vinden hun namen niet massaal terug op de ruggen van de grote, bekende werken over de band. Is dat erg? Nee, maar wel opvallend. Daarom sloeg ik met belangstelling het boek van Weber open. Wibo Dijksma had me al eerder aangespoord het te lezen. Ik begrijp nu waarom.



Weber onderscheidt vier perioden

In haar boek The Beatles and The Historians onderscheidt Weber vier perioden waarin over The Beatles geschreven werd: The Fab Four Narrative (1962-1970), de Lennon Remembers Narrative (1970-december 1980), de Shout! Narrative (1980-1987/88) en tenslotte de Lewisohn Narrative (1987/88-heden). Het zijn vier tijdvakken waarin volgens Weber een dominante lijn te ontdekken is in de (vrij vertaald) "narratief" over de band. Die lijn wordt weergegeven door een aantal belangrijke boeken, danwel interviews die in de betreffende perioden verschenen. Een belangrijk boek is niet per definitie een goed boek natuurlijk. Het kan wel een invloedrijk werk zijn, dat de (publieke) opinie en/of opvolgende werken over The Beatles beïnvloedde.



Een verschuivend verhaal
In de Fab Four Narrative waren The Beatles en Brian Epstein vooral zelf heer en meester over de manier waarop zij hun verhaal vertelden of verteld wilden zien. In hun verhalen lag de focus op de eenheid binnen de band, de vriendschap, de samenwerking tussen Lennon en McCartney als songschrijvers en op het "vertellen van een mooi verhaal". Zo werden sommige gebeurtenissen verdraaid of mooier gemaakt dan ze waren. Hunter Davies werkte nauw met de bandleden samen om hun verhaal in de gewenste vorm op te tekenen. De Lennon Remembers Narrative werd gedomineerd door John Lennons interview aan Jann Wenner van Rolling Stone Magazine, waarvan ook het Lennon Remembers-boekje uitkwam. Die periode kenmerkte zich door een kritische terugblik op The Beatles als band, waarin Paul werd neergezet als de verantwoordelijke voor het uiteenvallen van de band en John als de innovatie en creatieve Beatle. Hoewel er uitzonderingen waren, werd dat beeld verder benadrukt en uitgebouwd door Philip Norman (Shout) en Ray Coleman (Lennon) in de Shout-narrative. 


Meer balans
De panelen gingen schuiven door Mark Lewisohn en Paul McCartney zelf. Lewisohn kwam vanaf eind jaren 80 met zijn naslagwerken over The Beatles, waarin hij voor het eerst minitieus op een rij kon zetten hoe The Beatles in de studio werkten en wat ze er van dag tot dag deden. Met Tune In, dat als eerste deel van zijn beoogde trilogie verscheen, vertelde hij op basis van zeer gedegen en breed bronnenonderzoek het verhaal over The Beatles op een nieuwe manier. Zo kregen bijvoorbeeld ook George Harrison en Ringo Starr hun verhaal. Het onderzoek en werk van Lewisohn beïnvloedde schrijvers als Ian MacDonald (Revolution In The Head), Jonathan Gould (The Beatles, Britain and America) en Peter Doggett (You Never Give Me Your Money). Ook Paul McCartney zorgde voor meer balans in het Beatlesverhaal en de blik op de verhoudingen tussen hem en John Lennon. In zijn tourboek van de Flowers In The Dirt-tour startte hij met het vertellen van zijn verhalen. Met Barry Miles maakte McCartney dat project enkele jaren later af, in de autobiografie Many Years From Now.


In a nutshell
Het is de theorie van Erin Torkelson Weber "in a nutshell". In haar boek vind je veel voorbeelden (bijvoorbeeld over wie Eleanor Rigby zou hebben geschreven) van hoe het verhaal door The Beatles en anderen in de loop der jaren op zoveel verschillende manieren is verteld. In deze blog haal ik daarbij slechts enkele boeken aan, die Webers theorie daarover ondersteunen. Het verhaal is dus veel groter. De nuances én voorbeelden zijn talrijk. Zelf zie ik al die boeken en artikelen als een stapel filters, die over "de waarheid" gelegd zijn. Door te schuiven met filters, kun je op zoek gaan naar dat ene doorkijkje dat je soms dichter bij die waarheid brengt. Dat maakt het lezen van al die boeken over The Beatles ook tot zo'n spannende bezigheid. 


Meer weten?
Wil je meer over dit onderwerp weten, dan nodig ik je uit om Webers boek te lezen en om naar het gesprek te luisteren dat ik afgelopen week met Wibo, Jan Cees en Michiel over het onderwerp mocht hebben. Het geeft je misschien wel een nieuwe blik op hoe die Beatlesgeschiedenis de afgelopen jaren is verteld en op de boeken die je zelf gelezen hebt.