zaterdag 21 januari 2023

Wat ik zelf vond van de nieuwe Mary McCartney-documentaire over de Abbey Road-studio's

Deze maand verscheen de groots aangekondigde documentaire If These Walls Could Sing, gemaakt door Pauls dochter Mary McCartney. Je kunt 'm bekijken op streamingsdienst Disney+, als je een abonnement hebt of speciaal voor deze gelegenheid een maand aanhaakt bij het kanaal. Dat laatste besloot ook mijn Beatlesvriend Jan te doen. Omdat we tegenwoordig dicht bij elkaar wonen, nodigde Jan me afgelopen zondag uit om Mary's documentaire samen te bekijken. Wat een goed idee!


Van Edgar tot Nile
Misschien had je tot nu toe alle berichtgeving over If These Walls Could Sing gemist. Dan verwijs ik je nog even naar de blog die ik afgelopen september vooruitblikkend op de documentaire schreef. Dat was het moment waarop Mary haar werk aankondigde. Veelbelovend: een document in beeld, geluid, herinneringen en getuigenissen van de meer dan 90-jarige geschiedenis van de EMI/Abbey Road-studio's in Londen. Een plek die niet alleen onlosmakelijk is verbonden met The Beatles, maar met zoveel meer bands, orkesten en projecten. Van Edgar Elgar, die er op 12 november 1931 dirigerend de studio opende tot de workshops die Nile Rodgers er vandaag de dag aan jonge, talentvolle muzikanten geeft.


Creatieve keuzes
In de vooraankondiging verklaarde Mary in Vanity Fair de insteek die ze had gekozen bij het maken van If These Walls Could Sing: "I want to make it an emotional experience as a documentary, rather than doing all the historical points. I didn't want it to feel like a lesson." Daarin zat al een voorbehoud. Namelijk dat we als kijker niet minutieus en strikt chronologisch door een kleine eeuw geschiedenis worden genomen. Prima natuurlijk. Mary is de maker, zij maakte de creatieve keuzes. En toch bleef ik, en dat gold ook voor Jan, na het bekijken van de documentaire een beetje teleurgesteld achter.

Hoe was dat voor jullie?

Stella, Paul en Mary McCartney bij de première

Sterke focus op de periode vanaf de jaren 60
Het lijkt volstrekt logisch dat Mary als dochter van één van de meest legendarische 'gebruikers' van de Abbey Road Studio's besloot deze documentaire te maken. Haar eigen familiegeschiedenis is en blijft verbonden met de bijzondere plek. Als baby kroop ze er al over de parketvloer en ook daarna zette ze vele voetstappen in de gangen van de studio. Bovendien gaf haar familienaam haar ongetwijfeld toegang tot de vele artiesten die in de documentaire aan het woord komen. Van David Gilmour tot Elton John, van Jimmy Page tot de broertjes Gallagher. Maar wanneer je deze opsomming van namen ziet, bekruipt je misschien ook het gevoel dat de docu zich erg focust op de popmuziek die er in de jaren 60 tot en met 90 opgenomen werd. Natuurlijk is dat ook Mary's eigen referentiekader en betreft het deels de periode waarin zij opgroeide en de studio's leerde kennen. Maar toch voelt het voor mij als kijker wat incompleet.


Jacqueline du Pre en John Williams

Zeker, er was ook aandacht voor het magistrale werk van cellist Jacqueline du Pre, wier carrière tragisch genoeg tot een vervroegd einde kwam, doordat haar ziekte Multiple Sclerose haar dwong de cello neer te leggen. Ik zag mooie beelden en hoorde prachtige audio van haar opnamesessies in Abbey Road. De laatste aantekeningen op de tapes getuigen van een afgebroken sessie, omdat Du Pre niet genoeg energie meer had haar werk af te maken. Een hartverscheurende passage in de film. Ook was het indrukwekkend om grote orkesten in actie te zien, in Studio One, bij de opnames van de filmmuziek voor gerenommeerde films als Star Wars en Harry Potter. Componist John Williams kwam superlatieven tekort om de akoestiek van de studio's en de know-how van het personeel te prijzen. Voor hem is er geen plek ter wereld die kan tippen aan wat Abbey Road zijn 'werk' gebracht heeft. De functie die Abbey Road ook bij de opnames voor filmmuziek kon vervullen, bleek een belangrijke voorwaarde om te kunnen blijven bestaan. Want ook Abbey Road kende zware jaren. Jaren waarin zelfs het antieke instrumentarium bij het oud vuil dreigde te belanden. Iets dat Paul McCartney wist te voorkomen, door bepaalde objecten te kopen.


Cellist Jacqueline du Pre


Weinig onthullingen
Maar toch....in al die verhalen over Abbey Road miste ik iets. Jan ook, vertelde hij me. We werden onvoldoende meegenomen in het studiocomplex, achter de schermen, door de gangen, in de archieven, maar ook in de studio's zelf. De vele totaalshots hielden ons als kijker op afstand. En...een gewetensvraag...hebben we écht veel geleerd? Misschien juist weer wel dat Kate Bush de studio gebruikte om er een videoclip op te nemen, dat Shirley Bassey bij de laatste lange noot van Goldfinger bijna flauwviel op de vloer omdat ze niet nóg meer adem had, maar.... waar was het briljante verhaal van die unieke Mrs. Mills? Hadden we niet meer willen zien of horen van wat er in de jaren 40 en 50 in de studio's gebeurde? Nam het Beatlesverhaal niet té veel ruimte in en voelde dat misschien ook zo omdat er overbekende beelden, foto's en feiten werden gepresenteerd? Tenslotte had ik graag iets willen zien over het spanningsveld tussen een pand en studio met een monumentaal karakter (en dito instrumentarium) en de manier waarop Abbey Road toekomstbestendig is geworden en wil blijven. Het is en blijft een liefdevol gemaakt document, dat je ongetwijfeld met plezier zult bekijken, maar wat mij betreft had er meer in gezeten.

10 jaar Fab4Cast!
PS: Hebben jullie gezien dat Fab4Cast dit jaar 10 jaar bestaat? Dat wordt gevierd op zaterdagavond 11 maart aanstaande, met een prachtig live-event in Beeld & Geluid. Hoofdgast is Mark Lewisohn (je leest het goed). Het aantal kaarten is beperkt, dus sla snel toe, want dit wil je niet missen. Meer informatie en kaarten via fab4cast.nl.




zaterdag 7 januari 2023

Een bed op zolder, met een stapel gouden platen eronder: Paul McCartneys jaren aan Wimpole Street

Allemaal een heel gelukkig nieuwjaar, Beatle People. Ik hoop dat de meesten van jullie terug mogen kijken op een ontspannen kerstvakantie, met wat ruimte om te genieten van mooie muziek, documentaires, podcasts, magazines en boeken. Tenminste, dat zijn voor mij altijd wel ingrediënten die de kerst extra kleur geven. Voor BeatlesTalk betekent het inluiden van 2023 alweer het achtste jaar waarin deze blog bestaat. En als ik het goed heb, nadert Fab4Cast ook een jubileum. Wat is het mooi om te merken dat velen van jullie ook al zo lang met ons meelezen en -luisteren. Ik ben benieuwd wat 2023 ons voor nieuwe avonturen gaat brengen!


Weet je nog? In maart vorig jaar waren we met Fab4Cast zomaar een dag in Londen. Nou ja, niet zomaar. Ons hoofddoel was het bezoek aan de Paul McCartney-expositie The Lyrics in The British Library, maar we besloten die dag om er nog een paar Beatles-locaties aan toe te voegen. Dat plan bracht ons in de wijk Marylebone en in het bijzonder bij het huis aan Wimpole Street 57. De plek waar Paul McCartney enige tijd woonde, bij de familie van zijn toenmalige vriendin, de actrice Jane Asher.





Kale wanden
Hij vertelt er liefdevol over, in zijn boek The Lyrics. Hoe de woning van de Ashers voor hem een huiselijker alternatief was voor de flat aan Green Street 57. Die plek huurde Brian Epstein voor The Beatles in het najaar van 1963, toen de band steeds vaker en langduriger in Londen moest zijn. Maar McCartney vond het er niet gezellig. Een mannenhuishouden met kale wanden. Hij sprak erover en ontving prompt een uitnodiging van Janes ouders om hun zolderkamer te betrekken. Er was ruimte genoeg in het statige herenhuis, dat een langere traditie kende in het huisvesten van armlastige musici. Waarschijnlijk mensen aan wie Janes moeder Margaret hoboles gaf in het souterrain van de woning. Eén van haar studenten, niet armlastig, wel leergierig, was overigens George Martin. 

Jane Asher poseert in haar slaapkamer
aan Wimpole Street (1963)

Gouden platen
En dus vond Paul een plekje op zolder. Ook niet om geld en aandacht verlegen, maar vooral op zoek naar de huiselijkheid en gezelligheid waarmee zijn Liverpoolse familie hem altijd omringd had. Bij de Ashers was de sfeer goed, maar gingen Pauls ogen wel open in deze geheel nieuwe, upper class-sfeer. Het was...anders dan in Liverpool. Volgens Jan Cees ter Brugge moest Paul op z'n zolder wel een beetje woekeren met de ruimte, en bewaarde hij op een gegeven moment zijn gouden platen onder het bed. Want hij woonde er wel even. Uiteindelijk zou Paul pas in maart 1966 met Jane gaan samenwonen aan Cavendish Avenue nummer zeven, pal om de hoek bij Abbey Road. Tot die tijd genoot hij van zijn verblijf bij de Ashers. Naast Jane, moeder Margaret en  vader (Sir) Richard, was er ook nog dochter Clare én zoon Peter. Deze Peter Asher zou later A&R-manager worden bij het Apple-imperium van The Beatles. 



 


Souterrain
Maar zover was het nog niet in de periode dat Paul zijn huisgenoot was. In die tijd had hij zijn eigen carrière als lid van het duo Peter and Gordon, waarvoor dat andere duo (Lennon and McCartney) enkele hits schreef, waaronder A World Without Love. Op de video zien we Peter rechts in beeld. Zijn haar even rood als dat van zijn zus Jane. Het nummer werd waarschijnlijk geschreven aan Wimpole Street, waar ook John Lennon regelmatig te gast was. Het souterrain fungeerde als plek waar Paul, John en Peter vaak met muziek bezig waren. Terwijl we met het Fab4Cast-team afgelopen maart voor de woning stonden, zag ik het hek en de stenen trap die naar de aparte toegangsdeur van het souterrain leidde. Daar stonden zeker de voetstappen van John Lennon en George Martin op. Vermoedelijk kwam Paul via de woning het muziekatelier binnen. Hij verliet de woning nog wel eens op een creatieve manier trouwens. Via een ontsnappingsroute op één van de etages, door aan de achterzijde naar het huis van de buren te klimmen, als er weer eens journalisten of fans op de stoep stonden.

Wimpole street 57


Onverwacht weerzien
Wimpole Street was een creatieve plek voor Paul. Niet alleen droomde hij er de melodie van Yesterday, ook schreef hij aarr, met John, het nummer I Want To Hold Your Hand. Jaren later, zo lees ik in zijn The Lyrics, wandelde hij nog eens langs zijn oude adres. Op weg naar zijn dokter, verderop in die straat. "Wauw, mooie herinneringen hier," dacht hij. Toen Paul bij zijn dokter aanbelde, voelde hij dat er iemand achter hem stond. Het was Jane. "Hemel, ik moest net aan je denken. En aan het huis," vertelde hij zijn oud-geliefde. Zelf had ik er graag even binnen gekeken, op Wimpole street 57. Vooral op die zolder en in het souterrain. Maar we moesten de trein halen, terug naar Nederland.

zaterdag 24 december 2022

Waarom de nieuwe Nederlandse YouTube-serie Ranking McCartney een absolute aanrader is voor liefhebbers van Paul McCartney

Merry Christmas, Beatle People! Tijd voor een nieuwe column! Het was een druk jaar voor me, met het researchen, schrijven en opnemen van het derde seizoen van de podcastserie De Laatste Dagen Van... Jullie weten ongetwijfeld dat we daar in 2020 met het Fab4Cast-team mee startten. De afgelopen twee jaren werkten we er in verschillende teamsamenstellingen aan. Na John Lennon en Freddie Mercury was nu soulzanger Marvin Gaye aan de beurt. Opnieuw een gigantisch project, waar ik als schrijver, podcaster en muziekliefhebber veel van geleerd en enorm van genoten heb. Dit jaar met Fab4Casters Wibo en Michiel. En zeker ook met sounddesigner Alex van der Lugt en voice-overs Hans Schiffers en One'sy Muller. Het heeft m'n muzikale horizon ook weer enorm verbreed. Mocht je zin hebben om te luisteren, dan vind je De Laatste Dagen Van... Marvin Gaye op de site van NPO Radio 5, maar ook op alle grote podcastplatforms als Spotify en Apple Podcasts. En daar kom je natuurlijk ook de eerste twee seizoenen tegen, als je deze Kerst eens lekker wilt gaan zitten voor (of wandelen met) onze series over John Lennon en Freddie Mercury. Bedankt voor alle mooie berichten die ons al bereikt hebben. Fijn dat jullie meeluisteren en mee-ontdekken.

Nieuwe YouTube-serie over Paul McCartney
En voor wie het allemaal nog niet genoeg is.... Er is mooi nieuws voor Nederlandse Beatles- en Paul McCartney-fans, want een paar weken geleden is de geweldige YouTube-serie 'Ranking McCartney' van start gegaan, die met kennis, kunde, liefde en passie gemaakt wordt door McCartney-liefhebber Erik Winkelman. Ik wil het haast een 'must see' noemen voor iedereen die verknocht is aan het rijke solo-oeuvre van Paul McCartney (en Wings). In de serie spreekt Erik steeds met een nieuwe gast over één McCartney-album. Ieder maken ze daarbij een eigen 'ranking' van de nummers, die ze vervolgens vergelijken. Verder zie je tijdens het gesprek verschillende mini-documentaires over de totstandkoming van die ene McCartney- of Wings-plaat, of van hele specifieke onderwerpen die betrekking hebben op dat album. Bijvoorbeeld over Thrillington, woordloze vocalen, Rupert The Bear of de Moog. Meestal met prachtig archiefmateriaal. Regelmatig zie ik beelden die ik zelf nog niet kende. Laten we eerst even kijken hoe Erik de serie onlangs zelf aankondigde: 


Erik is goed op dreef!
Bij het schrijven van deze column staat de teller met Ranking McCartney-afleveringen inmiddels op vijf! Erik is goed op dreef. En dat vind ik bewonderenswaardig, want ik weet inmiddels hoeveel tijd en aandacht er gaat zitten in het maken van content die het lezen, luisteren of kijken waard is. Maar Erik Winkelman pakt het gedegen, creatief en doortastend aan. Zo voerde hij al geanimeerde gesprekken met Michiel Tjepkema (Fab4Cast) over London Town, met Yorick van Norden over Flaming Pie, met Stijn Fens over Tug Of War, met Bertolf over RAM en met Stephanie Struijk over Chaos and Creation In The Backyard (foto). Stuk voor stuk ontzettend leuke afleveringen, boordevol muziek, feitjes en 'persoonlijke liefde' voor het solowerk van McCartney. Ik besloot Erik eens wat meer te vragen over zijn interessante initiatief!

Erik Winkelman en Stephanie Struijk in gesprek over
het McCartney-album Chaos And Creation In The Backyard

Hoi Erik, hoe kwam je op het idee om deze creatieve interviewserie te maken? Is 'ranking' een hot item of wilde je dit al langer doen?
"Met veel plezier kijk ik naar verschillende McCartney-kanalen. Bijvoorbeeld 2Legs van Tom Hunyady en Andy Nicholes, Macca In The Attic van Sam Whiles én de kanalen van Joe Mayo en Andrew Dixon. Of 'ranking' hot is, weet ik niet. Het leek me gewoon een handige kapstok om het interview aan te hangen."


Podcasten is wel hot. Waarom kies jij juist voor video's?
"Het leek me leuk een mix te maken van de programma's die ik zelf volg. Ik wilde dat in een vorm gieten die ik zelf tof zou vinden om te bekijken: met beeld, geluid, interviews, extra informatie, zelf mini-documentaires maken en die weer toevoegen aan de interviews. Ranking McCartney is, denk ik, interessant genoeg zonder beeld, maar de toegevoegde foto's en filmbeelden maken het wel een stuk boeiender, vind ik."

Heb je al veel reactie ontvangen? Misschien wel bijzondere of opvallende?
"Sporadisch wat reacties, maar meer views dan ik verwacht had. Tot nu toe heb ik wel enorm positieve reacties gehad. Kijkers die een podcast verwachten en blij verrast zijn door het vele extra materiaal dat te zien en te horen is in de afleveringen. Ik ging er al een beetje vanuit dat ik niet veel reacties zou krijgen. Zelf reageer ik ook sporadisch op YouTube-video's die ik mooi vind."


Erik Winkelman op 30 oktober 2022 in een Ranking McCartney-sessie
met Jan Cees ter Brugge (rechts) tijdens de Beat Meet in Leiden
(fotografie: Ramón Dorenbos)

Eind oktober was je bij de BeatMeet in Leiden. Tijdens de verzamelaarsbeurs deed je ook enkele Ranking McCartney-sessies met gasten en een livepubliek. Hoe was dat?
"Tof! Grappig om te merken hoe de meningen over bepaalde nummers zo uiteen kunnen lopen. En...hoe snel je met onbekenden in een passievol gesprek over muziek kunt belanden."


Ben je zelf door de Ranking McCartney-interviews ook anders naar bepaalde albums of (niet)favoriete nummers gaan luisteren? 
"Zeker. RAM was niet één van mijn lievelingsalbums. Nu wel. Het ranken was zó moeilijk met deze plaat. Stuk voor stuk zijn het uiterst fijne nummers met een fijne sound. Chaos And Creation daarentegen.... Ik dacht altijd dat ik het een top-album vond, maar nu ik het aandachtig heb beluisterd en een ranking maakte, viel me iets op: dat ik veel nummers van deze plaat helemaal niet zo boeiend vind."



Wat is je doel? Alle McCartney-albums behandelen, of alleen een selectie?
"Ik wil graag alle McCartney-albums behandelen, met uitzondering van bepaalde live- en verzamelalbums. Dat moet ook wel lukken, denk ik. Elke plaat heeft zijn eigen charme en zijn eigen fans."


Wie staat er nog op je verlanglijstje om te interviewen voor een Ranking-aflevering?
"Ik weet dat Robert ten Brink een McCartney-fan is. Lijkt me ook een superaardige vent. Ik heb geprobeerd hem te bereiken. Nog zonder succes. Misschien moet ik maar eens doen alsof ik liefde tekort kom....wie weet reageert 'ie dan.... Andere droomgasten zijn Leo Blokhuis, Rob Stenders, Frits Spits, Simone Walraven en Hans Schiffers. De 'Paul is dood-aflevering' van de Get Back-radioserie heeft destijds grote indruk op me gemaakt. Prachtig!"

Wat maakt de video's zo leuk? Waarom moeten mensen beslist gaan kijken?
"Elke aflevering is een eerbetoon aan één album. Het is erg bijzonder om de gasten zo gepassioneerd en stralend over liedjes te horen vertellen. De liefde voor McCartney spát ervan af! Ook als je geen fan bent, is het nog steeds erg mooi om te zien."

Je vindt Ranking McCartney op YouTube, waar je je ook kunt abonneren op de serie. Bij elke nieuwe aflevering krijg je een seintje. Dat gebeurt ook als je de Ranking McCartney-pagina volgt op Facebook. Van harte aanbevolen! Zeker de kerstaflevering die op 24 december, vanaf 13.00 uur online staat.


zaterdag 10 december 2022

Hoe belandde John Lennon in The Dakota-building en hoe werd hij een onderdeel van die besloten community?

In deze decembermaand zitten we nog éven vast aan de donkere winterdagen met lange avonden. Of korte, het is maar hoe je 't ziet. En juist dat roept bij mij altijd de sfeer op van het Dakota-gebouw in New York. Misschien wel vanwege de associatie met 8 december 1980. Ik weet het niet. Daarom leek het me deze week interessant om eens iets meer te schrijven over de laatste plek waar John woonde.



Een herinnering aan Strawberry Field
Want waarom streken John en Yoko juist daar neer, nadat ze Engeland achter zich hadden gelaten en al enige tijd in New York verbleven? Behalve dat The Dakota een plek was met aanzien, prachtig gelegen aan Central Park, was er vast ook een praktische reden om er te gaan wonen. Het statige appartementencomplex was (en is) niets minder dan een fort, dat de Lennons meer privacy en een beter te beveiligen woonomgeving bood. Ook wordt vaak gefluisterd dat The Dakota John vast aan zijn jeugd in Liverpool moet hebben herinnerd. De dakpartij doet sterk denken aan die van het Strawberry Field-gebouw, gesitueerd in het parkje waar hij zo vaak speelde.

Links: The Dakota, rechts: Strawberry Field

Ongeplaveid, aan de rand van de stad
Ironisch genoeg werd The Dakota gebouwd in 1880, precies een eeuw voordat John er zijn onfortuinlijke lot tegemoet liep. Opdrachtgever voor het statige complex was Edwark Clark. Een vooraanstaand figuur uit de New Yorkse upper class die samen met Isaac Singer betrokken was bij de gelijknamige naaimachine-onderneming. Het idee was om een gebouw neer te zetten aan de rand van Central Park, met appartementen in Franse stijl, waar de rijken hun intrek konden nemen. Maar als we de klok even terugzetten, dan zag het er bijna anderhalve eeuw geleden nog wel wat anders uit in dat gedeelte van New York. Zo lag de grond die Edwark Clark kocht destijds nog aan de rand van de stad. De omgeving was niet bepaald upper class, de openbare omgeving nog ongeplaveid.


Passie voor de trek naar het westen
Clark besloot de Nederlandse architect Henry Hardenbergh in te schakelen om het gebouw voor hem te ontwerpen. Iemand met 'roots' in Overijsselse Hardenberg, zo'n 60 kilometer ten noordoosten van mijn eigen Deventer? Mijn gedachten dwalen direct af. Het is triest dat Edward Clark de oplevering van het enorme bouwproject niet mee mocht maken. Hij overleed in 1882, op zijn zeventigste, aan malaria. Het duurde nog tot 1884 voor The Dakota officieel in gebruik genomen kon worden, in die uithoek aan de Upper West Side. Je kunt het je nu niet meer voorstellen. Clark was trouwens ook verantwoordelijk voor de naam van het gebouw. 'Dakota' was geïnspireerd op zijn passie voor het oorspronkelijke Amerika en de ontginning westwaards die nog volop gaande was.

Historische foto van The Dakota aan de Upper West Side

Rosemary's Baby
Belangstelling voor The Dakota was er volop. Het complex bevatte 65 woonunits die vooraf al verhuurd waren. Kenmerkend was ook de imposante boog bij de entree. Een poort waar bezoekers of koeriers met hun paard en wagen naar binnen konden rijden, richting de zogenaamde Central Courtyard, het binnenterrein. The Dakota kreeg eind jaren zestig al de nodige bekendheid doordat Roman Polanski het gebouw als filmlocatie gebruikte voor het spookachtige Rosemary's Baby. 


The Crying Lady
Die duistere sfeer kleefde blijkbaar al aan The Dakota, want onder bewoners en personeelsleden ging al jaren het verhaal rond over The Crying Lady: de geest van Elise Vesley. Deze dame beheerde het gebouw in de jaren dertig en verloor haar zoon aan een noodlottig ongeval dat voor de deur van The Dakota plaatsvond. Ook Broadway-setdesigner Jo Mielziner stierf in een taxi, onder de grote boog van de entree. Dat gebeurde kort nadat hij de centrale liften opnieuw had gedecoreerd en kort voor zijn 75ste verjaardag. Een conciërge vertelde dat één van de mechanische liften na Mielziners dood uit zichzelf in beweging kwam.

Jo Mielziner ontwierp onder andere de set van A Streetcar
Named Desire en is in één van de shots van
Rosemary's Baby te zien, al werkend in zijn studio.

'The John Lennons'
Ook de komst van John en Yoko in The Dakota had te maken met een sterfgeval. In 1972 verloor acteur Robert Ryan zijn vrouw Jessica. Het echtpaar woonde in appartement 72. Ryan besloot te gaan verhuizen en zo kwam de flat vrij. Dat was precies in de periode waarin John en Yoko een grotere en meer afgeschermde plek zochten om zich permanent in New York te vestigen. Razendsnel huurden ze het appartement en verlieten ze hun plek aan Bank Street. Niet veel later kochten ze suite 72 in The Dakota. Niets menselijks was de medebewoners van The Dakota vreemd. Al snel verspreidde het nieuws zich als een lopend vuurtje dat 'The John Lennons' (zo werden John en Yoko genoemd) hun intrek in het complex hadden genomen. De 'gegoeden' maakten zich zorgen. Of er niet te veel overlast en sociaal onwenselijke situaties zouden ontstaan, door deze twee tegendraadse kunstenaars. Het moest natuurlijk wel een beetje classy blijven allemaal.

Tussen Roberta Flack en Lauren Bacall
Ook was er de angst dat de vermogende Lennons een groot deel van de appartementen zou opkopen. Die angst was overigens niet ongegrond. De expansiedrift van de Lennons was groot. In 1979 bezaten John en Yoko maarliefst 28 ruimtes in The Dakota, voornamelijk voor kantoor- en opslagruimte. Wellicht waren ze tegen die tijd wel wat meer ingeburgerd en geaccepteerd. In ieder geval hadden John en Yoko een goede verstandhouding met hun buurvrouw, die het altijd voor hen opnam. Haar naam? Roberta Flack. En er waren meer beroemde buurvrouwen: Lauren Bacall woonde drie verdiepingen lager.


John en Yoko in hun kantoorruimte in The Dakota


Het nieuwe geld versus het oude
The Dakota bestond uit een doolhof van gangen. Indringers die al voorbij de portier waren gekomen, raakten meestal verstrikt in de ingewikkelde routes in het gebouw. Lukte het enkele Beatlesfans om toch binnen te glippen en bij een willekeurig appartement aan te bellen, dan troffen ze consequent bewoners die hun mond hielden over de plek waar John en Yoko woonden. Dat dan weer wel. Ook al vertegenwoordigden 'The John Lennons' het nieuwe geld in de besloten woongemeenschap en haalde het 'oude geld' daar nog wel eens de neus voor op, elkaar verraden was toch nét een brug te ver. 

Sushi en boeken
Wie overigens wel oprecht blij was met John Lennon als buurman, was componist Leonard Bernstein. Sinds 1975 bewoonde hij met zijn familie een appartement in The Dakota. Hij koesterde een diepe bewondering voor The Beatles. Bernstein en Lennon liepen elkaar tegen het lijf tijdens de zogenaamde Annual Potluck op de Central Courtyard. Vergelijk het met een besloten straatfeestje waarbij elke bewoner iets lekkers meenam. The John Lennons deden daar zeker aan mee, met het uitdelen van sushi én boeken over een organische leefstijl. Tijdens één van die Annual Potlucks besloot Leonard Bernstein een kleine ode aan John te brengen. Samen met zijn familie zong hij een lied dat hij gecomponeerd had op de tekst van Lennons gedicht 'The Moldy Moldy Man'. John vond het geweldig.

John en Yoko met 'Buuf' Roberta Flack

Twee tieners en een glaasje sap
We weten dat Paul McCartney wel eens onaangekondigd voor de deur van Johns appartement stond, maar dat gold in 1979 net zo goed voor twee jonge jongens van amper tien jaar oud. Blijkbaar hadden ze alle obstakels overwonnen en de voordeur gevonden die ze zochten. Toen ze aanbelden, deed John direct open, omdat hij dacht dat Yoko (kort daarvoor vertrokken) haar sleutels vergeten was. Toen hij oog in oog stond met deze twee kinderen, die beleefd vroeg of ze even binnen mochten komen, stemde hij toe. Al snel zaten de jongens met een glaasje sap voor hun neus en mochten ze John vragen wat ze wilden. Toen de kinderen vroegen of ze volgende week terug mochten komen, begeleidde hij hen snel weer naar de voordeur. Net als Paul Goresh, de vriendelijke fan die de laatste jaren regelmatig voor The Dakota postte en af en toe een foto maakte van John, of een handtekening vroeg. De man die ook één van de laatste foto's van John maakte. Deze Paul Goresh wist eind jaren 70, vermomd als VCR-(videorecorder)reparateur in het appartement van John en Yoko binnen te dringen. Het leverde hem een vriendelijke vermaning op.


De kapper, opticiën en drogist
Het moet niet makkelijk geweest zijn om te laveren tussen 'gewoon contact' en het op afstand houden van de buitenwereld, voor een wereldster als John Lennon, realiseer ik me. Hij wilde graag onderdeel van New York zijn, maar werd natuurlijk nooit een gewone New Yorker. Toch was hij vaak te zien in de buurt van The Dakota, waar hij zijn vaste kapper, opticiën en drogist had. Op die laatstgenoemde plek stapte hij zelf binnen om luiers voor Sean te kopen. Ook was John regelmatig bij de West Side YMCA te vinden, aan 63th Street, waar hij Sean leerde zwemmen. Maar als hij een buurtbewoner op straat tegenkwam, legde hij regelmatig langzaam zijn wijsvinger op zijn lippen: "Ja ik ben het, maar dit is ons geheim. Verraad me niet."



zaterdag 19 november 2022

Voor de verzamelaar: Paul Facing 80 wordt misschien wel het kleinste boekje in je Beatlesverzameling

Verzamelaars van bijzondere Beatlesboeken opgelet! Net als de Sinterklazen en Kerstmannen die deze weken op zoek zijn naar leuke cadeautjes. Dit jaar verscheen er in Nederland een bijzonder boekje ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Paul McCartney. Het is allerminst een reguliere uitgave, want het zeer aantrekkelijk vormgegeven Paul Facing 80 heeft het formaat van een luciferdoosje. Op McCartney's tachtigste geboortedag, 18 juni 2022, presenteerde Eric Coolen bij muziekhandel Alphenaar in Haarlem het eerste exemplaar van zijn kunstwerk aan singer-songwriter en McCartney-kenner Yorick van Norden. Een feestelijk moment waarvan ik getuige mocht zijn.

Yorick van Norden en Eric Coolen


Leporelloboekjes
Eerst even op het concept van de boekjes die MatchBoox op de markt brengt. De naam zegt het al: het fonds van de in 2009 door Emmanuel van Leeuwe opgerichte Nederlandse uitgeverij bestaat uit boekjes die de omvang hebben van een luciferdoosje, een matchbox. De teksten en illustraties krijgen daarbij altijd de vorm van een leporello, een harmonicaboekje dat in meerdere slagen zigzag is gevouwen. De boekjes verschijnen in Nederland, Duitsland en Frankrijk. Sinds dit jaar werkt MatchBoox samen met een vast redactieteam onder leiding van Bob Polak en vaste vormgevers onder leiding van Huug Schipper. 


Johan Cruijff, Remco Campert, Marieke Lucas Rijneveld
Sinds 2009 verzorgde MatchBoox maarliefst 118 prachtige kleine uitgaven. Tenminste, op het moment waarop ik dit schrijf. Het fonds groeit snel. Het op 18 juni gepresenteerde Paul Facing 80 is nummer 110. Het boekje is inmiddels alweer opgevolgd door enkele nieuwe uitgaven. Ik zou zeggen: scroll eens door de lijst, waarin je namen terugvindt als Johan Cruijff, Remco Campert, Marieke Lucas Rijneveld, Marion Bloem en Henny Vrienten. Allemaal stonden ze eens (of meerdere malen) centraal in één van de leporello-boekjes van MatchBoox. Als auteur of als onderwerp van de uitgave.





Favoriete songschrijver
Met Paul Facing 80 portretteerde beeldend kunstenaar en muzikant Eric Coolen (Haarlem, 1965) één van zijn grote helden. Coolen werkte voor MatchBoox eerder samen met Boudewijn de Groot en Stef Bos. Nu richtte hij zich op McCartney, al zat een persoonlijke samenwerking er niet in. Voor de illustrator was het geweldig om aan uitgave rond zijn held te werken. In zijn korte lezing noemde hij McCartney zijn favoriete songschrijver, samen met Brian Wilson, Neil Finn, Tim Christensen en plaatselijke beroemdheid Yorick van Norden. 

De eerste druk van Paul Facing 80


Ook in Engeland en Schotland

Stadsgenoot Yorick van Norden nam dan ook het eerste exemplaar van Paul Facing 80 in ontvangst, in een speciaal voor hem vervaardigde, iets grotere versie van het boekje: even aantrekkelijk om te zien als het reguliere matchbox-formaat. Paul Facing 80 bevat portretten van een jonge Paul McCartney tot de man die we nu op zijn tachtigste kennen. Deze uitgave staat trouwens ook gepland om te verschijnen in Engeland en Schotland, vertelde Coolen. Voor de cover werd hij geïnspireerd door de hoesfoto's van zijn favoriete McCartney-album Flaming Pie. "Toen ik die afbeeldingen zag, wilde ik er direct een hele reeks van maken," aldus de illustrator. "Het idee achter de illustraties is dat Paul zichzelf ouder ziet worden: facing 80."




Beatlesbox
Het proces om de illustraties te maken nam zo'n zes maanden in beslag, vertelde Eric me. "Ik begin met potloodschetsen. Die zet ik om in lijntekeningen. Daarna voeg ik kleur toe." Al eerder maakte hij illustraties van John Lennon en van het Beatlesmonument in Hillegom voor het Haarlems Dagblad. Coolen verzorgt een wekelijkse serie voor de krant. Zijn werk is te vinden in z'n webwinkel. "Het plan is nu om een serie van vier MatchBoox te maken. Van alle Beatles, die samen een geheel vormen." Mening verzamelaar of cadeautjesjager voor de feestdagen zal daar naar uitkijken. Het laatste nieuws is dat die serie ("Facing The Fab 4") er daadwerkelijk aan komt! Houd Eric Instagram of Facebook in de gaten voor deze sympathieke uitgaven.





Paul Facing 80 / Facing Paul kost € 7,00. De eerste druk is inmiddels uitverkocht, maar de vervolgdruk, getiteld Facing Paul, is nog steeds verkrijgbaar. Meer informatie via MatchBoox en www.ericcoolen.nl





zaterdag 5 november 2022

I Want To Tell You: het George Harrison-nummer dat bijna ondersneeuwde op het Revolver-album

Van de drie George Harrison-composities op het Beatlesalbum Revolver is I Want To Tell You misschien wel het nummer dat het meest over het hoofd is gezien. De opener Taxman en het exotische Love You To worden vaker genoemd als voorbeeld van de enorme progressie die Harrison halverwege het bestaan van The Beatles als band doormaakte. Maar ik weet zeker dat I Want To Tell You veel luisteraars van Revolver kan bekoren. Vast ook liefhebbers van de nieuwe box! Daarom leek het me leuk deze week eens wat meer over het nummer op een rij te zetten.

Concert For George
Zelf werd ik me er tijdens het kijken van The Concert For George weer eens van bewust hoe fijn deze Harrison-compositie eigenlijk is. Tijdens het herdenkingsconcert in de Royal Albert Hall, een jaar na het overlijden van George, was het nummer de opening van het zogenaamde 'Westerse' gedeelte van die avond. Na enkele bijdragen van Ravi en Anushka Shankar en een intermezzo van Monthy Python, klonk het bijzondere gitaarintro van I Want To Tell You door de hal. Jeff Lynne verzorgde daarbij de vocalen.

De Revolver-sessies in het voorjaar van 1966


Een sfeer van frustratie
Dat intro, dat bestaand uit enkele triolen, wordt door auteur Simon Leng (While My Guitar Gently Weeps: the music of George Harrison, 2006) vergeleken met een stotterende manier van praten. (The Monkees wisten trouwens een jaar later ook wel raad met die riff, in Pleasant Valley Sunday. Luister maar eens.) Maar volgens Leng ondersteunt dat het thema van het nummer, waarin Harrison het had over de barrières die op kunnen treden bij het betekenisvol willen communiceren. Tenminste, zo schreef George daar zelf over in zijn autobiografie I Me Mine: "The avalanche of thoughts that are so hard to write down or say or transmit." Ook met de dissonantie in de melodie en de eigenzinnige plaatsing van het E7♭9-akkoord (na de zin: "My head is filled with things to say") zocht George naar een manier om zijn frustraties muzikaal te uiten. Lennon zou het akkoord "lenen" voor onder zijn passage "It's driving me mad" in I Want You/She's So Heavy (tot frustratie van George) en zelf zou Harrison in "When We Was Fab" het akkoord ook nog eens uit de kast trekken.

 

Het intro van I Want To Tell You, 
waarin verschillende triolen elkaar opvolgen:
drie noten die gezamenlijk op één tel gespeeld worden.


Oosterse filosofie

Uit het nummer blijkt ook hoe intensief George medio 1966 inmiddels bezig was zijn weg in de Oosterse filosofie te zoeken. Zo zingt hij de passage: "But if I seem to act unkind / It's only me, it's not my mind / That is confusing things" waarin hij het onderscheid maakt tussen zijn gedachten (het ego) en zichzelf. In zijn autobiografie schreef George daar later over, dat hij beide begrippen liever om had gedraaid: "The mind is the thing that hops about telling us to do this and do that – when what we need is to lose (forget) the mind." George speelde het nummer jaren later live, tijdens zijn Japanse tournee in 1991. Daarbij veranderde hij de tekst door "It's not me, it's just my mind" te zingen.

Granny Smith Part Friggin' Two
Nuchterder was de benadering van John Lennon. Die merkte op 2 juni 1966 tijdens de opnamesessies op dat George zijn nummers bijna nooit direct een titel gaf. Dus verzon hij er zelf wel eentje. Hij doopte het nummer Granny Smith Part Friggin’ Two’. Een appel dus. Met die grap refereerde Lennon aan de werktitel van een ander nummer van George: Granny Smith (voor Love You To). Technicus Geoff Emerick deed er nog een schepje bovenop en doopte het liedje tot Laxton Superb, een ander appel-ras. Nog voordat de eerste take was opgenomen, rolden de grappen al door de studio. Achteraf begrijp je misschien wel beter waarom George de kloof voelde ontstaan, tussen zijn eigen beleefwereld en die van de mensen om hem heen.




Mersey Muezzins
Beslist het vermelden waard zijn de (geïmproviseerde?) Oosterse vocalen in het outro van het nummer ("I've got time"), die doen denken aan een hindoestaans gezang, maar ook aan een oproep tot gebed. In zijn uitstekende boek "Can't Buy Me Love: The Beatles, Britain and America" (2007) noemt schrijver en musicus Jonathan Gould de vocalen van Harrison, Lennon en McCartney "a trio of Mersey muezzins". En inderdaad, een muezzin is degene binnen de Islam in de moskee de oproep tot gebed verzorgt. Het laat zien dat The Beatles midden jaren 60 in de voorhoede zaten bij het combineren van oosterse en westerse invloeden in de popmuziek. De individuele bijdrage van George Harrison mag daarin nooit onderschat worden. 


Verder luisteren
Wil je als een fly-on-the wall aanwezig zijn bij de opnames van het Revolver-album? Fab4Cast maakte drie afleveringen over de totstandkoming van de plaat. Beluister deel 1, deel 2 en deel 3 van de Revolver-sessies. Luister je liever via Soundcloud? Dan vind je hier deel 1, deel 2 en deel 3.

zaterdag 22 oktober 2022

Audio archeologisch afpellen en weer in elkaar zetten: de baanbrekende nieuwe Revolver-box van The Beatles

Vanaf 28 oktober zijn ze verkrijgbaar: de nieuwe Revolver-box van The Beatles én een aantal aanverwante losse uitgaven op vinyl en cd. Net als bij de voorgaande releases is dat groot nieuws. Niet alleen voor verzamelaars, maar eigenlijk voor iedereen die nieuwsgierig is naar verloren gewaande of zelfs onbekende schatten uit de kluizen van het Apple-imperium. Los van die ontdekkingen, is het interessant om te kijken naar wat de nieuwe mix van het reguliere album brengt. Smaken mogen verschillen, maar bij deze Revolver-remix hebben we in technisch opzicht te maken met een enorme sprong voorwaarts, die het bij toekomstige remixen mogelijk gaat maken juist een enorme sprong terug in de tijd te maken. Intrigerend!




Audiosporen uit elkaar trekken
Wat is namelijk het geval? Dit is de eerste remix van een Beatlesalbum waarbij de revolutionaire software van regisseur Peter Jackson gebruikt kon worden. En dat maakte voor Giles Martin, in het voetspoor van zijn vader, een baanbrekende aanpak mogelijk. Voor het eerst was Giles in staat om de gecombineerde instrumenten (drums, bas, gitaren en eventuele andere instrumenten) van de backingtrack, destijds verzameld op één vaststaand spoor, qua audio uit elkaar te trekken. Natuurlijk waren er de afgelopen jaren methoden om instrumenten te isoleren, maar met de software van Peter Jackson kan dat nu zonder kwaliteitverlies en tot op de spreekwoordelijke draad van de deken. Zoals kunsthistorici een oude Rembrandt optisch laag voor laag kunnen afpellen, om de afzonderlijke schetsen van het schilderij te bekijken.

Giles Martin kan nu, net als zijn vader destijds,
opnieuw grenzen verleggen.


Archeologisch afpellen
Peter Jackson, die wel wat Nieuw-Zeelandse dollars te spenderen had tijdens zijn Get Back-project, liet de audio-software ontwikkelen door 's werelds knapste koppen. Voor de Get Back-documentaire wilde hij namelijk de audio van de filmtapes uit de Twickenham- en Apple Studio's archeologisch af kunnen pellen. Met slimme software, die enorme rekencapaciteit moet vragen, werd het mogelijk om bijvoorbeeld een gesprek tussen Paul McCartney en George Harrison te verstaanbaar te krijgen, dat op de oorspronkelijke opname overstemd werd door het gitaarspel van John Lennon, met z'n versterker op tien. Het zorgde ervoor dat Get Back ons niet alleen dingen liet zien, maar ook horen, die we nooit voor mogelijk hadden gehouden.




Demixen tot op het bass-pedaal
Nu het Revolver-album aan een remix en box-set toe was, besloot Jackson om zijn unieke software beschikbaar te stellen om de tot nu toe onscheidbare audio op de basistracks ook uit elkaar te laten halen. Tijdens de luistersessie, die ik vorige week onder andere met de heren van Fab4Cast in de Wisseloord Studio's mocht bijwonen, lichtte Apple/Universal-man Guy Hayden dat toe met enkele mooie voorbeelden. Zo hoorden we hoe Giles Martin een demix (wat een mooi woord) maakte van Taxman. Daarbij kleedde hij zelfs Ringo's drumpartij compleet uit. We hoorden de geïsoleerde hi hat, snare en bass-drum. En, in het laatste geval, zelfs zijn pedaal licht kraken. Ook hoorden we John, Paul en George steeds met hun vingers de maat knippen tijdens het inzingen van de wonderschone achtergrondzang van Here, There and Everywhere. Dichter bij de oorspronkelijke opname kom je niet. Het is op z'n zachtst gezegd spectaculair te noemen.



Meer klankkleur en dynamiek
Met al die nieuwe, losse elementen bouwde Giles Martin het album Revolver opnieuw op. Wel met het vertrouwde geluidsbeeld. Het was immers niet de bedoeling om de geschiedenis te herschrijven, maar vooral om hem te laten klinken zoals The Beatles daadwerkelijk klonken tijdens de opnames. "Voor The Beatles was het enorm belangrijk hoe hun muziek uiteindelijk op de plaat klonk",  hoorden we Giles in een video toelichten. "Met deze nieuwe techniek kunnen we dichterbij die realiteit komen." En dus horen we de blazers in Got To To Get You Into My Life in het midden. Niet als een "brij van koper", maar met meer nuances in de klankkleur en dynamiek (hard/zacht) van de afzonderlijke instrumenten. Op een manier zoals het nummer op het album had kunnen klinken, als er in 1966 meer beschikbaar was geweest dan die vier sporen waarmee The Beatles het moesten doen.


Yellow Submarine als Ierse folkballad
Kijkend naar de extra's die de nieuwe box gaat bieden, wil ik er twee uitlichten. We horen straks Eleanor Rigby, waarbij Paul McCartney (zittend in de control room van Studio Two) communiceert met George Martin die op de studiovloer bij het strijk-octet staat, vlak voor de musici hun partij inzetten. Die onbekende geluidssnipper mochten we vorige week helaas nog niet horen, maar hij staat straks wel op de box. Een ander onbekende schat klonk wél door de ruimte. We moesten onze smartphones uitschakelen, omdat het absoluut verboden was alvast opnames te maken. Fascinerend was het om John Lennons demo van Yellow Submarine te horen. Een opname die door Yoko en Sean uit hun privé-archief werd aangeleverd. Geen kinderliedje, maar een Ierse folkballad, met de existentiële bespiegeling "In the place where I was born, no one cared, no one cared". Lennon in 1966, vermoedelijk in z'n huis in Weybridge, nadenkend over z'n bestaan. Dit is één van de grootste openbaringen van de nieuwe box. Net als de prachtige kale, puntige versie van Got To Get You Into My Life. Zonder strijkers, maar met extra koortjes én de gitaarriff die z'n plek kreeg in Paperback Writer. Smullen is het. En het blijft een spannende gedachte wat er nog meer in de archieven ligt.




Voorhoede
De Revolver-box zal voor een deel ook materiaal bevatten dat eerder verscheen, zoals op Beatles Anthology. In dit project is een keuze gemaakt voor tracks (demo's, outtakes en eindversies) die gezamenlijk inzicht geven in het totstandkomingsproces van het destijds als baanbrekende album. Enkele herhalingen mogen dan, in deze nieuwe archive release, niet ontbreken, for the sake of history. De box dient dan ook een ander doel dan de soundtrack-albums van de gevierde Anthology-documentaire uit de jaren '90. Ik denk dat we met die blik naar deze nieuwe release moeten kijken. Ook mogen we hoopvol onze blik op de toekomst richten, als de back catalog van The Beatles met deze nieuwe software-techniek van Peter Jackson verder ontleed kan worden. Wat te denken van het ontleden en remixen van de Starclub Tapes van The Beatles? Kunnen we dan eindelijk horen hoe ze écht geklonken hebben in Hamburg? Om maar te zwijgen van wat er straks met andere heruitgaven uit de muziekgeschiedenis mogelijk is. Dat is de sprong naar het verleden die we met deze baanbrekende software kunnen maken. Dient zich tenslotte nog één vraag aan: hoe lang zal deze techniek exclusief beschikbaar blijven voor de Beatles-catalogus? Hoe dan ook, opnieuw zitten The Beatles -56 jaar na dato- met Revolver in de voorhoede van wat technisch mogelijk is met muziek. Ongelofelijk eigenlijk.


Verder luisteren

> Op zaterdag 22 oktober schuif ik rond 10.40 uur aan bij het NPO Radio 1-programma Nieuwsweekend om over deze heruitgave te praten. Wanneer de link achteraf beschikbaar is, zal ik 'm hier delen. 

> Beluister ook de speciale Fab4Cast-aflevering over de luistersessie die we opnamen in de Wisseloord Studio, samen met Ron Bulters van Beatlesfanclub.nl