zaterdag 8 januari 2022

I'll Follow The Sun: een vieze sigaret, de badkamer en de vitrage aan Forthlin Road

Een heel gelukkig nieuwjaar, lieve lezers! Hopelijk hadden jullie, ondanks deze bijzondere lockdown-periode, toch nog goede kerstdagen en een fijne jaarwisseling. Zelf vond ik het een mooie gelegenheid om even tot rust te komen, na een drukke tijd. Inmiddels zijn we de drempel naar 2022 overgestapt. Ik hoop dat het voor jullie een jaar mag worden vol kansen en mogelijkheden. Een jaar waarin de zon op allerlei manieren wat meer zal schijnen. Gelukkig zien we de dagen alweer lengen. 


Groeiende verzameling akkoorden
Het is geen geheim dat de zon The Beatles inspireerde tot het schrijven van een aantal mooie nummers. En zelfs de 16-jarige Paul McCartney gebruikte het hemellichaam, zij het als metafoor, in zijn vroege compositie I'll Follow The Sun. Het blijft bijzonder hoe McCartney, die zo veel nummers schreef, zich van veel van die songs nog levendig kan herinneren onder welke omstandigheden ze tot stand kwamen. Misschien juist wel als het om die eerste composities gaat. Misschien wel omdat hij zijn eigen muzikaliteit ontdekte en nieuwsgierig experimenteerde met de groeiende verzameling akkoorden die hij tot zijn beschikking had.

Paul rond 1960, zittend naast de schouw 
van Forthlin Road.


Een smerige sigaret

Paul koppelt zijn herinnering aan het schrijven van I'll Follow The Sun sterk aan zijn ouderlijk huis aan Forthlin Road in Liverpool. Het was de plek waar het gezin McCartney na een aantal verhuizingen uiteindelijk neerstreek én het huis waarin Paul van een getalenteerde, maar onbekende local transformeerde naar Beatle Paul, die binnen een paar jaar publiek bezit werd. Maar zo ver was het nog niet, toen de jonge en leergierige Macca op een zekere dag in het jaar 1959 met zijn gitaar in de voorkamer van het huis aan Forthlin Road stond. Pas hersteld van de griep nam hij, zo herinnerde hij zich, weer een trekje van een sigaret. Die smaakte bijzonder smerig.


De vitrage van Mary
Tokkelend op zijn gitaar en turend door de vitrage bedacht Paul de akkoorden en melodie van I'll Follow The Sun. Ook dat beeld van de vitrage bleef hem altijd bij. In zijn recente publicatie The Lyrics lees ik dat Paul nog altijd graag vitrage in zijn huizen ophangt. De gordijnen doen hem waarschijnlijk denken aan zijn moeder, Mary McCartney Mohin, die hij in 1959 als puber al twee jaar moest missen. Ze overleed aan kanker, slechts 47 jaar oud, maar had nog wel haar stempel op de inrichting van de nieuwe woning gedrukt. En hoewel Paul met I'll Follow The Sun wegdroomde om het regenachtige Liverpool te verruilen voor zonniger oorden, vergeleek hij de structuur van het nummer later juist met de plek waar hij het schreef.

Mary McCartney Mohin in haar jonge jaren

Cheek to Cheek
Twee keer bezocht ik 20 Forthlin Road in Liverpool. Het huis is nu in bezit van de National Trust. Je kunt er een rondleiding boeken om te zien hoe de McCartneys destijds woonden. Wie binnenkomt, slaat linksaf de voorkamer in, loopt tussen de familiepiano en schoorsteenmantel door richting de achterkamer. Die is op zijn beurt weer verbonden met een kleine keuken, van waaruit je ook weer een deur kunt openen naar de hal. En zo sta je weer op de plek waar je binnenkwam. Net als de rondjes die hij zelf in zijn ouderlijk huis kon lopen, heeft I'll Follow The Sun volgens McCartney ook de vorm van een cirkel. Hij wilde dat die structuur leek op die van het nummer Cheek to Cheek, van Fred Astaire. Eén van de favorieten van zijn vader, die hij vroeger vaak hoorde. De laatste zin van de zogenaamde middle eight moest eigenlijk weer naadloos overgaan in de eerste zin van het vertrouwde thema. En we horen die parallel inderdaad terug.  


De galm van de badkamertegels
Het is erg leuk en interessant dat er een hele vroege opname bestaat van I'll Follow The Sun. Gespeeld op het adres waar het nummer werd gecomponeerd. De galm die we horen zou volgens McCartney te danken zijn aan de badkamer, waar het nummer opgenomen werd tijdens de Paasvakantie in het vroege voorjaar van 1960. Overigens met een nog afwijkende tekst: "Well don’t leave me alone, my dear. I’ll hurry, and call on me my sweet." Om een opname te kunnen maken, leende Paul de Grundig taperecorder van zijn buurjongen Charles Hodgson. Hij gaf de recorder, inclusief een tape vol opnames, terug. Leuk feitje: in 1995 kocht McCartney de originele tape, die door een familielid van zijn oud-buurjongen op zolder was ontdekt. De vraag is wie we hier, naast Paul, op de opname horen. Het ligt voor de hand dat het John, George en Stuart Sutcliffe zijn. Maar wie is de vijfde persoon? Horen we Paul's broer Mike of juist Tommy Moore meeslaan op de drums? 

"Outtake" voor de cover van
het album Beatles For Sale (1964)


Voor kerst in de schappen

Vier en een half jaar na die Paasvakantie in 1960 waren The Beatles geen jongens meer die met een geleende taperecorder pas geschreven liedjes in de galmende akoestiek van de badkamer vastlegden. Op 18 oktober 1964 waren ze wereldsterren, die voor hun album Beatles For Sale, in de Londense EMI Studio Two teruggrepen op een oudje in hun repertoire. Er was geen tijd te verliezen. De nieuwe lp moest voor kerst in de schappen liggen. Na ruim vier jaar waren de vitrage van Mary, een vieze sigaret en de koortsdromen van een jongen uit Liverpool in het verleden verdwenen. Gesmolten als sneeuw voor de zon.  




zaterdag 25 december 2021

Cold Turkey? Hoe het kerstfeest van The Beatles in 1968 eindigde in chaos

Op maandag 23 december 1968 was het om negen uur in de ochtend al een drukte van belang in het Apple-kantoor aan Savile Row. Huiskoks Sally en Diana waren in de weer om een twintig kilo wegende kalkoen te preparen voor de op handen zijnde feestelijkheden. Met de kerstdagen in zicht hadden The Beatles (?) besloten dat er best een gezellig feestje gehouden kon worden in hun zakelijk hoofdkwartier in het chique Londense kleermakersdistrict. Maar, zoals kenmerkend voor de chaotische nadagen in het bestaan van de band, verliep het allemaal nèt wat anders dan gepland. We zetten de klok terug naar die bewuste maandag in 1968.



Een goochel- en buikspreek-act
Wat was het plan? Het kerstfeest van Apple zou uit twee delen bestaan. 's Middags om half drie mochten medewerkers zich met hun kinderen melden in het kantoor van Apple-directielid Peter Brown. Na het kinderprogramma zouden de feestelijkheden zich vanaf zes uur 's avonds in het kantoor van Neil Aspinall voortzetten, met een cocktailparty voor genodigden. Daags voor deze Apple Christmas Party werd er een interne memo verspreid, met een aankondiging van de fantastische Ernesto Castro en zijn assistente April. Een entertainersduo met een muzikale goochel- en buikspreek-act, dat bovendien zijn sporen verdiend had met optredens voor de Britse royals én Winston Churchill. Alle Apple-medewerkers mochten hun eigen kinderen of een paar andere kinderen meenemen naar het feest. En, zo was met de gebruikelijke humor in de memo te lezen, wie beide opties niet voor elkaar kreeg, kon er altijd nog voor zorgen intussen zelf een kind te krijgen.



Taart, worstebroodjes en ijs

Terwijl er die ochtend een grote kerstboom verrees en een bomvol buffet met lekkernijen werd voorbereid, was het tegen een uur of elf al een drukte van belang in de Black Room voor de pers, waar de eerste bezoekers zich tegoed deden aan grote hoeveelheden Scotch & Coke, geestverruimende sigaretten en de lp's die naar goed Apple-gebruik overdadig rondgedeeld werden. De harde muziek werd rond de klok van drie ruimschoots overstemd door het opgewonden gegil van meer dan honderd kinderen, die zich verderop in de gang vermaakten met taart, worstebroodjes en ijs, ongeduldig wachtend tot de grote Ernesto Castro en zijn assistent April met hun kerst-act zouden beginnen. Het optreden werd een groot succes.




John als Father Christmas
Ondertussen stonden John Lennon en Yoko Ono, verkleed als de kerstman en zijn vrouw, in de Black Office op de kinderen te wachten. Hopelijk hadden de ramen inmiddels even goed open gestaan, om de wietlucht te verdrijven. Samen met Mary Hopkin waren zij verantwoordelijk voor het uitreiken van de kerstcadeautjes. Temidden van de joelende kinderen, op zoek naar hun cadeau, mompelde een onbewogen John Lennon onophoudelijk "ho, ho, ho" door zijn witte baard. Ook Ringo, Maureen en hun kinderen waren present (zie foto's). Dat gold niet voor Paul, die vermoedelijk met zijn verloofde Linda al onderweg was naar Liverpool, waar hij de kerst bij familie doorbracht. En George? Ook hij was afwezig, maar zorgde wel dat de cocktailparty een bijzondere wending kreeg.





 

Hell's Angels
Na het kinderfeest hadden John en Yoko zich van hun kostuums ontdaan en waren ze gemoedelijk op de grond gaan zitten naast een paar dakloze hippies die hun intrek in het Apple-gebouw hadden genomen. De sfeer sloeg om toen enkele Hell's Angels, eerder dat jaar in San Francisco uitgenodigd door de nu zelf afwezige George Harrison, zich door de drukte naar voren werkten. Het werd stil toen aanvoerder Frisco Pete (Pete Knell) schreeuwde waar het eten bleef: "We gaan echt niet zo zeven uur wachten." Toen hij tot stilte gemaand werd, haalde hij uit naar één van de aanwezigen en verkocht hij hem een goed gemikte tik, waarna de Hell's Angel John Lennon indringend aankeek en hem sommeerde de kalkoen binnen te laten brengen. Vlak voordat er opnieuw een confrontatie plaatsvond, kwam Peter Brown op hoffelijke wijze tussenbeide en maande hij Frisco nog even geduld te hebben.  De feestgangers haalden opgelucht adem. De Hell's Angel verliet de ruimte hoofdschuddend.

De telegram waarmee George Harrison de 
komst van de Hell's Angels bij Apple aankondigde


"Frisco" Pete Knell


Linkerpoot
Nadat het buffet langs drie wanden was opgebouwd, werkte Frisco zich opnieuw naar voren. Voordat de ober hem kon vragen wat hij voor hem mocht opscheppen, rukte de ongeduldige kerstengel in één beweging de linker poot van de kalkoen, zoals toeschouwer en Apple-werknemer Richard DiLello de gebeurtenissen zou omschrijven in zijn boek The Longest Cocktail Party. Dit was het teken dat de overige hongerige gasten nodig hadden om zelf het buffet te plunderen. Gelukkig hebben we de foto's nog. Niet van het buffet trouwens. Merry Christmas, lieve lezers!


zaterdag 11 december 2021

Hoe het nieuwe Get Back-boek al bij verschijnen in de schaduw stond van de Peter Jackson-documentaire én de Let It Be-Anniverary Box

De afgelopen weken kwam er een tsunami aan artikelen, podcasts, YouTube-filmpjes en social media-updates op ons af over de spectaculaire Get Back-documentaire van Peter Jackson. Dat is ook niet zo gek. Misschien was The Beatles Anthology uit de periode 1995-2003 wel het meest recente omvangrijke multimedia-project dat The Beatles uitbrachten. Over zoveel nieuw belangwekkend materiaal, dat nu met Get Back op ons afkwam, moet natuurlijk geschreven en gesproken worden. Net als destijds bij het Anthology-project verscheen in deze Get Back-periode een lijvig koffietafelboek dat de audio en video ondersteunde. Half oktober lag deze officiële Beatles-publicatie in de boekhandel.

Eindejaarslijstjes
Wie in de laatste maanden van het jaar jarig is, zoals ik, heeft geluk. Hoewel ik me altijd ongemakkelijk voel bij het krijgen van cadeautjes, zijn er in deze periode genoeg prachtige boeken (op aandringen van de gever) op het verjaardags-, sint- of kerstlijstje te plaatsen. It's the season. En ieder jaar verschijnt er wel iets waarmee je als Beatlesliefhebber je verzameling toch wel zou willen uitbreiden. Omdat men zo aandringt. En dus pakte ik eind oktober dankbaar de Engelstalige "heruitgave" van het Get Back-boek ("by The Beatles") uit. Ik was er blij mee!



In de schaduw van de box en de docu
Eigenlijk stond het 240 pagina's tellende boek al bij verschijnen in de schaduw van de Let It Be Anniversary cd/lp-box (waarvan de Super Deluxe Edition ook weer een ánder boek bevat). Die kwam namelijk ook half oktober uit. En de stroom van reviews over deze box ging naadloos over in de genoemde tsunami van nieuwsberichten en achtergrondartikelen over de Get Back-documentaire van Peter Jackson, die dan weer eind november verscheen. Wie alles tot zich wil nemen, komt ogen en oren tekort. Laat staan dat het allemaal al ingedaald is. Dit kunnen onze hongerige maar tere Beatles-harten toch niet allemaal in één keer verwerken?



De leesbril hoeft niet op
Daarom kwam ik er afgelopen week pas toe om het geweldige Get Back-boek open te slaan en door te bladeren. 240 glimmende pagina's, waarvan het grootste deel in full colour. De geur van drukinkt in m'n neus. Alles is royaal aan de uitgave. Van de omvang (25 x 30 cm) en het gewicht (bijna twee kilo) tot de lettergrootte en bladspiegel. De leesbril hoeft niet op. De foto's spatten van het papier. En over die foto's gesproken: op een paar oudere foto's in de inleiding na (Terence Spencer), zijn ze van de hand van Ethan Russel en Linda Eastman (destijds binnen drie maanden Mevrouw McCartney). Hun foto's staan afgedrukt in frames met rechte hoeken. De vele "stills" uit de film zijn te herkennen aan hun kaders met ronde hoeken.



Waar is Maureen?

Na het voorwoord (Peter Jackson) en de inleiding (Hanif Kureishi) volgen vier overzichtspagina's waarop de hoofdpersonen uit de documentaire op een rij geworden gezet. Opvallend is het dat Yoko Ono, Linda Eastman en haar dochter Heather wel met naam en foto in het overzicht staan, maar dat Maureen Starkey, die toch ook regelmatig in de documentaire te zien is, geen aparte vermelding krijgt. Of zou men alleen gekozen hebben voor de personages die we daadwerkelijk horen spreken in de documentaire en van wie er dus ook tekst in het boek werd afgedrukt?

Het oorspronkelijke Get Back-boek
dat in 1970 met het Let It Be-album verscheen

Wie was de stille Beatle?
Net als in de documentaire is het boek in drie zogenaamde "acts" verdeeld: Twickenham Film Studios (act one), Apple Studios (act two) en The Rooftop (act three). En net als korte nawoord ("What happened next?") werden deze teksten geschreven door John Harris. Binnen het drieluik staan de foto's en geselecteerde audiotranscripties per dag gerangschikt. Net als in het oorspronkelijke zwarte Get Back-boek, dat in 1970 (met slecht gelijmde rug) het Let It Be-album in een aantal landen in de "deluxe version" vergezelde. In de huidige transcripties en de documentaire valt op hoe weinig Ringo Starr zich met alle discussies en meligheid bemoeide. Wie was nu eigenlijk écht de stille Beatle, is de vraag die we kunnen stellen. Ook in dat opzicht dienen zich na 51 jaar nog steeds nieuwe inzichten aan.

donderdag 25 november 2021

Peter Jackson-documentaire Get Back werpt een nieuw licht op wat The Beatles in januari 1969 doormaakten

Deze week verschijnt de langverwachte driedelige documentaire Get Back, die Peter Jackson samenstelde uit 55 uur beeldmateriaal en 140 uur audio uit de kluizen van Apple. De audio was de afgelopen decennia al voor een deel uitgelekt, maar het beeldmateriaal nog nauwelijks. Voor beide ingrediënten geldt: niet eerder zagen en hoorden we The Beatles zo compleet, zo haarscherp en zo kraakhelder tijdens hun sessies in januari 1969. Sessies waaruit aanvankelijk een donkere bioscoopfilm en een gefragmenteerd album werden samengesteld.


Voedden The Beatles hun eigen herinneringen?
Het moet toch met name de korrelige, donkere bioscoopfilm zijn geweest, die de herinneringen van John, Paul en George en Ringo over die januarimaand zo grauw kleurde. In hun eigen reflecties op het project versterkten de vier Beatles hun herinneringen en voedden ze wellicht het beeld dat decennialang overgenomen werd in artikelen, boeken en documentaires. Hoewel het beslist niet allemaal peis en vree was, en vaak ronduit een ingewikkelde tijd, werpt de nieuwe Peter Jackson-documentaire een nieuw licht op januari 1969. Ruim twee jaar geleden vertelde Mark Lewisohn al dat hij nauwelijks een onvertogen woord kon ontdekken in alle tapes die hij beluisterde. Die uitspraak wordt nu ondersteund door wat ons deze dagen in drie lange documentaire-delen voorgeschoteld wordt.



Hoe snel kun je al conclusies trekken?
Afgelopen week kreeg ik de kans om, via een streng afgeschermde perslink, al zo'n 80% van de documentaire te zien. Het was een voorrecht, maar tegelijkertijd een uitdaging om zó snel uit zo'n enorme hoeveelheid beeld- en geluidmateriaal de juiste conclusies te trekken. Je moet het allemaal zien, verwerken, overdenken, heroverwegen en ook nog eens opschrijven. Het is bijna niet te doen. Toch wilde ik jullie graag laten weten wat mijn eerste gedachten en gevoelens bij Get Back zijn. En natuurlijk ben ik de komende dagen ook benieuwd naar wat Get Back bij jullie zelf oproept. In ieder geval mocht ik er met Jan Cees ter Brugge bij De Nieuws BV op NPO Radio 1 al een eerste reactie op geven.



De pluizen op de oranje trui van McCartney
Ten eerste was Get Back een fascinerende kijkervaring. De beelden zijn zo mooi gerestaureerd dat je de pluizen op de oranje trui van McCartney kunt zien, net als het vuil onder de nagels van Lennon. We zijn, meer dan ooit, een fly on the wall. Of eigenlijk een fly on the knee van The Beatles. En we kijken en luisteren mee hoe de band zich in het eerste deel probeert te verbinden met een nieuw project. Dat lukt maar nauwelijks. Een grote, ongezellige studio, een paar keukenstoelen en wat apparatuur. Het bleek een setting waarin The Beatles zich duidelijk vertwijfeld afvroegen waar hun beoogde documentaire en oefensessies voor een publiek optreden toe moesten leiden.



Ongeïnspireerd en doelloos
Nu Peter Jackson ons in die eerste, ongeïnspireerde en vaak doelloze fase van het Get Back-project zo met de neus op de feiten drukt, overkomt ons als kijker (althans: dat gebeurde bij mij) haast ook een gevoel van machteloosheid. Niet alles dat The Beatles aanraakten, veranderde in goud. Er wordt halfslachtig een nieuw nummer ingezet, waarna er snel een klassieker volgt, zoekend naar common ground, in een tijd waarin dat niet meer zo vanzelfsprekend leek. Het is de fase waarin McCartney, met de beste bedoelingen, zoekend naar een plan, regelmatig de leiding neemt. Haast in vertwijfeling. Lennon is mentaal afwezig, George voelt zich soms wat gedirigeerd en Ringo ziet het in stilte aan. Het is de ongemakkelijke waarheid van deze eerste dagen, die we als kijker samen met The Beatles beleven.


Een microfoon in een plantenbak

Wanneer George afhaakt en naar Liverpool blijkt te zijn vertrokken, is er aanvankelijk ongerustheid maar ook al snel een vorm vertrouwen dat alles goed komt. Lennon en McCartney trekken zich samen terug in de Twickenham-kantine en spreken onder vier ogen over de crisis. Gelijkwaardig, respectvol en nuchter. De cameraploeg duwde een microfoon in een plantenbak. Dankzij deze meesterzet, zitten wij op het puntje van onze stoel en horen we hoe de twee bandleiders de situatie evalueren en de nabije toekomst inschatten. Het is één van de momenten waarop je begint te beseffen hoe belangrijk dit document voor ons is, om te begrijpen wat er werkelijk is gebeurd. Net als bij het kijken naar de veel uitgebreidere beelden rond de discussie tussen Paul en George ("I play whatever you want me to play."). De soep werd uiteindelijk niet zo heet gegeten als hij leek te worden opgediend.



Nieuwe technieken
Dankzij nieuwe video- en audiotechnieken, waarin Peter Jackson artificial intelligence en machine learning toepaste, lukte het hem om qua beeld en geluid beter in te zoomen op het hele groepsproces dat zich ruim 50 jaar geleden in Twickenham en bij Apple afspeelde. We zoomen in op de nooit eerder getoonde tranen die in McCartneys ogen opwellen, als de toekomst van de groep ter sprake komt. We horen conversaties die jarenlang (al lagen ze in de kluis) ondergedompeld bleven in het geluid van gitaren en drums. Met schatgraven komt de waarheid aan de oppervlakte.


Het ongemak van Paul
Die waarheid, tenminste in de ruim zes uur die we nu voorgeschoteld krijgen, is een hele eerlijke en een hele mooie. Misschien is hij wel net zo troostrijk voor ons als liefhebbers, als hij was voor de overgebleven Beatles en hun inner circle. Want na de verhuizing naar de Apple-kelders, vanaf deel twee, begint de energie te stromen. We zien George hoopvol terugkeren, John mentaal weer aanhaken, Paul opklaren en Ringo ontspannen glimlachen. Yoko is bescheiden aanwezig en wordt met respect behandeld. De doelloosheid gaat over in een mix van meligheid en een zoektocht naar een manier waarop het project toch tot een goed einde kan worden gebracht. Daarbij is het Paul die er nog steeds het maximale uit wil halen. Niet bazig, maar kwetsbaar. Hij vraagt om een gestructureerde aanpak, benoemt zijn ongemak bij de leidersrol waartoe hij zichzelf haast gedwongen voelt, en hoopt nog steeds dat dat afsluitende concert er kan komen.


Overwinnaars-mentaliteit
Wanneer Glyn Johns hem influistert dat een concert op het dak wel eens de perfecte oplossing kan zijn, zien we McCartneys gitzwarte wenkbrauwen blij omhoog schieten en de ontspanning zich van zijn gezicht meester maken. Uiteindelijk is er een uitweg uit de rommelige zoektocht in de kelders aan Savile Row. En die ligt pal boven hun hoofden. En dan gaat het ook snel opwaarts met de energie. Er wordt een setlist samengesteld, hard gerepeteerd. Daarin tonen The Beatles zich een band die zich heel snel en doelmatig het soms complexe nieuwe materiaal eigen kan maken. Er ontstaat een overwinnaars-mentaliteit ("wij vieren tegen de rest van de wereld, tegen de deadline"). En zo sta je toch versteld van het niveau waarmee de nummers op het koude Apple-dak uiteindelijk gespeeld worden. Alles onder controle. Het geeft de ongelofelijke klasse van The Beatles als band weer. 


Van niets naar alles

Die overwinnaars-mentaliteit laat in Get Back zien hoe snel de energie binnen The Beatles om kon slaan. Eigenlijk was het vaak "alles of niets". Die hele reis, in dit geval van niets naar alles, maken we als kijker volop mee. Of het algemeen publiek dat proces voor de televisie uit zal zitten? Ik betwijfel het. Wie op afstand nieuwsgierig is, beleeft misschien meer plezier aan de verkorte bioscoopversie. Maar wie The Beatles van haver tot gort kent, het liefst binnenstebuiten keert, kijkt gefascineerd naar dit groepsproces, dat haast aandoet als een sociaal experiment. Als een big brother-setting, waarin de camera's vergeten worden. Net als alle conventies. 

Julian Lennon, Olivia Harrison en Sean Lennon

Broederschap
En dat is misschien ook wel zo mooi. Want wanneer de aanwezigheid van camera's vanzelfsprekend is geworden, zien we vier mannen die nog steeds een diepe verbondenheid uitstralen. We zien het onderlinge respect tussen Paul en John, de vriendschap tussen George en Ringo. We kijken naar vier bandleden (haast broers) die hun irritaties moeiteloos opzij schuiven en met een glimlach het volgende nummer inzetten. Die zich samen verbazen en slap lachen om alle speculaties die ze gezamenlijk in de Britse kranten lezen. De vrolijkheid, dat "doorgaan, tegen beter weten in" en dat broederschap zal veel kijkers een warm gevoel geven. Wat dat betreft kon een geëmotioneerde Julian Lennon het afgelopen week niet beter verwoorden: "The One True thing I can say about it all, is that it makes me so proud, inspired & feel more love for My/Our familiy, than ever before... And the film has made me love my father again, in a way I can't fully describe... Life Changing." Veel kijkplezier!

 




zaterdag 13 november 2021

De Week van de Verwarring: een onbekende foto van Paul (?) en een onbekende track van Ringo en...George?

Het was de Week van de Verwarring, lieve lezers. En dan heb ik het niet over het coronabeleid van het kabinet. Nee, politiek nieuws zul je hier niet vinden. Het is en blijft allemaal Beatles wat de klok slaat. Maar verwarrend was het wel, want er doken maarliefst twee onbekende items rond The Beatles op. In het ene geval was dat een ijzingwekkende foto waarop Paul McCartney op de ochtend van 9 december 1980 te zien zou zijn, terwijl hij de krant koopt waarin John Lennons dood wordt aangekondigd. Nergens staat echter dat de man, die we op de rug zien, daadwerkelijk Paul is. Al lijkt hij qua postuur en houding op Paul, maakte Linda McCartney de foto en dook deze op in het afgelopen week verschenen The Lyrics-boek. Wie het weet, mag het zeggen.


Radhe Shaam op een zolder
In het andere geval was daar ineens een onbekende opname waarop George Harrison en Ringo Starr te horen zijn. Tijdens de lockdown ruimde de Indiase schrijver en producer Suresh Joshi (75) in Birmingham zijn zolder op en trof hij een tape die, naar zeggen, uit 1968 stamde. Te horen waren Ringo Starr, George Harrison en enkele andere bandleden, die het door Joshi geschreven nummer Radhe Shaam speelden. Daarbij begeleidden ze zanger Aashish Khan, die hindi zong. De opname zou gemaakt zijn in de zomer van 1968 in de Londense Trident Studio's, waar The Beatles een deurtje verder aan het nummer Hey Jude werkten. De opname was bedoeld voor de documentaire East Meets West. Joshi en Harrison waren al bevriend, deelden een interesse in Indiase muziek en de producer zou Harrison zelfs aan Ravi Shankar hebben voorgesteld.


East Meets West
Met hulp van een vriend zorgde Joshi dat de herontdekte tape in handen kwam van een producer. Die krikte de opname op en zorgde dat het nummer gemixt werd. Waar het over gaat en hoe het klinkt? Het is een psychedelisch popnummer over het concept dat "we allen één zijn en alles kunnen bereiken wat we willen". Daarmee past het in de tijd waarin het gemaakt werd en doet het ook denken aan het album dat George Harrison in 1971 met de Radha Krishna Temple opnam. Houd dat seventies-concept even vast...


Parel
So far, so good. Een trotse Suresh Joshi vertelde deze week op BBC Merseyside over de parel die hij vele decennia op zijn zolder had liggen. Ook mocht een select gezelschap in het Beatles Museum in Liverpool eerder alvast naar de track luisteren. In Nederland besteedden onder andere Nu.nl en Radio 1 aandacht aan het nieuws. Ons aller Yorick van Norden, Beatleskenner-pur-sang, vertelde er afgelopen donderdag enthousiast over in het Radio 1 Journaal. Ook mijn Fab4Cast-collega's Wibo Dijksma, Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema wijdden er een extra Petje Af-podcast (#04) aan, waarin ze het nummer en de context bespraken. 


1968 of 1970? Harrison of Clapton?
En daar gebeurde iets knaps, althans dat vind ik. Want Wibo Dijksma maakte twee rake opmerkingen. Ten eerste vond hij het nummer eerder klinken alsof het in 1970 opgenomen was, dan in 1968. Ook merkte hij op dat het gitaarspel hem eerder aan dat van Eric Clapton dan van George Harrison deed denken. Die twijfel bleef een beetje in de lucht hangen. Wat kun je verder? Het nieuws is vers, je kent nauwelijks de context, maar je hebt wel een goed stel kenners-oren. En dat heeft Yorick van Norden ook. Niets ten nadele van hem. Yorick baseerde zich ongetwijfeld op een betrouwbare bron als de BBC of The Guardian.


Een project voor Aashish Khan
Gisteren dook echter dit artikel op. Op de site Sound and Vision schreef Matt Hurwitz afgelopen zomer over de All Things Must Pass-sessies van. Het artikel verscheen ter gelegenheid bij de release van de uitgestelde 50 Anniversary Box van veelgeprezen Harrisons album. Daar lezen we het volgende:

One other key player was arranger John Barham, who had met George at Esher in 1966, when Ravi Shankar came to play for him there. Barham had subsequently worked on Wonderwall Music, and, on March 10, 1970, had created an arrangement for an unreleased session George helmed at Trident for a project by Indian musician Aashish Khan (which also featured Eric, Klaus and Ringo).

Dat zou er inderdaad op duiden dat het nummer in maart 1970 werd opgenomen en dat het goed mogelijk is dat we Eric Clapton horen spelen. Op de foto die bij de BBC gedeeld werd, zien we Ringo (overduidelijk met 1970-haardracht) met arrangeur John Barnham (links) en een Indiase man staan. Zou dat alsnog Suresh Joshi kunnen zijn? Het lijkt me niet Aashish Khan, die op een andere foto (zie daaronder) staat. Zou Joshi de sessie uit maart 1970 verward hebben met die uit de zomer van 1968? Het is goed denkbaar, omdat beide sessies in Trident plaatsvonden. Wederom: wie het weet, mag het zeggen!

John Barnham, Ringo Starr en....? 


George Harrison, Aashish Khan en John Barnham


zaterdag 6 november 2021

De nieuwe Let It Be-box: over Ringo's klikkende drumstokjes en 2 minuut 49 aan nieuw materiaal (met podcast)

Spannende tijden in Beatles-land. Terwijl we allemaal uitkijken naar de nieuwe, zes uur durende Get Back-film die vanaf 25 november op Disney+ te zien is, verschenen ondertussen al de Let It Be-boxset, het luxe Get Back-boek en Paul McCartneys The Lyrics-boek. Waar moet een mens beginnen om dat allemaal tot zich te nemen? Als je al in de gelegenheid bent om alles aan te (willen) schaffen. Hoe dan ook, er valt veel te snoepen dit najaar, voor Beatlesliefhebbers die zich onder willen dompelen in de sfeer van die toch wel legendarisch geworden sessies die de band in januari 1969 hield.




Andere status van The White Album en Abbey Road
De Super Deluxe-versie van de boxset bevat de nieuwe stereo-mix van het Let It Be-album, Apple sessies, repetities en jams. Ook zit het originele Get Back-album in de box, net als de Let It Be-EP, een Blue Ray-disc met dolby atmos, 5.1 en high res audio-versies van de nummers én, als klap op de vuurpijl, een 105 pagina's tellend boek. We zijn het inmiddels van de boxen gewend. Dat boek had ik graag los willen kopen, maar ja...zo werkt het niet in Beatlesland, en daarom besloot ik toch maar om deze grote Beatlesbox aan me voorbij te laten gaan en de tracks via Spotify te beluisteren. Hoewel ik Let It Be een erg mooi Beatles-album vind (met Across The Universe als favoriete track), heeft het bij mij toch een nét iets andere status van bijvoorbeeld The White Album en Abbey Road, waarbij ik wél overstag ging in de aanschaf van de jubileumboxen.




Hoofdpijn-dossier
De geschiedenis van dat hele Get Back/Let It Be-project is een interessante, maar een warrige. Het is er eentje van een valse start, een verhuizing van locatie, een legendarisch concert op een dak, maar ook van een worsteling om uiteindelijk een geschikt album uit al dat materiaal samen te stellen. Een slepend hoofdpijn-dossier, dat door The Beatles zelf eigenlijk al aan de kant geschoven was, omdat zij hun aandacht inmiddels weer van de aardse rock 'n' roll en eenvoud naar het inventieve, rijk gearrangeerde en geproduceerde Abbey Road-project verlegden. Uiteindelijk kwam het album er wel, al ging dat niet zonder slag of stoot. Enfin, de goed geïnformeerde lezer van deze column kan die zware bevalling inmiddels wel dromen.

Giles Martin (de zoon van Beatlesproducer George Martin) 
tekende wederom voor de remix.


2 minuut 49 aan nieuw materiaal
Wat het album niet haalde, vond de afgelopen decennia zijn weg naar de nieuwsgierige verzamelaar. Via bootlegs in alle vormen en maten. Zelf kocht ik ooit (pre-internet) een cd van het befaamde Yellow Dog-label, waarmee ik voor het eerst de studiodeur van de Get Back/Let It Be-sessies op een kier kon zetten. Anno 2021 was, bij het verschijnen van deze luxe Let It Be-box, dan ook de vraag: hoeveel nieuw materiaal gaan we nog aantreffen? Jan Cees ter Brugge van Fab4Cast zocht dat haarfijn uit. Wat blijkt? De nieuwe box bevat 2 minuut 49 aan nieuw materiaal, waarvan 1 minuut 40 aan muziek. Eén van die fragmenten is Wake Up Little Suzie van de door The Fab Four geadoreerde Everly Brothers. Maar heeft de gemiddelde Beatlesliefhebber al die andere uitgelekte tracks allemaal onder de knop? Dus tsja, dan is zo'n box met een dwarsdoorsnede van wat bijzondere opnames toch ook wel weer fijn.




Het ontbrekende rooftop-concert
Toch blijft er rond deze nieuwe box genoeg te onderzoeken. Hoe zit het met die EP die plotseling bij de box is gevoegd? Hoe verhoudt zich de 2021 remix zich tot de 2009 remaster? Leverde Giles Martin (de zoon van) goed werk bij de totstandkoming van de remix? Klinkt dat betwiste Phil Spector-orkest nu heel anders op de nieuwe mix? Hadden de (per ongeluk) klikkende drumstokjes van Ringo uit Let It Be weggehaald mogen worden? Wat had er nog méér in gezeten, bij het samenstellen van de box? En is het ontbrekende rooftop-concert een gemiste kans of had het er écht bij moeten zitten? Gelukkig is er altijd weer de fijne duiding en uitleg van de heren van Fab4Cast, gelardeerd met mooie fragmenten. Heerlijk luistervoer voor dit weekend. En....laat me vooral weten wat het album Let It Be voor jullie betekent in die hele Beatlescatalogus.


zaterdag 23 oktober 2021

Hoe ik Ringo Starr op Netflix zag acteren in That'll Be The Day

Voor Ringo Starr riep het vast een gevoel van nostalgie op, toen hij op 23 oktober 1972 afreisde naar Butlins Holiday Camp op het Britse Isle Of Wight. Terwijl George Harrison werkte aan zijn volgende album Living In The Material World, Paul McCartney met Wings aan de weg timmerde en John Lennon met Yoko Ono vaste voet aan de grond probeerde te krijgen in New York, had Ringo een contract getekend om een rol te vervullen in de retro-film That 'll Be The Day. De film verscheen onlangs op Netflix, waardoor hij opnieuw toegankelijk werd voor een groot publiek.


Creatieve zingeving
Het acteren bleek Ringo Starr goed af te gaan. Niet alleen bleek hij in de Beatlesfilms A Hard Day's Night, Help! en Magical Mystery Tour een 'natural', ook zette hij zelfstandig zijn filmcarrière voort. Tijdens de nadagen én tot ver na het uiteengaan van The Beatles. Zo was zijn relatief grote bijrol in That'll Be The Day geen spannend nieuw uitstapje, maar begon het acteren voor Ringo een serieuze aangelegenheid te worden, naast zijn activiteiten als solo-artiest en sessiemuzikant. Wellicht ontleende hij er ook wel een nieuwe vorm van (creatieve) zingeving aan, bij het zoeken naar een nieuwe weg, na het uiteenvallen van The Beatles. 




Nostalgie-rage
Dat Ringo met de filmcast en -crew in oktober 1972 op het Isle Of Wight neerstreek, moet hem hebben herinnerd aan zijn eigen jeugd. Als drummer van Rory Storm and The Hurricanes verzorgde hij vele optredens in één van de Butlin's vakantiekampen, die in het Engeland van de jaren 50 en 60 te vinden waren. Hij werd er zelfs zo'n beetje achter de drums weggekaapt, met de vraag om bij The Beatles te komen spelen. De setting van het nog in tact zijnde Butlin's kamp op het Isle Of Wight paste perfect bij het script dat de Noord-Engelse schrijver, journalist en Beatles-vertrouweling Ray Connolly voor That'll Be The Day schreef. Op verzoek van regisseur David Puttnam, die zich voor het idee liet inspireren door Harry Nilsson's prachtige nummer 1941. Dat script paste bovendien precies in de nostalgie-rage die zich begin jaren zeventig over Engeland en de VS verspreidde. Het was even hip om terug te blikken op de tijd waarin de good old fifties overgingen in de sixties.




Excellente casting
Het verhaal van That'll Be The Day (uiteraard vernoemd naar de Buddy Holly-klassieker) volgt een jonge Engelse man uit de arbeidersklasse, gespeeld door David Essex. In het coming of age-drama wil deze Jim Maclaine zijn beklemmende lot (studeren, werken, een gezin stichten) ontvluchten. In de spannende, opkomende Rock 'n' Roll-cultuur ziet hij een mogelijkheid om zijn dromen waar te maken. Met vriend Mike (gespeeld door Ringo) ontdekt hij hoe het vrije leven er aan de Engelse zuidkust er uitziet, nadat hij besloten heeft zijn schepen in Noord-Engeland achter zich te verbranden. In grofweg het middelste deel van de film zien we Ringo prominent in beeld, in veel scènes en dialogen met zijn vriend Jim. Door de setting, het thema en de nostalgische sfeer, wordt de ex-Beatle die Ringo op dat moment al lang en breed is, zelf weer een jaar of 15 teruggeslingerd in zijn Rory Storm-tijd. Over excellente casting gesproken. Net als die van Billy Fury in de rol van zanger/frontman Stormy Tempest (aha, precies ja) en Keith Moon als drummer van de band.




Hang naar vrijheid
That'll Be The Day doet natuurlijk wat gedateerd aan. Je ontkomt er niet aan, met een film uit 1973. Ringo hoeft zich niet te schamen voor zijn acteerprestaties, maar de film is geen meesterwerk. Toch zal hij mening Beatlesfan plezieren, omdat het verhaal aan alles doet denken dat The Beatles zelf in hun late tienerjaren doormaakten. Hun Noord-Engelse arbeidersmilieu, het bijbehorende accent, de hang naar vertier, naar meisjes, vrijheid, lol, muziek, op kermissen en in bars. Weg onder het toeziend oog van het thuisfront. Dat gevoel van avontuur, je ontworstelen aan het verwachtingspatroon van anderen, opgroeien en dromen van een kleurrijke toekomst....het zat er helemaal in. Wat niet wil zeggen, dat het al die jongeren uit het Engeland van eind jaren vijftig gelukt is. Die boodschap laat de film ook wel zien. Het doet je nog eens beseffen hoe bijzonder het uiteindelijk voor de vier Beatles, inclusief Ringo zelf, is gelopen.