zaterdag 7 februari 2026

Waarom de nieuwe Disney+ versie van Anthology mij trots maakte en verbijsterde

Beter had ik het nieuwe jaar niet kunnen beginnen: in januari besloot ik op streamingsdienst Disney+ de gloednieuwe versie van The Beatles Anthology te kijken. Om het dertigjarig bestaan van het officiële Beatlesproject te vieren, kondigde Apple in de loop van 2025 namelijk een aantal nieuwe releases aan. Van een complete boxset, van het boek en ook van de opgepoetste documentairereeks, via Disney dus. 

Idee van Neil Aspinall
Anthology kent een lange geschiedenis, die eigenlijk al stamt uit 1970. Want kort na het uiteenvallen van The Beatles vatte voormalig roadmanager en 'Apple executive' Neil Aspinall het plan op om zoveel mogelijk beeldmateriaal van de band veilig te stellen. Voor een documentaire waarin de bandleden voor het eerst zélf hun verhaal zouden vertellen. The Long And Winding Road, zo moest het document gaan heten. Het werd een long and winding road, want uiteindelijk zou het tot november 1995 duren voordat de documentaire voor het eerst op de Britse televisie werd uitgezonden. Op video, laserdisc en (later) dvd verschenen langere versies van de toch al omvangrijke vertelling van het Beatlesverhaal.



Eigentijdse versie
Fast forward naar november 2025. Want vorig najaar, dertig jaar na dato, verscheen de geactualiseerde, vlottere en opgeknapte versie van Beatles Anthology. De oorspronkelijke delen waren opgeknipt in acht afleveringen én er was zelfs een negende deel aan toegevoegd, met bonusmateriaal. De release laat zien dat Paul en Ringo, samen met de erven Lennon en Harrison, overduidelijk bezig zijn met hun legacy. Al zijn de twee overgebleven Beatles kwieke tachtigers, en symbolisch gezien nu al onsterfelijk, ook zij zijn zich ongetwijfeld bewust van hun eindigheid. En als je het verhaal van je band, dat door zoveel anderen is opgetekend en verteld, zelf nog één keer door wilt geven, dan is het inmiddels de hoogste tijd.

Vergelijkingen
Al vanaf de eerste dagen waarin de 2025-versie op Disney+ te zien was, stond het internet vol met vergelijkingen tussen de oude en deze vernieuwde versie. Ik zag zelfs montages waarin ik in één oogopslag de oorspronkelijk en huidige start van de documentaire (op de klanken van In My Life) kon vergelijken. Al direct werd me duidelijk dat er vanuit Apple veel aandacht is besteed aan deze nieuwe versie. Er is zelfs sprake van korte nieuwe, of verlengde scènes, ten opzichte van de langste Anthology-versie (de director's cut) die in het bootleg-circuit schijnt te circuleren. Hier en daar is er wat getweakt. Zo vinden we bijvoorbeeld de Yellow Submarine-demo terug, die lang na de oorspronkelijke Anthology-docu werd ontdekt: John Lennons akoestische, folk-versie, waarin hij zingt over "the place where I was born," en waar "no one cared".


Ingekort
Geheel passend in het huidige tijdsgewricht, en wellicht bij een jonger kijkerspubliek, is Anthology ook ingekort. Twee uur maarliefst. Maar wel op een slimme manier. Zo is bijvoorbeeld de stem van een interviewer als Jools Holland niet meer te horen en zijn de quotes van de vier Beatles-als-vertellers vaker als voice over onder de beelden van clips, optredens en andere scènes gezet. In de oude versie was het én-én, zagen we John, Paul, George en Ringo ook vaker zelf vertellend in beeld. En al worden de verhalen rond sleutelfiguren als Stuart Sutcliffe, Pete Best en Brian Epstein nog steeds nauwelijks uitgediept, toch voelt Anthology in de huidige versie van acht uur als een diepgaande vertelling van het Beatlesverhaal. Door The Beatles zélf.


Het eigen verhaal
Daarin zit wat mij betreft nog steeds de kracht van de documentaire: de enorme focus op de eigen beleving van The Beatles. Het verhaal zoals zij, en slechts enkele anderen (onder wie George Martin en Neil Aspinall), dat vanuit het oog van de storm beleefden. Met nog steeds veel, heel veel ruimte voor de manier waarop de band zich muzikaal ontwikkelde. Net als voor de opwaartse muzikale lijn, versus de (uiteindelijk) neerwaartse lijn als live-band. Het is haarfijn duidelijk waarom het toeren niet houdbaar bleek en welke ongelofelijke muzikale ontwikkeling daarop volgde. Hoe de band zichzelf steeds opnieuw uitvond. Want The Beatles waren altijd hun tijd nét iets vooruit. Omdat ze niet achterom keken, niet in het verleden bleven hangen en de tijdsgeest perfect aanvoelden. Progressieve geesten.


Progressieve blik
Die progressieve aanpak en 'het aanvoelen van de tijdsgeest' zie ik ook terug in enkele keuzes die Paul, Ringo en de erven Lennon en Harrison maakten in de montage. Zo werden onnodig stigmatiserende en lacherige opmerkingen over homoseksuele Franse jongens die in 1964 naar The Beatles kwamen kijken en 'the fat lady' in Magical Mystery Tour verwijderd. Prima, wat mij betreft. Ze zijn inmiddels ingehaald door de manier waarop we nu, met meer respect, over elkaar praten. Het verwijderen van die tussenzinnen doet namelijk op geen enkele manier afbreuk aan het vertellen van het verhaal van The Beatles. Zolang Paul en Ringo zelf nog aan het roer staan van een documentaire waarin ze hun eigen verhaal vertellen, vind ik dat goede en zelfs respectvolle keuzes. Bovendien laten de twee nog levende Beatles hiermee zien dat zij een nieuwe generatie kijkers niet willen voeden met stigmatiserende opmerkingen. Wat het verschil is tussen benoemen en bespotten. Dat zij, als nog levende Beatles, nog steeds empathische en progressieve denkers zijn en meegaan met hun tijd. Peace and love. Dat is waar het altijd om draaide bij The Beatles. Deze keuzes verdienen wat mij betreft een groot compliment.


Ontroerend
In de bonusaflevering zien we de (tweede generatie) Beatlesvrouwen prominenter in beeld. Zo is de homevideo-opname, van een ontmoeting in de jaren negentig, met Linda McCartney, Olivia Harrison en Barbara Bach, warm en ontroerend. Als kijker denk je: "We hadden eens moeten wéten, wat zich in die tijd allemaal achter de schermen van het maakproces van Anthology speelde. Wauw." Dat voel ik ook bij het zien van de nieuwe beelden waarop je The Threetles ziet sleutelen aan de demo-tapes van John Lennon, beschikbaar gesteld door Yoko Ono. Hoe meer je ziet, hoe duidelijker het wordt dat het in elkaar zetten van deze laatste Beatlesnummers niet eenvoudig was. Laat staan zonder slag of stoot ging. Toch is er ook die haast vanzelfsprekende, vertrouwde interactie. Bijvoorbeeld als Paul en George het gitaararrangement van Now and Then bespreken. Ze hebben het over de countermelodie, waarvoor ze geïnspireerd worden door een passage uit Come Together: "Weet je nog.....zoiets hè.....ja tuurlijk...." Alsof de tijd heeft stilgestaan.

Wijsheid
Alleszeggend vond ik de scène waarin we Paul, George en Ringo gezamenlijk zien zitten in Studio 2. Had Anthology ook al in 1975 gemaakt kunnen worden, zo luidt de vraag. Nee, klinkt het antwoord. In die tijd lagen de verhoudingen ingewikkelder en was er, op z'n minst gezegd, een minder frequent contact tussen alle vier de Beatles. Als George grapt dat hij nu een toernee voor zich ziet, samen met Paul, langs grote stadions, lijkt laatstgenoemde zich het in een flits voor zich te zien. Hoopvol als altijd. Maar dan zet Ringo iedereen weer met beide benen op de grond: "Dan ga ik wel mee. Als scheidsrechter." Het zegt alles. Want daarom was het weliswaar visionair dat Neil Aspinall al in 1970 was begonnen met Anthology, maar terecht dat we pas in 2025 deze ultieme versie van de documentaire kunnen zien. Prachtig gerijpt door de tijd. Met ruimte voor relativering en wijsheid. Het heeft de trots én verbijstering, over dat wonderlijke Beatlesverhaal, bij mij alleen maar aangewakkerd.


Met dank aan Wibo Dijksma, die me in de gelenheid stelde deze nieuwe Anthology-versie te zien.

zaterdag 20 december 2025

Wie was Tiny Tim op de kerstsingle van The Beatles uit 1968?

Wie de kerstsingles van The Beatles wel eens beluisterd heeft, kwam zijn naam ongetwijfeld tegen op het schijfje dat in 1968 voor de fanclubleden werd gemaakt: Tiny Tim. Met zijn ukulele zingt hij daarop een passage uit Nowhere Man. In deze dagen, vlak voor Kerstmis, schoot zijn naam me ineens te binnen. Wie is Tiny Tim en hoe zit dat verhaal met die kerstsingle in elkaar? 




The Singing Canary
Tiny Tim was niet de enige artiestennaam die de in 1932 in New York City geboren Herbert Butros Khaury gebruikte. Hij betrad de podia als Emmett Swink, Texarkana Tex (mét country-repertoire), Rollie Dell, Darry Dover en Judas K. Foxglove. Om maar te zwijgen van Larry Love, The Singing Canary. Dat laatste sloeg waarschijnlijk op zijn falsetto-stem die hij vaak gebruikte. 

Henry Burr
Khaury was kind van Pools-Libanese ouders en raakte al op jonge leeftijd in de ban van muziek. Met name de liedjes en zangstijl van de Canadese radio-entertainer Henry Burr (1882-1941) zouden hem enorm beïnvloeden. Net als de enorme hoeveelheid artiestennamen die ook Burr tijdens z'n carrière gebruikte. Al op zesjarige leeftijd leerde 'Tiny' Khaury zichzelf gitaar spelen en kamde hij de biblio- en fonotheek van Manhattan uit, op zoek naar biografieën en platen van artiesten uit de periode 1900-1930. 



Falsetto
Nadat hij vroegtijdig was gestopt met school en allerlei baantjes had, ontdekte Khaury zijn falsettostem en ontwikkelde hij z'n bijzondere sound, in combinatie met zijn ukulele-spel. Een religieuze openbaring, zo zou hij het moment later omschrijven. Gehuld in opvallende kostuums, met witte make up, in de stijl van Rudolph Valentino, probeerde Khaury door te breken via een serie talentenjachten. Met onder andere Tiptoe Through The Tulips, dat zijn lijflied zou worden, stond hij begin jaren 60 avond aan avond, voor een schamel loon te spelen in kleine clubs in Greenwich Village. Zijn moeder wilde hem op laten nemen in een psychiatrische kliniek, maar dat stond zijn vader niet toe. Ondertussen timmerde Khaury verder aan de weg. In die periode bedacht zijn manager de artiestennaam Tiny Tim.

Bob Dylan
Door kleine rollen in theater-, tv- en filmproducties groeide in Amerika de bekendheid van deze ietwat zonderlinge artiest, met zijn hoge stemgeluid en onafscheidelijke ukulele. Met een platencontract op zak bracht hij in 1968 debuutalbum God Bless Tiny Tim uit. De single Tiptoe Through The Tulips bereikte de 17e plaats in de Amerikaanse hitlijst. Datzelfde jaar speelde Khaury een rol in de film You Are What You Eat, die opgenomen werd in Woodstock. Daar liep hij opnieuw Bob Dylan tegen het lijf, die hem nog kende van zijn optredens in Greenwich Village. 


Nowhere Man
Ook George Harrison was eind 1968 in New York en Woodstock te vinden. Of hij Khaury via Bob Dylan ontmoette, is mij niet bekend, maar feit is dat Khaury de ukulele-minnende George vroeg of hij Nowhere Man voor hem mocht zingen en spelen. Al na enkele maten kapte George hem af, pakte hij een taperecorder en vroeg hij hem opnieuw te beginnen. Die opname ging mee terug naar Engeland en kreeg een plek op de Beatleskerstsingle Happy Christmas, Happy New Year. Waarschijnlijk kreeg George daar eenvoudig de handen voor op elkaar. Van een gezamenlijk product was in 1968 al geen sprake meer. De single bestond uit afzonderlijke onderdelen, ingezonden door The Beatles (waaronder Johns gedichtjes Jock and Yono en Once Upon A Pool Table). In al dat absurdisme was beslist plek voor de excentrieke Tiny Tim. Bovendien hadden The Beatles de zanger al op 30 oktober van dat jaar zien optreden in de Royal Albert Hall in Londen.



Grammy-nominatie
Als Tiny Tim genoot Khaury enkele jaren grote bekendheid. Zijn album met kinderliedjes, For All My Little Friends, leverde hem in 1970 zelfs een Grammy-nominatie op. Zijn privéleven was overigens even opvallend als zijn carrière. Hij trouwde driemaal, waarvan de eerste keer met de 17-jarige Victoria Budinger. Dat gebeurde tijdens de Tonight Show met Johnny Carson, voor het oog van 40 miljoen kijkers. Na een auto-ongeluk en gezondheidsproblemen raakte Khaury's carrière in het slop. Hij bleef wel optreden en stierf praktisch in het harnas toen hij op 30 november 1996 tijdens een optreden in Minneapolis een hartaanval kreeg. Hij raakte buiten bewustzijn en overleed kort daarna. Al was hij al lang a star in his own right, door George Harrison kreeg Herbert Butros Khaury, alias Tiny Tim, met Kerstmis 1968 even de hoofdrol in dat wonderlijke Beatlesverhaal. 


27 januari 1970, met Ringo en Maureen, Carol Channing en Victoria Budinger
voor tv-opnames in NBC's Burbank Studio's in Hollywood.



Fijne kerstdagen en een gezellige jaarwisseling gewenst!
BeatlesTalk is terug op 7 februari 2026.



zaterdag 6 december 2025

Young 'Americans' - John Lennon, David Bowie en hun Amerikaanse vriendschap

Onlangs verscheen het zesde seizoen van de podcastserie 'De Laatste Dagen Van...' die ik al enkele jaren -mede- mag maken. Dit jaar draait alles om David Bowie, in de aanloop naar zijn tiende sterfdag, straks op 10 januari 2026. De afgelopen maanden dook ik samen met Wibo Dijksma intensief in het leven van Bowie. Daarbij stuitten we uiteraard ook op zijn vriendschap én samenwerking met John Lennon. Die was ons bekend, maar uiteraard was het extra leuk en interessant om daar nog eens beter naar te kijken. Je hoort er meer over in de derde aflevering, van de zes delen die we aan Bowie wijdden.

Een feestje in Beverly Hills
John Lennon en David Bowie liepen elkaar voor het eerst tegen het lijf op een verjaardagsfeestje van de Amerikaanse zanger en acteur Ricci Martin. Dat was op 20 september 1974 in Beverly Hills. Zowel Lennon als Bowie woonde in die periode in Los Angeles. Via Elton John en Elizabeth Taylor raakten de twee verzeild op het feestje van de 21-jarige zoon van Dean Martin. Bowies vriend en producer Tony Visconti sprak enkele jaren geleden bij de BBC ook nog van een aanvankelijk verlegen verlopen ontmoeting tussen Lennon en Bowie in een hotelkamer in New York, waarbij de twee besloten elkaar als karikaturen te tekenen. Het zorgde voor hilariteit en markeerde het begin van hun goede vriendschap. 




In de schaduw van Sgt. Pepper

Bowie keek aanvankelijk op tegen Lennon. Terwijl hij zelf in juni 1967 probeerde door te breken met zijn titelloze debuutalbum, domineerde Lennon met The Beatles alle voorpagina's met het Pepper-album. Twee platen die op dezelfde dag het levenslicht zagen, waarbij Bowie, met zijn sympathieke debuut, compleet ondersneeuwde... De Britten zouden elkaar pas jaren later, tijdens hun Amerikaanse jaren, ontmoeten. Ook in het bijzijn van Paul McCartney trouwens, die Lennon tijdens zijn Lost Weekend regelmatig sprak.




Met dank aan Alomar
Tot een samenwerking tussen Lennon en Bowie kwam het in New York City, in januari 1975. Beide mannen werkten die maand aan een plaat. John aan zijn Rock 'n' Roll-album en David aan Young Americans. Het was David die John belde: "Kom je langs?" In de Electric Lady Studios namen ze vervolgens een cover op van het Beatlesnummer Across The Universe en zorgde een jam ervoor dat het nummer Fame van de grond kwam. Daarbij verdient gitarist Carlos Alomar overigens een speciale vermelding. Terwijl Lennon en Bowie naar een restaurant vertrokken, werkte Alomar de gitaarpartijen uit en zette hij de groove van het nummer in elkaar. Daarvoor kreeg hij terecht ook een schrijvers-credit. Fame werd Bowies eerste nummer 1-hit in Amerika.




Hong Kong
De vrienschap tussen de mannen bleef hecht. In dit korte YouTube-fragment hoor je David vertellen over de invloed die John op hem had als artiest. Niet alleen inspireerde John hem om te breken met z'n manager, hij liet David ook zien hoe mainstream-Rock 'n' Roll en avantgarde hand in hand konden gaan. Iets dat David uiteindelijk zelf nog veel sterker uitwerkte, gedurende zijn carrière. Uit alles spreekt in ieder geval Bowie's diepe respect voor Lennon. In 1977 ontmoetten de twee elkaar in Hong Kong. John was op doorreis naar Japan en David was op tournee met Iggy Pop. Toen Lennon werd benaderd door een toerist, die hem om een handtekening vroeg, ontkende hij John Lennon te zijn. "But I wish I had his money," voegde hij er aan toe. Prima plan om fans op afstand te houden, dacht David. Twee maanden later werd hij zélf in New York City op straat aangesproken. Achter hem klonk een stem: "Aren't you David Bowie?" waarop David (zonder zich om te draaien) antwoordde: "No but I wish I had his money", waarna hij zijn hoofd bijdraaide en in het lachende gezicht van John keek. Het antwoord van Lennon? "You lying bastard. You wish you had my money."



Moord op Lennon
Toen John op 8 december 1980 in New York City werd doodgeschoten, gebeurde dat niet ver van het Broadway-theater waar David in die periode de hoofdrol speelde in het toneelstuk The Elephant Man. David was kapot van de dood van zijn goede vriend. Angstaanjagend detail: ook hij stond vermoedelijk op het lijstje van de moordenaar. Want in diens hotelkamer werd een flyer gevonden van The Elephant Man, met een cirkel om Davids naam. En geloof het of niet, de moordenaar had kaartjes op zak voor Davids eerstvolgende voorstelling. Eerste rij. Nadat zijn voorstellingen er in december op zaten, wist David niet hoe snel hij New York City moest verlaten. De moordenaar van zijn vriend zat weliswaar achter de tralies, maar David zelf had wel even iets te verwerken. Drie jaar na de moord, op 8 december 1983, bracht David een emotionele ode aan John, door te referen aan hun ontmoeting in Hong Kong en vervolgens het nummer Imagine te zingen.


'De Laatste Dagen Van...David Bowie' is verschenen op 17 november 2025 in je favoriete podcast-app. In de NPO Luister-app of via de site kun je alle zes delen al direct beluisteren.


zaterdag 22 november 2025

Met '60 jaar Rubber Soul' vierde de Nederlandse Beatlescommunity óók zichzelf!

Het was niet zomaar een feestje, op vrijdagavond 14 november 2025 in theater Aan de Slinger in Houten. Daar waren 375 Beatlesliefhebbers afgekomen op een avond van Beatlespodcast Fab4Cast, die geheel in het teken stond van Rubber Soul. Dat album lag destijds, op 3 december 1965 in de schappen. Bijna 60 jaar geleden. Jubilea moet je vieren en dat gebeurde volop, voor het oog en oor van een uitverkochte theaterzaal. Eigenlijk was er nóg iets te vieren, vertelden hosts Wibo Dijksma, Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema. Gekleed in jasjes van bruin suède, als knipoog naar de albumhoes, deelden de oprichters van Fab4Cast dat hun podcast inmiddels 12,5 jaar bestaat. Na 241 afleveringen zijn ze nog niet uitgepraat over The Beatles. Ook bij de luisteraars, van wie een deel naar het theater was gekomen, is het enthousiasme voor Beatlesverhalen onverminderd groot.


Coherent en wonderschoon
Nog steeds is de Beatlescommunity in Nederland springlevend. Dat bleek ook uit het gemak waarmee Fab4Cast niet alleen de zaal maar ook het programma van de theateravond kon vullen, met interessante lezingen en optredens van kenners en muzikanten uit diezelfde community. Zo presenteerden Ron Bulters en Tim Op Het Broek van Beatlesfanclub NL een quiz, voorafgaand aan de officiële start van het programma. Daarna gaven hosts Wibo, Jan Cees en Michiel enige context rond het Rubber Soul-album. Hoe en wanneer kwam het bijvoorbeeld tot stand? Onder grote druk, zoveel is duidelijk. Want in het overvolle jaar 1965 had de band slechts een krappe maand om de plaat op te nemen. Binnen vier weken, tussen 12 oktober en 11 november stond alles op tape. Overigens met uitzondering van het nummer Wait, dat al in juni werd opgenomen. De korte liedjes, de akoestische aanpak, de prachtige samenzang...misschien is het beperkte tijdsbestek waarin alles tot stand kwam wel de echte reden waarom dit Beatlesalbum zo coherent én wonderschoon klinkt. En, volgens Wibo Dijksma, als het "eerste echte meesterwerk" van The Beatles kan worden beschouwd. Jan Cees ter Brugge noemt Rubber Soul al jaren zijn favoriete Beatlesalbum. 

Jan Cees ter Brugge, Michiel Tjepkema en Wibo Dijksma van Fab4Cast


Inzoomen

De muziek van Rubber Soul kreeg ruim baan door optredens (in verschillende samenstellingen) van Marike Jager, Bertolf Lentink, Diederik Nomden, Yorick van Norden en Jac Bico (The Analogues). Allen zowel liefhebbers als kenners van het repertoire van The Beatles én van zoveel onderwerpen waarop je tijdens zo'n avond kunt inzoomen. Zo vertelde Yorick van Norden met welke albums en singles The Fab Four in 1965 hun platenkast en jukebox vulden. De smaak van McCartney was wat eclectischer dan die van Lennon, maar juist dat zorgde voor al die invloeden waar de band zelf gretig op verder bouwde: motown, rock & roll en folk. Bertolf Lentink en Diederik Nomden gaven uitgebreid college over de samenzang van The Beatles op Rubber Soul, in navolging op de hooggewaardeerde Fab4Cast-aflevering waarin ze afgelopen zomer te horen waren. Terugluisteren is warm aanbevolen. Jac Bico stond stil bij het gitaar- en sitarwerk op Rubber Soul, waarbij hij uitleg gaf over het gebruik van het fuzz-effect, de sitar en de Fender stratocaster. Instrumenten en effecten die het album een eigen kleuring gaven.


De hoes en de microfoons
Geen Fab4Cast-event zonder de kundige uitleg van ontwerper en locatiedeskundige Piet Schreuders. Uiteraard nam hij het publiek op onnavolgbare wijze mee in het werk van fotograaf Robert Freeman en de totstandkoming van de hoes. Jan Cees ter Brugge zoomde in op het gebruik van de exclusieve en peperdure Neumann-microfoons in de EMI Studio's. Die kregen ten tijde van Rubber Soul een extra beschermkapje, omdat ze ter ziele gingen door speeksel en voedselresten van The Beatles, die besloten dat er in Studio Two ook gewoon gegeten kon worden. In de aanvankelijk stijve en formele EMI-studio's voltrok zich zo een stille revolutie. Het zijn de details die zorgen voor hilariteit. Net als de oorspronkelijke versie van In My Life, waarvoor John Lennon aanvankelijk een hele andere tekst neerpende. Over een busrit door Liverpool. Bertolf Lentink, Diederik Nomden en Marike Jager brachten het nummer zoals het óók had kunnen klinken, als het anders gelopen was. Het was de gedeelde fascinatie voor al die bijzondere details die 375 Beatlesfans een avond geboeid hield. 

Piet Schreuders over de hoes van Rubber Soul


Coulissen
Eén beeld van deze avond bleef me in het bijzonder bij: terwijl Piet Schreuders zijn presentatie hield over de albumhoes, zag ik Wibo Dijksma en Diederik Nomden in de coulissen op de grond zitten. Hun blik strak op het grote scherm gericht. Want als Piet Schreuders spreekt, wil je niets missen. Geen enkele opmerking of afbeelding. En zo kwam op deze avond alle Beatleskennis, -liefde en al dat talent weer bij elkaar. Met '60 jaar Rubber Soul' vierde de Nederlandse Beatlescommunity óók zichzelf.


De prachtige foto's zijn van Ramón Dorenbos!

De audio van deze avond is verschenen als nieuwe podcast-aflevering van Fab4Cast:

https://on.soundcloud.com/pDn8FQR6IApJtpmHcC

zaterdag 1 november 2025

Vriendschap zit evenwichtige Yoko Ono-biografie van David Sheff in de weg

Maarliefst 92 jaar oud is Yoko Ono inmiddels. Al enige tijd geleden heeft ze haar appartement in het Dakota Building in New York City achter zich gelaten en brengt ze haar laatste jaren door in een buitenhuis in Upstate New York. Daar wordt ze permanent verzorgd, terwijl ze ongetwijfeld terugkijkt op een lang, productief maar ook bewogen leven. Over dat leven kunnen we volop lezen in het onlangs verschenen boek 'Yoko: a biography' door David Sheff. Het maakte me nieuwsgierig, alleen al door de prachtig vormgegeven cover, dus kocht ik het boek en dook ik er in.  


Vertrouwensband
De Amerikaanse journalist David Sheff en auteur ontmoette John Lennon en Yoko Ono in de nazomer van 1980, toen hij een tijdje intensief met ze optrok voor een aantal interviews in opdracht van Playboy Magazine. De destijds 24-jarige Sheff was één van de laatste journalisten die uitgebreid toegang kreeg tot het koppel, voordat John in december 1980 werd doodgeschoten. Opmerkelijk genoeg sprak Sheff gedurende drie weken bijna dagelijks met John en Yoko. Dat deed hij in hun appartement in The Dakota, maar ook in Central Park, in het café en in de studio waar aan nieuwe muziek gewerkt werd. Terwijl de taperecorder van de jonge journalist overuren maakte, bouwde hij een vertrouwensband op met John en Yoko. Maar toen de inkt van het grote interview in de 6 december-editie van Playboy Magazine amper droog was, zetten de dramatische gebeurtenissen van twee dagen later de gesprekken in een nieuw perspectief. David Sheff maakte de nasleep van de moord van nabij mee en zou jarenlang bevriend blijven met Yoko en zoon Sean. 



Pantoffels en badjassen
Hoewel David Sheff en Yoko Ono elkaar inmiddels niet meer spreken, bleef de auteur gefascineerd door haar leven en kunstenaarschap. En dus besloot hij Ono's levensverhaal en carrière te onderzoeken, met als doel een biografie over haar te schrijven. Toch is juist die oude vriendschap een ongemakkelijke factor in dit geheel. Want hoeveel afstand heb je als journalist tot je hoofdpersoon, als je ook jarenlang samen privé bent opgetrokken? Ook Sheff voelt dat ongemak en begint er direct over, in het eerste hoofdstuk van zijn boek. Daarin belooft hij de lezer met voldoende afstand een uitgebalanceerd beeld van Yoko te schetsen. Dat hij het ongemak zelf opvoert, is sympathiek te noemen. Of hij zijn belofte heeft waargemaakt, daar twijfel ik na het lezen van deze biografie, met hagiografische trekjes, wel aan. Zelfs nu ik, meegenomen door een inmiddels gekanteld narratief over Yoko Ono, met een veel mildere, bredere en begripvollere blik kan kijken naar wie zij eigenlijk was. Naar mijn smaak wil Sheff net iets te vaak en nadrukkelijk mogelijke misverstanden over Ono rechtzetten. Neem als voorbeeld het verhaal over de pantoffels bij de slaapkamerdeur en de badjassen die John en Yoko droegen, op die ochtend in 1968 waarop Cynthia Lennon het stel in haar woning aantrof. Niets van waar, aldus Sheff. Mijn gedachte daarbij: is het belangrijk? 

David Sheff met Yoko en John


Anonieme roadtrip
Plezieriger en belangwekkender zijn vooral de hoofdstukken over Yoko's jonge jaren. Haar indrukwekkende jeugd in Japan, haar zoektocht naar persoonlijke vrijheid en de invloed van haar jeugdtrauma's (oorlog, honger, armoede) op haar kunstenaarschap. Wie ontdekt wat Yoko doormaakte en hoe zij zich dapper bewoog in de voorhoede van de kunstenaarswereld in New York City, wil niet stoppen met lezen. Tot aan eind 1966, de periode waarin Yoko en John elkaar ontmoetten, is het boek dan ook uiterst lezenswaardig. Een prima reden om het aan te schaffen. Als lezer heb je het gevoel echt onder de huid van Yoko te kruipen. Daarna laat Sheff steeds meer steken vallen. Over de periode 1966-1980 heeft de auteur de goed ingelezen Beatlesliefhebber weinig nieuws te bieden. Ook loopt hij met te grote zevenmijlslaarzen langs de overbekende gebeurtenissen. Daar had meer ingezeten. Zelf was ik alleen verrast door het feit dat John en Yoko in mei 1972 een roadtrip maakten, van New York naar Californië, waarbij ze zich met hun groene Chrysler ("The Dragon Wagon") vrij anoniem door het land bewogen. Die had ik even gemist.


John en Yoko's "Dragon Wagon"

Levenslust
In de dagen, weken en maanden vlak na de moord op John is David Sheff regelmatig bij Yoko op bezoek. Dat levert opnieuw een intiem portret van een rouwende weduwe op. Het zijn momenten waarop het verhaal je op een goede manier naar de keel grijpt. Geen onbekend feit, maar wel nog eens goed om te lezen: na Johns dood cultiveerde Yoko haar imago van 'de eeuwige weduwe van John Lennon'. Dat beeld klopt niet met de werkelijkheid. Vanaf 1981 had zij officieel (en daarvoor al officieus) een relatie met interieurontwerper Sam Havadtoy, met wie zij uiteindelijk twintig jaar samen was. Veel langer dan met John. Maar Havadtoy, die haar en Sean aan alle kanten steunde, moest veelal op de achtergrond blijven. Een rol waar hij genoeg van kreeg en uiteindelijk voor bedankte.

Yoko, Sean en Sam

Gekanteld narratief
Wanneer het contact tussen Sheff en Ono verwatert, maakt de biografie grote tijdssprongen en schotelt Sheff ons informatie voor die overal, en met name online, voor het oprapen ligt. Natuurlijk, een biografie over Yoko, waarin zij veel meer erkenning krijgt voor haar kunstenaarschap past helemaal in deze tijd. Zo gezegd is het narratief over Yoko terecht positief gekanteld. Maar wie schrijft over de negen decennia van haar leven, heeft ten minste de opdracht een wat evenwichtiger en vooral doorwrochter portret neer te zetten over één van de meest fascinerende kunstenaars van de 20ste eeuw. Toch nog een uitsmijter? Het verrassende inzicht dat Yoko Ono natuurlijk niet zorgde voor het uiteengaan van The Beatles, maar...nu komt het...misschien juist verantwoordelijk is voor het feit dat de groep het nog tot eind 1969 heeft volgehouden. Zij was het die de totaal uitgebluste Lennon voorzag van nieuwe levenslust en inspiratie. Zonder Yoko waren The White Album, Abbey Road en Let It Be misschien wel helemaal nooit gemaakt, stelt Sheff. Helemaal geen gekke gedachte. Alleen al daarom mogen we haar volgens de auteur dankbaar zijn. Zit toch ook weer wat in. 

zaterdag 18 oktober 2025

Wat gebeurde er toen The Beatles hun MBE kregen?

Deze maand is het 60 jaar geleden dat The Beatles onderscheiden werden met een MBE. Een lintje dus! Officieel werden ze daarmee Member of the Most Excellent Order of the British Empire. Het leek me leuk om eens op een rij te zetten wat er voor de Fab Four allemaal speelde rond het verkrijgen van die onderscheiding.

Eerder naar huis
Begin juni 1965 ontving Brian Epstein het bericht dat de leden van de meest succesvolle band uit zijn 'stal met artiesten' later dat jaar een MBE zouden krijgen. Het goede nieuws werd naar buiten gebracht op 11 juni. Op dat moment zat Paul McCartney met zijn vriendin Jane Asher in Portugal, waar het stel eind mei al naartoe was gevlogen, voor een vakantie in Albufeira. Geen overbodige luxe in het drukke jaar dat 1965 voor The Beatles was. Maar die rust werd verstoord door Brians verzoek aan Paul om een dag eerder thuis te komen. Zo zouden alle Beatles in Engeland zijn als het goede nieuws over de MBE's naar buiten kwam. 



Sociaal wenselijk
En toen dat nieuws de wereld in mocht, was het ook vooral Paul die de pers te woord stond. Toeval? Of schoof Brian Epstein hem bewust naar voren, als de Beatle die misschien de meest sociaal wenselijke antwoorden zou geven? Niemand wil het koninklijk huis schofferen natuurlijk. In ieder geval was Paul die avond telefonisch te gast bij Ronald Burns van het BBC-radioprogramma Late Night News Extra. Ook Brian Epstein werd voor dat programma geïnterviewd. Ik heb nog even gezocht, maar het interview niet kunnen vinden.

I'm only sleeping
In ieder geval vond een dag later, op 12 juni, een persconferentie plaats. In Twickenham, waar de vier Beatles toch al moesten zijn om naar een ruwe montage van de film Help! te kijken. Grappig detail: John Lennon kwam ruim een uur te laat. Hij lag nog in bed en zei daar later over: "I set the alarm for eight o’clock and then I just laid there. I thought, ‘Well, if anyone wants me, they’ll phone me.’ The phone went lots of times, but that’s the one I never answer. My own phone didn’t go at all, so I just laid there." Uiteindelijk werd John snel opgehaald in Weybridge. Tegen half twee in de middag was het stel compleet en konden The Beatles in gesprek met de 150 aanwezige journalisten.  

 

12 juni 1965

Scherp
Tijdens de persconferentie grapten The Beatles er aardig op los. Zo zei Paul gekscherend dat de afkorting MBE voor Mister Brian Epstein stond. Op de vraag 'waarom denken jullie dat je deze onderscheiding krijgen?' antwoordden John en Ringo een stuk scherper. Ringo: "Look at the dollars we've pulled in from America." John: "We've paid the government quite a bit in tax, don't you think." Ineens begrijp je inderdaad waarom Brian Epstein Paul een dag eerder naar voren had geschoven voor dat BBC Radio-interview. George was trouwens ook mild en diplomatiek: "It’s not up to us to say that [we deserve the awards]. The Queen must have thought so, or she wouldn’t have given them to us, would she?"

Op voordracht van Harold Wilson
Tsja en wat wás nu de reden dat The Beatles zo'n MBE kregen? Aangenomen wordt dat premier Harold Wilson de band voordroeg omdat het hem zélf goed uitkwam, qua populariteit. De Labour-leider zat in 1965 net een jaar in het zadel, in zijn eerste termijn als premier. Wilson wilde graag aansluiting houden bij zijn electoraat en daarbij ook bij de jongste kiezers (al hadden Britse jongeren pas vanaf hun 21ste stemrecht). Maar Wilson voelde zich ook verwant met The Beatles. Zelf was hij tevens een northener, geboren in Huddersfield, in de buurt van Manchester. Ook was hij als MP (Member of Parliament) afgevaardigde van Huyton (Merseyside), de plek overigens waar Stuart Sutcliffe geboren werd en zijn laatste rustplaats vond.



Wilson belde Lockwood
Wilson had zich al vaker positief over The Beatles uitgelaten, door hen 'het geheime wapen' van Groot-Brittannië te noemen. Volgens de politicus zou de band prima in staat zijn om de Britse ambassade in Washington te runnen, zo lees ik One, Two, Three, Four van Craig Brown. Dat bedoelde hij natuurlijk symbolisch, maar hij hád wel iets met The Beatles (of liftte tenminste graag mee op hun succes). Zo belde de politicus al eerder hoogstpersoonlijk met EMI's Sir Joseph Lockwood met het verzoek of hij The Beatles de Variety Club Show Business Personalities of 1964-award uit mocht reiken. Hij was immers een 'fellow Merseysider.' Hoe dan ook zag Harold Wilson The Beatles als belangrijke vertegenwoordigers van de het Britse rijk. En daar hoorde beslist een MBE bij.



Geen cannabis
Nou ja, the rest is history. Op 26 oktober 1965 meldden The Beatles zich op Buckingham Palace, samen met de andere 182 gedecoreerden, onder wie Olympisch gewichtheffer Louis George Martin en een hoofdtuinman van de Bodnant Garden in Denbighshire, met de toepasselijke naam Charles Edwin Puddle. Later ontkrachtte George Harrison overigens dat de jongens vooraf cannabis hadden gerookt op de koninklijke toiletten. Ze hadden er zeker nerveus een peukje opgestoken, maar volgens George had John dat cannabis-verhaal alleen maar verteld om te provoceren. Vier jaar later zou laatstgenoemde zijn MBE terugsturen naar Buckingham Palace, om te protesteren tegen de Britse inmenging in de Vietnam-oorlog. 

  



zaterdag 4 oktober 2025

Like a UFO you came to me: op zoek naar de plek waar John Lennon en May Pang een UFO zagen

Komende week herdenken we de 85ste geboortedag van John Lennon. Daarom leek het me mooi om in deze column stil te staan bij één van de vele plekken waar John tijdens zijn leven woonde. Afgelopen zomer was ik met de heren van Fab4Cast in New York City en besloten we ook een kijkje te nemen aan 434 East 52nd Street, waar John tijdens zijn Lost Weekend samen met geliefde May Pang een appartement betrok. Hoe ziet het er daar vandaag de dag eigenlijk uit?

Iconische foto
Op een bloedhete zaterdagochtend liep ik met Wibo en Michiel East 52nd Street in. Wanneer je deze straat in Manhattan helemaal uitloopt, kom je vanzelf uit bij de East River, een aftakking van de Hudson. Bij helder weer zie je Roosevelt Island liggen, met daarachter het stadsdeel Queens. Wie aan het eind van deze straat op één van de dakterrassen van het grote appartementencomplex gaat staan, kan nóg beter genieten van het spectaculaire uitzicht. Het is precies waar John Lennon op 29 augustus 1974, in zijn bekende zwart-witte New York City-t-shirt, poseerde voor fotograaf Bob Gruen. 





Penthouse
Wij stonden beneden op straat en lieten onze blik langs de gevel omhoog glijden. Helemaal bovenin het appartementencomplex, op nummer 434, woonden John en May in de zomer en vroege herfst van 1974. Gek genoeg dacht ik altijd dat het stel er een betrekkelijk eenvoudig appartement huurde. In werkelijkheid hadden ze de beschikking over een riant penthouse, waarbij hun woonruimte verdeeld was over maarliefst drie etages. Ze hadden de beschikking over een groot terras, vier slaapkamers, vier open haarden, een bibliotheek en een royale keuken. Even bijstellen, dat beeld. Als je nieuwsgierig bent, vind je op deze site een aantal foto's uit 2020. Kun je direct zien hoe prachtig het uitzicht was.






Nobody Told Me
Dat uitzicht inspireerde niet alleen Bob Gruen tot het maken van die iconische foto, het zorgde er ook voor dat John en May zes dagen eerder, net als vele anderen, haarscherp een UFO konden waarnemen. Een gebeurtenis die diepe indruk op hen maakte en waar John op terugkwam op de hoes van zijn album Walls & Bridges. Net als een aantal jaren later, in het nummer Nobody Told Me. Zijn eerdere referentie naar spreekwoordelijke UFO, in Out The Blue (1973), kan niets met deze specifieke gebeurtenis te maken hebben. Die strofe stond al een jaar eerder op de plaat. Hoe dan ook, het maakt deze woonplek van John in New York City extra speciaal. Net als de gedachte dat het hier destijds 'zoete inval' was. Zo kwamen er heel wat artiestenvrienden van John op bezoek, onder wie Paul en Linda McCartney. 



Niet onder de indruk
Op zoek naar bijzondere Beatleslocaties is er altijd de neiging om een stap over de drempel te kunnen zetten. Wij vroegen ons die zaterdagochtend af of dat hier mogelijk zou zijn. Net als bij veel andere centrale voordeuren in de straat troffen we ook bij deze ingang een portier aan. Aardige man. Als ik het me goed herinner wist hij niet dat John Lennon hier vroeger op de bovenste etages gewoond had. Maar ach, New Yorkers zijn sowieso niet snel onder de indruk van dit soort verhalen. Geef ze eens ongelijk. We stelden ons voor en vertelden dat we een podcast over Beatles-locaties in New York City maakten. Dat vond hij sympathiek genoeg om ons binnen te laten in de centrale hal waar bewoners doorheen moeten, op weg naar de lift of het trappenhuis. 



Leestafel
En zo kwamen we terecht in een compacte hal, in art deco-stijl, met een chique marmeren vloer, een zitje en een leestafel. Kortom: een plek waar je als bewoner zit te wachten tot je taxi voorrijdt, stelde ik me zo voor. Het interieur leek authentiek. In gedachten zag ik John en May thuiskomen, van een avondje stappen. Of Paul en Linda richting de lift schieten, met een fles wijn onder de arm. Terwijl de portier weer naar de straat tuurde, schoot ik snel deze foto, waar we wat verhit op staan. Binnenkort kun je onze Beatles-avonturen in New York City beluisteren. Daarin heeft ons bezoek aan East 52nd Street zeker een plekje gekregen!