zaterdag 19 januari 2019

John Lennon en zijn halfzussen en -broers

Van John Lennon kan het beeld bestaan dat hij, als enig kind van Julia en Alfred Lennon, een eenzame jeugd moet hebben gehad. Dat beeld klopt niet helemaal, omdat John wel degelijk broers en zussen had, zij het half-zussen en -broers. Met twee van hen onderhield hij een liefdevolle band, van zijn twee halfbroers wist hij van hun bestaan en...dan was er nog die andere halfzus die pas vele jaren later opdook. Het genetische verwantschap tussen Lennon en zijn halfzussen en -broers is duidelijk te zien op foto's en filmbeelden. Het leek me aardig om deze week eens de chaotische geschiedenis van de 'extended Lennon family' op een rij te zetten.

Julia Baird (Dykins), één van Johns halfzussen

Alf en Judy namen het leven niet zo serieus
Toen John Lennon op woensdag 9 oktober 1940 in het Liverpoolse Oxford Street Maternity Hospital ter wereld kwam, stelde het huwelijk van zijn ouders al niet veel meer voor. Vader Alfred (Alf) Lennon zat voornamelijk op zee en moeder Julia (Judy) feestte zich een slag in de rondte in de Noord-Engelse havenstad. Beide echtelieden namen het leven niet al te serieus en stonden slechts van tijd tot tijd met elkaar in contact. Van een geregeld gezinsleven was geen sprake. Misschien is het aardig in een andere column eens stil te staan bij hun gezamenlijke geschiedenis, want die is best interessant.

Alfred en Julia Lennon


Drie meisjes, maar één verdween er...
Terwijl John een jaar of 5 was, raakte zijn moeder opnieuw zwanger. Dat was niet van Alf. De gebeurtenissen rond die zwangerschap zijn nooit doorgedrongen tot de jonge John. Het kind verdween vrijwel direct na de geboorte en zou pas vele jaren later opduiken. Daarover later meer. Van het bestaan van zijn twee jonge halfzusjes Julia (vernoemd naar haar moeder) en Jacqueline (Jackie, ook wel Jacqui) was John zich wel degelijk bewust. Ze werden geboren uit Julia's relatie met John (Bobby) Dykins, die als sommelier in het vermaarde Liverpoolse Apelphi Hotel werkte. Kleine Julia werd geboren op 5 maart 1947, haar zusje Jackie op 26 oktober 1949. In die periode woonde John al bij zijn tante Mimi en oom George aan Menlove Avenue, terwijl het gezin Dykins zo'n twee kilomter verderop aan Blomfield Road een huurhuis betrok. Tante Mimi vond het een huishouden van Jan Steen en noemde het huis van de familie Dykins The House of Sin, terwijl ze haar eigen woning The House of Correction noemde. Ik bedoel maar.

Bobby Dykins met zijn jongste dochter Jackie

Logeren bij zijn moeder en zusjes
Toch stond John, zeker vanaf zijn elfde, frequent in contact met zijn moeder en haar nieuwe gezin. Hij kwam graag logeren aan Blomfield Road en bouwde een band op met zijn zusjes. Zus Julia, die pas op latere leeftijd naar buiten trad met haar bijzondere afkomst, omschrijft in haar boeken John Lennon, mijn broer en Imagine This haar herinneringen aan die tijd. Tijdens de logeerpartijtjes stond ze haar bed af aan John en sliep ze bij haar zusje Jackie. De zusjes zaten eerste rang toen John als tiener zijn eerste schreden op het muzikale pad zette en met zijn Quarry Men op een open vrachtwagen in Rosebery Street optrad. John tilde zijn jonge zusjes achterop de wagen, terwijl moeder Julia op een afstandje glimlachend leunend tegen een lantaarnpaal het schouwspel gadesloeg.

Julia Baird anno nu en als kind met haar broer John

Familieverdriet werd niet met de kinderen gedeeld
Julia Lennons vroegtijdige dood, door een verkeersongeval op Menlove Avenue had een enorme impact op haar kinderen. De zusjes werden naar familie in Schotland gestuurd en hoorden pas twee maanden later van het overlijden van hun moeder. Net als de 'broertjes McCartney' werden ze bij de begrafenis van hun moeder weggehouden. Zo ging dat blijkbaar in het Engeland van de jaren '50. Familieverdriet was een privéaangelegenheid en er werden geen kleine kinderen bij betrokken. Ironisch genoeg verloren de zusjes Dykins ook hun vader aan een auto-ongeluk, vele jaren later, in 1965 op Penny Lane. 

Julia en Jackie in 1958, kort na het overlijden van hun moeder


Haal de meisjes, nu!
In het jaar waarin hun vader overleed, hadden  Julia en Jackie hun oudere halfbroer al een wereldster zien worden, al speelde het succes van The Beatles niet zo'n grote rol in hun contact met John. Wel maakten Julia en Jackie Beatlemania af en toe 'van binnen uit' mee, zittend naast hun broer in de Rolls Royce die hen in 1964 naar het Beatlesconcert in het Finsbury Park Astoria in Londen bracht. Toen John zag dat zijn zusjes, die bij dat optreden vooraan stonden, bijna verpletterd werden door de andere fans, schreeuwde hij tegen de bewaking: Haal de meisjes, nu! Zo werden Julia en Jackie uit de menigte getild en in veiligheid gebracht. Zittend in de coulissen konden ze de verrichtingen van The Beatles verder volgen. In oktober 1965 waren Julia en Jackie aanwezig in de EMI Studio's aan Abbey Road waar The Beatles aan Day Tripper werkten. Regelmatig waren de meiden te gast op Kenwood, het landhuis in Weybridge waar hun broer inmiddels met zijn (eerste) gezin was gaan wonen.


Julia gooit de poorten van Strawberry Field voor ons open
Julia leerde in die periode haar toekomstige echtgenoot Allen Baird kennen en verhuisde met hem naar Noord-Ierland. Ze volgde diverse studies, waaronder Onderwijskunde, gaf Franse en Engelse les en ze werd uiteindelijk een soort remedial teacher. Julia kreeg drie kinderen, scheidde in 1981 en streek uiteindelijk, via Wales, in Chester neer. Tot op de dag van vandaag houdt ze zich bezig met Beatles-gerelateerde projecten voor de stad Liverpool. Voor zover ik weet, is ze verbonden aan Cavern Tours en was ze betrokken bij de komt van het Beatlesstandbeeld op Pier Head. Haar meest recente project is het herontwikkelen van Strawberry Field. Het terrein wordt binnenkort geopend voor publiek (!) en Julia is één van de initatiefnemers van een nieuw instituut, waar kinderen met een leerachterstand begeleid worden. Haar initiatief stelt ons binnenkort in staat om achter die befaamde rode hekken van Strawberry Field te wandelen, in het parkje waar John Lennon als kind speelde. 

Julian Lennon (midden) met links zijn toenmalige vriendin Lucy Bayliss en zijn moeder Cynthia.
Rechts staan zijn tantes Jackie en Julia.

Een foto op de vleugel in The Dakota
Julia, die net als haar zus Jackie een grote fysieke gelijkenis met John vertoont, had in de laatste jaren van Johns leven regelmatig contact met haar broer. In haar boek vertelt ze dat het contact midden jaren '70 het intiemst was, met lange telefoongesprekken tussen New York en Engeland, met name over hun moeder en hun jeugd in Liverpool. John vroeg om foto's en smeekte zijn halfzussen om naar New York te komen. Het kwam er niet van. Bekend is dat op Lennons piano in The Dakota een ingelijste foto van zijn zusjes prijkte. Over zus Jackie heb ik overigens niet veel kunnen vinden, behalve dat ze trouwde, een zoon kreeg (die ze naar John  vernoemde), scheidde en geen gemakkelijk leven heeft gehad.

John kreeg deze foto van zijn zusjes in 1975 in New York toegestuurd
en zette hem ingelijst op zijn witte vleugel.

Alfred Lennon kreeg nog twee zoons
Met al deze verhalen zijn we er nog niet. Er zijn namelijk ook nog twee halfbroers uit de mannelijke tak van de familie. Johns biologische vader Alf hertrouwde in 1967 met de 18-jarige Beatlesfan Pauline Jones. Alf, die al tegen de 60 liep, werd nog twee keer vader: David Henry Lennon werd geboren in 1969, gevolgd door en Robin Francis Lennon in 1973. John had sporadisch contact met zijn vader en sprak hem telefonisch enkele weken voor diens dood in 1976. Hoewel John zijn halfbroers nooit ontmoet heeft, moet hij wel degelijk van hun bestaan afgeweten hebben. Natuurlijk was ik benieuwd wat er van deze mannen geworden is. David Henry Lennon werkt of werkte aan de University of Glasgow als professor Physical Chemistry. Ook hij vertoont een opvallende gelijkenis met zijn beroemde halfbroer. Over zijn jongere broer Robin Francis heb ik niets kunnen vinden. Welke speurneus maakt dit verhaal af?

David Lennon is scheikundige in Glasgow


Een eerste ontmoeting op Menlove Avenue
Terug nu naar de zusjes Julia en Jackie. Zij ontmoetten hun ándere, geheime, halfzus op 7 december 2000 bij het huis van Tante Mimi aan Menlove Avenue. Dat was tijdens de onthulling van het bekende blauwe heritage-schildje dat in Engeland wordt bevestigd op woonhuizen van beroemd geworden Engelsen, twintig jaar na hun overlijden. Daar stonden de drie Lennon-zussen, of beter gezegd de drie Stanley-zussen: alledrie de dochter van Julia (Lennon-Dykins) Stanley. 

Ingrid Pedersen werd in juni 1945 geboren, als Victoria Elizabeth,
tweede kind van Julia Lennon.

Victoria werd geadopteerd als Ingrid
Deze Ingrid Pedersen had in 1966 trouwplannen en ontdekte bij het opvragen van haar geboorteakte tot haar verbijstering dat ze een dochter van ene Julia Lennon  en het halfzusje van John Lennon uit Liverpool was. Het werd haar duidelijk dat ze geadopteerd was, een onderwerp waarover bij haar thuis niet gesproken werd. Ingrid besloot zelf niet  met haar ouders over haar verbijsterende ontdekking te spreken, maar begon in het geheim alles over John Lennon te verzamelen dat ze kon vinden. Best een opmerkelijke keuze. 
Een officieel document rond de adoptie of naamswijziging van Victoria
in Ingrid, met daarop de naam van haar biologische moeder en adoptiemoeder.

Ingrid zocht zelf geen contact met haar beroemde broer
Even opmerkelijk maar ook integer was haar beslissing om zelf geen contact met John Lennon op te nemen zolang haar ouders nog in leven waren. Dat deed ze uit loyaliteit naar haar adoptieouders. Ingrid werd geboren op 19 juni 1945 uit een affaire van Julia met de Welshe soldaat Taffy Williams, die in Liverpool gestationeerd was. Omdat Julia als praktisch alleenstaande moeder al nauwelijks voor John kon zorgen, stond ze haar tweede kindje, dat de naam Victoria Elizabeth kreeg, onder druk van de familie, af. Het meisje kwam terecht bij een medewerker van het Leger des Heils. De uit Noorwegen afkomstige Peder Pederson en zijn vrouw Margaret hernoemden hun adoptiedochter Ingrid Pedersen. Ingrid groeide op in het Engelse Crosby.

Ingrid bezocht uiteindelijk Yoko in New York

John Lennon liet zijn verloren halfzusje zoeken
Zelf hoorde John in 1964 alsnog van één van zijn tantes dat hij nog een derde halfzus moest hebben. Hij reageerde geëmotioneerd op het verhaal en huurde een detective in om zijn verloren halfzusje op te sporen. Ingrid bleek in die tijd onvindbaar en John kwam nooit iets te weten over zijn ontbrekende halfzus. Ingrid zelf trad pas vele jaren later naar buiten met haar bijzondere verhaal [video]. Uiteindelijk ontmoette Ingrid Yoko Ono in New York, lang na Johns overlijden. Of ze nog regelmatig contact heeft met haar twee zusjes is niet bekend. Het blijft een bijzondere geschiedenis.





zaterdag 12 januari 2019

Pat Moran: de allereerste Beatlesfan (of: hoe The Beatles hun flat aan Gambier Terrace uitgezet werden)

In de kantlijn van het grote verhaal van The Beatles, zijn vele kleine verhalen te vertellen over mensen die ook een rolletje hadden in het leven van de Fab Four. Hoe klein die rol vaak ook was, deze passanten leveren met hun herinneringen vaak een uniek inkijkje in een bepaalde periode van het bestaan van de band. Deze week schrijf ik graag wat over de aandoenlijk lieve Pat Moran. Haar naam zal niet veel bellen doen rinkelen, toch kan ze beschouwd worden als de allereerste Beatlesfan. En de allerliefste, als je het mij vraagt.


Mijn blik gleed omhoog langs de imposante gevel
Voor het verhaal richten we onze camera op Gambier Terrace, een straat in één van de oudste delen van Liverpool, gelegen tussen de Liverpool Cathedral en Sint Bride's Church, de Anglicaanse kerk in het Georgian Quarter. In het straatje, dat ook maar enkele blokken verwijderd is van wat nu Paul McCartney's Liverpool Institute of Performing Arts is, staat een enorm blok met 19e eeuwse herenhuizen. Begin november 2015 stond ik er, tijdens mijn bezoek aan Liverpool. Mijn blik gleed omhoog langs de imposante gevel, op zoek naar wat het raam van nummer 3 zou moeten zijn. Dit was de plek waar Stuart Sutcliffe in 1960 een kale flat bewoonde, samen met een aantal andere kunstacademiestudenten, waaronder de later bekend geworden kunstenaar Margaret Chapman.

Overzichtsfoto van het huizencomplex aan Gambier Terrace, Liverpool

Zonder toezicht van het thuisfront
In de loop van dat jaar werd het de 19-jarige John Lennon te benauwd bij Aunt Mimi aan het chique Menlove Avenue. Hij vroeg boezemvriend Stuart Sutcliffe of hij bij hem in mocht trekken in het schamele onderkomen, dat het midden hield tussen een studentenflat en een atelier. Na overleg met de overige bewoners stemde Stuart in. Ook Paul McCartney en George Harrison waren vaak in de flat te vinden. Even zonder toezicht van het thuisfront.

Paul McCartney, 1960,
gefotografeerd door broer Mike in zijn ouderlijk huis

Agressieve Ierse vader
Pat Moran wilde ook wel even weg van huis. Het 16-jarige meisje uit Wallasey (aan de overzijde van de Mersey) was op haar 9e haar moeder verloren en stond onder streng toezicht van haar agressieve Ierse vader. Op zaterdagavond mocht ze uit, bij de gratie gods, maar dan wel zonder make-up en mét een nette jurk. Een spijkerbroek was uit den boze. Als ze te laat thuis kwam, kreeg ze er van langs, of werd ze door haar vader niet meer binnen gelaten. Wat moet dit meisje hebben uitgekeken naar de zaterdagavonden, wanneer The Beatles vaak optraden in The Grosvenor Ballroom, bij haar om de hoek. Pat begon de jongens, die amper ouder waren dan zij, te volgen.

The Beatles in de Grosvenor Ballroom, Wallasey (de foto dateert van
februari 1961, iets later dan de gebeurtenissen die in deze blog
beschreven worden.)

Op zondagochtend op weg naar The Beatles
Pat raakte vooral verkikkerd op Paul McCartney en genoot van de manier waarop hij met John Lennon het publiek entertainde. Haar lievelingsnummers uit het repertoire van The Beatles waren Tutti Frutti, Long Tall Sally, Cathy's Clown en Whole Lotta Shakin' Going On. Uit haar gesprekjes met Paul begreep Pat dat de jongens vaak in de weekenden in de flat aan Gambier Terrace te vinden waren. Met nauwelijks geld voor een goede maaltijd, hield het allemaal niet over daar. De jonge Pat, die al een baantje had, besloot daarop de stoute schoenen aan te trekken. Op een aantal zondagochtenden nam ze, na haar kerkbezoek, de ferry over de Mersey, en stapte ze op Pier Head op de bus richting het Georgian Quarter. Met een mand vol lekkers beklom ze de trap van Gambier Terrace nummer 3, om haar idolen te verrassen.

Pat reisde een aantal zondagen van Wallasey naar Liverpool downtown


De Beatlesflat was een zwijnenstal
Op zaterdag deed ik er al boodschappen voor, vertelde Pat later. In haar mand voor The Beatles zaten eieren, kaas en broodjes. Samen met een paar vriendinnen arriveerde Pat rond het middaguur bij de flat. Tegen die tijd hadden The Beatles hun roes van de zaterdagavond uitgeslapen en was er tijd om te eten en te kletsen. De 16-jarige gevoelige, intelligente Ierse trof niet bepaald een orderlijk tafereel aan. De flat was, kort gezegd, een zwijnenstal. Volgens Pat was het meestal John die de deur open deed en Paul die de meisjes met een omhelzing begroette. Pat mocht Stuart ook graag. George maakte weinig contact, maar vroeg meestal wel even hoe Pat en haar vriendinnen het optreden van de voorgaande avond hadden gevonden. Bij gebrek aan voldoende meubilair moesten de meisjes op een bed zitten of wat tegen de muur blijven hangen.

George Harrison, 1960

Vijf Wees-Gegroetjes en vier Onze-Vaders
Na een tijdje keerden we weer huiswaarts, vertelde Pat, met een lege mand. Maar die lege mand was niet het enige dat het meisje mee naar huis nam. In haar vocabulaire waren hippe woorden als fab en gear geslopen. Iets dat haar vader tot razernij dreef. Dat kon toch nooit goed gaan? Zijn brave dochter die wekelijks afreisde naar een flat vol gevaarlijke jongens, die bovendien haar taalgebruik beïnvloedden? Pat vertelde later dat The Beatles zich altijd netjes richting haar gedragen hadden. Desalniettemin werd het meisje naar een priester gestuurd om te biecht te gaan. Met vijf Wees-Gegroetjes en vier Onze-Vaders kwam ze eenvoudig van haar zonden af. Regelmatig sprak Pat met Paul af, bijvoorbeeld voor een drankje in The Jacaranda, de pub van Allan Williams, die zich als eerste manager over de band zou ontfermen. Het was Pat die altijd de drankjes betaalde.




Briefjes van één pond naar Hamburg
Toen The Beatles naar Hamburg vertrokken, correspondeerden Pat en Paul regelmatig met elkaar. In de brieven vanuit Wallasey naar de Duitse havenstad schoof het lieve meisje regelmatig een briefje van één pond. Speciaal voor Paul. Het waren die brieven die Beatlesbiograaf Mark Lewisohn in de jaren negentig op het spoor van Pat Moran zetten. Ze bood haar correspondentie met Paul McCartney bij een veilinghuis aan. Daarmee kwamen de inmiddels historische documenten in het publieke domein terecht. Het lukte Lewisohn om Pat Moran nog te interviewen. In 2010 overleed ze, op 66-jarige leeftijd. Haar ontmoetingen met The Beatles en ooggetuigenverslag van de Beatlesflat aan Gambier Terrace 3 vormden weer een bouwsteentje voor dat grote verhaal over The Beatles dat Mark Lewisohn aan het schrijven is.

Beatlesbiograaf Mark Lewisohn kwam de
correspondentie tussen Pat en Paul op het spoor.

Door een bizar toeval zijn er interieurfoto's van de Beatlesflat
Naast dat ooggetuigenverslag van Moran, zijn er ook een paar zeer zeldzame foto's die ons vertellen hoe de flat er in die periode uitzag. Door een bizar toeval bezochten een journalist en fotograaf in juli 1960 de flat, omdat ze een artikel over zogenaamde Beatniks wilden maken. Beatniks, jongeren die in de voetsporen van de Beat Poets wilden leven. Ze waren een doorn in het oog van de gevestigde orde en dankbaar onderwerp voor een sensatiekrant. Een foto van hoe deze jongeren leefden zou uitermate illustratief zijn. Op het moment waarop geen van The Beatles aanwezig waren, schoot de fotograaf zijn plaatjes van de overige flatbewoners. Op 24 juli 1960 verscheen het artikel This Is The Beatnik Horror in de zondagse krant The People. De fotograaf had op elke plek in Engeland kunnen binnenstappen, maar koos stomtoevallig voor Gambier Terrace 3, downtown Liverpool.

Beatnik Horror: de bewuste foto's die het interieur tonen van de flat waar Stuart en John woonden
en Paul en George vaak verbleven, juli 1960.



Het meisje met de mand
De foto's hadden trouwens een vervelend effect. De verhuurder van het appartement kreeg de krant onder ogen en sommeerde hoofdhuurder Rod Murray zijn boeltje te pakken. Zo kwam het dat op 15 augustus 1960 alle zogenaame Beatniks, inclusief Stuart Sutcliffe en John Lennon op straat stonden. (Diezelfde week zouden The Beatles voor het eerst naar Hamburg afreizen.) Het blijft fantastisch dat die interieurfoto's er nog zijn! Ze brengen ons heel dicht bij het verhaal van de jonge Beatles, vlak voor hun Hamburg-periode. Maar....wat had ik graag een foto geplaatst van die sympathieke Pat Moran. Het lukte me niet om er eentje te vinden. Paul McCartney herinnert zich Pat nog levendig: het meisje met de mand vol eten. De eerste Beatlesfan. Wij zien haar wel voor ons. Ik vind het een prachtig verhaal.

zaterdag 5 januari 2019

Rock meets Raga: de bijzondere vriendschap tussen George Harrison en Ravi Shankar

De afgelopen dagen bereikten me allerlei hartelijke en vrolijke berichten via social media. Met goede wensen voor het nieuwe jaar en...dat vond ik zo aardig van jullie...ook de nodige bedankjes voor de blogs van het afgelopen jaar. Dat waardeer ik. Het schrijven kost veel tijd en het is fijn om te weten dat er zoveel mensen trouw meelezen. Ik wens jullie ook een heel mooi, goed en gezond 2019 toe en ik hoop dat ik in het nieuwe jaar weer voldoende schrijfinspiratie heb om jullie (en mezelf!) mee op reis te nemen in de wereld die The Beatles voor ons achterlieten. Soms via de hoofdweg en vaak via allerlei onbekende steegjes, maar hopelijk nooit via platgetreden paden. Althans, daar doe ik hard mijn best voor. Dat beloof ik!


Het was stil rond George Harrison
Het was het afgelopen jaar eigenlijk heel stil rond de nalatenschap van George Harrison. Opvallend stil. Misschien deden de Harrisons het bewust. Er was genoeg te beleven rond The Beatles als band, een tourende Ringo Starr, de erven Lennon die met een spectaculaire Imagine-release kwamen en Paul McCartney die praktisch dagelijks in het nieuws was. Het leek me daarom mooi om jullie mee te nemen in de bijzondere vriendschap tussen George Harrison en Ravi Shankar. Zijdelings kwam die al eens aan bod, toen ik schreef over de spirituele weg die Harrison in zijn leven aflegde, maar er valt zoveel meer te vertellen over de bijzondere band die deze mannen hadden.




Eerst danser, daarna musicus
Ravi Shankar, die op 7 april 1920 in Benares (Varanasi) in Noord-India werd geboren, kan met gemak tot de meest invloedrijke Indiase klassieke musici van de afgelopen eeuw worden beschouwd. Wie weet wás hij wel de belangrijkste. In ieder geval strekte zijn invloed zich ook ver buiten de landsgrenzen van India uit. Ravi leerde al op jonge leeftijd dat de wereld nog groter was dan zijn geboorteland. Als danser trok hij met zijn oudere broer Uday Shankar en diens gezelschap door Europa. Toen Ravi zijn enorme talent voor de sitar ontdekte, verdween het dansen naar de achtergrond. Zijn broer zou overigens één van de bekendste Indiase choreografen van zijn tijd worden. Uday vermengde Indiase traditionele choreografieën met westerse elementen en sloeg daarmee de brug tussen oost en west. Precies hetgeen Ravi in de muziek zou gaan doen.

Een jonge Ravi met zijn oudere broer in Parijs, 1930.


The Byrds vormden de schakel tussen Harrison en Shankar
Na een sitar-studie van 6 jaar, onder toeziend oog van leermeester Allaudin Khan, begon Ravi de wereld rond te reizen met zijn sitar. Midden jaren '50, toen The Beatles in Liverpool hun eerste gitaren bemachtigden en in de ban raakten van rock 'n' roll-platen, was Ravi al een naam in de wereld van de klassieke Indiase muziek. Hij gaf concerten, werd uitgenodigd voor gerenommeerde wereldmuziek-festivals, componeerde filmmuziek en werkte voor de Indiase radio. In het jaar waarin The Beatles met Love Me Do hun voorzichtige doorbraak beleefden, richtte Shankar in Bombay een eigen muziekopleiding op. Ravi raakte in Amerika bevriend met platenbaas Richard Bock en nam een aantal platen op in hetzelfde studiocomplex als waar The Byrds werkten. Toen hun vriend George Harrison in 1966 met David Crosby en Roger McGuinn van The Byrds over zijn fascinatie voor het geluid van de sitar sprak, lag daar de sleutel tot de eerste ontmoeting tussen Harrison en Shankar.

Sitarlessen, september 1966


Terugtrekkende beweging uit de hippiecultuur
Hoewel Ravi graag de brug sloeg tussen oost en west, trok hij zich na optredens op het Montery Pop Festival en Woodstock langzaam maar zeker terug uit de hippie-cultuur. Hij verweet Jimi Hendrix, die op het podium zijn gitaar in brand stak, disrespect voor muziekinstrumenten, die hij als een verschijningsvorm van het goddelijke zag. De terugtrekkende beweging die George Harrison uit de wereld van de popcultuur maakte, loopt vrijwel parallel aan die van Ravi. Harrison vond in Shankar niet alleen een muzikale maar ook een spirituele vriend, die hem verder introduceerde in de wereld van de klassieke Indiase muziek. Over hun eerste ontmoeting vertelde George Harrison de pers later, dat Ravi Shankar de eerste man was geweest die werkelijk indruk op hem had gemaakt. Shankar zei op zijn beurt over Harrison: 

From the moment we met, George was asking questions, and I felt he was genuinely interested in Indian music and religion. He appeared to be a sweet, straightforward young man.


Ravi vond het sitargeluid op Norwegian Wood uitermate vreemd klinken
De mannen vonden bij elkaar een oprechtheid en authenticiteit die hen ertoe deed besluiten veel tijd met elkaar door te brengen, in India, de VS en in Engeland. Ravi gaf George een aantal sitarlessen, maar spoorde hem vooral ook aan de gitaar weer op te pakken en zijn eigen roots te volgen. Hoewel Harrison een vurig verlangen had de sitar te leren spelen, legde Shankar hem uit dat de basisopleiding 5 jaar lang, 8 uur studeren per dag betrof, en dat het daarna nog een jaar of 15 zou kosten om tot volle wasdom te komen. Shankar vond het geluid van de sitar op Norwegian Wood dan ook uitermate vreemd klinken. Zo eenvoudig was het niet om de brug te slaan tussen de wereld van de raga en de rock.

Een prachtige foto van Ravi in Londen, omstreeks 1967

Spiritueel en aards
Harrison vond in Shankar vooral een vriend en een gesprekspartner. De erudiete Indiër die niet alleen uitvoerig over muziek, maar ook over literatuur, spiritualiteit, film en theater kon praten, was een bron van inspiratie voor de jonge Harrison. Shankar kwam uit een vooraanstaande Indiase familie, Harrison kende Liverpool, Londen en verder alleen alle kleedkamers en concertpodia ter wereld. Shankar hielp hem zijn blik te verbreden. Wat de mannen in elkaar aantrok, was misschien ook hun dualistische levenshouding: een neiging tot ascetisch leven, maar niet ongevoelig voor aardse verleidingen.

Bij de persconferentie voor The Concert for Bangladesh, 1971

Oosterse klanken voor Westerse oren
Met The Concert For Bangladesh organiseerden de twee vrienden het eerste benefietconcert in de westerse popgeschiedenis. De twee concerten die op 1 augustus 1971 in New York plaatsvonden, zetten de toon voor latere evenementen zoals Live Aid. Toen Shankar en zijn muziekgezelschap na het stemmen van de instrumenten het applaus van het westerse publiek in ontvangst namen, sprak Ravi de legendarische woorden: If you like our tuning so much, I hope you will enjoy the playing more. Oosterse klanken en westerse oren ontmoetten elkaar. Ravi ging in 1974 met Harrison mee op diens Dark Horse Tour. Een weinig succesvolle onderneming. Beide muzikanten werden geplaagd door ziekte en het publiek dat voor 'Beatle George' kwam, kon de Indiase component van de show niet altijd waarderen. Harrisons had bovendien een aanhoudende keelontsteking waardoor hij  nauwelijks nog kon zingen. Ravi kreeg een hartaanval en moest een aantal data van de tour missen.

In 1974/75 tijdens de Dark Horse Tour verkeerden beide
mannen niet in goede gezondheid.

Zeldzaam inkijkje
Vanaf de tweede helft van de jaren '70 was de vriendschap tussen George en Ravi niet meer zo zichtbaar voor het grote publiek. De band tussen de mannen verdiepte zich.  Harrison ontpopte zich in de loop der jaren als producer (en soms instrumentalist) op een aantal van Shankars albums: Shankar Family & Friends (1973), Ravi Shankar's Music Festival From India (1976) en Chants of India (1997). De releases verschenen, samen met een prachtig fotoboek en een concertfilm uit 1974, in de luxe cd-box Collaborations. Rond het verschijnen van het album Chants of India gaven beide vrienden met deze [minidocumentaire] een zeldzaam inkijkje in hun samenwerking:



Speciale compositie voor George
Chants of India zou het laatste muzikale samenwerkingsproject van de twee zijn. Ravi was degene die op 29 november 2001 in Los Angeles aan het sterfbed van de doodzieke Harrison zat. Tijdens het Concert for George, dat een jaar later ter nagedachtenis aan Harrison in de Royal Albert Hall gehouden werd, sprak de inmiddels 81-jarige Ravi warme woorden over 35 jaar vriendschap tussen de twee en bereidde hij in de aanloop naar de avond met dochter Anoushka een speciale compositie voor Harrison voor. Als je even de tijd neemt om onderstaand filmpje te kijken, krijg je inzicht in de improviserende manier waarop Shankar componeert en arrangeert. Werkelijk intrigerend:



Als vader en zoon
Shankar, die zelf in 2012, op 91-jarige leeftijd overleed, omschreef zijn band met Harrison regelmatig als die van vader en zoon, als leraar en student, maar ook als broers en hechte vrienden. Ondanks, of misschien wel dankzij hun leeftijdsverschil van 23 jaar en zeer verschillende culturele achtergronden, vulden de twee elkaar aan. Als ik naar één van de laatste foto's van deze twee soulmates kijk, hoop ik dat hun zielen elkaar ergens in dit universum weer zijn tegengekomen. Zelf geloofden ze in die mogelijkheid. Je zou het ze gunnen.