Posts tonen met het label Aunt Mimi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Aunt Mimi. Alle posts tonen

zaterdag 20 februari 2021

Over de enige bekende foto van John Lennon en zijn moeder Julia, gemaakt in de zomer van 1949

Wat is het jammer dat er, voor zover mij bekend, maar één foto is waarop John Lennon met zijn geliefde moeder Julia te zien is. Vroeger was het maken van foto's in veel families geen alledaagse kost. Aangezien John het grootste deel van zijn jeugd niet bij zijn moeder woonde, waren er wellicht weinig momenten waarop de twee samen op de gevoelige plaat konden worden vastgelegd. Gelukkig hebben we de prachtige foto die in de zomer van 1949 van John en Julia gemaakt werd. Daarover wil ik deze week graag iets schrijven.




Niet in de achtertuin van Mimi
Lang dacht ik dat John (8) en Julia (35) in de zomer van 1949 gefotografeerd waren in de achtertuin van Mendips, het huis aan Menlove Avenue waar John bij zijn tante Mimi en oom George opgroeide. Hoewel de gevel, die achter moeder en zoon te zien is, niet op die van Mendips lijkt, nam ik aan dat we als kijker een naastgelegen woning zagen. Dat klopt niet. De foto van John en Julia werd ergens anders gemaakt. Namelijk op Ardmore, gelegen aan Old Chester Road 486 in Birkenhead. Hemelsbreed is dat een kleine 10 kilometer ten westen van Mendips, aan de overkant van de Mersey.




Aunt Nanny woonde op Ardmore
Ardmore was het huis van Johns tante Anne (1911-1988), die in de familie bekend stond als Aunt Nanny. Anne was de middelste van de vijf kinderen uit het gezin Stanley, die overigens allemaal met een liefdevolle bijnaam door het leven gingen. Zo stond oudste dochter Mary bekend als de legendarisch geworden Aunt Mimi, gevolgd door Elizabeth die Mater genoemd werd. Daarna volgde Anne als Nanny. Julia werd vaak Judy genoemd en jongste telg Harriet was Harrie voor intimi. Mater woonde aanvankelijk met haar man Charles en zoon Stanley Parkes op Ardmore, maar verkocht de woning aan haar jongere zus Nanny die er na haar huwelijk met Sidney Cadwallader ging wonen. De flinke tuin bij het huis was waarschijnlijk een prettige plek voor de Stanleys om in de zomer bijeen te komen.


John met zijn neven, nicht en halfzus
De tuin van Ardmore was in ieder geval de plek waar op een zomerse dag de camera rondging. Op onderstaande foto zien we, van links naar rechts Aunt Harries kinderen David Birch (3) en zijn oudere zus Liela (10) met Aunt Nanny's zoon Michael Cadwallader (ongeveer 18 maanden) op schoot. Twee neven en een nicht van John (8) die zelf rechts van zijn halfzusje Julia (2,5) zit. 


Op een tweede foto kijken de kinderen niet allemaal in de camera:



Een derde foto laat de neven en nichten vanuit een andere hoek en in een andere opstelling zien:



Vermoedelijk werd diezelfde dag ook onderstaande foto van Johns tantes en oom gemaakt. Links zien we Aunt Harrie met haar man Norman. Recht zit Aunt Nanny, die het huis bewoonde.



Nichtje Liela (links) poseert ook nog met de drie zussen Harrie, Judy (Julia) en Nanny.


In mijn boek The Beatles Unseen (Mark Hayward) vond ik ook nog een foto die waarschijnlijk die dag werd gemaakt van de oudste zus Mary, ofwel Aunt Mimi. Op dat moment was Mimi 43 jaar oud en zorgde ze al drie jaar voor haar neefje John.



Onder de oksels
De foto's werden overigens allemaal gemaakt in de voormalige voortuin van het huis. Wie nu een kijkje bij Ardmore gaat nemen, ziet vanaf de straatzijde niet de mooie gevel met de erker. Inmiddels is de indeling van het perceel veranderd, waardoor we in de achtertuin moeten staan om hetzelfde gezichtspunt als de fotograaf te krijgen. Die fotograaf, vermoedelijk één van Johns ooms of tantes, ziet in de zomer van 1949 de jonge John Lennon en zijn moeder door de lens. De twee poseren vrolijk. Julia is overduidelijk zwanger van haar inmiddels vierde kind (Jackie). Ze pakt haar zoon onder zijn oksels, kietelt hem en de fotograaf drukt af. Een afbeelding uit duizenden.



zaterdag 10 oktober 2020

Bij de 80ste geboortedag van John Lennon: op avontuur rond Strawberry Field(s) en in gesprek met Lennons achterbuurjongen

Het gaf me best een bijzonder gevoel om vorig najaar het terrein van Strawberry Field in Liverpool te betreden. Net als vele Beatlesliefhebbers had ik er al eens voor de gesloten rode hekken gestaan, glurend naar het mysterieuze, overwoekerde park dat daar achter lag. Strawberry Field gaf zijn geheimen niet prijs, voor de zoekende toerist die de gesloten toegangspoort aan de lommerrijke Beaconsfield Road had weten te vinden. Inmiddels is het terrein opengesteld voor publiek en hoeven we niet meer, zoals de jonge John Lennon deed, over een muur te klauteren. 




Is het nu Field of Fields?
Tegenwoordig wordt het gebiedje als Strawberry Field (in enkelvoud) aangeduid, terwijl John Lennon het in zijn ode had over Strawberry Fields (in meervoud) Forever. Was dat Lennons fantasie, of had hij een punt? Historische vermeldingen laten zien dat het gebied aan Beaconsfield Road beide benamingen heeft gehad. Een kaart uit 1891 toont dat het terrein werd aangeduid als Fields. In een testamentaire verwijzing naar één van de voormalige eigenaren, de scheepsmagnaat George Hignett Warren (1819-1912), is er weer sprake van Strawberry Field.

By Ordnance Survey - Reproduced with the permission of the National Library of Scotland,
CC BY 4.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=56722292


The will of Mr George Hignett Warren, of Strawberry Field 
(The Yorkshire Post and Leeds Intelligencer 12 March 1912)


John Lennon had ook op Strawberry Field terecht kunnen komen
Of het nu Field of Fields was, het landgoed wisselde enkele malen van (rijke) eigenaar en kwam in 1934 in het bezit van de Britse Salvation Army, betrekkelijk kort voor het jaar waarin John Lennon geboren werd. De geschiedenis van het huis en landgoed is uitstekend gedocumenteerd door de fantastische blog There Are Places I Remember. Het tehuis opende haar deuren in 1936 en bood onderdak aan zo'n veertig meisjes. In sommige gevallen wees, vaker waren ze afkomstig uit gebroken gezinnen. In de jaren '50 kwamen daar ook jongens bij. Wat dat betreft had John Lennon, gezien het 'gebroken gezin' waar hij zelf ook uit kwam, heel goed zelf op Strawberry Field terecht kunnen komen.




Stiekem over de muur klimmen
Dat het anders liep, weten we natuurlijk. Omdat zijn moeder Julia niet in staat was voor hem te zorgen, kreeg John onderdak bij tante Mimi, pal om de hoek aan Menlove Avenue. Behalve dat John op het terrein speelde, bezocht hij met zijn tante ook graag de festiviteiten. Wanneer hij, vermoedelijk vanuit de achtertuin, de Salvation Army Band hoorde inzetten tijdens het jaarlijkse tuinfeest, spoorde hij Mimi aan om zich te haasten. John wilde niets van de gebeurtenissen missen. Hoewel de hekken van Strawberry Field altijd open stonden en de kinderen vrij in en uit konden lopen en elders in Liverpool naar school gingen, zag Mimi liever niet dat haar familie zich mengde met 'deze kinderen'. Johns neef Stanley Parkes vertelde dat John en hij ergens via de achterkant van Mendips (aan Menlove Avenue) het terrein opkwamen zodat ze toch stiekem met de kinderen konden spelen. 

Stanley Parkes (15) en John Lennon (8)


We vroegen Mark Lewisohn waar die muur was
Toen ik vorig jaar met Wibo, Michiel en Jan Cees van Fab4Cast Strawberry Field opnieuw bezocht, bleef Jan Cees zich maar afvragen op welke plek John Lennon de muur over klom om op het terrein te komen. Dat zag hij zichzelf namelijk ook wel even doen. Voorafgaand aan onze trip stelde ik Beatleshistoricus Mark Lewisohn de vraag waar John zich de toegang tot Strawberry Field verschafte. Die antwoordde: "The wall that Jan Cees is thinking of jumping is in Vale Road. However, it now leads only into a housing estate, which occupies much of the extensive grounds of the old SF home." Dat was duidelijk. Als Jan Cees over die muur klom, zouden we hem uit een privétuin moeten zien te krijgen. Het terrein van Strawberry Field was niet meer zo groot als vroeger. Een deel ervan is inmiddels in particulier bezit. Toch gaf Jan Cees niet op. 


Jan Cees in gesprek met David Upton,
de 'oud-achterbuurjongen' van John Lennon


We ontmoetten de oude achterbuurjongen van John Lennon
Al wandelend rond de buitenmuur van het huidige terrein, op de bewolkte ochtend van dinsdag 1 oktober 2019, stapte Jan Cees op een vriendelijk uitziende oudere man af. Duidelijk een 'local'. Iets langer grijs haar, een tasje over zijn schouder, vriendelijke blik, op weg naar de bus. Jan Cees legde uit wie hij was en dat hij zo gefascineerd was door de gedachte dat John Lennon hier ergens, bij Vale Road, over de muur naar Strawberry Field klom. De man knikte vriendelijk. Dat wist hij maar al te goed. Hoewel hij iets jonger was dan John Lennon, kon hij hem nog goed herinneren als zijn eigen achterbuurjongen. "Ik zag hem vaak in zijn achtertuin, waar hij dan in een hoge iep klom, van waaruit hij Strawberry Field kon zien. Maar we klommen inderdaad ook allemaal over die muur als kinderen," zo vertelde deze David Upton ons. Ook kregen we van hem de bevestiging dat het terrein oorspronkelijk groter was geweest, dat de muur nog verder door had gelopen en dat zich er tevens een boerderij met een stuk open grasland bevond. Daarachter lag het bos, "A nice woodland to play in," aldus David.


David bleek in het huis van Ivan Vaughan te wonen
Even waren we weer heel dicht bij de jonge John Lennon, door deze onverwachte ontmoeting. De verhalen liggen in Liverpool nog steeds op straat. Jan Cees had, als journalist met een neus voor goede verhalen, precies de goede man van straat geplukt om zijn vragen aan te stellen. We vonden het toch wel een kleine sensatie: een ooggetuige die ons haast achteloos vertelde dat we inderdaad warm waren. "Oh," vervolgde David, "ik woon zelf nu trouwens in het huis van Ivan Vaughan, de gemeenschappelijke vriend van John Lennon en Paul McCartney. Dat is ook een bijzondere plek, aan 84 Vale Road. Ze hebben heel wat uurtjes in mijn huidige woning doorgebracht." 


Een virtuele mellotron om de openingsklanken van Strawberry Field te spelen
Natuurlijk bezochten we ook het terrein en het gloednieuwe bezoekerscentrum, dat het Britse Leger des Heils daar op eigen grond heeft opgericht. Ze deden het in nauwe samenwerking met Johns halfzus Julia Baird. Het centrum biedt ruimte aan een opgezette multimediale presentatie over de historie van de plek én (een klein beetje) over de roots en muzikale invloeden van John Lennon. Met een virtuele mellotron kun je er de openingsklanken van Strawberry Fields leren spelen. Wanneer je je vinger langs de swarmandal laat glijden, hoor je het karakteristieke harpgeluid uit het nummer. Met videobeelden en een audiotour krijg je een indruk van de plek die Strawberry Field voor de wijk én voor de jonge John Lennon moet zijn geweest.





Een sympathieke plek
In het naastgelegen bezoekerscentrum steun je de accommodatie en het werk van het Legers des Heils door er een t-shirt, mok of een potje aardbeienjam te kopen. De memorabilia zijn smaakvol, niet schreeuwerig of erg commercieel vormgegeven. Dat ademt de hele plek trouwens: in het bezoekerscafé eet je soep, een taartje of een sandwich. Buurtbewoners kunnen elkaar te ontmoeten en er samen een kop koffie te drinken. Voor kinderen is er ruimte om met hun gitaar of keyboard in de hoek op te treden. In de keuken en de bediening werken jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze krijgen er de rust en ruimte om zichzelf te ontwikkelen. In de pas aangelegde tuin kunnen bezoekers een contemplatieve wandeling te maken, langs bordjes met teksten als 'Love and peace are eternal', en 'There's nothing you can do that can't be done'. Ook staan de originele hekken van Strawberry Field er opgesteld. Ze belandden na diefstal als oud ijzer op de sloop en werden daar op het nippertje herkend en gered.


Michiel, Wibo en Jan Cees bij de originele hekken van Strawberry Field


Verleden, heden en toekomst
Op het nieuwe Strawberry Field komen verleden, heden en toekomst bij elkaar. De plek is gered van verder verval, het bezoekerscentrum vertelt ons over de bijzondere geschiedenis ervan en jongeren krijgen er een kans aan hun toekomst te werken. Terwijl ik even afdwaal in gedachten, kijk ik naar de meest afgelegen hoek van de tuin. Ik knijp mijn ogen tot spleetjes. Zie ik daar, door mijn oogharen een jongen over de muur klimmen? Wanneer ik met mijn ogen knipper, is hij weg. Ik zal het me wel verbeeld hebben.




Verder luisteren (podcasts)



zaterdag 4 november 2017

Welke relatie hadden The Beatles zelf nog met Liverpool?

Vorige week haalde ik herinneringen op aan mijn bezoek aan Liverpool, twee jaar geleden. Daarbij kwam een andere vraag op: welke relatie hadden The Beatles zelf nog met hun geboorteplek, nadat ze er lang en breed vertrokken waren? Kwamen ze er nog wel eens? Wat deden ze er dan? Zetten ze zich nog in voor de stad waar ze het levenslicht zagen? En wanneer waren ze er, in het geval van John en George, voor het laatst? Ik besloot op zoek te gaan naar antwoorden.

The Beatles in het Liverpoolse havengebied, september 1962


Van een hotel naar een gezamenlijke flat
Toen The Beatles langzaam maar zeker landelijk begonnen door te breken, werd het steeds lastiger om vanuit het verre Liverpool verder te bouwen aan hun carrière. Fotosessies, opnames, tv-optredens....het speelde zich allemaal in af in Londen, de stad die zo'n 350 kilometer verderop lag. In die eerste fase werd er heel wat gependeld tussen beide steden. Zowel met de auto als met het vliegtuig. Liverpool beschikte immers over Speke Airport, tegenwoordig John Lennon Airport genaamd. Toch was het onontkoombaar om op een gegeven moment naar Londen te verhuizen. Manager Brian Epstein parkeerde de groep in de zomer van 1963 eerst in het President Hotel aan het Londense Russel Square. Van daaruit zocht hij verder naar een geschikte uitvalsbasis voor John, Paul, George en Ringo. Dat werd een appartement op de vierde verdieping van een complex aan 57 Green Street, in de centraal gelegen wijk Mayfair.

9 oktober 1963: gezamenlijk ontbijt in de flat in Green Street, op Johns 23ste verjaardag

Liverpool leek midden jaren '60 ver weg
The Beatles woonden maar kort samen in die flat. Ze zaten er in de herfst van 1963 een paar weken. John Lennon had al een vrouw en kind in Liverpool en toen Cynthia en Julian ook naar Londen verhuisden, betrokken de Lennons hun eigen appartement. Paul kreeg al snel een hekel aan het Beatles-flatje en verhuisde naar het ouderlijk huis van zijn vriendin Jane Asher. George en Ringo bleven aanvankelijk achter, maar verkasten korte tijd later samen naar een apartment in Knightsbridge, in de buurt bij het prestigieuze Harrods. Van daaruit kochten ze elk een huis in Surrey, op het platteland bij Londen. Ook John zette enige tijd later deze stap met zijn jonge gezin. Paul bleef als enige in Londen wonen en kocht een herenhuis in de buurt bij de EMI-studio's. En Liverpool? De stad leek vanaf midden jaren '60 inmiddels ver weg voor The Beatles, maar was dat ook echt zo?


Terug naar Liverpool
De eerste keer dat The Beatles echt publiekelijk als band terugkeerden naar hun thuisstad, was op 10 juli 1964 voor de noordelijke première van A Hard Day's Night. De groep werd op Speke Airport begroet door 3000 fans en in een colonne door de straten van hun eigen stad gereden. Er stonden 200.000 mensen langs de kant. Na een diner, het bijwonen van de film en een aantal andere verplichtingen vloog de band 's avonds terug naar Londen. Er zijn nog prachtige beelden van deze dag: [filmpje]




Ik vroeg me af hoe de Fab 4 daarna hun band met Liverpool onderhielden.


John had kort voor zijn dood plannen om terug te keren
John Lennon keerde niet vaak terug naar zijn thuisstad. Zijn moeder was hij immers op jonge leeftijd verloren en met zijn vader had hij nauwelijks contact. Wat John aan Liverpool zou moeten binden was zijn tante Mimi. In 1965 kocht hij echter voor haar een huis in Dorset, zodat ze op haar oude dag van het mildere Zuid-Engelse klimaat kon genieten. Op die plek bezocht hij haar af en toe. De laatste keer dat John in Liverpool was, is trouwens wel goed gedocumenteerd. Op 26 juni 1969 reed hij vanuit Londen met Yoko, Julian en Yoko's dochtertje Kyoko nog één keer naar het noorden, om zijn nieuwe gezin kennis te laten maken met zijn Liverpoolse familie. Ik schreef onlangs een blogje over deze wat vreemde trip van de Lennons. Na zijn vertrek naar New York, begin jaren '70, zette John nooit meer voet aan wal op Engelse bodem. Wel vergeleek hij New York altijd met hem zo geliefde Liverpool: een stoere stad aan het water. Het verlangen om voor familiebezoek terug te keren naar Engeland, was er wel degelijk. Eind jaren '70 werd Lennon niet langer geplaagd door zijn immigratieproblemen en kon hij de VS veilig verlaten, wetend dat hij er ook weer terug kon keren. John hield intensief telefonisch contact met zijn tante Mimi en halfzusje Julia. Er waren zelfs plannen om elkaar begin 1981 in Engeland te zien. John zou gezegd hebben dat hij daar enorm naar uitkeek. Zo ver kwam het nooit.

John met Julian op bezoek bij Mimi aan de Engelse zuidkust, 1967


Voor Paul McCartney is Liverpool nooit ver weg
Van alle vier de Beatles lijkt Paul altijd de meest intensieve en relaxte relatie met zijn thuisstad te hebben onderhouden. Hij kwam regelmatig op bezoek bij zijn vader, voor wie hij een groter huis aan de overzijde van de Mersey kocht. Ook onderhield hij contact met broer Michael die tot op de dag van vandaag nog in Liverpool woont. Paul keerde er terug voor concerten en componeerde het klassiek getinte Liverpool Oratorio dat begin jaren '90 in de grote kathedraal in Liverpool in première ging. Een paar jaar later bekostigde hij de bouw en exploitatie van het Liverpool Institute of Performing Arts, gevestigd in zijn oude middelbare school. Paul komt nog altijd een paar keer per jaar naar deze muziek-, dans- en acteeropleiding om masterclasses te geven en diploma's uit te reiken. Nog altijd kun je Paul in de straten van Liverpool tegenkomen. Bewoners van Forthlin Road, waar het oude familiehuis van de McCartneys dagelijks door heel wat toeristen wordt bezocht, weten te vertellen dat er af en toe een grote auto door de straat rijdt, waarvan de raampjes naar beneden gaan voor een praatje. Als dank voor het doorstaan van de inmiddels jarenlange dagelijkse overlast, gaf Paul de hele straat een paar jaar geleden kaartjes voor één van zijn Liverpoolse concerten.

Paul met zijn laatste versie van Wings, eind jaren '70 in Liverpool


Ringo Starr schopte tegen wat scouse schenen
Ringo's relatie met Liverpool is altijd een lastige geweest. Anders dan je misschien zou verwachten. Begin jaren '90 werkte hij mee aan een televisiespecial over Liverpool, ter ere van zijn 52ste verjaardag. Heel inspirerend was dat allemaal niet. [filmpje]



Een aantal jaren later haalde hij de woede van een aantal inwoners op de hals door in een interview te vertellen dat er eigenlijk vrij weinig was dat hij nog aan Liverpool miste. In 2008, toen hij aanwezig was bij de festiviteiten rond Liverpool als culturele hoofdstad van Europa, nam hij die woorden terug. Door de jaren heen verwees Ringo met op albums regelmatig naar zijn geboortestad. Op de hoes van zijn eerste soloalbum poseerde hij voor zijn oude buurtpub en in 2008 bracht hij het album Liverpool 8 uit, verwijzend naar Toxteth, het district waar hij ter wereld kwam. Het huisje, aan 9 Madryn staat er nog steeds. Leeg, vervallen en al jarenlang aanwezig op een gemeentelijke lijst met slooppanden. Actievoerders proberen het pand te behouden of ergens anders opnieuw op te laten bouwen. Dat laatste vindt Ringo, zo verklaarde hij onlangs, enorme onzin. Liverpool lijkt voor de Beatles-drummer inmiddels verworden tot een plek in zijn herinneringen, zonder dat hij nog veel binding voelt met de stad anno nu.


George verraste zijn ouders regelmatig met een privébezoekje in Liverpool.
Hij kocht een bungalow voor ze, buiten de stad.

George hield zijn relatie met Liverpool liever privé
Van George Harrison weten we dat hij zijn ouders in de jaren '60 graag verraste met bezoekjes. Nadat hij zijn zo geliefde moeder in 1970 verloor, zullen de bezoeken aan Liverpool zijn afgenomen, want Harrison haalde zowel zijn vader als zijn broers naar zijn landgoed bij Londen. Om iets terug te doen voor zijn geboortestad schonk hij een groot bedrag voor de restauratie van het Palm House in Sefton Park. Op zijn uitdrukkelijke verzoek werd zijn donatie geheim gehouden. Het prachtige glazen bouwwerk werd in september 2001, twee maanden voor het overlijden van George, heropend.

Sefton Park Palm House

George hield zijn jarenlange band met Liverpool altijd privé. Inwoners hebben hem kort voor zijn dood nog door de binnenstad zien lopen. Het meest ontroerende verhaal komt van een local, die George en zoon Dhani samen in een auto zag zitten, zo vertelde hij de Liverpool Echo. Het stel stond geparkeerd voor het piepkleine huisje aan 12 Arnold Grove, de plek waar George opgroeide. Vader en zoon waren geëmotioneerd. Het had alles van een afscheid.

zaterdag 11 maart 2017

Lennons laatste keer in Liverpool en zijn vakantie in Schotland die niet goed afliep

Reisverhalen blijven leuk om te schrijven. Daarom gaan we deze week weer eens op pad. Op 26 juni 1969 reed John Lennon met zijn Mini Cooper van Weybridge, dat onder de rook van Londen ligt, naar Liverpool. Yoko Ono naast hem. Op de achterbank zaten twee kleine kinderen: Kyoko Cox (5) en Julian Lennon (6). Het pasgetrouwde stel was onderweg naar Schotland. Het moest een vakantie met het nieuwe gezin worden. Alles draaide daarbij om nostalgie. Kyoko was overigens Yoko's dochter uit haar huwelijk met de Amerikaanse filmproducer Anthony Cox. Julian werd geboren uit Johns relatie met Cynthia Powell. Beide kinderen waren op bezoek bij hun moeder en vader, bij wie ze niet permanent woonden. Het zou een even hilarische als desastreuze trip worden en....de laatste keer dat John in Liverpool was.



Beep-beep-yeah!
Die donderdag zetten de Lennons vermoedelijk koers richting Oxford en Birmingham, in noordwestelijke richting. Ze kozen opvallend genoeg voor de betrekkelijk kleine Mini Cooper om de lange reis te maken. Naar Liverpool was het zo'n 350 kilometer rijden. Enkele dagen daarvoor had het stel al een kort bezoekje aan Wales gebracht. Johns geboorteplaats zou de eerste stop van de lange trip naar Schotland worden. Hij had het plan zijn geliefde Aunt Harriet te bezoeken, de jongere zus van zijn tante Mimi en moeder Julia. Ook wilde John tante Anne graag zien. De familie Stanley telde in totaal 5 dochters: Mary (Mimi), Elizabeth (Mater), Anne (Nanny), Julia (Judy) en Harriet (Harrie). John groeide op tussen een aantal sterke vrouwen. Hij noemde ze in een interview dan ook Five fantastic, strong, beautiful and intelligent women.


Drie van Johns tantes: Mater, Harrie en Mimi


Een bedankbriefje voor Aunt Harrie
John had een goede band met zijn Aunt Harrie. Een aantal jaren geleden dook een brief op uit 1951 waarin de 11-jarige John zijn tante bedankt voor de kerstcadeautjes die hij van haar kreeg. In de aanhef noemt hij haar Harrie. Het was deze lieve tante die John in de zomer van 1969 graag nog eens wilde bezoeken. Hij zette dus koers naar Liverpool.



Lamsbout en appeltaart
Nadat John met Yoko en de kinderen die donderdag door Liverpool gereden had, parkeerde hij de auto bij Aunt Harrie voor de deur, op Gateacre Park Drive. In haar boek John Lennon, mijn broer beschrijft Johns halfzusje Julia Baird het bezoek van het stel aan hun tante. Aunt Harrie schrok toen ze haar sterk vermagerde neef voor de deur zag staan. Ze besloot direct een enorm diner in elkaar te zetten, met gebraden lamsbout, jus, muntsaus met kruiden uit eigen tuin, gebakken aardappelen en groenten. Appeltaart met slagroom toe! Julia schrijft in haar boek dat het in huis heerlijk begon te ruiken, maar dat Yoko aankondigde dat zij en John dat soort dingen niet meer aten. Ze nam de keuken over. Volgens de familie Lennon hing ze als een heks met haar lange haren over de pannen. Yoko kookte voor John en zichzelf een macrobiotische maaltijd met gestoomde groenten in Tamarisaus en zette John een minieme portie met organische bruine rijst voor. Het commentaar van Aunt Harrie: Gehakte wortels? John heeft een goed warm maal nodig! Onder het eten zou Yoko oom Norman hebben doorgezaagd over Zen-filosofie. Wat moet dat een hilarische ontmoeting zijn geweest. Twee hippies op bezoek in een degelijk Noord-Engels gezin.



Vermoedelijk de dag van vertrek uit Liverpool. De familie neemt afscheid.









Een raadselachtig bezoek aan Holmbrook Special School
Eenmaal in Liverpool realiseerde John zich dat hij wel een erg kleine auto had meegenomen voor de trip die het gezin mét bagage nog naar Schotland zou voeren. Hij belde daarom zijn vaste chauffeur Les Anthony met het verzoek om de British Leyland Austin Maxi van Weybridge naar Liverpool te rijden. Daar stapten de Lennons over, waarna Anthony de Mini terugreed naar huis. Opmerkelijk genoeg bezochten John, Yoko, Kyoko en Julian ook nog de Holmbrook Special School, aan 1, Blomfield Road. Ze werden er verwelkomd door het personeel en de leerlingen. Wat was de reden voor hun bezoek aan deze instelling voor speciaal onderwijs? Was het omdat de school zo dicht bij Strawberry Field lag? Wilde John rondkijken bij zijn favoriete speelplekken van vroeger? De foto's tonen een vrolijk en ontspannen bezoek, waarbij de leerlingen allemaal een wit petje dragen waar Daily Mirror op lijkt te staan.





Johns Trip-down-memory-lane
Vanuit Liverpool reden de Lennons door naar Schotland. Daar verbleven ze in het dorpje Durness. Een behoorlijk stuk nog, via Edingburgh. Durness was de plek waar John vanaf 9-jarige leeftijd menig vakantie doorbracht met Aunt Mater en haar gezin. Maters tweede man, Bertie Sutherland, bezat een huisje in het dorp dat in het uiterste Noord-Westen van Schotland ligt. Johns trip-down-memory lane kon dus niet compleet zijn zonder een verblijf in het dorp van zijn jeugd. Dit was de plek waar hij als kind wandelde, speelde, viste en kattekwaad uithaalde. Inwoonster Iris MacKay herinnert zich hoe de jonge John enorme hoeveelheden zeewier van het strand meenam en aan de buitenkant van de deuren van de dorpswinkel bevestigde, zodat deze niet meer open konden, zo vertelde ze enkele jaren geleden aan The Guardian.

John (links) trekt een gekke bek op een vakantiefoto met het gezin van zijn tante Mater in Schotland.
John met Yoko, Kyoko en Julian in Schotland
17 hechtingen
De idyllische vakantie kwam op 1 juli vroegtijdig tot een eind toen John een auto-ongeluk veroorzaakte. Tijdens een rit in slecht weer raakte de bijziende Beatle in paniek toen hij een tegenligger op de smalle weg op zich af zag komen. Hij stuurde de auto de weg af en crashte bij het dorp Golspie in een greppel. In het plaatselijke ziekenhuis kreeg hij 17 hechtingen in zijn gezicht. Yoko kwam er met 14 hechtingen in haar voorhoofd iets beter af, Kyoko kreeg er 4 en Julian bleef ongedeerd, hoewel hij in shock was. Julian werd teruggebracht naar Aunt Mater in Durness en daar opgehaald door zijn moeder. Cynthia was zich wild geschrokken dat haar zoon bij een ongeluk betrokken was. Ze bleek niet op de hoogte te zijn dat John Julian mee op vakantie had genomen. Cynthia vloog naar Schotland, legde het laatste gedeelte van de reis per auto af en nam Julian mee naar huis, zo schrijft ze in haar biografie John. Ze vroeg John om uitleg, maar hij weigerde haar in het ziekenhuis onder ogen te komen.

Ik vond deze foto, die ik nog niet eerder gezien had.
Vermoedelijk verlaten John en Yoko hier het Schotse ziekenhuis.

John speelde geen noot mee op Here Comes The Sun
Op diezelfde eerste juli startten de overige drie Beatles in Londen met de opnames van het album Abbey Road. Na enkele dagen keerden de Lennons vanuit Schotland terug naar Weybridge, waar John nog drie dagen rust nam, om zich op 9 juli weer in de studio te vertonen. Toen stond Here Comes The Sun al grotendeels op tape. John Lennon zou zodoende geen noot bijdragen aan het nummer van George Harrison. Dat was hij vermoedelijk sowieso al niet van plan. De gecrashte auto werd trouwens later naar Weybridge getransporteerd. Het wrak kreeg later die zomer een ereplekje in de tuin van Johns nieuwe woning in Tittenhurst Park. Never a dull moment with the Lennons, zullen we maar zeggen.






zaterdag 4 februari 2017

Hoe John Lennon een Nederlandse gitaar leende om te leren spelen

Het was een jongen met de bijnaam George Lee die zijn klasgenoot John Lennon op de Quarry Bank High School in Liverpool op een idee bracht. Deze George hoorde de 15-jarige John zingen en zei hem zoiets als: Jouw zangstem is een stuk beter dan wat ik op de radio hoor. Waarom begin je niet zelf een bandje? Hij leende John zijn eigen gitaar, die hem vervolgens met een koord nonchalant over zijn rug hing. Dat stond namelijk zo stoer voor de meiden. Het bleek een instrument van Nederlandse makelij.

Een vergelijkbaar model van de Egmond-gitaar die John leende


John gebruikte de gitaar als een banjo
George Lee kon zelf niet spelen. Hij vond het dus prima dat zijn schoolvriend de gitaar een tijdje in zijn bezit had. John, op zijn beurt, experimenteerde met de eerste akkoorden die hij kende. Althans, dacht te kennen....van zijn moeder Julia had hij namelijk les gehad op een banjo. John probeerde de banjo-akkoorden die hij kende om gitaar te spelen. Daarbij stemde hij zijn gitaar als een 5-snarige banjo (G-C-C-B-D) en liet hij de zesde snaar ongebruikt. Zittend op zijn bed worstelde John vermoedelijk met het aanleren van skifflenummers. De skifflemuziek, een soort mix van dixieland, folk, blues en jazz, was midden jaren '50 enorm populair in Engeland. Het waren de liedjes van de Schotse zanger Lonnie Donegan die John Lennon inspireerden om het idee van zijn klasgenoot George Lee ook echt uit te voeren: hij richtte een skiffleband op. Korte tijd heette het gezelschap The Black Jacks, al snel werd dat The Quarry Men.

Luister een stukje van het nummer Rock Island Line van Lonnie Donegan: [filmpje]



Een gitaar uit Brabant
Nog even terug naar die 'eerste' gitaar van John Lennon. Het instrument dat hij leende, bleek afkomstig te zijn van de firma Egmond. Het was rood sunburst-model dat gemaakt was in het Brabantse Best, bij Eindhoven. De gitaren van Egmond waren low-budget instrumenten, die door de Britse firma Rosetti werden geïmporteerd. Lennons klasgenoot kocht de gitaar voor 2 pond, van een andere schoolvriend. Diens vader was woest dat zijn zoon nog zo'n bedrag aan had durven pakken voor een paar aan elkaar gelijmde stukken spaanplaat. Hoe dan ook. Het genereuze gebaar van George Lee zorgde ervoor dat John Lennon begon te dromen over een leven als muzikant. Er was een snaar geraakt.

John op een schoolfoto van Quarry Bank

John bestelde een Gallotone uit een advertentie
Foto's van John en zijn geleende Egmond-gitaar zijn er niet. Hoe lang Lennon het instrument van Lee leende, weten we ook niet. Wel kun je je natuurlijk voorstellen dat John zo snel mogelijk zelf een gitaar wilde hebben. Dat werd een Gallotone Champion. John probeerde zijn tante Mimi, bij wie hij in huis woonde, te bewegen om het instrument voor hem te kopen. Mimi weigerde. Dus bestelde John de gitaar zelf, via een advertentie die hij in een tijdschrift had zien staan. Hij liet hem bezorgen bij het adres van zijn moeder Julia. Slimme jongen, die Lennon.

Deze twee advertenties vond ik in het boek The Beatles Gear.
Bij het model dat John Lennon bestelde heb ik een rode pijl geplaatst.

Een gitaar waar veel jongens van bleven dromen
De Gallotone was afkomstig uit Zuid-Afrika, waar ene Eric Gallo eind jaren '30 een fabriekje voor snaarinstrumenten was begonnen. Het bedrijf groeide voorspoedig en begon met het exporteren van gitaren, ukeleles, banjo's en mandolines naar Groot-Brittanië. De zogenaamde Champion was de goedkoopste gitaar uit het assortiment van Gallotone. Het was het enige instrument dat binnen het bereik van John Lennon lag. De verkoopprijs moet in 1956 rond de 6 pond zijn geweest, althans volgens The Beatles Gear. Mark Lewisohn heeft het in zijn boek Tune In echter over een bedrag van 22 pond en 5 shilling. Vermoedelijk betaalde Julia de gitaar, die vanuit Durban werd verscheept. Lewisohn schrijft dat de Gallotone waarschijnlijk op afbetaling voor John werd gekocht.

Lennon bespeelde de Gallotone toen hij McCartney ontmoette
Het was deze Gallotone Champion die John Lennon op 6 juli 1957 bespeelde op het tuinfeest bij St. Peter's Church. The Quarry Men stonden op het podium en de nieuwsgierige Paul McCartney, net 15 geworden, keek van een afstandje vol bewondering naar de zanger van de groep. De twee maakten kennis en werden vrienden. We kunnen meekijken door de ogen van Paul McCartney. Er is een prachtige foto bewaard gebleven van het optreden van The Quarry Men die dag. John staat in het midden, met zijn gitaar. Op de foto is rechts het bovenste gedeelte van een zogenaamde tea chest bass te zien, karakteristiek voor de skifflebands uit die tijd.

John en zijn Gallotone Champion op 6 juli 1957.
Rod Davis staat half verborgen achter Lennon.

Waar is John Lennons eerste gitaar gebleven?
Dat is een intrigerende vraag. Begin jaren '80 zou John's tante Mimi de gitaar gedoneerd hebben aan een liefdadigheidsinstantie in Liverpool. Ze had het instrument, dat in slechte conditie verkeerde, zelf laten restaureren. De gitaar kwam terecht in een instelling die Olive Mount heette. Dit was een instituut voor kinderen met leerproblemen. Johns gitaar zou daar bespeeld zijn door de kinderen van die instelling. De vader van één van deze kinderen kwam in het bezit van het instrument en zou hem in 1999 hebben laten veilen bij Sotheby's. Een Amerikaan die anoniem wenste te blijven kocht de gitaar voor ruim 155.000 pond. Een deel van de opbrengst werd geschonken aan het Liverpoolse instituut waar het instrument vandaan kwam.

Rod Davis, enkele jaren geleden, met gitaar,
temidden van de overige leden van The Quarry Men

Klopt het verhaal wel?
Johns oud-bandmaatje Rod Davis had de Gallotone vele malen in zijn handen. In een interview vertelde hij dat John ruig omsprong met z'n gitaar. Vaak braken er snaren. Tijdens een optreden pakte John dan snel de banjo van Rod om verder te spelen. Rod verving ondertussen de gebroken snaar, om de gitaar precies op tijd klaar te hebben voordat hij hem aan John kon teruggeven voor het volgende nummer. Davis herinnerde zich dat John de Gallotone zo ruig bespeelde dat hij zijn wijsvinger daar vaak mee bezeerde, Tot bloedens toe. Deze bloedspetters waren zichtbaar aan de binnenkant van de klankkast van het instrument. Toen Davis het door Sotheby's geveilde instrument op authenticiteit mocht inspecteren, meende hij de bloedspetters te kunnen ontwaren. Ik wist immers precies waar ik moest kijken, aldus Rod. So far, so good dus.

De positie van het logo zou afwijken van die op de geveilde gitaar

Bewijst een foto het tegendeel?
Maar nu het volgende. Een aantal jaren later dook er een onbekende foto op van John Lennon met zijn Gallotone. Op de foto wijkt de positie van het Champion-naamplaatje bij de brug (meer naar links) duidelijk af van de plek waar het logo op de Sotheby's-gitaar (meer naar rechts) is bevestigd. Bij dit type gitaar kan het naamplaatje met de naam Champion niet verplaatst zijn. Dat betekent maar één ding... Rod Davis had het mis. De eerste gitaar die John Lennon ooit kocht, moet nog ergens ter wereld rondzwerven. Potverdorie, wat een spannende gedachte! 

zaterdag 21 januari 2017

Lennon en McCartney als tekstschrijvers: intellectueel versus sentimenteel?

Toen de 15-jarige Paul McCartney op 6 juli 1957 op het grasveldje achter Sint Peter's Church in Liverpool stond te kijken naar de skiffleband van ene John Lennon, kon hij nog niets vermoeden. Niet dat hij die bewuste zaterdag oog in oog stond met de belangrijkste muzikale partner van zijn leven. Niet dat deze provocerende jongen hem feilloos zou aanvoelen en aanvullen bij het schrijven van vele liedjes. Niet dat deze John Lennon hem zou uitdagen het beste uit zichzelf te halen. Niets van dat alles. Deze week wil ik het hebben over de manier waarop John Lennon en Paul McCartney teksten schreven en in het bijzonder: hoe ze elkaar daarbij versterkten.


We kennen het cliché over Lennon en McCartney
Natuurlijk kennen we allemaal het cliché dat Paul McCartney binnen The Beatles de man was van de vrolijke deuntjes en dat John Lennon de cynische en sombere kant van het bandgeluid vertegenwoordigde. Een beetje kort door de bocht misschien, maar vaak worden Lennon en McCartney op deze manier getypeerd. Enkele jaren geleden publiceerden twee Amerikaanse en één Noorse onderzoeker gezamenlijk een artikel in een Amerikaans tijdschrift over psychologie. Centraal stond hun onderzoek naar het taalgebruik van Lennon en McCartney. Zowel in composities die ze gezamenlijk als los van elkaar schreven. Interessant!

Lennon en McCartney in actie, vastgelegd door Linda McCartney


Veiligheid versus verwarring
Hoewel Lennon en McCartney beiden uit de arbeidersklasse kwamen, verschilden hun jeugdervaringen enorm van elkaar. Beiden verloren ze hun moeder op jonge leeftijd. Dat zorgde in hun vriendschap voor een hechte band. Er was een stil onderling begrip van elkaars verdriet en verlies. Toch waren verder de verschillen groot. Zo groeide McCartney op in een warme, zeer hechte familie die hem veel veiligheid bood. Lennon had een chaotische en verwarrende jeugd, waarin hij zich heen en weer geslingerd voelde tussen zijn beide ouders en zijn tante Mimi, die zich grotendeels over hem ontfermde. McCartney was de populaire jongen op school, die met iedereen goed op kon schieten. Lennon schopte tegen het gezag en zat altijd in de problemen. Toen deze twee sterke karakters elkaar ontmoetten en zich langzaam maar zeker ontwikkelden als liedjesschrijvers, leverde dat veel moois op.


McCartneys alledaagse onderwerpen versus Lennons universele thema's
Als songschrijver tekende Paul voor liedjes die in allerlei stijlen geschreven werden. Van de vaudeville in When I'm 64 tot de hardrock van Helter Skelter: McCartney liet in zijn schrijversschap een enorme veelzijdigheid zien. Zijn melodieën kenmerken zich over het algemeen als gemakkelijk in het gehoor liggend. Je fluit of zingt ze eenvoudig mee. Tekstueel focust McCartney zich meer op het vertellen van alledaagse verhalen, vaak over anderen. Lennon daarentegen was introspectief én universeel tegelijk. Een bijzondere combinatie. Met zijn teksten probeerde hij sterk zijn eigen (negatieve) emoties te begrijpen. Denk daarbij aan Help!, Julia en Nowhere Man. Daarnaast schreef Lennon meer over grote ideeën en concepten dan McCartney dat deed. Voorbeelden zijn Revolution en Across The Universe. Zet deze nummers tegenover de avonturen van Desmond en Molly Jones uit Ob-La-Di Ob-La-Da of van Maxwell met zijn zilveren hamer en je voelt het verschil. Natuurlijk zijn er aan beide kanten uitzonderingem. Met Here Today schreef Paul begin jaren '80 een eerlijk en emotioneel eerbetoon aan zijn vermoorde vriend.

Tijdens de sessies voor Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, 1967


McCartney gebruikte meer positieve én seksueel getinte woorden dan Lennon
Even terug naar het onderzoek. Alle teksten van nummers die ofwel door Lennon, door McCartney of door hen beiden werden geschreven werden geanalyseerd. Daarbij werden alle woorden netjes omgezet in regulier Engels. Zich herhalende zinnen of refreinen telde men één maal. Daarna bepaalde men woordcategorieën (bijvoorbeeld positieve woorden, negatieve woorden, seksueel geörienteerde woorden, verleden tijd, tegenwoordige tijd, enkelvoud, meervoud, korte woorden, lange woorden). De onderzoekers verdeelden de periode waarin The Beatles als band bestonden in drie tijdvakken, die qua productiviteit ongeveer gelijk aan elkaar waren, te weten: 1960-1964, 1965-1967 en 1968-1970. Door al deze criteria te combineren, ontdekten de onderzoekers bijvoorbeeld dat Lennon meer woorden in zijn liedjes stopte dan McCartney. Componeerden ze gezamenlijk, dan was het aantal woorden per liedje het hoogst. Lennon scoorde hoger bij de telling van negatief getinte woorden, McCartney bij de positieve én seksueel getinte woorden.

Eén van de tabellen uit het onderzoek


Wat zijn mooie voorbeelden van hoe Lennon en McCartney elkaar aanvulden?
Het onderzoek levert nieuwe inzichten op, die de hierboven beschreven clichés over Lennon en McCartney wat weerleggen. Het idee dat Lennon vooral intellectueel en McCartney met name sentimenteel schreef bijvoorbeeld. Volgens de onderzoekers schreef McCartney weliswaar optimistischer, maar verwerkte hij in zijn teksten een breder spectrum aan perspectieven en thema's. Zijn liedjes zouden in intellectueel en linguïstisch opzicht beter in elkaar zitten. Het zijn zomaar een paar conclusies. Wie zich wil verdiepen in het onderzoek, waarin ook het werk van George Harrison aan bod komt, kan hier verder lezen. Qua toonzetting is het album Help! overigens het omslagpunt in de carriëre van de band. Vanaf die plaat worden de liedjes qua woordkeus pessimistischer.

Nu, hoe vulden Lennon en McCartney elkaar aan? Wat zijn mooie voorbeelden van hun samenwerking, als het om het schrijven van teksten gaat? Al mijmerend kwam ik op deze aardige voorbeelden.


I Saw Her Standing There
Paul schreef deze energieke rocker over zijn jeugdvriendinnetje Iris Caldwell (de zus van Rory Storm). Aanvankelijk bedacht hij de openingszin: Well she was just seventeen, never been a beauty a queen. Dat vond John maar niets. Hij veranderde de beauty queen in het seksueel getinte If you know what I mean en voegde daarmee precies de Rock & Roll toe die het nummer nodig had.


We Can Work It Out
De positief getinte McCartney-coupletten die in majeur staan, worden afgewisseld met het refrein dat Lennon aanleverde. Op het mineur-akoord zette John Life is very short, and there's no time....in. Het walsje aan het eind van dat refrein was trouwens weer een idee van George Harrison. De samenwerking kan hier dus optimaal genoemd worden.


Drive My Car
Toen Paul zijn compositie aan John Lennon voorzong, walgde Lennon van alle clichés in de oorspronkelijke tekst. Zo voerde Paul voor de zoveelste keer het cliché You can buy me diamond rings op. Die diamond rings zaten namelijk ook al in Can't Buy Me Love en I Feel Fine. Ook speelden ze een prominente rol in het voor Help! afgekeurde If You've Got Troubles. Dus toen McCartney de ringen weer ten tonele voerde, riep Lennon Crap! en dat was dat. Het tweetal worstelde enorm op de nieuwe tekst.

Een jonge McCartney en Lennon proberen hun pen, thuis bij Paul aan Forthlin Road, Liverpool

Getting Better
Paul werd door de tekst van dit nummer geïnspireerd door Jimmy Nichol. Deze drummer die de zieke Ringo Starr in 1964 korte tijd tijdens een tournee verving, antwoordde steevast met It's getting better all the time op de vraag van de pers hoe het drummen bij The Beatles hem beviel. McCartney's enthousiaste tekst werd cynisch aangevuld door Lennon's achtergrondkoortje It can't get no worse. Ook zou laatstgenoemde een duister couplet hebben aangedragen: I used to be cruel to my woman...


She's Leaving Home
In het lied over Melanie Coe, die 's ochtends stilletjes het ouderlijk huis verliet, zong McCartney vanuit de beleving van het avontuurlijke meisje. Lennon bedacht en zong de tegenstem, vanuit het verdrietige perspectief van de ouders: We gave her most of our lives, sacrified most of her lives, we gave her everything money could buy. bye bye.


Lucy In The Sky With Diamonds
Voor Johns psychedelische nummer was het nota bene Paul die de woorden cellophane flowers en kaleidoscope eyes aanleverde. Het waren woorden die hij al langer in zijn hoofd had, omdat hij ze fantastisch vond klinken. Ze bleken perfect in de Lennon-compositie te passen.


Hey Jude
Paul trok zich het lot van Johns zoontje Julian aan. Toen diens ouders scheidden, schreef Paul het bemoedigende Hey Jude voor het 6-jarige jochie. John vond het nummer prachtig. Toen Paul het hem aan de piano voorspeelde, riep Paul bij de zin The movement you need is on your shoulder dat hij daarover nog niet helemaal tevreden was. Daar moest hij beslist nog wat beters op verzinnen. Daarop antwoordde John: Nee, niet doen! Dat is de allermooiste zin van het hele nummer.





Is er meer?
Natuurlijk hebben Lennon en McCartney elkaar tekstueel op meer manieren aangevuld. Het was interessant om er eens in te duiken, maar er moet veel meer zijn. Ik ben daarom benieuwd naar jullie ideeën en aanvullingen!

zaterdag 8 oktober 2016

Menlove Avenue 251: een bezoek aan het huis waar John Lennon opgroeide

Toen we Liverpool vorig jaar bezochten, stond er natuurlijk een excursie naar de jeugdhuizen van John Lennon en Paul McCartney op het programma. Die huizen kun je bezoeken als je vooraf een plekje reserveert via de National Trust. Beide panden zijn inmiddels in het bezit van de Trust, omdat ze als cultureel erfgoed worden gezien. Om de hordes geïnteresseerden in goede banen te leiden, heeft de Trust geregeld dat je met met een beperkte groep kunt deelnemen aan de excursies die een paar keer per dag plaatsvinden. Busjes met 15 personen vertrekken voor een combinatierit naar Menlove Avenue en Forthlin Road. Daar geeft een gids uitgebreid uitleg en kun je zelf rondkijken in de huizen. Alleen dit vooruitzicht al, deed mijn hart sneller kloppen.

John bij het tuinhek van Mendips
Hartverwarmende reacties
Al in mei had ik de excursie geboekt, die we eind oktober zouden maken. Het bezoekje aan beide huizen vormde echt één van de hoogtepunten van onze Liverpool-trip en ik schreef er al eens wat over op mijn Facebook-pagina. Dat was nog voordat ik het idee had opgevat om deze wekelijkse Beatles-blog te beginnen. De reacties op het verhaal van familieleden en vrienden waren hartverwarmend. Omdat het leuk is de belevenissen van toen nog eens met een inmiddels grotere groep lezers te delen, heb ik mijn Facebook-aantekeningen bewerkt tot een blogje. Want dit avontuur in Liverpool hoort zeker op deze plek thuis.

Rust, reinheid en regelmaat
In de week van John Lennons geboortedag wil ik, toepasselijk, wat schrijven over dat bezoek aan Mendips. Dat is de naam van het huis waar John Lennon opgroeide, vermoedelijk vernoemd naar een heuvelachtig gebied in Somerset. Net als het jeugdhuis van Paul McCartney ligt de woning in de Liverpoolse wijk Woolton, een stukje rijden van het centrum. Het is een twee-onder-één-kap-woning uit de jaren '30. Als je ziet waar Paul, George en Ringo opgroeiden, zou je Mendips een villa kunnen noemen. John ging er in juli 1946 wonen, op 5-jarige leeftijd, bij zijn tante Mimi en oom George. In een eerder blogje beschreef ik dat Johns ouders een instabiele relatie hadden en dat er uiteindelijk voor gekozen werd hem de Rust, Reinheid en Regelmaat in Mendips te bieden. 

John met Uncle George bij de voordeur

Op de voorbank, naast de chauffeur
We worden 's ochtends om 11.00 uur opgepikt door een busje van de National Trust, dicht bij ons hotel in de Albert Dock. Omdat we niet direct vooraan staan wanneer de schuifdeur van het busje opengaat, zijn de meeste zitplekken al bezet. Uiteindelijk komt het er op neer dat ik het laatste plekje heb. Maar dat blijkt direct het beste plekje te zijn. Op de voorbank, pal naast de chauffeur. Zijn naam weet ik niet meer, maar hij is een goedlachse Liverpooler, of Liverpudlian zoals ze in Engeland zeggen. Ik begrijp dat hij uit 1947 komt, hij heeft hetzelfde bouwjaar als mijn vader. We hebben direct een gesprek. Dat is ook niet zo moeilijk in Liverpool, want het zit de inwoners in de volksaard om je te overladen met verhalen. Dat gaat allemaal wél snel, met een zeer sterk accent, uiteraard datzelfde noordelijke accent dat we van The Beatles uit interviews kennen. Het was nog net geen plat Scouse, maar ik moet af en toe wel wat verhelderende vragen stellen om zeker te weten wat hij me allemaal wil vertellen. 'Vorige week had ik hier nog een Aziatisch meisje naast me zitten,' ratelt hij 'dat helemaal geëmotioneerd was: Oh my God, you sound just like John Lennon!!' Hij is het allemaal gewend.

Gezellige gesprekken met de chauffeur (eigen foto)

Trots en nuchter
Liverpool was geweldig in de jaren '60, vertelt hij me. En ja, hij was zeker regelmatig in The Cavern geweest, maar net niet op de dagen waarop The Beatles er optraden. 'Dus het gebeurde vlak voor uw neus en u had het niet in de gaten?' vraag ik hem. Inderdaad, toen de jongens beroemd werden en naar Londen vertrokken, viel het kwartje pas bij hem. Maar ach, hij maalde er niet om. De Liverpudlians zijn trots op hun geschiedenis en 'hun jongens,' maar tegelijkertijd ook heel nuchter. Mooi. Het busje draait een drukke doorgaansweg op. Twee dubbele rijstroken en een smalle middenberm. De chauffeur parkeert de bus voor nummer 251 en we stappen uit. Er vertrekt net een taxi. De chauffeurs groeten elkaar. Het is hier een komen en gaan van geïnteresseerden. Daar staan we, voor het tuinhek. Gisteren waren we hier al even met de Fab Four Taxi Tour, als passanten. Toen konden we het terrein niet op. Vandaag gaan de deuren voor ons open. 

Uitleg in de voortuin (eigen foto)

De spanning stijgt
In de voortuin worden we ontvangen door een gids van de National Trust. De spanning stijgt. Elke stap brengt ons dichter bij de plek waar John Lennon het grootste deel van zijn jeugd woonde. De gids heet ons welkom en vertelt over Johns familie, het huis en directe omgeving. Yoko Ono kocht Mendips een aantal jaren geleden en schonk het aan de Trust. In onderstaand filmpje (voor e-mail-lezers: bekijk de online-versie van de blog) van de National Trust heet Yoko ons, staand op de drempel van het huis, welkom. Het filmpje van drie minuten is van hoge kwaliteit en geeft een mooi sfeerbeeld van Mendips:



Alsof ik in een film stap
Wanneer de gids is uitgepraat, eindigt hij zijn inleiding met de woorden 'Welcome to Mendips'. Hij duwt het hoge hek open dat ons de toegang verschaft tot de zijkant van de woning en de achtertuin. De achtertuin die zo'n beetje grenst aan een parkje, dat Strawberry Field heet. Ik bedoel maar. Toevallig sta ik het dichtst bij dat grote hek en wanneer het open gaat, word ik overvallen door emotie. Tot nu toe vind ik het allemaal mooi en interessant, maar wanneer ik de achtertuin in loop, heb ik het gevoel dat ik in een film stap waarnaar ik tot nu toe alleen nog maar gekeken heb. (Beluister hier het fragment vanaf 4 minuut 18 uit de Jubileumshow van de Fab4Cast waarin ik de eer had daar wat over te mogen vertellen.) Met een brok in mijn keel en ja, tranen in mijn ogen, realiseer ik me dat ik op de plek ben die ik ken uit zoveel boeken en van diverse jeugdfoto's. De jonge John met zijn fiets bij de voordeur, of zittend in de zonnige achtertuin, samen met zijn moeder Julia, die er vaak op bezoek kwam. De muren van het huis en de bomen in de tuin fluisteren hier de verhalen die ik allemaal ken, en misschien nog wel meer.

Mimi en John in de woonkamer

Pastoors, doktoren, onderwijzers
De gids vertelt dat we het huis via de keukendeur aan de achterzijde zullen betreden. Precies zoals tante Mimi dat gewild zou hebben. De voordeur van het huis werd alleen gebruikt door de pastoor en het hoofd van de school. Ik moet denken aan de verhalen van mijn oma, over vroeger. Daaruit sprak ook altijd een soort ontzag voor pastoors, doktoren en hoofonderwijzers. Wanneer we over de drempel stappen, staan we in een knusse, kleine keuken, smaakvol teruggebracht in de stijl van de jaren '40 en '50. Het is precies de plek waar Paul McCartney in de zomer van 1957 als 15-jarig jongetje het huis van zijn twee jaar oudere nieuwe muziekvriend betreedt. Ze hebben elkaar ontmoet op een buurtfeest waar de 16-jarige John met zijn eerste bandje een optreden gaf. Al snel zit Paul bij de band en spreken de vrienden af om samen muziek te maken. 

De keuken, een plaatje

John, your little friend is here!
Tante Mimi vindt het maar niets, zo'n jochie uit een toch wat minder goed deel van de wijk. In haar keuken. Maar Paul is welbespraakt en ziet er netjes uit. En als ze 'John, your little friend is here!' heeft geroepen, ziet ze dat het toch wel meevalt. Een paar maanden later, staat er nog een andere jongen op de drempel van deze keuken. Nog jonger, uit de achterbuurt Speke. Met een vetkuif die zo hoog is dat de pet van zijn schooluniform niet meer past. Het is de piepjonge George Harrison, die John adoreert en hem overal in de stad volgt.

George, John en Paul tijdens een feestje. De foto is niet in Mendips gemaakt.

Ga maar in het halletje staan, met je herrie
De jongens oefenen samen met hun gitaren en tante Mimi heeft al snel genoeg van de herrie. Ze verbant John met (meestal) Paul naar het kleine portaal bij de voordeur, deur dicht. Op deze vierkante meter mag lawaai gemaakt worden. De akoestiek van het portaaltje blijkt geweldig: je hebt er een fijne galm. En staand met hun gitaren schrijven John Lennon en Paul McCartney daar Please Please Me en I Saw Her Standing There. Wij gaan ook in dat voorportaal staan. Deur dicht. Zingen. Gebeurt dit echt? Hemels!

Geschept door een auto
De gids vertelt ons over de bewuste zomeravond in 1958 waarop Johns moeder Julia een kop thee drinkt in Mendips. Nadat ze afscheid heeft genomen van haar zus Mimi (John is niet thuis) steekt ze een eindje verder de drukke straat over. Julia wordt geschept door een auto en is op slag dood. Een traumatisch verlies voor de jonge John, die zijn verdriet bezingt in Julia en Mother. Het gebeurde allemaal op de plek waar we nu staan. 

John, in schooluniform, met Julia bij de voordeur

Zitten op een groen beddesprei
Na het bekijken van de benedenverdieping, mogen we de trap op. Ineens sta ik in Johns kleine slaapkamer, aan de voorzijde van het huis. Naar dit moment had ik uitgekeken. Foto's mogen er niet gemaakt worden, maar bij het inleveren van onze tassen, heb ik mijn telefoon er niet ingestopt. Wanneer de gids in één van de andere kamers is, schiet ik toch een paar snelle, bibberige plaatjes. Op Johns bed ligt een groen beddesprei. Ik ga zitten, vlak naast een schoolpet en -stropdas van zijn Quarry Bank School. 

Schoolpet en -das (eigen foto)
Johns kamer: Elvis en Bardot aan de muur (eigen foto)
Gedichtjes en tekeningen maken aan een klein bureau
Levensecht
Rechts kan ik uit het raam kijken, over een klein bureaublad. Hier zat John eindeloos te tekenen en schrijven aan zijn schoolkrantjes: gedichtjes en cartoons. Hij was een creatief kind. Achter mij hangen posters aan de muur van zijn jeugdidolen: Elvis Presley en Brigitte Bardot. In de hoek staat een replica van z'n eerste gitaar. Dit was de plek waar de jonge John Lennon droomde. Dit is de plek waar ik nu even zit te mijmeren. De gebeurtenissen zijn ver weg, lijken vervlogen in de tijd, maar eigenlijk voelt alles levensecht en heel dichtbij.

In het portaaltje bij de voordeur, waar o.a. Please Please Me 
geschreven werd (eigen foto).