zaterdag 26 oktober 2019

"Als George Harrison me aankeek, vergat ik alles om me heen" - in gesprek met Margaret Price

We zitten nog steeds in Ye Cracke, de Liverpoolse pub waar John Lennon en Stuart Sutcliffe in hun studententijd menig biertje kwamen drinken. Er zijn oude verhalen van wilde taferelen. Van een dronken John Lennon die er, zwembewegingen makend, op zijn buik in een plas bier lag te spartelen. Ongetwijfeld zal hij daarbij de lachers op zijn hand hebben gehad: jong, uitdagend, vol bravoure, een leven vóór zich. Waar zou Lennon gelegen hebben, denk ik. Op de vloer of misschien wel op de kleine bar die zich links naast de ingang bevindt? Veel meer mogelijkheden zijn er niet. Al snel is mijn aandacht terug bij de dame die zich zojuist bij ons gezelschap gevoegd heeft en Mark Lewisohn een potloodtekening toeschuift.


Puzzelstukjes
Ze blijkt Margaret Price te heten en aan haar conversatie met Mark merk ik dat ze elkaar al wat langer kennen. 'Jullie moeten straks beslist even met Margaret praten,' zegt Mark tegen me. 'Margaret is één van de meisjes die The Beatles destijds als eersten in The Cavern volgden.' Dat klinkt interessant. Blijkbaar helpt Margaret Mark om nog een aantal puzzelstukjes in dat grote Beatlesverhaal op hun plek te leggen. Het gesprek gaat over Polythene Pam, die door John Lennon met een kort liedje in de grote Abbey Road-medley vereeuwigd werd.


Met Margaret Price in het Epstein Theatre, Liverpool


'Nee Mark, dat is Polythene Pam ook niet'
Voor zover we weten, baseerde Lennon zijn Polythene Pam op twee vrouwen die hij in zijn jonge jaren ontmoette. Eén van hen was vermoedelijk Pat Dawson (Hodgett), die tot de groep met vroegste Beatlesfans hoorde. Net als Margaret was ze één van deze Cavernites. Mark is nog steeds op zoek naar een foto van Pat. Haar gelaatstrekken staan in Margarets geheugen gegrift, dus deed ze voor Mark een poging om Pat in een potloodtekening te vatten. Het blijkt dat Mark Margaret regelmatig mailt met een foto. Steeds met de vraag: 'Is dít dan Polythene Pat?' E-mail na e-mail, foto na foto. Steeds is Margarets antwoord: 'Nee Mark, dat is Pat ook niet.' De tekening moet er voor zorgen dat de stroom e-mails ophoudt. Tenzij Mark natuurlijk écht denkt dat hij Pat gevonden heeft. 'Ik had ooit het telefoonnummer van haar dochter,' betrekt Margaret me in het gesprek. 'Maar ik heb nooit meer gebeld.' Zo kan een spoor dood lopen. Jaren verstrijken en mensen verdwijnen in het verleden.


284 stappen in 4 minuten
Wanneer Mark en Margaret zijn uitgepraat, krijgen we zelf de kans om wat uitgebreider met haar kennis te maken. Een jaar of 15 was ze destijds en iedereen noemde haar nog Maggie. Klein van stuk, schuchter en... tot over haar oren verliefd op George Harrison, die nét een paar jaar ouder was. Maggie was na haar middelbare school direct gaan werken, op het regiokantoor van warenhuisketen F.W. Woolworth. Haar lunchpauze begon om 12.00 uur en samen met haar vriendinnen was ze, exact 284 stappen en 4 minuten later bij The Cavern in Mathew Street. Ze lieten hun membership card zien, gooiden het benodigde entreegeld op de balie en snelden de trappen af. Er was geen tijd te verliezen: jassen en tassen op de voorste stoelen en snel naar de bar voor een kop thee en een broodje. Om 12.15 uur zouden The Beatles (nog met Pete Best in de gelederen) starten met spelen. Tot 13.15 uur. Daarna moesten Maggie en haar mede-Cavernites snel terug naar kantoor. Ongetwijfeld vol adrenaline, na het zien van hun favoriete band.



'Zonder The Beatles was er in Liverpool geen klap meer aan'
'We vonden alle Beatles knap, maar ik had iets speciaals met George,' vertelt Margaret. Zijn blik was zo bijzonder. Als hij me aankeek, vergat ik alles om me heen: 'He was very warm, he drew you in.' Of George wist dat ze gek op hem was... 'Ja, dat wist hij wel, hij kende me ook bij naam. Van de anderen wist ik dat niet zeker.' Margaret begon met George te corresponderen en ontving steeds trouw een reactie op haar brieven. 'Het was ontzettend saai toen The Beatles voor langere perioden naar Hamburg vertrokken,' vertelt ze. We hadden geen zin om naar andere bandjes te gaan kijken, we verveelden ons dood.' Dat liet Maggie George ook weten in haar brieven, die verder ook over het leven van alledag handelden: 'We schreven bijvoorbeeld wat er op televisie te zien was en dat er zonder hen in Liverpool gewoon geen klap aan was.'




George deelt het nieuws over het EMI-contract met Maggie
Uit de brief die George Maggie vanuit The Star Club in Hamburg stuurde, citeerde Mark Lewisohn een belangrijke passage die relevant was voor zijn geschiedschrijving over The Beatles. Terwijl ik dit verhaal schrijf, pak ik de Extended Edition van Tune In erbij, sla ik deel twee open en laat ik mijn vinger langs de letter P in de index glijden: Price, Margaret. Daar staat ze! Met verwijzingen naar pagina's 1192, 1452 en 1515. Vermoedelijk in mei 1962 schrijft George aan Maggie vanuit Hamburg: 'We are all very happy about Parlophone, as it is a big break for us. We will just have to work hard & proper for a hit with whatever we record. We don't yet know what the producer will want.' De passage slaat op het goede nieuws dat The Beatles in Hamburg van Brian Epstein ontvingen: hij had eindelijk een opnamecontract voor hen weten te regelen: op 6 juni 1962 in Londen. Uit de andere brieven uit Hamburg, laat George Maggie regelmatig weten dat het leven daar zat is en naar huis verlangt. 'Ben je morgenavond ook in het theater bij de lezing van Mark?' vraagt Margaret me. 'Dan zal ik de brieven meenemen.' Een veelbelovend aanbod.


In een plastic tas
Wanneer we de volgende avond de trappen van het Epstein Theatre beklommen hebben, zie ik Margaret boven al op de uitkijk staan. 'Ik heb de brieven bij me,' zegt ze, terwijl ze haar hand beschermend op haar schoudertas legt. 'Misschien kunnen we straks rustig verder praten.' Na de show nemen we gezamenlijk een taxi naar Hope Street, voor een nazit in de lobby van het hotel waar Mark Lewisohn verblijft. Wibo, Michiel en Jan Cees praten na met Mark, ik zit prima: op de bank naast Margaret.



De brieven komen op tafel
Haar tas gaat open en ze legt een aantal kopieën en een dik manuscript op tafel. 'De originele brieven moest ik verkopen toen ik in 1995 ging scheiden en het geld hard nodig had. Bovendien wilde ik dat ze beter geconserveerd zouden worden. Ze zaten al jaren in een plastic tas en ik zag ze langzaam maar zeker vergaan. Aan de hand van de kopieën en Margarets persoonlijke herinneringen schreef een bevriend auteur het manuscript van wat haar boek zou kunnen worden: 'Hij vulde mijn herinneringen aan met een goed verhaal over de context, zoals Mark dat ook zou doen.' Ik blader door de A4tjes en zie een heel goed geschreven verhaal.




Waardigheid en trots
Margaret vertelt hoe het was om The Beatles aan Londen en aan de wereld te moeten verliezen: 'Alles veranderde. In The Cavern werd het steeds drukker, wij verloren als vrienden van de band onze plekken aan de echte fans, en schoven zodoende steeds een stukje verder naar achter. Toen The Beatles naar Londen gingen, waren we boos op het stadsbestuur. Waarom had Liverpool geen goede opnamestudio's, waarom konden we The Beatles niet behouden? Waarom hadden wij als vrienden van de band zo enthousiast die eerste single Love Me Do aangeschaft? Hadden we The Beatles daar zelf te groot mee gemaakt?' Margaret ging verder met haar leven, net als de overige Cavernites: 'Die wereldberoemde Beatles waren voor ons niet meer de jongens naar wie we hier in een plaatselijke koffietent verlegen op een afstandje zaten te lachen en zwaaien. Het waren voor ons eens jongens die na hun avondoptredens, die ik ook bezocht, tegen me zeiden: "Zullen we je even thuisbrengen? Stap maar in." Zó was ons contact met hen. Wij waren geen fans, we waren destijds hun vrienden en we wilden niet achter ze aan rennen. Toen ze echt beroemd werden, heb ik ze niet meer gevolgd. Het was niet meer hetzelfde.' Ik luister vol aandacht en ben getuige van een prachtig stukje Liverpoolse waardigheid en trots.






Met een verjaardagstaart naar George
Eén van Margarets dierbaarste herinneringen aan George is zijn zachtheid: 'De moeder van Pat Hodgett had een Bed & Breakfast op Mount Pleasant, kon goed koken en bakken en was bereid een verjaardagstaart voor George te maken. Pat en ik namen op Georges verjaardag bus 74 naar zijn ouderlijk huis op Macketts Lane om hem die taart aan te bieden. Hoewel George zelf niet thuis was, lieten zijn ouders ons binnen. Ze verontschuldigden zich voor de nog kale wanden van de sociale nieuwbouwwoning waar ze nog maar kortgeleden ingetrokken waren. Het pleisterwerk moest nog drogen, er mocht nog niet behangen worden. Ons maakte dat niets uit. We mochten in Georges platenverzameling neuzen, waarin veel muziek van Carl Perkins zat. Toen ik de volgende dag in mijn middagpauze de trap van The Cavern afrende, stond George onderaan op me te wachten. Hij pakte mijn armen vast en bedankte me voor de taart. George was een aardige jongen. Ooit maakte hij wat aangeschoten een grapje tegen me, terwijl ik achter een groepje aanbidsters stond. Een paar dagen later had ik een brief van hem, waarin hij zich verontschuldigde: Je weet het Mag, ik had een drankje teveel op.'



Delen met de wereld
Aan het eind van de avond vraag ik Margaret of ze het manuscript met de brieven en haar herinneringen gaat uitgeven. 'Ik heb het destijds vooral opgeschreven voor mijn kinderen en kleinkinderen. Zou er verder iemand op mijn verhaal zitten te wachten?' antwoordt ze. 'Ik denk dat er zeker liefhebbers zijn om jouw boek te lezen. Misschien wel meer dan je denkt,' zeg ik haar. 'Bovendien heb je een prachtig manuscript klaarliggen.' 'Misschien moet ik er dan eens achteraan of ik nog wel de rechten heb, of moet verwerven, om uit die brieven te citeren,' aarzelt ze. 'Daar heb ik nooit echt werk van gemaakt.' We nemen afscheid en wisselen e-mailadressen uit. Ik neem me voor om Margaret af en toe te mailen om haar te blijven aansporen haar verhalen met de wereld te gaan delen.



zaterdag 19 oktober 2019

Bijzonder bezoek in Ye Cracke in Liverpool: de pub van John Lennon en Stuart Sutcliffe

Terwijl de regen met bakken uit de donkere hemel valt, zien we links van ons de grote Anglicaanse kathedraal opdoemen: prachtig verlicht, als een baken in één van de oudste buurten van Liverpool. Het is maandagavond 30 september en ik ben een amper een etmaal in de stad die de bakermat van The Beatles werd. Met de heren van Fab4Cast doorkruis ik in een paar dagen de buurten, straten en buitenwijken. We komen zelfs nog 40 kilometer ten noorden van Liverpool uit, voor een bijzonder bezoek.


John, Cyn en Stu
Dat bezoek, waarover jullie binnenkort meer kunnen horen in de podcast, hadden we er die donkere, regenachtige maandagavond net opzitten, toen we onze huurauto inleverden, snel wat aten en lopend koers zetten naar het Knowledge Quarter. Het is de wijk met het Liverpool Institute (nu omgedoopt tot LIPA), waar Paul McCartney en George Harrison destijds naar school gingen, de wijk met het Liverpool College of Art, waar John Lennon, zijn latere vrouw Cynthia Powell en Stuart Sutcliffe elkaar leerden kennen. Diverse studentenhuizen en pubs, die zich allemaal om ons heen bevinden, markeren de plekken waar deze tieners, je kon ze nog nauwelijks volwassenen noemen, hun weg zochten, maar ook zichzelf en elkaar zochten. Net onder de vleugels van het ouderlijk gezag vandaan, of af en toe...voor een paar uurtjes.

Een vroege foto van Cynthia en John
op het stoepje bij Ye Cracke (1958)


Mark Lewisohn is in town
Dan staan we voor de deur van Ye Cracke (spreek uit: The Crack), één van de oude kroegen in de buurt. Binnen brandt licht, we duwen de deur open, we worden verwacht. Onze druipende paraplu's en jassen vinden een plek op wat stoelen bij een radiator. De kroeg is leeg, met uitzondering van een kleine halfopen binnenruimte (The War Room), waar vrolijk geconverseerd wordt. Wanneer we om de hoek kijken, worden we hartelijk begroet door Mark Lewisohn. De aimabele Beatlesbibiograaf is twee dagen 'in town' en houdt audiëntie. Althans, zo ervaren wij dat toch een beetje. De bescheiden Lewisohn zal de laatste zijn die daar zo tegenaan kijkt. Wetend dat wij in Liverpool zouden zijn, mede om zijn lezing Hornsey Road te bezoeken, nodigde hij ons uit om naar Ye Cracke te komen. Samen met een aantal van zijn 'favourite Liverpool People'. Wij sloegen die uitnodiging niet af.

Mark Lewisohn was in Liverpool met zijn
theatercollege Hornsey Road over...Abbey Road

'This is Liverpool, Anne'
Tijdens zijn jarenlange onderzoek voor het eerste deel van de trilogie All These Years, sloot Mark zijn werkdagen in Liverpool meestal af in deze pub. Daar overkwam hem wat menig bezoeker aan de stad gebeurt: je hoeft maar vriendelijk naar een Liverpudlian te knikken en je krijgt een grap om je oren, een vraag wie je bent en waar je vandaan komt of zomaar een biertje aangeboden. 'Ik heb heel wat vaste bezoekers van Ye Cracke leren kennen, in al die weken dat ik hier zat,' vertelt Mark me, wanneer we ons met z'n allen verplaatsen naar een iets ruimere hoek waar we comfortabeler kunnen zitten. Ons gesprek wordt onderbroken doordat één van zijn vrienden het uitbrult van het lachen, om een grap die zojuist gemaakt is. Ik kijk Mark glimlachend aan. 'This is Liverpool, Anne' zegt hij trots. Het is ook een beetje zijn stad geworden.

Toen en nu:
fotomontage van John (rechts) en een vriend
voor Ye Cracke (1958)


The Dissenters: John, Stu, Bill en Rod
Aan de muur achter ons hangt een spiegel, waarin de namen van John Lennon, Stuart Sutcliffe, Bill Harry en Rod Murray staan gegraveerd. De plek waar we elkaar vanavond treffen, staat bol van de Beatleshistorie. Deze spiegel verwijst naar de vele momenten waarop vier jonge, artistieke jongens Ye Cracke betraden, op de vlucht voor de winterkou in hun studentenflats, op zoek naar wat gezelligheid en natuurlijk naar drank. The Dissenters noemden ze zich, wat zoveel betekent als 'de andersdenkenden' of de 'non-conformisten'. Samen spraken ze af dat ze Liverpool beroemd zouden maken. John als muzikant, Stuart en Rod als kunstenaars en Bill als schrijver. Hun jeugdige bravoure bevatte profetische elementen. Wij zitten hier vanavond niet voor niets. Mijn blik glijdt over hun namen. Stu overleed op 21-jarige leeftijd in Hamburg aan een hersenbloeding, John werd als amper 40-jarige muzikant in New York vermoord. Bill Harry, de oprichter van muziektijdschrift Mersey Beat, werd een gerennommeerd journalist en mediaman. Hij leeft nog en is de 80 inmiddels gepasseerd. Net als Rod Murray, die kunstenaar en docent werd. 

De herdenkingsspiegel in Ye Cracke
met Bill, John, Stu en Rod


De Lennon-acteur uit Backbeat en Quirinus uit Harry Potter
Ik realiseer me dat de spoeling dun aan het worden is. Met het verstrijken van de tijd neemt het aantal ooggetuigen van die bijzondere pre-Beatlesjaren in Liverpool af. Niet voor niets was het interviewen van veel sleutelfiguren en passanten voor Mark Lewisohn een race tegen de klok, de afgelopen jaren. En nog steeds. Vanavond is er even tijd voor ontspanning. 'Is dat niet die acteur uit Backbeat?' hoor ik Wibo tegen Michiel zeggen, wanneer een slanke vijftiger zich bij ons gezelschap aansluit. Op zijn vraag wordt bevestigend geantwoord. Ook Ian Hart, die destijds de rol van John Lennon in de rolprent over de beginperiode vertolkte, komt Mark vanavond even begroeten. Ik weet weinig van films, dus leer bij: Hart speelde ook de rol van Quirinus Quirrell (Krinkel) in de beroemde Harry Potter-reeks. Vanavond is hij gewoon een local. Doe maar normaal, daar houden we van in Liverpool.

Ian Hart in Backbeat....

....en in Harry Potter

Op zoek naar Polythene Pam
Opnieuw gaat de deur van de pub open en betreedt een wat ouder echtpaar de vloer. Verregend, bepakt en bezakt gooien ze hun reis van zich af en begroeten ze Mark hartelijk. 'We zijn net terug uit Cardiff, een korte vlucht hoor, maar ik ben wel moe,' zegt de vrouw tegen me. Ik schat haar begin zeventig en biedt haar mijn plek aan om bij Mark te zitten. Dat is niet nodig, 'I'm fine love,' vertrouwt ze me toe. Uit haar tas komt een opgevouwen A4tje, dat ze openmaakt en over tafel naar Mark schuift. We zien een eenvoudige potloodtekening van een meisjesgezicht. Sproeten, lang haar. De schets doet me een beetje aan Jane Asher denken. 'Mark, zó ziet Polythene Pam er ongeveer uit,' start de vrouw haar gesprek. 'Het is écht niet het meisje op de foto die jij me mailde,' vervolgt ze. 'Interesting,' zegt Mark en hij bestudeert de tekening beleefd. Hier ontrolt zich een nieuw verhaal. Ik besluit om mijn oren te spitsen.

zaterdag 12 oktober 2019

Double Fantasy: een bezoek aan de John & Yoko-expositie in het Museum of Liverpool

Het wordt altijd weer 9 oktober: de dag waarop John Lennon in 1940 ter wereld kwam, waarna hij in een kort leven van 40 jaar zijn stempel op diezelfde wereld drukte. Ook deze week gleden we weer langs die 9e oktober. 79 zou John geworden worden zijn, als.... Vorige week bezocht ik samen met het podcastteam van Fab4Cast de plek waar John en de andere Beatles werden geboren: Liverpool. We hadden een aantal mooie, interessante en bomvolle dagen. 'Een werkvakantie,' grapten we onderling. Van 's ochtends vroeg tot diep in de nacht doorkruisten we Liverpool, als een soort verhalenvangers. Over wat we allemaal precies deden, gaan jullie de komende weken en maanden van alles horen en lezen. Daarover verklap ik nog niet alles, maar in deze week die gekoppeld is aan Lennons geboortedatum, leek het me mooi en gepast om te schrijven over ons bezoek aan de expositie Double Fantasy in het Museum of Liverpool.




Hoog op het lijstje
Kijkend over het water van de Albert Dock kon ik in de verte het strakke witte museumgebouw in de zon zien liggen. Op de panorama-ramen las ik vanaf grote afstand de woorden 'Imagine Peace'. Het leverde een prachtig plaatje op, zo tussen de gerestaureerde pakhuizen in de haven. Die Albert Dock is sowieso een plaatje. Er is nog weinig dat bezoekers herinnert aan het ruige havengebied, de bomkraters en beschadigde panden die er waren toen John Lennon in oktober 1940 een paar kilometer verderop ter wereld kwam. 

Het witte gebouw van het Museum of Liverpool met de
woorden 'Imagine Peace', zichtbaar tussen de pakhuizen van de Albert Dock

De expositie is een enorm succes
Met de zon in ons gezicht wandelden we via Pier Head naar het Museum of Liverpool. De expositie, die er in mei 2018 door Yoko Ono en Sean Lennon geopend werd, trok zoveel bezoekers (afgelopen januari waren dat er al 300.000) dat hij inmiddels twee keer verlengd is. Double Fantasy stond ook hoog op ons lijstje en we waren blij dat we, nog net op tijd voor 3 november, konden genieten van het verhaal dat ons daar verteld werd. In een verklaring liet Yoko Ono, inmiddels 86 jaar oud, de afgelopen maanden weten hoe verheugd ze is dat de expositie zoveel waardering oogst: 

I am so happy that Double Fantasy is popular with visitors to the Museum of Liverpool, as I know John would be too. It means a lot to me that they are engaging with it emotionally, posting their tributes and wishes for peace.

Yoko en Sean bij de opening in mei 2018

Sereen wit
Double Fantasy focust zich op het kunstenaarschap en activisme van John en Yoko, de manier waarop zij elkaar in creatief opzicht aanvulden en de invloed die hun kunst en communicatie op de wereld had en heeft. Het Museum of Liverpool richtte de gehele eerste etage in met dat bijzondere verhaal van John en Yoko. In de enorme expositieruimte was alles sereen wit. Alle secties waren gemarkeerd met grote zwarte jaartallen op de wand. Zwart op wit, precies in de War Is Over-stijl die we van John en Yoko kennen. De tentoonstelling was chronologisch geordend. Langs de wanden kon je met de klok mee, rondlopen. In het midden van de ruimte stond een vitrine met daarin een bril van John en eentje van Yoko, die elkaar aankeken: een eenvoudige opstelling waarvan een enorme kracht uitging.

Jan Cees bij de brillen van John en Yoko

Breathe
Bij binnenkomst kregen we een visitekaartje uitgereikt waarop slechts het woord Breathe stond. Een teder gebaar, een uitnodiging om te ontspannen en je aandacht op de expositie te richten, om helemaal in het hier en nu te zijn. Staand op een kleine cirkel, konden we naar beelden kijken die fragmentarisch samenvatten waar John en Yoko vandaan kwamen, voordat hun paden elkaar kruisten: flitsen van een gebomdardeerd Engeland en Japan, flitsen van The Beatles die in Amerika een vliegtuigtrap afdalen. In fantastische geluidskwaliteit klonk overal om ons heen de instrumentale versie van Imagine. Dat was wel even een andere ervaring dan op je eigen geluidsinstallatie in je woonkamer.




De witte ladder uit de Indica Gallery
Na deze intense start, waarbij al je zintuigen werden opengezet, liepen we van sectie naar sectie. Indrukwekkend was de witte ladder, met daarnaast een hangend vergrootglas. Ineens stonden we naast de originele installatie die het begin van het artistieke contact tussen John en Yoko markeerde. In de Indica Gallery in Londen bezocht John in november 1966 Yoko's expositie, beklom hij de ladder en las hij door het vergrootglas het woordje YES op het plafond. Nog voor hij goed en wel samen met The Beatles aan de opnamen van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band begon, was daar ineens het contact met de vrouw die zijn zielsverwant zou worden.




Een kijkje in de ziel van John en Yoko
Met grote aandacht en interesse volgden we John en Yoko's tijdlijn, langs televisiebeelden, kleine kunstinstallaties en vitrines met persoonlijke bezittingen. We zagen Johns originele Mr Kite-poster: donker, broos en aangetast door de tand des tijds. We zagen John en Yoko's trouwkleding waarin ze in 1969 tijdens een flitsbezoek aan Gibraltar in het huwelijk traden, de gitaar waarop John Give Peace A Chance in de hotelkamer in Montréal opnam, handgeschreven songteksten van Instant Karma en vele andere nummers. Het voelde als een kijkje in de ziel van John en Yoko. In twee ingerichte mini-bioscopen daalde continu een selectie korte films die het stel maakte. Zittend aan een witte tafel met een nog witter schaakbord waanden Jan Cees, Wibo, Michiel en ik ons even John en Yoko in de film Imagine.

Michiel, Wibo en Jan Cees bij Mr. Kite



Het originele New York City-shirt
Via John en Yoko's verhuizing naar New York, hun activistische periode van begin jaren '70, belandden we in de sectie over Johns zogenaamde Lost Weekend, waar de handgeschreven songtekst van Whatever Gets You Through The Night the zien was. Ook het iconische witte New York City-shirt waarin John voor de lens van Bob Gruen poseerde was van zeer dichtbij in een vitrine te bekijken. De hereniging met Yoko en het hernieuwde gezinsgeluk, dat in oktober 1975 bezegeld werd met de geboorte van Sean, waren op filmopnamen uit het privéarchief te zien. De originele songteksten van Woman en Beautiful Boy hingen ernaast, veilig ingelijst uiteraard. Via de klanken van Johns Beautiful Boy, het nummer dat hij voor kleine Sean schreef, werden we naar The Last Walk geleid.




The Last Walk
In deze sectie konden we de volledige filmopname bekijken van de wandeling die John en Yoko nog op 26 november 1980 door Central Park maakten. We zagen het stel ontspannen genieten van de omgeving, rustig met elkaar converseren en af en toe stoppen om een fan van een handtekening te voorzien. Precies waar John als New Yorker zo van hield: geen Beatlemania, geen opdringerige mensen. Hij kon New Yorker zijn onder de New Yorkers. Bekijk een fragment van die beelden hieronder. Amper veertien dagen liep hij zijn noodlot tegemoet, terwijl hij op de late avond van 8 december voor zijn woning, even verderop werd doodgeschoten. In de expositie wordt deze dramatische gebeurtenis beknopt beschreven, waarbij Johns moordenaar geen naam en geen gezicht krijgt. Een terechte keuze, lijkt me. Voor de man die John Lennon van diens leven én die de wereld van John Lennon beroofde, was geen ruimte in deze expositie.




Indrukwekkende persverklaring
Als bezoekers konden we vervolgens in een gereconstrueerd Strawberry Fields-mozaiek stappen, het monument dat Yoko in Central Park ter nagedachtenis aan John liet vervaardigen. Aan de muur lazen we de indrukwekkende persverklaring die Yoko twee dagen na de moord deed uitgaan. Op een monitor zagen we beelden uit de Imagine-documentaire uit 1988 waarin Julian, Sean, Yoko en Cynthia zichtbaar geëmotioneerd vertelden over hoe het was om zonder John verder te moeten leven. Met een brok in mijn keel belandde ik weer in de beginsectie van de expositie, waar ik opnieuw de instrumentale versie van Imagine hoorde. Ik liep snel naar buiten, want het was me even teveel.




Baken van wereldvrede
Bij de uitgang lagen witte kaartjes waar we als bezoeker een wens mochten schrijven. Ons kaartje hingen we in één van de boompjes die er stonden. Meer dan 24.000 bezoekers gingen ons daarbij voor. Ik las dat al deze wenskaarten na afloop van de expositie naar Reykjavik worden vervoerd en een plek krijgen in de Imagine Peace Tower, een monument dat Yoko daar een aantal geleden voor John oprichtte. De lichtstralen die vanuit de toren naar de hemel schijnen, worden elk jaar op Johns verjaardag ontstoken en het licht dooft symbolisch op 8 december. Daarna schijnt het licht weer op 21 december (midwinter), op 18 februari (Yoko's verjaardag) en in de week rond 21 maart (bij het aanbreken van het voorjaar). Alle wensen en gedachten van ons als bezoekers van de expositie worden straks onderdeel van het monument dat een baken voor de wereldvrede moet zijn.





De Imagine Peace Tower


Toen ik met Jan Cees, Wibo en Michiel naar buiten liep, dacht ik: 'Verdorie, wat hebben deze twee getalenteerde, vrolijke, gekke, complexe en geïnspireerde kunstenaars elkaar en de wereld ontzettend veel gegeven en wat zijn ze vaak verkeerd begrepen. Wie deden ze eigenlijk kwaad? Waarom moest dat allemaal bruut eindigen met vier geweerschoten?' In gedachten verzonken liep ik de straat op. De waterige najaarszon die Liverpool bescheen, bracht geen troost. Even niet.

zaterdag 5 oktober 2019

Hoe John Lennon met Because iets groters maakte dan hij zelf kon bevatten

De concentratie, precisie en aandacht die The Beatles in de eerste week van augustus 1969 in het nummer Because legden, is bijna tastbaar voor mij. Nu we 50 jaar na dato weer diep in het Abbey Road-album duiken, komt de schoonheid van deze Lennon-compositie weer in volle glorie tot ons. Waar de meningen over een liedje als Maxwell's Silver Hammer nog wel eens variëren, heb ik nog nooit iemand gesproken die Because maar zo-zo vindt. Niet alleen voor mij, maar voor vele Beatlesliefhebbers is Because A-categorie, Eredivisie, Champions League. Een nummer waarmee The Beatles bewezen welke onvoorstelbare ontwikkeling zij in amper zeven jaren als 'recording artists' hadden doorgemaakt. Cum Laude geslaagd.


Klassiek koorgezang
Enkele dagen voor de beroemde zebrafoto op Abbey Road gemaakt werd, legden The Beatles de laatste hand aan hun album. Vrijwel alles stond op tape en moest hooguit nog wat verder aangevuld of gecompleteerd worden. In die laatste fase van het album waren het met name de orkestpartijen die op verschillende nummers nog ontbraken. Het allerlaatste nummer waar The Beatles nog aan begonnen was John Lennons Because, een trage, statige ballad, die haast meer wegluistert als een klassiek koorgezang dan als een regulier popnummer. Waar Bach al eeuwenlang vele luisteraars het gevoel geeft dat zij iets van ongekende schoonheid kunnen ervaren, zette John Lennon met Because de deur naar het onnoembare op een kier. 




Van augustus 1802 naar augustus 1969
Overigens was het niet Bach maar Beethoven die Lennon inspireerde tot het schrijven van Because. Het Adagio sostenuto uit Beethovens Pianosonate nummer 14, opus 27, nummer 2 (Mondscheinsonate), gespeeld door Yoko Ono, raakte de juiste creatieve snaar bij Lennon. Beethoven completeerde het stuk in 1802 en droeg het op aan zijn pupil Giuletta Guicciardi. Alsof het zo moest zijn, verscheen de eerste editie van de bladmuziek van het stuk op 2 augustus 1802 in Wenen. The Beatles werkten,op hun beurt, op 1, 4 en 5 augustus 1969 aan Because. 167 jaar later,  in diezelfde week, galmde de inspiratie van Beethoven in de Londense EMI-studio na.

De eerste editie van de bladmuziek van Beethovens
Mondscheinsonate, die op 2 augustus 1802 verscheen


Zonder Yoko was Because er waarschijnlijk niet geweest
Het verhaal dat Because het directe resultaat is van het achterwaarts (af)spelen van de Mondscheinsonate, is overigens een kleine mythe. Vermoedelijk vroeg John aan Yoko om de partij van de rechterhand niet van hoog naar laag, maar van laag naar hoog te spelen. Door verder te experimenteren en de noten in de rechterhand-partij eerst van laag naar hoog, en dan weer van hoog naar laag te spelen, ontstonden de contouren van het intro van Because. Ook legde Lennon dezelfde weg van het Cis-mineur naar het A-akkoord af, alleen nam hij daar iets meer tijd voor dan Beethoven deed. Het resultaat is een akkoordovergang, waarbij het hart van menig luisteraar overstroomt van ontroering. De Amerikaan Scott Freimann legt dat in onderstaand filmpje goed uit. Het is overigens mooi om je te realiseren dat de invloeden die Yoko uit haar wereld meebracht, voor John als een katalysator werkten om tot nieuwe kunst te komen. 





Observaties, gevoelens en woordspelingen
Die muzikale inspiratie vulde John Lennon aan met een even sterke als serene tekst, waarin hij observaties combineert met gevoelens. Zoals de zintuiglijke ervaringen volgens een strak stramien in de Japanse haiku geplaatst worden, zo gebruikte Lennon zijn eigen vorm waarin hij over oorzaak-gevolg schreef. Dat combineerde hij met, voor die tijd, populaire uitdrukkingen en een dubbele betekenissen die woorden kunnen hebben:

Because world is round, it turns me on
Because the wind is high, it blows my mind
Because the sky is blue, it makes me cry



Ringo moest het tempo vasthouden
Voor Because speelde George Martin uiteindelijk het door Lennon bedachte intro op een elektrisch clavecimbel dat in Studio Two stond. John dubbelde de melodie door mee te spelen op zijn gitaar. Dat vroeg om een zeer nauwkeurige timing om de melodieën synchroon te laten lopen op de trage statige maat van het nummer. George Martin zei daarover dat het hem behoorlijk wat moeite kostte om zijn partij heel strak te blijven spelen. Tijdens de sessie werd besloten om Ringo in te schakelen, die op zijn hi-hat strak de maat moest slaan. Met Ringo als baken op de hoofdtelefoons, legden Martin, Lennon en McCartney (op bas) op 1 augustus de basis voor Because.




Drie keer drie stemmen
Zowel het opnemen van de instrumenten als de zangpartijen kostte uren repeteren. Het driestemmige zangarrangement was een puzzel waar John, Paul en George, samen met George Martin de tijd voor namen. Uiteindelijk werd de driestemmige partij drie keer opgenomen, waardoor we als luisteraar een koor van negen stemmen horen. Het was uiteindelijk George Harrison die op dinsdag 5 augustus met zijn in Studio Three opgestelde Moog de korte etherische laatste overdubs aan Because toevoegde. 


Kippenvel
De uiteindelijke plek die Because op kant twee van Abbey Road kreeg, werd ongetwijfeld zorgvuldig gekozen. Als opmaat voor de lange medley, die start met You Never Give Me Your Money, eindigt Because met een vragend Ddim-akkoord, dat de oren van de luisteraar doet verlangen naar een oplossing. De bevrijding komt met de voorzichtige inzet van de Amineur7 waarmee You Never Give Me Your Money start. Waaróm dat fantastisch werkt, laat ik graag over aan muzikaal geschoolde Beatlesliefhebbers om uit te leggen. Dát het werkt, voel ik zelf, aan het kippenvel op mijn armen. Ik hoop dat Lennon dat destijds ook voelde en zich daarbij realiseerde dat hij iets groters had gemaakt dan hij zelf kon bevatten.


zaterdag 28 september 2019

Bij de jubileumuitgave van Abbey Road: wat maakt de plaat tot zo'n legendarisch en geliefd Beatlesalbum?

Hij is er! In diverse vormen en formaten: de jubileumuitgave van het Beatles-album Abbey Road. Zijn jullie naar de plaatselijke platenboer gerend? Heb je gebruik gemaakt van de bestelmogelijkheid van Beatlesfanclub.nl of staat Abbey Road nog op een 'geduldig lijstje' voor de feestdagen? Hoe dan ook, we mogen het vijftigjarig jubileum van het laatste studioalbum dat The Beatles opnamen, beslist een hoogtepunt in ons Beatlesjaar noemen. Eergisteravond vierden Paul, Ringo en hun families al een intiem feestje in Studio One en Studio Two aan Abbey Road. Het is ook wel een momentje hè, laten we eerlijk zijn!


Per post uit Alkmaar
Zelf verzamel ik niet standaard alle boxen en heruitgaven van The Beatles. Voor Abbey Road maak ik een uitzondering, omdat het album me dierbaar is. Mijn box arriveerde gistermiddag, per post uit Alkmaar, vanuit de winkel van Ron Bulters. In de aanloop naar de releasedatum dacht ik regelmatig na over de volgende vraag: wat maakt Abbey Road van The Beatles tot zo'n legendarisch en vooral geliefd album?




Abbey Road werd met technisch betere apparatuur opgenomen
Vier maanden voordat The Beatles in de EMI studio's echt serieus aan de slag gingen met de opnamen voor hun nieuwe album, kreeg de control room van Studio Two een enorme upgrade. Met de installatie van de solid state TG12345 MK1, kon er niet alleen op 8 sporen worden opgenomen, maar ging ook de algehele geluidskwaliteit van de opnamen omhoog. Daarmee klonk het Abbey Road-album initieel al veel beter en gepolijster dan de overige Beatlesalbums. Ik heb beslist geen verstand van geluidstechniek, maar op jonge leeftijd vond ik al dat Abbey Road zo mooi en diep klonk. Voor mij was de plaat anders dan de andere Beatlesalbums. Tegenwoordig begrijp ik dus een beetje waarom.

Een snelle snapshot van Lennon en McCartney bij de TG12345 MK1


De moog op Abbey Road deed het publiek de oren spitsen
Hoewel The Beatles tijdens hun bestaan als band vaak experimenteerden met nieuwe geluiden, grepen ze daarvoor altijd terug op instrumenten die het publiek nog enigszins herkenbaar voorkwamen. Misschien was de sitar, samen met een aantal andere Indiase instrumenten, daarbij nog wel de meest exotische keuze. Voor Abbey Road gingen The Beatles een stap verder. In november 1968 had George Harrison in Amerika kennisgemaakt met de pas uitgevonden Moog Synthesizer. Enthousiast als hij was, bestelde hij zijn eigen exemplaar, dat in februari 1969 in Engeland geleverd werd. Harrison experimenteerde dat voorjaar met de moog, waarvan zijn album Electronic Sound het resultaat was. In juli liet George het enorme apparaat in de EMI-studio installeren. We vinden de geluiden van de moog synthesizer op Abbey Road terug op Maxwell's Silver Hammer, Here Comes The Sun, Because en I Want You (She's So Heavy). De moog gaf het album een sound die met geen enkel ander Beatlesalbum te vergelijken was en die al een doorkijkje naar de jaren '70 bood.

Grote belangstelling voor de moog synthesizer in de EMI Studio's


De hoes was prachtig en werd iconisch
Toen fotograaf Iain MacMillan op vrijdagochtend 8 augustus 1969 zijn keukentrap midden op Abbey Road plaatste en The Beatles een aantal keren de zebra over liet steken, had hij niet kunnen vermoeden hoe iconisch de foto werd die uiteindelijk voor de hoes gebruikt zou worden. De foto, perfect in zijn eenvoud, zou één van de meest geïmiteerde albumhoezen ter wereld worden. Hij verbond The Beatles met de plek waar ze hun creativiteit vastlegden en plaatste hen op een herkenbare (en goed te bereiken) plek in Londen. De rust en het ritme in het tafereel, de symboliek, het kleurgebruik....alles klopte toen MacMillan op die zomerochtend afdrukte. Vaak geïmiteerd, nooit geëvenaard.




De medley (of: de suite) was een nieuw fenomeen voor The Beatles
Op kant B van Abbey Road vinden we zowel de grote medley als het drieluik Golden Slumbers - Carry That Weight - The End waarmee het album wordt afgesloten. Hoewel The Beatles op eerdere albums wel eens nummers in elkaar over lieten lopen of combineerden (Kansas City/Hey-Hey-Hey-Hey of Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band/With A Little Help From My Friends) hadden ze zich nog nooit gewaagd aan een langere reeks van songs waarmee praktisch een hele albumzijde gevuld werd. Omdat The Beatles verschillende thema's en melodieën terug lieten komen, vormde Abbey Road muzikaal eigenlijk een sterkere eenheid dan Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, dat de naam en faam als "het concept-album" van The Beatles verwierf.




Abbey Road was George Harrisons finest hour
Het is eigenlijk een prachtige gedachte dat we 'laatbloeier' George Harrison (bij het uitkomen van Abbey Road was hij namelijk al 26 jaar, haha) als songschrijver nog net horen pieken. Met Something en Here Comes The Sun leverde hij twee ontroerende en ijzersterke nummers voor het album aan. Welbeschouwd had er nog veel meer Harrison-werk in gezeten, maar meer ruimte kreeg George niet. De nummers die afvielen, waaronder All Things Must Pass, horen we ruim een jaar later terug op het gelijknamige driedubbelalbum waarmee George op de proppen kwam. Zijn bijdragen voor Abbey Road waren voor George Harrison echter de kroon op zijn werk als Beatle. Gelukkig maar, nog net op tijd. Voor mij als luisteraar zijn het die Harrison-nummers die Abbey Road dat gouden randje als "allermooiste Beatlesalbum" geven. Zo zal ieder zijn eigen reden hebben om van Abbey Road te houden. Wat is de jouwe? Ik wens je in ieder geval heel veel luister- en kijkplezier met de jubileumuitgave. Abbey Road Forever!

zaterdag 21 september 2019

Paul McCartneys onbegrepen Maxwell's Silver Hammer

John Lennon vond het een vreselijk nummer, Ringo Starr herinnert zich de opnamesessies als "the worst ever" en ook George Harrison begreep niet wat Paul McCartney bezielde. Natuurlijk heb ik het over Maxwell's Silver Hammer, de derde track van het alom bejubelde Abbey Road-album. Is Maxwell nu echt zo slecht, een oppervlakkig en kinderachtig liedje, of kijken we na 50 jaar anders terug op de compositie en het arrangement, als Maxwell's hamer binnenkort in de remix uit onze speakers knalt?




Maxwell's Silver Hammer is een typisch McCartney-nummer
Niemand anders dan Paul McCartney had een nummer als Maxwell's Silver Hammer kunnen schrijven. Misschien alleen Ringo Starr, die vanwege zijn beperkte compositorische kwaliteiten al snel aan de wat eenvoudigere Beatlesnummers gekoppeld wordt. Als zanger van andermans werk (Yellow Submarine, With A Little Help From My Friends) of als (mede)componist van nummers als Don't Pass Me By en Octopus's Garden. Hoe dan ook, Paul McCartney stond garant voor de avonturen van Maxwell, waarmee hij al een behoorlijke tijd onder de arm liep, voordat deze op een album belandden, alle protesten van de overige Beatles ten spijt.


Maxwell als metafoor voor moeilijkheden
Zittend in de ashram in Rishikesh, bedacht McCartney begin 1968 al het eerste couplet van Maxwell. De wat banale tekst over een jongen die overal toeslaat met zijn hamer, stond in schril contrast met de spirituele omgeving waar Paul zich in die periode met de overige Beatles bevond. Wie schrijft over een moordlustige Maxwell, terwijl hij zijn dagen mediterend met een goeroe aan de Ganghes doorbrengt? Toch vertelde McCartney in de jaren '90 aan Barry Miles (Many Years From Now) dat hij wel degelijk iets had bedoeld met die hamer van Maxwell, die overal opduikt. Zo zou hij zich in die periode meer en meer bewust zijn geworden dat hij in zijn leven onverwacht narigheid op zijn pad kon treffen. De hamer van Maxwell kon altijd toeslaan.


De antipathie van John, George en Ringo
Afgeleid door het eenvoudige akkoordenschema, het hoge meezinggehalte van het refrein en McCartney's niet aflatende inspanningen om het nummer goed ingestudeerd en opgenomen te krijgen, ontwikkelden Lennon, Harrison en Starr en enorme antipathie tegen Maxwell en zijn zilveren hamer. Dat Paul zijn inspiratie kreeg van de avantgardistische toneelschrijver Alfred Jarry, van wie hij het woord pataphysical overnam, weerhield zelfs John Lennon er niet van het nummer als McCartney's zoveelste poging tot Granny music af te doen. In de opnieuw opgedoken tape waarop The Beatles op 8 september 1969 vergaderend te horen zouden zijn, opperde John dat Paul dit soort nummers niet meer voor The Beatles moest aandragen, maar beter aan artiesten als Mary Hopkin kon weggeven.

Tijdens de Get Back-sessies is Mal Evans met hamer en aambeeld in de weer


Maxwell kwam niet op The White Album en Let It Be
Hoe dan ook, Maxwell kon eind 1968 niet meer meegenomen worden op The White Album, tegen de tijd dat McCartney in oktober 1968 al zijn coupletten gecompleteerd had. Dus trok Paul zijn sprookje weer uit de kast tijdens de Get Back-sessies in januari 1969. In de nog uit te komen Let It Be-film, die ons volgend jaar een beter beeld moet gaan geven van die periode, zien we hopelijk een aantal pogingen van McCartney terug om Maxwell bij de overige Beatles tussen de oren te krijgen. Ook toen verdween Maxwell weer op de plank. Samen met de rest van de veelal incomplete opnamen, waaruit ruim een jaar later het album Let It Be nog werd samengesteld.


John Lennon haakte helemaal af
In juli 1969, toen de Abbey Road-sessies stevig op stoom kwamen, trok de vasthoudende McCartney zijn Maxwell er weer aan de haren bij. Op 9 juli, toen John en Yoko net weer zo'n beetje gearriveerd waren vanuit Schotland, startte Paul de repetities voor Maxwell weer op. Terwijl Yoko, nog herstellend van het Schotse auto-ongeluk, liggend op haar studiobed toekeek, leidde Paul de overige Beatles door eindeloze pogingen om zijn nummer in een goede basisversie op tape te krijgen. Na 16 takes voor de basistrack, de nodige gitaaroverdubs en het toevoegen van een aantal moog-geluiden, was Maxwell uiteindelijk op 6 augustus compleet en was McCartney tevreden. John Lennon haakte af en is op de Abbey Road-versie totaal niet meer te horen. Het is ook de vraag wie op het aambeeld slaat. Ringo Starr of Mal Evans? Laatstgenoemde was wat sterker en zodoende fysiek beter in staat de hamer te hanteren. Volgens Mark Lewisohn is het uiteindelijk toch Ringo Starr die we op Abbey Road terughoren.

De handgeschreven tekst van McCartney


Rose and Valerie screaming from the galery
Wat mij betreft misstaat Maxwell niet op Abbey Road. De kracht van Beatlesalbums zat hem ook in de enorme afwisseling in nummers. Met name op hun latere albums weten The Fab Four de oren van de luisteraar praktische elke 5 minuten op een andere golflengte te benaderen. Met Maxwell wilde McCartney zijn luisteraars een levensles leren, maar maakte hij misschien de fout die boodschap te banaal te verpakken. Daarbij verloor de inhoud het van de vorm, omdat Paul er uiteindelijk geen persoonlijk verhaal van wilde (of kon) maken. Ook dramde McCartney tijdens de sessies wellicht te hard door. Als we dan kijken naar het resultaat, kun je zeggen dat na het intense tweeluik van Come Together en Something waarmee Abbey Road opent, Maxwell wat lucht tussen de elpeegroeven blaast. Mede door de moog-sounds en de beeldende tekst heb ik niet zo'n probleem het nummer te waarderen. Ook vind ik metrum, midden- en eindrijm van zinnen als Rose and Valerie, screaming from the galery, Maxwell must be free vermakelijk en prima te pruimen. Binnen The Beatles was er altijd ruimte voor mafheid, humor en satire. Wie weet even wat minder in die laatste maanden. Maxwell doet ons misschien wel inzien dat elk album in zijn geheel vaak meer is dan de som der delen.


zaterdag 14 september 2019

De opgedoken tape: draaiden Maxwell's Silver Hammer en Cold Turkey The Beatles uiteindelijk de nek om?

In de aanloop naar de jubileumrelease van het album Abbey Road, wordt er steeds meer duidelijk over de laatste weken waarin The Beatles als band bestonden. We beschikten al over de nodige puzzelstukjes, maar langzaam komt er meer lijn in het verhaal en de manier waarop gebeurtenissen elkaar in september 1969, terwijl Abbey Road geperst werd, beïnvloedden.


Het nieuws is geen echt nieuws
Deze week publiceerde The Guardian een interview met Beatles-autoriteit Mark Lewisohn. Daarin stond de cassette centraal waarop John, Paul en George hun vergadering over een mogelijke opvolger voor Abbey Road vastlegden. Dat deden ze voor Ringo, die in het ziekenhuis lag. Het bestaan van de opname, zo blijkt nu uit allerlei bronnen, zou al sinds 1976 bekend zijn. In twee publicaties wordt over de tape geschreven: in The Beatles Forever van Nicholas Shaffner en in One Day At A Time van Anthony Fawcett. Jullie konden er deze week al een Facebook-post van Fab4Cast over lezen.




Maxwell kon volgens Lennon wel naar Mary Hopkin
Zelf wist ik sinds eind maart dit jaar van het bestaan van deze tape, toen ik aanwezig was bij het interview dat Gijs Groenteman met Mark Lewisohn had. Lewisohn was in Amsterdam vanwege het jubilieum van Lennons Bed In in het Hilton Hotel en trad die week diverse malen op. Nieuw voor mij zijn de datering van de cassette (8 september 1969), de reden van Ringo's afwezigheid (ziekenhuis) en de inhoud van een aantal gesprekken die tijdens de betreffende vergadering zijn gevoerd. Zo zou John Lennon nog eens duidelijk hebben laten merken dat hij McCartney-nummers als Maxwell's Silver Hammer echt niet meer op een eventueel volgend Beatlesalbum wilde hebben. Die mopjes kon Paul beter weggeven aan iemand als Mary Hopkin. McCartney verdedigde Maxwell en haalde op zijn beurt uit naar Harrison, door te zeggen dat hij diens nummers tot aan het album Abbey Road niet zo sterk had gevonden. Daarop schoot George in de verdediging door te zeggen dat dát een kwestie van smaak was en dat het publiek zijn liedjes juist wel kon waarderen. De mannen konden elkaar de waarheid zeggen, maar dat zorgde in september 1969 eerder voor verwijdering dan voor verbinding.


8, 12 en 20 september 1969 waren cruciale data
Het zijn de details in het opgenomen gesprek die ons misschien een beter begrip geven van de vergadering die The Beatles twaalf dagen later hielden. Op 20 september kwam de band, opnieuw incompleet, bijeen. George Harrison was afwezig en John Lennon opperde om van Cold Turkey de eerstvolgende Beatlessingle te maken. McCartney, ongetwijfeld in zijn wiek geschoten door de kritiek op Maxwell's Silver Hammer, ging daar niet mee akkoord. Dat zou het moment zijn geweest waarop John Lennon de zin 'I Want a Divorce' uitsprak. In werkelijkheid zou Lennon op 12 september al hebben besloten de groep te verlaten, dat nieuws gedeeld hebben met zaakwaarnemer Allen Klein, maar op verzoek van laatstgenoemde zijn besluit nog even stilgehouden hebben. En zo kwam het dat John Lennon Maxwell's Silver Hammer als gezamenlijk band-product afkamde en dat Paul McCartney Cold Turkey niet zag zitten als een Beatles-release. Je zou kunnen zeggen dat het gebrek aan waardering voor elkaar verschillen, die sterk door beide nummers gesymboliseerd worden, uiteindelijk de basis onder een vervolg van het Abbey Road-album, wegsloegen.

We kunnen het verleden niet veranderen, alleen maar steeds beter proberen te begrijpen. Het recente 'nieuws' leek me daarom een goede aanleiding om de komende twee weken juist die twee sleutelnummers centraal te zetten!


Ging Cold Turkey over heroïne of een slecht gevallen kerstdiner?
Volgens Peter Brown ging Cold Turkey over het afkicken van heroïne, terwijl Fred Seaman ooit vertelde dat het nummer over voedselvergiftiging na het eten van de restjes van het kerstdiner ging. Althans, zo zou John Lennon hem hebben toevertrouwd. In het laatste geval vond Lennon dat een minder cool verhaal en bedacht hij later de heroïnevariant. Beide persoonlijke assistenten schreven over hun avonturen met The Beatles, maar werden in het algemeen niet als een bijzonder betrouwbare bron beschouwd. Hoe dan ook, waar het Cold Turkey betreft, kan het bijna niet anders dat John Lennon schreef over hoe het gebruik van harddrugs zijn lichamelijke gesteldheid beïnvloedde.




Drie demo's van Cold Turkey
Terwijl het album Abbey Road werd geperst en gedistribueerd, met 26 september als beoogde verschijningsdatum, legde John zijn ideeën voor Cold Turkey in een aantal demo's op akoestische gitaar vast. Eén van die premature versies kwam in 2004 terecht op het album Lennon Acoustic. We horen daarbij al een aanzet tot de zo herkenbare gitaarlick, die als rode draad door de coupletten van Cold Turkey loopt [video]:



De deur wagenwijd open
Uiteindelijk had Lennon drie versies van Cold Turkey. Op één daarvan is Yoko te horen, in het gedeelte waarop John letterlijk zijn Cold Turkey uitschreeuwt. Met die demo's onder de arm meldde John zich bij de overige Beatles, met het idee er de eerstvolgende single van te maken. Dat voorstel werd dus afgewezen door Paul McCartney. Voor John Lennon werd het definitief tijd om zijn eigen weg te gaan.


Halsoverkop naar Toronto
Op 13 september 1969 liet hij het publiek voor het eerst kennismaken met Cold Turkey. Na een telefoontje van festivalpromotors John Brower en Kenny Walker, met het verzoek om op te komen treden tijdens het Toronto Rock and Roll Revival Festival, kwam John Lennon razendsnel in actie. Een modus die zo kenmerkend voor hem was: snel enthousiast (maar ook snel verveeld). Voor het rockconcert in Toronto verzamelde Lennon in allerijl een aantal muzikanten. Samen met Eric Clapton, Alan White en Klaus Voormann reisden John en Yoko binnen 24 uur af naar Canada. Repeteren kon deze Plastic Ono Band wel onderweg, in het vliegtuig. Ook werd, na aankomst in Toronto, backstage nog even een en ander doorgenomen.

Op weg naar Toronto: Klaus Voormann, John Lennon, Eric Clapton


Doodziek op het podium
Cold Turkey stond met zeven andere nummers op de setlist, die vanzelfsprekend met een praktische insteek was samengesteld. Yer Blues kende Clapton nog van het Rock 'n' Roll Circus-project, Give Peace A Chance was niet onoverkomelijk moeilijk en krakers als Dizzy Miss Lizzy, Money (That's What I Want) en Blue Suede Shoes konden voor de vuist weg gespeeld worden. Yoko leverde haar bijdrage met Don't Worry Kyoko. Lennon vertelde journalist Jann Wenner later dat hij doodziek op het podium stond en letterlijk een Cold Turkey-achtige ervaring had. Hij las de tekst van een vel papier, dat Yoko onder zijn neus hield en legde het publiek uit dat hij het nummer nog nooit live had gespeeld. Het resultaat is een wat lauwe versie, waarin nog de snijdende gitaarlick ontreekt, die later op de single wel werd gespeeld. We zien Lennon zo'n beetje in zijn Abbey Road zebrapad-look in hevig zwetend op het podium staan [video]:




Trefzekere revanche in New York
Meer vuur én lijn zit er in de liveversie die John op 30 augustus 1972 in Madison Square Garden, New York, speelde. Opnieuw op uitnodiging, deze keer van vriend Geraldo Rivera, trad John die dag twee keer op tijdens het One on One-benefietconcert voor de Willowbrook State School. Met zijn inmiddels geformeerde Elephants Memory Band, die hem in de studio bijstond voor het album Some Time in New York City, speelde John een vrij trefzekere versie van Cold Turkey. Het was een enerverende tijd voor Lennon, die er zijn eerste jaar in zijn nieuwe woonplaats op had zitten. Samen met Yoko stond hij in contact met de activistische underground-scène en liet hij zich regelmatig strikken om voor allerlei goede doelen op te komen draven. [video]




Bevrijding van The Beatles
De versie van Cold Turkey die we allemaal het beste kennen, had tegen die tijd al op heel wat draaitafels gelegen. Ondanks 26 pogingen het nummer op 25 september 1969 in de EMI Studio's goed op de band te krijgen, startte John op 28 september in Trident opnieuw. Op beide dagen fungeerden Eric Clapton, Klaus Voormann en Ringo Starr als Lennons backing band. John voegde op 5 oktober nog extra vocalen en gitaarspel toe. Op respectievelijk 20 oktober (Verenigde Staten) en 24 oktober (Engeland) lag Cold Turkey in de schappen. Het nummer bereikte in Engeland de 14e positie in de hitlijst, maar zakte daarna snel weg, tot ontevredenheid van Lennon. Cold Turkey kon als single niet wedijveren met het succes van het pas verschenen Abbey Road, maar was voor John Lennon het gebaar waarmee hij zich van The Beatles wilde bevrijden. Cold Turkey was een volgende stap in zijn eigen creatieve proces.