Wat hebben Brian Epstein, Larry Parnes, Joe Meek, Lionel Bart en Robert Stigwood gemeen? Dat we ze kunnen rekenen tot de zogenaamde Velvet Mafia. Een netwerk van invloedrijke, homoseksuele en veelal joodse mannen; managers en impresario's, in de Britse entertainmentwereld van de vorige eeuw. Een groep vakgenoten die op zichzelf niet afwijkt van elk heteroseksueel 'old boys network' dat we nog steeds kennen, echter...hun homoseksuele geaardheid maakte deze heren tot een kwestbare en maatschappelijk gezien gemarginaliseerde groep. Ondanks de lastige positie van waaruit zij hun dromen en ambities wilden waarmaken, lukte het hen om succesvolle ondernemers te zijn. Zonder hen had de Britse entertainmentindustrie er waarschijnlijk heel anders uitgezien. Denk alleen al aan wat er van The Beatles terecht zou zijn gekomen, als Brian Epstein er niet was geweest.
Belangrijke motor
De levens van deze mannen zijn uiterst vakkundig in kaart gebracht en geweldig goed omschreven in The Velvet Mafia: The Gay Men Who Ran The Swinging Sixties. Auteur Daryl Bullock, gespecialiseerd in LGBTQ+ onderwerpen binnen het domein van de muziek- en kunstgeschiedenis, deed uitgebreid onderzoek naar deze vijf mannen en het bredere netwerk waarin zij zich medio twintigste eeuw voortbewogen. Dat resulteerde in een doorwrochte geschiedschrijving van een subcultuur die voor veel mensen op het eerste gezicht als 'niche' kan voelen, maar zich al snel openbaart als een belangrijke motor achter de Britse entertainment-industrie. Auteur Daryl Bullock was zelf een onderzoeker en schrijver van formaat. Hij overleed nog maar pas geleden, op 23 december 2025, 60 jaar oud. Naast The Velvet Mafia publiceerde hij boeken over queer-personen in de blueswereld, LGBT-activisme in de enterainmentwereld en nog een aantal aanverwante werken over het onderwerp. Zijn werk werd bekroond met de Penderyn Prize en deze maand verschijnt, posthuum, Love and Fury: The Extroardinary Life, Death and Legacy of Joe Meek.
| Joe Meek |
Larry Parnes als schakel
Daryl Bullock was zelf groot Beatlesliefhebber en wilde altijd al een boek schrijven over zijn favoriete band. Maar omdat er van The Beatles al zoveel aspecten belicht waren, zocht hij naar een originele invalshoek. Dat bracht hem op het idee voor The Velvet Mafia. Bullock startte zijn zoektocht bij Larry Parnes (1929-1989). Feitelijk was Parnes zo'n beetje de eerste grote manager in de Britse pop-scène, van vroege sterren als Tommy Steele en Marty Wilde (de vader van zangeres Kim). Daarna contracteerde hij artiesten als Billy Fury, Johnny Gentle, Georgie Fame en Joe Brown. Via Tommy Steele kwam Parnes in contact met componist Lionel Bart (1930-1999), die veel composities-op-bestelling leverde voor de pop- en musicalwereld. Het nummer Living Doll en de volledige musical Oliver waren van zijn hand. Het was met name Larry Parnes, als centrale figuur, die de schakel vormde tussen Brian Epstein, de innovatieve producer en componist Joe Meek (1929-1967) en Lionel Bart. Later verscheen impresario en filmproducent Robert Stigwood (1934-2016) ten tonele. Hij had zich vanuit Australië in 1955 in Londen gevestigd. Joseph (Sir Joe) Lockwood staat weliswaar niet op de cover van het boek, maar ook de EMI-baas speelde een rol in The Velvet Mafia. Zijn naam kennen we natuurlijk uit het Beatlesverhaal.
| Auteur Daryl Bullock |
The British Impresario's Guild
Hoewel het de leden van The Velvet Mafia zakelijk voor de wind ging, leidden zij vaak roerige privélevens. Omdat homoseksualiteit in Groot-Brittannië tot in 1967 strafbaar was, moesten zij een deel van hun leven verborgen houden. Dat zorgde voor afwijzing, eenzaamheid en soms risicovolle ontmoetingen. Chantage, mishandeling of het overtreden van de wet... er was altijd een vorm van dreiging op de achtergrond aanwezig. We kennen de verhalen van Brian Epstein en de tragische manier waarop hij uiteindelijk de grip op zijn (zakelijke) leven kwijtraakte. Al voordat Brian stierf aan een overdosis, had Joe Meek zichzelf, in februari 1967 van het leven beroofd, na een ruzie met zijn hospita die hij eerst had doodgeschoten. Niet voor alle leden van The Velvet Mafia was hun succes een garantie voor levensgeluk. Ondanks de onderlinge concurrentie was er toch ook veel samenwerking. De mannen hadden elkaar én het grotere Britse muzieknetwerk nodig om succesvol te worden en te blijven. Dat blijkt ook uit een mooie foto die ik aantrof in het boek, genomen in oktober 1964. Daarop zijn onder andere Larry Parnes, Don Arden en Tito Burns te zien, die zich rond de eettafel van Larry Parnes scharen en een gezamenlijk contract tekenen waarmee ze The British Impresario's Guild oprichten.
| Brian Epstein |
Het regent connecties
Zoals eerder gemeld is The Velvet Mafia een doorwrochte studie naar het intrigerende entertainment-netwerk van managers, impresario's, producers en artiesten dat met name in de jaren 50 en 60 actief was in Groot-Brittannië. Omdat de auteur zijn huiswerk zó goed heeft gedaan, regent het namen en connecties. Zo veel, dat het me af en toe duizelt. Maar dat is eigenlijk het enige dat ik op dit interessante boek aan te merken heb. Maar het is ontzettend goed en meeslepend geschreven en doet je beseffen hoe juist deze mannen, vanuit hun kwetsbare 'underdog-positie' verantwoordelijk waren voor grote veranderingen in de Britse popcultuur. Denk daarbij ook aan Joe Flannery, over wie ik eerder schreef. En ja, vrouwen waren er ook. Bijvoorbeeld Vicki Wickham, de manager van Dusty Springfield, onderdeel van datzelfde gay network in Londen. In ieder geval komt het leven van Brian Epstein en zijn geschiedenis met The Beatles en z'n andere acts prominent aan bod. Belangrijk voor ons, als Beatlesfans.
Een ruzie met Lennon
In The Velvet Mafia las ik daarover regelmatig dingen die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat Brian Epstein kort voor zijn dood een aanvaring had met John Lennon. Zo verklaarde Clive Kelly, die Brian ooit in 1958 ontmoette in een gay club in Blackpool en later regelmatig optrad als zijn bodyguard, dat hij de Beatlesmanager kort voor zijn dood sprak. Epstein belde hem op, met de vraag om naar zijn woning aan het Londense Chapel Street te komen. Daar trof Kelly hem gehavend aan: bont en blauw, met een aantal kleine snijwonden. Eerder die dag had Lennon Epstein gebeld, met de vraag of Brian voor een zakelijke bespreking naar Weybridge wilde komen. Toen Brian geen gehoor kreeg aan het hek, parkeerde hij zijn auto op straat en liep hij zelf de oprijlaan op. De ontmoeting met Lennon eindigde met een woordenwisseling, waarna John Brian de deur wees, maar daarbij ook nog eens in zijn auto sprong en op hem inreeed, om hem zo snel mogelijk te verjagen. Wellicht speelden drugs een rol. Het voorval raakte Epstein in ieder geval diep, zowel fysiek als mentaal. Die nacht bleef Clive Kelly bij Brian slapen, om hem een gevoel van veiligheid te geven. De bodyguard herinnert zich hoe Epstein vanuit zijn bed wees naar een aantal ingelijste foto's van de Queen's Guards, met de woorden: "Zij zullen me wel beschermen tegen John." Ik vond dat een even tragisch als fascinerend detail over de doorgaans zo goede verstandhouding tussen Lennon en Epstein. Wanneer je vervolgens weer uitzoomt, zet The Velvet Mafia het leven van Brian Epstein in een fascinerend perspectief, dat beslist het nodige toevoegt aan de geschiedschrijving rond The Beatles.
The Velvet Mafia: The Gay Men Who Ran the Swinging Sixties / Darryl W. Bullock, 304 pagina's, verscheen bij Omnibus Press op 4 februari 2021. In de podcast 'Beatles Books' kun je luisteren naar een interview met de auteur.