Posts tonen met het label Ye Cracke. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ye Cracke. Alle posts tonen

zaterdag 26 oktober 2019

"Als George Harrison me aankeek, vergat ik alles om me heen" - in gesprek met Margaret Price

We zitten nog steeds in Ye Cracke, de Liverpoolse pub waar John Lennon en Stuart Sutcliffe in hun studententijd menig biertje kwamen drinken. Er zijn oude verhalen van wilde taferelen. Van een dronken John Lennon die er, zwembewegingen makend, op zijn buik in een plas bier lag te spartelen. Ongetwijfeld zal hij daarbij de lachers op zijn hand hebben gehad: jong, uitdagend, vol bravoure, een leven vóór zich. Waar zou Lennon gelegen hebben, denk ik. Op de vloer of misschien wel op de kleine bar die zich links naast de ingang bevindt? Veel meer mogelijkheden zijn er niet. Al snel is mijn aandacht terug bij de dame die zich zojuist bij ons gezelschap gevoegd heeft en Mark Lewisohn een potloodtekening toeschuift.


Puzzelstukjes
Ze blijkt Margaret Price te heten en aan haar conversatie met Mark merk ik dat ze elkaar al wat langer kennen. 'Jullie moeten straks beslist even met Margaret praten,' zegt Mark tegen me. 'Margaret is één van de meisjes die The Beatles destijds als eersten in The Cavern volgden.' Dat klinkt interessant. Blijkbaar helpt Margaret Mark om nog een aantal puzzelstukjes in dat grote Beatlesverhaal op hun plek te leggen. Het gesprek gaat over Polythene Pam, die door John Lennon met een kort liedje in de grote Abbey Road-medley vereeuwigd werd.


Met Margaret Price in het Epstein Theatre, Liverpool


'Nee Mark, dat is Polythene Pam ook niet'
Voor zover we weten, baseerde Lennon zijn Polythene Pam op twee vrouwen die hij in zijn jonge jaren ontmoette. Eén van hen was vermoedelijk Pat Dawson (Hodgett), die tot de groep met vroegste Beatlesfans hoorde. Net als Margaret was ze één van deze Cavernites. Mark is nog steeds op zoek naar een foto van Pat. Haar gelaatstrekken staan in Margarets geheugen gegrift, dus deed ze voor Mark een poging om Pat in een potloodtekening te vatten. Het blijkt dat Mark Margaret regelmatig mailt met een foto. Steeds met de vraag: 'Is dít dan Polythene Pat?' E-mail na e-mail, foto na foto. Steeds is Margarets antwoord: 'Nee Mark, dat is Pat ook niet.' De tekening moet er voor zorgen dat de stroom e-mails ophoudt. Tenzij Mark natuurlijk écht denkt dat hij Pat gevonden heeft. 'Ik had ooit het telefoonnummer van haar dochter,' betrekt Margaret me in het gesprek. 'Maar ik heb nooit meer gebeld.' Zo kan een spoor dood lopen. Jaren verstrijken en mensen verdwijnen in het verleden.


284 stappen in 4 minuten
Wanneer Mark en Margaret zijn uitgepraat, krijgen we zelf de kans om wat uitgebreider met haar kennis te maken. Een jaar of 15 was ze destijds en iedereen noemde haar nog Maggie. Klein van stuk, schuchter en... tot over haar oren verliefd op George Harrison, die nét een paar jaar ouder was. Maggie was na haar middelbare school direct gaan werken, op het regiokantoor van warenhuisketen F.W. Woolworth. Haar lunchpauze begon om 12.00 uur en samen met haar vriendinnen was ze, exact 284 stappen en 4 minuten later bij The Cavern in Mathew Street. Ze lieten hun membership card zien, gooiden het benodigde entreegeld op de balie en snelden de trappen af. Er was geen tijd te verliezen: jassen en tassen op de voorste stoelen en snel naar de bar voor een kop thee en een broodje. Om 12.15 uur zouden The Beatles (nog met Pete Best in de gelederen) starten met spelen. Tot 13.15 uur. Daarna moesten Maggie en haar mede-Cavernites snel terug naar kantoor. Ongetwijfeld vol adrenaline, na het zien van hun favoriete band.



'Zonder The Beatles was er in Liverpool geen klap meer aan'
'We vonden alle Beatles knap, maar ik had iets speciaals met George,' vertelt Margaret. Zijn blik was zo bijzonder. Als hij me aankeek, vergat ik alles om me heen: 'He was very warm, he drew you in.' Of George wist dat ze gek op hem was... 'Ja, dat wist hij wel, hij kende me ook bij naam. Van de anderen wist ik dat niet zeker.' Margaret begon met George te corresponderen en ontving steeds trouw een reactie op haar brieven. 'Het was ontzettend saai toen The Beatles voor langere perioden naar Hamburg vertrokken,' vertelt ze. We hadden geen zin om naar andere bandjes te gaan kijken, we verveelden ons dood.' Dat liet Maggie George ook weten in haar brieven, die verder ook over het leven van alledag handelden: 'We schreven bijvoorbeeld wat er op televisie te zien was en dat er zonder hen in Liverpool gewoon geen klap aan was.'




George deelt het nieuws over het EMI-contract met Maggie
Uit de brief die George Maggie vanuit The Star Club in Hamburg stuurde, citeerde Mark Lewisohn een belangrijke passage die relevant was voor zijn geschiedschrijving over The Beatles. Terwijl ik dit verhaal schrijf, pak ik de Extended Edition van Tune In erbij, sla ik deel twee open en laat ik mijn vinger langs de letter P in de index glijden: Price, Margaret. Daar staat ze! Met verwijzingen naar pagina's 1192, 1452 en 1515. Vermoedelijk in mei 1962 schrijft George aan Maggie vanuit Hamburg: 'We are all very happy about Parlophone, as it is a big break for us. We will just have to work hard & proper for a hit with whatever we record. We don't yet know what the producer will want.' De passage slaat op het goede nieuws dat The Beatles in Hamburg van Brian Epstein ontvingen: hij had eindelijk een opnamecontract voor hen weten te regelen: op 6 juni 1962 in Londen. Uit de andere brieven uit Hamburg, laat George Maggie regelmatig weten dat het leven daar zat is en naar huis verlangt. 'Ben je morgenavond ook in het theater bij de lezing van Mark?' vraagt Margaret me. 'Dan zal ik de brieven meenemen.' Een veelbelovend aanbod.


In een plastic tas
Wanneer we de volgende avond de trappen van het Epstein Theatre beklommen hebben, zie ik Margaret boven al op de uitkijk staan. 'Ik heb de brieven bij me,' zegt ze, terwijl ze haar hand beschermend op haar schoudertas legt. 'Misschien kunnen we straks rustig verder praten.' Na de show nemen we gezamenlijk een taxi naar Hope Street, voor een nazit in de lobby van het hotel waar Mark Lewisohn verblijft. Wibo, Michiel en Jan Cees praten na met Mark, ik zit prima: op de bank naast Margaret.



De brieven komen op tafel
Haar tas gaat open en ze legt een aantal kopieën en een dik manuscript op tafel. 'De originele brieven moest ik verkopen toen ik in 1995 ging scheiden en het geld hard nodig had. Bovendien wilde ik dat ze beter geconserveerd zouden worden. Ze zaten al jaren in een plastic tas en ik zag ze langzaam maar zeker vergaan. Aan de hand van de kopieën en Margarets persoonlijke herinneringen schreef een bevriend auteur het manuscript van wat haar boek zou kunnen worden: 'Hij vulde mijn herinneringen aan met een goed verhaal over de context, zoals Mark dat ook zou doen.' Ik blader door de A4tjes en zie een heel goed geschreven verhaal.




Waardigheid en trots
Margaret vertelt hoe het was om The Beatles aan Londen en aan de wereld te moeten verliezen: 'Alles veranderde. In The Cavern werd het steeds drukker, wij verloren als vrienden van de band onze plekken aan de echte fans, en schoven zodoende steeds een stukje verder naar achter. Toen The Beatles naar Londen gingen, waren we boos op het stadsbestuur. Waarom had Liverpool geen goede opnamestudio's, waarom konden we The Beatles niet behouden? Waarom hadden wij als vrienden van de band zo enthousiast die eerste single Love Me Do aangeschaft? Hadden we The Beatles daar zelf te groot mee gemaakt?' Margaret ging verder met haar leven, net als de overige Cavernites: 'Die wereldberoemde Beatles waren voor ons niet meer de jongens naar wie we hier in een plaatselijke koffietent verlegen op een afstandje zaten te lachen en zwaaien. Het waren voor ons eens jongens die na hun avondoptredens, die ik ook bezocht, tegen me zeiden: "Zullen we je even thuisbrengen? Stap maar in." Zó was ons contact met hen. Wij waren geen fans, we waren destijds hun vrienden en we wilden niet achter ze aan rennen. Toen ze echt beroemd werden, heb ik ze niet meer gevolgd. Het was niet meer hetzelfde.' Ik luister vol aandacht en ben getuige van een prachtig stukje Liverpoolse waardigheid en trots.






Met een verjaardagstaart naar George
Eén van Margarets dierbaarste herinneringen aan George is zijn zachtheid: 'De moeder van Pat Hodgett had een Bed & Breakfast op Mount Pleasant, kon goed koken en bakken en was bereid een verjaardagstaart voor George te maken. Pat en ik namen op Georges verjaardag bus 74 naar zijn ouderlijk huis op Macketts Lane om hem die taart aan te bieden. Hoewel George zelf niet thuis was, lieten zijn ouders ons binnen. Ze verontschuldigden zich voor de nog kale wanden van de sociale nieuwbouwwoning waar ze nog maar kortgeleden ingetrokken waren. Het pleisterwerk moest nog drogen, er mocht nog niet behangen worden. Ons maakte dat niets uit. We mochten in Georges platenverzameling neuzen, waarin veel muziek van Carl Perkins zat. Toen ik de volgende dag in mijn middagpauze de trap van The Cavern afrende, stond George onderaan op me te wachten. Hij pakte mijn armen vast en bedankte me voor de taart. George was een aardige jongen. Ooit maakte hij wat aangeschoten een grapje tegen me, terwijl ik achter een groepje aanbidsters stond. Een paar dagen later had ik een brief van hem, waarin hij zich verontschuldigde: Je weet het Mag, ik had een drankje teveel op.'



Delen met de wereld
Aan het eind van de avond vraag ik Margaret of ze het manuscript met de brieven en haar herinneringen gaat uitgeven. 'Ik heb het destijds vooral opgeschreven voor mijn kinderen en kleinkinderen. Zou er verder iemand op mijn verhaal zitten te wachten?' antwoordt ze. 'Ik denk dat er zeker liefhebbers zijn om jouw boek te lezen. Misschien wel meer dan je denkt,' zeg ik haar. 'Bovendien heb je een prachtig manuscript klaarliggen.' 'Misschien moet ik er dan eens achteraan of ik nog wel de rechten heb, of moet verwerven, om uit die brieven te citeren,' aarzelt ze. 'Daar heb ik nooit echt werk van gemaakt.' We nemen afscheid en wisselen e-mailadressen uit. Ik neem me voor om Margaret af en toe te mailen om haar te blijven aansporen haar verhalen met de wereld te gaan delen.



zaterdag 19 oktober 2019

Bijzonder bezoek in Ye Cracke in Liverpool: de pub van John Lennon en Stuart Sutcliffe

Terwijl de regen met bakken uit de donkere hemel valt, zien we links van ons de grote Anglicaanse kathedraal opdoemen: prachtig verlicht, als een baken in één van de oudste buurten van Liverpool. Het is maandagavond 30 september en ik ben een amper een etmaal in de stad die de bakermat van The Beatles werd. Met de heren van Fab4Cast doorkruis ik in een paar dagen de buurten, straten en buitenwijken. We komen zelfs nog 40 kilometer ten noorden van Liverpool uit, voor een bijzonder bezoek.


John, Cyn en Stu
Dat bezoek, waarover jullie binnenkort meer kunnen horen in de podcast, hadden we er die donkere, regenachtige maandagavond net opzitten, toen we onze huurauto inleverden, snel wat aten en lopend koers zetten naar het Knowledge Quarter. Het is de wijk met het Liverpool Institute (nu omgedoopt tot LIPA), waar Paul McCartney en George Harrison destijds naar school gingen, de wijk met het Liverpool College of Art, waar John Lennon, zijn latere vrouw Cynthia Powell en Stuart Sutcliffe elkaar leerden kennen. Diverse studentenhuizen en pubs, die zich allemaal om ons heen bevinden, markeren de plekken waar deze tieners, je kon ze nog nauwelijks volwassenen noemen, hun weg zochten, maar ook zichzelf en elkaar zochten. Net onder de vleugels van het ouderlijk gezag vandaan, of af en toe...voor een paar uurtjes.

Een vroege foto van Cynthia en John
op het stoepje bij Ye Cracke (1958)


Mark Lewisohn is in town
Dan staan we voor de deur van Ye Cracke (spreek uit: The Crack), één van de oude kroegen in de buurt. Binnen brandt licht, we duwen de deur open, we worden verwacht. Onze druipende paraplu's en jassen vinden een plek op wat stoelen bij een radiator. De kroeg is leeg, met uitzondering van een kleine halfopen binnenruimte (The War Room), waar vrolijk geconverseerd wordt. Wanneer we om de hoek kijken, worden we hartelijk begroet door Mark Lewisohn. De aimabele Beatlesbibiograaf is twee dagen 'in town' en houdt audiëntie. Althans, zo ervaren wij dat toch een beetje. De bescheiden Lewisohn zal de laatste zijn die daar zo tegenaan kijkt. Wetend dat wij in Liverpool zouden zijn, mede om zijn lezing Hornsey Road te bezoeken, nodigde hij ons uit om naar Ye Cracke te komen. Samen met een aantal van zijn 'favourite Liverpool People'. Wij sloegen die uitnodiging niet af.

Mark Lewisohn was in Liverpool met zijn
theatercollege Hornsey Road over...Abbey Road

'This is Liverpool, Anne'
Tijdens zijn jarenlange onderzoek voor het eerste deel van de trilogie All These Years, sloot Mark zijn werkdagen in Liverpool meestal af in deze pub. Daar overkwam hem wat menig bezoeker aan de stad gebeurt: je hoeft maar vriendelijk naar een Liverpudlian te knikken en je krijgt een grap om je oren, een vraag wie je bent en waar je vandaan komt of zomaar een biertje aangeboden. 'Ik heb heel wat vaste bezoekers van Ye Cracke leren kennen, in al die weken dat ik hier zat,' vertelt Mark me, wanneer we ons met z'n allen verplaatsen naar een iets ruimere hoek waar we comfortabeler kunnen zitten. Ons gesprek wordt onderbroken doordat één van zijn vrienden het uitbrult van het lachen, om een grap die zojuist gemaakt is. Ik kijk Mark glimlachend aan. 'This is Liverpool, Anne' zegt hij trots. Het is ook een beetje zijn stad geworden.

Toen en nu:
fotomontage van John (rechts) en een vriend
voor Ye Cracke (1958)


The Dissenters: John, Stu, Bill en Rod
Aan de muur achter ons hangt een spiegel, waarin de namen van John Lennon, Stuart Sutcliffe, Bill Harry en Rod Murray staan gegraveerd. De plek waar we elkaar vanavond treffen, staat bol van de Beatleshistorie. Deze spiegel verwijst naar de vele momenten waarop vier jonge, artistieke jongens Ye Cracke betraden, op de vlucht voor de winterkou in hun studentenflats, op zoek naar wat gezelligheid en natuurlijk naar drank. The Dissenters noemden ze zich, wat zoveel betekent als 'de andersdenkenden' of de 'non-conformisten'. Samen spraken ze af dat ze Liverpool beroemd zouden maken. John als muzikant, Stuart en Rod als kunstenaars en Bill als schrijver. Hun jeugdige bravoure bevatte profetische elementen. Wij zitten hier vanavond niet voor niets. Mijn blik glijdt over hun namen. Stu overleed op 21-jarige leeftijd in Hamburg aan een hersenbloeding, John werd als amper 40-jarige muzikant in New York vermoord. Bill Harry, de oprichter van muziektijdschrift Mersey Beat, werd een gerennommeerd journalist en mediaman. Hij leeft nog en is de 80 inmiddels gepasseerd. Net als Rod Murray, die kunstenaar en docent werd. 

De herdenkingsspiegel in Ye Cracke
met Bill, John, Stu en Rod


De Lennon-acteur uit Backbeat en Quirinus uit Harry Potter
Ik realiseer me dat de spoeling dun aan het worden is. Met het verstrijken van de tijd neemt het aantal ooggetuigen van die bijzondere pre-Beatlesjaren in Liverpool af. Niet voor niets was het interviewen van veel sleutelfiguren en passanten voor Mark Lewisohn een race tegen de klok, de afgelopen jaren. En nog steeds. Vanavond is er even tijd voor ontspanning. 'Is dat niet die acteur uit Backbeat?' hoor ik Wibo tegen Michiel zeggen, wanneer een slanke vijftiger zich bij ons gezelschap aansluit. Op zijn vraag wordt bevestigend geantwoord. Ook Ian Hart, die destijds de rol van John Lennon in de rolprent over de beginperiode vertolkte, komt Mark vanavond even begroeten. Ik weet weinig van films, dus leer bij: Hart speelde ook de rol van Quirinus Quirrell (Krinkel) in de beroemde Harry Potter-reeks. Vanavond is hij gewoon een local. Doe maar normaal, daar houden we van in Liverpool.

Ian Hart in Backbeat....

....en in Harry Potter

Op zoek naar Polythene Pam
Opnieuw gaat de deur van de pub open en betreedt een wat ouder echtpaar de vloer. Verregend, bepakt en bezakt gooien ze hun reis van zich af en begroeten ze Mark hartelijk. 'We zijn net terug uit Cardiff, een korte vlucht hoor, maar ik ben wel moe,' zegt de vrouw tegen me. Ik schat haar begin zeventig en biedt haar mijn plek aan om bij Mark te zitten. Dat is niet nodig, 'I'm fine love,' vertrouwt ze me toe. Uit haar tas komt een opgevouwen A4tje, dat ze openmaakt en over tafel naar Mark schuift. We zien een eenvoudige potloodtekening van een meisjesgezicht. Sproeten, lang haar. De schets doet me een beetje aan Jane Asher denken. 'Mark, zó ziet Polythene Pam er ongeveer uit,' start de vrouw haar gesprek. 'Het is écht niet het meisje op de foto die jij me mailde,' vervolgt ze. 'Interesting,' zegt Mark en hij bestudeert de tekening beleefd. Hier ontrolt zich een nieuw verhaal. Ik besluit om mijn oren te spitsen.