vrijdag 20 maart 2026

In het boek The Velvet Mafia lees je hoe John Lennon met zijn auto inreed op Brian Epstein

Wat hebben Brian Epstein, Larry Parnes, Joe Meek, Lionel Bart en Robert Stigwood gemeen? Dat we ze kunnen rekenen tot de zogenaamde Velvet Mafia. Een netwerk van invloedrijke, homoseksuele en veelal joodse mannen; managers en impresario's, in de Britse entertainmentwereld van de vorige eeuw. Een groep vakgenoten die op zichzelf niet afwijkt van elk heteroseksueel 'old boys network' dat we nog steeds kennen, echter...hun homoseksuele geaardheid maakte deze heren tot een kwestbare en maatschappelijk gezien gemarginaliseerde groep. Ondanks de lastige positie van waaruit zij hun dromen en ambities wilden waarmaken, lukte het hen om succesvolle ondernemers te zijn. Zonder hen had de Britse entertainmentindustrie er waarschijnlijk heel anders uitgezien. Denk alleen al aan wat er van The Beatles terecht zou zijn gekomen, als Brian Epstein er niet was geweest. 



Belangrijke motor
De levens van deze mannen zijn uiterst vakkundig in kaart gebracht en geweldig goed omschreven in The Velvet Mafia: The Gay Men Who Ran The Swinging Sixties. Auteur Daryl Bullock, gespecialiseerd in LGBTQ+ onderwerpen binnen het domein van de muziek- en kunstgeschiedenis, deed uitgebreid onderzoek naar deze vijf mannen en het bredere netwerk waarin zij zich medio twintigste eeuw voortbewogen. Dat resulteerde in een doorwrochte geschiedschrijving van een subcultuur die voor veel mensen op het eerste gezicht als 'niche' kan voelen, maar zich al snel openbaart als een belangrijke motor achter de Britse entertainment-industrie. Auteur Daryl Bullock was zelf een onderzoeker en schrijver van formaat. Hij overleed nog maar pas geleden, op 23 december 2025, 60 jaar oud. Naast The Velvet Mafia publiceerde hij boeken over queer-personen in de blueswereld, LGBT-activisme in de enterainmentwereld en nog een aantal aanverwante werken over het onderwerp. Zijn werk werd bekroond met de Penderyn Prize en deze maand verschijnt, posthuum, Love and Fury: The Extroardinary Life, Death and Legacy of Joe Meek.


Joe Meek



Larry Parnes als schakel
Daryl Bullock was zelf groot Beatlesliefhebber en wilde altijd al een boek schrijven over zijn favoriete band. Maar omdat er van The Beatles al zoveel aspecten belicht waren, zocht hij naar een originele invalshoek. Dat bracht hem op het idee voor The Velvet Mafia. Bullock startte zijn zoektocht bij Larry Parnes (1929-1989). Feitelijk was Parnes zo'n beetje de eerste grote manager in de Britse pop-scène, van vroege sterren als Tommy Steele en Marty Wilde (de vader van zangeres Kim). Daarna contracteerde hij artiesten als Billy Fury, Johnny Gentle, Georgie Fame en Joe Brown. Via Tommy Steele kwam Parnes in contact met componist Lionel Bart (1930-1999), die veel composities-op-bestelling leverde voor de pop- en musicalwereld. Het nummer Living Doll en de volledige musical Oliver waren van zijn hand. Het was met name Larry Parnes, als centrale figuur, die de schakel vormde tussen Brian Epstein, de innovatieve producer en componist Joe Meek (1929-1967) en Lionel Bart. Later verscheen impresario en filmproducent Robert Stigwood (1934-2016) ten tonele. Hij had zich vanuit Australië in 1955 in Londen gevestigd. Joseph (Sir Joe) Lockwood staat weliswaar niet op de cover van het boek, maar ook de EMI-baas speelde een rol in The Velvet Mafia. Zijn naam kennen we natuurlijk uit het Beatlesverhaal.

 

Auteur Daryl Bullock

The British Impresario's Guild
Hoewel het de leden van The Velvet Mafia zakelijk voor de wind ging, leidden zij vaak roerige privélevens. Omdat homoseksualiteit in Groot-Brittannië tot in 1967 strafbaar was, moesten zij een deel van hun leven verborgen houden. Dat zorgde voor afwijzing, eenzaamheid en soms risicovolle ontmoetingen. Chantage, mishandeling of het overtreden van de wet... er was altijd een vorm van dreiging op de achtergrond aanwezig. We kennen de verhalen van Brian Epstein en de tragische manier waarop hij uiteindelijk de grip op zijn (zakelijke) leven kwijtraakte. Al voordat Brian stierf aan een overdosis, had Joe Meek zichzelf, in februari 1967 van het leven beroofd, na een ruzie met zijn hospita die hij eerst had doodgeschoten. Niet voor alle leden van The Velvet Mafia was hun succes een garantie voor levensgeluk. Ondanks de onderlinge concurrentie was er toch ook veel samenwerking. De mannen hadden elkaar én het grotere Britse muzieknetwerk nodig om succesvol te worden en te blijven. Dat blijkt ook uit een mooie foto die ik aantrof in het boek, genomen in oktober 1964. Daarop zijn onder andere Larry Parnes, Don Arden en Tito Burns te zien, die zich rond de eettafel van Larry Parnes scharen en een gezamenlijk contract tekenen waarmee ze The British Impresario's Guild oprichten. 
 

Brian Epstein



Het regent connecties
Zoals eerder gemeld is The Velvet Mafia een doorwrochte studie naar het intrigerende entertainment-netwerk van managers, impresario's, producers en artiesten dat met name in de jaren 50 en 60 actief was in Groot-Brittannië. Omdat de auteur zijn huiswerk zó goed heeft gedaan, regent het namen en connecties. Zo veel, dat het me af en toe duizelt. Maar dat is eigenlijk het enige dat ik op dit interessante boek aan te merken heb. Maar het is ontzettend goed en meeslepend geschreven en doet je beseffen hoe juist deze mannen, vanuit hun kwetsbare 'underdog-positie' verantwoordelijk waren voor grote veranderingen in de Britse popcultuur. Denk daarbij ook aan Joe Flannery, over wie ik eerder schreef. En ja, vrouwen waren er ook. Bijvoorbeeld Vicki Wickham, de manager van Dusty Springfield, onderdeel van datzelfde gay network in Londen. In ieder geval komt het leven van Brian Epstein en zijn geschiedenis met The Beatles en z'n andere acts prominent aan bod. Belangrijk voor ons, als Beatlesfans. 



Een ruzie met Lennon
In The Velvet Mafia las ik daarover regelmatig dingen die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat Brian Epstein kort voor zijn dood een aanvaring had met John Lennon. Zo verklaarde Clive Kelly, die Brian ooit in 1958 ontmoette in een gay club in Blackpool en later regelmatig optrad als zijn bodyguard, dat hij de Beatlesmanager kort voor zijn dood sprak. Epstein belde hem op, met de vraag om naar zijn woning aan het Londense Chapel Street te komen. Daar trof Kelly hem gehavend aan: bont en blauw, met een aantal kleine snijwonden. Eerder die dag had Lennon Epstein gebeld, met de vraag of Brian voor een zakelijke bespreking naar Weybridge wilde komen. Toen Brian geen gehoor kreeg aan het hek, parkeerde hij zijn auto op straat en liep hij zelf de oprijlaan op. De ontmoeting met Lennon eindigde met een woordenwisseling, waarna John Brian de deur wees, maar daarbij ook nog eens in zijn auto sprong en op hem inreeed, om hem zo snel mogelijk te verjagen. Wellicht speelden drugs een rol. Het voorval raakte Epstein in ieder geval diep, zowel fysiek als mentaal. Die nacht bleef Clive Kelly bij Brian slapen, om hem een gevoel van veiligheid te geven. De bodyguard herinnert zich hoe Epstein vanuit zijn bed wees naar een aantal ingelijste foto's van de Queen's Guards, met de woorden: "Zij zullen me wel beschermen tegen John." Ik vond dat een even tragisch als fascinerend detail over de doorgaans zo goede verstandhouding tussen Lennon en Epstein. Wanneer je vervolgens weer uitzoomt, zet The Velvet Mafia het leven van Brian Epstein in een fascinerend perspectief, dat beslist het nodige toevoegt aan de geschiedschrijving rond The Beatles.


The Velvet Mafia: The Gay Men Who Ran the Swinging Sixties / Darryl W. Bullock, 304  pagina's, verscheen bij Omnibus Press op 4 februari 2021. In de podcast 'Beatles Books' kun je luisteren naar een interview met de auteur

 

zaterdag 28 februari 2026

De wedergeboorte van Paul McCartney na The Beatles: de documentaire en... het stripboek

Velen van jullie zagen afgelopen week de nieuwe McCartney-documentaire Man On The Run in de Nederlandse filmhuizen en bioscopen: een portret van Paul McCartney en zijn gezin, met beelden en verhalen uit de periode na het uiteenvallen van The Beatles. Omdat de documentaire slechts zeer beperkt op het witte doek te zien was, lukte het mij zelf niet om te gaan. Maar ik genoot van jullie recensies, verslagen en reflecties op dit portet. Inmiddels is Man On The Run ook verschenen bij Amazon Prime. 




Geen nieuwe inzichten, wel feelgood
Uit diverse blogs en andere verslagen begrijp ik dat de documentaire geen echte nieuwe inzichten biedt, maar vooral ontroert door de prachtige privébeelden die de McCartneys van hun leven buiten de spotlights maakten. In Londen en vooral ook op het platteland van Schotland. Totale feelgood, al maakte McCartney na het uiteengaan van The Beatles natuurlijk ook donkere maanden door. Maanden waarin hij de whiskyfles te vaak aan zijn mond zette. Het was Linda die hem, in de Schotse natuur, weer met beide benen op de grond zette.

 



De strip van Hervé Bourhis

Grappig genoeg las ik vorige week wél het stripboek Paul: de wederopstanding van James Paul McCartney (1969-1973), van de Franse tekenaar Hervé Bourhis. Het lag al een tijdje op me te wachten, omdat ik het eind vorig jaar al voor m'n verjaardag kreeg. Maar voor zo'n pareltje moet je écht even goed de tijd nemen. Al eerder, in mei 2024, schreef ik trouwens over het werk van striptekenaar Hervé Bourhis. Want ook zijn boek Terug naar Liverpool, dat hij uitbracht met Julien Solé, vond ik erg mooi en kundig gemaakt. 



Kenners-feitjes

In Paul geeft Bourhis een visuele, ietwat poëtische interpretatie van McCartney's leven in de eerste vijf jaren na het uiteengaan van The Beatles. In ruim 80 pagina's laat de kunstenaar ons een kijkje nemen in het hoofd van McCartney. Natuurlijk is het allemaal interpretatie, maar Bourhis is een Beatlesliefhebber én -kenner pur sang. Hij baseert zijn strips op goed bronnenonderzoek en brengt daarbij graag de zogenaamde 'kenners-feitjes' naar voren. Zijn verhalen zijn nooit echt cliché, en doorspekt van humoristische twists. Zo neemt de tekenaar in het verhaal een aanloopje op het uiteenvallen van The Beatles door te schrijven over de opgedoken audio-opname van 8 september 1969. Daarop zijn John, Paul en George te horen, terwijl ze vergaderen over de toekomst van de band. Omdat Ringo afwezig is, krijgt die de opname later toegespeeld. Een sensationele ontdekking destijds, waarover Beatles-autoriteit Mark Lewisohn voor het eerst vertelde in zijn theatercollege Hornsey Road.

De bewuste scène. Ik las het boek overigens in het Nederlands.



Losse tekenstijl
Het zijn precies dit soort verhalen die de boeken van Hervé Bourhis voor de goed ingevoerde Beatlesliefhebbern zo genietbaar maken. Het zijn de details die het 'm doen. In Paul zien we vervolgens hoe Ringo met de bekende brief bij Paul thuis verschijnt. In die brief krijgt Paul het verzoek van de overige drie Beatles om de release van zijn solo-album uit te stellen, ten gunste van het Let It Be-album. Daarna lezen we hoe Paul en John elkaar bestoken in venijnige nummers, hun ruzies weer bijleggen en elkaar tijdens John's Lost Weekend intensiever spreken. Ondertussen groeit het gezin van McCartney en klimt Paul mentaal uit een dal van onzekerheid. De losse tekenstijl en kleurrijke illustraties, vaak op A4-formaat, nemen je in razend tempo mee door de eerste helft van de jaren 70. Anders dan de titel doet vermoeden, laat Bourhis Paul los wanneer hij in 1976 met Wings weer commercieel aan de top staat.



Herwonnen autonomie
Hoewel de meeste aandacht deze dagen uitgaat naar de documentaire Man On The Run, is juist dit stripboek een ontzettend leuke en kwalitatieve aanvulling op het verhaal van de wederopstanding van McCartney. Samen vormen Man On The Run en Paul een gelaagd portret van McCartney's eerste stappen na het uiteengaan The Beatles. Een tijd van twijfel en het moeten herwinnen van zelfvertrouwen. Misschien vind ik juist daarom die eerste jaren in de seventies wel de meest interessante periode uit McCartney's leven. In privé en professioneel opzicht.

Leuk voor in elke Bealtesverzameling!

zaterdag 7 februari 2026

Waarom de nieuwe Disney+ versie van Anthology mij trots maakte en verbijsterde

Beter had ik het nieuwe jaar niet kunnen beginnen: in januari besloot ik op streamingsdienst Disney+ de gloednieuwe versie van The Beatles Anthology te kijken. Om het dertigjarig bestaan van het officiële Beatlesproject te vieren, kondigde Apple in de loop van 2025 namelijk een aantal nieuwe releases aan. Van een complete boxset, van het boek en ook van de opgepoetste documentairereeks, via Disney dus. 

Idee van Neil Aspinall
Anthology kent een lange geschiedenis, die eigenlijk al stamt uit 1970. Want kort na het uiteenvallen van The Beatles vatte voormalig roadmanager en 'Apple executive' Neil Aspinall het plan op om zoveel mogelijk beeldmateriaal van de band veilig te stellen. Voor een documentaire waarin de bandleden voor het eerst zélf hun verhaal zouden vertellen. The Long And Winding Road, zo moest het document gaan heten. Het werd een long and winding road, want uiteindelijk zou het tot november 1995 duren voordat de documentaire voor het eerst op de Britse televisie werd uitgezonden. Op video, laserdisc en (later) dvd verschenen langere versies van de toch al omvangrijke vertelling van het Beatlesverhaal.



Eigentijdse versie
Fast forward naar november 2025. Want vorig najaar, dertig jaar na dato, verscheen de geactualiseerde, vlottere en opgeknapte versie van Beatles Anthology. De oorspronkelijke delen waren opgeknipt in acht afleveringen én er was zelfs een negende deel aan toegevoegd, met bonusmateriaal. De release laat zien dat Paul en Ringo, samen met de erven Lennon en Harrison, overduidelijk bezig zijn met hun legacy. Al zijn de twee overgebleven Beatles kwieke tachtigers, en symbolisch gezien nu al onsterfelijk, ook zij zijn zich ongetwijfeld bewust van hun eindigheid. En als je het verhaal van je band, dat door zoveel anderen is opgetekend en verteld, zelf nog één keer door wilt geven, dan is het inmiddels de hoogste tijd.

Vergelijkingen
Al vanaf de eerste dagen waarin de 2025-versie op Disney+ te zien was, stond het internet vol met vergelijkingen tussen de oude en deze vernieuwde versie. Ik zag zelfs montages waarin ik in één oogopslag de oorspronkelijk en huidige start van de documentaire (op de klanken van In My Life) kon vergelijken. Al direct werd me duidelijk dat er vanuit Apple veel aandacht is besteed aan deze nieuwe versie. Er is zelfs sprake van korte nieuwe, of verlengde scènes, ten opzichte van de langste Anthology-versie (de director's cut) die in het bootleg-circuit schijnt te circuleren. Hier en daar is er wat getweakt. Zo vinden we bijvoorbeeld de Yellow Submarine-demo terug, die lang na de oorspronkelijke Anthology-docu werd ontdekt: John Lennons akoestische, folk-versie, waarin hij zingt over "the place where I was born," en waar "no one cared".


Ingekort
Geheel passend in het huidige tijdsgewricht, en wellicht bij een jonger kijkerspubliek, is Anthology ook ingekort. Twee uur maarliefst. Maar wel op een slimme manier. Zo is bijvoorbeeld de stem van een interviewer als Jools Holland niet meer te horen en zijn de quotes van de vier Beatles-als-vertellers vaker als voice over onder de beelden van clips, optredens en andere scènes gezet. In de oude versie was het én-én, zagen we John, Paul, George en Ringo ook vaker zelf vertellend in beeld. En al worden de verhalen rond sleutelfiguren als Stuart Sutcliffe, Pete Best en Brian Epstein nog steeds nauwelijks uitgediept, toch voelt Anthology in de huidige versie van acht uur als een diepgaande vertelling van het Beatlesverhaal. Door The Beatles zélf.


Het eigen verhaal
Daarin zit wat mij betreft nog steeds de kracht van de documentaire: de enorme focus op de eigen beleving van The Beatles. Het verhaal zoals zij, en slechts enkele anderen (onder wie George Martin en Neil Aspinall), dat vanuit het oog van de storm beleefden. Met nog steeds veel, heel veel ruimte voor de manier waarop de band zich muzikaal ontwikkelde. Net als voor de opwaartse muzikale lijn, versus de (uiteindelijk) neerwaartse lijn als live-band. Het is haarfijn duidelijk waarom het toeren niet houdbaar bleek en welke ongelofelijke muzikale ontwikkeling daarop volgde. Hoe de band zichzelf steeds opnieuw uitvond. Want The Beatles waren altijd hun tijd nét iets vooruit. Omdat ze niet achterom keken, niet in het verleden bleven hangen en de tijdsgeest perfect aanvoelden. Progressieve geesten.


Progressieve blik
Die progressieve aanpak en 'het aanvoelen van de tijdsgeest' zie ik ook terug in enkele keuzes die Paul, Ringo en de erven Lennon en Harrison maakten in de montage. Zo werden onnodig stigmatiserende en lacherige opmerkingen over homoseksuele Franse jongens die in 1964 naar The Beatles kwamen kijken en 'the fat lady' in Magical Mystery Tour verwijderd. Prima, wat mij betreft. Ze zijn inmiddels ingehaald door de manier waarop we nu, met meer respect, over elkaar praten. Het verwijderen van die tussenzinnen doet namelijk op geen enkele manier afbreuk aan het vertellen van het verhaal van The Beatles. Zolang Paul en Ringo zelf nog aan het roer staan van een documentaire waarin ze hun eigen verhaal vertellen, vind ik dat goede en zelfs respectvolle keuzes. Bovendien laten de twee nog levende Beatles hiermee zien dat zij een nieuwe generatie kijkers niet willen voeden met stigmatiserende opmerkingen. Wat het verschil is tussen benoemen en bespotten. Dat zij, als nog levende Beatles, nog steeds empathische en progressieve denkers zijn en meegaan met hun tijd. Peace and love. Dat is waar het altijd om draaide bij The Beatles. Deze keuzes verdienen wat mij betreft een groot compliment.


Ontroerend
In de bonusaflevering zien we de (tweede generatie) Beatlesvrouwen prominenter in beeld. Zo is de homevideo-opname, van een ontmoeting in de jaren negentig, met Linda McCartney, Olivia Harrison en Barbara Bach, warm en ontroerend. Als kijker denk je: "We hadden eens moeten wéten, wat zich in die tijd allemaal achter de schermen van het maakproces van Anthology speelde. Wauw." Dat voel ik ook bij het zien van de nieuwe beelden waarop je The Threetles ziet sleutelen aan de demo-tapes van John Lennon, beschikbaar gesteld door Yoko Ono. Hoe meer je ziet, hoe duidelijker het wordt dat het in elkaar zetten van deze laatste Beatlesnummers niet eenvoudig was. Laat staan zonder slag of stoot ging. Toch is er ook die haast vanzelfsprekende, vertrouwde interactie. Bijvoorbeeld als Paul en George het gitaararrangement van Now and Then bespreken. Ze hebben het over de countermelodie, waarvoor ze geïnspireerd worden door een passage uit Come Together: "Weet je nog.....zoiets hè.....ja tuurlijk...." Alsof de tijd heeft stilgestaan.

Wijsheid
Alleszeggend vond ik de scène waarin we Paul, George en Ringo gezamenlijk zien zitten in Studio 2. Had Anthology ook al in 1975 gemaakt kunnen worden, zo luidt de vraag. Nee, klinkt het antwoord. In die tijd lagen de verhoudingen ingewikkelder en was er, op z'n minst gezegd, een minder frequent contact tussen alle vier de Beatles. Als George grapt dat hij nu een toernee voor zich ziet, samen met Paul, langs grote stadions, lijkt laatstgenoemde zich het in een flits voor zich te zien. Hoopvol als altijd. Maar dan zet Ringo iedereen weer met beide benen op de grond: "Dan ga ik wel mee. Als scheidsrechter." Het zegt alles. Want daarom was het weliswaar visionair dat Neil Aspinall al in 1970 was begonnen met Anthology, maar terecht dat we pas in 2025 deze ultieme versie van de documentaire kunnen zien. Prachtig gerijpt door de tijd. Met ruimte voor relativering en wijsheid. Het heeft de trots én verbijstering, over dat wonderlijke Beatlesverhaal, bij mij alleen maar aangewakkerd.


Met dank aan Wibo Dijksma, die me in de gelenheid stelde deze nieuwe Anthology-versie te zien.

zaterdag 20 december 2025

Wie was Tiny Tim op de kerstsingle van The Beatles uit 1968?

Wie de kerstsingles van The Beatles wel eens beluisterd heeft, kwam zijn naam ongetwijfeld tegen op het schijfje dat in 1968 voor de fanclubleden werd gemaakt: Tiny Tim. Met zijn ukulele zingt hij daarop een passage uit Nowhere Man. In deze dagen, vlak voor Kerstmis, schoot zijn naam me ineens te binnen. Wie is Tiny Tim en hoe zit dat verhaal met die kerstsingle in elkaar? 




The Singing Canary
Tiny Tim was niet de enige artiestennaam die de in 1932 in New York City geboren Herbert Butros Khaury gebruikte. Hij betrad de podia als Emmett Swink, Texarkana Tex (mét country-repertoire), Rollie Dell, Darry Dover en Judas K. Foxglove. Om maar te zwijgen van Larry Love, The Singing Canary. Dat laatste sloeg waarschijnlijk op zijn falsetto-stem die hij vaak gebruikte. 

Henry Burr
Khaury was kind van Pools-Libanese ouders en raakte al op jonge leeftijd in de ban van muziek. Met name de liedjes en zangstijl van de Canadese radio-entertainer Henry Burr (1882-1941) zouden hem enorm beïnvloeden. Net als de enorme hoeveelheid artiestennamen die ook Burr tijdens z'n carrière gebruikte. Al op zesjarige leeftijd leerde 'Tiny' Khaury zichzelf gitaar spelen en kamde hij de biblio- en fonotheek van Manhattan uit, op zoek naar biografieën en platen van artiesten uit de periode 1900-1930. 



Falsetto
Nadat hij vroegtijdig was gestopt met school en allerlei baantjes had, ontdekte Khaury zijn falsettostem en ontwikkelde hij z'n bijzondere sound, in combinatie met zijn ukulele-spel. Een religieuze openbaring, zo zou hij het moment later omschrijven. Gehuld in opvallende kostuums, met witte make up, in de stijl van Rudolph Valentino, probeerde Khaury door te breken via een serie talentenjachten. Met onder andere Tiptoe Through The Tulips, dat zijn lijflied zou worden, stond hij begin jaren 60 avond aan avond, voor een schamel loon te spelen in kleine clubs in Greenwich Village. Zijn moeder wilde hem op laten nemen in een psychiatrische kliniek, maar dat stond zijn vader niet toe. Ondertussen timmerde Khaury verder aan de weg. In die periode bedacht zijn manager de artiestennaam Tiny Tim.

Bob Dylan
Door kleine rollen in theater-, tv- en filmproducties groeide in Amerika de bekendheid van deze ietwat zonderlinge artiest, met zijn hoge stemgeluid en onafscheidelijke ukulele. Met een platencontract op zak bracht hij in 1968 debuutalbum God Bless Tiny Tim uit. De single Tiptoe Through The Tulips bereikte de 17e plaats in de Amerikaanse hitlijst. Datzelfde jaar speelde Khaury een rol in de film You Are What You Eat, die opgenomen werd in Woodstock. Daar liep hij opnieuw Bob Dylan tegen het lijf, die hem nog kende van zijn optredens in Greenwich Village. 


Nowhere Man
Ook George Harrison was eind 1968 in New York en Woodstock te vinden. Of hij Khaury via Bob Dylan ontmoette, is mij niet bekend, maar feit is dat Khaury de ukulele-minnende George vroeg of hij Nowhere Man voor hem mocht zingen en spelen. Al na enkele maten kapte George hem af, pakte hij een taperecorder en vroeg hij hem opnieuw te beginnen. Die opname ging mee terug naar Engeland en kreeg een plek op de Beatleskerstsingle Happy Christmas, Happy New Year. Waarschijnlijk kreeg George daar eenvoudig de handen voor op elkaar. Van een gezamenlijk product was in 1968 al geen sprake meer. De single bestond uit afzonderlijke onderdelen, ingezonden door The Beatles (waaronder Johns gedichtjes Jock and Yono en Once Upon A Pool Table). In al dat absurdisme was beslist plek voor de excentrieke Tiny Tim. Bovendien hadden The Beatles de zanger al op 30 oktober van dat jaar zien optreden in de Royal Albert Hall in Londen.



Grammy-nominatie
Als Tiny Tim genoot Khaury enkele jaren grote bekendheid. Zijn album met kinderliedjes, For All My Little Friends, leverde hem in 1970 zelfs een Grammy-nominatie op. Zijn privéleven was overigens even opvallend als zijn carrière. Hij trouwde driemaal, waarvan de eerste keer met de 17-jarige Victoria Budinger. Dat gebeurde tijdens de Tonight Show met Johnny Carson, voor het oog van 40 miljoen kijkers. Na een auto-ongeluk en gezondheidsproblemen raakte Khaury's carrière in het slop. Hij bleef wel optreden en stierf praktisch in het harnas toen hij op 30 november 1996 tijdens een optreden in Minneapolis een hartaanval kreeg. Hij raakte buiten bewustzijn en overleed kort daarna. Al was hij al lang a star in his own right, door George Harrison kreeg Herbert Butros Khaury, alias Tiny Tim, met Kerstmis 1968 even de hoofdrol in dat wonderlijke Beatlesverhaal. 


27 januari 1970, met Ringo en Maureen, Carol Channing en Victoria Budinger
voor tv-opnames in NBC's Burbank Studio's in Hollywood.



Fijne kerstdagen en een gezellige jaarwisseling gewenst!
BeatlesTalk is terug op 7 februari 2026.



zaterdag 6 december 2025

Young 'Americans' - John Lennon, David Bowie en hun Amerikaanse vriendschap

Onlangs verscheen het zesde seizoen van de podcastserie 'De Laatste Dagen Van...' die ik al enkele jaren -mede- mag maken. Dit jaar draait alles om David Bowie, in de aanloop naar zijn tiende sterfdag, straks op 10 januari 2026. De afgelopen maanden dook ik samen met Wibo Dijksma intensief in het leven van Bowie. Daarbij stuitten we uiteraard ook op zijn vriendschap én samenwerking met John Lennon. Die was ons bekend, maar uiteraard was het extra leuk en interessant om daar nog eens beter naar te kijken. Je hoort er meer over in de derde aflevering, van de zes delen die we aan Bowie wijdden.

Een feestje in Beverly Hills
John Lennon en David Bowie liepen elkaar voor het eerst tegen het lijf op een verjaardagsfeestje van de Amerikaanse zanger en acteur Ricci Martin. Dat was op 20 september 1974 in Beverly Hills. Zowel Lennon als Bowie woonde in die periode in Los Angeles. Via Elton John en Elizabeth Taylor raakten de twee verzeild op het feestje van de 21-jarige zoon van Dean Martin. Bowies vriend en producer Tony Visconti sprak enkele jaren geleden bij de BBC ook nog van een aanvankelijk verlegen verlopen ontmoeting tussen Lennon en Bowie in een hotelkamer in New York, waarbij de twee besloten elkaar als karikaturen te tekenen. Het zorgde voor hilariteit en markeerde het begin van hun goede vriendschap. 




In de schaduw van Sgt. Pepper

Bowie keek aanvankelijk op tegen Lennon. Terwijl hij zelf in juni 1967 probeerde door te breken met zijn titelloze debuutalbum, domineerde Lennon met The Beatles alle voorpagina's met het Pepper-album. Twee platen die op dezelfde dag het levenslicht zagen, waarbij Bowie, met zijn sympathieke debuut, compleet ondersneeuwde... De Britten zouden elkaar pas jaren later, tijdens hun Amerikaanse jaren, ontmoeten. Ook in het bijzijn van Paul McCartney trouwens, die Lennon tijdens zijn Lost Weekend regelmatig sprak.




Met dank aan Alomar
Tot een samenwerking tussen Lennon en Bowie kwam het in New York City, in januari 1975. Beide mannen werkten die maand aan een plaat. John aan zijn Rock 'n' Roll-album en David aan Young Americans. Het was David die John belde: "Kom je langs?" In de Electric Lady Studios namen ze vervolgens een cover op van het Beatlesnummer Across The Universe en zorgde een jam ervoor dat het nummer Fame van de grond kwam. Daarbij verdient gitarist Carlos Alomar overigens een speciale vermelding. Terwijl Lennon en Bowie naar een restaurant vertrokken, werkte Alomar de gitaarpartijen uit en zette hij de groove van het nummer in elkaar. Daarvoor kreeg hij terecht ook een schrijvers-credit. Fame werd Bowies eerste nummer 1-hit in Amerika.




Hong Kong
De vrienschap tussen de mannen bleef hecht. In dit korte YouTube-fragment hoor je David vertellen over de invloed die John op hem had als artiest. Niet alleen inspireerde John hem om te breken met z'n manager, hij liet David ook zien hoe mainstream-Rock 'n' Roll en avantgarde hand in hand konden gaan. Iets dat David uiteindelijk zelf nog veel sterker uitwerkte, gedurende zijn carrière. Uit alles spreekt in ieder geval Bowie's diepe respect voor Lennon. In 1977 ontmoetten de twee elkaar in Hong Kong. John was op doorreis naar Japan en David was op tournee met Iggy Pop. Toen Lennon werd benaderd door een toerist, die hem om een handtekening vroeg, ontkende hij John Lennon te zijn. "But I wish I had his money," voegde hij er aan toe. Prima plan om fans op afstand te houden, dacht David. Twee maanden later werd hij zélf in New York City op straat aangesproken. Achter hem klonk een stem: "Aren't you David Bowie?" waarop David (zonder zich om te draaien) antwoordde: "No but I wish I had his money", waarna hij zijn hoofd bijdraaide en in het lachende gezicht van John keek. Het antwoord van Lennon? "You lying bastard. You wish you had my money."



Moord op Lennon
Toen John op 8 december 1980 in New York City werd doodgeschoten, gebeurde dat niet ver van het Broadway-theater waar David in die periode de hoofdrol speelde in het toneelstuk The Elephant Man. David was kapot van de dood van zijn goede vriend. Angstaanjagend detail: ook hij stond vermoedelijk op het lijstje van de moordenaar. Want in diens hotelkamer werd een flyer gevonden van The Elephant Man, met een cirkel om Davids naam. En geloof het of niet, de moordenaar had kaartjes op zak voor Davids eerstvolgende voorstelling. Eerste rij. Nadat zijn voorstellingen er in december op zaten, wist David niet hoe snel hij New York City moest verlaten. De moordenaar van zijn vriend zat weliswaar achter de tralies, maar David zelf had wel even iets te verwerken. Drie jaar na de moord, op 8 december 1983, bracht David een emotionele ode aan John, door te referen aan hun ontmoeting in Hong Kong en vervolgens het nummer Imagine te zingen.


'De Laatste Dagen Van...David Bowie' is verschenen op 17 november 2025 in je favoriete podcast-app. In de NPO Luister-app of via de site kun je alle zes delen al direct beluisteren.


zaterdag 22 november 2025

Met '60 jaar Rubber Soul' vierde de Nederlandse Beatlescommunity óók zichzelf!

Het was niet zomaar een feestje, op vrijdagavond 14 november 2025 in theater Aan de Slinger in Houten. Daar waren 375 Beatlesliefhebbers afgekomen op een avond van Beatlespodcast Fab4Cast, die geheel in het teken stond van Rubber Soul. Dat album lag destijds, op 3 december 1965 in de schappen. Bijna 60 jaar geleden. Jubilea moet je vieren en dat gebeurde volop, voor het oog en oor van een uitverkochte theaterzaal. Eigenlijk was er nóg iets te vieren, vertelden hosts Wibo Dijksma, Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema. Gekleed in jasjes van bruin suède, als knipoog naar de albumhoes, deelden de oprichters van Fab4Cast dat hun podcast inmiddels 12,5 jaar bestaat. Na 241 afleveringen zijn ze nog niet uitgepraat over The Beatles. Ook bij de luisteraars, van wie een deel naar het theater was gekomen, is het enthousiasme voor Beatlesverhalen onverminderd groot.


Coherent en wonderschoon
Nog steeds is de Beatlescommunity in Nederland springlevend. Dat bleek ook uit het gemak waarmee Fab4Cast niet alleen de zaal maar ook het programma van de theateravond kon vullen, met interessante lezingen en optredens van kenners en muzikanten uit diezelfde community. Zo presenteerden Ron Bulters en Tim Op Het Broek van Beatlesfanclub NL een quiz, voorafgaand aan de officiële start van het programma. Daarna gaven hosts Wibo, Jan Cees en Michiel enige context rond het Rubber Soul-album. Hoe en wanneer kwam het bijvoorbeeld tot stand? Onder grote druk, zoveel is duidelijk. Want in het overvolle jaar 1965 had de band slechts een krappe maand om de plaat op te nemen. Binnen vier weken, tussen 12 oktober en 11 november stond alles op tape. Overigens met uitzondering van het nummer Wait, dat al in juni werd opgenomen. De korte liedjes, de akoestische aanpak, de prachtige samenzang...misschien is het beperkte tijdsbestek waarin alles tot stand kwam wel de echte reden waarom dit Beatlesalbum zo coherent én wonderschoon klinkt. En, volgens Wibo Dijksma, als het "eerste echte meesterwerk" van The Beatles kan worden beschouwd. Jan Cees ter Brugge noemt Rubber Soul al jaren zijn favoriete Beatlesalbum. 

Jan Cees ter Brugge, Michiel Tjepkema en Wibo Dijksma van Fab4Cast


Inzoomen

De muziek van Rubber Soul kreeg ruim baan door optredens (in verschillende samenstellingen) van Marike Jager, Bertolf Lentink, Diederik Nomden, Yorick van Norden en Jac Bico (The Analogues). Allen zowel liefhebbers als kenners van het repertoire van The Beatles én van zoveel onderwerpen waarop je tijdens zo'n avond kunt inzoomen. Zo vertelde Yorick van Norden met welke albums en singles The Fab Four in 1965 hun platenkast en jukebox vulden. De smaak van McCartney was wat eclectischer dan die van Lennon, maar juist dat zorgde voor al die invloeden waar de band zelf gretig op verder bouwde: motown, rock & roll en folk. Bertolf Lentink en Diederik Nomden gaven uitgebreid college over de samenzang van The Beatles op Rubber Soul, in navolging op de hooggewaardeerde Fab4Cast-aflevering waarin ze afgelopen zomer te horen waren. Terugluisteren is warm aanbevolen. Jac Bico stond stil bij het gitaar- en sitarwerk op Rubber Soul, waarbij hij uitleg gaf over het gebruik van het fuzz-effect, de sitar en de Fender stratocaster. Instrumenten en effecten die het album een eigen kleuring gaven.


De hoes en de microfoons
Geen Fab4Cast-event zonder de kundige uitleg van ontwerper en locatiedeskundige Piet Schreuders. Uiteraard nam hij het publiek op onnavolgbare wijze mee in het werk van fotograaf Robert Freeman en de totstandkoming van de hoes. Jan Cees ter Brugge zoomde in op het gebruik van de exclusieve en peperdure Neumann-microfoons in de EMI Studio's. Die kregen ten tijde van Rubber Soul een extra beschermkapje, omdat ze ter ziele gingen door speeksel en voedselresten van The Beatles, die besloten dat er in Studio Two ook gewoon gegeten kon worden. In de aanvankelijk stijve en formele EMI-studio's voltrok zich zo een stille revolutie. Het zijn de details die zorgen voor hilariteit. Net als de oorspronkelijke versie van In My Life, waarvoor John Lennon aanvankelijk een hele andere tekst neerpende. Over een busrit door Liverpool. Bertolf Lentink, Diederik Nomden en Marike Jager brachten het nummer zoals het óók had kunnen klinken, als het anders gelopen was. Het was de gedeelde fascinatie voor al die bijzondere details die 375 Beatlesfans een avond geboeid hield. 

Piet Schreuders over de hoes van Rubber Soul


Coulissen
Eén beeld van deze avond bleef me in het bijzonder bij: terwijl Piet Schreuders zijn presentatie hield over de albumhoes, zag ik Wibo Dijksma en Diederik Nomden in de coulissen op de grond zitten. Hun blik strak op het grote scherm gericht. Want als Piet Schreuders spreekt, wil je niets missen. Geen enkele opmerking of afbeelding. En zo kwam op deze avond alle Beatleskennis, -liefde en al dat talent weer bij elkaar. Met '60 jaar Rubber Soul' vierde de Nederlandse Beatlescommunity óók zichzelf.


De prachtige foto's zijn van Ramón Dorenbos!

De audio van deze avond is verschenen als nieuwe podcast-aflevering van Fab4Cast:

https://on.soundcloud.com/pDn8FQR6IApJtpmHcC

zaterdag 1 november 2025

Vriendschap zit evenwichtige Yoko Ono-biografie van David Sheff in de weg

Maarliefst 92 jaar oud is Yoko Ono inmiddels. Al enige tijd geleden heeft ze haar appartement in het Dakota Building in New York City achter zich gelaten en brengt ze haar laatste jaren door in een buitenhuis in Upstate New York. Daar wordt ze permanent verzorgd, terwijl ze ongetwijfeld terugkijkt op een lang, productief maar ook bewogen leven. Over dat leven kunnen we volop lezen in het onlangs verschenen boek 'Yoko: a biography' door David Sheff. Het maakte me nieuwsgierig, alleen al door de prachtig vormgegeven cover, dus kocht ik het boek en dook ik er in.  


Vertrouwensband
De Amerikaanse journalist David Sheff en auteur ontmoette John Lennon en Yoko Ono in de nazomer van 1980, toen hij een tijdje intensief met ze optrok voor een aantal interviews in opdracht van Playboy Magazine. De destijds 24-jarige Sheff was één van de laatste journalisten die uitgebreid toegang kreeg tot het koppel, voordat John in december 1980 werd doodgeschoten. Opmerkelijk genoeg sprak Sheff gedurende drie weken bijna dagelijks met John en Yoko. Dat deed hij in hun appartement in The Dakota, maar ook in Central Park, in het café en in de studio waar aan nieuwe muziek gewerkt werd. Terwijl de taperecorder van de jonge journalist overuren maakte, bouwde hij een vertrouwensband op met John en Yoko. Maar toen de inkt van het grote interview in de 6 december-editie van Playboy Magazine amper droog was, zetten de dramatische gebeurtenissen van twee dagen later de gesprekken in een nieuw perspectief. David Sheff maakte de nasleep van de moord van nabij mee en zou jarenlang bevriend blijven met Yoko en zoon Sean. 



Pantoffels en badjassen
Hoewel David Sheff en Yoko Ono elkaar inmiddels niet meer spreken, bleef de auteur gefascineerd door haar leven en kunstenaarschap. En dus besloot hij Ono's levensverhaal en carrière te onderzoeken, met als doel een biografie over haar te schrijven. Toch is juist die oude vriendschap een ongemakkelijke factor in dit geheel. Want hoeveel afstand heb je als journalist tot je hoofdpersoon, als je ook jarenlang samen privé bent opgetrokken? Ook Sheff voelt dat ongemak en begint er direct over, in het eerste hoofdstuk van zijn boek. Daarin belooft hij de lezer met voldoende afstand een uitgebalanceerd beeld van Yoko te schetsen. Dat hij het ongemak zelf opvoert, is sympathiek te noemen. Of hij zijn belofte heeft waargemaakt, daar twijfel ik na het lezen van deze biografie, met hagiografische trekjes, wel aan. Zelfs nu ik, meegenomen door een inmiddels gekanteld narratief over Yoko Ono, met een veel mildere, bredere en begripvollere blik kan kijken naar wie zij eigenlijk was. Naar mijn smaak wil Sheff net iets te vaak en nadrukkelijk mogelijke misverstanden over Ono rechtzetten. Neem als voorbeeld het verhaal over de pantoffels bij de slaapkamerdeur en de badjassen die John en Yoko droegen, op die ochtend in 1968 waarop Cynthia Lennon het stel in haar woning aantrof. Niets van waar, aldus Sheff. Mijn gedachte daarbij: is het belangrijk? 

David Sheff met Yoko en John


Anonieme roadtrip
Plezieriger en belangwekkender zijn vooral de hoofdstukken over Yoko's jonge jaren. Haar indrukwekkende jeugd in Japan, haar zoektocht naar persoonlijke vrijheid en de invloed van haar jeugdtrauma's (oorlog, honger, armoede) op haar kunstenaarschap. Wie ontdekt wat Yoko doormaakte en hoe zij zich dapper bewoog in de voorhoede van de kunstenaarswereld in New York City, wil niet stoppen met lezen. Tot aan eind 1966, de periode waarin Yoko en John elkaar ontmoetten, is het boek dan ook uiterst lezenswaardig. Een prima reden om het aan te schaffen. Als lezer heb je het gevoel echt onder de huid van Yoko te kruipen. Daarna laat Sheff steeds meer steken vallen. Over de periode 1966-1980 heeft de auteur de goed ingelezen Beatlesliefhebber weinig nieuws te bieden. Ook loopt hij met te grote zevenmijlslaarzen langs de overbekende gebeurtenissen. Daar had meer ingezeten. Zelf was ik alleen verrast door het feit dat John en Yoko in mei 1972 een roadtrip maakten, van New York naar Californië, waarbij ze zich met hun groene Chrysler ("The Dragon Wagon") vrij anoniem door het land bewogen. Die had ik even gemist.


John en Yoko's "Dragon Wagon"

Levenslust
In de dagen, weken en maanden vlak na de moord op John is David Sheff regelmatig bij Yoko op bezoek. Dat levert opnieuw een intiem portret van een rouwende weduwe op. Het zijn momenten waarop het verhaal je op een goede manier naar de keel grijpt. Geen onbekend feit, maar wel nog eens goed om te lezen: na Johns dood cultiveerde Yoko haar imago van 'de eeuwige weduwe van John Lennon'. Dat beeld klopt niet met de werkelijkheid. Vanaf 1981 had zij officieel (en daarvoor al officieus) een relatie met interieurontwerper Sam Havadtoy, met wie zij uiteindelijk twintig jaar samen was. Veel langer dan met John. Maar Havadtoy, die haar en Sean aan alle kanten steunde, moest veelal op de achtergrond blijven. Een rol waar hij genoeg van kreeg en uiteindelijk voor bedankte.

Yoko, Sean en Sam

Gekanteld narratief
Wanneer het contact tussen Sheff en Ono verwatert, maakt de biografie grote tijdssprongen en schotelt Sheff ons informatie voor die overal, en met name online, voor het oprapen ligt. Natuurlijk, een biografie over Yoko, waarin zij veel meer erkenning krijgt voor haar kunstenaarschap past helemaal in deze tijd. Zo gezegd is het narratief over Yoko terecht positief gekanteld. Maar wie schrijft over de negen decennia van haar leven, heeft ten minste de opdracht een wat evenwichtiger en vooral doorwrochter portret neer te zetten over één van de meest fascinerende kunstenaars van de 20ste eeuw. Toch nog een uitsmijter? Het verrassende inzicht dat Yoko Ono natuurlijk niet zorgde voor het uiteengaan van The Beatles, maar...nu komt het...misschien juist verantwoordelijk is voor het feit dat de groep het nog tot eind 1969 heeft volgehouden. Zij was het die de totaal uitgebluste Lennon voorzag van nieuwe levenslust en inspiratie. Zonder Yoko waren The White Album, Abbey Road en Let It Be misschien wel helemaal nooit gemaakt, stelt Sheff. Helemaal geen gekke gedachte. Alleen al daarom mogen we haar volgens de auteur dankbaar zijn. Zit toch ook weer wat in.