Posts tonen met het label Stuart Sutcliffe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Stuart Sutcliffe. Alle posts tonen

zaterdag 23 april 2022

Wat deed Sean Lennon vorige maand in Liverpool?

Hij is natuurlijk één van de vaandeldragers van het Beatlesimperium. Het lijkt erop dat hij zijn oude moeder defnitief is opgevolgd. Eind maart was Sean Lennon (46) in Liverpool om er het Yoko Ono Lennon Performance Center te openen. Zijn bezoek was niet groots aangekondigd, maar bleef zeker niet onopgemerkt. 


Mathew Street
Af en toe duikt Lennons jongste zoon op in de stad waar zijn vader ooit ter wereld kwam. Wie Seans social media in de gaten houdt, ziet wel eens een snapshot of een Insta-story voorbij komen. Van Strawberry Fields, van Menlove Avenue. Eind maart was dat van een knalgele, geparkeerde Magical Mystery Tour-toeristenbus op de Albert Dock, gevolgd door een foto van de ingang van The Cavern. Sean was duidelijk in town. Dat ontdekten ook een paar toeristen die nietsvermoedend door Mathew Street wandelden. Het leverde leuke situaties op: mensen die hem aanstaarden, iets vertrouwds zagen in zijn gelaatstrekken, zichzelf afvroegen of hij misschien niet...? "Are you famous?" vroeg iemand hem. "No I'm just related to some famous people," was Seans antwoord. "Well you look exactly like Ozzy Osbourne," verzekerde de man hem. Sean kon er wel om lachen, poseerde voor foto's en lijkt zijn identiteit en levensweg inmiddels te hebben aanvaard.

Sean Lennon poseert op 24 maart 2022 met toeristen in Mathew Street.
Foto via Mark Ashwworth.


Tung Auditorium
Toch liep de jongste Lennon-telg niet zomaar in Liverpool rond. Sean was er om uit naam van zijn moeder het Yoko Ono Lennon Centre te openen. Een centrum voor uitvoerende kunsten, gelieerd aan de University of Liverpool, met een state of the art concertzaal, The Tung Auditorium. De zaal met een capaciteit van 400 bezoekers dankt zijn naam aan het Chinese hout dat gebruikt werd om de ruimte een hoogwaardige akoestiek te geven. Yoko, inmiddels 89, was zelf niet bij de opening. Volgens Sean vormt haar leeftijd inmiddels een te groot risico om in Covid-tijd te reizen. Bovendien bestaat in het algemeen de indruk dat haar geestelijke vermogens het niet meer toelaten een officiële rol te vervullen bij dit soort evenementen. Sean had zijn moeder trouwens de afgelopen twee Covid-jaren in huis genomen, in zijn afgelegen boerderij in upstate New York, zo'n drie uur rijden van de stad, vertelde hij.

Sean bij de opening van The Tung Auditorium


Erkenning
Tijdens de openingsspeech benoemde Sean hoe belangrijk zijn moeder het vindt de nalatenschap van zijn vader in en rond Liverpool in stand te houden. Daar moet het theater, gesitueerd op de hoek van Grove Street en Oxford Street, de komende jaren aan bijdragen. Toen ik in 2015 en 2019 in Liverpool was, zag ik hoe bouw van de hal in volle gang was. "They say that behind every great man was a great woman," sprak Sean. "But my parents famously stood beside eah other as equals." Ook liet hij weten hoe belangrijk het voor hem was dat zijn moeder de laatste jaren steeds meer erkenning kreeg voor de bijzondere vrouw en artiest die ze is.


Zorg voor het Beatles-erfgoed
Die middag had Sean nog een aparte ontmoeting met zes studenten van The University of Liverpool die een master volgen op het gebied van The Beatles. Eén van hen was Steve Bradley, die al jaren een blog en podcast heeft over The Beatles en Liverpool. Uit zijn verslag van die middag, begreep ik dat Sean twee uur aanwezig was op de universiteit, waar hij een college bijwoonde en aansluitend uitgebreid met de studenten in gesprek ging. Bijvoorbeeld over zijn gevoelens bij de nieuwe Get Back-documentaire, zijn contacten met Peter Jackson tijdens het maakproces en de reden waarom zijn ouders in die periode onafscheidelijk waren. Volgens Sean was het juist John die Yoko permanent bij zich wilde hebben. Uit het gesprek bleek tevens dat Sean zich ten doel heeft gesteld zijn leven voor een belangrijk deel te wijden aan de zorg voor het Bealtes-erfgoed. Ook om nieuwe generaties daarmee in contact te brengen. Je vindt het complete verslag van de ontmoeting tussen Sean en de masterstudenten op de website van Steve Bradley. Beslist interessant om te lezen.

Sean in Ye Cracke,
de studentenkroeg van zijn vader.


Stuart en Yoko: alfa en omega
Tenslotte keken personeel en bezoekers van Ye Cracke verbaasd op, toen Sean er nog even naar binnen stapte voor een "pint". Het was de kroeg waar zijn vader als student menig biertje kwam drinken. Onder andere samen met Stuart Sutcliffe. Eerder die middag noemde master-docent Dr. Steve Mike Jones (University of Liverpool) juist Stuart Sutcliffe samen met Yoko Ono "the book-ends of Johns Beatles career". Twee kunstenaars. Het begon met Stuart, het eindigde met Yoko. De analyse kon op Seans goedkeuring rekenen. Net als het Guinness-bier in Ye Cracke, zo meldde de pub later trots op Facebook. 


zaterdag 8 januari 2022

I'll Follow The Sun: een vieze sigaret, de badkamer en de vitrage aan Forthlin Road

Een heel gelukkig nieuwjaar, lieve lezers! Hopelijk hadden jullie, ondanks deze bijzondere lockdown-periode, toch nog goede kerstdagen en een fijne jaarwisseling. Zelf vond ik het een mooie gelegenheid om even tot rust te komen, na een drukke tijd. Inmiddels zijn we de drempel naar 2022 overgestapt. Ik hoop dat het voor jullie een jaar mag worden vol kansen en mogelijkheden. Een jaar waarin de zon op allerlei manieren wat meer zal schijnen. Gelukkig zien we de dagen alweer lengen. 


Groeiende verzameling akkoorden
Het is geen geheim dat de zon The Beatles inspireerde tot het schrijven van een aantal mooie nummers. En zelfs de 16-jarige Paul McCartney gebruikte het hemellichaam, zij het als metafoor, in zijn vroege compositie I'll Follow The Sun. Het blijft bijzonder hoe McCartney, die zo veel nummers schreef, zich van veel van die songs nog levendig kan herinneren onder welke omstandigheden ze tot stand kwamen. Misschien juist wel als het om die eerste composities gaat. Misschien wel omdat hij zijn eigen muzikaliteit ontdekte en nieuwsgierig experimenteerde met de groeiende verzameling akkoorden die hij tot zijn beschikking had.

Paul rond 1960, zittend naast de schouw 
van Forthlin Road.


Een smerige sigaret

Paul koppelt zijn herinnering aan het schrijven van I'll Follow The Sun sterk aan zijn ouderlijk huis aan Forthlin Road in Liverpool. Het was de plek waar het gezin McCartney na een aantal verhuizingen uiteindelijk neerstreek én het huis waarin Paul van een getalenteerde, maar onbekende local transformeerde naar Beatle Paul, die binnen een paar jaar publiek bezit werd. Maar zo ver was het nog niet, toen de jonge en leergierige Macca op een zekere dag in het jaar 1959 met zijn gitaar in de voorkamer van het huis aan Forthlin Road stond. Pas hersteld van de griep nam hij, zo herinnerde hij zich, weer een trekje van een sigaret. Die smaakte bijzonder smerig.


De vitrage van Mary
Tokkelend op zijn gitaar en turend door de vitrage bedacht Paul de akkoorden en melodie van I'll Follow The Sun. Ook dat beeld van de vitrage bleef hem altijd bij. In zijn recente publicatie The Lyrics lees ik dat Paul nog altijd graag vitrage in zijn huizen ophangt. De gordijnen doen hem waarschijnlijk denken aan zijn moeder, Mary McCartney Mohin, die hij in 1959 als puber al twee jaar moest missen. Ze overleed aan kanker, slechts 47 jaar oud, maar had nog wel haar stempel op de inrichting van de nieuwe woning gedrukt. En hoewel Paul met I'll Follow The Sun wegdroomde om het regenachtige Liverpool te verruilen voor zonniger oorden, vergeleek hij de structuur van het nummer later juist met de plek waar hij het schreef.

Mary McCartney Mohin in haar jonge jaren

Cheek to Cheek
Twee keer bezocht ik 20 Forthlin Road in Liverpool. Het huis is nu in bezit van de National Trust. Je kunt er een rondleiding boeken om te zien hoe de McCartneys destijds woonden. Wie binnenkomt, slaat linksaf de voorkamer in, loopt tussen de familiepiano en schoorsteenmantel door richting de achterkamer. Die is op zijn beurt weer verbonden met een kleine keuken, van waaruit je ook weer een deur kunt openen naar de hal. En zo sta je weer op de plek waar je binnenkwam. Net als de rondjes die hij zelf in zijn ouderlijk huis kon lopen, heeft I'll Follow The Sun volgens McCartney ook de vorm van een cirkel. Hij wilde dat die structuur leek op die van het nummer Cheek to Cheek, van Fred Astaire. Eén van de favorieten van zijn vader, die hij vroeger vaak hoorde. De laatste zin van de zogenaamde middle eight moest eigenlijk weer naadloos overgaan in de eerste zin van het vertrouwde thema. En we horen die parallel inderdaad terug.  


De galm van de badkamertegels
Het is erg leuk en interessant dat er een hele vroege opname bestaat van I'll Follow The Sun. Gespeeld op het adres waar het nummer werd gecomponeerd. De galm die we horen zou volgens McCartney te danken zijn aan de badkamer, waar het nummer opgenomen werd tijdens de Paasvakantie in het vroege voorjaar van 1960. Overigens met een nog afwijkende tekst: "Well don’t leave me alone, my dear. I’ll hurry, and call on me my sweet." Om een opname te kunnen maken, leende Paul de Grundig taperecorder van zijn buurjongen Charles Hodgson. Hij gaf de recorder, inclusief een tape vol opnames, terug. Leuk feitje: in 1995 kocht McCartney de originele tape, die door een familielid van zijn oud-buurjongen op zolder was ontdekt. De vraag is wie we hier, naast Paul, op de opname horen. Het ligt voor de hand dat het John, George en Stuart Sutcliffe zijn. Maar wie is de vijfde persoon? Horen we Paul's broer Mike of juist Tommy Moore meeslaan op de drums? 

"Outtake" voor de cover van
het album Beatles For Sale (1964)


Voor kerst in de schappen

Vier en een half jaar na die Paasvakantie in 1960 waren The Beatles geen jongens meer die met een geleende taperecorder pas geschreven liedjes in de galmende akoestiek van de badkamer vastlegden. Op 18 oktober 1964 waren ze wereldsterren, die voor hun album Beatles For Sale, in de Londense EMI Studio Two teruggrepen op een oudje in hun repertoire. Er was geen tijd te verliezen. De nieuwe lp moest voor kerst in de schappen liggen. Na ruim vier jaar waren de vitrage van Mary, een vieze sigaret en de koortsdromen van een jongen uit Liverpool in het verleden verdwenen. Gesmolten als sneeuw voor de zon.  




zaterdag 27 juni 2020

Hoe Gene Vincent in Liverpool in 1960 The Beatles op de been kreeg

Soms neemt een foto je mee, een verhaal in. Mij overkwam dat onlangs weer eens. Al een tijdje volg ik via Facebook de groep "There Are Places I Remember: Beatles Liverpool locations". Er duiken regelmatig interessante foto's rond The Beatles op. Zo keek ik geïnteresseerd naar een afbeelding waarop Stuart Sutcliffe en (misschien ook) John Lennon te zien is. Volgens het bijschrift zou het kiekje genomen zijn op 2 mei 1960, tijdens een concert dat Gene Vincent in Liverpool gaf. Omdat er niet ontzettend veel foto's van Stuart en John zijn, besloot ik op zoek te gaan naar het verhaal van dat concert, waar beide jongens blijkbaar in het publiek hadden gestaan. Ik werd nieuwsgierig.



Allerlei personages onder één dak
Ik kwam er al vrij snel achter dat de foto nooit op 2 mei 1960 kon zijn genomen. Dinsdag 3 mei 1960 was namelijk de dag waarop de grote rocker Gene Vincent Liverpool aandeed. Dat was op zichzelf best een memorabele dag. Het bracht allerlei belangrijke personages uit het grote verhaal van The Beatles onder één dak samen. Nog zónder dat deze mensen van elkaar wisten dat ze allen een rol zouden spelen, een schakel zouden vormen in de gebeurtenissen die elkaar vanaf 1960 steeds sneller zouden opvolgen. Op die eerste dinsdag in mei, in het prille begin van de sixties, was half Liverpool in rep en roer: Gene Vincent was back in town.


Gene Vincent was een held van veel jongeren
De Amerikaanse ster maakte al een paar jaar rockabilly- en rock 'n' roll-muziek die een enorme aantrekkingskracht had op de jongens uit Liverpool. De liedjes die hij schreef en de nummers die hij coverde zouden moeiteloos hun weg vinden naar de platenkoffers en setlists van The Quarrymen en The Beatles. Minstens 14 Vincent-songs namen The Beatles op in hun repertoire. Van Be-Bop-A-Lu-La, via Wild Cat tot Time Will Bring You Everything. Het nummer Wild Cat zou in de zomer van 1960 bij Paul thuis, aan Forthlin Road worden opgenomen, door John, Paul, George en Stuart. Gene Vincent was een grote held van veel jongeren uit Liverpool die in het bezit waren van een platenspeler en een gitaar.




Gene had Liverpool al op de kop gezet, met Eddie Cochran
Op zich was het opmerkelijk dat Gene Vincent op de avond van 3 mei 1960 in Liverpool optrad. Al in maart had hij een triomfantelijke week in de Noordengelse havenstad achter de rug. Samen met Eddie Cochran stond hij zes avonden (waarop steeds twee shows plaatsvonden) in het Liverpool Emipre Theatre. Van 14 tot en met 19 maart om precies te zijn. Die optredens hadden al de nodige mensen uit de Beatlescirkel op de been gebracht. Zo waren John Lennon en Cynthia Powell aanwezig, ook Stuart Sutcliffe was er, net als George Harrison, Pete Best en Neil Aspinall. Of Paul McCartney in maart van de partij was, blijft de vraag. In verschillende interviews beweerde hij in de loop der jaren soms stellig dat hij er bij was. Op andere momenten ontkende hij dat weer stellig. Wie er zeker wel was? Allan Williams, de man die de eerste manager van The Beatles zou worden.



Allan Williams nam het risico
De Liverpoolse ondernemer was in maart 1960 zo onder de indruk van de hoeveelheid mensen die de concerten van Vincent en Cochran bezochten, dat hij kansen zag. Commerciële kansen. Williams nam contact op met impresario Larry Parnes en vroeg of de sterren misschien nog ruimte in hun tourschema hadden om terug te keren naar Liverpool. Ditmaal wilde Williams zelf organisator zijn. Die ruimte in de agenda's was er. Na een korte break van 14 dagen in de Verenigde Staten, zouden de mannen terugkeren naar Engeland. Dinsdag 3 mei was er ruimte voor Liverpool. Allan Williams nam de gok en investeerde een bedrag van 475 pond om Gene Vincent, Eddie Cochran en acht andere acts te boeken. Het eerste grote concert van Jacaranda Enterprises was op handen.

In een Morris-bus op weg om posters te plakken
Ik besloot eens op zoek te gaan naar de aankondiging van het evenement en stuitte daarbij op twee verschillende concertposters. Achter die verschillende biljetten gaat waarschijnlijk het drama schuil dat Vincent en Cochran in april dat jaar zou overkomen. Op de ene poster staan Gene en Eddie samen als hoofdact vermeld. De andere poster maakt alleen melding van Gene Vincent. Daarover zometeen meer. In ieder geval reed Allan Williams in zijn pas aangeschafte tweedehands Morris-bus de halve Merseyside af om zijn concertposters overal illegaal op te plakken. Zijn concert moest en zou een groot succes worden. Ik zie het tafereel voor me.





Naar de boksring van de familie Best
Het Liverpool Empire Theatre was vermoedelijk een tikje te groot en prestigieus voor de beginnend concertpromotor. Of bezet. Dus moest Williams op zoek naar een andere locatie. De avond zou daarom plaatsvinden in het Liverpool Stadium. En dát was weer een plek die Pete Best heel vertrouwd was. Het boksstadion werd al geruime tijd beheerd door zijn familie. Bokspromotor Johnny Best en diens vader waren bekende figuren in de sportwereld. Johnny trouwde Pete's moeder Mona, maar was niet de vader van Pete. Toch voerde Pete zijn achternaam en kende hij de boksring en de tribunes aan St. Paul's Square op zijn duimpje.

Liverpool Stadium: het interieur


Niet veel wijzer
Die middag was het er al een drukte van belang. Ook Brian Epstein liep rond, vergezeld door zijn assistent-shopmanager Peter Brown. Epstein hield die dagen scherp in de gaten welke belangrijke optredens er plaatsvonden in Liverpool. Niets ontging de middenstander. Het kwam die dag ook tot een ontmoeting tussen Epstein en impresario Larry Parnes. Misschien zagen beide heren, al pratend, hoe de boksring werd omgebouwd tot een podium. De tribunes die zich rond de ring bevonden, konden niet volledig benut worden. Alle artiesten stonden in één richting opgesteld, dus kon Williams maar de helft van de capaciteit van de accommodatie benutten. Ook lukte het hem niet alle kaarten voor die avond te verkopen, las ik. Williams had zijn nek uitgestoken, maar werd uiteindelijk financieel niet veel wijzer van zijn avontuur.

Gene Vincent en Allan Williams op 3 mei 1960


Ritchie en Pete maakten een praatje
De nu nostalgisch ogende concertposter vertelt ons welke acts Williams allemaal opvoerde om het publiek alvast op te warmen. En ja, ook de plaatselijke sensatie Rory Storm was van de partij. Met zijn Hurricanes en dus met Ringo Starr op drums. Ritchie Starkey en Pete Best troffen elkaar in de loop van de dag en maakten een praatje, als drummers onder elkaar. Dankzij de foto's die Cheniston Roland die avond nam, weten we dat Ringo zijn best had gedaan op zijn outfit. Hij droeg een oversized zwart colbert, had zijn haren in een kuif en completeerde zijn looks met een coole zonnebril. Je deelt niet elke avond een podium met Gene Vincent, per slot van rekening. Ringo zat achter de gitaristen en sloeg de beat, terwijl Rory zijn spectaculaire entree in de boksring maakte.

De 19-jarige Ritchie Starkey, alias Ringo Starr op die bewuste avond




Stonden Stuart en John nu samen in het publiek?
Met Ringo Starr op het podium en Allan Williams, Brian Epstein en Peter Brown in het publiek, was ik benieuwd wie er nog meer bij waren, op die legendarische avond. Was John Lennon er? Hij had Gene Vincent al in maart gezien en vertelde over dat optreden dat hij niet onder de indruk was van hem. Liever luisterde hij naar diens platen. Lennon ergerde zich aan het lawaai van het publiek, waardoor hij Vincent nauwelijks kon horen zingen. Volgens zijn vriend Tony Carricker was John er wel degelijk, omdat hij zich herinnerde dat John onder de indruk was van Rory Storms optreden. De vraag is, zo lees ik in Lewisohns verhaal, of Carricker met John over dát optreden sprak. Stuart was er, getuige de foto die Cheniston Roland van het publiek schoot. Zien we op die foto, dicht bij Stuart, ook John Lennon staan? Hoewel hij niet op de gevoelige plaat werd vastgelegd, was George Harrison er zeker. George wist zich het optreden goed te herinneren en vertelde er in latere interviews gedetailleerd over.

De foto die van het publiek gemaakt werd en waarop 
mogelijk Stuart en John te zien zijn.


Niet fris
Gene Vincent zou als een wrak op het podium hebben gestaan. Hij had al behoorlijk wat alcohol in zijn lijf, keek maniakaal uit zijn ogen en sleepte zijn zere lichaam het podium over. Op 16 april was Vincent, samen met Eddie Cochran en liedjesschrijver Sharon Sheeley op een Engelse snelweg betrokken geraakt bij een ernstig auto-ongeluk. De drie inzittenden raakten behoorlijk gewond. Eddie Cochran overleed een dag later aan de complicaties die hij opliep. Vincent brak zijn ribben, zijn sleutelbeen en liep verwondingen op aan zijn toch al slechte been. Ongetwijfeld had hij mentaal ook een behoorlijke tik van de gebeurtenissen gehad en stond hij 17 dagen later zeker niet fris in de Liverpoolse boksring.


Nazit in de Jacaranda
Het publiek zou Vincent op handen gedragen hebben en reageerde hysterisch op zijn optreden. Williams en Parnes moesten moeite doen om te voorkomen dat Vincent op het podium bestormd zou worden door fans. Het tafereel zou een voorbode zijn van de Beatlemania waarmee de wereld amper vier jaar later kennis zou maken. De gehavende Amerikaan wist zijn optreden tot een goed einde te brengen. De nazit van het opreden vond, met alle sterren van die avond, plaats in Williams' pub The Jacaranda. De optredens van Gene Vincent in maart en mei 1960 zouden in Liverpool alle hoofdpersonen bij elkaar brengen. Hun eigen verhaal zou niet veel later in een stroomversnelling raken. Al hadden ze daar in het voorjaar van 1960, kijkend en luisterend naar Gene Vincent, nog nauwelijks weet van. Toch hing het blijkbaar in de lucht. Dat alles zou veranderen.


Beste lezer!

In juli en augustus houd ik een zomerstop om nieuwe ideeën en inspiratie op te doen voor de wekelijkse column. In de zomermaanden deel ik wekelijks via Facebook en Twitter een column uit mijn inmiddels grote archief. Wanneer je BeatlesTalk alleen via de e-mailnieuwsbrief ontvangt, krijg je daarvan in juli en augustus geen melding. BeatlesTalk is terug met nieuwe verhalen vanaf zaterdag 5 september (via de e-mailnieuwsbrief en de Fab4Cast-social mediakanalen en zondag 6 september (via de BeatlesTalk-social mediakanalen). 

Een mooie zomer gewenst en graag tot in september! 
- Anne.


zaterdag 16 mei 2020

Baby's in Black: bij het overlijden van Astrid Kirchherr (20 mei 1938 - 12 mei 2020)

Astrid Kirchherr is niet meer. Vrijdagavond bereikte me het nieuws dat de inmiddels 81-jarige fotografe, die een enorm belangrijke rol in het Beatlesverhaal speelde, op dinsdag 12 mei overleed. Astrid stierf vlak voor haar 82ste verjaardag.



Het verliefde kunstenaarskoppel
Ze zat weer zó in mijn hoofd de afgelopen weken, Astrid. Net als Stuart Sutcliffe, de oer-Beatle die tot over zijn oren verliefd op haar werd toen hij als bassist met de nog onbekende Beatles in Hamburg in de nazomer van 1960 was gearriveerd. Ik was weer erg met dat mooie, maar ook trieste verhaal van Stu en Astrid bezig, omdat juist afgelopen week onze podcast over Stuarts leven via Fab4Cast online was verschenen. De avonturen die we deze herfst in Liverpool beleefden, de plekken die we bezochten, de gesprekken die we voerden: ze brachten me samen met Wibo, Michiel en Jan Cees weer zo dicht bij het verhaal van het jonge, verliefde, getalenteerde kunstenaarskoppel dat Stuart en Astrid vormden. En nu is Astrid Kirchherr er ineens niet meer.


Astrid bleef achter in Hamburg
Het verhaal van Astrid en Stuart eindigde op 10 april 1962 toen Stuart in Astrids armen bewusteloos raakte en stierf, terwijl een ambulance hen in grote vaart naar een Hamburgs ziekenhuis bracht. Op dat moment kenden de fotografe en de kunstschilder elkaar nog geen twee jaar, maar waren ze voornemens te trouwen. De verlovingsringen waren al uitgewisseld. Met het overlijden van Stuart gleed Astrid voor de ogen van de buitenwereld uit het Beatlesverhaal. Een half jaar later stonden The Beatles met hun eerste single in de Britse hitparade en niet lang daarna lag eerst Engeland en vervolgens de rest van de wereld aan hun voeten. Astrid bleef achter in Hamburg.




Een warm bad en een kop thee
Toch bleven de bandleden en hun Duitse vriendin hecht. Voor de buitenwereld was Astrid de vrouw die haar stempel gedrukt had op de artistieke haardracht en kledingstijl van de jongens. Ze was de fotografe die prachtige indringende portretten van hen had geschoten. Voor The Beatles was Astrid een dierbare vriendin, die zich in Hamburg over hen ontfermd had. Die haar huis beschikbaar stelde voor een warm bad en een kop thee, die een laatste link vormde met hun tragisch overleden vriend. Ook toen het grote succes kwam, bleef Astrid tot de inner circle van de Fab Four behoren.


Zonnige dagen op Tenerife
Ruim een jaar na Stuarts overlijden trof Astrid drie van de vier Beatles op het zonnige Tenerife. Terwijl John Lennon op reis was met manager Brian Epstein, vertrokken Paul, George en Ringo voor een korte vakantie naar het Spaanse eiland. Ze troffen er Astrid en die andere Hamburgse vriend, Klaus Voormann. Voormanns ouders bezaten een tweede huis op Tenerife en de jonge vrienden genoten er van een paar zonnige dagen. Er zijn mooie vakantiekiekjes bekend van die trip. The Beatles konden op Tenerife nog volledig anoniem door het leven. Bij terugkomst in Engeland stond hun eerste album op 1 in de hitlijsten.








Only if they pay you
Ook toen het grote succes zich aandiende, vergaten The Beatles Astrid niet. In 1964 werkte Astrid inmiddels als freelance fotograaf en kreeg ze exclusief toegang tot de filmset van A Hard Day's Night. Brian Epstein wimpelde de vele verzoeken van persfotografen af, maar het was George Harrison die hoogstpersoonlijk regelde dat Astrid namens het Duitse Stern-magazine foto's mocht komen schieten. 'Only if they pay you,' zou George er bezorgd aan toegevoegd hebben. Als vrouwelijke fotograaf had Kirchherr het overigens niet gemakkelijk in de sixties, vertelde ze in een interview. Uiteindelijk was iedere krant, elk magazine maar op twee dingen uit: men wilde continu haar oude Beatlesfoto's hergebruiken óf ze zou zelf The Beatles opnieuw moeten fotograferen. In haar andere werk had niemand interesse.





George Harrison bleef een trouwe vriend
Astrid werd zelf overigens financieel niet veel wijzer van de iconische zwartwit-foto's die ze begin jaren '60 van The Beatles schoot, omdat de rechten van de afbeeldingen niet goed vastgelegd waren. Uiteindelijk regelde haar zakenpartner Ulf Krüger jaren later nog wel het eigendomsrecht van een groot deel van Astrids foto's. Toch las ik dat Astrid in de loop der jaren zeker 500.000 pond moet zijn misgelopen door het oneigenlijk gebruik van haar creaties. In de jaren waarin ze het moeilijk had, was het George Harrison die haar bleef steunen, zowel mentaal als financieel. Kijkend naar de foto's uit Tenerife en die van latere ontmoetingen, zie ik een ontroerende genegenheid tussen de twee.




Hernieuwde interesse
Terwijl The Beatles de wereld over reisden, de top bereikten en uiteindelijk uiteen vielen, werkte Astrid als fotografe, barvrouw, interieurontwerper en voor een muziekuitgeverij. In de jaren '90 had ze met de genoemde Ulf Krüger een fotografiewinkel in Hamburg met de naam K & K. Ze verkocht er vintage foto's, boeken en drukwerk. De aandacht voor haar eigen werk en haar persoonlijke ervaringen met The Beatles groeide in de loop der jaren. Astrid exposeerde wereldwijd, haar foto's verschenen in boeken en ze vertelde regelmatig op conferenties en in documentaires over haar leven met The Beatles. Voor mij ging dat altijd in een sfeer van bescheidenheid en oprechtheid. Astrid Kirchherr drong zich nergens naar voren, schepte niet op, maar vertelde met haar charmante accent haast verlegen over haar vriendschap met The Beatles en haar liefde voor Stuart.




Een foto op een nachtkastje
Astrid trouwde twee keer en scheidde ook weer. Ik denk dat niemand kon tippen aan de liefde van haar leven: de jongen van wie ze na al die jaren nog altijd een zwartwit-foto in een lijstje op haar nachtkastje had staan. Ergens hoop je, tegen beter weten in, dat Astrid en Stu nu weer samen zijn. In feite zijn ze dat ook. In dat onvoorstelbare Beatlesverhaal blijven ze in liefde altijd met elkaar verbonden.




Oh dear, what can I do?
Baby's in black and I'm feeling blue
Tell me, oh what can I do?
She thinks of him
And so she dresses in black
And though he'll never come back
She's dressed in black

zaterdag 9 mei 2020

'Stuart was de broer die ik nooit gehad heb': blog en podcast over het leven van Stuart Sutcliffe én: op bezoek bij zijn beste vriend Rod Murray

Jullie hebben nog een heel mooi verhaal tegoed over het bezoek dat ik vorig najaar samen met het Fab4Cast-team aan Liverpool bracht. Over het eerste deel van onze avonturen kon je de afgelopen maanden al meer lezen in de blog. Ook verscheen ons reisverslag als podcast-aflevering. Maar!! Er is meer. We bewaarden het mooiste voor het laatst. We traden in Liverpool namelijk ook in de voetsporen van de jong gestorven eerste bassist van The Beatles: Stuart Sutcliffe. Die route bracht ons heel dicht bij de bijzondere, getalenteerde en gevoelige jongen die Stuart was. De plekken die we bezochten, maakten indruk op me. Om maar te zwijgen van het lange gesprek dat we mochten hebben met Stuarts beste vriend.

Stuart Sutcliffe:
(23 juni 1940 - 10 april 1962)


In het Hamburgse atelier bij Astrid
Onze eerste onvergetelijke ervaring met het erfgoed rond Stuart Sutcliffe hadden we al opgedaan in Hamburg. In het voorjaar van 2018 brachten we een bezoek aan de Duitse havenstad, onder andere om het concert van Ringo Starr te bezoeken en daarnaast eens heel goed een aantal plekken te bestuderen waar The Beatles hun eerste stappen richting de onsterfelijkheid zetten. Die reis bracht ons, zoals jullie misschien nog weten, heel onverwacht tot in het voormalig schildersatelier van Stuart. Op de zolder van het pand, dat destijds het familiehuis van Astrid Kirchherr was, stonden we ineens op de plek waar Astrid op 13 april 1962 de beroemde foto's van John Lennon en George Harrison schoot. Dat was vlak na het overlijden van Stuart, die destijds in Hamburg bij zijn grote liefde Astrid was achtergebleven. John en George bezochten Stuarts atelier en stonden verdoofd van verdriet tussen de kwasten en potten met terpentine, terwijl Astrid het moment indringend vastlegde. Ook wij poseerden op die plek, met groot historisch besef en een gevoel van respect voor Stuart.




Rondkijken in Huyton, Oost-Liverpool
Aan dat moment moest ik regelmatig terugdenken toen ik eind september in Liverpool aan onze 'Stuart Trail' begon. Eerst met Wibo en Michiel. Al snel kon Jan Cees ook aansluiten. Voorzien van een door Wibo samengesteld draaiboek, volgden we het voetspoor van Stuart. Stu, zoals we hem al snel gingen noemen, werd op 23 juni 1940 in Edinburgh, Schotland geboren, maar verhuisde op jonge leeftijd naar Huyton, aan de oostelijke kant van Liverpool. We keken rond in de wijk waar hij opgroeide, al was er door renovatie en herinrichting veel veranderd. Als kind bezocht hij er de Parkview Primary School (1946-1950) en de Prescot Grammar School (1951-1956). Wekelijks zong Stuart in het koor van St. Gabriel's Church. We passeerden deze kerk met onze huurauto, wetend dat dit ook de plek was waar Stu's uitvaartdienst plaatsvond. Niet veel later stonden we aan Stuarts graf op de Huyton Parish Cemetery. 




Een klein gezelschap rond een graf
Dit is de plek, realiseer ik me, waarop 19 april 1962, een klein gezelschap bijeen kwam om afscheid te nemen van het naar Liverpool overgevlogen lichaam van Stu. Volgens het onderzoek dat Mark Lewisohn deed waren daarbij in ieder geval (naast de familie) aanwezig: Cynthia Lennon (namens John), moeder Louise Harrison (namens George), Astrid Kirchherr, Klaus Voormann, voormalig Beatlesmanager Allan Williams en Stuarts beste vriend: Rod Murray. The Beatles waren er niet. Zij hadden verplichtingen in Hamburg. Terwijl ik bij het graf stond, probeerde ik me in te beelden hoe dat hartverscheurende tafereel er moet hebben uitgezien: het afscheid van een 21-jarige zachte, getalenteerde jongen, met een artistiek oeuvre voor de boeg, dat er nooit zou komen.

Rod Murray en Stuart Sutcliffe


Op de thee bij Rod
In de dagen die volgden, reisden we Stuart in Liverpool achterna. Dat waren met name de plekken waar hij, als Art College-student, vanaf 1956 op kamers ging: eenvoudige onderkomens aan Canning Street, Percy Street en Gambier Terrace. Op de meeste plekken woonde Stu samen met zijn beste vriend Rod Murray, die tevens aan het Art College studeerde. Als er iemand is, die Stuart Sutcliffe goed gekend heeft, die ooggetuige was van het ontstaan van het contact tussen Stuart en John Lennon, Paul McCartney en George Harrison, dan was het deze Rod Murray. Het was dan ook geweldig nieuws dat Wibo de inmiddels bejaarde Murray had weten te vinden. Ja, we waren welkom op de thee. Dus reden we op maandagmiddag 30 september 2019 Rods erf op, in een plaatsje op zo'n 30 minuten rijden van Liverpool.


Met Wibo Dijksma, Michiel Tjepkema en Rod Murray
(Jan Cees ter Brugge zou die avond pas in Liverpool arriveren).


'Stuart was de broer die ik nooit gehad heb'
Zittend bij de tafel in zijn bungalow, stak Rod tegen ons van wal. In de hoek stond een zelfgemaakte houten basgitaar, waarmee Rod zelf het idee had zich bij de band van John, Paul en George aan te sluiten. Dat verhaal zou hij ons die middag vertellen. Aan de muur hingen een aantal echte olieverfschilderijen en tekeningen van Stuart. Ik keek verwonderd om me heen, terwijl Rod ons meenam naar de periode 1956-1962, de tijd waarin hij een innige vriendschap opbouwde met Stuart. 'Hij was als de broer die ik nooit gehad heb,' vertelde Rod ons licht geëmotioneerd. Nog steeds, na al die jaren. Ik keek in de ogen die het destijds allemaal zagen gebeuren en realiseerde me: dichter bij Stuart Sutcliffe en het studentenleven van John, Paul en George hadden we niet kunnen komen. Ik nodig je van harte uit ons reisverslag over Stuart en ons interview met Rod te beluisteren. De podcast vertelt het hele verhaal....






Verder lezen en luisteren:

Fab4Cast in Hamburg



zaterdag 19 oktober 2019

Bijzonder bezoek in Ye Cracke in Liverpool: de pub van John Lennon en Stuart Sutcliffe

Terwijl de regen met bakken uit de donkere hemel valt, zien we links van ons de grote Anglicaanse kathedraal opdoemen: prachtig verlicht, als een baken in één van de oudste buurten van Liverpool. Het is maandagavond 30 september en ik ben een amper een etmaal in de stad die de bakermat van The Beatles werd. Met de heren van Fab4Cast doorkruis ik in een paar dagen de buurten, straten en buitenwijken. We komen zelfs nog 40 kilometer ten noorden van Liverpool uit, voor een bijzonder bezoek.


John, Cyn en Stu
Dat bezoek, waarover jullie binnenkort meer kunnen horen in de podcast, hadden we er die donkere, regenachtige maandagavond net opzitten, toen we onze huurauto inleverden, snel wat aten en lopend koers zetten naar het Knowledge Quarter. Het is de wijk met het Liverpool Institute (nu omgedoopt tot LIPA), waar Paul McCartney en George Harrison destijds naar school gingen, de wijk met het Liverpool College of Art, waar John Lennon, zijn latere vrouw Cynthia Powell en Stuart Sutcliffe elkaar leerden kennen. Diverse studentenhuizen en pubs, die zich allemaal om ons heen bevinden, markeren de plekken waar deze tieners, je kon ze nog nauwelijks volwassenen noemen, hun weg zochten, maar ook zichzelf en elkaar zochten. Net onder de vleugels van het ouderlijk gezag vandaan, of af en toe...voor een paar uurtjes.

Een vroege foto van Cynthia en John
op het stoepje bij Ye Cracke (1958)


Mark Lewisohn is in town
Dan staan we voor de deur van Ye Cracke (spreek uit: The Crack), één van de oude kroegen in de buurt. Binnen brandt licht, we duwen de deur open, we worden verwacht. Onze druipende paraplu's en jassen vinden een plek op wat stoelen bij een radiator. De kroeg is leeg, met uitzondering van een kleine halfopen binnenruimte (The War Room), waar vrolijk geconverseerd wordt. Wanneer we om de hoek kijken, worden we hartelijk begroet door Mark Lewisohn. De aimabele Beatlesbibiograaf is twee dagen 'in town' en houdt audiëntie. Althans, zo ervaren wij dat toch een beetje. De bescheiden Lewisohn zal de laatste zijn die daar zo tegenaan kijkt. Wetend dat wij in Liverpool zouden zijn, mede om zijn lezing Hornsey Road te bezoeken, nodigde hij ons uit om naar Ye Cracke te komen. Samen met een aantal van zijn 'favourite Liverpool People'. Wij sloegen die uitnodiging niet af.

Mark Lewisohn was in Liverpool met zijn
theatercollege Hornsey Road over...Abbey Road

'This is Liverpool, Anne'
Tijdens zijn jarenlange onderzoek voor het eerste deel van de trilogie All These Years, sloot Mark zijn werkdagen in Liverpool meestal af in deze pub. Daar overkwam hem wat menig bezoeker aan de stad gebeurt: je hoeft maar vriendelijk naar een Liverpudlian te knikken en je krijgt een grap om je oren, een vraag wie je bent en waar je vandaan komt of zomaar een biertje aangeboden. 'Ik heb heel wat vaste bezoekers van Ye Cracke leren kennen, in al die weken dat ik hier zat,' vertelt Mark me, wanneer we ons met z'n allen verplaatsen naar een iets ruimere hoek waar we comfortabeler kunnen zitten. Ons gesprek wordt onderbroken doordat één van zijn vrienden het uitbrult van het lachen, om een grap die zojuist gemaakt is. Ik kijk Mark glimlachend aan. 'This is Liverpool, Anne' zegt hij trots. Het is ook een beetje zijn stad geworden.

Toen en nu:
fotomontage van John (rechts) en een vriend
voor Ye Cracke (1958)


The Dissenters: John, Stu, Bill en Rod
Aan de muur achter ons hangt een spiegel, waarin de namen van John Lennon, Stuart Sutcliffe, Bill Harry en Rod Murray staan gegraveerd. De plek waar we elkaar vanavond treffen, staat bol van de Beatleshistorie. Deze spiegel verwijst naar de vele momenten waarop vier jonge, artistieke jongens Ye Cracke betraden, op de vlucht voor de winterkou in hun studentenflats, op zoek naar wat gezelligheid en natuurlijk naar drank. The Dissenters noemden ze zich, wat zoveel betekent als 'de andersdenkenden' of de 'non-conformisten'. Samen spraken ze af dat ze Liverpool beroemd zouden maken. John als muzikant, Stuart en Rod als kunstenaars en Bill als schrijver. Hun jeugdige bravoure bevatte profetische elementen. Wij zitten hier vanavond niet voor niets. Mijn blik glijdt over hun namen. Stu overleed op 21-jarige leeftijd in Hamburg aan een hersenbloeding, John werd als amper 40-jarige muzikant in New York vermoord. Bill Harry, de oprichter van muziektijdschrift Mersey Beat, werd een gerennommeerd journalist en mediaman. Hij leeft nog en is de 80 inmiddels gepasseerd. Net als Rod Murray, die kunstenaar en docent werd. 

De herdenkingsspiegel in Ye Cracke
met Bill, John, Stu en Rod


De Lennon-acteur uit Backbeat en Quirinus uit Harry Potter
Ik realiseer me dat de spoeling dun aan het worden is. Met het verstrijken van de tijd neemt het aantal ooggetuigen van die bijzondere pre-Beatlesjaren in Liverpool af. Niet voor niets was het interviewen van veel sleutelfiguren en passanten voor Mark Lewisohn een race tegen de klok, de afgelopen jaren. En nog steeds. Vanavond is er even tijd voor ontspanning. 'Is dat niet die acteur uit Backbeat?' hoor ik Wibo tegen Michiel zeggen, wanneer een slanke vijftiger zich bij ons gezelschap aansluit. Op zijn vraag wordt bevestigend geantwoord. Ook Ian Hart, die destijds de rol van John Lennon in de rolprent over de beginperiode vertolkte, komt Mark vanavond even begroeten. Ik weet weinig van films, dus leer bij: Hart speelde ook de rol van Quirinus Quirrell (Krinkel) in de beroemde Harry Potter-reeks. Vanavond is hij gewoon een local. Doe maar normaal, daar houden we van in Liverpool.

Ian Hart in Backbeat....

....en in Harry Potter

Op zoek naar Polythene Pam
Opnieuw gaat de deur van de pub open en betreedt een wat ouder echtpaar de vloer. Verregend, bepakt en bezakt gooien ze hun reis van zich af en begroeten ze Mark hartelijk. 'We zijn net terug uit Cardiff, een korte vlucht hoor, maar ik ben wel moe,' zegt de vrouw tegen me. Ik schat haar begin zeventig en biedt haar mijn plek aan om bij Mark te zitten. Dat is niet nodig, 'I'm fine love,' vertrouwt ze me toe. Uit haar tas komt een opgevouwen A4tje, dat ze openmaakt en over tafel naar Mark schuift. We zien een eenvoudige potloodtekening van een meisjesgezicht. Sproeten, lang haar. De schets doet me een beetje aan Jane Asher denken. 'Mark, zó ziet Polythene Pam er ongeveer uit,' start de vrouw haar gesprek. 'Het is écht niet het meisje op de foto die jij me mailde,' vervolgt ze. 'Interesting,' zegt Mark en hij bestudeert de tekening beleefd. Hier ontrolt zich een nieuw verhaal. Ik besluit om mijn oren te spitsen.

zaterdag 12 januari 2019

Pat Moran: de allereerste Beatlesfan (of: hoe The Beatles hun flat aan Gambier Terrace uitgezet werden)

In de kantlijn van het grote verhaal van The Beatles, zijn vele kleine verhalen te vertellen over mensen die ook een rolletje hadden in het leven van de Fab Four. Hoe klein die rol vaak ook was, deze passanten leveren met hun herinneringen vaak een uniek inkijkje in een bepaalde periode van het bestaan van de band. Deze week schrijf ik graag wat over de aandoenlijk lieve Pat Moran. Haar naam zal niet veel bellen doen rinkelen, toch kan ze beschouwd worden als de allereerste Beatlesfan. En de allerliefste, als je het mij vraagt.


Mijn blik gleed omhoog langs de imposante gevel
Voor het verhaal richten we onze camera op Gambier Terrace, een straat in één van de oudste delen van Liverpool, gelegen tussen de Liverpool Cathedral en Sint Bride's Church, de Anglicaanse kerk in het Georgian Quarter. In het straatje, dat ook maar enkele blokken verwijderd is van wat nu Paul McCartney's Liverpool Institute of Performing Arts is, staat een enorm blok met 19e eeuwse herenhuizen. Begin november 2015 stond ik er, tijdens mijn bezoek aan Liverpool. Mijn blik gleed omhoog langs de imposante gevel, op zoek naar wat het raam van nummer 3 zou moeten zijn. Dit was de plek waar Stuart Sutcliffe in 1960 een kale flat bewoonde, samen met een aantal andere kunstacademiestudenten, waaronder de later bekend geworden kunstenaar Margaret Chapman.

Overzichtsfoto van het huizencomplex aan Gambier Terrace, Liverpool

Zonder toezicht van het thuisfront
In de loop van dat jaar werd het de 19-jarige John Lennon te benauwd bij Aunt Mimi aan het chique Menlove Avenue. Hij vroeg boezemvriend Stuart Sutcliffe of hij bij hem in mocht trekken in het schamele onderkomen, dat het midden hield tussen een studentenflat en een atelier. Na overleg met de overige bewoners stemde Stuart in. Ook Paul McCartney en George Harrison waren vaak in de flat te vinden. Even zonder toezicht van het thuisfront.

Paul McCartney, 1960,
gefotografeerd door broer Mike in zijn ouderlijk huis

Agressieve Ierse vader
Pat Moran wilde ook wel even weg van huis. Het 16-jarige meisje uit Wallasey (aan de overzijde van de Mersey) was op haar 9e haar moeder verloren en stond onder streng toezicht van haar agressieve Ierse vader. Op zaterdagavond mocht ze uit, bij de gratie gods, maar dan wel zonder make-up en mét een nette jurk. Een spijkerbroek was uit den boze. Als ze te laat thuis kwam, kreeg ze er van langs, of werd ze door haar vader niet meer binnen gelaten. Wat moet dit meisje hebben uitgekeken naar de zaterdagavonden, wanneer The Beatles vaak optraden in The Grosvenor Ballroom, bij haar om de hoek. Pat begon de jongens, die amper ouder waren dan zij, te volgen.

The Beatles in de Grosvenor Ballroom, Wallasey (de foto dateert van
februari 1961, iets later dan de gebeurtenissen die in deze blog
beschreven worden.)

Op zondagochtend op weg naar The Beatles
Pat raakte vooral verkikkerd op Paul McCartney en genoot van de manier waarop hij met John Lennon het publiek entertainde. Haar lievelingsnummers uit het repertoire van The Beatles waren Tutti Frutti, Long Tall Sally, Cathy's Clown en Whole Lotta Shakin' Going On. Uit haar gesprekjes met Paul begreep Pat dat de jongens vaak in de weekenden in de flat aan Gambier Terrace te vinden waren. Met nauwelijks geld voor een goede maaltijd, hield het allemaal niet over daar. De jonge Pat, die al een baantje had, besloot daarop de stoute schoenen aan te trekken. Op een aantal zondagochtenden nam ze, na haar kerkbezoek, de ferry over de Mersey, en stapte ze op Pier Head op de bus richting het Georgian Quarter. Met een mand vol lekkers beklom ze de trap van Gambier Terrace nummer 3, om haar idolen te verrassen.

Pat reisde een aantal zondagen van Wallasey naar Liverpool downtown


De Beatlesflat was een zwijnenstal
Op zaterdag deed ik er al boodschappen voor, vertelde Pat later. In haar mand voor The Beatles zaten eieren, kaas en broodjes. Samen met een paar vriendinnen arriveerde Pat rond het middaguur bij de flat. Tegen die tijd hadden The Beatles hun roes van de zaterdagavond uitgeslapen en was er tijd om te eten en te kletsen. De 16-jarige gevoelige, intelligente Ierse trof niet bepaald een orderlijk tafereel aan. De flat was, kort gezegd, een zwijnenstal. Volgens Pat was het meestal John die de deur open deed en Paul die de meisjes met een omhelzing begroette. Pat mocht Stuart ook graag. George maakte weinig contact, maar vroeg meestal wel even hoe Pat en haar vriendinnen het optreden van de voorgaande avond hadden gevonden. Bij gebrek aan voldoende meubilair moesten de meisjes op een bed zitten of wat tegen de muur blijven hangen.

George Harrison, 1960

Vijf Wees-Gegroetjes en vier Onze-Vaders
Na een tijdje keerden we weer huiswaarts, vertelde Pat, met een lege mand. Maar die lege mand was niet het enige dat het meisje mee naar huis nam. In haar vocabulaire waren hippe woorden als fab en gear geslopen. Iets dat haar vader tot razernij dreef. Dat kon toch nooit goed gaan? Zijn brave dochter die wekelijks afreisde naar een flat vol gevaarlijke jongens, die bovendien haar taalgebruik beïnvloedden? Pat vertelde later dat The Beatles zich altijd netjes richting haar gedragen hadden. Desalniettemin werd het meisje naar een priester gestuurd om te biecht te gaan. Met vijf Wees-Gegroetjes en vier Onze-Vaders kwam ze eenvoudig van haar zonden af. Regelmatig sprak Pat met Paul af, bijvoorbeeld voor een drankje in The Jacaranda, de pub van Allan Williams, die zich als eerste manager over de band zou ontfermen. Het was Pat die altijd de drankjes betaalde.




Briefjes van één pond naar Hamburg
Toen The Beatles naar Hamburg vertrokken, correspondeerden Pat en Paul regelmatig met elkaar. In de brieven vanuit Wallasey naar de Duitse havenstad schoof het lieve meisje regelmatig een briefje van één pond. Speciaal voor Paul. Het waren die brieven die Beatlesbiograaf Mark Lewisohn in de jaren negentig op het spoor van Pat Moran zetten. Ze bood haar correspondentie met Paul McCartney bij een veilinghuis aan. Daarmee kwamen de inmiddels historische documenten in het publieke domein terecht. Het lukte Lewisohn om Pat Moran nog te interviewen. In 2010 overleed ze, op 66-jarige leeftijd. Haar ontmoetingen met The Beatles en ooggetuigenverslag van de Beatlesflat aan Gambier Terrace 3 vormden weer een bouwsteentje voor dat grote verhaal over The Beatles dat Mark Lewisohn aan het schrijven is.

Beatlesbiograaf Mark Lewisohn kwam de
correspondentie tussen Pat en Paul op het spoor.

Door een bizar toeval zijn er interieurfoto's van de Beatlesflat
Naast dat ooggetuigenverslag van Moran, zijn er ook een paar zeer zeldzame foto's die ons vertellen hoe de flat er in die periode uitzag. Door een bizar toeval bezochten een journalist en fotograaf in juli 1960 de flat, omdat ze een artikel over zogenaamde Beatniks wilden maken. Beatniks, jongeren die in de voetsporen van de Beat Poets wilden leven. Ze waren een doorn in het oog van de gevestigde orde en dankbaar onderwerp voor een sensatiekrant. Een foto van hoe deze jongeren leefden zou uitermate illustratief zijn. Op het moment waarop geen van The Beatles aanwezig waren, schoot de fotograaf zijn plaatjes van de overige flatbewoners. Op 24 juli 1960 verscheen het artikel This Is The Beatnik Horror in de zondagse krant The People. De fotograaf had op elke plek in Engeland kunnen binnenstappen, maar koos stomtoevallig voor Gambier Terrace 3, downtown Liverpool.

Beatnik Horror: de bewuste foto's die het interieur tonen van de flat waar Stuart en John woonden
en Paul en George vaak verbleven, juli 1960.



Het meisje met de mand
De foto's hadden trouwens een vervelend effect. De verhuurder van het appartement kreeg de krant onder ogen en sommeerde hoofdhuurder Rod Murray zijn boeltje te pakken. Zo kwam het dat op 15 augustus 1960 alle zogenaame Beatniks, inclusief Stuart Sutcliffe en John Lennon op straat stonden. (Diezelfde week zouden The Beatles voor het eerst naar Hamburg afreizen.) Het blijft fantastisch dat die interieurfoto's er nog zijn! Ze brengen ons heel dicht bij het verhaal van de jonge Beatles, vlak voor hun Hamburg-periode. Maar....wat had ik graag een foto geplaatst van die sympathieke Pat Moran. Het lukte me niet om er eentje te vinden. Paul McCartney herinnert zich Pat nog levendig: het meisje met de mand vol eten. De eerste Beatlesfan. Wij zien haar wel voor ons. Ik vind het een prachtig verhaal.

vrijdag 29 juni 2018

Op pad in Hamburg, deel 3: Love Me Tender (met podcast!)

Met het nieuws dat Ringo's concert in Hamburg afgelast was, stapten Jan Cees, Michiel, Wibo en ik in de metro die ons in noord-westelijke richting zou brengen. Een stukje buiten de binnenstad, naar de wijk Altona. We hadden het plan om het voormalige huis van de familie Kirchherr te bezoeken. De plek waar fotografe Astrid woonde. Samen met Klaus Voormann en Jürgen Vollmer behoorde zij in Hamburg al snel tot de vriendenkring van The Beatles. Eigenlijk was het andersom. The Beatles sloten zich aan bij dit Duitse drietal, dat hen regelmatig bezocht in de clubs waar ze moesten spelen. De drie kunstenaars deelden hun vriendschap en, in het geval van Astrid, ook regelmatig hun huis met de jongens uit Liverpool.

Stuart Sutcliffe en Astrid Kirchherr


Bij de Kirchherrs vonden The Beatles een tijdelijk thuis
Het slapen in de achterkamertjes van de clubs waar The Beatles speelden, ging de bandleden niet in de koude kleren zitten. Dankbaar waren ze dan ook dat ze regelmatig even terecht konden in het huis van de familie Kirchherr aan de Eimsbütteler Strasse. Voor een gezonde maaltijd, een bad en wat huiselijke gezelligheid. Stuart Sutcliffe, die in die tijd nog de bassist in de band was en als vaste zangnummer Love Me Tender voor zijn rekening nam, kreeg een relatie met Astrid. In haar moet hij zijn tweelingziel gevonden hebben. Het was de kunst die hen bond. Al snel was het stel onafscheidelijk. Stuart was zodoende steeds vaker bij Astrid thuis te vinden. 

Stuart tekende deze liefdesverklaring aan Astrid op de achterzijde van het briefpapier
van Bruno Koschmider, eigenaar van de Kaiserkeller, de plek waar The Beatles optraden.


Even gluren naar dat zolderraam
Het ging allemaal door ons heen, terwijl we het metrostation achter ons lieten en in de lommerrijke wijk op zoek gingen naar het huis dat bijna 60 jaar geleden zo veel voor The Beatles, en in het bijzonder voor Stuart, betekend had. Gewoon om er even bij de voordeur te staan en onze blik langs de hoge gevel te laten glijden, helemaal omhoog, zoekend naar het zolderraam. De plek waarvan we wisten dat daar het atelier van Stuart had gezeten. 

Voor het voormalige huis waar de Kirchherrs de twee bovenste etages
bewoonden. De erker van het atelier op zolder is duidelijk zichtbaar.

Stuart volgde zijn hart
In juni 1961 besloot Stuart The Beatles (en Engeland) te verlaten en zich verder te concentreren op de schilderkunst. In Liverpool was zijn talent al ontdekt. Het lukte hem zodoende om in Hamburg een studiebeurs te krijgen voor de Kunstacademie. Stuart volgde zijn hart en vestigde zich in de Duitse stad, om dicht bij zijn grote liefde Astrid te zijn. Het was voor John Lennon even slikken om zijn dierbare vriend in Hamburg achter te moeten laten. 

Stuart en John

Stu de Staël
Terwijl The Beatles af en aan in Hamburg te vinden waren, stond Stuart op die zolder aan de Eimsbütteler Strasse te schilderen. Op de academie viel zijn talent op. Bij medestudenten en bij leraren. Zijn abstracte werk werd vergeleken met dat van Eduardo Paolozzi de Frans-Russische schilder Nicolas de Staël, hetgeen Stuart in zijn tijd met The Beatles de bijnaam Stu de Staël opleverde. 



Stuart Sutcliffe: Hamburg Paining No.2 (1961)

Jan Cees belde aan
Daar stonden we, op die mooie zondagavond, voor dat immense pand. Te kijken, te dralen, eigenlijk al blij dat we het gezien hadden. Ineens stapte Jan Cees naar voren, betrad het bordesje bij de voordeur en duwde op de bovenste bel. Die van de zolderetage. We hielden onze adem in, toen een  vrouwenstem zich over de intercom meldde. Jan Cees stelde zich vriendelijk voor, in het Duits, legde uit dat het concert van Ringo Starr die avond was afgelast en we zodoende even naar het voormalige huis van Astrid Kirchherr waren komen kijken. Of het misschien mogelijk was dat we een moment de zolder mochten bezichtigen. De vrouw wilde even overleggen, zei ze. Spannend, maar slechts een paar tellen later zoemde de deur open. We mochten boven komen. Er ging een onbeschrijfelijk gevoel door me heen. Wibo, zich bewust van het bijzondere moment, pakte de memorecorder op zijn telefoon erbij en begon al pratend de statige trap te beklimmen. Eens een podcaster, altijd een podcaster. Vastleggen, dit moment! Ik vond het goed van 'm. Hoe vaak zouden The Beatles deze traptreden omhoog zijn gelopen? Op weg naar Astrid, een kop thee, een warm bad?



De cirkel was rond
Boven zwaaide de deur open en werden we begroet door een charmante dame. Met haar vriend keek ze een moment de kat uit de boom. Ineens stonden daar op een vroege zondagavond vier Beatlesfans voor hun neus. De bewoners onderbraken hun kooksessie en gingen met ons in gesprek. Johanna en Axel. Zij woonde er een jaar of 8 en wist dat haar appartement in de jaren '60 door Astrid Kirchherr en familie bewoond werd. De vorige bewoner had haar een boek gegeven waarin ze wat had kunnen lezen over de link die haar zolder met The Beatles had. Johanna is zelf ook kunstenares. We concludeerden samen dat daarmee de cirkel weer rond was. Maar hoe het nu precies zat met dat zolder-atelier, dat inmiddels verbouwd was tot een prachtige loft, dat wist ook zij niet. Dus vertelden we over de relatie tussen Astrid en Stuart. Ondertussen gingen mijn gedachten terug naar april 1962.....




Stuart kreeg ernstige klachten
Terwijl The Beatles steeds bekender werden in Noord-Engeland en zelfs nog een aantal shows in Hamburg in de agenda hadden staan, kreeg Stuart steeds vaker last van zware hoofdpijnen en een overgevoeligheid voor licht. Op een dag zakte hij op de Kunstacademie zelfs in elkaar. Hij liet zich onderzoeken. Zowel in Hamburg als in Liverpool. De doktoren hadden geen verklaring voor zijn klachten. Op 10 april 1962 verloor Stuart opnieuw het bewustzijn. Vermoedelijk op de zolderkamer waar wij stonden. Astrid belde een ambulance en zat naast Stuart toen hij onderweg naar het ziekenhuis overleed. Een aneurysma bleek later de doodsoorzaak. Stuart Sutcliffe, 21 jaar. Zoveel talent, zo'n tragisch einde. 


Verdoofd van verdriet
Ondertussen waren The Beatles op weg naar Hamburg, om daar nog een aantal optredens te verzorgen. Op 13 april wachtte Astrid hen op het vliegveld op met het verschrikkelijke nieuws van Stuarts dood. Het waren George Harrison en John Lennon die Astrid vergezelden, de trappen van het huis van de Kirchherrs beklommen en verdoofd van verdriet in Stuarts atelier op de zolderkamer rondliepen. Zijn schildersezel, zijn verf. Alles was er nog, alsof Stuart zo weer binnen kwam lopen. Het maakte zijn afwezigheid ongetwijfeld beter voelbaar dan ooit. In een interview vertelde Astrid vele jaren later dat John kapot van verdriet was. Terwijl George beschermend achter John ging staan, legde Astrid het tweetal vast in het atelier. Dicht bij het raam van de erker. Dit hartverscheurende moment resulteerde in een intens verdrietige maar even prachtige foto. Een afbeelding die menig Beatlesliefhebber op zijn netvlies heeft staan.




Een groot gevoel van respect
Het was deze foto, op deze plek, die Jan Cees, Wibo, Michiel en ik graag wilden reconstrueren. Niet alleen om die foto, maar vooral om op diezelfde plek te staan. Op die zolderkamer, bij de erker. Een moment in het leven van John Lennon, George Harrison en Astrid Kirchherr altijd moet zijn bijgebleven. Lennon zou in zijn latere leven heel vaak over zijn vriendschap met Stuart hebben gesproken, hem een zielsverwant hebben genoemd. Dus stonden wij met een groot gevoel van respect op de plek en legden we onszelf vast, denkend aan die dag in april 1962. 

Jan Cees en ik

Wibo en Michiel

Het drong door
Johanna en Axel keken toe. Ik geloof dat toen werkelijk tot hen doordrong hoe veel dit moment voor ons betekende. Of we even wilden gaan zitten. Een glas water? Een glas wijn? En wie we nu eigenlijk waren. Terwijl Axel vertelde dat hij gitarist was en op de stereo een eigen opname van Norwegian Wood aanzette, bleef Johanna onze glazen volschenken. We spraken over haar leven, over The Beatles, de historie van haar huis. Eigenlijk zou elke woning een soort archiefkistje moeten hebben, mijmerde Johanna, waarin de historie van het huis in foto's en andere documenten bewaard kan worden. Voor toekomstige bewoners. Natuurlijk wist ze van Astrid Kirchherr, maar ze had zich tot vanavond nooit gerealiseerd hoe belangrijk haar huis in het verhaal van The Beatles eigenlijk was. 

In gesprek met Johanna

Het evenwicht was wankel
Na vijf kwartier stonden we op. We bedankten Johanna en Axel voor dit unieke inkijkje in hun woning. Johanna bedankte ons voor de bijzondere avond die wij haar blijkbaar bezorgd hadden. We namen hun visitekaartjes mee en deden hen de belofte dat we hen de podcast zouden sturen. Onszelf deden we ook een belofte. Eentje die ik hier ook ga uitleggen: het feit dat deze mensen toevallig thuis waren en hun voordeur voor ons openden, mag niet als uitnodiging gezien worden voor een menigte aan Beatlesfans die dit stel misschien ook wel wil bezoeken. Het evenwicht was wankel, ze twijfelden, lieten ons binnen en aanhoorden ons verhaal. Hoewel ik iedereen deze ervaring gun, zegt mijn gevoel: laat het hierbij, geniet van deze blog en van de podcast die we er over maakten, maar overloop deze mensen niet. Daarmee doen we ook afbreuk aan hun voorzichtige kennismaking met de geschiedenis van hun eigen huis. Laat hun privédomein geen bedevaartsoord worden.



Astrid en Stuart
Wij stonden na afloop weer op straat. Vol ongeloof namen we met Wibo's telefoon onze eerste indrukken op. Jullie kunnen het allemaal terughoren in de podcast (vanaf 00:00 de inleiding en een terugblik op het jubileum van de Fab4Cast en vanaf 38:00 op pad in de straten van Hamburg).

Ik draag deze blog op aan Johanna en Axel, en aan Astrid en Stuart.
Hoe een liefdesverhaal van bijna 60 jaar geleden nog steeds tot de verbeelding spreekt.