Posts tonen met het label Alan White. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Alan White. Alle posts tonen

zaterdag 28 november 2020

All Things Must Pass is vijftig: het album waarmee George Harrison vooral voor vriendschap ging (en waarvan de jubileumbox in 2021 verschijnt)

Met alle bijzondere ontwikkelingen en data rond John Lennon, vergeten we bijna dat het deze week ook 50 jaar geleden is dat het monumentale en alom geliefde driedubbelalbum All Things Must Pass verscheen. Op 27 november 1970 kwam George Harrison met een stortvloed aan nieuw materiaal, waarvoor binnen The Beatles geen plek meer was. All Things Must Pass werd zowel bij verschijnen als in retrospect alom geprezen. Muziekmagazines als Mojo en Uncut noemden het begin deze eeuw zelfs het beste solo-werk waar een ex-Beatle ooit mee op de proppen kwam.



Een de-Spectorized 2020-mix van het titelnummer
Veel Harrison- en Beatlesliefhebbers hoopten dan ook dat de erven Harrison dit jaar met een jubileum-editie of boxset van All Things Must Pass zouden komen. De box is er nog niet, maar we kregen wel alvast een voorproefje met de nieuwe stereomix van het titelnummer van het album. Afgelopen vrijdag kondigde de Harrison Estate het volgende aan: "This new single is just a prelude of what’s to come as we celebrate George’s seminal 1970 album. Stay tuned for more 50th anniversary celebrations of ‘All Things Must Pass’ in 2021." De nieuwe mix, gemaakt door Paul Hicks, klinkt een stuk cleaner en directer dan de oorspronkelijke versie, waar producer Phil Spector destijds zijn karaktestieke stempel op drukte. Volgens Georges zoon Dhani was het altijd nog een wens van zijn vader om een minder bombastische remix van het album uit te brengen. Daartoe werd in 2001 al een poging gedaan, maar met de nieuwe technologie kan men nu een stap verder gaan. De wens van George lijkt volgend jaar te worden vervuld, al is de in 2001 overleden ex-Beatle er zelf niet meer bij. 



Een schatkist vol herontdekte tapes
In maart dit jaar gaven Harrisons weduwe Olivia en zijn zoon Dhani een interview aan Rolling Stone Magazine. Daarin vertelden ze over de geschiedenis van het Dark Horse-label dat George in de jaren zeventig oprichtte. En ook over stapels dozen met tapes van de All Things Must Pass-sessies, die recent aan het licht kwamen. "Veel van die sessies zijn op bootlegs naar buiten gekomen, maar wij hebben betere versies," om daar op aan te vullen: "We hebben alle 24 track-tapes van het album en vonden ook veel tapes met alternatieve versies en gesprekken in de studio." Olivia, Dhani en hun team moeten de jubileumdatum van 27 november 2020 ongetwijfeld met rasse schreden hebben zien naderen. Ze slaagden ze er blijkbaar niet in om op tijd de jubileumeditie van het album, dat overigens op het Apple-label verscheen, uit te brengen. Prima, denk ik dan. Als je het doet, doe het dan maar écht goed. Wel verschijnt er dit weekend ter ere van Record Store Day een limited edition heruitgave van de single My Sweet Lord.

Diep en doordacht
Afgelopen zaterdag besteedde BBC Radio 4 aandacht aan het jubileum van All Things Must Pass. In een uitzending van een uur stond de Brits-Indiase componist Nitin Sawhney stil bij de ontstaansgeschiedenis van het album en de weg die George zelf aflegde om op slechts 27-jarige leeftijd qua thematiek met zo'n 'diep en doordacht' meesterwerk naar de voorgrond te treden. Het was eigenlijk de totale emancipatie van een songschrijver die zich bevrijd had van die andere twee songschrijvers, bij wie het nauwelijks lukte zijn eigen nummers voor het voetlicht te krijgen.




Een telefoontje aan Eric Clapton en Bobby Whitlock
"Zelfs toen ik met nummers als Here Comes The Sun en Something kwam, moest ik eerst tien songs van John en Paul doen, voordat er aandacht was voor wat ik geschreven had," horen we George in de BBC-special vertellen. Ook toetsenist Bobby Whitlock, die op het album meespeelde, komt aan het woord. Hij herinnert zich hoe hij in de lente van 1970 bij Eric Clapton verbleef en getuige was van een telefoontje van Harrison aan Clapton: of beide muzikanten misschien zin hadden om deel uit te maken van de band die op het nieuwe album zou gaan spelen. Die band bestond trouwens uit een grote en steeds wisselende verzameling muzikanten. Iets dat George bewust wilde, na zijn jaren in het vrijwel geheel besloten viermanschap dat The Beatles waren geweest.

Bobby Whitlock (rechts) met George Harrison, Eric Clapton
en de tourband van Delaney and Bonnie


De Apple Jams als vorm van teambuilding
Bij de selectie van de muzikanten voor All Things Must Pass keek George vooral naar mensen die hij aardig vond en die op een positieve manier bij konden dragen aan de sfeer in de studio. Daarin ging hij anders te werk dan bijvoorbeeld zijn oud-compaan Paul McCartney, die begin jaren '70 audities hield voor de sessiemuzikanten en bandleden met wie hij wilde samenwerken. Zo kon het bij Harrison rustig gebeuren dat hij vijf akoestisch gitaristen benaderde, puur omdat hij zin had met ze samen te werken. Snel en doelmatig waren de opnames voor All Things Must Pass dan ook niet. De studiojams, die als Apple Jam op de zesde zijde van het triple album verschenen, hadden een duidelijk doel: elkaar muzikaal leren kennen en vooral onderling plezier hebben.




Alan White zag het verschil met John Lennons sessies
Drummer Alan White was tevens betrokken bij All Things Must Pass. Ook hem viel het verschil op tussen de sessies met Harrison en die met John Lennon voor diens Plastic Ono Band-album. Niet alleen werkte Lennon juist in klein comité, maar ook gaf hij volgens White hele duidelijke aanwijzingen aan de muzikanten over hoe ze op zijn plaat moesten spelen. White noemde Lennon zelfs wat autoritair en Harrison juist iemand die op een gelijkwaardige manier met zijn bandleden wilde samenwerken. Precies zoals hij kort daarvoor met Delaney, Bonnie and Friends door Europa getourd had. John Lennon bezocht de sessies voor All Things Must Pass trouwens wel. Hij stond in die periode nog op goede voet met George en complimenteerde hem met diens album-in-wording. 


Vroeg wijs
Uiteindelijk kostte het George maarliefst vijf maanden om All Things Must Pass album op te nemen. Niet alleen door zijn relaxte en democratische aanpak tijdens het opnameproces. Er was nog een andere reden. George maakte medio 1970 privé een zware tijd door toen zijn beide ouders in het ziekenhuis belandden. Vader Harold kwam er bovenop, maar George verloor zijn geliefde moeder Louise aan een hersentumor. Die ervaringen hebben ongetwijfeld bijgedragen aan een album waarop Harrison oosterse en westerse spiritualiteit verbond met zijn eigen levensvragen als 27-jarige. Variërend van de blijheid van My Sweet Lord tot het ernstige Beware of Darkness. Weduwe Olivia Harrison noemt Run of the Mill haar eigen favoriet. Volgens Olivia geloofde George sterk dat je je leven zó moet leiden dat je jezelf altijd in de spiegel kunt blijven aankijken. Olivia noemde George 'vroeg wijs' voor zijn leeftijd. Dat was hij. Ondertussen wachten we die heruitgave van zijn meesterwerk gewoon geduldig af.


De BBC Radio 4-special staat (op het moment van schrijven) online. Ik deel de link hierbij graag. Let er op dat de BBC haar uitzendingen slechts voor een beperkte tijd online beschikbaar houdt.


zaterdag 14 september 2019

De opgedoken tape: draaiden Maxwell's Silver Hammer en Cold Turkey The Beatles uiteindelijk de nek om?

In de aanloop naar de jubileumrelease van het album Abbey Road, wordt er steeds meer duidelijk over de laatste weken waarin The Beatles als band bestonden. We beschikten al over de nodige puzzelstukjes, maar langzaam komt er meer lijn in het verhaal en de manier waarop gebeurtenissen elkaar in september 1969, terwijl Abbey Road geperst werd, beïnvloedden.


Het nieuws is geen echt nieuws
Deze week publiceerde The Guardian een interview met Beatles-autoriteit Mark Lewisohn. Daarin stond de cassette centraal waarop John, Paul en George hun vergadering over een mogelijke opvolger voor Abbey Road vastlegden. Dat deden ze voor Ringo, die in het ziekenhuis lag. Het bestaan van de opname, zo blijkt nu uit allerlei bronnen, zou al sinds 1976 bekend zijn. In twee publicaties wordt over de tape geschreven: in The Beatles Forever van Nicholas Shaffner en in One Day At A Time van Anthony Fawcett. Jullie konden er deze week al een Facebook-post van Fab4Cast over lezen.




Maxwell kon volgens Lennon wel naar Mary Hopkin
Zelf wist ik sinds eind maart dit jaar van het bestaan van deze tape, toen ik aanwezig was bij het interview dat Gijs Groenteman met Mark Lewisohn had. Lewisohn was in Amsterdam vanwege het jubilieum van Lennons Bed In in het Hilton Hotel en trad die week diverse malen op. Nieuw voor mij zijn de datering van de cassette (8 september 1969), de reden van Ringo's afwezigheid (ziekenhuis) en de inhoud van een aantal gesprekken die tijdens de betreffende vergadering zijn gevoerd. Zo zou John Lennon nog eens duidelijk hebben laten merken dat hij McCartney-nummers als Maxwell's Silver Hammer echt niet meer op een eventueel volgend Beatlesalbum wilde hebben. Die mopjes kon Paul beter weggeven aan iemand als Mary Hopkin. McCartney verdedigde Maxwell en haalde op zijn beurt uit naar Harrison, door te zeggen dat hij diens nummers tot aan het album Abbey Road niet zo sterk had gevonden. Daarop schoot George in de verdediging door te zeggen dat dát een kwestie van smaak was en dat het publiek zijn liedjes juist wel kon waarderen. De mannen konden elkaar de waarheid zeggen, maar dat zorgde in september 1969 eerder voor verwijdering dan voor verbinding.


8, 12 en 20 september 1969 waren cruciale data
Het zijn de details in het opgenomen gesprek die ons misschien een beter begrip geven van de vergadering die The Beatles twaalf dagen later hielden. Op 20 september kwam de band, opnieuw incompleet, bijeen. George Harrison was afwezig en John Lennon opperde om van Cold Turkey de eerstvolgende Beatlessingle te maken. McCartney, ongetwijfeld in zijn wiek geschoten door de kritiek op Maxwell's Silver Hammer, ging daar niet mee akkoord. Dat zou het moment zijn geweest waarop John Lennon de zin 'I Want a Divorce' uitsprak. In werkelijkheid zou Lennon op 12 september al hebben besloten de groep te verlaten, dat nieuws gedeeld hebben met zaakwaarnemer Allen Klein, maar op verzoek van laatstgenoemde zijn besluit nog even stilgehouden hebben. En zo kwam het dat John Lennon Maxwell's Silver Hammer als gezamenlijk band-product afkamde en dat Paul McCartney Cold Turkey niet zag zitten als een Beatles-release. Je zou kunnen zeggen dat het gebrek aan waardering voor elkaar verschillen, die sterk door beide nummers gesymboliseerd worden, uiteindelijk de basis onder een vervolg van het Abbey Road-album, wegsloegen.

We kunnen het verleden niet veranderen, alleen maar steeds beter proberen te begrijpen. Het recente 'nieuws' leek me daarom een goede aanleiding om de komende twee weken juist die twee sleutelnummers centraal te zetten!


Ging Cold Turkey over heroïne of een slecht gevallen kerstdiner?
Volgens Peter Brown ging Cold Turkey over het afkicken van heroïne, terwijl Fred Seaman ooit vertelde dat het nummer over voedselvergiftiging na het eten van de restjes van het kerstdiner ging. Althans, zo zou John Lennon hem hebben toevertrouwd. In het laatste geval vond Lennon dat een minder cool verhaal en bedacht hij later de heroïnevariant. Beide persoonlijke assistenten schreven over hun avonturen met The Beatles, maar werden in het algemeen niet als een bijzonder betrouwbare bron beschouwd. Hoe dan ook, waar het Cold Turkey betreft, kan het bijna niet anders dat John Lennon schreef over hoe het gebruik van harddrugs zijn lichamelijke gesteldheid beïnvloedde.




Drie demo's van Cold Turkey
Terwijl het album Abbey Road werd geperst en gedistribueerd, met 26 september als beoogde verschijningsdatum, legde John zijn ideeën voor Cold Turkey in een aantal demo's op akoestische gitaar vast. Eén van die premature versies kwam in 2004 terecht op het album Lennon Acoustic. We horen daarbij al een aanzet tot de zo herkenbare gitaarlick, die als rode draad door de coupletten van Cold Turkey loopt [video]:



De deur wagenwijd open
Uiteindelijk had Lennon drie versies van Cold Turkey. Op één daarvan is Yoko te horen, in het gedeelte waarop John letterlijk zijn Cold Turkey uitschreeuwt. Met die demo's onder de arm meldde John zich bij de overige Beatles, met het idee er de eerstvolgende single van te maken. Dat voorstel werd dus afgewezen door Paul McCartney. Voor John Lennon werd het definitief tijd om zijn eigen weg te gaan.


Halsoverkop naar Toronto
Op 13 september 1969 liet hij het publiek voor het eerst kennismaken met Cold Turkey. Na een telefoontje van festivalpromotors John Brower en Kenny Walker, met het verzoek om op te komen treden tijdens het Toronto Rock and Roll Revival Festival, kwam John Lennon razendsnel in actie. Een modus die zo kenmerkend voor hem was: snel enthousiast (maar ook snel verveeld). Voor het rockconcert in Toronto verzamelde Lennon in allerijl een aantal muzikanten. Samen met Eric Clapton, Alan White en Klaus Voormann reisden John en Yoko binnen 24 uur af naar Canada. Repeteren kon deze Plastic Ono Band wel onderweg, in het vliegtuig. Ook werd, na aankomst in Toronto, backstage nog even een en ander doorgenomen.

Op weg naar Toronto: Klaus Voormann, John Lennon, Eric Clapton


Doodziek op het podium
Cold Turkey stond met zeven andere nummers op de setlist, die vanzelfsprekend met een praktische insteek was samengesteld. Yer Blues kende Clapton nog van het Rock 'n' Roll Circus-project, Give Peace A Chance was niet onoverkomelijk moeilijk en krakers als Dizzy Miss Lizzy, Money (That's What I Want) en Blue Suede Shoes konden voor de vuist weg gespeeld worden. Yoko leverde haar bijdrage met Don't Worry Kyoko. Lennon vertelde journalist Jann Wenner later dat hij doodziek op het podium stond en letterlijk een Cold Turkey-achtige ervaring had. Hij las de tekst van een vel papier, dat Yoko onder zijn neus hield en legde het publiek uit dat hij het nummer nog nooit live had gespeeld. Het resultaat is een wat lauwe versie, waarin nog de snijdende gitaarlick ontreekt, die later op de single wel werd gespeeld. We zien Lennon zo'n beetje in zijn Abbey Road zebrapad-look in hevig zwetend op het podium staan [video]:




Trefzekere revanche in New York
Meer vuur én lijn zit er in de liveversie die John op 30 augustus 1972 in Madison Square Garden, New York, speelde. Opnieuw op uitnodiging, deze keer van vriend Geraldo Rivera, trad John die dag twee keer op tijdens het One on One-benefietconcert voor de Willowbrook State School. Met zijn inmiddels geformeerde Elephants Memory Band, die hem in de studio bijstond voor het album Some Time in New York City, speelde John een vrij trefzekere versie van Cold Turkey. Het was een enerverende tijd voor Lennon, die er zijn eerste jaar in zijn nieuwe woonplaats op had zitten. Samen met Yoko stond hij in contact met de activistische underground-scène en liet hij zich regelmatig strikken om voor allerlei goede doelen op te komen draven. [video]




Bevrijding van The Beatles
De versie van Cold Turkey die we allemaal het beste kennen, had tegen die tijd al op heel wat draaitafels gelegen. Ondanks 26 pogingen het nummer op 25 september 1969 in de EMI Studio's goed op de band te krijgen, startte John op 28 september in Trident opnieuw. Op beide dagen fungeerden Eric Clapton, Klaus Voormann en Ringo Starr als Lennons backing band. John voegde op 5 oktober nog extra vocalen en gitaarspel toe. Op respectievelijk 20 oktober (Verenigde Staten) en 24 oktober (Engeland) lag Cold Turkey in de schappen. Het nummer bereikte in Engeland de 14e positie in de hitlijst, maar zakte daarna snel weg, tot ontevredenheid van Lennon. Cold Turkey kon als single niet wedijveren met het succes van het pas verschenen Abbey Road, maar was voor John Lennon het gebaar waarmee hij zich van The Beatles wilde bevrijden. Cold Turkey was een volgende stap in zijn eigen creatieve proces.