Posts tonen met het label Peter Brown. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Peter Brown. Alle posts tonen

zaterdag 25 december 2021

Cold Turkey? Hoe het kerstfeest van The Beatles in 1968 eindigde in chaos

Op maandag 23 december 1968 was het om negen uur in de ochtend al een drukte van belang in het Apple-kantoor aan Savile Row. Huiskoks Sally en Diana waren in de weer om een twintig kilo wegende kalkoen te preparen voor de op handen zijnde feestelijkheden. Met de kerstdagen in zicht hadden The Beatles (?) besloten dat er best een gezellig feestje gehouden kon worden in hun zakelijk hoofdkwartier in het chique Londense kleermakersdistrict. Maar, zoals kenmerkend voor de chaotische nadagen in het bestaan van de band, verliep het allemaal nèt wat anders dan gepland. We zetten de klok terug naar die bewuste maandag in 1968.



Een goochel- en buikspreek-act
Wat was het plan? Het kerstfeest van Apple zou uit twee delen bestaan. 's Middags om half drie mochten medewerkers zich met hun kinderen melden in het kantoor van Apple-directielid Peter Brown. Na het kinderprogramma zouden de feestelijkheden zich vanaf zes uur 's avonds in het kantoor van Neil Aspinall voortzetten, met een cocktailparty voor genodigden. Daags voor deze Apple Christmas Party werd er een interne memo verspreid, met een aankondiging van de fantastische Ernesto Castro en zijn assistente April. Een entertainersduo met een muzikale goochel- en buikspreek-act, dat bovendien zijn sporen verdiend had met optredens voor de Britse royals én Winston Churchill. Alle Apple-medewerkers mochten hun eigen kinderen of een paar andere kinderen meenemen naar het feest. En, zo was met de gebruikelijke humor in de memo te lezen, wie beide opties niet voor elkaar kreeg, kon er altijd nog voor zorgen intussen zelf een kind te krijgen.



Taart, worstebroodjes en ijs

Terwijl er die ochtend een grote kerstboom verrees en een bomvol buffet met lekkernijen werd voorbereid, was het tegen een uur of elf al een drukte van belang in de Black Room voor de pers, waar de eerste bezoekers zich tegoed deden aan grote hoeveelheden Scotch & Coke, geestverruimende sigaretten en de lp's die naar goed Apple-gebruik overdadig rondgedeeld werden. De harde muziek werd rond de klok van drie ruimschoots overstemd door het opgewonden gegil van meer dan honderd kinderen, die zich verderop in de gang vermaakten met taart, worstebroodjes en ijs, ongeduldig wachtend tot de grote Ernesto Castro en zijn assistent April met hun kerst-act zouden beginnen. Het optreden werd een groot succes.




John als Father Christmas
Ondertussen stonden John Lennon en Yoko Ono, verkleed als de kerstman en zijn vrouw, in de Black Office op de kinderen te wachten. Hopelijk hadden de ramen inmiddels even goed open gestaan, om de wietlucht te verdrijven. Samen met Mary Hopkin waren zij verantwoordelijk voor het uitreiken van de kerstcadeautjes. Temidden van de joelende kinderen, op zoek naar hun cadeau, mompelde een onbewogen John Lennon onophoudelijk "ho, ho, ho" door zijn witte baard. Ook Ringo, Maureen en hun kinderen waren present (zie foto's). Dat gold niet voor Paul, die vermoedelijk met zijn verloofde Linda al onderweg was naar Liverpool, waar hij de kerst bij familie doorbracht. En George? Ook hij was afwezig, maar zorgde wel dat de cocktailparty een bijzondere wending kreeg.





 

Hell's Angels
Na het kinderfeest hadden John en Yoko zich van hun kostuums ontdaan en waren ze gemoedelijk op de grond gaan zitten naast een paar dakloze hippies die hun intrek in het Apple-gebouw hadden genomen. De sfeer sloeg om toen enkele Hell's Angels, eerder dat jaar in San Francisco uitgenodigd door de nu zelf afwezige George Harrison, zich door de drukte naar voren werkten. Het werd stil toen aanvoerder Frisco Pete (Pete Knell) schreeuwde waar het eten bleef: "We gaan echt niet zo zeven uur wachten." Toen hij tot stilte gemaand werd, haalde hij uit naar één van de aanwezigen en verkocht hij hem een goed gemikte tik, waarna de Hell's Angel John Lennon indringend aankeek en hem sommeerde de kalkoen binnen te laten brengen. Vlak voordat er opnieuw een confrontatie plaatsvond, kwam Peter Brown op hoffelijke wijze tussenbeide en maande hij Frisco nog even geduld te hebben.  De feestgangers haalden opgelucht adem. De Hell's Angel verliet de ruimte hoofdschuddend.

De telegram waarmee George Harrison de 
komst van de Hell's Angels bij Apple aankondigde


"Frisco" Pete Knell


Linkerpoot
Nadat het buffet langs drie wanden was opgebouwd, werkte Frisco zich opnieuw naar voren. Voordat de ober hem kon vragen wat hij voor hem mocht opscheppen, rukte de ongeduldige kerstengel in één beweging de linker poot van de kalkoen, zoals toeschouwer en Apple-werknemer Richard DiLello de gebeurtenissen zou omschrijven in zijn boek The Longest Cocktail Party. Dit was het teken dat de overige hongerige gasten nodig hadden om zelf het buffet te plunderen. Gelukkig hebben we de foto's nog. Niet van het buffet trouwens. Merry Christmas, lieve lezers!


zaterdag 10 april 2021

Hoe een gestolen koffer van Brian Epstein The Beatles in de problemen bracht

Beatlesmanager Brian Epstein was een man met geheimen. Vaak noodgedwongen vanwege zijn seksuele geaardheid in het Engeland van midden vorige eeuw. Triest, maar waar. Achter zijn Samsonite-koffer, die onlangs door het Liverpoolse museum The Beatles Story via Juliens Auctions werd aangekocht, kwam een opmerkelijk verhaal vandaan.


Een lijntje tussen Liverpool en Los Angeles
Het Liverpoolse museum, pittoresk gelegen aan de Albert Dock verwerft of leent regelmatig nieuwe Beatles-items om ten toon te stellen. Afgelopen zomer was dat dus de koffer van Brian Epstein, die voor een bedrag van bijna 3500 pond aan de collectie van het museum kon worden toegevoegd. "We hebben een goed lijntje met Juliens Auctions in Los Angeles," vertelde één van de museummedewerkers in de podcast Beatles City. Zo rinkelt regelmatig de telefoon in Liverpool, wanneer het Amerikaanse veilinghuis iets nieuws aangeboden krijgt: of er in Engeland interesse is om ook mee te bieden.



Gestolen uit de hotelkamer
De telefoon rinkelde ook vorig jaar, toen de zwarte Samsonite-koffer van Brian Epstein geveild zou worden. Op de foto zien we Brian op 8 juli 1966 met de koffer in zijn handen staan. The Beatles waren geland op Londen Heathrow, na hun onfortuinlijk verlopen tour door het Midden Oosten. Een maand later zou Brian alweer met de jongens in de Verenigde Staten zitten. De band zou tijdens deze laatste tour ook optreden in het Dodger Stadium in Los Angeles. Terwijl Brian en The Beatles in die stad verbleven, werd Brians Samsonite uit zijn hotelkamer gestolen. De dief was een bekende van de Beatlesmanager: Dizz Gillespie. 


Vernoemd naar de jazztrompettist
Deze Dizz heette eigenlijk John, maar zijn vrienden vernoemden hem naar de beroemde jazztrompettist. De Amerikaan verhuurde zich regelmatig als escort aan Brian. De twee kenden elkaar al van een ontmoeting in Los Angeles. The Beatles tourden in augustus 1964 voor de tweede keer door de VS, waarbij Brian en Dizz elkaar op een feestje tegen het lijf liepen. Epstein vroeg Dizz naar Londen te verhuizen, zodat hij zich over hem kon ontfermen. Gillespie had aspiraties als acteur en zanger en Epstein was bijzonder van hem gecharmeerd: begin 20, donker haar en een uitdagende blik.


Een bezoek aan Kenwood
Zodoende voegde Brian Dizz toe aan zijn verzameling artiesten, stak hem in het nieuw en stuurde een persbericht naar de media dat Dizz zijn nieuwe ontdekking was. Gillespie viel met de neus in de boter: Epstein loste zijn schulden af en voorzag hem van drugs. Ook vergezelde hij Brian regelmatig naar feestjes. Tijdens een gezamenlijk bezoek aan John Lennons woning Kenwood in Weybridge, ontving Dizzy een gesigneerd exemplaar van Johns boek In His Own Write. "To Diz, You’re a great TURN, good God, from, John Lennon," schreef John in het boek dat hij Dizz gaf. Daarbij gebruikte Lennon het woord "Turn" dubbelzinnig: hij noemde Dizz een showman, maar ook iemand die een ander een hak kon zetten. Die woorden bleken profetisch.



Een keukenmes op de keel

Brian en Dizz brachten vele avonden door in Epsteins Londense flat aan Williams Mews (Whaddon House, appartement 15). Deze avonden liepen, door grote hoeveelheden pillen en cognac, vaak uit op gewelddadige confrontaties. Regelmatig kwam het tot vechten en het vernielen van huisraad. Toen Dizz op een zekere avond zijn zin niet kreeg, bedreigde hij Brian met een keukenmes, eiste hij meer contanten uit diens portemonnee en maakte hij zich uit de voeten. Hoewel Epstein vaker gewelddadig behandeld was tijdens zijn geheime ontmoetingen met mannen, hakte deze beroving er stevig bij hem in. Na een periode waarin hij mentaal moest herstellen, besloot hij zijn flat en de bijbehorende nare herinnering achter zich te laten. Epstein verhuisde naar 24, Chapel Street.




Bewaakt in een hotelkamer
Dizz verdween uit Brians leven, maar dook weer op in augustus 1965. Op dat moment was Brian in New York, waar The Beatles in Shea Stadium zouden spelen. Het kwam opnieuw tot een ontmoeting tussen de twee. Kort daarop eiste Dizz eiste via Nat Weiss, die voor Epstein in Amerika betrokken was bij het beheer van het Beatlesimperium, een bedrag van 3000 dollar. Gillespie wilde er een auto van kopen om zich uit de voeten te maken. Weiss kwam met Dizz overeen dat hij zich schuil zou houden in de hotelkamer van het Warwick Hotel, tot The Beatles en Epstein weer vertrokken waren. Terwijl The Beatles hun persconferentie in het hotel gaven, moet Gillespie zich er (bewaakt) hebben schuilgehouden in een hotelkamer. Niemand wilde dat de gevaarlijke en onberekenbare Dizz publiekelijk voor gedoe zou zorgen.




20.000 dollar en een grote verzameling pillen
Je zou zeggen Epstein inmiddels goed geleerd had van het risico dat hij nam door met Gillespie om te blijven gaan. Blijkbaar was dat niet het geval. Want tijdens de laatste tour van The Beatles in de Verenigde Staten (augustus 1966) kwam het opnieuw tot een ontmoeting met de Amerikaan. Gillespie meldde zich bij Brian en wist hem te verleiden tot een intiem rendez-vous in het Beverly Hills Hotel in Los Angeles. De volgende ochtend stal Dizz de bewuste Samsonite-koffer. En toen brak er paniek uit. De inhoud van de koffer zou Brian en The Beatles enorm in de problemen kunnen brengen: behalve een papieren zak met 20.000 dollar aan verdiende gage, bevatte de Samsonite een grote hoeveelheid pillen, persoonlijke notities en foto's van mannen uit Brian's amoureuze netwerk.





Brian miste Candlestick Park
Enkele dagen na de diefstal ontving Nat Weiss een brief waarin losgeld voor de koffer werd geëist. 10.000 dollar om precies te zijn. Of het tot die deal kwam, heb ik niet kunnen vinden. Wel kwam de koffer dankzij de inzet van een privédetective weer terug. De volledige inhoud was verdwenen. Paniek en chaos rond deze kwestie zorgden er uiteindelijk voor dat Brian Epstein en Nat Weiss het legendarische concert van The Beatles in Candlestick Park misten. Na dit incident verdween Dizz definitief uit het leven van Epstein.


Dizz Gillespie kreeg een kleine rol in de graphic novel
"The Fifth Beatle: The Brian Epstein Story" (Robinson, Baker, Vivak).







zaterdag 27 juni 2020

Hoe Gene Vincent in Liverpool in 1960 The Beatles op de been kreeg

Soms neemt een foto je mee, een verhaal in. Mij overkwam dat onlangs weer eens. Al een tijdje volg ik via Facebook de groep "There Are Places I Remember: Beatles Liverpool locations". Er duiken regelmatig interessante foto's rond The Beatles op. Zo keek ik geïnteresseerd naar een afbeelding waarop Stuart Sutcliffe en (misschien ook) John Lennon te zien is. Volgens het bijschrift zou het kiekje genomen zijn op 2 mei 1960, tijdens een concert dat Gene Vincent in Liverpool gaf. Omdat er niet ontzettend veel foto's van Stuart en John zijn, besloot ik op zoek te gaan naar het verhaal van dat concert, waar beide jongens blijkbaar in het publiek hadden gestaan. Ik werd nieuwsgierig.



Allerlei personages onder één dak
Ik kwam er al vrij snel achter dat de foto nooit op 2 mei 1960 kon zijn genomen. Dinsdag 3 mei 1960 was namelijk de dag waarop de grote rocker Gene Vincent Liverpool aandeed. Dat was op zichzelf best een memorabele dag. Het bracht allerlei belangrijke personages uit het grote verhaal van The Beatles onder één dak samen. Nog zónder dat deze mensen van elkaar wisten dat ze allen een rol zouden spelen, een schakel zouden vormen in de gebeurtenissen die elkaar vanaf 1960 steeds sneller zouden opvolgen. Op die eerste dinsdag in mei, in het prille begin van de sixties, was half Liverpool in rep en roer: Gene Vincent was back in town.


Gene Vincent was een held van veel jongeren
De Amerikaanse ster maakte al een paar jaar rockabilly- en rock 'n' roll-muziek die een enorme aantrekkingskracht had op de jongens uit Liverpool. De liedjes die hij schreef en de nummers die hij coverde zouden moeiteloos hun weg vinden naar de platenkoffers en setlists van The Quarrymen en The Beatles. Minstens 14 Vincent-songs namen The Beatles op in hun repertoire. Van Be-Bop-A-Lu-La, via Wild Cat tot Time Will Bring You Everything. Het nummer Wild Cat zou in de zomer van 1960 bij Paul thuis, aan Forthlin Road worden opgenomen, door John, Paul, George en Stuart. Gene Vincent was een grote held van veel jongeren uit Liverpool die in het bezit waren van een platenspeler en een gitaar.




Gene had Liverpool al op de kop gezet, met Eddie Cochran
Op zich was het opmerkelijk dat Gene Vincent op de avond van 3 mei 1960 in Liverpool optrad. Al in maart had hij een triomfantelijke week in de Noordengelse havenstad achter de rug. Samen met Eddie Cochran stond hij zes avonden (waarop steeds twee shows plaatsvonden) in het Liverpool Emipre Theatre. Van 14 tot en met 19 maart om precies te zijn. Die optredens hadden al de nodige mensen uit de Beatlescirkel op de been gebracht. Zo waren John Lennon en Cynthia Powell aanwezig, ook Stuart Sutcliffe was er, net als George Harrison, Pete Best en Neil Aspinall. Of Paul McCartney in maart van de partij was, blijft de vraag. In verschillende interviews beweerde hij in de loop der jaren soms stellig dat hij er bij was. Op andere momenten ontkende hij dat weer stellig. Wie er zeker wel was? Allan Williams, de man die de eerste manager van The Beatles zou worden.



Allan Williams nam het risico
De Liverpoolse ondernemer was in maart 1960 zo onder de indruk van de hoeveelheid mensen die de concerten van Vincent en Cochran bezochten, dat hij kansen zag. Commerciële kansen. Williams nam contact op met impresario Larry Parnes en vroeg of de sterren misschien nog ruimte in hun tourschema hadden om terug te keren naar Liverpool. Ditmaal wilde Williams zelf organisator zijn. Die ruimte in de agenda's was er. Na een korte break van 14 dagen in de Verenigde Staten, zouden de mannen terugkeren naar Engeland. Dinsdag 3 mei was er ruimte voor Liverpool. Allan Williams nam de gok en investeerde een bedrag van 475 pond om Gene Vincent, Eddie Cochran en acht andere acts te boeken. Het eerste grote concert van Jacaranda Enterprises was op handen.

In een Morris-bus op weg om posters te plakken
Ik besloot eens op zoek te gaan naar de aankondiging van het evenement en stuitte daarbij op twee verschillende concertposters. Achter die verschillende biljetten gaat waarschijnlijk het drama schuil dat Vincent en Cochran in april dat jaar zou overkomen. Op de ene poster staan Gene en Eddie samen als hoofdact vermeld. De andere poster maakt alleen melding van Gene Vincent. Daarover zometeen meer. In ieder geval reed Allan Williams in zijn pas aangeschafte tweedehands Morris-bus de halve Merseyside af om zijn concertposters overal illegaal op te plakken. Zijn concert moest en zou een groot succes worden. Ik zie het tafereel voor me.





Naar de boksring van de familie Best
Het Liverpool Empire Theatre was vermoedelijk een tikje te groot en prestigieus voor de beginnend concertpromotor. Of bezet. Dus moest Williams op zoek naar een andere locatie. De avond zou daarom plaatsvinden in het Liverpool Stadium. En dát was weer een plek die Pete Best heel vertrouwd was. Het boksstadion werd al geruime tijd beheerd door zijn familie. Bokspromotor Johnny Best en diens vader waren bekende figuren in de sportwereld. Johnny trouwde Pete's moeder Mona, maar was niet de vader van Pete. Toch voerde Pete zijn achternaam en kende hij de boksring en de tribunes aan St. Paul's Square op zijn duimpje.

Liverpool Stadium: het interieur


Niet veel wijzer
Die middag was het er al een drukte van belang. Ook Brian Epstein liep rond, vergezeld door zijn assistent-shopmanager Peter Brown. Epstein hield die dagen scherp in de gaten welke belangrijke optredens er plaatsvonden in Liverpool. Niets ontging de middenstander. Het kwam die dag ook tot een ontmoeting tussen Epstein en impresario Larry Parnes. Misschien zagen beide heren, al pratend, hoe de boksring werd omgebouwd tot een podium. De tribunes die zich rond de ring bevonden, konden niet volledig benut worden. Alle artiesten stonden in één richting opgesteld, dus kon Williams maar de helft van de capaciteit van de accommodatie benutten. Ook lukte het hem niet alle kaarten voor die avond te verkopen, las ik. Williams had zijn nek uitgestoken, maar werd uiteindelijk financieel niet veel wijzer van zijn avontuur.

Gene Vincent en Allan Williams op 3 mei 1960


Ritchie en Pete maakten een praatje
De nu nostalgisch ogende concertposter vertelt ons welke acts Williams allemaal opvoerde om het publiek alvast op te warmen. En ja, ook de plaatselijke sensatie Rory Storm was van de partij. Met zijn Hurricanes en dus met Ringo Starr op drums. Ritchie Starkey en Pete Best troffen elkaar in de loop van de dag en maakten een praatje, als drummers onder elkaar. Dankzij de foto's die Cheniston Roland die avond nam, weten we dat Ringo zijn best had gedaan op zijn outfit. Hij droeg een oversized zwart colbert, had zijn haren in een kuif en completeerde zijn looks met een coole zonnebril. Je deelt niet elke avond een podium met Gene Vincent, per slot van rekening. Ringo zat achter de gitaristen en sloeg de beat, terwijl Rory zijn spectaculaire entree in de boksring maakte.

De 19-jarige Ritchie Starkey, alias Ringo Starr op die bewuste avond




Stonden Stuart en John nu samen in het publiek?
Met Ringo Starr op het podium en Allan Williams, Brian Epstein en Peter Brown in het publiek, was ik benieuwd wie er nog meer bij waren, op die legendarische avond. Was John Lennon er? Hij had Gene Vincent al in maart gezien en vertelde over dat optreden dat hij niet onder de indruk was van hem. Liever luisterde hij naar diens platen. Lennon ergerde zich aan het lawaai van het publiek, waardoor hij Vincent nauwelijks kon horen zingen. Volgens zijn vriend Tony Carricker was John er wel degelijk, omdat hij zich herinnerde dat John onder de indruk was van Rory Storms optreden. De vraag is, zo lees ik in Lewisohns verhaal, of Carricker met John over dát optreden sprak. Stuart was er, getuige de foto die Cheniston Roland van het publiek schoot. Zien we op die foto, dicht bij Stuart, ook John Lennon staan? Hoewel hij niet op de gevoelige plaat werd vastgelegd, was George Harrison er zeker. George wist zich het optreden goed te herinneren en vertelde er in latere interviews gedetailleerd over.

De foto die van het publiek gemaakt werd en waarop 
mogelijk Stuart en John te zien zijn.


Niet fris
Gene Vincent zou als een wrak op het podium hebben gestaan. Hij had al behoorlijk wat alcohol in zijn lijf, keek maniakaal uit zijn ogen en sleepte zijn zere lichaam het podium over. Op 16 april was Vincent, samen met Eddie Cochran en liedjesschrijver Sharon Sheeley op een Engelse snelweg betrokken geraakt bij een ernstig auto-ongeluk. De drie inzittenden raakten behoorlijk gewond. Eddie Cochran overleed een dag later aan de complicaties die hij opliep. Vincent brak zijn ribben, zijn sleutelbeen en liep verwondingen op aan zijn toch al slechte been. Ongetwijfeld had hij mentaal ook een behoorlijke tik van de gebeurtenissen gehad en stond hij 17 dagen later zeker niet fris in de Liverpoolse boksring.


Nazit in de Jacaranda
Het publiek zou Vincent op handen gedragen hebben en reageerde hysterisch op zijn optreden. Williams en Parnes moesten moeite doen om te voorkomen dat Vincent op het podium bestormd zou worden door fans. Het tafereel zou een voorbode zijn van de Beatlemania waarmee de wereld amper vier jaar later kennis zou maken. De gehavende Amerikaan wist zijn optreden tot een goed einde te brengen. De nazit van het opreden vond, met alle sterren van die avond, plaats in Williams' pub The Jacaranda. De optredens van Gene Vincent in maart en mei 1960 zouden in Liverpool alle hoofdpersonen bij elkaar brengen. Hun eigen verhaal zou niet veel later in een stroomversnelling raken. Al hadden ze daar in het voorjaar van 1960, kijkend en luisterend naar Gene Vincent, nog nauwelijks weet van. Toch hing het blijkbaar in de lucht. Dat alles zou veranderen.


Beste lezer!

In juli en augustus houd ik een zomerstop om nieuwe ideeën en inspiratie op te doen voor de wekelijkse column. In de zomermaanden deel ik wekelijks via Facebook en Twitter een column uit mijn inmiddels grote archief. Wanneer je BeatlesTalk alleen via de e-mailnieuwsbrief ontvangt, krijg je daarvan in juli en augustus geen melding. BeatlesTalk is terug met nieuwe verhalen vanaf zaterdag 5 september (via de e-mailnieuwsbrief en de Fab4Cast-social mediakanalen en zondag 6 september (via de BeatlesTalk-social mediakanalen). 

Een mooie zomer gewenst en graag tot in september! 
- Anne.


zaterdag 14 september 2019

De opgedoken tape: draaiden Maxwell's Silver Hammer en Cold Turkey The Beatles uiteindelijk de nek om?

In de aanloop naar de jubileumrelease van het album Abbey Road, wordt er steeds meer duidelijk over de laatste weken waarin The Beatles als band bestonden. We beschikten al over de nodige puzzelstukjes, maar langzaam komt er meer lijn in het verhaal en de manier waarop gebeurtenissen elkaar in september 1969, terwijl Abbey Road geperst werd, beïnvloedden.


Het nieuws is geen echt nieuws
Deze week publiceerde The Guardian een interview met Beatles-autoriteit Mark Lewisohn. Daarin stond de cassette centraal waarop John, Paul en George hun vergadering over een mogelijke opvolger voor Abbey Road vastlegden. Dat deden ze voor Ringo, die in het ziekenhuis lag. Het bestaan van de opname, zo blijkt nu uit allerlei bronnen, zou al sinds 1976 bekend zijn. In twee publicaties wordt over de tape geschreven: in The Beatles Forever van Nicholas Shaffner en in One Day At A Time van Anthony Fawcett. Jullie konden er deze week al een Facebook-post van Fab4Cast over lezen.




Maxwell kon volgens Lennon wel naar Mary Hopkin
Zelf wist ik sinds eind maart dit jaar van het bestaan van deze tape, toen ik aanwezig was bij het interview dat Gijs Groenteman met Mark Lewisohn had. Lewisohn was in Amsterdam vanwege het jubilieum van Lennons Bed In in het Hilton Hotel en trad die week diverse malen op. Nieuw voor mij zijn de datering van de cassette (8 september 1969), de reden van Ringo's afwezigheid (ziekenhuis) en de inhoud van een aantal gesprekken die tijdens de betreffende vergadering zijn gevoerd. Zo zou John Lennon nog eens duidelijk hebben laten merken dat hij McCartney-nummers als Maxwell's Silver Hammer echt niet meer op een eventueel volgend Beatlesalbum wilde hebben. Die mopjes kon Paul beter weggeven aan iemand als Mary Hopkin. McCartney verdedigde Maxwell en haalde op zijn beurt uit naar Harrison, door te zeggen dat hij diens nummers tot aan het album Abbey Road niet zo sterk had gevonden. Daarop schoot George in de verdediging door te zeggen dat dát een kwestie van smaak was en dat het publiek zijn liedjes juist wel kon waarderen. De mannen konden elkaar de waarheid zeggen, maar dat zorgde in september 1969 eerder voor verwijdering dan voor verbinding.


8, 12 en 20 september 1969 waren cruciale data
Het zijn de details in het opgenomen gesprek die ons misschien een beter begrip geven van de vergadering die The Beatles twaalf dagen later hielden. Op 20 september kwam de band, opnieuw incompleet, bijeen. George Harrison was afwezig en John Lennon opperde om van Cold Turkey de eerstvolgende Beatlessingle te maken. McCartney, ongetwijfeld in zijn wiek geschoten door de kritiek op Maxwell's Silver Hammer, ging daar niet mee akkoord. Dat zou het moment zijn geweest waarop John Lennon de zin 'I Want a Divorce' uitsprak. In werkelijkheid zou Lennon op 12 september al hebben besloten de groep te verlaten, dat nieuws gedeeld hebben met zaakwaarnemer Allen Klein, maar op verzoek van laatstgenoemde zijn besluit nog even stilgehouden hebben. En zo kwam het dat John Lennon Maxwell's Silver Hammer als gezamenlijk band-product afkamde en dat Paul McCartney Cold Turkey niet zag zitten als een Beatles-release. Je zou kunnen zeggen dat het gebrek aan waardering voor elkaar verschillen, die sterk door beide nummers gesymboliseerd worden, uiteindelijk de basis onder een vervolg van het Abbey Road-album, wegsloegen.

We kunnen het verleden niet veranderen, alleen maar steeds beter proberen te begrijpen. Het recente 'nieuws' leek me daarom een goede aanleiding om de komende twee weken juist die twee sleutelnummers centraal te zetten!


Ging Cold Turkey over heroïne of een slecht gevallen kerstdiner?
Volgens Peter Brown ging Cold Turkey over het afkicken van heroïne, terwijl Fred Seaman ooit vertelde dat het nummer over voedselvergiftiging na het eten van de restjes van het kerstdiner ging. Althans, zo zou John Lennon hem hebben toevertrouwd. In het laatste geval vond Lennon dat een minder cool verhaal en bedacht hij later de heroïnevariant. Beide persoonlijke assistenten schreven over hun avonturen met The Beatles, maar werden in het algemeen niet als een bijzonder betrouwbare bron beschouwd. Hoe dan ook, waar het Cold Turkey betreft, kan het bijna niet anders dat John Lennon schreef over hoe het gebruik van harddrugs zijn lichamelijke gesteldheid beïnvloedde.




Drie demo's van Cold Turkey
Terwijl het album Abbey Road werd geperst en gedistribueerd, met 26 september als beoogde verschijningsdatum, legde John zijn ideeën voor Cold Turkey in een aantal demo's op akoestische gitaar vast. Eén van die premature versies kwam in 2004 terecht op het album Lennon Acoustic. We horen daarbij al een aanzet tot de zo herkenbare gitaarlick, die als rode draad door de coupletten van Cold Turkey loopt [video]:



De deur wagenwijd open
Uiteindelijk had Lennon drie versies van Cold Turkey. Op één daarvan is Yoko te horen, in het gedeelte waarop John letterlijk zijn Cold Turkey uitschreeuwt. Met die demo's onder de arm meldde John zich bij de overige Beatles, met het idee er de eerstvolgende single van te maken. Dat voorstel werd dus afgewezen door Paul McCartney. Voor John Lennon werd het definitief tijd om zijn eigen weg te gaan.


Halsoverkop naar Toronto
Op 13 september 1969 liet hij het publiek voor het eerst kennismaken met Cold Turkey. Na een telefoontje van festivalpromotors John Brower en Kenny Walker, met het verzoek om op te komen treden tijdens het Toronto Rock and Roll Revival Festival, kwam John Lennon razendsnel in actie. Een modus die zo kenmerkend voor hem was: snel enthousiast (maar ook snel verveeld). Voor het rockconcert in Toronto verzamelde Lennon in allerijl een aantal muzikanten. Samen met Eric Clapton, Alan White en Klaus Voormann reisden John en Yoko binnen 24 uur af naar Canada. Repeteren kon deze Plastic Ono Band wel onderweg, in het vliegtuig. Ook werd, na aankomst in Toronto, backstage nog even een en ander doorgenomen.

Op weg naar Toronto: Klaus Voormann, John Lennon, Eric Clapton


Doodziek op het podium
Cold Turkey stond met zeven andere nummers op de setlist, die vanzelfsprekend met een praktische insteek was samengesteld. Yer Blues kende Clapton nog van het Rock 'n' Roll Circus-project, Give Peace A Chance was niet onoverkomelijk moeilijk en krakers als Dizzy Miss Lizzy, Money (That's What I Want) en Blue Suede Shoes konden voor de vuist weg gespeeld worden. Yoko leverde haar bijdrage met Don't Worry Kyoko. Lennon vertelde journalist Jann Wenner later dat hij doodziek op het podium stond en letterlijk een Cold Turkey-achtige ervaring had. Hij las de tekst van een vel papier, dat Yoko onder zijn neus hield en legde het publiek uit dat hij het nummer nog nooit live had gespeeld. Het resultaat is een wat lauwe versie, waarin nog de snijdende gitaarlick ontreekt, die later op de single wel werd gespeeld. We zien Lennon zo'n beetje in zijn Abbey Road zebrapad-look in hevig zwetend op het podium staan [video]:




Trefzekere revanche in New York
Meer vuur én lijn zit er in de liveversie die John op 30 augustus 1972 in Madison Square Garden, New York, speelde. Opnieuw op uitnodiging, deze keer van vriend Geraldo Rivera, trad John die dag twee keer op tijdens het One on One-benefietconcert voor de Willowbrook State School. Met zijn inmiddels geformeerde Elephants Memory Band, die hem in de studio bijstond voor het album Some Time in New York City, speelde John een vrij trefzekere versie van Cold Turkey. Het was een enerverende tijd voor Lennon, die er zijn eerste jaar in zijn nieuwe woonplaats op had zitten. Samen met Yoko stond hij in contact met de activistische underground-scène en liet hij zich regelmatig strikken om voor allerlei goede doelen op te komen draven. [video]




Bevrijding van The Beatles
De versie van Cold Turkey die we allemaal het beste kennen, had tegen die tijd al op heel wat draaitafels gelegen. Ondanks 26 pogingen het nummer op 25 september 1969 in de EMI Studio's goed op de band te krijgen, startte John op 28 september in Trident opnieuw. Op beide dagen fungeerden Eric Clapton, Klaus Voormann en Ringo Starr als Lennons backing band. John voegde op 5 oktober nog extra vocalen en gitaarspel toe. Op respectievelijk 20 oktober (Verenigde Staten) en 24 oktober (Engeland) lag Cold Turkey in de schappen. Het nummer bereikte in Engeland de 14e positie in de hitlijst, maar zakte daarna snel weg, tot ontevredenheid van Lennon. Cold Turkey kon als single niet wedijveren met het succes van het pas verschenen Abbey Road, maar was voor John Lennon het gebaar waarmee hij zich van The Beatles wilde bevrijden. Cold Turkey was een volgende stap in zijn eigen creatieve proces.







zaterdag 11 mei 2019

Hoe de paden van Jimi Hendrix en The Beatles elkaar regelmatig kruisten

Toen Jimi Hendrix in september '66 in Londen arriveerde, leek zijn timing perfect. De Britse hoofdstad kookte van de creativiteit en de jonge Amerikaanse gitarist kon er op meer belangstelling dan in New York rekenen. Met zijn grensverleggende gitaarspel en eigenzinnige gebruik van effecten creëerde Hendrix een compleet nieuw geluid. Het kon niet uitblijven dat de gitaarvirtuoos en de leden van The Beatles elkaar zouden ontmoeten. Hun paden zouden elkaar regelmatig kruisen. Hendrix en The Beatles: hoe zat dat met die twee grootheden?


Jimi speelde voor hooggeëerd publiek
Half november trad de Jimi Hendrix Experience op in de befaamde Bag O'Nails-club in het Londense Soho. Jimi had eind oktober net Hey Joe opgenomen, de plaat die hem legendarisch zou maken. Onder bovengemiddelde belangstelling van John Lennon, Paul McCartney, Eric Clapton, Jeff Beck, Pete Townshend, Brian Jones, Mick Jagger en Kevin Ayers (Soft Machine) speelde Hendrix zijn set op die bewuste novemberavond in 1966. Volgens de overlevering stond het publiek perplex van het nieuwe, grote geluid dat Hendrix en consorten voortbrachten. Het bewuste optreden betekende de grote doorbraak voor Jimi en toen de single Hey Joe/Stone Free een maand later uitkwam, was zijn kostje gekocht.

Jimi Hendrix poseerde voor de lens van Linda Eastman

Een tweede ontmoeting
Ondertussen maakten The Beatles zich op voor nieuwe opnamesessies in de EMI Studio's aan Abbey Road. Terwijl het voor hen roerige jaar tot een eind kwam, maakten The Fab Four een begin met Strawberry Fields Forever, Penny Lane en When I'm Sixty Four. Nummers die een opmaat vormden naar Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, al kwamen (zoals bekend) de eerste twee niet op de plaat terecht. Terwijl de Pepper-sessies op stoom kwamen, zagen The Beatles in januari 1967 Hendrix opnieuw live optreden, had Hey Joe al op nummer 6 in de Britse charts gestaan en raakte men niet uitgesproken over het nieuwe gitaarfenomeen uit Amerika, dat zich inmiddels in Londen gevestigd had.

Londen, 29 januari 1967, Savile Theater. Jimi Hendrix wordt vanaf het balkon bewonderd door The Beatles, die hem zien openen voor The Who.


Jimi maakte een zootje van de flat van Ringo Starr
In ieder geval was er al sprake van persoonlijk contact tussen Ringo en Jimi. Hendrix had namelijk zijn intrek genomen in het appartement aan 34, Montagu Square. Het was de plek waar Ringo in 1965 kort gewoond had, voor hij zijn verdiende kapitalen op aanraden van Brian Epstein investeerde in een villa buiten Londen. Ringo hield de flat aan en verhuurde hem aan diverse kennissen uit de Londense muziekscène. In december streken Jimi met vriendin Kathy Etchingham en manager Chandler met vriendin Lotta Null in 'huize Starr' neer. Het appartement, dat bestond uit een souterrain en een woongedeelte op de begane grond, was de plek waar Jimi Hendrix The Wind Cries Mary schreef. De huur? 30 pond per maand. Omdat Jimi er, onder invloed van LSD een behoorlijke bende van maakte, vroeg Ringo zijn huurders om een ander onderkomen te zoeken.

Jimi Hendrix in de flat van Ringo Starr


Een liveversie van het kersverse Sgt. Pepper
Terwijl The Beatles aan Pepper werkte, nam The Jimi Hendrix Experience het album Are You Experienced op. De plaat verscheen acht weken eerder dan het kunststukje van The Beatles. Toen Beatlesmanager Brian Epstein Hendrix en zijn band op 4 juni in het Saville Theater boekte, waren Paul, Jane, George, Pattie en Cynthia getuigen van deze bijzondere gebeurtenis. Vier dagen na het verschijnen van hun plaat, speelde Jimi Hendrix het openingsnummer Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band live. Een onverwachte stunt van Hendrix. Paul McCartney is er nog steeds van onder de indruk. Hij vertelt het verhaal tot op de dag van vandaag in interviews en tijdens concerten, hoewel we nu weten dat het album in Engeland al eind mei beschikbaar was en Hendrix in theorie iets meer luister- en repetitietijd kan hebben gehad (met dank aan detective Wibo Dijksma voor deze informatie!) Hoe dan ook, in het boek Many Years From Now, dat McCartney met Barry Miles maakte, verhaalt hij:

It's still obviously a shining memory for me, because I admired him so much anyway, he was so accomplished. To think that that album had meant so much to him as to actually do it by the Sunday night, three days after the release. [...] It's a pretty major compliment in anyone's book. I put that down as one of the great honours of my career.

 Van dat bewuste optreden in juni 1967 is, prachtig genoeg, een [opname] bewaard gebleven:




Was Paul McCartney geïnspireerd door Jimi Hendrix?
Zou het een bedankje van Hendrix aan The Fab Four zijn geweest? In A Day In The Life zat namelijk een stevige hint naar Hey Joe. Bewust of onbewust zette Paul McCartney de vier akkoorden uit Hendrix' hit achter elkaar voor het aaaaaaahhhhh-gedeelte, dat kort voor het uptempo gezongen I read the news today oh boy aan bod komt. Een opvallende muzikale parallel tussen de twee nummers. De Amerikaan Scott Freiman, die inmiddels enige bekendheid geniet met zijn Deconstructing The Beatles-lezingen legt het (toevallige?) verband tussen de twee nummers in dit [filmpje] uit:




The White Album en Electric Ladyland
Ook tussen hun volgende albums zijn parallellen te zien. Toen Jimi Hendrix in oktober '68 zijn dubbelalbum Electric Ladyland uitbracht, volgden The Beatles een maand later met hun eigen dubbelaar, De Witte. Hendrix was zijn manager Chas Chandler kwijtgeraakt. De man stapte gefrustreerd op tijdens langdurige en ongestructureerde opnamesessies. Hendrix had de tijd genomen in de studio, net als The Fab Four. The Beatles waren op hun beurt manager Brian Epstein verloren en namen ook, en opnieuw, maanden de tijd om aan een nieuwe plaat te werken. Beide releases bevatten een uiteenlopende mix van nummers, waarin totale artistieke vrijheid doorklinkt. Lennons Revolution (I) kan thematisch gelinkt worden aan Hendrix' House Burning Down. In beide songs klinkt de politieke onrust van 1968 door.




Hendrix nodigde McCartney per telegram uit
Op 21 oktober 1969 stuurde Jimi Hendrix een telegram naar Apple Records, waarin hij Paul McCartney vroeg om aan te sluiten bij een opnamesessie, waarbij Hendrix zelf, Miles Davis en jazz-drummer Tony Williams aan deel zouden nemen. De tekst van de telegram luidde:

We are recording and LP together this weekend in NewYork. How about coming in to play bass stop call Alvan Douglas 212-5812212. Peace Jimi Hendrix Miles Davis Tony Williams.

Het is niet duidelijk of McCartney ooit op de hoogte is gesteld van de uitnodiging. Zaakwaarnemer Peter Brown antwoordde Hendrix dat McCartney op vakantie was en zeker nog twee weken weg zou blijven. Die vlieger ging dus niet op. Was dit de psychedelische, experimentele jazz-plaat van de eeuw geworden? We zullen het nooit weten. 

De telegram voor McCartney


Voor de deur in Liverpool
De grappigste link tussen Jimi Hendrix en The Beatles is trouwens het verhaal dat Pauls stiefzus Ruth McCartney ooit vertelde. Zij woonde met haar moeder, die met weduwnaar Jim (Pauls vader) trouwde eind jaren '60 nog in Liverpool. Op een dag stond Jimi Hendrix voor de deur. Paul had 'm het adres van zijn ouderlijk huis gegeven, voor het geval Jimi eens in Liverpool was en iets nodig had. Dat zou in april 1967 kunnen zijn geweest. Ik vond terug dat Hendrix op 9 april in The Empire in Liverpool optrad. Ruth herinnerde zich in ieder geval het verzoek van Hendrix aan de voordeur nog goed: of hij zijn onderbroeken even mocht komen wassen.

zaterdag 16 maart 2019

In bed met John en Yoko: avant-garde en activisme van 50 jaar geleden

Wat vieren we toch veel It was 50 years ago todays deze dagen. Wie de klok vijf decennia terugzet, belandt inmiddels in wat we écht wel de nadagen van The Beatles als band kunnen noemen. In maart 1969 hadden de mannen hun concert op het dak al achter de rug en moesten ze bijna hun agenda's naast elkaar leggen om te kijken wanneer er tijd was om in de studio aan nieuw materiaal te werken. Als ze dat gezamenlijk wilden tenminste. Muziek maken leek even bijzaak in maart '69.


Avant-garde en activisme
Na een voorzichtige start op zaterdag 22 februari, waarbij de basis van I Want You (She's So Heavy) werd opgenomen, was er namelijk wekenlang geen sprake van gezamenlijke muzikale activiteiten. Ringo stond op de filmset voor The Magic Christian, George nam wat demo's op, Paul trouwde Linda Eastman en hielp Mary Hopkin een ster te worden en John en Yoko leefden in hun eigen wereld. Die wereld draaide om avant-garde en activisme. En heroïne. En een huwelijksreis. Daarvan besloot het kersverse echtpaar dat die publicitair best een beetje uitgebuit kon worden, om aandacht te vragen voor de wereldvrede.




Bij Hazeldonk de Nederlandse grens over
Zo gebeurde het dat op 24 maart 1969, om kwart voor tien 's avonds, de witte Rolls Royce van John Lennon, vanuit Parijs de Nederlandse grens bij Hazeldonk passeerde en koers zette naar het Amsterdamse Hilton Hotel. Het was John en Yoko's plan om daar een week vanuit hun hotelsuite de wereldpers te woord te staan. Over de vrede. Eigenlijk zouden de Lennons in het Amstel Hotel verblijven, maar daar waren ze niet welkom. De directie had geen zin in een meute fans voor de deur en was bang voor opstootjes en vernielingen.

Fans buiten bij het Hilton, naast de Rolls Royce van John Lennon

Wonderlijke week in suite 902
Dus hield de witte Rolls, met chauffeur Les Anthony aan het stuur, laat die avond stil bij de entree van het Hilton. In de uitzending van Andere Tijden, die afgelopen woensdagavond op NPO2 te zien was, blikte presentator Hans Goedkoop terug op die wonderlijke week in suite 902. Hoewel niet in beeld, was journalist en Beatleskenner Jan van Galen al geruime tijd druk met het samenstellen van de uitzending die ons in 30 minuten een inkijkje gaf in Lennons bezoek aan Amsterdam. Jan werd daarbij geholpen door Jan Cees ter Brugge. De afgelopen maanden hoorde ik regelmatig van hen hoe de voorbereidingen vorderden. 30 minuten televisie maken, een journalistieke insteek kiezen, een programma maken voor een breed publiek, research doen, reizen, filmen, interviews houden, afmonteren en nabewerken: het is niet in een handomdraai gebeurd. Dus keek ik woensdagavond met plezier en respect naar In Bed Met John & Yoko.




Peter Brown called to say you can make it OK
Jan koos als rode draad de vraag 'Was John Lennon wel die vredesapostel die we in bed zagen zitten en geloofde hij zelf echt in zijn missie?' Voor het antwoord reisde Jan naar Londen om journalist Ray Connolly te spreken. In Amsterdam haalde presentator Hans Goedkoop herinneringen op met Henk van der Meijden (oud-journalist van De Telegraaf), Paul Witteman die als piepjonge medewerker van Dagblad De Tijd aanwezig mocht zijn, VPRO-journalist Willem de Ridder én Beatlesfan Constance Vrijdaghs, die ook wist door te dringen tot de hotelsuite. Naast de interviews werden we getrakteerd op mooie archiefbeelden, waarop de Lennons in het Hilton arriveerden. Daarbij werden ze geflankeerd door Peter Brown, die als wedding planner van de Lennons werd bezongen in The Ballad Of John & Yoko: Peter Brown called to say, you can make it OK...




Constance kwam te laat thuis voor het avondeten
Elk kregen de geïnterviewden hun moment, om anno 2019, zittend in kamer 902 herinneringen op te halen aan 50 jaar geleden. Henk van der Meijden vertelde dat hij elke dag langs mocht komen voor een exclusief interview. Het interesseerde de linkse Lennon niet dat Van der Meijden van een rechtse krant was. Paul Witteman zat vooraan tijdens de eerste pers-shift en moest zijn moment delen met tientallen andere journalisten. Van Dagblad De Tijd, dat weinig op had met de vredesmissie, mocht hij tien zinnen aanleveren voor de kruimelrubriek. Radiomaker Willem de Ridder kende Yoko Ono al van de Fluxus-beweging en besloot, heel avant-garde, John in fantasietaal te interviewen. Lennon ging er in mee en antwoordde precies op dezelfde wijze. En dan was er nog Constance Vrijdaghs, die zich als lid van Beatlesfanclub Nederland naar binnen praatte. Ze zat ook even op de rand van het bed en rookte een sigaretje mee. Daarbij kwam ze te laat thuis voor het avondeten. Wél met een goed verhaal.

Constance Vrijdaghs haalde herinneringen op


Schaf dat leuke boek over de Bed-in aan!
Er gebeurde nog veel meer, die week in het Amsterdamse Hilton. Veel te veel om in de uitzending te behandelen. Wie het hele avontuur wil teruglezen, raad ik aan het boekje In Bed met John en Yoko aan te schaffen. Het verscheen in 2009 bij Nijgh & Van Ditmar en werd geschreven door Jan van Galen, Jan Cees ter Brugge en Patrick van den Hanenberg. Geweldig leesvoer en pagina's vol kijkplezier: foto's, krantenknipsels, cartoons en andere documentatie. Het werkje mag in geen enkele Beatlesboekenkast ontbreken en behandelt de gebeurtenissen in maart '69 minutieus. Ook het boek dat Ray Connolly schreef, moet een aanrader zijn. Ik ga het straks aanschaffen bij Boekhandel Praamstra, het Deventer boekenpaleis aan de Brink. Het staat er al voor me klaar.




Avant-garde is French for bullshit
Ray Connolly werd voor de documentaire in Londen geïnterviewd. Hij ontmoette John Lennon tientallen keren in de jaren '60 Vorig jaar verscheen zijn boek Being John Lennon. De journalist vertelde dat Lennon aanvankelijk niets met avant-garde had. French for bullshit, noemde John de kunststroming. Dat was ongetwijfeld in zijn pre-Yoko-tijdperk. Lennon verloor voor Connolly zijn geloofwaardigheid door zich ineens in te laten met nieuwe kunstconcepten. De journalist vond zijn acties wel amusant, maar gaf aan dat hij John vooral als songwriter wenste te zien. Lennon was volgens hem iemand die heel goed wist hoe hij de media moest manipuleren. Connolly vond John zeker geen vredesapostel. Uit de gesprekken die Connolly met Lennon had, concludeerde hij dat de Beatle veel verschillende gezichten liet zien. Soms wreed, dan weer grappig en gevat. Lennon was het allemaal. Het meest prominent in zijn gedrag was Johns rusteloze aard. Volgens Connolly wilde John altijd iemand anders zijn. Liever de kunstenaar dan de rockster.




Steen in de vijver
Ik vond dat Henk van der Meijden, wat je ook van de beste man zijn journalistieke kwaliteiten mag vinden, het toch allemaal best aardig samenvatte: de Lennons maakten in die tijd van hun leven een theaterspektakel. Daarbij was Yoko Ono de regisseur en John Lennon de uitvoerend artiest. Volgens Van der Meijden vertrouwde John hem die week in het Hilton toe dat hij hoopte dat zijn steen in de vijver vele kringen zou maken die nog lang te zien zouden zijn. Vrede werd het niet. Maar dat er 50 jaar naar dato weer een filmploeg in suite 902 neerstreek, zegt genoeg. Meer dan genoeg.