Posts tonen met het label Linda McCartney. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Linda McCartney. Alle posts tonen

zaterdag 20 september 2025

Welke vrouwen zongen mee op nummers van The Beatles?

Het zal voor niemand een een verrassing zijn dat vrouwen een grote rol speelden in het repertoire van The Beatles. Regelmatig bezongen The Fab Four hun geliefden, hun moeders of...brachten ze een ode aan de vrouw in het algemeen. Maar ondanks al die liefde en adoratie voor het vrouwelijk geslacht kozen The Beatles niet vaak voor vrouwelijke vocalisten, ter ondersteuning van hun eigen zangpartijen. Dat hoefde natuurlijk ook niet, want als je de stembanden van Paul McCartney tot je beschikking hebt, kun je al een eind de hoogte in. Toch kan het timbre van een zangeres natuurlijk wel voor extra verrijking in een nummer zorgen. 


4 januari 1970: Linda McCartney zingt haar vocalen voor 
Let It Be in.

The White Album als 'winnaar'
Op welke Beatlesnummers horen we nu vrouwelijke vocalen en is daar een lijn in te ontdekken? Wat opvalt is dat de vrouwen pas vanaf 1967 hun intrede doen en dat we hen het vaakst horen op The White Album. Nou, laten we eens kijken. Is dit het complete overzicht, of zie ik nog nummers over het hoofd? Leuk als jullie me aan kunnen vullen.

Yellow Submarine
De sessies voor het nummer Yellow Submarine vonden plaats op 26 mei en1 juni 1966 en laatstgenoemde datum werd gereserveerd voor de nodige overdubs, in de vorm van sound-effecten en aanvullend gejoel en gezang, om een zogenaamde feestsfeer te creëren, deels geïnspireerd op de platen van de door de Beatles zo geadoreerde Goons. Pattie Harrison en Marianne Faithfull waren present om mee te joelen en te zingen.

Pattie Harrison was af en toe 
in de buurt om te helpen zingen.

All You Need Is Love
We vinden Pattie Boyd en Marianne Fathfull opnieuw terug op de opname van All You Need Is Love. Samen met Paul McCartneys verloofde Jane Asher. Ze maakten onderdeel uit van het koor aan zangers dat present was bij de beroemde Our World-uitzending die wereldwijd te zien was. De backing track van het nummer was overigens al eerder opgenomen. En later werd John Lennons zang opnieuw opgenomen, net als de roffel die Ringo Starr aan het begin speelde.

I Am The Walrus
Gedurende de maand september 1967, vlak na het overlijden van manager Brian Epstein, werkten The Beatles -af en aan- aan I Am The Walrus. Het nummer werd verrijkt met geluidseffecten en zang-overdubs van The Mike Sammes Singers: een professioneel 16-koppig koor waarvoor de studio geen onbekend terrein was. Het gezelschap was al sinds de jaren 50 actief, om achtergrondvocalen, musical soundtracks, radiojingles en tv-tunes in te zingen. De basisbezetting van de groep bestond uit (leider) 
Mike Sammes, John O'Neill, Irene King, Enid Hurd, Mike Redway, Ross Gilmour, Valerie Bain, Marion Gay en and Mel Todd. Hoewel de zangers niet persoonlijk genoemd worden, is het aannemelijk dat Irene, Enid, Valerie, Marion op I Am The Walrus te horen zijn. 

Across The Universe
Voor Across The Universe zochten The Beatles een achtergrondkoortje met vrouwenstemmen om het gedeelte 'Nothing's gonna change my world' te zingen. Roadie en manusje-van-alles Mal Evans (die overigens in goed contact stond met de nodige vrouwelijke Beatlesfans) sprak superfans Lizzie Bravo en Gayleen Pease bij de voordeur van de studio aan en loodste hen naar binnen. Kort daarvoor waren de vrouwen, die liefkozend Apple Scruffs genoemd werden, door Paul McCartney op straat al gepeild of ze in staat waren een hoge noot vast te houden. Het antwoord laat zich raden.

Gayleen Pease en Lizzie Bravo poseren in 2010 
opnieuw bij de Abbey Road Studios

Hey Jude
Een beetje flauw misschien, maar toch mag Hey Jude niet ontbreken in dit lijstje. In het minutenlange coda horen we een koor van mensen het legendarische na-na-na-na zingen. En ja, daar zijn ook dames bij. Die sessie vond plaats op 1 augustus 1968 in de Londense Trident Studio's. We kennen de vrouwen niet bij naam, maar Apple-assistente Chris O'Dell vertelde ooit dat ook zij plaatsnam in het achtergrondkoor.

Birthday
Op Birthday zijn twee Beatlesvrouwen present, namelijk Pattie Boyd en Yoko Ono. Beide dames waren op 18 september 1968 aanwezig in de studio, toen The Beatles het nummer grotendeels bedachten en op één dag opnamen. Inspiratie kwam van de film The Girl Can't Help It, die kort daarvoor voor het eerste op de Britse televisie vertoond was.

Goodnight
Blijkbaar was de samenwerking met The Mike Sammes Singers op I Am The Walrus goed bevallen, want voor de Cole Porter-achtige ballad Goodnight van John Lennon werd het collectief opnieuw opgetrommeld. Vermoedelijk zongen zij op 22 juli 1968, op de laatste van de drie opnamedagen hun koortjes in. 

The Mike Sammes Singers

Bungalow Bill
Aan de vooravond van John Lennons 28ste verjaardag verzamelden The Beatles zich in de studio voor opnamen van The Continuing Story Of Bungalow Bill, een avonturenverhaal, geïnspireerd op het verblijf bij de Maharishi in India, eerder dat jaar. De korte hoge solostem werd ingezongen door Yoko Ono. Beatlesvrouw Maureen Starr was aanwezig in het begeleinde koor dat het refrein zong.

Revolution #9
In de geluidscollage van Revolution #9, samengesteld door John Lennon, Yoko Ono en George Harrison, is de stem van Yoko te horen, die 'you become naked' zegt. Weliswaar is het een gesproken, geen gezongen tekst, maar voor de volledigheid heb ik het nummer in het lijstje opgenomen.

The Long And Winding Road
Tot ongenoegen van Paul McCartney gaf producer Phil Spector 'zijn' kale versie van The Long And Winding Road een mierzoete behandeling, door er orkest- en koorpartijen aan toe te voegen. John Barham schreef het zangarrangement voor een koor van veertien vrouwenstemmen. We weten allemaal hoe dat afliep. Paul McCartney was not amused met de opname.

Let It Be
Voor de achtergrondzang op zijn lieflijke ballad Let It Be nam Paul McCartney zijn vrouw Linda mee naar de sessies. Let It Be is het enige nummer waarop zij te horen is. Linda zong haar partijen in op 4 januari 1970, toen The Beatles als band feitelijk al uit elkaar waren.  

zaterdag 21 december 2024

Hoe Paul McCartney in 1968 anoniem terugkeerde naar Liverpool om Kerstmis te vieren

Het is algemeen bekend dat Paul McCartney de Beatle was die de sterkste band had met zijn geboorteplaats Liverpool en de familieleden die er nog woonden. Zelfs nu is Paul nog regelmatig in Liverpool te vinden, bijvoorbeeld als het gaat om bijeenkomsten in LIPA: het Liverpool Institute of Performing Arts, waaraan hij al jaren verbonden is. Maar ook tijdens zijn jaren als Beatle wist Paul vaak de weg terug te vinden naar de plek waar zijn roots lagen. Bijvoorbeeld in december 1968, om samen met zijn kersverse verloofde de feestdagen door te brengen bij zijn familie. We zetten de klok terug naar december 1968...

New York en Portugal
In het najaar van 1968 krijgt Pauls relatie met de Amerikaanse fotografe Linda Eastman steeds meer vorm. Na bezoekjes over en weer, tussen Londen en New York én zelfs aan Pauls boerderij in Schotland, zoekt het stel in december de zon op in Portugal. Samen met Linda's jonge dochter Heather. Daar vraagt Paul Linda ten huwelijk. Dan volgt er een familiebezoek aan Liverpool, om samen met de familie McCartney Kerstmis te vieren. 

Paul en vader Jim

Rembrandt
Inmiddels is Pauls vader Jim McCartney verhuisd naar een comfortabelere woning aan Baskeryville Road, in het chique Heswall, aan de overzijde van de Mersey. Hij woont er met zijn nieuwe vrouw Angie en stiefdochter Ruth. Paul heeft het huis in 1964, na de succesvolle Amerikaanse avonturen van The Beatles, voor zijn vader gekocht. De nieuwe woning van Jim en zijn gezin, 'Rembrandt' genaamd, is een plek waar Paul met zijn eigen jonge gezin iets anoniemer langs kan komen, ver buiten het centrum van Liverpool, ver buiten het zicht van de pers. En dat is precies wat hij tijdens de kerstdagen van 1968 doet.

Kerst bij Auntie Jin
Het is tijd voor ontspanning, nu The Beatles' White Album eind november is verschenen. En terwijl John en George de pers halen met hun soloreleases (Two Virgins, Wonderwall Music) en er op de burelen van Apple een doldwaze kerstreceptie plaatsvindt, vertrekt Paul naar het noorden, om zijn vader, ooms en tantes te treffen aan het kerstdiner. De festiviteiten vinden plaats in het grootste huis van de familie McCartney, de plek waar alle feestjes altijd plaatsvinden: bij Auntie Jin en Uncle Harry, aan 147 Dinas Lane. Dat is ook waar Paul een aantal jaren eerder zijn 21ste verjaardag viert, die door John Lennon in chaos ontaardt. Maar deze kerstdagen is alles anders. De familie ontmoet elkaar bij de kerstdis, er zijn gesprekken en er wordt, volgens familietraditie, samen gezongen.

Paul met Auntie Jin en Uncle Harry

Een foto als bewijs
Dat zingen vindt die dagen ook plaats op straat, als Liverpudlian Neil Harrison (geen familie) met een groepje vrienden door Heswall loopt. Ze gaan van deur tot deur om traditionele Christmas carols ten gehore te brengen. Als ze aankloppen bij 'Rembrandt', stapt Paul naar buiten met een gitaar om zijn nek. Na het zingen van wat kerstliedjes, vraagt Paul of de zangers even binnen willen komen om op te warmen. Daar gaat het feestje verder, met liedjes van het pas verschenen Beatlesalbum: Rocky Raccoon en Mother Nature's Son. Paul leert Neil zelfs hoe hij Blackbird kan spelen. De laagdrempelige McCartney, die het liefst tussen 'zijn' mensen is...prachtig vind ik het. Lang werd Neil Harrison niet geloofd, als hij vertelde over zijn avonturen met Paul. Totdat de prachtige foto opdook, die Linda maakte.

Fijne kerstdagen en een hele mooie jaarwisseling, lieve trouwe lezers!


BeatlesTalk is terug vanaf 1 februari 2025.


zaterdag 26 oktober 2024

De totale adoratie van Janis Joplin voor The Beatles

Het vijfde seizoen van onze jaarlijkse podcastserie 'De Laatste Dagen Van...' staat dit jaar in het teken van de Queen of Rock 'n' Roll: Janis Joplin. De complete serie, met zes afleveringen, verscheen op 21 oktober in de gratis NPO Luister-app. Op platforms als Spotify en Apple Podcast vind je de komende weken steeds nieuwe afleveringen. Het is een mijlpaal voor ons, na vele maanden hard werk. Wibo Dijksma (Fab4Cast) en ik doken de afgelopen tien maanden volledig in het leven van deze intrigerende en getalenteerde zangeres. Daarbij kwamen we een aantal verrassende parallellen tegen tussen Janis Joplin en The Beatles. Te leuk om over te slaan, dus...lees je deze week meer over de connectie tussen Janis en 'onze jongens' van The Fab Four.


Janis' leven in vogevlucht
Even kort, voor wie het niet helemaal scherp heeft: Janis Joplin werd op 19 januari 1943 geboren in Port Arthur, Texas. Dat was een week of vijf voordat haar 'favoriete Beatle' George Harrison aan de andere kant van de oceaan ter wereld kwam. Na een moeilijke jeugd in het conservatieve zuiden van de Verenigde Staten ontwikkelt Janis zich tot blueszangeres en vertrekt ze naar het veel vrijere San Francisco. Eerst even in 1963, maar dan 'voorgoed' in 1966. In de zomer van 1967 breekt Janis met haar eerste band Big Brother And The Holding Company door op het Monterey Festival. Ze verlaat de band en ziet haar carrière in een stroomversnelling raken. Met hits als Piece Of My Heart, Try (Just A Little Bit Harder) en een optreden op Woodstock staat Janis in 1969 en 1970 aan de top. Ze wordt één van de eerste en misschien wel de grootste rockzangeres van de jaren 60 en het prille begin van de jaren 70. Terwijl ze met haar Full Tilt Boogie Band aan het album Pearl werkt, sterft Janis op 4 oktober 1970 aan een overdosis heroïne. Haar album Pearl, met hits als Cry Baby en Me And Bobby McGee verschijnt posthuum. Janis Joplin is de eerste vrouw die gerekend kan worden tot de Club van 27. 


Gedeelde liefde voor de beatnik-cultuur
Vanaf haar jeugd is Janis een enorme muziekliefhebber. Ze is gek op oude bluesartiesten als Bessy Smith, Big Mama Thornton en Lead Belly. Die laatste liefde deelt ze met George Harrison. Ook Elvis is belangrijk voor Janis' muzikale ontwikkeling. Maar als The Beatles begin 1964 doorbreken in Amerika, is Janis ook direct fan van de jongens. Met name George Harrison heeft een enorme aantrekkingskracht op haar. Regelmatig komt zijn naam voor in de vele brieven die Janis schrijft aan familieleden en vrienden. Janis is zo'n fan van George dat ze besluit haar hond naar hem te vernoemen. Vaak wordt ze gefotografeerd met het dier. Maar Janis heeft zeker ook een connectie met John Lennon. Net als Lennon raakt ze eind jaren 50 in de band van het boek On The Road van beatnik-auteur Jack Kerouac. Waar de geïnspireerde Lennon zijn hersenspinsels en tekeningen in zijn verhalenboekjes deelt, verslindt ook Janis het werk van Kerouac. Ondertussen wil ook zij een beatnik worden. Net als Lennon: "Als ik geen muzikant of songwriter was geworden, was ik misschien wel beat poet geweest," zou hij later zeggen. En natuurlijk vinden we beat poets Allen Ginsberg en William Burroughs terug in het grote verhaal van The Beatles: Ginsberg neemt muziek op met McCartney, William Burroughs maakt opnamen in Ringo's flat aan Montague Square. Bovendien vinden we hem terug in de eregalerij op de hoes van Sgt. Pepper's Loneley Hearts Club Band.

Janis met haar hond George


Summertime en andere 'showtunes'

In groot contrast met haar liefde voor de beatnik-counterculture staat Janis' aantrekkingskracht tot muziek uit de wereld van musicals en films. En daar ligt een interessante link met een deel van de muzikale roots van Paul McCartney. Waar McCartney opgroeide met een muzikale vader, die een amusementsorkest leidde, had Janis een moeder met een enorm goede zangstem. Ze werd zelfs gescout voor een theatercarrière in New York. Dat aanbod werd afgeslagen, maar het weerhield Dorothy Joplin niet om met haar vierjarige dochter achter de piano te gaan zitten en haar allerlei liedjes te leren spelen en zingen. "Bij ons thuis stonden dat soort liedjes ook altijd op," vertelde Janis' jongere broer Michael ons in een interview. Het verklaart waarom nummers als Little Girl Blue en Summertime terechtkomen op Janis' setlists en albums. Van McCartney weten we ook dat hij ontzettend graag de klassiekers uit het Great American Songbook ten gehore brengt. Net als Janis neemt ook hij het nummer Summertime op.


4 april 1967: Paul in San Francisco

Een bijna-onmoeting met Paul McCartney
De stad San Francisco speelt een grote rol in het korte leven van Janis Joplin. Terwijl ze zich tussen 1966 en 1970 helemaal onderdompelt in de hippiecultuur in Haight-Ashbury lopen daar ook Beatles Paul en George wel eens rond. En zo komt het twee keer bijna tot een ontmoeting tussen Janis en haar idolen. In april 1967 is Paul in San Francisco. Hij jamt er met Janis' vrienden van de band Jefferson Airplane en duikt ook op in de clubs waar Janis staat op te treden. In één van de brieven die Janis aan haar ouders schrijft, kunnen we lezen dat ze van anderen heeft vernomen dat Paul op een avond in het publiek staat, als ze met haar band Big Brother And The Holding Company optreedt in The Matrix:

“Guess who was in town last week – Paul McCartney!!! (he’s a Beatle). And he came to see us!!! SIGH, Honest to God! He came to the Matrix & saw us & told some people that he dug us. Isn’t that exciting!!!! Gawd, I was so thrilled – I still am! Imagine – Paul!!!! If it could only have been George….oh, well. I didn’t get to see him anyway – we heard about it afterwards. Why, if I’d known that he was out there, I would have jumped right off the stage and made a fool of myself.”

Hoewel Janis denkt dat Paul daadwerkelijk aanwezig was, blijkt later uit onderzoek van Joplin-biograaf Holly George Warren, dat dat niet het geval is geweest. 

Janis en George
Ook gaat het later dat jaar, in augustus, nét mis op de straten van Haight-Ashbury, als George Harrison besluit de wijk te bezoeken. Op dat moment is de wijk al enorm in verval, door de toenemende aanwezigheid van harddrugs en criminaliteit. Voor Harrison wordt het bezoek dan ook een deceptie. Hoewel Janis ook 'in town' is, loopt ze George mis. Wanneer ze haar familie uit Texas een paar dagen later rondrijdt in San Francisco, kan ze niet stoppen met praten over het feit dat de Beatle in háár wijk heeft rondgelopen. Wel zal Janis George nog uitgebreid ontmoeten in april 1969, wanneer ze met haar Kozmic Blues band door Europa tourt. Na het slotconcert in de Londense Royal Albert Hall dineert Janis met haar vriendin Linda Gravenites op 21 april bij de Harrisons in Esher. Daarna vliegt Janis terug naar Amerika, maar blijft Linda een tijdje bij George hangen, om kleding voor hem te ontwerpen.


George en Pattie Harrison in San Francisco

Eastman & Evans
Rockfotografe Linda Eastman krijgt Janis in 1968 voor de lens, als ze steeds vaker popsterren gaat fotograferen. The Stones, Jim Morrison, Jimi Hendrix...haar foto's zijn wereldberoemd. Dat jaar fotografeert Linda ook Janis, bij een optreden van Big Brother And The Holding Company in het Anderson Theatre in New York City. Linda is bevriend met Janis' gitarist Sam Andrew. 

Janis door de lens van Linda

Datzelfde jaar is Beatles-roadmanager Mal Evans ook te vinden in de Verenigde Staten, als hij op promotietour is met Apple-artiest Jackie Lomax. Tijdens een tussenstop in Cincinnatti zien ze Janis met Big Brother spelen. Terwijl Mal en Jackie in de zaal staan, zien ze hoe Janis ineens het optreden stillegt en een televisie het podium op laat rijden. Als enorme Beatlesfan weet ze dat de clip van het nummer Revolution voor het eerst op de Amerikaanse tv wordt uitgezonden. Dat wil Janis niet missen. Over dat moment spraken Wibo en ik met Big Brother-bassist Peter Albin, die zich dat nog goed kon herinneren. Na de tv-uitzending verdwijnt de tv weer van het podium en maakt Janis haar concert af. Later die avond zetten Janis en Mal het samen op een drinken, zo is te lezen in het boek 'Living The Beatles Legend' van Kenneth Womack.


Sunset Sound Studios
In de periode juli-oktober 1970 werkt Janis in de Sunset Sound Studios in Hollywood aan haar laatste album Pearl. Omdat ze op 4 oktober overlijdt, moet de plaat na haar dood worden afgemaakt. Het lukt producer Paul Rothchild om de puzzel te leggen (hoe dat gaat, hoor je in de vijfde aflevering van onze podcast). In de voetstappen van Janis zullen ook de solo-Beatles regelmatig te vinden zijn in de Sunset Sound Studios. Voor Wibo en mij was het daarom ook heel speciaal er afgelopen zomer te zijn. Zeker als je bedenkt dat Ringo, George én John er in 1973 tegelijkertijd rondliepen, om aan het album 'Ringo' te werken. 


Janis' gezongen boodschap aan John

Tsja en dan is er tenslotte nog een hele bijzondere, laatste, connectie tussen Janis en John. In de loop van 1970 stuurt Yoko een verzoek rond, waarbij ze artiesten vraagt een verjaardagsboodschap voor Johns dertigste verjaardag in te spreken of zingen. Donovan geeft gehoor aan haar oproep. Ook George neemt iets op: "It's Johnny's Birthday", dat we terugvinden op All Things Must Pass. Maar mega-Beatlesfan Janis Joplin laat deze kans niet voorbijgaan. Begin oktober zingt ze op de studiovloer van Sunset Sound de boodschap "Happy Trails" in. Het zal zo'n beetje haar laatste opname worden. Vlak na haar dood vindt John in New York een envelop met een cassettebandje in de post. Een posthume boodschap van Janis... In de Dick Cavett Show zal hij later over het voorval vertellen:  

“We didn’t meet, but she sent me a birthday tape on my birthday for my last birthday,” Lennon explained on The Dick Cavett Show in 1971. “Yoko asked all different people to make a tape for me, and she was one of them, and we got it after she died. It arrived in the post, and she was singing ‘Happy Birthday’ to me in the studio.”

Een beetje pijnlijk is het wel: "happy trails, until we meet again….". Janis heeft op dat moment nog een paar dagen voor de boeg. John nog tien jaar. 

Beluister De Laatste Dagen Van...Janis Joplin via NPO Luister, Spotify, Apple Podcasts of je eigen favoriete podcast-app.



zaterdag 27 april 2024

Primrose Hill: hoe Sean en James deze maand met hun eigen Lennon-McCartney-compositie op de proppen kwamen

Toegegeven, de titel van deze column klinkt als het meest recente AI-experiment rond The Beatles. Anno 2024 is het namelijk mogelijk om een algoritme het werk te laten doen: schrijf een liedje met de kenmerken van een compositie door John Lennon en Paul McCartney. Toch was er geen sprake van AI, bij de release van een nieuwe Lennon-McCartney-compositie Primrose Hill, eerder deze maand. Sean Lennon (1975) en James McCartney (1977), beiden de jongste zonen van hun beroemde vaders, sloegen de handen ineen en schreven samen een nummer. Da's óók Lennon-McCartney natuurlijk. En best wel bijzonder. 



Het juk van The Beatles

Of het nummer Primrose Hill bijzonder genoemd mag worden, daar wil ik zometeen nog iets over schrijven, maar eerst even over twee 'Beatleszonen', een benaming die bijbels klinkt. En daarin zit precies de uitdaging waar deze twee mannen al een leven lang mee dealen. Ga er maar aan staan: de zoon van een Beatle zijn. Wegen geld en priviliges, zoals het hebben van een wereldberoemde achternaam uiteindelijk op tegen torenhoge verwachtingen en keiharde kritieken? Of de eeuwige twijfel of je écht op waarde geschat wordt als de persoon en de artiest die je zélf graag wilt zijn? Dat een deel van die aanzienlijke groep Beatleszonen hier de afgelopen jaren last van heeft gehad, is overduidelijk. Wie de interviews keek en social media-posts volgde, zag soms vertwijfeling, tranen (Sean Lennon) en volharding om zélf iemand te willen zijn. De Beatlesdochters, met Mary en Stella McCartney als meest prominente voorbeelden, lijken aanzienlijk doortastender hun eigen creatieve weg te hebben gevonden. Met groot succes, kunnen we wel zeggen.

Mary, James, Paul en Stella McCartney

Introvert en verlegen
Ze zijn geen jonge jongens meer, Beatleszonen Sean en James, beiden al op weg naar de 50. Samen klommen ze dus in de pen om hun eerste nummer te schrijven. Ze zijn inmiddels wat ouder, wijzer, staan steviger in hun schoenen. Misschien hebben ze zich beter kunnen verzoenen met hun lot, als de eeuwige 'zoon van'. Van Sean weet ik dat zeker, als ik zie hoe hij zich inmiddels heeft ontfermd over de creatieve nalatenschap van zijn vader. Bij James heb ik nog twijfels. Het beeld dat ik van hem heb: een introverte, verlegen en 'zoekende' man. Iemand die een enorme knauw opliep door het overlijden van zijn moeder en die in niets lijkt op zijn extraverte, doortastende en mediagenieke vader en zussen. Ik heb altijd een beetje met James te doen. Je zou zo'n jongen, met zijn introverte en verlegen aard (twee mooie eigenschappen overigens) eigenlijk een waardevol leven buiten de schijnwerpers gunnen. Als redacteur bij een uitgeverij, als verpleegkundige in een verzorgingshuis, als hovenier op Friar Park, als psycholoog in de jeugdzorg. Noem maar op. Toch probeert ook James van tijd tot tijd zijn weg in de muziekwereld te vinden. 


Betere zangstem
Natuurlijk valt de appel niet ver van de boom (no pun intended). James speelde mee op een aantal albums van zijn vader (Flaming Pie, Driving Rain). Zo is hij met zijn elektrische gitaarsolo prominent aanwezig op zijn vaders prachtige Heaven On A Sunday. Moeder Linda kreeg hulp van James op haar, posthuum verschenen, album Wide Prairie. Zelf bracht hij twee soloalbums uit: Me (2013) en The Blackberry Train (2016). Helemaal niet onaardig, maar ik moet toegeven dat ook ik me schuldig maak aan het luisteren met "te veel verwachtingen". Niet omdat James zichzelf niet zou mogen zijn, maar omdat ik hem toch ook een aantal van die muzikale eigenschappen van zijn vader zou gunnen. En dan op de eerste plaats een veel betere zangstem, waarmee hij zijn eigen liedjes de wereld in kan slingeren. Maar voor James blijft het tot nu toe ploeteren in de marge, zeker in vergelijking met het elan waarmee iemand als Sean Lennon zichzelf zo authentiek en autonoom aan de wereld presenteert.


Primrose Hill
Hoe moeten we Primrose Hill, de eerste Sean Lennon-James McCartney-compositie, dan tenslotte zien? Als een hulplijn van Sean aan zijn 'Beatles-neefje', om hem steviger in het zadel te helpen? De invloed van Lennon is zeker te horen, in de dromerige, maar ook wel wat vlakke compositie die door het repeterende karakter van het getokkelde akkoordenschema wat aan Dear Prudence doet denken (Pats! Ik geef mezelf direct een tik over de vingers: ook ík kan de vergelijking met The Beatles blijkbaar niet weerstaan.). Primrose Rill is niet onaardig, maar de naald blijft ook wel wat in dezelfde groef hangen. En ja, ik weet heus dat Dear Prudence wél een ander akkoordenschema heeft. Maar goed, het mag gezegd worden: Primrose Hill klinkt aangenamer dan veel van het werk dat James alleen schreef en uitbracht. Misschien moeten Lennon en McCartney toch wat vaker bij elkaar gaan zitten, met een gitaar op schoot. Al was het alleen al voor de gezelligheid. En klein beetje for history's sake.

zaterdag 30 maart 2024

Deze week 50 jaar geleden: over de laatste chaotische studio-opname van John Lennon en Paul McCartney uit maart 1974

Deze week is het vijftig jaar geleden dat John Lennon en Paul McCartney voor het laatst samen in een opnamestudio te vinden waren. Op 28 maart 1974 in de Burbank Studios in Los Angeles, om precies te zijn. Het is een gebeurtenis die even belangrijk als onbekend is. Belangrijk omdat hun muzikale wegen zich na die donderdagavond in maart voorgoed scheidden. Onbekend omdat de sessie altijd wat onderbelicht is gebleven in de geschiedschrijving van de ex-Beatles en hun beider carrières. 

De laatst bekende foto die van John Lennon en Paul McCartney
werd gemaakt, in het voorjaar van 1974.


Een chaotische studiojam
Als ik het heb over "A Toot And A Snore in '74" (spreek het even hardop uit) dan weten veel ingewijden genoeg. Dat is namelijk de naam waaronder de bewuste sessie op een bootleg zijn weg naar de oren van een select publiek vond. Die oren moeten behoorlijk geklapperd hebben, want de laatste opnames waarop Lennon en McCartney samen te horen zijn, doen in niets denken aan hun hoogtijdagen als muzikale partners. De bootleg, met amper 30 minuten muziek, bestaat uit een chaotische studiojam waarin gesprekken en een aantal oude rock 'n' roll-krakers elkaar afwisselen. 




"You want a snore Steve?"
Maar allereerst even die wonderlijke titel: "A Toot And A Snore in '74". Die laat zich verklaren door een opmerking van John Lennon tegen Stevie Wonder, die ook aanwezig was: "You want a snore Steve? A toot? It's going round," refererend aan de cocaïne die volop in de studio beschikbaar was. Een passende titel is het ook, want onder invloed van ongetwijfeld ook nog eens de nodige drank kwamen de aanwezige muzikanten nauwelijks tot een fatsoenlijke jam. Er wordt gegrapt, gelald en slap gespeeld. Maar goed, wie waren er nog meer bij, naast Lennon, McCartney en Wonder? En wat bracht dit gezelschap op deze specifieke plek in maart 1974 bijeen?


Muzikaal actief
Daarvoor moeten we terug naar de periode die later bekend is geworden als John Lennons Lost Weekend: de periode tussen medio 1973 en februari 1975, waarin hij gescheiden leefde van Yoko Ono en een relatie had met May Pang. Het was een tijd waarin Lennon met name veel dronk, maar toch ook muzikaal actief wist te blijven. Niet alleen door te werken aan solo-albums, maar ook als producer voor zijn vriend Harry Nilsson, de Amerikaanse singer-songwriter die hij mateloos bewonderde. Het waren de sessies voor Nilssons album Pussy Cats, die Lennon en McCartney bijeen brachten in de Burbank Studios. Niet omdat ze daar samen een rol bij speelden, maar omdat de opnamedagen regelmatig werden afgesloten met "een uurtje jammen" en Paul en Linda nu eenmaal in de buurt waren en de studio binnenstapten.


John Lennon en Harry Nilsson


Paul ging op de drumkruk van Ringo zitten
Wie er nog meer waren: bassist Ed Freeman, saxofonist Bobby Keyes, gitarist Jesse Ed Davis, Harry Nilsson zelf, net als May Pang, en oud-Beatlesroadmanager Mal Evans. Ook Ringo Starr was in de buurt, omdat hij meespeelde op Nilssons album. De betreffende avond was hij niet aanwezig. Wel stonden zijn drums in de studio opgesteld. McCartney bedacht zich geen seconde en nam plaats op de drumkruk van zijn oude bandmaatje. Ringo zou de volgende dag geërgerd opmerken: "McCartney always messes up my drums!" Hij was het niet anders gewend vanuit zijn tijd als Beatle, wanneer Paul menig theepauze aangreep om op de kruk te gaan zitten en de drumstokken ter hand te nemen. In 1974 was er eigenlijk niet veel veranderd op dat gebied. "McCartney is doin' the harmony on the drums," horen we John roepen, terwijl hij tussendoor continu klaagt over de kwaliteit van het geluid. Voor Paul was het een aansporing om, al drummend, de achtergrondvocalen bij Stand By Me improviserend in te zetten.


Net als de Get Back-sessies

De sfeer van de sessie doet een beetje denken aan de Get Back-sessies, inmiddels een stuk bekender geworden door de film van Peter Jackson. Daarin zien en horen we The Beatles ook kletsen, improviseren en veelal teruggrijpen op oude rock 'n' roll-nummers en 'standards'. Ook Take This Hammer komt namelijk weer kort langs. Het is dezelfde losse, chaotische sfeer, al zijn de deelnemers aan A Toot And A Snore heel wat verder heen dan The Beatles in januari 1969 waren. Hoewel...ook toen was Lennon behoorlijk verslaafd, aan heroïne, die hij ten tijde van 1974 dus verruild had voor cocaïne en sterke drank. Als ik dan toch één highlight uit de sessie mag benoemen, is het misschien Stevie Wonder, die vanuit het niets het nummer Chain Gang inzet, met zijn prachtige soul-stem. Hoe erg Stevie onder invloed was, weet ik niet, maar zijn bijdrage maakt dan toch nog de meeste indruk.


May vertelde Wibo dat Jesse Ed de tape ontvreemdde
Dat we vijftig jaar na dato als een "fly on the wall" aanwezig kunnen zijn bij de sessies, hebben we te danken aan gitarist Jesse Ed Davis. Die smokkelde de tape naar buiten en verkocht hem vermoedelijk. Of dat algemeen bekend is, weet ik niet, maar het was May Pang die het een paar jaar geleden toevertrouwde aan Wibo Dijksma van Fab4Cast, tijdens een erg goed en inhoudelijk interview dat hij met haar had over (onder andere) die bijzondere sessie. Wil je hun interessante gesprek, en Mays herinneringen aan die bewuste studiojam horen, luister dan naar deze nieuwe aflevering van Fab4Cast, die een aantal interessante invalshoeken rond Lennons Lost Weekend oplevert.


zaterdag 25 november 2023

De verbijsterende Beatlesavonturen van journalist en muzikant Mark Cunningham (1)

Hij zat bij Paul McCartney aan de keukentafel sandwiches te eten, werd door George Harrison rondgeleid op Friar Park en trof Paul, George en Ringo tijdens het Anthology-project in een besloten meeting bij Apple. Journalist en muzikant Mark Cunningham onderging het de afgelopen dertig jaar allemaal met een lichte vorm van verbijstering. Een bijzonder verhaal dus. Wibo Dijksma van Fab4Cast attendeerde me onlangs op een aflevering van de podcast Buskin' With The Beatles, waarin Mark aan gerenommeerd Beatles-researcher Richard Buskin zijn verhaal doet. De highlights van dat bijzondere gesprek lees je deze week via BeatlesTalk.



Ready Steady Go
Toen Mark Cunninham in februari 1963 in Oost-Londen ter wereld kwam, stonden The Beatles op de drempel van de grote doorbraak, met hun succesvolle debuutalbum Please Please Me. En zo onvoorstelbaar snel als het ging met die Beatlescarrière, zo interessant verliep ook het leven van de jonge Mark. Want al snel kruiste zijn pad dat van The Beatles. Hoe begon het allemaal? Marks tante Kate woonde in de jaren '60 in een flat bij het Londense Marble Arch. Ze deelde haar woning met ene Vicki Wickham, die op haar beurt als assistent-producer werkte voor het televisieprogramma Ready Steady Go. Een populaire muziekshow waar Engeland tussen 1963 en 1966 op de vrijdagavond massaal voor inschakelde. 

Dusty Springfield, Nona Hendryx en Vicki Wickham

John zat stoned onder de tafel
De flat van Kate en Vicki werd al snel een plek waar bevriende sterren neerstreken. Ook de jonge Mark was regelmatig bij zijn tante op bezoek. Hij herinnert zich dat hij wel eens mee uit winkelen ging, samen met Dusty Springfield. Tante Kate werd een echte socialite bij feestjes, openingen en premières. In 1965 belandde ze in de kring rond The Beatles, waardoor ze een uitnodiging ontving voor de première en afterparty van de film Help! Uit latere verhalen van zijn tante leerde Mark dat die afterparty een bijzondere aangelegenheid was. Terwijl zij met Paul kletste, zat John, vermoedelijk onder invloed van geestverruimde middelen, stilletjes onder hun tafel.


Naar de première van Yellow Submarine
Kate besloot in 1968 haar neefje mee te nemen naar de première van Yellow Submarine. Een tekenfilm zou de jonge Mark vast aanspreken, zo dacht ze. Daar ontmoette Mark John Lennon voor het eerst. Die gaf hem een aai over zijn bol en zei: "Ik heb ook zo'n jochie als jij." Ondertussen groeide Mark op en droomde hij van een carrière in de muziek. In oktober 1976 zag hij op dertienjarige leeftijd Paul met Wings optreden in het Londense Wembley. "Dat optreden kwam hard binnen," aldus Mark. "Ik herinner ook hoe zeer ik onder de indruk was van de lasershow." Zijn droom van een muzikale carrière werd steeds sterker. Op zijn vijftiende besloot Mark daarom zijn geluk te beproeven en een brief te schrijven aan de Abbey Road-studio's. Daarin vroeg hij of het mogelijk was er een korte stage te lopen, vanwege zijn ambities om 'iets in de muziek' te gaan doen. Misschien wel als technicus. 

Première Yellow Submarine,
17  juli 1968, London Pavillion

Stage in de Abbey Road-studio's
En zowaar...Mark was welkom. Hij mocht een week meekijken en -helpen. Op een zekere dag in 1978 zag hij het London Symphonica Orchestra in actie. In Studio One. Ook belandde hij in de control room van Studio Two, die hem uitzicht verschafte op de studiovloer waar Paul McCartney en Laurence Juber bij de vleugel stonden. Toen Mark zich omdraaide, zat John Bonham achter hem een boek te lezen, zo herinnert hij zich. Mark mocht hand- en spandiensten verrichten en deed zijn uiterste best met het klaarzetten van spullen en het aansluiten van microfoons. Het werd een week die hij nooit meer zou vergeten. Op een plek die zó verbonden was met The Beatles. En toen hij ouder werd, bleef zijn liefde voor The Beatles groeien. Midden jaren '80 zag hij Paul, George en Ringo optreden tijdens de Prince's Trust-concerten in Londen. 

Complimenten van Macca
In 1987 raakte Mark betrokken bij een bijzonder muziekproject van het Engelse station Esses Radio, die hem inhuurde om mee te werken aan de viering van het twintigjarig jubileum van het Beatles-album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band. Mark was inmiddels al werkzaam in de muziekwereld, deed sessiewerk en maakte radiojingles. Voor de Summer Road Show van het genoemde radiostation kreeg hij de kans het Pepper-album zelf van A tot Z opnieuw in te spelen. Het plan was aanvankelijk om met die backing track een live-optreden te verzorgen. Dat live-optreden kwam er niet, maar toen Mark trots zijn 'Pepper-tape' naar Paul McCartney stuurde, ontving hij een complimenteuze brief en een gesigneerde foto van Macca terug. Over zijn ervaringen tijdens het project schreef Mark dit artikel voor het magazine Sound On Sound. Hoe klonken die opnamen van Mark? Je kunt ze hier beluisteren.


Mark, Paul en de Bill Black-contrabas
Het bleef niet bij die brief aan Paul McCartney. Niet veel later klom Mark opnieuw in de pen, om Neil Aspinall te laten weten dat hij van plan was zelf een bedrijf op te richten, dat de naam Apple Music Productions zou krijgen. Op een reactie hoefde hij niet lang te wachten. Aspinall dreigde zijn juristen op hem af te sturen, als hij zijn plannen zou voortzetten. Maar Neils interesse was gewekt. Marks naam was inmiddels geen onbekende meer, op de Beatles-burelen. In diezelfde periode kreeg hij als muziekjournalist de kans om Paul McCartney telefonisch te interviewen bij het verschijnen van diens album Flowers In The Dirt. Er volgde een tweede interview voor het vakblad Making Music. Mark viel ook op bij Paul, door zijn muzikaal inhoudelijke vraagstelling. En bij een ontmoeting, ter gelegenheid van de fotosessie voor het interview, raakten Mark en Paul in gesprek over de Bill Black('Elvis')-contrabas die bij de sessie gebruikt  werd.

Paul McCartney met zijn beroemde 
Bill Black-bas


Dineren in Peasmarsh
Opnieuw probeerde Mark om dicht bij de McCartney-entourage te komen: voor een volgend artikel in een muziektijdschrift lukte het hem om McCartney's Off The Ground-band te spreken te krijgen. Hij stond daarvoor in contact met Robbie McIntosh, Wix en drummer Blair Cunningham. Mark reisde af naar het Engelse Peasmarsh en sprak met de bandleden, waarna hij met ze dineerde in het plaatselijke hotel. De volgende ochtend vroeg Mark de mannen of het mogelijk was om bij Paul op de thee te gaan in Peasmarsh. Wie niet waagt... Het lukte zowaar. Macca's bandleden regelden een lunchafspraak tussen  hun baas en de journalist. En zo belandde Mark Cunningham bij Paul en Linda aan de keukentafel, achter een pot thee en een bord met sandwiches. Het interview zou bedoeld zijn voor Guitar Magazine, zo vertelde Mark de McCartney's, die nog niet wisten dat Mark het interview nog niet formeel met de redactie van het tijdschrift had geregeld. Soms moet je echter de binnenbocht nemen, zullen we maar zeggen.

We laten Mark achter aan de keukentafel bij Paul en Linda. In de volgende blog lees je hoe Mark Paul ook deze keer wist te verrassen met zijn interview-aanpak én hoe zijn avonturen met de ex-Beatles en Apple verder vorm kregen!

zaterdag 18 november 2023

The Beatles en... George Michael: welke connecties ontdekten we tijdens het maken van onze nieuwe podcastserie De Laatste Dagen Van...George Michael?

Het is zover. Afgelopen week verscheen het vierde seizoen van de podcast De Laatste Dagen Van... en dit jaar staat pop-icoon George Michael centraal. Zoals veel lezers van BeatlesTalk en luisteraars van Fab4Cast weten, maken we deze NPO/Radio 5-podcast met een deel van ons team. In 2020 was John Lennon ons startpunt. Inmiddels kun je de seizoenen over Freddie Mercury en Marvin Gaye misschien wel een beetje beschouwen als onze reis door de geschiedenis van de popmuziek, op zoek naar mooie verhalen.



Mooie verhalen uit de popmuziek
Dit jaar is George Michael aan de beurt, omdat hij 60 zou zijn geworden, als hij niet op Eerste Kerstdag 2016 zou zijn gestorven. Ook is het 40 jaar geleden dat het debuutalbum van Wham! (Fantastic) verscheen. Elf maanden hebben we met ons team, dat verder bestaat uit Wibo Dijksma, Michiel Tjepkema, Alex van der Lugt en Hans Schiffers keihard aan deze serie gewerkt. Met Kerst 2022 klapte ik mijn laptop open om de eerste teksten van de zogenaamde 'Rode Draad' te gaan schrijven. Het was weer ontzettend mooi en leerzaam om te mogen doen, want dit seizoen over George Michael bracht ons ook in contact met vele fans, liefhebbers en kenners van het leven en werk van deze veelzijdige artiest. Ook waren we in Londen en Goring-On-Thames, om in de voetsporen van dat bijzondere, muzikale leven van George Michael te duiken.

Met Michiel Tjepkema en Wibo Dijksma in
Noord-Londen, waar een muurschildering is aangebracht
om George Michael in zijn oude buurt te eren.


Parallellen met The Beatles
En jullie weten het....we zeggen het altijd bij BeatlesTalk en Fab4Cast: The Beatles Are Everywhere (volgen jullie ons Instagram-account beatles.everywhere trouwens al?) en dus stuitten we in onze zoektocht ook op de vele parallellen tussen onze grote helden The Beatles én die bijzondere, begaafde singer-songwriter George Michael. Daarover namen we een aflevering van Fab4Cast op, die binnenkort ook verschijnt. Het is al bijna traditie, want we deden het ook over Queen & The Beatles (naar aanleiding van seizoen 2 over Freddie Mercury) en Motown & The Beatles (vanwege seizoen 3 over Marvin Gaye). Maar hadden jullie ook genoeg parallellen verwacht tussen George Michael en The Fab Four? Ik niet. Dus licht ik deze week alvast een tipje van de sluier op.

George Michael of.....Harrison?
George Michael werd geboren op 25 juni 1963, als zoon van Grieks-Cypriotische vader en Engelse moeder. Zijn echt naam luidde Georgios Kyriacos Panagiotou, voor vrienden werd hij Yog en als artiest koos bij voor de naam George Michael. Toch had hij ook als 'George Harrison' door het leven kunnen gaan, want zijn moeder heette Leslie Harrison. Toevallig. Op Georges geboortedag bouwden The Beatles natuurlijk hard aan hun carrière en een blik in de boeken leert ons dat Georges moeder Leslie bij wijze van spreken tijdens haar bevalling The Beatles op de radio had kunnen horen. Wat was namelijk het geval? Eerder die week, op 17 juni 1963 traden The Beatles op in Middlesborough. Dat opgenomen concert werd de 25ste uitgezonden als Pop Goes The Beatles en schalde overal in Engeland uit de speakers terwijl George Michael in Noord-Londen ter wereld kwam.

George Harrison en George Michael ontmoeten elkaar in 1987/1988
wanneer ze beiden druk zijn met de promotie van hun muziek.


Beatlemania wordt Wham Mania
Net als de jonge Beatles raakte George Michael in de ban van muziek. Samen met schoolvriend Andrew Ridgeley. Waar Lennon en McCartney behoorlijk aan elkaar gewaagd waren als songschrijvers, kunnen we van Michael en Ridgeley niet hetzelfde zeggen. Ze werkten weliswaar samen aan een aantal nummers die Wham!-hits zouden worden, maar al snel werd duidelijk dat George de grote songschrijver was die nog niet wist hoe hij een zelfverzekerde popster kon zijn en dat het bij Andrew precies andersom zat. Wel was er de parallel met The Beatles als het ging om de worsteling om een platencontract te krijgen en een eerste single uit te mogen brengen. En qua muzikale invloeden deelden George en Andrew hun liefde voor Motown met The Beatles. Sterker nog, in veel Wham!-hits is de Motown-sound regelrecht terug te vinden, maar dan gegoten in een jaren 80-jasje. Toen de populariteit van Wham! tot grote hoogten steeg, betitelde de pers de uitzinnige taferelen als... Wham Mania, waarbij de rechtstreekse vergelijking met Beatlemania gemaakt werd. Wham! was na The Beatles, zo dachten wij bij het maken van de podcast, de eerste volgende grote Britse band waarbij die taferelen zo sterk vergelijkbaar waren met The Beatles gebeurde. Zeker als we naar het Engeland van die tijd kijken.


George over George
Tijdens zijn solocarrière had George het niet altijd makkelijk en was hij, zeker in de eerste jaren, enorm op zoek naar wie hij zelf was en welke artiest hij wilde zijn. Beatlesproducer George Martin zag die jonge artiest ook worstelen en was, voor zijn doen, behoorlijk uitgesproken over wat hij in die tijd van George Michael vond. Zo zei hij tegen de Daily Mail dat Georges talent als songschrijver weliswaar fenomenaal was, zelfs te vergelijken met dat van Paul McCartney, maar dat het succes voor hem te snel was gekomen. Dat George er voor moest waken dat het hem niet naar het hoofd steeg. Maar, zo reflecteerde George Martin, vaak komt arrogantie voort uit angst. In ieder geval hoopte hij dat de jonge George zich qua uitlatingen een beetje rustig hield en zijn carrière niet op het spel zou zetten.



Beatles-invloeden
Achteraf weten we dat George Michael vaak onbegrepen is als de artiest die hij wilde zijn. Ook dat er zoveel misère speelde in zijn privéleven. Hoe dan ook, de man wilde serieus genomen worden in zijn muziek. Dat horen natuurlijk ook op misschien wel zijn beste album: Listen Without Prejudice. Daarop maakte hij een diepe buiging naar zowel John Lennon (Praying For Time) als Paul McCartney (Heal The Pain). Dat laatste nummer zong George jaren later, rond 2005, ook nog eens als duet met Paul, in de Londense AIR Studio's van...George Martin. Een prachtige uitvoering, waaruit blijkt hoe mooi de stemmen van George en Paul combineren. En deze beide odes aan The Beatles zeggen toch ook wel wat over de enorme muzikale kwaliteiten van George Michael. Hij wist precies welke elementen hij in de nummers moest stoppen om ze dat Lennon- of McCartney-gevoel te geven. In die tijd luisterde hij trouwens ook veel naar de Beatlesalbums Revolver en Abbey Road, zo vertelde George ooit in een interview.



De Imagine-piano op Patience
En dan is er nog de Imagine-piano. Het bruine exemplaar waarop John Lennon het nummer componeerde. George Michael wilde graag, vanwege een bijzondere reden, in het bezit komen van het instrument. En dus liet hij op een veiling maarliefst 1,45 miljoen pond bieden, waarbij Robbie Williams en Liam Gallagher achter het net visten. George zag de piano als een symbool voor vrede en stuurde hem de wereld rond, zodat mensen het instrument op betekenisvolle plekken konden bezichtigen. Tegenwoordig staat de piano tijdelijk in het bezoekerscentrum van Strawberry Fields in Liverpool. Voordat George de piano rond liet reizen, componeerde hij er zelf nummers op. Ook gebruikte hij het instrument in de studio. We horen de Imagine-piano namelijk terug op het nummer Patience (2004). Op het gelijknamige album titel zingt George trouwens ook over John, in zijn nummer John and Elvis are Dead.

Julia Baird met de piano waarop haar halfbroer Imagine schreef,
in het bezoekerscentrum van Strawberry Fields in Liverpool


Paul vergeet George aan te kondigen
Met Paul McCartney had George Michael de meest intensieve 'Beatles-relatie'. Zo werd hij uitgenodigd om op 10 april 1999 op te treden tijdens het Concert For Linda, ter nagedachtenis aan Linda McCartney. Ongeveer een jaar na haar dood zong George daar de nummers Eleanor Rigby en The Long And Winding Road. Het zijn prachtige uitvoeringen, door het engelachtige stemgeluid van George. Een paar jaar later, op Live 8, tijdens de twintigste 'verjaardag' van Live Aid stond George naast Paul op het podium om Drive My Car te zingen. Hij moest daarvoor wel een sprint uit de coulissen trekken omdat McCartney vergat hem aan te kondigen en het nummer al inzette. Blijkbaar zette het geen echt kwaad bloed, want de twee giganten waren in 2009 gezamenlijk te horen in een radio-interview, waarbij Paul telefonisch zijn live-album Good Evening New York City promootte, terwijl George in de studio meepraatte. 

Live8

Sweet Soul Music
George Michael stierf op 25 december 2016, in het rampjaar van de popmuziek. Hetzelfde jaar ook waarin George Martin ook zijn laatste adem uitblies. Reageerde het Beatleskamp nog op het overlijden van de jonge George? Jazeker. Ringo met een korte tweet. Paul McCartney deed het wat uitgebreider:  "George Michael’s sweet soul music will live on even after his sudden death. Having worked with him on a number of occasions his great talent always shone through and his self deprecating sense of humour made the experience even more pleasurable." We hadden het niet mooier kunnen zeggen.


Beluister De Laatse Dagen Van... George Michael
De Laatste Dagen Van…George Michael is vanaf 14 november (deel 1, 2 en 3) en 21 november (deel 4, 5 en 6)  te beluisteren via nporadio5.nl/podcast, NPO Luister en alle andere populaire podcast-apps, zoals Spotify en Apple Podcasts.

zaterdag 11 december 2021

Hoe het nieuwe Get Back-boek al bij verschijnen in de schaduw stond van de Peter Jackson-documentaire én de Let It Be-Anniverary Box

De afgelopen weken kwam er een tsunami aan artikelen, podcasts, YouTube-filmpjes en social media-updates op ons af over de spectaculaire Get Back-documentaire van Peter Jackson. Dat is ook niet zo gek. Misschien was The Beatles Anthology uit de periode 1995-2003 wel het meest recente omvangrijke multimedia-project dat The Beatles uitbrachten. Over zoveel nieuw belangwekkend materiaal, dat nu met Get Back op ons afkwam, moet natuurlijk geschreven en gesproken worden. Net als destijds bij het Anthology-project verscheen in deze Get Back-periode een lijvig koffietafelboek dat de audio en video ondersteunde. Half oktober lag deze officiële Beatles-publicatie in de boekhandel.

Eindejaarslijstjes
Wie in de laatste maanden van het jaar jarig is, zoals ik, heeft geluk. Hoewel ik me altijd ongemakkelijk voel bij het krijgen van cadeautjes, zijn er in deze periode genoeg prachtige boeken (op aandringen van de gever) op het verjaardags-, sint- of kerstlijstje te plaatsen. It's the season. En ieder jaar verschijnt er wel iets waarmee je als Beatlesliefhebber je verzameling toch wel zou willen uitbreiden. Omdat men zo aandringt. En dus pakte ik eind oktober dankbaar de Engelstalige "heruitgave" van het Get Back-boek ("by The Beatles") uit. Ik was er blij mee!



In de schaduw van de box en de docu
Eigenlijk stond het 240 pagina's tellende boek al bij verschijnen in de schaduw van de Let It Be Anniversary cd/lp-box (waarvan de Super Deluxe Edition ook weer een ánder boek bevat). Die kwam namelijk ook half oktober uit. En de stroom van reviews over deze box ging naadloos over in de genoemde tsunami van nieuwsberichten en achtergrondartikelen over de Get Back-documentaire van Peter Jackson, die dan weer eind november verscheen. Wie alles tot zich wil nemen, komt ogen en oren tekort. Laat staan dat het allemaal al ingedaald is. Dit kunnen onze hongerige maar tere Beatles-harten toch niet allemaal in één keer verwerken?



De leesbril hoeft niet op
Daarom kwam ik er afgelopen week pas toe om het geweldige Get Back-boek open te slaan en door te bladeren. 240 glimmende pagina's, waarvan het grootste deel in full colour. De geur van drukinkt in m'n neus. Alles is royaal aan de uitgave. Van de omvang (25 x 30 cm) en het gewicht (bijna twee kilo) tot de lettergrootte en bladspiegel. De leesbril hoeft niet op. De foto's spatten van het papier. En over die foto's gesproken: op een paar oudere foto's in de inleiding na (Terence Spencer), zijn ze van de hand van Ethan Russel en Linda Eastman (destijds binnen drie maanden Mevrouw McCartney). Hun foto's staan afgedrukt in frames met rechte hoeken. De vele "stills" uit de film zijn te herkennen aan hun kaders met ronde hoeken.



Waar is Maureen?

Na het voorwoord (Peter Jackson) en de inleiding (Hanif Kureishi) volgen vier overzichtspagina's waarop de hoofdpersonen uit de documentaire op een rij geworden gezet. Opvallend is het dat Yoko Ono, Linda Eastman en haar dochter Heather wel met naam en foto in het overzicht staan, maar dat Maureen Starkey, die toch ook regelmatig in de documentaire te zien is, geen aparte vermelding krijgt. Of zou men alleen gekozen hebben voor de personages die we daadwerkelijk horen spreken in de documentaire en van wie er dus ook tekst in het boek werd afgedrukt?

Het oorspronkelijke Get Back-boek
dat in 1970 met het Let It Be-album verscheen

Wie was de stille Beatle?
Net als in de documentaire is het boek in drie zogenaamde "acts" verdeeld: Twickenham Film Studios (act one), Apple Studios (act two) en The Rooftop (act three). En net als korte nawoord ("What happened next?") werden deze teksten geschreven door John Harris. Binnen het drieluik staan de foto's en geselecteerde audiotranscripties per dag gerangschikt. Net als in het oorspronkelijke zwarte Get Back-boek, dat in 1970 (met slecht gelijmde rug) het Let It Be-album in een aantal landen in de "deluxe version" vergezelde. In de huidige transcripties en de documentaire valt op hoe weinig Ringo Starr zich met alle discussies en meligheid bemoeide. Wie was nu eigenlijk écht de stille Beatle, is de vraag die we kunnen stellen. Ook in dat opzicht dienen zich na 51 jaar nog steeds nieuwe inzichten aan.

zaterdag 19 juni 2021

Mother Nature's Son: hoe Paul McCartney zich als songschrijver liet inspireren door de natuur

Deze week tikte Paul McCartney de leeftijd van 79 jaar aan. Dat is best iets om even bij stil te staan, al vraag ik me af of hij dat zelf ook doet. McCartney oogde fit, vitaal en vrolijk wanneer we hem de afgelopen maanden in de pers zagen verschijnen. Dat stelt gerust. Misschien heeft die hele lockdown-periode, waarin hij niet kon touren, hem toch wel goed gedaan: een beetje rust voor de stem, een album opnemen, die musical afmaken en waarschijnlijk volop genieten van de natuur. 


Een buitenkind
En zo kennen we McCartney natuurlijk ook. Als een enorme natuurliefhebber, die zich ook als songschrijver de afgelopen decennia liet inspireren door die natuur. Om Macca deze week te "vieren" besloot ik eens na te gaan waar we die inspiratie in zijn nummers terughoren. Onder andere in zijn autobiografie Many Years From Now vertelt Paul dat hij als kind al ontzettend graag buiten was, in de natuur speelde. Vooral in de omgeving van Speke, aan de rand van Liverpool, waar nu John Lennon Airport is gevestigd.



Kenia en India

Vanaf 1968 vond ik in Pauls composities duidelijk de natuur als inspiratiebron terug. Ik denk dat daar drie redenen aan ten grondslag liggen. In november 1966 ging Paul met assistent Mal Evans op safari naar Kenia, waar hij onder de indruk raakte van wat hij zag. Het leuke is: daar zijn beelden van die Paul en Mal zelf schoten. Amper anderhalf jaar later, in het vroege voorjaar van 1968 verbleven The Beatles wekenlang in de Indiase natuur tijdens hun retraite bij de Maharishi in Rishikesh. Ook daar speelde zich het leven grotendeels buiten af. Geïnspireerd door de lezingen van de Maharishi en de spectaculaire natuur waardoor het gezelschap omringd werd, liet ook Paul zijn Londense leven even achter zich. 



Linda als katalysator

Later dat jaar nam zijn nieuwe vriendin Linda Eastman, fervent natuurliefhebber, Paul ook vaak mee de stad uit, naar het platteland. Daarover schreef hij Two Of Us. Linda spoorde hem tevens aan om werk te maken van afgelegen boerderij in Schotland, die hij enkele jaren eerder had gekocht.


Nature Boy
Het zat er al in en het kwam er dus vanaf 1968 volop uit: McCartney, de Nature Boy. Het gelijknamige nummer van Nat King Cole inspireerde hem dan ook om het pure Mother Nature's Son te schrijven, dat terecht kwam op The White Album:

"I’ve always loved the song called ‘Nature Boy’: ‘There was a boy, a very strange and gentle boy…’ He loves nature, and ‘Mother Nature’s Son’ was inspired by that song. I’d always loved nature, and when Linda and I got together, we discovered we had this deep love of nature in common."
(Paul in Many Years From Now)



Vogels, paarden en dierenrechten

De Long Tailed Winterbird, die voorbij vliegt op McCartneys meest recente album, is één van de vogels waarover Paul schreef. Ik beschouw Blackbird en Single Pigeon als metaforen om iets anders over te brengen, maar in Bluebird hoor ik toch wel weer de pure liefde voor de natuur terug. Net als in Golden Earth Girl en het nummer Appaloosa, dat hij met Linda schreef over haar favoriete paardenras. Activisme was er ook. In Wild Life ("Whatever happened to the animals in the zoo?") en Looking For Changes (over dierproeven) wordt expliciet aandacht gevraagd voor dierenrechten. 

I saw a rabbit with its eyes full of tears
The lab that owned her had been doing it for years
Why don't we make them pay for every last eye
That couldn't cry its own tears
Do you know what I mean

(Looking For Changes, 1993)



Leven op het platteland als ideaal

En zo loopt de liefde voor de natuur als draadje door Pauls oeuvre. Meer natuurbeleving vinden we terug in Country Dreamer ("I'd like to walk in a field with you, take my hat and my boots of too"). Ongetwijfeld geïnspireerd door zijn leven op de boerderij in Schotland en (later) in Sussex schreef Paul de nummers Heart Of The Country, Mull Of Kintyre en het recent verschenen When Winter Comes. Bij de release van de animatievideo zei Paul daarover samenvattend:

"I love nature and I love that idea of getting down and getting your hands dirty."




Boodschap aan alle e-mail-abonnees: ik ben bezig de abonnementservice over te zetten naar een nieuwe dienst. Als dat goed gaat, blijven jullie (met uitzondering van juli en augustus, als er geen nieuwe blogs verschijnen) vanaf september wekelijks BeatlesTalk in je mail ontvangen.

zaterdag 18 april 2020

McCartney I: het solodebuut waarmee Paul McCartney zich bevrijdde van The Beatles is 50 jaar. En actueler dan ooit

Back to basic. We zitten in een moeilijke periode, waarop die uitdrukking zeer van toepassing is. Nu en straks zullen velen van ons zichzelf een beetje opnieuw moeten uitvinden. Alles is anders geworden. Uitgerekend deze week is het vijftig jaar geleden dat Paul McCartney met zijn eerste soloalbum na het uiteenvallen van The Beatles op de proppen kwam. Op 17 april 1970 verscheen de plaat "McCartney". Zoals de titel doet vermoeden: ook hier ging een grote wereldster, die in theorie de beste faciliteiten en sessiemusici tot zijn beschikking had, terug naar de basis.




McCartney I was eigenlijk Pauls tweede soloalbum
We noemen het album "McCartney" (of "McCartney I") de eerste soloplaat van Paul, maar feitelijk ging daar nog één andere langspeler aan vooraf. Dat hoor ik de goed ingevoerde lezer al denken. Toch weet niet iedereen het misschien. Al begin 1967, toen The Beatles startten met de opnamen van hun Sgt. Pepper-album, verscheen er een soloplaat van Paul McCartney. Het betrof de soundtrack van de film The Family Way. McCartney schreef de muziek, die door George Martin werd gearrangeerd en opgenomen met diens George Martin Orchestra. Toch is dit album zo atypisch dat we het in 1970 verschenen "McCartney" met goed fatsoen de start van Pauls solocarrière kunnen beschouwen. 




McCartney I en RAM zijn mijn favorieten
Die solocarrière van Paul McCartney zou tientallen albums en losse tracks voortbrengen, in de meest uiteenlopende genres: van mainstream pop tot klassiek, van ambient tot....de musical waar hij nu aan schrijft. Binnen dat oeuvre van tientallen albums heeft het nu jubilerende "McCartney" een speciale plek in mijn hart. Het is één van de albums die ik, naast opvolger RAM, het vaakst draai. Ik ben er nog steeds niet achter waar 'm dat nu precies in zit. Is het de charme van de eenvoud? De voor die tijd onconventionele manier waarop hij het album opnam? Zijn het de paar pareltjes van nummers die er op staan? Of speelt die prachtige hoes ook mee?


In het geheim opnemen
Paul McCartney werkte in krap drie maanden aan zijn soloalbum. In het geheim, rond de decenniumwisseling van 1969/1970. Voor de buitenwereld waren The Beatles nog niet officieel uit elkaar, maar binnen de inner circle wist iedereen wel hoe ver het was. Al in september 1969 had John Lennon aangegeven uit The Beatles te stappen, al werd hem gevraagd die beslissing nog even stil te houden. Het Beatlesalbum Abbey Road was opgenomen. Daarnaast werd door producers, arrangeurs en (incidenteel) door Paul, George en Ringo nog de losse muzikale eindjes voor het te verschijnen Let It Be aan elkaar geknoopt. McCartney zag Harrison en Starr nog begin januari 1970 in de EMI Studio's, onder andere voor de opname van I Me Mine, waarvan nog geen goede versie voor de elpee bestond. Ondertussen werkte Paul in die periode al, privé, aan zijn soloplaat.

Huisvlijt: Paul McCartney in actie


McCartney wilde onder de radar van Apple blijven
Daarvoor putte hij deels uit een voorraadje composities waar hij al jaren aan sleutelde. Een ander deel van het album bestond uit het improviserend componeren tijdens het opnameproces. Omdat Paul onder de radar van Apple en Allen Klein wilde blijven, liet hij in december 1969 een Studer Four Track taperecorder in zijn Londense woning aan Cavendish Avenue neerzetten. Hij gebruikte geen mengtafel, maar plugde zijn instrumenten en microfoons rechtstreeks in en gebruikte de VU-meters op de Studer om op te varen. In die tijd was hij de eerste gevestigde artiest die thuis, op zo'n basale manier aan een nieuw album werkte. En wat vormde deze werkwijze een enorm contrast met de manier waarop het rijk georchestreerde Abbey Road-album was opgenomen.




Drie locaties
Uiteindelijk werd "McCartney" op drie plekken opgenomen: bij Paul thuis, in de Morgan Studio's aan Willesden High Road (Noord-West Londen) en uiteindelijk ook bij EMI aan Abbey Road, in de laatste fase van het opnameproces, eind februari 1970. Onder de schuilnaam Billy Martin liet Paul of Linda de geboekte studiotijd vastleggen. "I think there's a big character in American baseball called Billy Martin, so that's where te name came from," las ik in een aangehaalde quote in het interessante boek "Lennon and McCartney together alone: a critical discography of their solo work" (John Blaney, 2007).

De Morgan Studios zoals ze er in latere
jaren bij lagen, Noord-West Londen.


Yorick van Norden doet prachtige research naar het album
Gisteren las ik op Facebook dat de Haarlemse singer-songwriter én groot McCartney-kenner Yorick van Norden vrijdagochtend contact heeft gehad met Robin Black. Black kwam in 1969 in dienst bij de Morgan Studios. In februari 1970 werkte hij als technicus in het geheim samen met Paul en Linda aan het album. Yorick interviewde deze Robin Black voor het boek over alle solo-releases van Paul McCartney waar hij al een tijd hard aan werkt. "Hoewel vijftig jaar een lange periode is, wist hij al mijn vragen te beantwoorden en toch een aantal mooie herinneringen met mij te delen. Ik heb tijdens de research voor mijn boek sowieso een aantal interessante ontdekkingen over het album gedaan welke nog niet eerder in boekvorm zijn gepubliceerd, maar daarover binnenkort meer," schrijft Yorick op Facebook. We kunnen natuurlijk niet wachten om méér over McCartney I te leren. De diepgravende research van Yorick is enorm waardevol en moet een indrukwekkend standaardwerk over Paul McCartney gaan opleveren.

Met Yorick van Norden tijdens de Fab4Cast thema-avond
rond The White Album in november 2018 (foto: Ramón Dorenbos)

Ruziën over releasedata
Nog even terug naar april 1970. Paul gebruikte de persaankondiging voor zijn album, op 9 april 1970 (met een embargo tot de 10e) om de wereld te laten weten dat hij niet van plan was nog platen met The Beatles op te nemen. Die aankondiging markeerde het officiële einde van The Beatles, al was de band feitelijk al maanden uit elkaar. Het waren onrustige weken. Vorige week had ik het er al over: de vier Beatles worstelden met de timing van alle releases die op stapel stonden (Let It Be, Sentimental Journey en McCartney I). Paul negeerde verzoeken om zijn eigen release op te schuiven en op 17 april lag zijn plaat in de schappen. Het artwork was opvallend en smaakvol. Op de albumhoes prijkte een foto die Linda McCartney maakte van een schaal, omringd door kersen, op een witte muur. Op de achterzijde was een liefdevol portret te zien van Paul die de jonge Mary in zijn jas warm houdt. Misschien is het wel de allermooiste albumcover uit de solocarrière van McCartney.




What you hear is what you get
Tenslotte is "McCartney" wat het is: what you see (hear) is what you get. Van het luchtige, incomplete openingsnummer The Lovely Linda (dat hij alleen maar opnam om zijn apparatuur te testen), via experimentele songs (Hot As Sun/Glasses, Kreen Akrore) naar de pareltjes die de ruggengraat van het album vormen: That Would Be Something, Every Night, Junk, Man We Was Lonely, Oo You, Maybe I'm Amazed (waarvan gisteravond de gerestaureerde jubileumclip door McCartney op YouTube werd gelanceerd!). In mijn McCartney top-10 allertijden vind je dan ook altijd Every Night, Junk en Maybe I'm Amazed terug. Steady.



Opnieuw beginnen
Met "McCartney" liet Paul in één van de meest moeilijke periodes van zijn leven zien dat hij bereid was helemaal opnieuw te beginnen. Een dappere stap na het gepolijste en rijk georkestreerde Abbey Road: klein, huiselijk, eenvoudig, geïmproviseerd, niet perfect, maar doorspekt met experimenteerdrift en veerkracht. Na een aantal zeer zware en depressieve weken in zijn boerderij in Schotland, na het uiteengaan van The Beatles, plugde McCartney tóch weer in. Misschien is dit jubilerende album na 50 jaar qua spirit wel actueler dan ooit. Laten we de scherven van de afgelopen weken bij elkaar vegen en voorzichtig nieuwe moed verzamelen. Ik ga "McCartney" direct weer opzetten.


Verder luisteren
Het McCartney-album (1970)
Podcast door Fab4Cast, 10 april 2020
Onder andere met een uitleg en geluidsfragmenten over hoe Paul de inspiratie vond voor het experimentele Kreen Akrore én een prachtige uitgeklede versie van Maybe I'm Amazed waarop de verschillende multitracks te horen zijn.