zaterdag 16 juni 2018

Op pad in Hamburg, deel 1: Mach Schau!

Aunt Mimi moest wel even tot tien tellen toen John Lennon haar in de zomer van 1960 vertelde dat hij met The Beatles naar Hamburg zou gaan. Ze sputterde wat tegen over een City of Sin, maar besefte al snel dat niets haar 19-jarige neef tegen kon houden om af te reizen naar de Noord-Duitse havenstad. Liever had ze hem zijn diploma zien halen, maar John was vastbesloten. In Hamburg kon hij avond aan avond optreden met zijn band, voor een prima salaris. Dus vertrok hij op dinsdag 16 augustus 1960. Samen met Paul McCartney, George Harrison, Stuart Sutcliffe en Pete Best; de vijf oer-Beatles, aangevuld met een gezelschap rond hun manager Allan Williams.

De bus van The Beatles wordt op de boot naar Hoek van Holland getakeld

Oostwaarts, in de voetsporen van The Fab Four
Met tien man in een busje, via Hoek van Holland, Arnhem en zo de Duitse grens over naar het noorden. Bijna 58 jaar later zaten wij er denk ik heel wat comfortabeler bij, afgelopen week in de internationale trein. Toen de deuren open schoven en ik vanaf het perron in Deventer wilde instappen, stond Jan Cees ter Brugge me op het balkon al met een brede glimlach op te wachten. Ik kon me bij hem, Michiel Tjepkema en Wibo Dijksma voegen in zo'n knusse coupé zoals we die kennen uit de Beatlesfilm A Hard Day's Night. Zo gleden we Deventer uit, oostwaarts, in de voetsporen van The Beatles. Op dat moment konden we nog niet vermoeden hoe onvoorstelbaar dicht we in die voetsporen zouden treden.



Dezelfde sokken
Ik ben er klaar voor, grapte ik, terwijl ik op mijn Yellow Submarine-sokken wees, die nog net boven de rand van mijn sneakers te zien waren. Het leek me alvast een leuke link naar het concert van Ringo Starr dat we zondagavond in Hamburg zouden bezoeken. Met een grote glimlach schoven Michiel en Wibo direct hun broekspijpen omhoog om mij hún submarine-sokken te tonen. Met onze golflengte zat het dus wel goed dit weekend. Dat concert van Ringo was voor ons een mooie aanleiding om samen naar Hamburg te gaan, maar er was natuurlijk ook een ander doel: rondkijken in de stad waar The Beatles als piepjonge jongens, af en aan, tussen 1960 en 1962, de eerste stappen in hun carrière zetten. Met wisselend succes, onder erbarmelijke omstandigheden.

George Harrison in het slaaphok van de Bambi Kino


Op zoek naar de verhalen
Dat rondlopen in het decor waar The Beatles speelden en woonden, stelde ons in staat om, elk op onze eigen manier, een reconstructie te maken van een rommelige periode uit de Beatlesgeschiedenis. Al podcastend en bloggend waren we van plan het verhaal te reconstrueren. Voor onszelf, maar ook voor iedereen die altijd zo enthousiast meeluistert en -leest. Je kunt er natuurlijk de boeken op naslaan, maar iets gaat pas leven, als je het met eigen ogen gezien hebt. Het stelt je in staat de verhalen levensecht te vertellen. Dat wilden we denk ik alle vier. Hamburg werd zodoende een nieuw hoofdstuk, voor de heren van de Fab4Cast en voor mij als blogger.


Naar de beruchte Reeperbahn
De thermometer tikte de 30 graden aan en de stad sloot zich als een warme deken om ons heen, toen we naar het hotel liepen. Onze avond bestond uit een maaltijd op een terras, een ijsje in de stad en vele gesprekken over The Beatles. Het perfecte opwarmertje voor het zondagse programma. De zondag was namelijk bestemd voor St. Pauli, de wijk waar het zich begin jaren '60 allemaal afspeelde. Na het ophalen van wat podcast-herinneringen in het hotel (de heren hebben er inmiddels 99 uitzendingen op zitten), stapten we zondagochtend dan ook in de metro, op weg naar de beruchte Reeperbahn: het startpunt van onze ontdekkingstocht. 




Het silhouet van Stuart Sutcliffe stond apart
Wat een andere wereld, vergeleken met het gebied rondom Hamburg Hauptbahnhof.... De Reeperbahn is een vrij drukke, brede weg, die als een rommelig lint door de wijk St. Pauli ligt. Op de hoek met de Grosse Freiheit stonden we ineens op Beatles Platz. Een pleintje dat als monument is ingericht en zodoende de entree markeert van de straat waar The Beatles 58 jaar geleden met hun busje in reden. Vijf figuren van staal stonden ons op te wachten. Ze vormen de silhouetten van John Lennon, Paul McCartney, George Harrison, Stuart Sutcliffe en....Pete Best of Ringo Starr. Doordat de figuren geen gezichten hebben, kun je als bezoeker zowel Pete (de eerste drummer) als Ringo (die later aansloot) in de sculpturen zien. Slim opgelost! Wat me opviel was het beeld van Stuart. Het stond een beetje meer naar rechts, duidelijk los van de groep. Daarmee symboliseert het waarschijnlijk de eigen weg die Sutcliffe uiteindelijk in Hamburg koos. En zijn dood wellicht. De tragedie die daar in schuil ging, raakte me wel.

Panoramafoto van de kruising Reeperbahn - Grosse Freit met rechts
Jan Cees en Wibo en de silhouetten van het Beatlesmonument.
Het silhouet van Stuart Sutcliffe staat uiterst rechts.

Kapot glaswerk, etensresten en de geur van urine
De Reeperbanhn en de Grosse Freiheit zijn ronduit aftandse, vieze, ja zelfs smerige straten. Vergane glorie. Waarschijnlijk precies zoals het er 58 jaar geleden al was. Dus of die glorie er ooit voelbaar is geweest....? Ik weet het niet. Op deze zondagochtend was de sfeer van de zaterdagavond nog voelbaar. Overal lege flessen, kapot glaswerk, etensresten, uitwerpselen, de geur van urine... De locals nipten aan hun eerste kop koffie, staand bij de vele barretjes, die net hun deuren weer hadden geopend. In hun ogen zag ik vooral het harde leven dat dit deel van de stad kenmerkt. Leven om te overleven. Lennon was destijds 19, McCartney net 18 en Harrison 17. Liverpool was ook een ruige stad, maar wat zullen deze jongens in de vroege ochtend van 17 augustus 1960 hun ogen uitgekeken hebben toen hun bus de straat inreed. Ook toen waren de sporen van de voorgaande nacht ongetwijfeld nog overal zichtbaar. 

Achter ons ligt de Grosse Freiheit. De plek waar The Beatles op 17 augustus 1960 arriveerden.

Een plek om te slapen
De Indra Club, op nummer 64 was uiteraard nog gesloten toen de band arriveerde. Al snel werd er iemand gevonden die de jongens binnen kon laten. Doodmoe lieten ze zich in een aantal stoelen zakken om eerst een paar uur te slapen. Diezelfde avond stonden The Beatles er al op het podium. Een goede plek om te verblijven was er niet, maar via via belandden ze een stukje verderop, om de hoek in de Bambi Kino. Een kleine bioscoop, waar zich achter het doek een kamertje bevond, waar de mannen wel konden slapen. Zo liepen wij ook van de Indra Club, waar ook wij voor gesloten hekken stonden, naar die Bambi Kino. Een oud pand, inmiddels verscholen achter behoorlijk wat begroeiing, op nummer 33 in de Paul Roosen Strasse.



We konden de deur van de voormalige Bambi Kino open duwen...
We stonden voor een garagedeur, waarop nog een Bambi-hertje geschilderd staat. Het waren trouwens geen Walt Disney-films, die hier vertoond werden. Dat mag duidelijk zijn. Een bordje naast de voordeur verwijst nog naar The Beatles. Zachtjes duwden we tegen de voordeur. Hij bleek open te zijn. We konden het pand in en ontdekten ergens de ruimte waar vermoedelijk het bioscoopje was en The Beatles die eerste nachten moeten hebben geslapen. Hoe dat precies ging en hoe het er nu uitziet, horen jullie eind juni in de podcast. In deze koude en vieze ruimte stonden destijds twee stapelbedden waar de jongens onder een paar Engelse vlaggen (!) konden slapen. Het was er ijs- en ijskoud, herinnerde Lennon zich later. De groep sliep pal naast de stinkende toiletten, werd de volgende dag wakker van het geluid van de bioscoop en kon slechts wat koud water uit de wc's gebruiken om zich op te frissen. Daar stonden wij nu, midden in dat stuk Beatlesgeschiedenis.

In het pand, gluren door de brievenbus van de grootste,
naastgelegen ruimte. Vermoedelijk de filmzaal met de
achtergelegen ruimte waar The Beatles mochten slapen.


Een primitief podium van planken en bierkisten
Dagelijks legden The Beatles de korte afstand tussen de Bambi Kino en de Indra Club af. Elke avond moest er gespeeld worden, tot diep in de nacht.




17 augustus 1960: The Beatles tijdens hun eerste optreden in de Indra Club.
vlnr: John, George, Pete, Paul en Stuart.

Van de Indra naar de Kaiserkeller
De Indra Club ging uiteindelijk dicht vanwege te veel geluidsoverlast en The Beatles konden het ergens anders ook wel beter krijgen. Op 4 oktober 1960 klom de groep een trede op de ladder en werden de gitaren een stukje verderop, in de Kaiserkeller, in de versterkers geplugd. We stonden er met een paar stappen: een wat grotere club, uiteraard ook gesloten op deze zondagochtend, waar aan de gevel nog een kopie van het oude contract dat The Beatles met de club sloten, te zien was. Ook hier ging het moordende speelschema door. Avond na avond, tot diep in de nacht moest de band het uiterste uit zichzelf halen, terwijl eigenaar Bruno Koschmider regelmatig naar het podium liep en Mach Schau!!! Mach Schau!!! schreeuwde. Daarmee daagde hij The Beatles uit tot steeds gekkere performances, waaraan een boel lol te beleven was voor het ruige zeemanspubliek dat de Keller frequenteerde. Het podium waarop de muzikanten stonden bestond uit planken die op een aantal bierkisten rustten. Primitiever kon het niet.




In de Top Ten Club was alles beter
Eind oktober verruilden The Beatles de Kaiserkeller voor de Top Ten Club van Peter Eckhorn, om de hoek aan de Reeperbahn 136. De groep kon er meer geld verdienen, over een betere installatie spelen en iets comfortabeler slapen in de ruimte boven de club.

Een fantastische actiefoto van McCartney en Lennon in de Top Ten Club

Verraad
Bruno Koschmider voelde zich verraden door zijn Engelse artiesten en strafte de contractbreuk af door George Harrison bij de politie aan te geven. Harrison was nog maar 17 en had geen werkvergunning. Hij moest zodoende direct het land uit en werd op 21 november 1960 op de trein naar Engeland gezet. Paul McCartney en Pete Best liepen een paar dagen later naar de Bambi Kino om hun laatste spullen te verzamelen en staken een condoom aan om wat licht in de duisternis te maken. Dat resulteerde in een brandje. Dat brandje was overigens een prima actie om wraak te nemen op hun baas. Het tweetal werd er voor opgepakt en in de cel van het Davidwache Politiebureau gegooid. Een plek waar we ook langs liepen.



Allemaal het land uit, Stuart bleef achter bij Astrid
Ook Paul en Pete werden het land uitgezet en zaten al snel op de trein richting Liverpool. John volgde enkele dagen later en Stuart, die zich niet fit voelde, bleef achter bij zijn kersverse vriendin Astrid Kirchherr, om een beetje op te knappen. In januari 1961 vloog hij met van de familie Kirchherr geleend geld terug naar Liverpool om zich bij zijn maten te voegen.

Stuart in 1960, gefotografeerd door Astrid Kirchherr

De zondag had nog veel voor ons in petto
Daarmee eindigde het eerste avontuur van The Beatles in Hamburg. Dat geldt op dit punt in het verhaal zeker niet voor ons Hamburgse avontuur. De zondag had nog heel wat prachtigs voor ons in petto. Gebeurtenissen die onze eigen verwachtingen zouden overtreffen.

Daarover vertel ik jullie graag volgende week meer!

zaterdag 9 juni 2018

Ringo onder de rook van Assen en: op naar Hamburg!

Tegen de tijd dat jullie deze blog lezen, ben ik (bijna) onderweg. Op een bijzondere missie. Toch wel ja. Dit weekend breng ik een bezoek aan Hamburg. Een stad die natuurlijk sterk verbonden is met The Beatles. De aanleiding om juist nu naar de Noord-Duitse stad te gaan, is best een aardige. Ringo Starr is er zondag namelijk ook. Niet dat we afgesproken hebben, maar hij geeft er een concert. Met welke gevoelens zal hij, op de plek die hem mede muzikaal gevormd heeft, het podium beklimmen?




Aantrekkelijk alternatief
Een paar maanden geleden kondigde Ringo aan dat hij met zijn (volgens mij) eeuwig durende All Starr-tournee ook Europa weer eens aan zou doen. Daarbij werd ook duidelijk dat hij één van de acts van het bluesfestival in Grolloo zou worden. Een ex-Beatle die even komt optreden onder de rook van Assen. Het klinkt bijna onwaarschijnlijk, maar het is toch echt zo. Even kriebelde het. Ik hoefde maar in de auto te stappen, een stukje te rijden en kon ook deze Beatle gewoon nog eens in het echt zien. Maar ja, ik ben geen uitgesproken bluesfan, ik ben niet zo gek op drukbezochte festivals en.... ik vermoedde dat Ringo een kortere, aangepaste festival-set zou spelen. Van veel mensen kan ik me goed voorstellen dat ze gaan. Zijn jullie geweest gisteravond? Hoe was het? Toen er voor mij een heel aantrekkelijk alternatief opdook, was ik verkocht om Ringo's concert op een andere plek te bezoeken.

1961: Ringo en George in Hamburg.
Nog niet in dezelfde band, maar al wel grote vrienden.


Een korte trip in goed gezelschap
Ringo doet namelijk dit weekend ook Hamburg aan. Verder reizen, maar wel een plek waar een behoorlijk stuk Beatlesgeschiedenis valt te ontdekken. Zeker voor mij, want ik ben er nog nooit geweest. Samen met de heren van de Fab4Cast werd een plannetje gesmeed om juist daar het concert van Ringo te bezoeken en er een sightseeing trip van te maken. Want er zijn natuurlijk wel wat plekken te bekijken waar The Beatles in het prille begin van hun carrière woonden en muziek maakten. Best fijn om die plaatsen ook echt eens gezien te hebben, om het verhaal in mijn hoofd verder compleet te maken. Hamburg leek me zodoende een prima locatie om wat schrijfinspiratie op te doen. En dan ook nog eens in goed gezelschap. Dat goede gezelschap heeft ook een missie, maar dat merken jullie nog wel. 

Jan Cees, Wibo en Michiel van de Fab4Cast hebben ook een bijzondere missie in Hamburg.

Hoe vertel je de verhalen?
Het Beatlestoerisme wordt wereldwijd steeds groter. Hoewel Hamburg aanvankelijk niet overdreven koketteerde met zijn Beatlesverleden, valt er tegenwoordig wel wat te beleven. Zo zijn er her en der wel wat gidsen die zich aanbieden om met jou door de stad te lopen en het verhaal van The Beatles in Hamburg te vertellen. Daarbij richt de één zich wat meer op inhoud, de ander wat meer op beleving, zoals dat tegenwoordig heet. In die laatste categorie valt deze innemende dame, die best op een leuke en creatieve manier met groepen op pad gaat. Met verhalen en met haar ukulele:



Zijn er eigenlijk wel echt goede Beatlesreisgidsen voor Hamburg?
Het is een beetje informatief en vooral gezellig, denk ik. Maar wij Beatlesfans zijn veeleisend en ik denk dat we met deze tour toch een beetje te veel boven de materie blijven hangen. We zijn immers van die nerds die alles willen horen en weten. ;-) Dus opperde Wibo van de Fab4Cast dat hij wel een programmaatje in elkaar wilde draaien waarbij we precies 'the essentials' gaan bekijken. Op eigen gelegenheid. Een fijn aanbod, waar ik graag gebruik van maak. De afgelopen tijd heb ik op internet, ter voorbereiding, nog wel naar een goed reisgidsje gezocht. Wat ik vond, leek wat verouderd en niet per se heel aantrekkelijk. Beter kan ik me nog even goed inlezen met het doorwrochte Tune In van Mark Lewisohn. Gelukkig valt de Hamburg-periode in deel 1, dat al verschenen is. 

Piepjonge jongens in Hamburg

De grote liefde tussen Stuart en Astrid
Ik zit er eigenlijk helemaal niet goed in, in die Hamburg-periode van The Beatles. Hoe vaak waren ze er nu precies? Waar speelden ze? Waar woonden ze? Wel weet ik dat deze episode uit hun bandbestaan heel vormend was voor hun muzikaliteit, hun onderlinge band en de bijzondere vriendschap die ze sloten met het Duitse Drietal (Klaus Voormann, Astrid Kirchherr en Jürgen Vollmer). Mensen die een een grote stempel hebben gedrukt op de levens van de vier Beatles. En ook was er natuurlijk de grote liefde die groeide tussen oer-Beatle Stuart Sutcliffe en Astrid Kirchherr. Een even prachtig als tragisch verhaal, waar ik graag nog eens in wil duiken maar dat me bij voorbaat al kippenvel geeft. Dat gebeurde allemaal inmiddels bijna 60 jaar geleden in Hamburg.

Stuart Sutcliffe en Astrid Kirchherr

Even in die nis staan...
Wat ik het liefst wil zien in Hamburg? De clubs waar The Beatles speelden én de plek waar Jürgen Vollmerr de legendarische foto van John Lennon begin jaren '60 maakte. Een foto die Lennon vele jaren later gebruikte voor de hoes van zijn Rock 'n' Roll-album. Dat verscheen in 1975, mijn geboortejaar. Hamburg lag toen al vele jaren achter Lennon. The Beatles ook. Voor mij opent het hoofdstuk Hamburg zich juist dit weekend. Misschien kan ik zelf wel heel even in die nis gaan staan...






zaterdag 2 juni 2018

Hoe Paul McCartney met That Means A Lot zijn eigen Ticket To Ride probeerde te schrijven (en faalde)

Mislukten er ook wel eens composities van Lennon en McCartney? Het antwoord daarop is even kort als duidelijk: ja. Toch vermoed ik dat dat percentage laag is en dat de heren geen 'veelschrijvers' waren, waarbij ze ook veel weggooiden. Meestal was het wel goed en raak en haalde het overgrote deel dat uit hun pen rolde de albums wel. Althans, als doorgewinterde Beatlesvolgers kennen we nu ook weer niet zo heel veel liedjes die in de prullenbak belandden of doorgeschoven werden naar anderen.




Iets goeds en pakkends
Deze week duik ik eens in zo'n nummer waarbij The Beatles het simpelweg niet voor elkaar kregen 'het te laten werken'. Gewoon als hart onder de riem voor iedereen die ook liedjes schrijft. Ook Lennon en McCartney faalden wel eens. In dit geval McCartney in zijn poging om van het nummer That Means A Lot iets goeds en pakkends te maken. Daarvoor gaan we terug naar het jaar 1965 en in het bijzonder de periode waarin de groep werkte aan het album Help!


McCartney probeerde Lennon te kopiëren
In februari van dat jaar zaten The Beatles in de EMI-studio's om nummers op te nemen bij de soundtrack van hun tweede bioscoopfilm Help! Op de 15e van die maand was daar een heel geslaagde sessie uitgerold, waarbij John Lennons Ticket To Ride werd vastgelegd. Een interessante compositie, die een nog interessanter arrangement kreeg. Mooi aan de samenwerking tussen Lennon en McCartney was het feit dat de twee elkaar enorm konden uitdagen en inspireren. Kort gezegd: Paul McCartney wilde ook wel een soort Ticket To Ride schrijven en kwam met That Means A Lot op de proppen. Een nummer met dezelfde feel, hetzelfde tempo en ook wat ongewone harmonische wisselingen. Althans, dat had McCartney geprobeerd....




Buiten de melodische comfortzone
Op 20 februari deden The Beatles een eerste poging om That Means A Lot op te nemen. Op zoek naar een soort bombastisch, groot geluid, zoals bij Ticket To Ride, verzandden ze met deze nieuwe poging in een van echo vergeven, slordige versie van Pauls nummer. In de vele takes slaagde de band er ook niet in om alles helemaal zuiver te zingen. Misschien kwam dat wel door de bijzondere melodische wendingen die McCartney bedacht, ook in een poging Lennon daarin te kopiëren. Het was buiten zijn eigen melodische comfortzone als componist. Ook al weet je niet precies wat er gebeurt, je hoort en voelt als luisteraar haarfijn aan dat het minder goed klopt.




Paul achter de piano
Als iets niet lukt, helpt het vaak om het even weg te leggen. Dat deden The Beatles ook. That Means A Lot ging na een stuk of twintig takes de ijskast in en kwam daar eind maart 1965 weer uit. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Maar het werd niet meer wat met de drie takes die op die datum nog werden opgenomen. Paul nam daarvoor opnieuw plaats achter de piano. Er zijn uiteindelijk langzame en snellere versies van het nummer bekend. The Beatles experimenteerden nog wat maar, zoals John Lennon ooit in een interview zei:

We found out we just couldn't sing it. 
In fact, we made a hash of it, 
so we thought we'd better give it to someone who could do it well.



Toch nog in de hitparade
En dus kreeg That Means A Lot een nieuwe kans. Brian Epstein besloot het nummer door te schuiven aan P.J. Proby, één van de andere acts uit zijn managementportefeuille. Lukte het Proby er, met hulp van George Martin als arrangeur, nog iets van te maken? Oordeel zelf. That Means A Lot behaalde uiteindelijk nog de 24ste plaats in de hitparade, waarschijnlijk mede omdat het officieel als Lennon-McCartney-compositie de wereld in ging. Maar wel eentje die in de ogen van datzelfde duo een tikkie mislukt was.



zaterdag 26 mei 2018

Wanderlust: de bijzondere locaties waar Paul McCartney zijn albums opnam

Je hoort het wel vaker. Artiesten en bands reizen, op zoek naar inspiratie, af naar een ver of bijzonder oord om daar hun nieuwe album te schrijven en op te nemen. Schilders, schrijvers, musici....blijkbaar doet een 'change of scenery' wonderen voor het creatieve proces. De andere geuren en kleuren inspireren hen bij het maken van iets nieuws. Onlangs spraken Jan Cees, Michiel en Wibo in een uitzending van de Fab4Cast over de rusteloze aard van Paul McCartney. Daarmee zetten ze me aan het denken. Het klopt. Na het uiteengaan van The Beatles was Paul in de jaren '70 regelmatig op bijzondere locaties te vinden om zijn albums op te nemen. Daarmee sleepte hij zijn gezin de hele wereld over. Waar vinden we de McCartneys in die periode allemaal terug?

1973: Lagos, Nigeria

McCartney: gewoon thuis in Londen
Voor zijn eerste soloalbum, simpelweg McCartney getiteld, zocht Paul het juist heel dicht bij huis. Je zou kunnen zeggen dat hij aan de basis begon. In het diepste geheim werkte hij in zijn woning, om de hoek bij Abbey Road, met een eenvoudige viersporenrecorder aan zijn nieuwe album. Later gebruikte hij de Morgan Studio's, gelegen in Noordwest-Londen en de bekende EMI studio's aan Abbey Road om nog wat additionele opnamen te maken. Onder de schuilnaam Billy Martin, want hij wilde zijn soloproject zo lang mogelijk onder de radar houden.

Rond de jaarwisseling van '69/'70: thuis aan het werk


RAM: New York
De succesvolle opvolger, het inventieve en energieke RAM-album, werd voornamelijk in New York opgenomen. In oktober 1970 vlogen Paul en Linda en hun jonge dochters Heather en Mary naar The Big Apple. Daar nodigde McCartney een aantal studiomuzikanten in een schimmige loods uit om zogenaamd auditie te komen doen voor het inspelen van een jingle. Al snel kwamen Dave Spinozza (die later vervangen werd door Hugh McCracken) en drummer Denny Seiwell erachter dat ze mee zouden spelen op de nieuwe plaat van de ex-Beatle. 

New York: tijdens de sessies voor RAM


Band On The Run: op avontuur in Nigeria
Voor Wild Life en Red Rose Speedway koos Paul weer voor een aantal studio's in en rond zijn woonplaats Londen. Blijkbaar was de hang naar avontuur nog niet verdwenen, want in de zomer van 1973 voeg Paul een lijst op van alle EMI-studio's die er wereldwijd te vinden waren. Waar zullen we eens neerstrijken voor de nieuwe plaat, moet hij gedacht hebben. Zoekend in de lijst bleef zijn vinger steken bij Lagos in Nigeria. Dat klonk als een mooie exotische locatie die garant stond voor een ontspannen mix van opnemen en genieten van de mooie omgeving. Het pakte iets anders uit. Kort voor vertrek stapten twee van zijn toenmalige Wings-leden op en reisden Paul en Linda alleen af met Denny Laine, het bandlid dat de McCartneys gedurende de hele jaren '70 trouw zou blijven. De studio's bleken uiterst primitief en de omgeving niet al te veilig. Nigeria werd een spannend avontuur, maar de trip leverde wel één van de meest succesvolle albums uit Pauls carrière op: Band On The Run. In de [video] kun je meer zien over de totstandkoming van dat album:




Venus and Mars: van Nashville en Los Angeles naar New Orleans
Kort daarop woonden de McCartneys een tijdje in Nashville, op zoek naar nieuwe inspiratie. Deze periode zorgde voor een opmaat naar het volgende succesvolle album, Venus and Mars, dat in Londen, New Orleans en Los Angeles werd opgenomen. In deze periode was het McCartney gelukt zijn vriendschap met John Lennon weer nieuw leven in te blazen. Er zou zelfs sprake zijn van een muzikale reünie in New Orleans, maar zo ver kwam het net niet. In ieder geval inspireerde het verblijf in de VS Paul tot het maken van een gevarieerde en energieke plaat.

Op zoek naar inspiratie in Nashville


London Town: op een jacht in de Caraïben
Nadat Wings het album At The Speed Of Sound weer in de oude vertrouwde Abbey Road Studio's opnam, reisde de band in mei 1978 af naar de Virgin Islands om op een jacht (!) te werken aan het volgende album. Op de Fair Carol werd een geïmproviseerde opnamestudio ingericht. Ook hier ging het opnameproces niet van een leien dakje. Drummer Joe English en gitarist Jimmy McCulloch verlieten de band uiteindelijk. Ook moesten de sessies stilgelegd worden omdat Linda in alle rust moest kunnen bevallen van zoon James. In november maakten de McCartneys de plaat, met Denny Laine, in Londen af. Eind maart 1978 lag Londen Town (what's in a name) in de schappen. De plaat die eigenlijk Water Wings, zou hebben geheten. Maar tegen die tijd was Paul alweer klaar met zijn nautische avontuur. In deze [video] zien we Paul, jaren later, in gesprek met zijn dochter Mary. Daarbij komen hele leuke sfeerbeelden langs van de periode waarin het gezin op het jacht verbleef:




Back To The Egg: een middeleeuws kasteel in Kent
In september 1978 selecteerde Paul opnieuw een bijzondere locatie om op te gaan nemen. Na wat voobereidend werk in Schotland werd de mobiele EMI-apparatuur neergezet in Lympne Castle in Kent. Het kasteel, waarvan de oudste bebouwing uit de 11e eeuw dateert, werd het decor voor de plaat Back To The Egg. Met drummer Steve Holley en extra gitarist Laurence Juber in de gelederen, zag het laatste Wings-album het levenslicht. Aanvullende opnamen werden in Londen gemaakt. Wie het leuk vindt om te horen hoe deze plaat tot stand kwam, kan hier genieten van deel 1 en deel 2 van dat McCartney-avontuur.

Paul in 1978 bij Lympne Castle


Einde aan een idylle
Gedurende zijn carrière zou Paul vaker gebruik maken van bijzondere opnamelocaties, waaronder de AIR Studio's die producer George Martin op het tropische eiland Montserrat bouwde. Een plek waar ook The Police, The Rolling Stones, Dire Straits en Duran Duran neerstreken om muziek op te nemen. Helaas maakte orkaan Hugo in 1989 een einde aan die idylle. Het was ongetwijfeld de mooiste plek waar Paul ooit opnam. Vreemd genoeg horen we de exotische sferen niet terug op de albums Tug of War en Pipes of Peace die daar grotendeels werden vastgelegd. Het één heeft dan blijkbaar niet altijd iets met het ander te maken. Mijn vraag aan jullie: op welke McCartney-nummers horen of voelen jullie de sfeer van de plek waar ze opgenomen zijn?



zaterdag 19 mei 2018

No Reply: hoe een afgewezen demo veranderde in de openingstrack van Beatles For Sale

Het Beatlesnummer dat ik zelf het allervaakst mompel, neurie of zing is No Reply. Vraag me niet waarom. Waarschijnlijk heeft het te maken met de eenvoudige melodie in combinatie met mijn beperkte zangcapaciteiten. En omdat ik dan zelf even zo'n nasaal stemmetje op zet, waarmee ik probeer een John Lennon'tje te doen. Want er is bijna geen nummer waarop John Lennon zó klinkt als John Lennon. Op No Reply is hij bijna een karikatuur van zichzelf. Voor je het weet, ga je alweer:

This happened once before
When I came to your door
No reply

John Lennon tijdens de Beatles For Sale-sessies in september 1964


No Reply was bedoeld voor Tommy Quickly
John Lennon schreef het grootste deel van No Reply op vakantie. In mei 1964 verbleef hij met Cynthia, George Harrison en Pattie Boyd op Tahiti. De andere twee Beatles zaten met hun vrouwen op de Virgin Islands. Blijkbaar zorgde het zonnige, tropische oord bij Lennon voor inspiratie. Hij componeerde een mid-tempo nummer, met bossa nova-ritme, dat hij aanvankelijk door Tommy Quickly wilde laten opnemen. Deze Liverpoolse zanger uit de stal van Brian Epstein zou uiteindelijk alleen de Lennon/McCartney-compositie Tip Of My Tongue op de plaat zetten. No Reply werd een Beatlesnummer.




Lennon leende weer eens van zichzelf
Blijkbaar vond John het lastig om altijd even origineel te zijn. We weten dat hij nogal gevoelig was voor het plagiëren van anderen én van zichzelf. Het overkwam hem waarschijnlijk keer op keer. Op No Reply leende hij voor de passage I saw the light, I saw the light iets van zichzelf. Wie luistert naar het begin van When I Get Home, hoort dáár namelijk Woh-oh-who I, een melodielijn die vrijwel identiek is aan wat Lennon later voor No Reply zou inzingen. Het kan trouwens niet missen: When I Get Home werd op 2 juni 1964 opgenomen. Een dag later speelde John met Paul en George (Ringo lag in het ziekenhuis) de demo voor No Reply voor Tommy Quickly in. Lennon was deze dagen duidelijk met dat ene zanglijntje bezig, dat hij bewust of onbewust in twee nummers verwerkte.




Een liedje uit 1957 zorgde voor inspiratie
Voor de tekst van No Reply moet John zich haast ook hebben laten inspireren. Zou hij in 1957 op Menlove Avenue bij Aunt Mimi het volgende Doo Wop-nummer op de transistorradio gehoord hebben? [filmpje]

Ah ah ah ah ah
Ah ah ah ah ah
Took a walk and passed your house late last night
All the shades were pulled and drawn way down tight
From within, the dim light cast two silhouettes on the shade
Oh what a lovely couple they made
(Silhouettes - The Rays)



Zet dat maar eens naast:

This happened once before
When I came to your door
No reply
They said it wasn't you
But I saw you peep through your window
I saw the light, I saw the light
I know that you saw me
'Cause I looked up to see your face
(No Reply - The Beatles)


Moordend schema
Het duurde nog tot 30 september voordat No Reply op band werd gezet. De agenda van The Beatles stond stampvol. In juni reisde het viertal af naar Denemarken voor een concert in Kopenhagen, waarna ze via hun triomftocht door de Amsterdamse grachten koers zetten naar Hong Kong, Australië en Nieuw-Zeeland. Ook in juli en augustus van dat jaar stonden er radio- en televisieoptredens in Zweden en Engeland op het programma, waarna er ook nog getourd werd in Amerika en Canada. In het najaar van 1964 probeerden The Beatles een moordend schema van opnemen én optreden vol te houden. Op woensdagavond 30 september zetten de heren in acht takes No Reply uiteindelijk op tape. In deze [video] horen we een aantal fragmenten van die sessie:




Onvervuld verlangen
No Reply mag dan wel een mid tempo-nummer zijn; het heeft een enorme kracht en het houdt de luisteraar geboeid. Van de eerste zangstrofe, die ons direct de song intrekt, de dubbel opgenomen solovocalen van Lennon, het gebruik van echo, via de originele akkoordenwisselingen in de bridge, het ritme dat daar wisselt, de de handclaps, naar de samenzang op het eind en het allesbeslissende slotakkoord, de Cadd9. En dat alles in 2 minuten en 15 seconden. Een song vol hoop, die eindigt in onvervuld verlangen. Wanneer de klank wegsterft, realiseer je je dat er inderdaad geen antwoord is en ook nooit zal komen, zoals Ian MacDonald het zo mooi omschrijft in zijn fascinerende boek Revolution In The Head




De hele dag zingen
Uiteindelijk werd No Reply de openingstrack van het album Beatles For Sale. De plaat waarvoor The Beatles zo weinig materiaal en nog minder opnametijd hadden, dat álles dat voorhanden was, gebruikt moest worden. Zo ook de door Tommy Quickly afgewezen demo. Wie het album op de verschijningsdatum 4 december 1964 kocht en de naald op de plaat zette, hoorde John Lennon zijn befaamde openingszin zingen: This happened once before... En ja hoor, hij zit weer in mijn hoofd en ik zal 'm de hele dag zingen. Jullie ook? ;-)





zaterdag 12 mei 2018

George Harrison en zijn liefde voor de ukulele

De laatste tijd probeer ik regelmatig ukulele te spelen. Ik kocht er eentje bij de firma Reichenbach in de Deventer Nieuwstraat. En dan niet zo'n plastic wegwerp-ding maar echt een mooie sopraan-ukulele. Al snel ontdekte ik het vrolijke, zonnige geluid van dit mini-instrument. Je slaat een paar akkoorden aan en in gedachten hoor je de zee, voel je de wind door je haren en waan je je in een tropisch oord. Hoewel ik zelf nog maar een paar grepen kan, probeer ik er steeds beter in te worden. In ieder geval heeft het instrument mijn hart gestolen. Datzelfde gebeurde jaren geleden bij George Harrison. Hoewel we hem vooral kennen met een mooie Gretsch- of Rickenbacker-gitaar om zijn nek, was het de ukulele die hem als instrument echt dierbaar werd.



George raakte verzot op de liedjes van George Formby
Is het nu ukulele of ukelele? Je schijnt het op beide manieren te mogen schrijven, al is ukulele het oorspronkelijke woord, afkomstig uit het Hawaïaans, waarin het 'springende vlo' betekent. De jonge George Harrison raakte betoverd door de klanken van de ukulele toen hij de Engelse komiek George Formby ontdekte. Formby, wiens wieg in Wigan stond (zo'n dertig kilometer van Liverpool) was een held voor de Engelse working class, zeker voor de bewoners uit het Noord-Westen van Engeland. De acteur-komiek, die een banjulele (een kruising tussen een banjo en ukelele) bespeelde, trad vaak op in Liverpool. Zijn platen vonden ook hun weg in het huishouden van de familie Harrison. In een interview vertelde George Harrison:

All those George Formby songs were always in the back of me life. They were either being played in the background of my mother was singing them when I was three or four.



Hoe moet dat geklonken hebben bij de Harrisons thuis?
Liedjes die bij de Harrisons op de draaitafel lagen waren onder andere de Chinese Laundry Blues, en We've Been A Long Time Gone. De kinderen smulden vaak van de licht dubbelzinnige teksten. Hoe klonk deze George Formby? [video]



Het is goed mogelijk dat George zijn idool ooit live zag
We weten niet zeker of George zijn held in Liverpool ooit live op het podium zag, maar het is heel goed mogelijk, als je bedenkt dat Forby in 1948-9 in de Kerstvakantie optrad in het Empire Theater aan Lime Street en met zijn banjulele de hoofdrol vertolke in Cinderella. Oudste zus Louise noemde dat het bezoeken van deze kerstshows een jaarlijks uitje van de Harrisons was. We weten wel dat John Lennon de voorstelling bezocht en trouwens later ook ukulele leerde spelen. Net als Paul McCartney. Ook George schafte trouwens een banjulele aan, zoals zijn grote voorbeeld Formby die had.



Waar was de ukulele in de Beatlesperiode?
Vreemd genoeg zien of hoorden we George tijdens zijn jaren bij The Beatles nauwelijks op of over de ukulele. Pas later in zijn carrière greep hij steeds vaker terug op het instrument. Tijdens een interview voor het Anthology-project, de officiële documentaire die de destijds overgebleven Beatles over hun carrière lieten maken, zien we George in de tuin van zijn landgoed Friar Park herinneringen ophalen met Paul en Ringo. Zittend bij een bankje jamt hij samen met Paul op een ukulele. Zowel in het begin van het filmpje als vanaf [15:26] waarin toch een soort hernieuwde vanzelfsprekendheid uit het altijd wat lastige contact tussen Paul en George zichtbaar is: 



George had de rol wel willen spelen
Aan het eind van het allerlaatste Beatlesnummer Free As A Bird, horen we George het legendarische When I'm Cleaning Windows van George Formby spelen. In de clip zien we daarbij een acteur op de rug. George had bij het samenstellen van de videoclip aangegeven daar zelf wel "anoniem" te willen staan. Dat idee werd afgekeurd door de regisseur en Harrison drong niet verder aan. Het was een beslissing waarvan men achteraf spijt had. Klik op het filmpje om precies dat fragment te zien:



Een kofferbak vol ukuleles
George hield zoveel van het samen ukulele spelen, dat hij (op reis) altijd twee uke's bij zich had, voor het geval hij iemand tegen zou komen die het instrument ook beheerste en er samen gespeeld kon worden. 

De Harrisons op reis, zoon Dhani helpt met de ukuleles

Tom Petty, vertelde in de documentaire Living In The Material World dat George op bezoek kwam met een kofferbak vol ukuleles en hij zijn vrienden er vaak eentje cadeau deed. Gewoon om dat mooie instrument bij zoveel mogelijk muzikanten te promoten. Iedereen moest ukulele leren spelen van Harrison. Een sympathiek gebaar. Tom Petty vertelt erover in deze [video]: 



Ook was Harrison fervent lid van de George Formby Appreciation Society. In 1994 bezocht hij met zoon Dhani de jaarlijkse contactdag. Gewoon als zichzelf, als fan van de man en zijn instrument. Op 2 februari 1999 schreef George een korte verklaring waarom "iedereen ukulele zou moeten spelen." Het werd een grappig briefje:


Steeds meer plek voor de ukulele
Aan het einde van Harrisons solo-carrière horen we de ukulele steeds prominenter terug op zijn platen. Zo zien en horen we George ukulele spelen op de klassieker Between The Devil And The Deep Blue Sea. Ook Any Road, het openingsnummer van zijn posthuum verschenen album Brainwashed, begint met een soort wall of sound van ukuleles [video]:



De ukulele als ultiem eerbetoon aan George
Het is Paul McCartney die al jaren tijdens zijn concerten een eerbetoon aan George brengt, door met een ukulele op het podium te verschijnen en een wat aandoenlijke swing-versie van Something inzet, waarna het nummer op de helft ineens losbarst in het gebruikelijke tempo. Bij dat moment moest ik tijdens mijn meest recente McCartney-concert wel even een traantje wegpinken trouwens. Ik vond deze mooie versie, als "thuiswedstrijd" gespeeld in Liverpool, waarin het hele stadion meebuldert. Prachtig!



Mooiste eerbetoon
Maar het mooiste eerbetoon aan George en zijn liefde voor de ukulele deed zijn jarenlange vriend Joe Brown (de man van Vicki en vader van Sam) door als laatste nummer tijdens het herdenkingsconcert voor George het tedere I See You In My Dreams te spelen. Wie de dvd heeft, moet 'm maar eens kijken. Van YouTube zijn de beelden uiteraard alweer verwijderd, maar ik vond een soortgelijke versie van Joe Brown in de show van Jools Holland. Geniet van dit lieve nummer en bedenk dat Brown dit zingt voor zijn overleden vriend: George Harrison, de grootste ukulele-fan allertijden:



I'll See You In My Dreams

Lonely days are long
Twilight sings a song
All the happiness that used to be

Soon my eyes will close
Soon I'll find repose
And in dreams
You're always near to me

I'll see you in my dreams
Hold you in my dreams
Someone took you right out of my arms
Still I feel the thrill of your charms

Lips that once were mine
Tender eyes that shine

They will light my way tonight
I'll see you in my dreams

Lips that once were mine
Tender eyes that shine
They will light my way tonight
I'll see you in my dreams

They will light my lonely way tonight
I'll see you in my dreams








zaterdag 5 mei 2018

You've Got To Hide Your Love Away: hoe John Lennon zich door Bob Dylan liet inspireren

Vaak wordt Revolver uit 1966 als een scharnieralbum in het oeuvre van The Beatles gezien. Als het album dat de overgang markeert tussen het vroege en het late werk van ons favoriete bandje. Ik ben de laatste die daar tegenin wil gaan. Toch zie ik de plaat Help! uit 1965 juist ook als een scharnieralbum. Met name als het gaat over het schrijverschap van John Lennon. Was het niet op deze elpee dat hij ons voor het eerst een kijkje in zijn ziel gaf? Natuurlijk met titeltrack en openingsnummer Help! maar zeer zeker ook met het ingetogen You've Got To Hide Your Love Away? Een favoriet hoor. Ook van jullie?



John ging meer over zijn gevoelens schrijven
Voor veel Beatleskenners is het inmiddels bekend dat John in interviews uitlegde dat hij midden jaren '60 zijn zogenaamde Dylan-periode doormaakte als liedjesschrijver. The Beatles hadden Bob Dylan inmiddels ontmoet en waren grote fans van de Amerikaanse folkzanger. Dylan beïnvloedde Lennon en dat horen we terug in de introspectieve nummers die John ging schrijven. Johns I'm A Loser, dat hij in de zomer van '64 schreef, vormde al een beetje een opmaat naar deze nieuwe periode. Ik kan jullie trouwens aanraden het zeer interessante tweeluik te beluisteren dat de heren van de Fab4Cast over The Beatles en Bob Dylan maakten (deel 1 en deel 2 geef ik je hierbij even op een presenteerblaadje). Wat zei Lennon zelf over de verandering die hij doormaakte als schrijver?

You've Got To Hide Your Love Away is my Dylan period. It's one of those that you sing a bit sadly to yourself, 'Here I stand, head in hand...' 
I'd started thinking about my own emotions. 
I don't know when exactly it started, like I'm A Loser or Hide Your Love Away, 
those kind of things. 
Instead of projecting myself into a situation, 
I would try to express what I felt about myself, which I'd done in my books. 
I think it was Dylan who helped me realise that - 
not by any discussion or anything, but by hearing his work.



Lennon luisterde goed naar Dylans I Don't Believe You
John liet zich trouwens ook letterlijk door Bob Dylan inspireren. Luister maar eens naar de eerste coupletten van I Don't Believe You (She Acts Like We Have Never Met) dat Bob Dylan in 1964 uitbracht: [video]


Bob Dylan zingt hier:

I can't understand, she let go of my hand
And left me here facing the wall
I'd sure like to know why she did go
But I can't get close to her at all

Als we daar de openingszinnen van Lennons You've Got To Hide Your Love Away naast leggen, dan valt er aan een vergelijking niet te ontkomen:

Here I stand, head in hand
Turn my face to the wall
If she's gone I can't go on
Feeling two foot small


Een folksong in 3/4e maat
Ook muzikaal bleven The Beatles dicht bij de instrumentatie en arrangementen van de akoestische Dylan. Het grappige is dat The Beatles na het horen van Dylan hun elektrische gitaren aan de kant legden en hun akoestische erbij pakten. Dylan op zijn beurt, hoorde The Beatles, en speelde in die periode zijn eerste elektrische set. Maar goed. Op You've Got To Hide Your Love Away horen we een folk-achtig nummer, in 3/4e maat. Op de afwijkende versie van het Anthology 2-album horen we John vooraf tellen: one two three, one two three, waarna er ergens in de studio een glas op de vloer uiteen spat, gevolgd door Johns commentaar: Paul's broken a glass, broken a glass, even later gevolgd door de vraag Are you ready Macca? Als je een abonnement hebt op Spotify, luister dan even mee naar dit grappige moment in EMI Studio 2. The Beatles kwamen daar op 18 februari 1965 bijeen om aan verschillende nummers voor het Help!-album te werken. 

Dylan en Lennon


Voor het eerst werkten The Beatles met een sessiemuzikant
Hoewel producer George Martin wel eens een pianopartij meespeelde, was het tot dat moment nog niet voorgekomen dat The Beatles een muzikant van buiten de groep gebruikten om iets voor hen in te spelen. EMI-arrangeur Johnnie Scott kreeg het verzoek of hij een fluitsolo wilde toevoegen aan de opname. Een sound die het folk-gevoel van You've Got To Hide uiteraard alleen maar versterkte. Scott herinnerde zich later hoe de band hem globaal uitlegde wat hij moest doen, maar hij bedacht zijn solo verder zelf. Eerst op een tenor-fluit. Later voegde hij er een altfluit aan toe. Scott was trouwens niet zomaar iemand. Hij componeerde filmmuziek, werkte als dirigent, speelde in de band van Henri -The Pink Panther Theme- Mancini en arrangeerde voor artiesten als Tom Jones, Cilla Black en The Hollies. Hier zien we hem in actie met zijn Johnny Scott Quintet, zo'n twee maanden voor hij bijdroeg aan het Beatlesnummer [video]:




Over wie zong John Lennon?
De vraag blijft over wie, of over welke situatie John Lennon precies zong in zijn You've Got To Hide Your Love Away. Dat heeft Lennon zelf altijd in het midden gelaten. Was het over Beatlesmanager Brian Epstein, die zijn homoseksualiteit in het Engeland van de jaren '60 verborgen moest houden? Was het over zijn eigen buitenechtelijke affaire met televisiepersoonlijkheid Alma Cogan? We zullen het nooit weten. En eigenlijk hoeft dat ook niet. You've Got To Hide Your Love Away markeert een belangrijke ontwikkeling in het schrijverschap van John Lennon. Dankzij de film Help! hebben we ook nog een [video] van het nummer. Cadeautje!



zaterdag 28 april 2018

Waar vinden we Charles Dickens terug in het werk van Paul McCartney?

Deventer, de stad waar ik woon, heeft een bijzondere band met de Engelse auteur Charles Dickens. Als Boekenstad van Nederland organiseren we al jaren het Dickens Festijn. Vlak voor Kerst wordt het historische Deventer Bergkwartier omgetoverd tot een Victoriaans decor, waarin een groot aantal figuranten als 19e eeuwse personages uit de romans van Dickens rondlopen. Daarmee trekken we met gemak 125.000 bezoekers in een weekend. Iets om trots op te zijn. Het was de 16-jarige Paul McCartney die in Liverpool op de middelbare school gegrepen werd door het werk van diezelfde Dickens. Een liefde die hem nooit meer zou loslaten en die we terughoren in zijn muziek. Deze week ga ik op zoek naar de invloed van Charles Dickens op het werk van Paul McCartney.



De muziek en de meisjes wonnen het van de literatuur
In tegenstelling tot John Lennon kwam Paul McCartney niet uit een gezin waar veel literatuur voorhanden was. Waar John de boekenkasten van zijn tante Mimi plunderde en het voltallige verzameld werk van (naamgenoot) Winston Churchill weghakte, waren er in huize McCartney niet veel boeken beschikbaar. Ik had een slimme vader, vertelde Paul ooit in een interview, maar hij ging al op zijn 14e van school en werkte vooral aan zijn vocabulaire door het maken van kruiswoordpuzzels. Net als menig Liverpools joch van 16, was Paul niet zo geïnteresseerd in literatuur. Het waren de meisjes en de muziek die alle aandacht opeisten.

Paul op 15-jarige leeftijd


Dusty Durband had de sleutel
Toch veranderde er iets bij de jonge Paul McCartney toen zijn leraar Engels hem op het Liverpool Institute in contact bracht met het werk van Geoffrey Chaucer, William Shakespeare en Charles Dickens. De wat schunnige en humoristische tekst van Chaucers The Millers Tale uit The Canterbury Tales bleek voor Alan -Dusty- Durband een prima middel om ineens de interesse bij de muzikale tiener in zijn klas te wekken. De leraar Engels zou overigens niet alleen Paul inspireren maar gedurende zijn leven op cultureel gebied veel betekenen voor de stad Liverpool. Uiteindelijk werd Nicholas Nickleby Pauls favoriete Dickens-boek: It's long but I really love it, vertelde hij Rolling Stone in 2010.

Alan Durband zette Paul op het spoor van Dickens


Er zijn best veel overeenkomsten tussen Dickens en McCartney
Wie de levens van Dickens en McCartney vergelijkt, stuit trouwens op een aantal overeenkomsten: beiden maakten al door hun uitzonderlijke talenten op jonge leeftijd de stap van een eenvoudige (armoedige) komaf naar een leven vol financiële zekerheid, beiden enorm productief, beiden een grote liefde voor optreden, beiden verhalenvertellers, daarbij graag schrijvend in de derde persoon: liever over een ander, dan over zichzelf. Die McCartney-liedjes in de derde persoon zijn er natuurlijk te over: van For No One tot Another Day, van Lady Madonna tot Rocky Raccoon. En wat te denken van de personages die rondwandelen over Penny Lane, tegen het decor van de Blue Suburban Skies. Paul McCartney kan ons, als geen ander, meenemen in zijn verhalen over andere mensen.

Paul met zijn jaargenoten op het Liverpool Institute,
kort voordat hij de school zou verlaten.


Jenny Wren en Mister Bellamy
In welke liedjes horen we de invloed van Charles Dickens terug? Bijvoorbeeld in Jenny Wren, een  ballad in de fingerpicking-stijl van Blackbird, die op het sterke sterke album Chaos and Creation in the Back Yard (2005) verscheen. Paul ontleende de titel rechtstreeks aan een personage uit Dickens' Our Mutual Friend en schreef over de vrouw die zich ontworstelt uit haar sociale klasse. Het liedje leverde hem overigens een Grammy-nominatie op. [video]



Ook de eigenzinnige Mister Bellamy, hoofdpersoon in het gelijknamige nummer, lijkt zo weggelopen uit een roman van Charles Dickens. Weinig mensen kennen deze uiterst knappe compositie van McCartney. Paul refereerde zelf aan Eleanor Rigby, als Dickensian: de eenzame vrouw die de kerk schoonmaakt, na afloop van een bruiloft. Een tafereel dat inderdaad goed in een verhaal van Dickens zou passen.


English Tea en Dickens' woordgebruik
In een interview met de Telegraph vertelde Paul dat hij zo van Dickens houdt vanwege diens woordgebruik. Dat gaf McCartney namelijk inspiratie voor het nummer English Tea. Veel Britser wordt het niet [video]:

I like the world that he takes me to. I like his words; I like the language. I like finding words that aren't in usage, one of which I put in one of my songs. I've got a new song called English Tea - 'Do you know the game croquet?/Peradventure we might play.' Peradventure's from Dickens. I worked it into the song. And then I went to the dictionary, and thought, I do hope I remember it. And, sure enough, it meant perhaps, perchance.




Durband kreeg zijn eigen kamer
Toen Paul in zijn oude middelbare school het door hem gefinancierde Liverpool Institute of Performing Arts (LIPA) in 1996 opende, bevatte het gebouw één wel heel bijzondere ruimte. Lokaal nummer 32, waar Paul vroeger aan de lippen van zijn invloedrijke leraar hing, was omgedoopt tot de Alan Durband Room. McCartney eerde hiermee de man die hem met het werk van Dickens in contact gebracht had. Durband maakte het net niet meer mee. Hij overleed in 1993.

LIPA




zaterdag 21 april 2018

Carry That Weight: Cynthia Lennon en haar leven in de schaduw van John (2)

Vorige week stond ik stil bij de jeugd van Cynthia Lennon, haar ontmoeting met John en haar leven tijdens de hoogtijdagen van The Beatles. Na een aantal relatief gelukkige jaren met John en zoon Julian op Kenwood, het landhuis van de Lennons in Weybridge, kwam in de loop van 1967 een kentering in haar huwelijk met John. Hoe worstelde Cynthia zich daarna, met zoon Julian, door het leven, tot aan haar dood in 2015? Vandaag deel 2.




Een huis vol vreemde vogels 
Nadat The Beatles eind 1966 stopten met touren en alleen nog als studioband opereerden, kwam John veel thuis te zitten. Daarbij verzonk hij in totale lethargie. Hij sliep veel, gebruikte steeds meer drugs en liet zich naar Londen rijden om te werken aan het Sgt. Pepper-album of om het Londense nachtleven te verkennen. Van een normale gezinssituatie was nauwelijks sprake. In haar boek John vertelt Cynthia hoe John steeds vaker grote hoeveelheden onbekende mensen mee naar huis begon te nemen, die hij opdook in het Londense nachtleven. Mensen met wie hij LSD gebruikte en die soms dagenlang in huis bleven hangen en de koelkast plunderden: Ik maakte me zorgen om Julian en mezelf. Ik had er geen zin in de hele nacht door harde muziek te moeten aanhoren, of voorzichtig een weg te moeten zoeken tussen halfbewuste lichamen door als ik met mijn zoon naar beneden kwam om te ontbijten, schrijft ze.




Cynthia miste letterlijk en figuurlijk de trein
Toen The Beatles via Pattie Harrison in contact kwamen met de Maharishi Mahesh Yogi, putte Cynthia hoop uit deze nieuwe spirituele gids. De Maharishi, die zelf een afkeer had van drugs, zou John weer op het juist pad brengen en daarmee zou het huwelijk van de Lennons gered worden. In augustus 1967 vertrokken The Beatles met de trein naar Bangor in Wales, om de Maharishi te vergezellen tijdens een korte cursus. Op het chaotische Euston station, waar The Beatles en hun vrouwen zich temidden van de vele aanwezige fans in een trein moesten wurmen, werd Cynthia door één van de politieagenten niet herkend als Beatlesvrouw en tegengehouden om op de trein te stappen. Ze miste letterlijk, maar ook een beetje figuurlijk de trein, die zonder haar vertrok. Hoewel ze het gezelschap achterna reisde, benoemde ze dit moment later in interviews als symbolisch voor haar leven op dat moment.


Een geëmotioneerde Cynthia nadat ze de trein naar Bangor mist...
...terwijl John machteloos toekijkt.


Struikeldend over een paar kleine Japanse muiltjes
Begin 1968 vergezelde Cynthia The Beatles op hun reis naar India. Daar werd ze steeds meer door John genegeerd. Het vermoeden bestond dat zijn desinteresse alles te maken had met de Japanse kunstenares Yoko Ono die zich op bizarre wijze in het leven van de Lennons begon te dringen. Onlangs schreef ik daar een blog over, waarin je terug kunt lezen wat Cynthia in deze periode allemaal moest meemaken. In het voorjaar van 1968 strandde haar relatie met John toen zij hem met Yoko betrapte. Op de overloop struikelde ik over een paar kleine Japanse muiltjes die voor de deur van de logeerkamer stonden. Ik gooide wat spullen in een tas en rende weer naar beneden. Op dat moment logeerde de kleine Julian bij het gezin van huishoudster Dot.


Cynthia en Julian in de zomer van 1968 op Kenwood,
na het vertrek van John.

Een rode roos van Paul McCartney
Paul McCartney was de enige Beatle die zich om Cynthia bekommerde. Op een dag stond hij voor Cynthia's neus met een rode roos om haar te troosten. Onderweg had hij het nummer Hey Jude geschreven, dat bedoeld was om de kleine Julian een hart onder de riem te steken. Van de overige Beatles en hun vrouwen hoorde Cynthia aanvankelijk niets. Iedereen leek in verlegenheid gebracht door de nieuwe situatie, waarbij er continu foto's van John en zijn nieuwe minnares in de pers verschenen. Cynthia kwam financieel slecht uit de scheiding. Uitgeput van het juridische gevecht ging ze uiteindelijk in op een schamele afkoopsom, in vergelijking met het vermogen dat John in die tijd bezat.

Paul met Cynthia en John

John probeerde haar boek te verbieden
In 1970 trouwde Cynthia met de Italiaanse hoteleigenaar Roberto Bassanini, met wie ze slechts drie jaar getrouwd zou blijven. Cynthia vertrok met Julian naar Wales, waar ze een bistro en bed & breakfast opende om in haar levensonderhoud te voorzien. Rond 1973 raakte Cynthia bevriend met John Lennons toenmalige maitresse May Pang, die actief probeerde Julian weer in contact met zijn vader te brengen. Cynthia en May zouden de rest van hun leven innig bevriend blijven. Ook met Maureen Starkey, die inmiddels gescheiden was van Ringo, onderhield Cynthia een goede vriendschap. Tussen 1976 en 1983 was Cynthia getrouwd met John Twist. In 1978 publiceerde ze haar boek A Twist of Lennon (met een knipoog naar haar nieuwe achternaam), waarin ze voor het eerst vertelde over haar leven met haar ex-man. John probeerde de publicatie van het boek te dwarsbomen, maar slaagde daar niet in.

Cynthia en May bleven innig bevriend

Een telefoontje van Ringo
Intussen publiceerde Cynthia een bijgewerkte versie van haar autobiografie, getiteld John, een zeer interessant boek over haar leven met en zonder John Lennon, uiteraard geschreven vanuit haar perspectief. Zo lezen we over de gebeurtenissen rond de moord op John. Hoe een telefoontje van Ringo Starr, in de vroege ochtend van 9 december Cynthia en Maureen, die op dat moment samen waren, wekte. Hoe Julian op 17-jarige leeftijd, met een goede vriend, naar New York afreisde om Yoko en Sean te bezoeken. Cynthia was niet welkom om hem te vergezellen. Hoe Yoko met een persverklaring namens haar en de jonge Sean naar buiten trad en daar Julian, die aldoor aanwezig was, niet benoemde.

Julian en Cynthia verlaten het huis van Maureen,
daags na de moord op John.

Lang wachten op geluk
Meer stabiliteit trad er op toen ze een relatie van 17 jaar kreeg met Liverpooler Jim Christie. Toch strandde ook deze relatie. Bij Noel Charles vond Cynthia de veiligheid die ze zocht. Het paar was samen van 2002 tot Charles' overlijden in 2013. Zoon Julian zorgde met innige toewijding voor zijn ouder wordende moeder. Hij was bij haar toen Cynthia op 1 april 2015, na een kort ziekbed, haar laatste adem uitblies. Cynthia, de gevoelige, bescheiden vrouw, die lang moest wachten op het geluk in haar leven. In haar boek schrijft ze:

Ik ben altijd van John blijven houden, maar de tol die ik voor die liefde heb moeten betalen is enorm geweest. Iemand vroeg me laatst of ik het, als ik vanaf het begin geweten had wat me te wachten stond, zou hebben doorgezet. Ik moest daar ontkennend op antwoorden. Natuurlijk heb ik nooit betreurd dat ik mijn fantastische zoon heb gekregen. Maar als ik als tiener geweten had waar het toe zou leiden als ik voor John Lennon zou vallen, had ik me meteen omgedraaid en was ik weggelopen.


Julians ode aan zijn overleden moeder
Na Cynthia's overlijden deelde een intens verdrietige Julian het volgende [filmpje] met de wereld. We zien prachtige beelden van Cynthia en horen Julian een ode aan zijn moeder zingen. Onlangs plantte Julian in zijn tuin op Mallorca twee Jacarandabomen, waarbij hij een deel van de as van zijn moeder verstrooide. De rest liet hij meenemen door de wind en de zee.