Posts tonen met het label St. Peter's Church. Alle posts tonen
Posts tonen met het label St. Peter's Church. Alle posts tonen

zaterdag 25 september 2021

Waarom het boekje The Day John Met Paul zo anders is dan alle andere Beatlesboeken

Voor veel mensen was de afgelopen zomerperiode extra geschikt om in een boek (of twee) te duiken. Dat heb ik zeker ook gedaan. Het leek me daarom mooi om deze week iets te schrijven over een erg speciale publicatie die ik deze zomer las: The Day John Met Paul, door Jim O'Donnell.



Warm aanbevolen door Wibo Dijksma van Fab4Cast
Het is een boekje dat ik misschien wel nooit ontdekt zou hebben. Ik werd aangestoken door Wibo Dijksma van Fab4Cast die de titel als één van zijn favorieten noemde, tijdens onze The Beatles en de Boeken-aflevering van een paar maanden geleden. Wibo vertelde enthousiast dat hij het boekje jaren geleden las en dat hij destijds erg gegrepen werd door de levensechte manier waarop het verhaal van de eerste ontmoeting tussen John Lennon en Paul McCartney omschreven werd. Dus ging ik op zoek naar een exemplaar, dat ik tweedehands voor zeven euro vijftig via Boekwinkeltjes.nl (tweedehands boeken) vond. Achteraf een gelukje, want het boek is in print en als e-book een stuk prijziger in de aanschaf.


Jim O'Donnell verdeelt de dag in drie keer drie delen
Een paar dagen later plofte "mijn" Penguin Pocket op de deurmat en sloeg ik aan het lezen. Het boekje doet zijn ondertitel eer aan: het is "an hour by hour account of how The Beatles began". O'Donnell verdeelt de bewuste zaterdag 6 juli 1957 de structuur van zijn boek in drie delen: The Morning Hours, The Afternoon Hours, The Night Hours. Daarbij krijgen de drie delen elk weer drie hoodstukken: Early A.M., Dawn, Morning. Gevolgd door Noon, Early Afternoon, Late Afternoon. Tenslotte: Evening, Sunset, Night. Wanneer je het boek leest, begrijp je goed hoe effectief die minutieuze tijdsindeling werkt bij het vertellen van het verhaal.



Het eerste ochtendlicht dat over de Mersey strijkt
Het verhaal van die 6e juli 1957 begint in de vroege uren van de zaterdagochtend, om 3.33 AM, als Liverpool nog in het duister gehuld is, de klok van St. Peters Church in Woolton bijna half vier slaat en twee jongens, globaal gezien aan weerszijden van de golfbaan, elk nog in diepe slaap verzonken zijn. Ze weten niet hoe een ontmoeting, later die dag, hun leven zal veranderen en een onwaarschijnlijke wendig zal geven. De schrijver neemt ons vervolgens bijna minuut na minuut mee in hoe de zon opkomt, hoe het licht over de Mersey strijkt, hoe de melkboer op pad gaat en hoe Liverpool ontwaakt. Net als de twee jongens die elkaar op het jaarlijkse feest van de kerk gaan ontmoeten.


Tussen feiten en fan fiction
Hebben we het hier over fan fiction, het genre waar ik helemaal niet gek op ben? Toch niet, zou ik zeggen. Jim O'Donnell deed jarenlang nauwkeurig onderzoek naar alle omstandigheden op en rond die 6e juli 1957. Wat waren de weersomstandigheden? Hoe zag Liverpool en Woolton er uit? Wat speelde er lokaal en mondiaal? Waar stonden de jonge John en Paul in hun levens? Met wie gingen ze om en (natuurlijk) hoe zag hun dag er uit op zaterdag 6 juli 1957. De literatuurlijst achterin zijn boekje liegt er niet om. O'Donnell legde al die feiten naast en achter elkaar en vulde de onbekende delen met wat hem het meest aannemelijk leek. Dat deed hij op een voorzichtige manier, zonder zichzelf te verliezen in sprookjes, maar wel met nét genoeg romantiek. In het nawoord neemt hij ons als lezer mee in zijn schrijfproces en afwegingen. 



Verkocht
Al met al is The Day John Met Paul bijna een filmisch verslag van één van de meest legendarische data uit de geschiedenis van de popmuziek. Op wereldschaal bekeken was bijna niemand er bij. Nog minder mensen zijn er inmiddels die deze dag kunnen navertellen. En niemand was er de héle dag bij. Daarmee heeft Jim O'Donnell ons een enorme dienst bewezen door deze dag, met literaire insteek, vast te leggen. Tegen het eind van het verhaal las ik hoe John en Pete Shotton na die lange dag 's avonds naar huis lopen, over Beaconsfield Road, langs Strawberry Fields, waar de bomen en struiken nog nat zijn van de zomerse regenbuien. Ze praten over het idee om Paul bij de band te vragen. Dan gaat het linksaf, naar Menlove Avenue, waar Pete en John afscheid nemen. Wanneer John zijn huis binnenstapt, wordt hij begroet door Sally de hond die hij 's avonds nog even uit moet laten. Daarna valt hij op zijn rug op bed, terwijl hij de dag overdenkt. Ik was verkocht!


 

zaterdag 29 april 2017

Schatgraven naar zeer bijzondere film- en geluidsopnames van de jonge Beatles

Als Beatlesfans hopen we altijd dat er plotseling schatten opduiken. Schatten waar we het bestaan niet van wisten. Geluidsopnames die decennia op een Liverpoolse zolder zijn blijven liggen, foto's die we niet kennen, filmbeelden die we nog nooit zagen. Waarom vinden we dat nu zo fascinerend? Misschien omdat de beelden en geluiden ons weer een beetje dichter bij het bijzondere verhaal van The Beatles brengen. Ons inzicht verschaffen in hoe alles toen was, klonk en er uitzag. Ons een inkijkje geven in het verhaal dat we zo graag "live" als toeschouwer hadden meegemaakt. Hoe dan ook: we willen alles weten. Alles.

Samen op het dak van het schuurtje in Paul McCartneys tuin
Recent doken er twee oude films op, die in het Liverpool van de jaren '50 gemaakt waren. Eerst was er een prachtige historische film uit 1958, opgenomen op het terrein dat zich pal achter het huis van de familie McCartney aan Forthlin Road bevond. Er was daar een politieschool gevestigd. Toen wij Pauls huis in Liverpool bezochten, vertelde de gids dat John, Paul, George en Pauls jongere broer Mike regelmatig uit het slaapkamerraam hingen, om te kijken wat er op het terrein gebeurde. Vaak werd er getraind met honden of paarden. De bevriende tieners keken vol interesse toe. Daarbij klommen ze ook wel eens op het dak van het schuurtje dat in de achtertuin stond. Eens per jaar vond er een groot evenement plaats op dat politieterrein. In het boek Many Years From Now vertelde Paul aan zijn biograaf Barry Miles: We used to sit on the concrete shed in the back yard and watch the police show every year for free.

Paul rond 1956/57 met zijn eerste gitaar, in de tuin van 20 Forthlin Road

Mike McCartney: absolutely unbelievable!
De Liverpoolse historicus Peter Hodgson ontdekte de oude film van het evenement, kwam er achter dat de beelden in 1958 geschoten waren en ging dingen combineren. In 1958 woonde Jim McCartney met zijn zoons Paul en Mike op nummer 20 in de achterliggende straat. Op de film komt kort de achterzijde van dat huis in beeld. Peter ontdekte 4 of 5 personen, hoog, zittend op het dak van het schuurtje. Met bonzend hart liet hij de beelden aan Mike McCartney zien, die bevestigde dat het haast niet anders kon dan dat hij daar had gezeten, samen met John (17), Paul (net 16), George (15) en wellicht ook met jeugdvriend Pete Shotton. It's bloody mad, fascinating and absolutely unbelievable, aldus Mike. Want het zouden de vroegste filmbeelden van The Beatles (toen nog The Quarrymen) zijn. Beatlesbiograaf Mark Lewisohn mailde de Liverpoolse historicus met de woorden: What a find!


Wij Beatlesfans vinden dit sensationeel
Nou, laat maar eens zien dan, zul je denken. In deze korte montage van de Liverpool Echo, zien we de jongens (met witte shirts) op het dak van het schuurtje in de achtertuin van Forthlin Road zitten: [filmpje]. Niet lachen....wij Beatlesfans vinden dit sensationeel. ;-)




Hoe zagen John, Paul en George er in die tijd uit? Om antwoord op die vraag te krijgen, hebben we alleen deze foto, die een paar maanden later gemaakt werd, op 20 december 1958. De drie speelden op de receptie ter ere van het huwelijk van Georges oudere broer Peter.



Filmbeelden van een 12-jarige Paul
Na zijn bijzondere vondst speurde Peter Hodgson nog verder. Deze maand deed hij een nieuwe vondst. Filmbeelden die nog ouder waren, waarop een 12-jarige Paul McCartney te zien zou zijn. Mét zijn Mother Mary. Ook weer als toevallige passant of figurant in het Liverpoolse leven van alledag. In de film, getiteld Liverpool Trams: Green Goddesses Remembered (circa 1955) is op een gegeven moment een scène te zien die opgenomen werd in East Prescot Road. Dat was in de wijk waar Pauls Aunti Jin (bezongen in het nummer Let 'Em In) en Uncle Harrie woonden. In die scéne is op 29:25 een jongen van een jaar of 12 te zien, die een opmerkelijke gelijkenis vertoont met de jonge Paul McCartney. Achter hem zit een vrouw die veel weg heeft van Mary. Ze zijn amper een seconde in beeld. Paul zou zijn hele leven 'iets' houden met het reizen per bus of tram. Daarover wil ik graag nog eens wat schrijven. Hierbij de scène uit het bijzondere [filmpje]:



De enige filmbeelden van Mary McCartney?
Ook hier deed Mike McCartney zijn zegje. Hij vertelde dat het gezin inderdaad regelmatig de tram pakte om naar Auntie Jin en Uncle Harrie te gaan. Als dat mijn moeder is, dan is dat de enige film waarin ze ooit is vastgelegd, aldus Mike. Hij noemde het een bijzonder toeval dat de film precies opdook in de week waarin hij zijn album Woman uit 1972 opnieuw uitbracht. Met zijn moeder op de cover:


Mary McCartney op de hoes van Woman, als zuster (niet als non) in Liverpool

De dag waarop John en Paul elkaar ontmoetten
De ontdekking die mij zelf eigenlijk het meest 'deed' was die van een geluidsopname van 6 juli 1957. Het was de dag waarop John Lennon met zijn bandje het jaarlijkse tuinfeest van St. Peter's Church opluisterde. De scène is vaak beschreven en (geromantiseerd) verfilmd en tot in de jaren '90 wisten we niet dat er geluidsopnamen van dat optreden waren. Ik vond die ontdekking persoonlijk een sensatie. We weten dat Paul McCartney die dag op het grasveld stond en John met zijn bandje gadesloeg. Diezelfde dag werden ze officieel aan elkaar voorgesteld. Luister naar fragmenten van de opnames. Dit hoorde Paul McCartney toen hij naar John Lennon stond te kijken: [filmpje]




Een toevallige ontdekking
De opnamen waren toevallig gemaakt door ene Bob Molyneux. In 1994 ontdekte de gepensioneerde politieagent dat hij nog in het bezit was van een tape met daarop twee nummers die 's avonds door John Lennon en zijn bandje gespeeld waren: Puttin' On The Style (een skiffle-klassieker in de versie van Lonnie Donegan) en Baby Let's Play House van Elvis Presley.

De tape en recorder die geveild werden

Waarom verschenen de opnames niet op de Anthology-cd's?
De tape werd in 1994 door Sotheby's geveild en brachten een bedrag van 78.000 pond op. EMI kocht de band, met het plan om de opnames toe te voegen aan het prestigieuze Anthology-project. Vreemd genoeg werd besloten de twee liedjes niet aan de release toe te voegen. De reden? De opnames waren te slecht van kwaliteit. Nou en? denk ik dan. Het gaat toch om de historische sensatie? Ik blijf het een raar verhaal vinden. Het schijnt dat Yoko Ono momenteel in het bezit is van de tape. Hopelijk komen de volledige opnames nog eens voor het publiek beschikbaar. Wie weet welke schatten er de komende jaren nog meer opduiken.

zaterdag 21 januari 2017

Lennon en McCartney als tekstschrijvers: intellectueel versus sentimenteel?

Toen de 15-jarige Paul McCartney op 6 juli 1957 op het grasveldje achter Sint Peter's Church in Liverpool stond te kijken naar de skiffleband van ene John Lennon, kon hij nog niets vermoeden. Niet dat hij die bewuste zaterdag oog in oog stond met de belangrijkste muzikale partner van zijn leven. Niet dat deze provocerende jongen hem feilloos zou aanvoelen en aanvullen bij het schrijven van vele liedjes. Niet dat deze John Lennon hem zou uitdagen het beste uit zichzelf te halen. Niets van dat alles. Deze week wil ik het hebben over de manier waarop John Lennon en Paul McCartney teksten schreven en in het bijzonder: hoe ze elkaar daarbij versterkten.


We kennen het cliché over Lennon en McCartney
Natuurlijk kennen we allemaal het cliché dat Paul McCartney binnen The Beatles de man was van de vrolijke deuntjes en dat John Lennon de cynische en sombere kant van het bandgeluid vertegenwoordigde. Een beetje kort door de bocht misschien, maar vaak worden Lennon en McCartney op deze manier getypeerd. Enkele jaren geleden publiceerden twee Amerikaanse en één Noorse onderzoeker gezamenlijk een artikel in een Amerikaans tijdschrift over psychologie. Centraal stond hun onderzoek naar het taalgebruik van Lennon en McCartney. Zowel in composities die ze gezamenlijk als los van elkaar schreven. Interessant!

Lennon en McCartney in actie, vastgelegd door Linda McCartney


Veiligheid versus verwarring
Hoewel Lennon en McCartney beiden uit de arbeidersklasse kwamen, verschilden hun jeugdervaringen enorm van elkaar. Beiden verloren ze hun moeder op jonge leeftijd. Dat zorgde in hun vriendschap voor een hechte band. Er was een stil onderling begrip van elkaars verdriet en verlies. Toch waren verder de verschillen groot. Zo groeide McCartney op in een warme, zeer hechte familie die hem veel veiligheid bood. Lennon had een chaotische en verwarrende jeugd, waarin hij zich heen en weer geslingerd voelde tussen zijn beide ouders en zijn tante Mimi, die zich grotendeels over hem ontfermde. McCartney was de populaire jongen op school, die met iedereen goed op kon schieten. Lennon schopte tegen het gezag en zat altijd in de problemen. Toen deze twee sterke karakters elkaar ontmoetten en zich langzaam maar zeker ontwikkelden als liedjesschrijvers, leverde dat veel moois op.


McCartneys alledaagse onderwerpen versus Lennons universele thema's
Als songschrijver tekende Paul voor liedjes die in allerlei stijlen geschreven werden. Van de vaudeville in When I'm 64 tot de hardrock van Helter Skelter: McCartney liet in zijn schrijversschap een enorme veelzijdigheid zien. Zijn melodieën kenmerken zich over het algemeen als gemakkelijk in het gehoor liggend. Je fluit of zingt ze eenvoudig mee. Tekstueel focust McCartney zich meer op het vertellen van alledaagse verhalen, vaak over anderen. Lennon daarentegen was introspectief én universeel tegelijk. Een bijzondere combinatie. Met zijn teksten probeerde hij sterk zijn eigen (negatieve) emoties te begrijpen. Denk daarbij aan Help!, Julia en Nowhere Man. Daarnaast schreef Lennon meer over grote ideeën en concepten dan McCartney dat deed. Voorbeelden zijn Revolution en Across The Universe. Zet deze nummers tegenover de avonturen van Desmond en Molly Jones uit Ob-La-Di Ob-La-Da of van Maxwell met zijn zilveren hamer en je voelt het verschil. Natuurlijk zijn er aan beide kanten uitzonderingem. Met Here Today schreef Paul begin jaren '80 een eerlijk en emotioneel eerbetoon aan zijn vermoorde vriend.

Tijdens de sessies voor Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, 1967


McCartney gebruikte meer positieve én seksueel getinte woorden dan Lennon
Even terug naar het onderzoek. Alle teksten van nummers die ofwel door Lennon, door McCartney of door hen beiden werden geschreven werden geanalyseerd. Daarbij werden alle woorden netjes omgezet in regulier Engels. Zich herhalende zinnen of refreinen telde men één maal. Daarna bepaalde men woordcategorieën (bijvoorbeeld positieve woorden, negatieve woorden, seksueel geörienteerde woorden, verleden tijd, tegenwoordige tijd, enkelvoud, meervoud, korte woorden, lange woorden). De onderzoekers verdeelden de periode waarin The Beatles als band bestonden in drie tijdvakken, die qua productiviteit ongeveer gelijk aan elkaar waren, te weten: 1960-1964, 1965-1967 en 1968-1970. Door al deze criteria te combineren, ontdekten de onderzoekers bijvoorbeeld dat Lennon meer woorden in zijn liedjes stopte dan McCartney. Componeerden ze gezamenlijk, dan was het aantal woorden per liedje het hoogst. Lennon scoorde hoger bij de telling van negatief getinte woorden, McCartney bij de positieve én seksueel getinte woorden.

Eén van de tabellen uit het onderzoek


Wat zijn mooie voorbeelden van hoe Lennon en McCartney elkaar aanvulden?
Het onderzoek levert nieuwe inzichten op, die de hierboven beschreven clichés over Lennon en McCartney wat weerleggen. Het idee dat Lennon vooral intellectueel en McCartney met name sentimenteel schreef bijvoorbeeld. Volgens de onderzoekers schreef McCartney weliswaar optimistischer, maar verwerkte hij in zijn teksten een breder spectrum aan perspectieven en thema's. Zijn liedjes zouden in intellectueel en linguïstisch opzicht beter in elkaar zitten. Het zijn zomaar een paar conclusies. Wie zich wil verdiepen in het onderzoek, waarin ook het werk van George Harrison aan bod komt, kan hier verder lezen. Qua toonzetting is het album Help! overigens het omslagpunt in de carriëre van de band. Vanaf die plaat worden de liedjes qua woordkeus pessimistischer.

Nu, hoe vulden Lennon en McCartney elkaar aan? Wat zijn mooie voorbeelden van hun samenwerking, als het om het schrijven van teksten gaat? Al mijmerend kwam ik op deze aardige voorbeelden.


I Saw Her Standing There
Paul schreef deze energieke rocker over zijn jeugdvriendinnetje Iris Caldwell (de zus van Rory Storm). Aanvankelijk bedacht hij de openingszin: Well she was just seventeen, never been a beauty a queen. Dat vond John maar niets. Hij veranderde de beauty queen in het seksueel getinte If you know what I mean en voegde daarmee precies de Rock & Roll toe die het nummer nodig had.


We Can Work It Out
De positief getinte McCartney-coupletten die in majeur staan, worden afgewisseld met het refrein dat Lennon aanleverde. Op het mineur-akoord zette John Life is very short, and there's no time....in. Het walsje aan het eind van dat refrein was trouwens weer een idee van George Harrison. De samenwerking kan hier dus optimaal genoemd worden.


Drive My Car
Toen Paul zijn compositie aan John Lennon voorzong, walgde Lennon van alle clichés in de oorspronkelijke tekst. Zo voerde Paul voor de zoveelste keer het cliché You can buy me diamond rings op. Die diamond rings zaten namelijk ook al in Can't Buy Me Love en I Feel Fine. Ook speelden ze een prominente rol in het voor Help! afgekeurde If You've Got Troubles. Dus toen McCartney de ringen weer ten tonele voerde, riep Lennon Crap! en dat was dat. Het tweetal worstelde enorm op de nieuwe tekst.

Een jonge McCartney en Lennon proberen hun pen, thuis bij Paul aan Forthlin Road, Liverpool

Getting Better
Paul werd door de tekst van dit nummer geïnspireerd door Jimmy Nichol. Deze drummer die de zieke Ringo Starr in 1964 korte tijd tijdens een tournee verving, antwoordde steevast met It's getting better all the time op de vraag van de pers hoe het drummen bij The Beatles hem beviel. McCartney's enthousiaste tekst werd cynisch aangevuld door Lennon's achtergrondkoortje It can't get no worse. Ook zou laatstgenoemde een duister couplet hebben aangedragen: I used to be cruel to my woman...


She's Leaving Home
In het lied over Melanie Coe, die 's ochtends stilletjes het ouderlijk huis verliet, zong McCartney vanuit de beleving van het avontuurlijke meisje. Lennon bedacht en zong de tegenstem, vanuit het verdrietige perspectief van de ouders: We gave her most of our lives, sacrified most of her lives, we gave her everything money could buy. bye bye.


Lucy In The Sky With Diamonds
Voor Johns psychedelische nummer was het nota bene Paul die de woorden cellophane flowers en kaleidoscope eyes aanleverde. Het waren woorden die hij al langer in zijn hoofd had, omdat hij ze fantastisch vond klinken. Ze bleken perfect in de Lennon-compositie te passen.


Hey Jude
Paul trok zich het lot van Johns zoontje Julian aan. Toen diens ouders scheidden, schreef Paul het bemoedigende Hey Jude voor het 6-jarige jochie. John vond het nummer prachtig. Toen Paul het hem aan de piano voorspeelde, riep Paul bij de zin The movement you need is on your shoulder dat hij daarover nog niet helemaal tevreden was. Daar moest hij beslist nog wat beters op verzinnen. Daarop antwoordde John: Nee, niet doen! Dat is de allermooiste zin van het hele nummer.





Is er meer?
Natuurlijk hebben Lennon en McCartney elkaar tekstueel op meer manieren aangevuld. Het was interessant om er eens in te duiken, maar er moet veel meer zijn. Ik ben daarom benieuwd naar jullie ideeën en aanvullingen!

zaterdag 9 juli 2016

Eleanor Rigby: heeft ze echt bestaan of was ze een toevallige herinnering van Paul McCartney?

Toeval bestaat niet, zei mijn vader altijd. Hij geloofde dat een speciale ontmoeting of een bijzondere gebeurtenis niet altijd 'zomaar' voor kon komen. Het zegt me nog steeds iets over de bewuste manier waarop hij in het leven stond. Met aandacht voor het bijzondere in het gewone. Wanneer ik nadenk over de vraag of toeval wel of niet bestaat, leg ik eigenlijk direct de link naar zijn favoriete Beatles-nummer. Dat kan geen toeval zijn...



Een middag in Woolton
Op mijn 40ste verjaardag, eind oktober vorig jaar, liep ik over de begraafplaats van St. Peter's Church in Liverpool. Het was een ronduit warme herfstdag en Liverpool zag er prachtig uit. Het blad aan de bomen had inmiddels rood-gele tinten en de lange glooiende lanen in de wijk Woolton lagen er statig bij. Onze taxi was gestopt aan Church Road en samen met onze gids Jimmy betraden we, via de toegangspoort, het ommuurde kerkterrein. De begraafplaats had een nieuw en wat ouder gedeelte. Dat oude stuk was typisch Engels, met mooie, wat scheefgezakte grafstenen.

Met gids Jimmy op Church Road, op weg naar
Eleanor Rigby's graf (eigen foto)

Cliff Richard en Andrew Lloyd Webber in de kerkbanken
'Een paar weken geleden hadden we hier nog de uitvaart van Cilla Black,' vertelde Jimmy. De Liverpoolse zangeres en diva was in augustus in haar appartement in Malaga ten val gekomen en overleden. Haar afscheidsdienst vond plaats op de plek waar haar roots lagen. En die van The Beatles, die zeer goed bevriend waren met Cilla. Paul en Ringo waren niet aanwezig, maar Sir Cliff Richard en baron Andrew Lloyd Webber zaten wel in de kerkbanken. 'Was Cilla eigenlijk geliefd in Liverpool?' vroeg ik Jimmy. Hij keek wat bedenkelijk. 'Mwa, ze was wel een beetje posh geworden hoor.' Dikdoenerij, dat trekt men in Liverpool niet. Het garderobe-meisje dat in de Cavern Club de jassen aannam en, net als The Beatles, via Brian Epstein beroemd werd, was blijkbaar toch een beetje uit de gratie geraakt bij de gemiddelde, nuchtere Liverpudlian.


Waren Eleanor Rigby en Father McKenzie een fantasie of een herinnering?
Maar we kwamen niet voor Cilla. We kwamen voor een vrouw die, zonder dat ze het ooit kon hebben geweten, vereeuwigd werd in één van de bekendste liedjes van de twintigste eeuw. Eleanor Rigby. Het enige dat ons met haar verbindt is dat mooie liedje en haar grafsteen. En nog iets verrassends, maar daar kom ik nog op terug. In 1966 schreef Paul McCartney een lied over gewone, onopvallende eenzame mensen. In dat lied voerde hij twee personen op. Volgens Paul waren beide namen aan zijn fantasie ontsproten en had het lied geen betrekking op mensen die echt zouden hebben bestaan. Actrice Eleanor Bron, die met The Beatles in de film Help! speelde, vormde de inspiratie voor de voornaam. Rigby was de naam van een slijterij in Bristol, aldus McCartney.

Actrice Eleanor Bron in de Beatlesfilm Help! (1965)

Goed voor een Grammy
Het klonk dus gewoon mooi, de lettergrepen van de namen pasten precies op de melodielijn die hij in zijn hoofd had. Beatles-producer en -arrangeur George Martin was direct verliefd op het nummer en met name op de syncopen, de manier waarop de woorden met ritmische accenten over de vierkwartsmaat heen gezongen werden. Om die syncopen te benadrukken bedacht George Martin het mooie staccato arrangement voor een strijkoctet. De krachtige strijkers vormen de enige instrumenten die in het lied te horen zijn. Een popsong die alleen begeleid wordt door strijkers. Het was, na Yesterday (waarop nog een gitaar naast de strijkinstrumenten te horen was) weer een originele invalshoek die voor een Beatles-nummer werd gekozen. Het leverde McCartney zelfs een Grammy Award op.

Eleanor Rigby
Picks up the rice in the church
where a wedding has been
Lives in a dream
Waits at the window
Wearing the face that she keeps
in a jar by the door
Who is it for?
All the lonely people
Where do they all come from
All the lonely people
Where do they all belong?


De originele handgeschreven tekst, door Paul McCartney

Eleanor Rigby bestond echt
Hoewel Paul dus beweert dat hij Eleanor Rigby als naam verzonnen had, heeft Eleanor echt bestaan. Ze werd op 29 augustus 1895 in Liverpool geboren en trouwde ene Thomas Woods. Op 10 oktober 1939, nog voor ook maar één Beatle het levenslicht zag, overleed Eleanor, 44 jaar oud. Ze zou werkzaam zijn geweest als keukenmeid in een ziekenhuis in Liverpool, waar haar handtekening op een officieel document in het personeelsregister werd teruggevonden. Dat document bracht 115.000 pond op bij een veiling. Ook dook er eind vorig jaar, heel verrassend, een zakbijbeltje op dat eigendom van Eleanor moet zijn geweest. Haar naam stond er in, net als die van haar vader. De bijbel werd tevens geveild. De geschatte waarde zou 20.000 pond zijn. Wat het boekje opbracht, heb ik niet kunnen vinden.Wel dat de bijbel op 4 november 2015 onder de hamer ging. Vier dagen na het moment waarop ik bij Eleanors graf stond. Toevallig zeg...

Het beroemde graf van Eleanor Rigby, de tweede steen van links (eigen foto)
Detailopname (eigen foto)
Eleanors handschrift in haar bijbel. De andere naam is die van haar vader.

Een priester die zijn sokken stopt
Terug naar het lied. Paul zocht nog naar een tweede couplet voor zijn nummer over eenzame mensen. Zittend achter de piano bedacht hij 'Father McCartney'. Het leek Ringo Starr wel een goed idee dat deze Father McCartney een preek zou schrijven, die niemand zou horen. En ook dat hij 's avonds in eenzaamheid zijn sokken zou stoppen. Tenslotte deed hun jeugdvriend Pete Shotton de suggestie om Father McCartney te vervangen door Father McKenzie. Anders zou iedereen denken dat het echt over Pauls vader zou gaan.

Father McKenzie
Writing the words of a sermon 
that no one will hear
No one comes near
Look at him working
Darning his socks in the night
when there's nobody there
What does he care?
All the lonely people
Where do they all come from?
All the lonley people
Where do they all belong?

Opnieuw een verzonnen figuur. De paden van deze fictieve Eleanor en Father McKenzie kruisen elkaar in het derde couplet, wanneer Eleanor overlijdt en de priester McKenzie haar begraaft. Een begrafenis waar niemand bij is, om de eenzaamheid van beide personen te benadrukken.

Eleanor Rigby
Died in the church and was buried 
Along with her name
- Nobody came -
Father McKenzie
Whiping the dirt from his hands
As he walks from the grave
No one was saved

Zonnebaden op de begraafplaats
En opeens staan we op die mooie herfstmiddag met onze gids bij het graf van Eleanor Rigby. Het werd in de jaren '80 ontdekt en vormt sindsdien een plek die Beatlesfans graag even gezien willen hebben. Ik kijk naar de mooie grafsteen, waarop de naam van Eleanor en haar man Thomas duidelijk te zien zijn. 'John en Paul waren vaak op deze begraafplaats te vinden,' vertelt Jimmy. 'Als ze spijbelden van school, om met meisjes af te spreken of om een beetje te zonnebaden.' We kijken wat rond bij het graf, tot Jimmy zegt: 'Kijk, hier een paar meter verderop ligt Father McKenzie....'

Een paar meter verderop: John McKenzie (eigen foto)

Twee verzonnen figuren op één begraafplaats in Liverpool, een paar meter van elkaar verwijderd. Waren Eleanor en de priester een verzinsel of een herinnering? Om met mijn vader te spreken: toeval bestaat niet.