Posts tonen met het label Harold Harrison. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Harold Harrison. Alle posts tonen

zaterdag 2 januari 2021

Hoe The Quarry Men op Nieuwjaarsdag 1959 een personeelsfeest verprutsten

Gelukkig nieuwjaar, lieve lezers! Let's hope it's a good one, without any fear. Dat kunnen we wel gebruiken na het onstuimige begin van deze Roaring Twenties. Op dit soort dagen vraag ik me af: wat deden onze jongens op een willekeurige nieuwjaarsdag? Daarbij kwam ik uit in het jaar 1959. The Beatles, of beter gezegd, The Quarry Men begonnen hun jaar, hoe kon het ook anders, met muziek. Op 1 januari 1959 waren de jongens geboekt in Wilson Hall voor een optreden tijdens een personeelsfeest. Die avond liep wat anders dan gewenst. "Een leermoment," zou George Harrison daar later over zeggen.


Een verlaat kerstfeest van de personeelsvereniging
Wilson Hall stond niet bepaald bekend als een rustige uitgaansplek. De accommodatie lag in Zuid-Liverpool, in het district Garston, waartoe ook de wijk Speke behoorde. Dicht bij het tegenwoordige John Lennon Airport. Dit is het gebied waar George Harrison een deel van zijn jeugdjaren doorbracht. The Quarry Men hadden hun nieuwjaarsoptreden dan ook aan hun jongste bandlid te danken. De jongens mochten optreden tijdens een verlaat kerstfeestje van de personeelsvereniging van het Speke Bus Depot. Dat was het bedrijf waar Harry Harrison, de vader van George, als buschauffeur voor werkte. Harry was zelfs de voorzitter van deze Speke Bus Depot Social Club. Het feestje was bedoeld voor de gezinnen van zijn collega's.



George Harrison keek vanuit het publiek toe
Niets aan de hand die avond dus, op een personeelsfeest met een besloten karakter. Dat was wel anders tijdens de eerste optredens van The Quarry Men in diezelfde Wilson Hall. Op 7 november 1957 speelde de band er voor het eerst, gevolgd door een optreden op 6 februari in 1958. George Harrison, die nog vijftien moest worden, zag The Quarry Men die avond vermoedelijk vanuit het publiek optreden, al kende hij de band inmiddels al wel. Een maand later werd hij met John en Paul gefotografeerd door Pauls broer Mike McCartney tijdens de bruiloft van Pauls neef. Een nieuwe foto van de jonge Beatles, die onlangs uitlekte, als voorbode van het nieuwe fotoboek dat Mike uitbrengt.

8 maart 1958

Charlie Mac en zijn Rhythm Nights
De eerste optredens van The Quarry Men in Wilson Hall vonden plaats op de reguliere Rhythm Nights die concerpromotor Charlie McBain ("zeg maar Charlie Mac") op donderdagavonden organiseerde. Op die openbare avonden was Wilson Hall het toneel van Teddy Boys en bendeleden uit Garston en de even beruchte Dingle. Ze kwamen er niet alleen om te dansen en achter de meiden aan te gaan, maar ook om met elkaar op de vuist te gaan. Daarbij werd ook wel eens mes getrokken. 


De Wilson Hall anno 2017:
de tapijt-gigant

Lennie, Macca en Hazza
Maar niet op nieuwjaarsdag 1959 dus, toen George Harrison inmiddels zelf was toegetreden tot de band van John Lennon, en zijn maatje Paul McCartney en er gespeeld werd voor een keurig publiek. Tussen de jongens was een hechte vriendschap ontstaan. Zij hielden zich niet zozeer bezig met wat de bendes in Liverpool uitvraten, maar noemden elkaar Lennie, Macca en Hazza en vermaakten zich met bioscoopbezoek, afspraakjes met meisjes, gitaarspelen en lol trappen. Tijdens bezoekjes aan de verschillende huisfeesten in de stad ("Bring your own records with you") vertrokken de drie vaak voortijdig via de achterdeur met een aantal achterovergedrukte singles. "We hadden geen geld en zo breidden we onze muziekcollectie uit," vertelde Paul McCartney daar later over.


Het doek viel niet meer
Voor drummer Colin Hanton was het op die nieuwjaarsdag in 1959 zijn laatste optreden bij The Quarry Men. In Shout! beschrijft Philip Norman hoe Hanton vol goede moed aan zijn optreden met de band begon. De jongens waren verguld dat ze op een echt podium mochten optreden en maakten grappen over George's vader ("Where's his bus?"). Halverwege de avond bleef het doek op het toneel, dat aanvankelijk opgetrokken en neergelaten kon worden, defect hangen. Omdat het niet meer dicht kon, speelden The Quarry Men een extra nummer in hun eerste set, waarbij ze het enthousiaste applaus van de buschauffeurs en hun families in ontvangst namen.


Harold (Harry) Harrison


Vijf biertjes in een half uur
Tijdens de pauze kantelde de avond. De jonge bandleden mochten een gratis biertje bij de bar gaan halen, maar grepen hun kans en sloegen in een half uur tijd zo'n vijf glazen bier achterover. Strompelend betraden The Quarry Men het podium opnieuw, voor het spelen van hun tweede set. Beschaamd stond Harry Harrison toe te kijken hoe de band van zijn zoon zich dronken door nummers als To Know Her Is To Love Her (The Teddy Bears) en I Got Stung (Elvis Presley) ploeterde. In nuchtere toestand had het vast beter geklonken, want juist op dat Elvis-nummer hadden Lennie, Macca en Hazza hun goede zangstemmen in het driestemmig zingen geoefend, daarbij geholpen door Pauls muzikale vader. Waren ze van het bier afgebleven, dan had de boeker van The Pavillion-bioscoop, die nieuwsgierig naar een mogelijke nieuwe act kwam kijken, vast niet hoofdschuddend de zaal verlaten.


Colin stapte uit
Die teleurstelling zorgde bij de hoopvolle bandleden voor onderlinge discussie en ruzie, 's avonds in de bus op weg naar huis. Colin Hanton had het wel gehad met The Quarry Men en dacht: "Ik heb er genoeg van. Ik kap er mee." Zodoende stapte hij, met drumstel en al, voortijdig uit. Achteraf bezien een symbolisch moment in zijn leven. Maar hoe had Hanton kunnen vermoeden wat de toekomst in petto had? Je vraagt je af hoe zo'n jongen destijds thuis is gekomen.

zaterdag 1 april 2017

Hoe George Harrison op Friar Park in de voetsporen trad van de excentrieke Sir Harold Crisp

Als je Londen in westelijke richting uitrijdt en de M40 richting Oxford of de M4 naar Reading neemt, dan kun je de snelweg na enkele tientallen kilometers verlaten. Je zet koers naar het dorp Henley-On-Thames in Oxfordshire. In deze pittoreske plaats, die uit de Middeleeuwen stamt, streken George en Pattie Harrison op 12 maart 1970 neer. Ze gingen wonen aan de rand van het dorp, op het landgoed Friar Park. Het bleef de hoofdresidentie van George Harrison gedurende de rest van zijn leven. Een plek met een verhaal, die hem inspireerde tot het schrijven van diverse liedjes. Een plek die hem de ruimte bood om afstand te nemen van zijn hectische bestaan als publiek figuur. Een plek tenslotte, die precies paste bij het tegenstrijdige karakter van Harrison: dicht bij het kosmopolitische Londen, maar zo afgeschermd en uitgestrekt dat hij er als een kluizenaar kon leven.



Van een bungalow naar een kasteel met 120 kamers
George en Pattie kochten het enorme landhuis en het omliggende park in januari 1970. The Beatles waren in die periode als band zo goed als uitgespeeld en George en Pattie zochten een ruimer onderkomen dan hun bungalow Kinfauns, in de plaats Esher, die een stuk dichter bij Londen lag. Wat maakten ze een stap, qua ruimte. Friar Park was een kasteel, gebouwd in neo-Gotische stijl, met 120 kamers, op een landgoed van 25 hectare, waarop zich nog een aantal andere gebouwen bevonden. George moet vast gevallen zijn voor de bijzondere inrichtingselementen en details die de oorspronkelijke eigenaar, Sir Frank Crisp, had bedacht. De Harrisons telden destijds 140.000 pond voor het 'pandje' neer.

Luchtfoto van het landgoed

Een Efteling met een replica van de Matterhorn
Sir Frank Crisp moet een excentriekeling zijn geweest. De succesvolle Engelse advocaat en microscopist liet het huis in 1889 bouwen. Op het terrein bedacht hij grotten, ondergrondse gangen, een waterval, rotstuinen en een 6 meter hoge replica van de Matterhorn! In de tuinen plaatste Crisp vreemde tuinkabouters en de gebouwen en tuinen versierde hij met allerlei grappige details. Zo ontwierp landschapsarchitect Henry Ernest Milner voor hem een vijver met stenen die zich vlak onder het wateroppervlakte bevonden, waarmee de illusie gewekt werd dat je over het water kon lopen. Alle lichtknoppen in het huis hadden het gezicht van een monnik, van wie je de neus omhoog of omlaag moest duwen om het licht aan en uit te doen. Als we mee hadden gemogen, tijdens de bezichtiging, hadden we George ongetwijfeld kunnen horen grinniken. Friar Park was, kortom, een soort Efteling.

Sir Frank Crisp

Woongemeenschap voor de nonnen
Crisp, tevens tuinbouwkundige, stelde zijn park open voor wandelaars, zodat iedereen kon meegenieten van zijn sprookjeswereld. Hij woonde er tot zijn dood in 1919. Het landgoed werd daarna aangekocht door Sir Percival David, die het een aantal jaren later, na zijn scheiding, beschikbaar stelde als woongemeenschap voor een aantal nonnen uit de orde van de Salezianen van Don Bosco. Tegen het einde van de jaren '60 was het landhuis in zeer vervallen staat. Het stond op de nominatie om gesloopt te worden, toen de bijna 27-jarige George Harrison, die er al een complete carrière als Beatle op had zitten, interesse toonde om het te kopen.

Historische prent van Friar Park

George in één van de grotten op het terrein

Inspiratie voor albumhoezen
Begin 1972 liet George er een geavanceerde 16 sporen-opnamestudio bouwen en Friar Park werd zodoende de plek waar hij veel van zijn albums opnam. Zijn bijzondere woonomgeving was regelmatig terug te vinden in zijn liedjes of op de covers van zijn albums. Zo poseerde George voor de hoes van All Things Must Pass temidden van de antieke tuinkabouters van Sir Frank Crisp.



Friar Park kwam volop terug in Georges muziek
Op All Things Must Pass zong George over zijn excentrieke 'huisbaas' in het nummer Ballad of Sir Frankie Crips (Let it Roll). In deze clip kun je het nummer beluisteren, de tekst lezen en een aantal foto's van het landgoed bekijken. Voor sommige nummers vond George inspiratie in inscripties op de gebouwen van het landgoed. Denk daarbij aan teksten als Ring out the old, ring in the new (Ding Dong, Ding Dong) en Scan not a friend with a microscopic glass, you know his faults now let his foibles pass (The Answer's At The End). Met het nummer Crackerbox Palace, dat verwijst naar de bijnaam die George zijn kasteel gaf, bracht hij een vrolijke ode aan de plek waar hij woonde. In de clip volop beelden van Friar Park [filmpje]



George stond vaak midden in de nacht te tuinieren
Op Friar Park kon George zijn ziel en zaligheid kwijt in zijn nieuwe hobby: tuinieren. Hij liet de vervallen tuinen restaureren en werkte er zelf ook graag in. Bij voorkeur 's nachts, zo legde zoon Dhani in een interview uit: He'd garden at night-time until midnight. He'd be out there squinting because he could see, at midnight, the moonlight and shadows, and that was his way of not seeing the weeds or imperfections that would plague him during the day... Het werd pas echt een familieaangelegenheid toen ook één van Georges broers en vader Harrison neerstreken op Friar Park, om George te helpen op het landgoed.


George the Gardener


Wat vond Pattie van Friar Park?
Voor Pattie was het vast ook even wennen om ineens een soort kasteelvrouwe te worden. Aanvankelijk had ze met George een ander huis op het oog gehad. Het stel was gaan kijken in de buurt van Lewes, East-Sussex, naar een optrekje met de naam Plumpton Place. Hun bod werd afgewezen door de eigenaresse, die weinig trek had in het idee dat er rock 'n' rollers in haar huis zouden trekken. Ze verkocht het aan de plaatselijke dokter, die het verkocht aan Michael Caine, die het op zijn beurt verkocht aan Jimmy Page. Opzet mislukt, maar George en Pattie hadden nog geen nieuw huis. Hun oplettende makelaar zag de piepkleine advertentie in de Sunday Times staan, waarmee de nonnetjes het landgoed te koop zetten. Pattie ging eerst zelf met hem een kijkje nemen en wist niet hoe snel ze George moest aansporen de volgende dag met haar mee te gaan. In haar autobiografie schrijft Pattie uitgebreid over hoe het huis en de tuinen er uit zagen. Het was een sprookje, maar het was een ook plek die haar soms angst inboezemde, vanwege het grote huis met de koude en donkere kamers. Uiteindelijk hield haar huwelijk met George geen stand en viel ze voor de charmes van Eric Clapton. Pattie pakte haar koffers en verliet het landgoed in 1974.

Pattie en George tijdens hun eerste zomer op Friar Park

Olivia redde George
Uiteindelijk vond George nieuw geluk bij Olivia Arias, met wie hij trouwde en zoon Dhani kreeg. De familie beleefde gelukkige en rustige jaren op het landgoed en woonde af en aan ook wel tijdelijk op andere exotische locaties, maar Friar Park bleef hun veilige thuisbasis. George was regelmatig in de plaatselijke pub te vinden, met een biertje voor zijn neus of een gitaar om zijn nek. Het gezin kon een betrekkelijk rustig leven leiden in het Engelse dorp. Wrang genoeg was Friar Park juist de plek waar George en Olivia in de nacht van 30 december 1999 aangevallen werden door een inbreker die het huis, ondanks alle beveiliging, had weten binnen te dringen. Olivia wist de inbreker knock out te slaan, nadat deze herhaaldelijk met een mes op George instak. Het liep uiteindelijk goed af.

Dhani, Olivia en George

Olivia zorgt dat alles zorgvuldig bewaard blijft
Na Georges overlijden in 2001 bleef Olivia Harrison op Friar Park wonen. Al veertig jaar is het bijzondere landgoed haar thuisbasis. Ook Dhani is er nog regelmatig te vinden. Bijvoorbeeld wanneer hij gebruik maakt van de opnamestudio van zijn vader. Recent heeft Olivia besloten dat het landgoed een officieel archief krijgt. Daarin wordt zowel alles van George als van de geschiedenis van Sir Frank Crisp, het huis en de tuinen bijeen gebracht. Er komt zelfs een vacature voor een archivaris, die het allemaal mag gaan beheren. Het is dat ik zo verknocht ben aan Deventer...


zaterdag 18 juni 2016

Daddy come home: John, Paul, George, Ringo en hun vaders

Programmamaker en Beatles-fan Jan Cees ter Brugge vroeg me een blog te schrijven over de vaders van John, Paul, George en Ringo. Natuurlijk ter ere van Vaderdag. Stonden in mijn Moederdagblog Julia Lennon, Mary McCartney, Louise Harrison en Elsie Graves (Starkey) centraal, vandaag gaat het over 'Four Fab Fathers'. Nou ja, of ze allemaal zo fab waren.... Dat valt te bezien. De verschillen zijn groot. Ik bewaar daarbij de meest aparte vader voor het laatst.

Ringo Starr kreeg een geïmproviseerd drumstel onder de kerstboom
Kleine Ringo (toen nog Ritchie) werd rechtstreeks vernoemd naar vader Richard Starkey (1913- ...weet iemand zijn sterfdatum?). Richard was samen met echtgenote Elsie een fan van swingmuziek. Het stel ging graag en veelvuldig uit dansen. Na Ritchies geboorte werden de dansavondjes beperkter. Richard verloor vrij snel de interesse in zijn jonge gezin en zat liever in de kroeg. Wat zeg ik, hij woonde er bijna. Toen Ritchie een jaar of 3 was, werd hij door zijn vader verlaten. Gelukkig hertrouwde Elsie met Harry Graves, die de vaderrol met verve vervulde. Met Kerst 1957 gaf hij zijn stiefzoon een tweedehands drumset. Nou ja, een drumset is misschien een te luxe benaming voor een bass drum, snare drum een geïmproviseerd bekken. Dat bekken was gemaakt van het deksel van een vuilnisbak. Maar het ging om het gebaar. Het zette Ringo op het spoor om drummer te worden. Ringo en Harry zouden altijd een goede onderlinge band houden.


Paul McCartney nam een compositie van zijn muzikale vader op
Paul McCartney had een erg muzikale vader. Jim McCartney (1902-1976) was aanvankelijk katoenverkoper in Liverpool. Een degelijke, hardwerkende man, die zij aan zij met zijn vrouw Mary werkte om het gezin te onderhouden. Een gentleman die hield van kruiswoordpuzzels, paardenrennen en....muziek. Jim speelde piano en trompet en richtte zijn eigen Jim Mac's band op. Het orkest speelde ragtime, jazz en andere big band-muziek. Op het repertoire stond ook een eigen Jim McCartney-compositie, Eloise getiteld. In 1976, het jaar waarin Jim overleed, eerde Paul zijn vader door diens liedje op de plaat te zetten. Walking In The Park With Eloise verscheen op het album Wings At The Speed of Sound. Het neemt je mee terug naar de jaren '20 en '30. Als je je ogen sluit, zie je Jim Mac's band spelen, in één van de danszalen in Liverpool (het filmpje is niet af te spelen vanuit de blog-mail, wel vanaf de blog zelf.)



George Harrisons vader liet zijn zoon niet slaan
Harold Harrison (1909-1977) begon zijn carrière op de White Star Line. Veel inwoners van Liverpool deden iets in de scheepvaart. Toen er geen werk meer op het water was, werd Harold buschauffeur op één van die karakteristieke donkergroene Liverpoolse stadsbussen. Paul McCartney noemde Georges vader ooit een 'held'. Het verhaal gaat dat de jonge George op de lagere school gestraft was voor kattekwaad. Lijfstraffen kwamen in die tijd nog wel voor. George kreeg een ferme tik met een stok, die niet op zijn vingers maar per ongeluk op zijn pols belandde. De sporen waren 's avonds nog zichtbaar. Vader Harrison ging de volgende dag met George mee naar school. Verhaal halen. Hij vroeg de leraar in kwestie of hij daadwerkelijk de man was die zijn zoon geslagen had. Toen het antwoord positief was, kreeg de leraar van Harold een ferme tik terug. McCartney voegde er later in een interview lachend aan toe dat zijn eigen vader zoiets nooit gedaan zou hebben. 'Die zou hebben gezegd: je zult die tik wel verdiend hebben, jongen!' George had een goede band met zijn vader, die in de laatste jaren van zijn leven woonachtig was op Friar Park, het schitterende landgoed dat George bezat in Henley-on-Thames, ten zuiden van Londen.


John Lennons vader probeerde een graantje mee te pikken van het succes van zijn zoon
Al eerder schreef ik dat John Lennon een lastige jeugd had. Vader Alfred (Freddie) Lennon (1912-1976) was een man van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Al vanaf jonge leeftijd werkte hij op zee, zoals zoveel Liverpoolse jongens en mannen. Freddie was vaak lang van huis. Hoewel hij getrouwd was met Julia Lennon en het paar één kind kreeg, was er geen sprake van een stabiel gezinsleven. Julia ging nieuwe relaties aan en Freddie raakte van de regen in de drup. Zo zat hij maanden vast in een cel, ergens in Noord-Afrika, op verdenking van diefstal. Wanneer Freddie in Liverpool was, zag hij zijn zoon John af en toe, maar er was geen sprake van een band tussen vader en zoon. Toen John inmiddels doorgebroken was met The Beatles, meldde vader Fred zich in 1964 op de filmset van A Hard Day's Night. Opgejut door de pers, wilde hij wel meewerken aan een verhaal. Stond natuurlijk ook goed: arme sloeber ontmoet zijn steenrijke zoon weer na jaren. John, overstuur van het feit dat zijn vader ineens weer voor hem zou staan, weigerde de ontmoeting, maar zou Freddie vanaf dat moment wel financieel ondersteunen. John was overduidelijk beschadigd door zijn moeilijke jeugd. Hij verwoordde zijn gevoelens voor zijn vader in het tweede couplet van het nummer Mother. De tekst zegt genoeg:

Father, you left me
But I never left you
I needed you, you didn't need me
So I, I just gotta tell you
Goodbye, goodbye
Mama don't go, Daddy come home



Hoe ging het verder tussen John en zijn vader? Eind jaren '60 en begin jaren '70 kwam het tot sporadische ontmoetingen tussen de twee. De sfeer bleef ongemakkelijk. Freddie was inmiddels op 56-jarige leeftijd hertrouwd met een 19(!)-jarige Beatles-fan en meldde zich wel eens aan Johns voordeur. Toen John, inmiddels verhuisd naar New York, hoorde dat zijn vader ernstig ziek was. Hij belde Freddie voor een laatste gesprek. Dat het nooit meer goed kwam tussen John en Freddie, had waarschijnlijk ook te maken met het feit dat Freddie op wat goedkope wijze geprobeerd had munt te slaan uit Johns succes. Door zijn verhaal aan de pers en aan een uitgeverij te verkopen en.....door onderstaande plaat op te nemen. Ga er maar eens goed voor zitten. Kromme tenen.... En toch wil je het horen!


Naschrift: Beatles-fan Wouter Wiedenhof vulde aan dat de sterfdatum van Ringo Starrs vader 5 december 1981 is. For the record! Dank je, Wouter!