zaterdag 17 oktober 2020

Joe Flannery: the Secret Beatle (en zijn vriendschap met Brian Epstein)

Joe Flannery. Bij hoeveel mensen gaat er een belletje rinkelen bij het horen van die naam? Bij mij rinkelde het vaag en zacht. Een local uit Liverpool, die iets met The Beatles te maken had? Verder kwam ik niet. Dus schafte ik vorig jaar 'Standing in the Wings: The Beatles, Brian Epstein and Me' aan, het boek waarin Flannery zijn avonturen memoreert. Is het de zoveelste publicatie, waarin iemand die ook maar íets met The Beatles meemaakte, ons uitgebreid verslag doet? Nee, toch niet. Flannery hoorde echt tot de inner circle van de band en stond dicht bij Brian Epstein. Dat levert interessant leesvoer op, was mijn conclusie. 'The Secret Beatle,' zoals Flannery ook wel genoemd werd, staat daarom deze week centraal in de column.




Speelkameraadjes
Joe Flannery (1931-2019) zou zijn eerste ontmoeting met Brian Epstein nooit vergeten. Terwijl hun moeders, als Liverpoolse ondernemers zowel zakelijke als vriendschappelijke banden onderhielden, werd Brian als kleuter op een middag als speelkameraadje aan de drie jaar oudere Joe toevertrouwd. De middag eindigde in tranen. Joe herinnerde zich hoe de kleine, verwende Brian zijn eigen dure speelgoed vernielde. Joe, die gewend was zich met heel wat eenvoudigere zaken te vermaken, keek met verbazing toe. De jongens moesten duidelijk aan elkaar wennen, maar bleken uiteindelijk goede vrienden te worden in het Liverpool van de jaren 30 en 40. 

Een jonge Brian Epstein



De Flannery's verkochten de meubels van de Epsteins
Joe en Brian deelden hun liefde voor de wereld van muziek en theater. Joe was meer van de muziek, Brian van het theater. Terwijl de Epsteins de meubels van de Flannery's in hun zaak aan Walton Road in het noorden van Liverpool verkochten, verdiepte de vriendschap van de jongens zich. Joe zag hoe lastig Brian het had op school, als gevoelige jongen van Joodse komaf. Hun wegen scheidden toen Brian door zijn ouders naar kostschool werd gestuurd. Joe en Brian kwamen elkaar enkele jaren later weer tegen op een legendarische plek in Liverpool: het Adelphi Hotel.


Joe en Brian bleven elkaar tegenkomen
Joe, inmiddels 17, was als ober in dienst getreden in één van de meest gerenommeerde etablissementen die Liverpool rijk was. Op vrijdagavonden bediende hij de Epsteins, die voorafgaand aan hun theatervoorstelling in het Adelphi kwamen eten. Joe en Brian raakten weer in gesprek en zetten hun vriendschap voort. De jongens bezochten regelmatig de bioscoop of spraken af voor een afternoon tea. Door de diensttijd van Joe verwaterde het contact opnieuw. In 1954 liepen de twintigers elkaar weer tegen het lijf. Zo groot was het Liverpoolse middenstandsmilieu niet in de jaren '50. 


De geknakte Epstein en de beminnelijke Flannery
Joe Flannery was inmiddels zijn eigen meubelzaak aan Kirkdale Road begonnen. In de achterkamer van zijn winkelpand schoof Brian Epstein vaak aan bij het avondeten, terwijl de vrienden lange gesprekken voerden. Ook Brian had zijn dienstplicht er inmiddels opzitten, als administratief medewerker, omdat hij ongeschikt werd bevonden voor gevechtshandelingen. Inmiddels werkte Brian bij Clarendon Furnishing in Hoylake, aan de overzijde van de Mersey. Niet veel later zou hij North End Music Stores (NEMS), het bedrijf van zijn familie, gaan leiden. De wat geknakte en onzekere jonge Epstein hechtte enorm aan de vriendschap met de milde en beminnelijke Flannery. De twee lunchen iedere woensdag met elkaar. Het werd een ritueel.




Brian kwam bij Joe uit de kast
Op één van die woensdagmiddagen liet Joe een nerveuze Brian binnen in de achterkamer bij de winkel. Joe informeerde bij Brian wat er aan de hand, was zo las ik in zijn boek. Daarop antwoordde Brian geëmotioneerd: "Joe, you must not tell a soul but I just have to tell somebody, and you're my closest friend; I'm attracted to men rather than women." Zo nam Epstein zijn beste vriend in vertrouwen over zijn geaardheid. Volgens Joe was Brian zichtbaar opgelucht na diens bekentenis. Toch vroeg Brian zich af hoe hij, als lid van een vooraanstaande familie in Liverpool, met zijn geheim om moest gaan. Zelfs zijn eigen familie mocht niets weten. Het was een gevaarlijke tijd, waarin homoseksualiteit bij wet verboden was en waar verraad en chantage om iedere straathoek gluurden. Flannery bood een luisterend oor en adviseerde Epstein om zijn familie toch zo snel mogelijk openheid van zaken te geven. Dit geheim zou hem kapotmaken. 

Joe Flannery en zijn partner Kenny Meek



Joe's huis werd een toevluchtsoord
Flannery bleef een vertrouweling van Epstein, ook nadat hij zelf ontdekte homoseksueel te zijn. De mannen bleven vrienden en Flannery's flat was regelmatig een toevluchtsoord voor Epstein, wanneer laatstgenoemde er bont en blauw geslagen, na een mislukt heimelijk rendez-vous in de straten van Liverpool, op de bank in slaap viel. Flannery kreeg zelf een stabiele en langdurige relatie met zijn partner Kenny Meek, met wie hij een appartement betrok.


Flannery zat op de trappen van The Cavern al naar The Beatles te luisteren
In het boek omschrijft Flannery hoe de muziekscène in Liverpool veranderde, hoe de skiffle-gekte in 1957 tot een hoogtepunt kwam en moeiteloos oploste in het rock 'n' roll-tijdperk. Terwijl Joe een steeds succesvoller ondernemer werd, veranderde Liverpool in de stad van de Merseybeat. Flannery omschrijft levendig hoe Liverpool cultureel in een stroomversnelling kwam rond de decenniumwisseling, hoe zijn vriend Brian zijn eigen business opbouwde en geïnteresseerd raakte in die muziekscène. Op verzoek van Epstein ging Flannery op 25 oktober 1961 naar de Cavern om The Beatles te zien. Joe zat daar, aan het eind van de ochtend op de trappen van de Cavern naar The Beatles te luisteren, terwijl die hun lunchsessie voorbereidden. "If you don't get them, someone else will," zou Flannery tegen Epstein gezegd hebben. Inmiddels was Joe ook zelf actief als manager van de Liverpoolse band The Detours.


Een slapende John Lennon op de bank
Nadat Brian The Beatles contracteerde, kon een ontmoeting tussen de jongens en Joe Flannery niet uitblijven. Op een goede dag moesten The Detours met spoed een versterker van The Beatles lenen. Zo ontstond het contact. Het appartement aan Gardner Road, dat Flannery en Meek bewoonden, werd al snel een plek waar The Beatles en andere Liverpoolse muzikanten neerstreken. Na optredens, voor feestjes. Flannery trof regelmatig een slapende John Lennon op de bank in zijn huiskamer aan. Regelmatig reed Joe de jongens tegen het ochtendgloren weer met zijn auto naar huis. Ook leerde hij George Harrison, zij het informeel, autorijden. Met name in maart 1962 zouden The Beatles vaak bij Flannery verblijven, las ik. 


Zakelijk advies
In de periode 1962-1963 bundelden Epstein (NEMS) en Flannery (Carlton Brooke) hun krachten. Joe werd daarbij de booking manager van The Beatles en hoorde officieel tot het management van het uitdijende Epstein-imperium. Joe en Brian vergaderden wekelijks aan Gardner Road of aan Whitechapel, waar Brians kantoor gevestigd was. Het was Joe die samen met partner Kenny regelmatig zakelijk advies gaf aan Brian hoe hij zijn contracten en overige afspraken Beatlesoptredens moest opstellen. 




Mona Best werd te dominant, volgens Flannery
Flannery doet in zijn boek uit de doeken hoe het ontslag van drummer Pete Best verliep en dat het met name de aanhoudende bemoeienis van moeder Mona Best was, die The Beatles deed besluiten dat ze afstand van Pete wilden nemen. Volgens Flannery zou John Lennon hem hebben toevertrouwd dat Mona The Beatles wilde blijven gebruiken "as a vehicle for her son", terwijl de band vooruit wilde, carrière wilden maken onder leiding van Brian Epstein. Het is interessant de gebeurtenissen eens terug te lezen vanuit het perspectief van Flannery. Zo was Joe ook belast met het herplaatsen van Pete Best, bij een andere Liverpoolse band. In september 1962 zou een verongelijkte Mona Best onophoudelijk aan de lijn hebben gehangen bij Flannery. Haar zoon moest en zou weer een plek bij een populaire band krijgen.


Beryl Marsden als onuitstaanbaar portret
De avonturen van Flannery voeren te ver om ze hier allemaal te bespreken, maar in het boek las ik nog wel dat Joe zich als manager ontfermde over de Liverpoolse zangeres Beryl Marsden, die nogal een 'portret' bleek te zijn. Flannery beleefde, ook in de tijd waarin hij haar als manager in Duitsland begeleidde, de nodige onaangename avonturen met de ongedurige zangeres. Het is prima leesvoer! Midden jaren '60, toen The Beatles hun eigen weg waren gegaan, woonde Flannery zelf bijna permanent in Hamburg, als manager en boeker van vele acts voor de Star Club. Ondertussen bleven zijn banden met Brian en diens broer Clive Epstein altijd goed. Een aantal foto's in het boek, uit de privécollectie van Flannery tonen bovendien hoe Flannery regelmatig contact had met de McCartneys en met Ringo Starr, ook na het uiteengaan van The Beatles.




Joe, I'm so lonely
Flannery en Epstein ontmoetten elkaar voor het laatst op 13 november 1966 in Londen. De mannen dineerden samen. Die avonden zou Brian zijn zorgen met Joe gedeeld hebben. Net als vroeger. The Beatles traden niet meer op, hij maakte zich druk over ene Robert Stigwood, die in onderhandeling was met EMI. Wat was er eigenlijk nog over van zijn eigen positie? Bij het afscheid met Joe volgde een omhelzing, waarbij Brian de volgende woorden sprak: "Joe , I'm so lonely," waarna hij zich omdraaide en wegliep. Flannery vernam, amper een jaar later, het nieuws van Brians dood via de televisie, waarna hij door de Epsteins werd gebeld, met een uitnodiging voor de uitvaart. Joe wilde liever niet komen, ondanks smeekbeden van Brians broer Clive. Het was te moeilijk voor hem. Af en toe bracht Flannery nog een bezoek aan het graf van zijn oudste vriend aan Long Lane, Aintree. Joe overleed in Aighburth (Liverpool) op 27 maart 2019. Hij was 87 jaar oud.




zaterdag 10 oktober 2020

Bij de 80ste geboortedag van John Lennon: op avontuur rond Strawberry Field(s) en in gesprek met Lennons achterbuurjongen

Het gaf me best een bijzonder gevoel om vorig najaar het terrein van Strawberry Field in Liverpool te betreden. Net als vele Beatlesliefhebbers had ik er al eens voor de gesloten rode hekken gestaan, glurend naar het mysterieuze, overwoekerde park dat daar achter lag. Strawberry Field gaf zijn geheimen niet prijs, voor de zoekende toerist die de gesloten toegangspoort aan de lommerrijke Beaconsfield Road had weten te vinden. Inmiddels is het terrein opengesteld voor publiek en hoeven we niet meer, zoals de jonge John Lennon deed, over een muur te klauteren. 




Is het nu Field of Fields?
Tegenwoordig wordt het gebiedje als Strawberry Field (in enkelvoud) aangeduid, terwijl John Lennon het in zijn ode had over Strawberry Fields (in meervoud) Forever. Was dat Lennons fantasie, of had hij een punt? Historische vermeldingen laten zien dat het gebied aan Beaconsfield Road beide benamingen heeft gehad. Een kaart uit 1891 toont dat het terrein werd aangeduid als Fields. In een testamentaire verwijzing naar één van de voormalige eigenaren, de scheepsmagnaat George Hignett Warren (1819-1912), is er weer sprake van Strawberry Field.

By Ordnance Survey - Reproduced with the permission of the National Library of Scotland,
CC BY 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=56722292


The will of Mr George Hignett Warren, of Strawberry Field 
(The Yorkshire Post and Leeds Intelligencer 12 March 1912)


John Lennon had ook op Strawberry Field terecht kunnen komen
Of het nu Field of Fields was, het landgoed wisselde enkele malen van (rijke) eigenaar en kwam in 1934 in het bezit van de Britse Salvation Army, betrekkelijk kort voor het jaar waarin John Lennon geboren werd. De geschiedenis van het huis en landgoed is uitstekend gedocumenteerd door de fantastische blog There Are Places I Remember. Het tehuis opende haar deuren in 1936 en bood onderdak aan zo'n veertig meisjes. In sommige gevallen wees, vaker waren ze afkomstig uit gebroken gezinnen. In de jaren '50 kwamen daar ook jongens bij. Wat dat betreft had John Lennon, gezien het 'gebroken gezin' waar hij zelf ook uit kwam, heel goed zelf op Strawberry Field terecht kunnen komen.




Stiekem over de muur klimmen
Dat het anders liep, weten we natuurlijk. Omdat zijn moeder Julia niet in staat was voor hem te zorgen, kreeg John onderdak bij tante Mimi, pal om de hoek aan Menlove Avenue. Behalve dat John op het terrein speelde, bezocht hij met zijn tante ook graag de festiviteiten. Wanneer hij, vermoedelijk vanuit de achtertuin, de Salvation Army Band hoorde inzetten tijdens het jaarlijkse tuinfeest, spoorde hij Mimi aan om zich te haasten. John wilde niets van de gebeurtenissen missen. Hoewel de hekken van Strawberry Field altijd open stonden en de kinderen vrij in en uit konden lopen en elders in Liverpool naar school gingen, zag Mimi liever niet dat haar familie zich mengde met 'deze kinderen'. Johns neef Stanley Parkes vertelde dat John en hij ergens via de achterkant van Mendips (aan Menlove Avenue) het terrein opkwamen zodat ze toch stiekem met de kinderen konden spelen. 

Stanley Parkes (15) en John Lennon (8)


We vroegen Mark Lewisohn waar die muur was
Toen ik vorig jaar met Wibo, Michiel en Jan Cees van Fab4Cast Strawberry Field opnieuw bezocht, bleef Jan Cees zich maar afvragen op welke plek John Lennon de muur over klom om op het terrein te komen. Dat zag hij zichzelf namelijk ook wel even doen. Voorafgaand aan onze trip stelde ik Beatleshistoricus Mark Lewisohn de vraag waar John zich de toegang tot Strawberry Field verschafte. Die antwoordde: "The wall that Jan Cees is thinking of jumping is in Vale Road. However, it now leads only into a housing estate, which occupies much of the extensive grounds of the old SF home." Dat was duidelijk. Als Jan Cees over die muur klom, zouden we hem uit een privétuin moeten zien te krijgen. Het terrein van Strawberry Field was niet meer zo groot als vroeger. Een deel ervan is inmiddels in particulier bezit. Toch gaf Jan Cees niet op. 


Jan Cees in gesprek met David Upton,
de 'oud-achterbuurjongen' van John Lennon


We ontmoetten de oude achterbuurjongen van John Lennon
Al wandelend rond de buitenmuur van het huidige terrein, op de bewolkte ochtend van dinsdag 1 oktober 2019, stapte Jan Cees op een vriendelijk uitziende oudere man af. Duidelijk een 'local'. Iets langer grijs haar, een tasje over zijn schouder, vriendelijke blik, op weg naar de bus. Jan Cees legde uit wie hij was en dat hij zo gefascineerd was door de gedachte dat John Lennon hier ergens, bij Vale Road, over de muur naar Strawberry Field klom. De man knikte vriendelijk. Dat wist hij maar al te goed. Hoewel hij iets jonger was dan John Lennon, kon hij hem nog goed herinneren als zijn eigen achterbuurjongen. "Ik zag hem vaak in zijn achtertuin, waar hij dan in een hoge iep klom, van waaruit hij Strawberry Field kon zien. Maar we klommen inderdaad ook allemaal over die muur als kinderen," zo vertelde deze David Upton ons. Ook kregen we van hem de bevestiging dat het terrein oorspronkelijk groter was geweest, dat de muur nog verder door had gelopen en dat zich er tevens een boerderij met een stuk open grasland bevond. Daarachter lag het bos, "A nice woodland to play in," aldus David.


David bleek in het huis van Ivan Vaughan te wonen
Even waren we weer heel dicht bij de jonge John Lennon, door deze onverwachte ontmoeting. De verhalen liggen in Liverpool nog steeds op straat. Jan Cees had, als journalist met een neus voor goede verhalen, precies de goede man van straat geplukt om zijn vragen aan te stellen. We vonden het toch wel een kleine sensatie: een ooggetuige die ons haast achteloos vertelde dat we inderdaad warm waren. "Oh," vervolgde David, "ik woon zelf nu trouwens in het huis van Ivan Vaughan, de gemeenschappelijke vriend van John Lennon en Paul McCartney. Dat is ook een bijzondere plek, aan 84 Vale Road. Ze hebben heel wat uurtjes in mijn huidige woning doorgebracht." 


Een virtuele mellotron om de openingsklanken van Strawberry Field te spelen
Natuurlijk bezochten we ook het terrein en het gloednieuwe bezoekerscentrum, dat het Britse Leger des Heils daar op eigen grond heeft opgericht. Ze deden het in nauwe samenwerking met Johns halfzus Julia Baird. Het centrum biedt ruimte aan een opgezette multimediale presentatie over de historie van de plek én (een klein beetje) over de roots en muzikale invloeden van John Lennon. Met een virtuele mellotron kun je er de openingsklanken van Strawberry Fields leren spelen. Wanneer je je vinger langs de swarmandal laat glijden, hoor je het karakteristieke harpgeluid uit het nummer. Met videobeelden en een audiotour krijg je een indruk van de plek die Strawberry Field voor de wijk én voor de jonge John Lennon moet zijn geweest.





Een sympathieke plek
In het naastgelegen bezoekerscentrum steun je de accommodatie en het werk van het Legers des Heils door er een t-shirt, mok of een potje aardbeienjam te kopen. De memorabilia zijn smaakvol, niet schreeuwerig of erg commercieel vormgegeven. Dat ademt de hele plek trouwens: in het bezoekerscafé eet je soep, een taartje of een sandwich. Buurtbewoners kunnen elkaar te ontmoeten en er samen een kop koffie te drinken. Voor kinderen is er ruimte om met hun gitaar of keyboard in de hoek op te treden. In de keuken en de bediening werken jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze krijgen er de rust en ruimte om zichzelf te ontwikkelen. In de pas aangelegde tuin kunnen bezoekers een contemplatieve wandeling te maken, langs bordjes met teksten als 'Love and peace are eternal', en 'There's nothing you can do that can't be done'. Ook staan de originele hekken van Strawberry Field er opgesteld. Ze belandden na diefstal als oud ijzer op de sloop en werden daar op het nippertje herkend en gered.


Michiel, Wibo en Jan Cees bij de originele hekken van Strawberry Field


Verleden, heden en toekomst
Op het nieuwe Strawberry Field komen verleden, heden en toekomst bij elkaar. De plek is gered van verder verval, het bezoekerscentrum vertelt ons over de bijzondere geschiedenis ervan en jongeren krijgen er een kans aan hun toekomst te werken. Terwijl ik even afdwaal in gedachten, kijk ik naar de meest afgelegen hoek van de tuin. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes. Zie ik daar, door mijn oogharen een jongen over de muur klimmen? Wanneer ik met mijn ogen knipper, is hij weg. Ik zal het me wel verbeeld hebben.




Verder luisteren (podcasts)



zaterdag 3 oktober 2020

Moois nieuws! En: hoe John Lennon dit najaar herdacht wordt (ook door zijn zoons en Paul McCartney)

We naderen twee bijzondere data op de kalender. Op 9 oktober aanstaande vieren we Lennons 80ste geboortedag. Daarna volgt de altijd beladen datum van 8 december. Dit jaar is het 40 jaar geleden dat John in New York vermoord werd. Twee gedenkwaardige dagen binnen twee maanden: het zal je niet verbazen dat John dit najaar weer volop in de belangstelling staat, al is hij voor ons natuurlijk nooit ver weg. Wat is er allemaal gaande? En wat staat er voor moois op stapel in samenwerking met Fab4Cast?




John Lennon 1980: The Last Days In The Life
Kenneth Womack staat bekend als één van de betere auteurs van Beatlesboeken. Hoewel Mark Lewisohn wereldwijd als meest gerenommeerde Beatlesonderzoeker en -schrijver gezien wordt, kunnen we Womack ook tot de eredivisie rekenen, samen met auteurs als Peter Doggett ("You Never Give Me Your Money"- 2009), Ian MacDonald ("Revolution In The Head"- 1995) en Andy Babiuk ("Beatles Gear" - 2015). Zo zijn er ongetwijfeld nog een paar namen die tekenden voor de betere boeken die over The Beatles verschenen. Kenneth Womack is als Professor of English and Popular Music verbonden aan Monmouth University in New Jersey en schreef al een aanzienlijk aantal boeken over Beatles-gerelateerde onderwerpen, waaronder het vorig jaar verschenen "Solid State: The Story of Abbey Road and The End of The Beatles". Interessant leesvoer, vond ik. Met het oog op John Lennons 80ste geboortedag en 40ste sterfdag, publiceerde Womack vorige maand het boek "John Lennon 1980: The Last Days In The Life. Gedetailleerd omschrijft de auteur Lennons laatste levensjaar. 1980 was voor John het jaar waarin hij tijdens een zeilreis bijna verongelukte in de Bermuda Driehoek, maar ook aan de lopende band nieuwe nummers schreef, die op zijn laatste albums Double Fantasy en Milk & Honey terecht kwamen. Er stond zelfs een wereldtournee en een familiereünie in Engeland op stapel. Fab4Cast-maatje Wibo Dijksma vertelde me dat hij Womacks boek met bijzonder veel interesse heeft gelezen. Zelf heb ik het besteld bij onze Deventer boekhandel Praamstra en kijk ik er naar uit het boek te lezen. Wie is er nog meer in bezig of heeft het op zijn lijstje staan?



Sean Lennon maakt een radioserie over zijn vader
De BBC kwam met groot nieuws. Ik moet zeggen dat ik ook wel even met mijn oren stond te klapperen, toen ik hoorde wat de Britse omroep voor elkaar had weten te krijgen. Ter ere van de 80ste geboortedag van zijn vader verzorgt Sean Lennon voor BBC Radio 2 een interviewserie. Daarin gaat hij achtereenvolgens in gesprek met zijn oudere broer Julian Lennon, met Paul McCartney en met zijn peetvader Elton John. In het drieluik staan de mannen stil bij hun relatie met John Lennon. Zeker het gesprek dat beide zoons gaan voeren, bezorgt me vooraf al kippenvel. Beiden hadden ze een zeer verschillende band met hun vader. Ze moesten dealen met hun bijzondere herinneringen, maar ook met het verlies, teleurstellingen, de druk van de wereld op hun schouders en hun bijzondere afkomst. Dat zou wel eens heel interessant kunnen worden. Van het gesprek dat Sean met Paul McCartney gaat voeren, betwijfel ik of we nieuwe en verrassende dingen gaan horen. Hogere verwachtingen heb ik van de dialoog met Elton John, die in de jaren '70 een dierbare vriendschap met Lennon ontwikkelde. We gaan het horen! De BBC zendt de gesprekken dit weekend, op 3 en 4 oktober uit. Daarna blijven ze nog een aantal weken beschikbaar als podcast. Ik kijk er enorm naar uit.




Verjaardagsconcert Dear John
Op 9 oktober treden artiesten als Peter Gabriel, KT Tunstall, Faithless en oud-leden van 10CC en Dire Straits op ter ere van de 80ste geboortedag van John Lennon. De virtuele show wordt vanuit het Hardrock Café in Londen uitgezonden met een livestream via YouTube (vanaf 21.00 uur Nederlandse tijd). Over het algemeen heb ik het nooit zo op dit soort herdenkingsconcerten. Het is prachtig dat een artiest geëerd wordt, maar vaak zijn de shows een bonte verzameling bekende en minder bekende muzikanten en is er nauwelijks lijn te ontdekken in zo'n avond. De kwaliteit van de vertolkingen (uiteraard meestal covers) laat ook regelmatig te wensen over. In mijn beleving is het 't altijd nét niet. Ik krijg er ook vaak een beetje de kriebels van. Wat dat betreft vormde The Concert For George, destijds georganiseerd en strak gemodereerd door Eric Clapton, een positieve uitzondering op de regel. Misschien omdat het een avond met de échte muziekvrienden van George Harrison was en Clapton het als zijn persoonlijke missie zag om er met de gelegenheidsband een kwalitatief hoogstandje van te maken. Laten we hopen dat dit Lennon-concert een volwaardig eerbetoon zal worden. De opbrengst van deze avond gaat overigens naar de Britse tak van War Child. Dat is dan weer sympathiek.



John & Yoko Plastic Ono Band
Het boek "John & Yoko Plastic Ono Band" ligt rond 30 oktober (mijn verjaardag!) in de schappen. De lijvige publicatie, officieel samengesteld onder regie van het Lennon/Ono-kamp, brengt de totstandkoming van het gelijknamige album in beeld. Met foto's, aantekeningen en verhalen van mensen die betrokken waren bij het maken van de plaat en de singles uit die periode. Denk daarbij aan Ringo Starr, Klaus Voormann, Eric Clapton en ook aan Arthur Janov, die John Lennon leerde schreeuwen. Het boek vormt de prequel op het lijvige coffee table book "Imagine John Yoko" (2018) dat ik vorig jaar kocht. Als het net zo mooi wordt als die publicatie, zit ik heel wat avonden te bladeren dit najaar. Maar te veel tijd mag ik er ook niet aan besteden, want.....:




Podcast 'De Laatste Dagen van John Lennon'
Er is heel mooi nieuws. Samen met Wibo Dijksma, Jan Cees ter Brugge en Michiel Tjepkema van Fab4Cast ben ik betrokken bij de voorbereiding van een zesdelige podcastserie voor NPO Radio 5: "De Laatste Dagen van John Lennon". Zoals het er nu naar uitziet, wordt de hele serie op 1 december gelanceerd. Een enorm mooie, eervolle maar ook intensieve klus, waar achter de schermen al hard aan gewerkt wordt. Maar wat ben ik vereerd. Stay tuned!



zaterdag 26 september 2020

The Fool On The Hill: de inspiratie, de opname en de bijzondere clip die in Nice geschoten werd

Op 30 oktober 1967 zat Paul McCartney in een vliegtuig naar Nice. Samen met assistent Mal Evans en cameraman Aubrey Dewar was hij op zoek naar een mooie locatie voor het schieten van beelden bij zijn nummer The Fool On The Hill. Die scène was zo'n beetje het laatste puzzelstukje dat de film Magical Mystery Tour zou moeten completeren.




Impulsief vertrek
Het vertrek naar Nice moet snel en impulsief hebben plaatsgevonden. Geen van de andere Beatles wist waar Paul ineens was. McCartney vertrok zonder geld en paspoort naar de Zuid-Franse plaats. Zijn naam en faam vormden blijkbaar nauwelijks een belemmering om zich door de douane te kletsen en per vliegtuig Het Kanaal over te steken. Het had iets onbezonnens en onaantastbaars. In de vroege ochtend van dinsdag 31 oktober 1967 danste Paul McCartney in het prille herfstlicht in de heuvels bij Nice. De beelden zouden later onder The Fool On The Hill gemonteerd worden.

Aankomst in Nice

Dromerige ballad
Het nummer zelf schreef hij ten tijde van de Sgt. Pepper-sessies, in maart van dat jaar. Terwijl John en Paul bezig waren With A Little Help From My Friends vorm te geven, speelde McCartney zijn verse compositie Fool On The Hill aan John Lennon voor: een dromerige ballad, die qua melodie en begeleiding continu schipperde tussen D-majeur en -mineur, waardoor ook Lennon zijn oren steeds moet hebben gespitst. Paul zou het nummer aan de piano bij zijn vader thuis geschreven hebben, nadat hij een D6-akkoord aansloeg en van daaruit verder improviseerde.


Lennon was onder de indruk
In "The Beatles" schrijft Hunter Davies als officiële biograaf van de band hoe hij in maart 1967 getuige was van het moment waarop Paul zijn Fool On The Hill voor het eerst aan John voorspeelde. Ze zaten thuis bij Paul, aan Cavendish Avenue. Volgens Davies luisterde John naar Paul terwijl hij dromerig uit het raam keek. Lennon was onder de indruk van The Fool On The Hill en spoorde McCartney aan om snel de nog incomplete tekst op te schrijven, voor het geval hij de woorden zou vergeten. "Now that’s Paul. Another good lyric. Shows he’s capable of writing complete songs," was Johns mening over het nummer ("All We Are Saying" - David Sheff).


Maharishi en Tarot
McCartney zou zijn inspiratie onder andere hebben gevonden bij figuren als de Maharishi, die door critici als zonderling of gek werd bestempeld. Het idee van een goeroe in een grot sprak McCartney aan. Ook zou Paul de kaart van The Fool in de Tarot-leer in zijn gedachten hebben gehad. In de Hippiecultuur beleefde de Tarot een revival. Ook het Nederlandse kunstenaarscollectief The Fool ontleende zijn naam aan de tarotkaart. Blijkbaar schoof Paul de compositie bewust opzij voor het Sgt. Pepper-album. Qua timing had The Fool On The Hill nog makkelijk mee gekund. Misschien was het nummer nog onvoldoende gereed of paste het volgens Paul niet in het Pepper-concept, wat dat uiteindelijk ook mag hebben voorgesteld.

Eind augustus 1967: met de Maharishi in Bangor


Een demo na het verblijf bij de Maharishi
Pas op 6 september 1967, toen de Summer of Love na de plotselinge dood van Brian Epstein overging in een verwarrende herfst, maakte Paul een demo van The Fool On The Hill. Misschien kwam het nummer weer bovendrijven omdat The Beatles eind augustus een aantal dagen bij de Maharishi te gast waren geweest in Bangor, Wales. De demo die Paul maakte, is te horen op Anthology 2. [video]




Blokfluiten en een mondharp
Het meeste werk werd verzet op 25 en 26 september, aangevuld met een laatste sessie (met fluiten) op 20 oktober). Opvallend detail is de aanwezigheid van Yoko Ono op de 25ste. Wat vooral opvalt is originele instrumentenkeuze voor het nummer. Naast de gangbare instrumenten, kozen The Beatles voor blokfluiten, basharmonica's, celeste, tape-effecten (zowel een tape-loop als langzaam afgespeelde gitaareffecten). John Lennon zou ook mondharp spelen. 1967 blijft daarmee het jaar waarin The Beatles maximaal experimenteerden met verschillende instrumenten en de technische mogelijkheden die de studio hen bood. De instrumenten en het gekozen arrangement geven The Fool On The Hill precies het dromerige, etherische effect dat McCartney ongetwijfeld bij het schrijven van de tekst in zijn hoofd had.

25 september 1967: McCartney met de blokfluit aan zijn lippen

'Get a perfect shot'
Met een hoofd vol inspiratie stapte hij daarom eind oktober, een paar dagen nadat de mix van The Fool On The Hill gecompleteerd was, in het vliegtuig naar Frankrijk. Daar stond hij op de rotsen bij Nice, in de zonsopkomst, met een kleine cassetterecorder waarmee hij het nummer kon afspelen. "I just ad-libbed the whole thing. I went, ‘Right, get over there: let me dance. Let me jump from this rock to this rock. Get a lot of the sun rising. Get a perfect shot and let me stand in front of it," vertelde hij aan zijn biograaf Barry Miles. Even kroop Paul McCartney in de huid van The Fool On The Hill. Door de mooie [beelden], gemaakt voor de film Magical Mystery Tour, kunnen we nog steeds genieten van die oktoberochtend in 1967, in de heuvels bij Nice. Je had er bij willen zijn.


zaterdag 19 september 2020

The Beatles en hun relatie met Japan (2)

De eerste kennismaking tussen The Beatles en Japan, tijdens hun concerten in 1966, stond in het teken van controverse, conflict en een cultuurshock. Vorige week kon je lezen hoe Beatlemania in 1964 Japan bereikte, hoe de doortastende muziekjournalist Hushika Rumiko een speciale band met The Fab Four opbouwde en tenslotte hoe The Beatles in een bliksembezoek (30 juni - 3 juli 1966) Japan op verschillende manieren op z'n kop zetten. Na vijf concerten reisden John, Paul, George en Ringo verder naar Manilla, waar hun problemen nog groter werden. Japan zouden The Beatles als band nooit meer bezoeken. Toch zou het land een rol blijven spelen in hun levens.


Journaliste 'Rumi' bleef welkom
Al hielden The Beatles geen warm gevoel over aan hun eerste kennismaking met Japan, hun journalistieke vriendin Hushika Rumiko ontving al in augustus 1966 een uitnodiging van The Beatles om hen te vergezellen op hun Amerikaanse tournee. Dat was tijdens de laatste stadionconcerten die ze als band gaven, zo zou achteraf blijken. Ruim een jaar later, in september 1967, was 'Rumi' zoals de heren haar noemden, tijdens een opnamesessie present in de EMI Studio's in Londen. Daar keek ze, wonderlijk genoeg samen met een andere Japanse dame toe, hoe The Beatles het nummer Fool On The Hill op tape zetten. 

Rumiko is in september 1967 weer present


Door Yoko Ono bouwde John Lennon een band met Japan op
De 'andere Japanse dame', ook present in Studio Two, was Yoko Ono. In het najaar van 1967 ging John Lennon al een jaar lang om met de Japanse kunstenares. Hij zag haar in de loop van 1966 op de Britse tv en ontmoette Yoko in november van dat jaar tijdens haar tentoonstelling in Londen. Hoewel het koppel later verklaarde dat hun relatie in mei 1968 begon, ontmoetten ze elkaar voor die tijd al veelvuldig. Toen Johns huwelijk met Cynthia Lennon (Powell) in het voorjaar van 1968 strandde, ging de Japanse wereld van Yoko en haar familie voor John open. 

Yoko en John, september 1967



Reizen naar het Land van de Rijzende Zon
Natuurlijk wilde Yoko aan John laten zien waar haar roots lagen. In januari 1971 nam ze hem voor het eerst mee naar Japan. Daar bezocht het paar de Yasukuni-schrijn in Tokio, een monument ter nagedachtenis van Japanse oorlogsslachtoffers. Na een bezoek aan de tempels in Kyoto, maakte John voor het eerst kennis met zijn nieuwe schoonfamilie in Fujisawa. 



John en Yoko in Japan, januari 1971


Een Green Card maakte het reizen gemakkelijker
In de zomer van 1976 kreeg John zijn Green Card. Die stelde hem in staat de VS te verlaten, in de wetenschap dat hij er ook weer terug kon keren. In 1977, 1978 en 1979 brachten John, Yoko en Sean (en incidenteel Julian) een aantal zomers in Japan door, met name in Karuizama, dat hemelsbreed zo'n 100 kilometer ten noordwesten van Tokio ligt. Lennon dacht daar op een traditioneel Japanse plek te komen, maar zag dat Karuizama een toeristische plek was, waar de gegoeden een tweede huis hadden. Hij trof er vooral verwesterde Japanners en Amerikanen. Journalist en familievriend Elliot Mintz sluit zich, op uitnodiging van Yoko, tijdens één van de vakanties bij het stel aan.




Temidden van Yoko's familie, 1977



Lennon leerde Japans
Japan inspireerde Lennon tot het maken van schetsen, in het oefenschriftje waarmee hij Japans probeerde te leren. Yoko gaf het schetsboek in 1992 uit, met de titel  "Ai: Japan Through John Lennon's Eyes: A Personal Sketchbook". Ik zie dat de bijzondere uitgave nog voor een kleine 130 euro via Amazon te krijgen is. Je kunt het boekje hier online doorbladeren.



John, Yoko en Sean. Yoko's moeder Isoko kijkt toe.


Lennon schrijft aan McCartney
Ook is het leuk te vermelden dat John tijdens één van zijn vakanties een briefje aan Paul stuurt en hem een restaurant adviseert. Hilarisch natuurlijk: "They know Ono better of course, they call me Mr. Ono!!" 

Brief van John aan Paul: 
"They even call me Mr. Ono!!"


Paul belandde in een Japanse cel
Vermoedelijk kreeg McCartney heel wat minder vorstelijk voedsel voorgeschoteld dan Lennon hem toewenste, want Pauls tweede kennismaking met Japan was een minder relaxte dan die van zijn oude bandmaatje. In januari 1980 belandde Paul er in de cel, nadat hij (pas gearriveerd met Wings om aan zijn tour te beginnen) opgepakt werd wegens drugsbezit. Jaren later trakteerde Paul het Japanse publiek nog regelmatig op concerten, maar over zijn onfortuinlijke ervaringen in 1980 kun je meer lezen in de blog Japanese Jailbird


George en Ringo tourden door Japan
Net als Paul deden George en Ringo ook Japan aan, in hun solocarrières. George Harrison tourde samen met Eric Clapton in december 1991 door Japan en bracht daarvan een erg sterk livealbum, met de verrassende titel "Live in Japan" uit. Ook bij Ringo en zijn All Starr band stond Japan regelmatig op de touragenda. Toch kunnen we concluderen dat Lennon en McCartney de meest bijzondere band met Japan hadden, al was die gebaseerd op vrij uiteenlopende ervaringen.





zaterdag 12 september 2020

The Beatles en hun relatie met Japan (1)

Is de Japanse cultuur soms een beetje hip dit jaar? Valt het jullie ook op? Paulien Cornelisse kwam met haar boekje 'Japan in honderd kleine stukjes', nam deel twee van haar reisserie op. Japan prijkte deze zomer op de cover van de LINDA (toch een graadmeter van wat er maatschappelijk speelt, haha), ineens zie ik Japanse motieven en dessins op kleding en posters. Zie ik spoken of valt het jullie ook op? Om in stijl te blijven, besloot ik deze week eens de relatie tussen The Beatles en Japan te belichten. Dat is namelijk een interessante!




Met een samurai-zwaard op weg naar Abbey Road
Het bestaan van The Beatles als band begon in 1964 door te sijpelen in Japan. Met name hun bezoek aan Amerika zorgde voor een nog groter bereik in de media, waarmee The Beatles ook langzaam maar zeker naamsbekendheid in het land van de rijzende zon kregen. Journalist Hoshika Rumiko vloog in juni 1965 met de opdracht The Fab Four in de EMI Studio's aan Abbey Road te interviewen. Officiële persverzoeken waren geweigerd, maar daar liet Rumiko zich niet door weerhouden. Ze meldde zich bij de studio in traditionele kledij en bracht als cadeau een samurai-zwaard mee. Dus kwam ze binnen, kreeg ze officieel een half uurtje, maar mocht ze drie uur blijven. Het klikte blijkbaar! Haar artikel verscheen in het tijdschrift Music Life van augustus 1965, dat de speciaal gedrukte recordoplage van 250.000 stuks (normale oplage: 60.000-70.000) strak uitverkocht. Rumiko prijkte samen met The Beatles op de cover van het magazine. Het interview zou de eerste worden van een serie artikelen die ze over band mocht maken. Elk jaar eentje, tot 1970. 



The Beatles waren eerst te horen via radiozender FEN
Volgens Rumiko begon men op de burelen van het Japanse muziekmagazine vanaf de zomer van 1964 steeds meer verzoeken om nieuws over The Beatles te krijgen. "With girls stopping by our offices on their way home from school to ask if we had any fresh news on the Beatles or to beg us for photos of the band," lees ik in een artikel uit juni 2016 waarin ze over haar ontmoetingen met The Beatles vertelt. Hoewel er vermoedelijk nog geen Beatlesplaten in groten getale beschikbaar waren voor de Japanse markt, pikten de vroegste fans hun eerste klanken op via het American Forces Far East Network (FEN), het militaire radiostation dat ook de Merseysound oostwaarts stuurde.




The Beatles hielden hun mond niet meer over de Vietnamoorlog
Na de jaarwisseling van 1966 werden de geruchten hardnekkiger dat The Beatles Japan zouden aandoen tijdens hun wereldtournee. Op 29 juni 1966 zetten de bandleden en hun entourage inderdaad voet op Japanse bodem. Hun aankomst vanuit Alaska, op Haneda Airport in Tokyo was vertraagd vanwege een tyfoon. Later die middag maakten The Fab Four tijdens hun persconferentie kennis met de formele en gereserveerde benadering door de Japanse journalisten. John Lennon was zelf niet bepaald gereserveerd. Tijdens de persconferentie sprak hij zich (namens The Beatles) voor het eerst openlijk uit tegen de verschrikkingen van de Vietnamoorlog. Tijdens de persconferentie oogden de mannen wat verveeld, maar de stemming was vooraf, in de gang, opperbest: [video]




John Lennon bracht een toost uit op het einde van The Beatles
Hoshika Rumiko ontving als enige journalist een persoonlijke uitnodiging om The Beatles in hun presidentiële suite in het Tokyo Hilton te ontmoeten. Rumiko was er getuige van dat John Lennon, niet vies van enige zelfspot, op een tafel klom, een glas sinaasappelsap hief en toostte op het einde van The Beatles. De journalist kreeg daarop het uitdrukkelijke verzoek van Brian Epstein om niet over dit soort gebeurtenissen te schrijven. The Beatles mochten om veiligheidsredenen hun hotel niet verlaten. Zowel John als Paul deed een uitbraakpoging, maar werden na hun ontdekking linea recta teruggebracht naar de hotelsuite. Dus moest het vertier daar maar gezocht worden. 




Images of a Woman
The Beatles brachten hun tijd door met tekenen en het luisteren naar platen met traditionele Japanse muziek, die hen door de toursponsors geschonken waren. Tijdens hun verblijf werkten ze op hun hotelkamer gezamenlijk aan een schilderij. Zittend rond een tafel schilderden ze vanuit vier hoeken aan het doek dat de naam 'Images of a Woman' zou krijgen. Het kunstwerk werd gekocht door de toenmalige voorzitter van de fanclub, waarbij de opbrengst naar een goed doel ging. Sindsdien wisselde het via veilingen regelmatig van eigenaar, waarbij het in 2012 voor ruim 155.000 dollar verkocht werd. 





Controverse, conflict en een cultuurshock
Het bezoek van The Beatles aan Japan, dat nauwelijks vijf dagen (en vijf concerten) in beslag nam, zorgde voor controverse, een cultuurshock en vooral voor conflict tussen de jonge en oude generatie Japanners. Tieners zagen The Beatles vanuit hun jeugdig optimisme vooral als een geweldig nieuw en opwindend fenomeen. De oudere generatie vond deze Britse culturele invasie, nog relatief kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog, niet direct de meest gewenste gebeurtenis. Bovendien zou 'hun Budokan-hal', een heilig symbool van cultuur en religie, worden misbruikt voor een rock 'n' roll-concert. Bovendien was de Budokan een herdenkingsmonument voor oorlogsslachtoffers. The Beatles waren, kortom, onderwerp van een nationaal debat én van de nodige protestacties op straat. Toch zorgden ze met hun optredens wel voor een doorbraak: de Budokan zou daarna vaker het toneel van populaire concerten worden. 



Een publiek vol politieagenten
Ondanks alle protesten gingen de concerten van The Beatles gewoon door. Het relatief rustige publiek dat een enorme prijs had betaald voor een toegangskaartje, was in totaal vijf avonden getuige van matige optredens door een vermoeid ogende en onzeker spelende band. Ruim drie jaar Beatlemania gaat je niet in de koude kleren zitten, als je zelf de hoofdrolspeler in je eigen film bent. [video] 



Scherpschutters en doodsbedreigingen
The Beatles vertelden bovendien in interviews dat ze veel politieagenten in het publiek zagen zitten. Wanneer er fans opstonden om mee te zingen of dansen, werden ze met telelenzen gefotografeerd. Volgens persman Tony Barrow was de politie bang voor scherpschutters in het publiek. The Beatles hadden in de aanloop naar de concerten een aantal anonieme doodsbedreigingen ontvangen. De intimiderende setting zorgde wellicht bij de bandleden niet voor een ontspannen optreden. Op 3 juli vloog de band door naar Manilla, waar het er overigens niet gezelliger op zou worden.  


[Volgende week: deel 2] 

zaterdag 5 september 2020

Back in town: wat bracht de zomer ons aan Beatlesnieuws?

Lieve lezers, hoe is het met jullie? De zomer zit er op. We zijn of gaan allemaal weer zo'n beetje aan de slag. Voor velen zal het een ander soort zomer zijn geweest. Toch hoop ik dat jullie wat uit hebben kunnen rusten en ontspannen. Bleven jullie thuis of zat er nog een reisje in? Kwamen jullie nog op Beatles-gerelateerde plekken? Ik ben benieuwd. In ieder geval ben ik terug met mijn blog en hoop ik jullie weer wekelijks van een Beatlesverhaal te kunnen voorzien. Wanneer we terugkijken op afgelopen zomer heeft de nieuwscaroussel van The Beatles niet stilgestaan. Daarom leek het me een goed idee om het nieuwe seizoen te beginnen met een terugblik.


Ringo werd 80
Ringo Starr was op 7 juli 2020 de eerste Beatle die de indrukwekkende leeftijd van 80 jaar aantikte. We weten dat hij, net als Paul, niet het eeuwige leven heeft, maar wat ziet hij er de laatste decennia weer ontzettend goed en gezond uit. In zijn hoofd voelt hij zich nog 24, zo vertelde hij de pers. 80 worden viel hem wel zwaarder dan het vieren van zijn 70ste, voegde hij daar aan toe. Vanwege de coronacrisis zat een groots verjaardagsfeest er niet in, dus gaf Ringo een interview aan Rolling Stone Magazine en kondigde hij zijn virtuele verjaardagsparty aan. Zelf had ik verwacht dat het een online live-event zou worden, maar toen ik het (vanwege tijdverschil) de volgende dag terugkeek, bleek alles vooraf opgenomen. Een beetje flauw en teleurstellend was het wel. Wel vond ik het goed dat Ringo aandacht vroeg voor een aantal goede doelen. Ook was het grappig zijn achterkleinkind te zien, met een korte boodschap voor Grandude. Het programma van een uur zou terug te zien zijn op Ringo's eigen website, maar inmiddels functioneert die video niet meer. Clipjes vind je nog wel YouTube. Al met al kunnen we stellen dat het "a long way was" voor het jochie uit de Dingle. Sjonge.

Ringo tijdens zijn Big Birthday Party



Paul McCartney kwam met de Flaming Pie Archive Collection-reissue
Ook belangwekkend nieuws was het verschijnen van de Paul McCartney Archive Collection-uitgave van het album Flaming Pie, oorspronkelijk uit mei 1997. Het Archive-project van McCartney ging van start in 2010, met het verschijnen van een luxe box van het album Band On The Run. Inmiddels staat na tien jaar de teller op 13 heruitgaven van zijn albums, die in verschillende varianten vergezeld worden van allerlei bonusmateriaal, waaronder een luxe boek. Zelf kocht ik de box niet (jullie wel?), maar luisterde ik afgelopen zomer weer eens wat vaker naar dat fijne McCartney-album. Dat was evengoed genieten. De reissue van het over het algemeen zeer geliefde Flaming Pie-album wordt ongetwijfeld binnenkort besproken door de heren van Fab4Cast. Stay tuned!



Geen Glastonbury, wel in de British GQ
Eigenlijk zou Paul deze zomer de headliner zijn van het 60ste Glastonbury Festival. Maar net als zijn Europese Tour (waaronder Nijmegen) ging ook dat feestje natuurlijk niet door. In plaats daarvan sprak hij uitgebreid met British GQ, een classy magazine waarin hij al vaker verscheen. McCartney kwam het familielandgoed bij Peasmarsh niet af en liet zijn dochter Mary een prachtige serie foto's schieten. Regelmatig zien we Macca op allerlei paparazzi-foto's in vrije tijdskleding door The Hamptons sloffen. Extra fijn was het daarom om hem in Good Old England, strak gestyled weer eens mooi gefotografeerd te zien worden. Ook deze man loopt al tegen de 80. Je geeft het hem niet.



En...
Verder overleed de Britse fotografe Fiona Adams, die de legendarische spring-foto van The Beatles maakte, waaraan Piet Schreuders een indrukwekkend artikel in Furore #24 besteedde. Die Beatles-special is nog steeds te bestellen. Vanuit Hamburg werd met het online event Stream & Shout gevierd dat The Beatles er 60 jaar geleden voor het eerst neerstreken. Ook bereikte me het nieuws dat Norman Pilcher in september zijn memoires publiceert. Daarnaast maakte de University of Liverpool bekend dat haar nieuwste auditorium, dat voor 22 miljoen pond ontwikkeld wordt, de naam "The Yoko Ono Lennon Centre" zal krijgen. Het gebouw moet eind dit jaar op de campus verrijzen. "Thank you to the University and to the people of Liverpool for this wonderful honour," was de officiële verklaring die door de erven Lennon gegeven werd. In hoeverre Yoko het zich nog bewust is, weten we niet. Naar verluidt gaat haar gezondheid hard achteruit. Hopelijk haalt ze Johns 80ste geboortedag nog, die in oktober gemarkeerd wordt door de compilatieset "Gimme Some Truth" en de ongetwijfeld prachtige hardcover-uitgave "John & Yoko: The Plastic Ono Band". Het boek is vast en zeker ook de via de lokale boekhandel te bestellen. Kijk, daar kan ík me nu op verheugen. Zijn we weer helemaal bij zo? Of ben ik nog iets vergeten? Graag tot volgende week!

Preview van het nieuwe Lennon/Ono-boek, met nieuw fotomateriaal uit
het archief van Klaus Voormann