zaterdag 15 februari 2020

Waarom The Beatles in juni 1965 halfvolle zalen trokken

Wanneer we terugblikken op de carrières van grote bands als The Beatles, ABBA en Queen, zijn we geneigd te denken dat de successen zich voor de muzikanten opstapelden, dat hun bestaan als band één grote triomftocht was. Onlangs las ik weer eens dat ABBA nog na de Eurovisie-winst moest ploeteren om nieuwe hits te scoren. Ook Queen maakte als band begin jaren '80 een moeilijke periode door, waarna de leden zich herpakten en het succes weer terugkeerde. The Beatles hadden het eind juni 1965 ook wel even gehad, toen hun tournee door Frankrijk, Italië en Spanje niet bepaald van een leien dakje ging. Wat was er aan de hand?

Milaan, 24 juni 1965


Twee weken, acht steden, vijftien concerten
Het voorjaar van '65 had voor The Fab Four grotendeels in het teken gestaan van het project Help! Opnamen voor de film en de soundtrack wisselden elkaar af. De groep reisde naar de Bahama's en Oostenrijk om scènes aan zonnige stranden en op besneeuwde heuvels te filmen. Ook in Londen en directe omgeving werden de mannen gefilmd. Toen half juni zowel de film als de soundtrack grotendeels opgenomen waren, werd het tijd om Zuid-Europa wat aandacht te geven. Althans, dat moet manager Brian Epstein gedacht hebben, toen hij een groot aantal concerten voor The Beatles vastlegde, te beginnen in Frankrijk.


In Frankrijk kregen The Beatles een tweede kans
De relatie tussen The Fab Four en de Fransen was niet bepaald warm te noemen. Anderhalf jaar eerder bleek de kloof tussen vier Britse muzikanten en het Franse society-publiek lastig te overbruggen. Op zondag 20 juni 1965 leken The Beatles aanzienlijk beter contact te krijgen met hun toehoorders in het Parijse Palais des Sports. Zowel het middag- als avondconcert werd door de Franse media opgenomen, waardoor we een goed beeld krijgen van het enthousiasme vanuit het publiek. De kop was eraf. Op de 22ste vloog de band naar Lyon voor twee avondconcerten in het Palais d'Hiver. Twee concerten op één avond. Tegenwoordig zou zoiets ondenkbaar zijn, maar de sets van The Beatles waren compact. Ging je naar zo'n concert, dan kreeg je een stuk of twaalf nummers te horen. Vaak deelden The Beatles het podium met andere, soms plaatselijke, sterren. 

Een korte wandeling door een park in Parijs


Stadions en een filmtheater
Per trein legden de jongens de afstand tussen Lyon en Milaan af en op 24, 25, 27 en 28 juni speelden The Beatles respectievelijk in Milaan, Genua en Rome. In Italië werd duidelijk dat er iets vreemds aan de hand was. Terwijl The Beatles bijna nooit moeite hadden om hun kaarten uit te verkopen, speelden ze in Italië voor zalen die soms nog niet voor de helft gevuld waren. In Milaan zagen 7000 toeschouwers de band 's middags optreden, gevolgd door 20.000 mensen die het avondconcert bezochten. Als je bedenkt dat het Vélodrome Vigorelli een capaciteit van 22.000 bezoekers had, is dat op zijn minst opmerkelijk te noemen. In Genua, waar The Beatles ook per trein arriveerden, zagen slechts 5000 toeschouwers The Beatles in het Palazzo dello Sporto (capaciteit: 25.000) optreden. In Rome, tenslotte, speelden The Beatles vier keer in twee dagen, nooit voor een uitverkocht Teatro Adriana [8 mm-beelden]. Wat was hier aan de hand?




Gebrekkige promotie en moordende hitte
In het zeer goed geschreven 'Can't Buy Me Love: The Beatles Britain and America' van Jonathan Gould (schaf dat boek aan!) las ik dat deze tour, die gedurende twee weken uit vijftien concerten in acht steden bestond niet goed gepromoot was. Bovendien was het die maand enorm heet in Milaan en Genua. The Beatles speelden in sportparken waar het 's middags buiten in de brandende zon niet te harden was. In Rome was de concertlocatie wél binnen, in een filmtheater. Daar ontbrak echter de airconditioning, waardoor de hitte ook moordend moet zijn geweest. Bovendien maakten de kranten melding van de relatief hoge ticketprijzen. Een ongelukkige samenloop van omstandigheden, kun je zeggen. Als ik naar de beelden van Milaan kijk, die op donderdag 24 juni werden geschoten, zie ik The Beatles in de brandende hitte opkomen in dikke zwarte pakken. Paul zingt She's A Woman, Ringo slaat werktuiglijk de beat. Het publiek bevindt zich op grote afstand. Hoe zou dit voor The Fab Four geweest zijn? [video]




Een vocaal vermoeide Lennon
Vanuit Italië staken The Beatles nog even over naar Nice, voor een enkel concert in het Palais des Expositions, waarna de karavaan naar Madrid en Barcelona trok. Daar stonden The Beatles in grote arena's waar normaliter stierengevechten werden gehouden. Ik vond deze geweldige [beelden], die ons mee terugnemen naar het Madrid van 2 juli 1965. We zien het Spaanse publiek in gespannen afwachting van het fenomeen uit Engeland: Los Beatles. Als de band het podium betreedt, klinkt het bekende, uitzinnige gejoel. De Spanjaarden zijn los en hun geschreeuw wordt beantwoord door de Fab Four, die Twist en Shout inzetten. We horen een vocaal vermoeide John Lennon en ook hier zijn, met name op de beelden bij het tweede nummer (I Feel Fine) de lege plekken op de tribunes te zien. Het werd tijd om naar huis te gaan, waar promotie-interviews voor de film Help! wachtten en binnen twee weken de koffers voor de Amerikaanse zomertour gepakt moesten worden.

zaterdag 8 februari 2020

De wonderlijke levensloop van Wings-drummer Joe English

Als ik denk aan de geweldige concertfilm Rockshow, dan heb ik daarbij twee sterke associaties. Als eerste: Paul McCartney op de toppen van zijn vocale kunnen. Op weg naar de 'midden dertig' en met de nodige afgelegde zangkilometers, klonk McCartneys stem beter dan ooit. Het was er allemaal nog: de hoogte, de diepte, het fluweel en het schuurpapier. Ik kan naar de film blijven kijken en luisteren zonder er ooit genoeg van te krijgen. Maar er is nog een reden waarome Rockshow een genot is om naar te kijken: Joe English. De drummer die Wings in het midden van de jaren '70 kwam versterken, heeft qua spel en uitstraling altijd iets speciaals voor mij gehouden. Herkenbaar?




Joe English volgde sportschoolfan Geoff Britton op
Ten tijde van de opnames voor Rockshow, tijdens de grote tournee waarmee Wings Groot-Brittannië, Europa, Australië, de VS en Canada aan deed, zat drummer Joe English al stevig in het zadel. Of Paul McCartney spijt had van de wissel met drummer Geoff Britton betwijfel ik. Britton had vanaf april 1974 amper een jaar bij Wings gespeeld, toen hij begin 1975 werd opgevolgd door English. 
Het had niet zo geklikt tussen de sportieve gezondheidsfreak Britton en de rock 'n' rollers van Wings. Britton ging liever naar de sportschool dan dat hij blowend en drinkend op de bank ging zitten. Toen de sessies voor het Wings-album Venus and Mars zich inmiddels verplaatst hadden van Londen (Abbey Road Studio's) naar New Orleans (Sea-Saint Studio's) werden de spanningen tussen Britten en de overige Wings-leden onhoudbaar. De drummer werd ontslagen en Paul McCartney moest op zoek naar een opvolger.


English had kind noch kraai
De Amerikaanse drummer Joe English (Rochester, New York, 7 februari, 1949) reageerde op een advertentie, kwam opdraven bij de auditie en stond in januari 1975 onverwacht oog in oog met Paul McCartney. Tony Dorsey, die inmiddels trombone voor Wings speelde en als arrangeur optrad tijdens de Venus and Mars-sessies kende deze Joe English wel en beval hem warm aan bij McCartney. English had met The Jam Factory zelfs nog in het voorprogramma van The Jimi Hendrix Experience gestaan. Zijn drumstijl was swingend en creatief. Hij zou een prima opvolger voor Geoff Britton vormen. English kon op zijn beurt wel een positieve wending in zijn leven gebruiken. Hij zat financieel aan de grond en was door zijn vrouw en kinderen verlaten. 




Vol vuur met de open drumhouding
De komst van Joe English brachten de tot nu toe moeizaam verlopen Venus and Mars-sessies weer in een stroomversnelling. Wings zat weer in de flow. De band verplaatste zich naar Los Angeles (Wally Heider Studio's) en completeerde het album. Gesterkt door de goede verkoopcijfers van het album Band On The Run, dat bovendien met twee Grammy's onderscheiden werd, durfde McCartney het aan een wereldtournee te plannen. En zo reisde Joe English met Wings de wereld over. Gedurende 66 concerten, die veelal in grote arena's en stadions plaatsvonden, vormde hij 'ineens' samen met Paul McCartney de ritmesectie van Wings. Rechts van hem stond een ronkende blazerssectie, waarvan Tony Dorsey deel uitmaakte. In de filmopnamen van de concerten zien we de charismatische English vol vuur en met de door linkshandige drummers af en toe gebruikte open speelhouding de sterren van de hemel spelen [video]:



Joe English bleek een prima zanger
Het is ook Joe English die we horen drummen op het album Wings At The Speed Of Sound, dat in twee fases (eind 1975 en begin 1976) werd opgenomen. Ook trad English op dat album op de voorgrond als zanger. Zijn zangkunsten werden opgemerkt door McCartney, tijdens de sessies in de Abbey Road Studio's en dat leverde English de eer op de leadzang op het nummer Must Do Something About It voor zijn rekening te mogen nemen. [video] De drummer bleek over een goede zangtechniek te beschikken. Met zijn Amerikaanse accent en prettige timbre hadden zijn vocalen niet misstaan in een band als The Eagles. Achter Joe's vriendelijke stem, goedlachse verschijning en swingende drumpartijen bleek echter wel een geheim schuil te gaan. 



Hoestdrankjes en heroïne
Tijdens het Engelse deel van de Wings-tournee ontdekte saxofonist Howie Casey dat English verslaafd was aan een bepaald soort hoestdrank, die in het Verenigd Koninkrijk bij de drogist te koop was. In tegenstelling tot in Amerika, waar de bestanddelen wellicht onder de opiumwet vielen. English ging als een tierelier op de hoestdrank en het leek zijn muzikale prestaties met Wings niet negatief te beïnvloeden. Later vertelde English dat hij zijn Wings-gage ook regelrecht verbraste aan grote hoeveelheden heroïne, waarvan hij soms een etmaal 'out' ging. Ik las dat English tijdens de Wings-tournee drie keer een overdosis heroïne nam. Wat zet dat zijn vrolijke en energieke verschijning op de Rockshow-beelden in een ander daglicht. Wat was er achter de schermen eigenlijk sprake van een tragedie. 




Joe werd een herboren christen
English bleef nog tot 1977 aan Wings verbonden, waarbij hij nog betrokken was bij de sessies voor het album London Town en de single Mull of Kintyre en Girls School. Hij woonde, samen met de overige leden van Wings enige tijd op de boerderij van de McCartneys in de Schotse hooglanden, maar zijn verborgen drugsverslaving en chaotische privéleven dreven hem terug naar Amerika. Ook voelde Joe zich in artistiek opzicht te beperkt, in het bijzijn van McCartney. Tegen de pers zou Paul later verklaren dat zijn Amerikaanse drummer niet had kunnen aarden in Schotland en Engeland. Na enkele jaren van drugsproblemen begon English als herboren christen aan een nieuwe levensfase. Als zanger en drummer van de Joe English Band (en later in andere bands) nam hij een aantal christelijk getinte albums op. Luister maar eens naar Lights To The World uit 1980, dat productie-technisch best heel prettig klinkt: [video]



In het kerkkoor
Eind jaren '90 moest English zijn drumstokken aan de wilgen hangen. Door chronische problemen met zijn enkels, was het niet langer mogelijk als drummer actief te blijven. Tegenwoordig woont hij in Noord-Carolina en is hij lid van de Word of Faith Fellowship. In het koor, dat aan de evangelische stroming verbonden is, kunnen we zijn mooie stemgeluid nog horen. Hoe zou English, inmiddels 71 jaar, nog klinken? Zou hij, als lid van zijn sektarische geloofsgemeenschap (brrrrr), nog wel eens terugdenken aan die Wings-rollercoaster waar hij midden jaren '70 in belandde? Hoe dan ook, voor mij blijft Joe English de meest iconische drummer die Paul McCartney ooit wist te strikken, al is het contrast met die jaren '70 inmiddels wel erg groot geworden. Kijk en luister naar Joe English die we rechts in beeld zien [video]. Wow:


zaterdag 1 februari 2020

Hoe The Beatles in februari ´64 weer voet op Britse bodem zetten

In de vroege ochtend van zaterdag 22 februari 1964 landden The Beatles op London Airport. Ze waren die dag ervoor van Miami naar New York gevlogen en na een korte tussenstop op het vliegtuig terug naar Good Old England gestapt. Op dat moment had de band er twee enerverende weken in de VS opzitten. Een zegetocht, die op 7 februari was begonnen met een glorieus onthaal op JFK Airport in New York. Daarna hadden de optredens en interviews zich als een lange slinger aaneen geregen. Veel tijd om bij te komen van die drukke weken én de jetlag was er niet bij. Manager Brian Epstein bleef kolen op het vuur scheppen en de Beatles-express reed in volle vaart verder.




Een reportage van een kwartier
De terugkeer van The Beatles op Engelse bodem was groot nieuws. Engeland was trots en de Britse televisie pakte dan ook stevig uit om verslag te doen de thuiskomst van "four remarkable young men from Liverpool". Achternamen waren eigenlijk niet meer nodig, al werden John, Paul, George en Ringo nog met naam en toenaam genoemd. The Beatles waren hard op weg Britse pop royalty te worden. Amerika was als een blok voor de jongens uit Liverpool gevallen, maar nu was het hoog tijd voor de behouden thuiskomst, op die ijskoude zaterdag in februari 1964. Welcome home, boys! De BBC schoot beelden van een landend vliegtuig, straight from New York, en wist de vier even voor de microfoon te krijgen. Er moest even gemonteerd worden, maar op zaterdagmiddag kon Engeland tijdens het vaste sportprogramma Grandstand kennisnemen van de thuiskomst van The Beatles. Een gebeurtenis die ruim 13 minuten televisie-aandacht kreeg. Geniet mee van de fantastische beelden [video]:




Puur geluk op een koude zaterdagochtend in 1964
Ik bekeek de reportage met een glimlach en toch ook wel met lichte ontroering. Meisjes die, via de verslaggever hun liefde voor The Beatles verklaarden (met name George Harrison was populair) en een schattig jochie dat naar het vliegveld gekomen was omdat het zijn kans was om op televisie te komen. The Beatles vond 'ie ook goed, hun kapsels nog beter. Wat me ontroerde aan de beelden was de pure sensatie die er uitging van de terugkeer van de band op Britse bodem. De pers die de vliegtuigtrap op snelde, zodra de deuren open gingen, het gejoel, de nog steeds wat overdonderde reactie van vier jonge jongens voor wie elke dag een nieuw avontuur was. Niemand kon nog thuis, via social media vanaf de bank meekijken en er duizenden meningen over verspreiden. Nee, dit was puur geluk op een vliegveld, op een koude zaterdagochtend in het jaar 1964. Ik had er bij willen zijn.


Elpees onder de arm
Die februarimaand brachten The Beatles hun Britse beat naar de overkant van de Atlantische Oceaan, maar haalden ze er op hun beurt ook fijne muziek vandaan. Bij het kijken van de beelden zag ik George en Paul één of meer elpees onder hun arm klemmen. Nieuwe, breekbare schatten die niet gemakkelijk in een koffer of reistas pasten, die bovendien niet mochten beschadigen of breken. Dus werden ze hoogstpersoonlijk door de jongens meegedragen. Welke albums zouden The Beatles tijdens hun Amerikaanse trip gekocht hebben? Was het de muziek van Bob Dylan of die van damesgroepen van het Motown-label, zoals The Supremes en Martha and the Vandellas, die allemaal nieuwe albums uit hadden in februari 1964. Wanneer Paul McCartney de vliegtuigtrap af is, zien we vanuit de verte een albumhoes. Ik moet ineens aan Piet Schreuders denken, voor wie dit detectivewerk gesneden koek is. Misschien zijn er meer mensen die de albumhoes herkennen. Ik ben benieuwd!




Tomorrow Never Knows
In het ontspannen interview dat The Beatles na de landing met David Coleman hadden, spraken ze nog mild over de eerste verschijnselen van Beatlemania in de VS. George Harrison klaagde dat de akoestiek van de grote concertlocaties (Carnegie Hall en het Washington Coliseum) een stuk slechter was dan die van de theaters waarin ze gewend waren te spelen. Ringo vertelde dat er ongevraagd een pluk haar van zijn achterhoofd was geknipt. Ook legde hij uit dat de jonge fans blij zijn met een handtekening, maar dat de oudere garde in Amerika een stuk aanhoudender is. Verbazing won het in dit stadium nog van ergernis. Elke dag zat nog vol nieuwe avonturen. Wat morgen zou brengen, kon niemand nog voorspellen, vatte Ringo hier al samen met de gevleugelde uitspraak Tomorrow Never Knows, die uiteraard een bijzonder staartje zou krijgen. In het gesprek over hun avonturen in Miami, waar The Beatles tijdens hun tweede week verbleven, vertelde Ringo dat hij 'the docks' aan de waterlijn miste. Je kunt een jongen uit Liverpool halen, maar Liverpool nooit uit.....juist.


Wachtend op het vliegtuig uit New York
Ook Pathé deed iets met de beelden van de thuiskomst. We krijgen het authentieke Pathé-, danwel Polygoon-gevoel wanneer we voice over Bob Danvers Walker de beelden horen beschrijven [video]


Ik zag tieners die zich al diep in de nacht op het Londense vliegveld hadden verschanst, slapend, wakend, wachtend op het vliegtuig uit New York dat zich door de dageraad en het ochtendgloren zou duwen, als een stip aan de horizon, het vliegtuig dat hun verlossers thuis zou brengen. Ik zag de agenten de hekken overeind duwen, tegenwicht bieden, tot die hekken het niet meer hielden. Ik zag de fotografen geconcentreerd hun camera´s in stelling brengen, wachten tot het perfecte moment.




The Beatles kind of gave their nervous systems
Na de persconferentie volgden de beelden waarop te zien is hoe The Beatles het vliegveld probeerden te verlaten. Ze zijn haast beangstigend, als je in de laatste minuut van de reportage ziet hoe moeilijk het voor hen was de taxi te bereiken. Zonder zelf verscheurd te worden door enthousiaste aanhangers. Eigenlijk was het in februari 1964 allemaal nog maar nét begonnen. Er zou nog zoveel volgen, van hysterie tot agressie. Je begrijpt waarom George Harrison jaren later in de Anthology-documentaire vertelde: The Beatles kind of gave their nervous systems. They used us as an excuse to go mad, the world did, and then blamed it on us. In februari ´64 kon hij die conclusie nog niet trekken en keek hij met drie andere jongemannen vol verbazing naar de film waarin hij was beland.

zaterdag 25 januari 2020

Waarom Chris O'Dell een liedje kreeg van George Harrison

Ze zong mee in het koor op Hey Jude, was aanwezig bij het Rooftop Concert op het dak van het Apple-gebouw en zat aan de thee met John Lennon en George Harrison toen die twee vernamen dat Paul McCartney uit de band wilde stappen. Haar naam? Chris O'Dell. De Amerikaanse arriveerde in mei 1968 in Londen en ging werken voor Apple Corps, het bedrijf dat The Beatles eerder dat jaar oprichtten. Terwijl de sixties langzaam overgingen in de seventies, The Beatles als band uit elkaar vielen en ieder zijn weg zocht, zat Chris O'Dell zo'n beetje op de eerste rij bij de gebeurtenissen. Beatlesbiograaf Philip Norman noemt haar dan ook The Ultimate Insider. Wie was deze Miss O'Dell, zoals George Harrison haar in een liedje noemde?

Chris O'Dell en George Harrison

Thee zetten en de administratie doen
Het eerste dat ik me afvroeg, was hoe deze jonge Amerikaanse in het voorjaar van 1968 in Londen terecht kwam. Die verhuizing was het gevolg van een gesprek met een PR-man van The Beatles in Los Angeles, las ik in een artikel. Zou dat Derek Taylor geweest zijn? Hoe dan ook, Chris verliet haar woonplaats in Arizona en vloog naar Londen. Daar werd ze secretaresse bij Apple. Waren het haar looks of was het haar sympathieke karakter? Misschien was het wel de combinatie. Chris viel in ieder geval in de smaak en werd al snel onderdeel van de inner circle van The Beatles. Ze serveerde de thee, deed de administratie en repareerde hier en daar een kledingstuk voor de bandleden. 

Een beschut plekje op die koude januaridag in 1969:
op het bankje tegen de schoorsteen zitten
Yoko Ono, Maureen Starkey, Ken Mansfield (Apple) en Chris O'Dell

George bleef maar doorgaan over karma
In maart 1970 verhuisde George Harrison met zijn vrouw Pattie Boyd naar het imposante landgoed Friar Park. Snel daarna bood hij Chris O'Dell er ook onderdak. Volgens Harrison was dat omdat hij O'Dell graag als assistente inhuurde. Volgens Boyd had haar echtgenoot nog wat extra interesses waar het de blonde Amerikaanse betrof. In ieder geval hielp O'Dell Harrison bij een aantal administratieve werkzaamheden rond de totstandkoming van dienst driedubbelalbum All Things Must Pass dat in die periode werd opgenomen. Volgens O'Dell maakte George wel wat avances, waar zij niet op inging. Dus zat het duo vaak tot diep in de nacht te praten. Chris herinnerde zich dat George maar bleef doorgaan over karma en zij, half slapend op goed geluk, af en toe eens instemmend reageerde. 

Chris en George bij Apple

Wie ging met wie?
In die early seventies was het trouwens allemaal wat vaag met de onderlinge relaties tussen George Harrison, Ringo Starr en Eric Clapton. George had een affaire met Ringo's vrouw Maureen. Maureen was de beste vriendin van Chris O'Dell. Patty ging met Eric maar ook met Ron Wood. Chris had op haar beurt drie maanden een affaire met Ringo. Zoiets, geloof ik. Over die periode vertelde O'Dell:  There was a very difficult time in the seventies when relationship boundaries got blurred. I doubt it would happen today. 

Chris O'Dell en Pattie Boyd in 1986

Chris kwam niet opdagen, George schreef een liedje
In april 1971 had George in Los Angeles met Chris afgesproken. O'Dell werkte in die periode weer even in de VS, waar ze A&R-manager Peter Asher ondersteunde bij de begeleiding van James Taylor, Carole King en Linda Rondstadt. Konden ze ook wel even afspreken, vond George Harrison. Terwijl hij tevergeefs in zijn gehuurde huis op haar wachtte, pakte hij zijn gitaar en schreef hij het nummer Miss O'Dell. Qua stijl had het een Bob Dylan-compositie kunnen zijn. Al zingend mijmerde George over de politieke situatie in Bangladesh, zijn afkeer van de music scene in Los Angeles en vroeg hij zich keer op keer af wanneer Miss O'Dell eens zou komen opdagen. Maar Miss O'Dell kwam niet. Na het innemen van een stevige dosis geestverruimende middelen, was de afspraak die ze met Harrison had naar de achtergrond geraakt. Chris was inderdaad niet kinderachtig als het ging om drank en drugs. Van Keith Richards kreeg ze twijfelachtige compliment dat niet onderdeed voor de mannen.

Chris en Keith

Clapton, Dylan en Crosby Stills Nash & Young
Van Harrisons huis verhuisde O'Dell uiteindelijk naar de woning van Eric Clapton. Vervolgens ging ze in 1972 met de Stones mee op tournee en werd ze twee jaar later door Bob Dylan ingehuurd als tourmanager. Net als door George Harrison voor zijn Dark Horse-tournee door Amerika. Ook was O'Dell betrokken bij de Reunion Tour van Crosby, Stills, Nash & Young in 1974. Ik stel me haar voor als een rock-nomade. Altijd onderweg, een rock 'n' roll-lifestyle. Van de jaren '80 kan O'Dell zich weinig herinneren. Het decennium ging aan haar voorbij, in een waas van drugs en alcohol. Tussendoor trouwde ze, dat wel, een Engelse aristocraat, die al even verslaafd. Je vraagt je af hoe het lukte een gezin te stichten, maar het stel voedde zoon William op. Het huwelijk was geen lang leven beschoren. 


Back in Tucson Arizona
Chris O'Dell schreef haar memoires vele jaren later. Ze deed het voor de fans, verklaarde ze, die alle verhalen uit de inner circle vast graag hadden willen lezen. Zelf kan ze zich, inmiddels ook rond de 70 jaar, niet meer voorstellen dat ze ooit nog voor dit soort rock 'n' roll-sterren zou kunnen werken. In haar woning in Tucson, Arizona blikt ze met milde humor en een gezonde dosis zelfreflectie terug op die gekke jaren '70: One thing I don't have today is the patience to deal with that kind of neediness. I could never work for these people again. Haar memoires schreef ze in het boek, met de titel, (hoe kan het anders) Miss O'Dell. Best interessant leesvoer, lijkt me. Heeft één van jullie het gelezen? Misschien moet ik het toch aanschaffen voor mijn Beatlesbibliotheekje.



Leon Russell schreef ook iets voor Chris
Niet alleen George Harrison maakte trouwens een liedje over haar. Ook Leon Russell was geïnspireerd door de Amerikaanse en schreef Pisces Apple Lady. Georges eerbetoon aan Chris O'Dell verscheen in 1973 als B-kantje van zijn hitsingle Give Me Love (Give Me Peace On Earth). Zo kreeg dus Miss O'Dell ook haar claim to fame: [video]


Miss O'Dell

I'm the only one down here
Who's got nothing to say
About the war
Or the rice
That keeps going astray on it's way to bombay.
And the smog that keeps polluting up our shores
Is boring me to tears.
Why don't you call me, miss o'dell?
I'm the only one down here
Who's got nothing to fear
From the waves
Or the night
That keeps rolling on right up to my front porch.
The record player's broken on the floor,
And ben, he can't restore it.
Miss o'dell.
I can tell you
Nothing new
Has happened since I last saw you.
And I'm the only one down here
Who's got nothing to say
About the hip
Or the dope
Or the cat with most hope to fill the fillmore.
And your pushing, shoving, ringing on my bell
Is not for me tonight.
So, won't you call me, miss o'dell?
Won't you call me, miss o'dell?


zaterdag 18 januari 2020

Nog even over John & Yoko in Denemarken: ik kreeg post uit Denemarken! (of: over het onbekende Lennon-nummer Radio Peace)

Regelmatig krijg ik de meest hartelijk en aardige e-mails van bloglezers. De afgelopen weken zaten daar twee berichten uit Denemarken bij. Jaap van Vliet mailde me dat hij zelf woonachtig is in Denemarken en dat het 50-jarig jubileum van John en Yoko's bezoek, rond de jaarwisseling van 1969/1970, ook in de Deense pers gememoreerd is. Jaap stuurde me nog wat foto's en informatie. Ook voegde hij een heel leuk avontuur toe, van een 16-jarige jongen, die destijds tot de Lennons wist door te dringen. Op zoek naar een verhaal voor zijn schoolkrant. Al met al kreeg ik nog meer inzicht over het hoe en waarom van de gebeurtenissen in Noord-Jutland. Veel dank, Jaap! Ook dank aan Harry Sluijter, die me mailde dat hij vroeger veel in die omgeving bij vrienden verbleef. Van een goede vriendin had hij al eens het verhaal gehoord dat de dorpskapper John en Yoko ooit gekortwiekt had. En zo raakt de Beatlesgeschiedenis nog steeds aan allerlei persoonlijke herinneringen en ervaringen van lezers. Mooi!




Puzzelstukjes op hun plek
In mijn kerstblog schreef ik over het huis waar de Lennons die winterse weken in Denemarken verbleven. Toen ik er afgelopen september rondliep, probeerde ik aan de hand van een interieurfoto na te gaan of er iets veranderd was op die plek. Ik kwam er niet goed uit, tot in een vriendelijk mailtje ontving van de bewoners: het gebouw uit 1969 was gesloopt en zij woonden in een pand dat er pas na die tijd was neergezet. Door de informatie die Jaap van Vliet me stuurde, weet ik inmiddels meer over dat oorspronkelijke pand. Ook begrijp ik waarom Tony en Melinda Cox (Kendall) juist dáár neerstreken. Langzaam vallen de puzzelstukjes op hun plek!


Geen boerderijtje maar een pastorie
Eerst nog eens even over de verblijfplaats van de Lennons. Dat bleek geen boerderijtje te zijn, maar een vrij groot complex, genaamd Kettrup. Het was een oude pastorie, die dezelfde naam droeg als de parochie Kettrup, behorende bij de Deense volkskerk en bisdom Aalborg. Het parochiehuis was ten tijde van John en Yoko's verblijf in gebruik als filmschool. Dat verklaart misschien ook waarom filmmaker Tony Cox er met zijn vrouw een woonruimte kon huren. Wellicht vanwege internationale contacten in de filmwereld. Hoe dan ook, de familie Cox streek er neer en kon de Lennons er bijna een maand onderdak bieden. 

Kettrup, het oude parochiehuis waar de Lennons verbleven.

Tony en Melinda werkten voor de universiteit
Uit de informatie die ik ontving, kreeg ik ook het antwoord op de vraag waaróm Tony en Melinda naar Noord-Jutland verhuisden. Het stel was namelijk door de Nordenfjord Werelduniversiteit in het nabijgelegen Thy aangesteld als leraren. Uit een artikel op de website van het archief van Thy begreep ik dat de universiteit op humanistische waarden gestoeld was. Ook blijkt dat de woonlocatie van Tony en Melinda te klein werd bevonden voor een persconferentie, hoewel de pers de Lennons na een week daar wist te traceren en maar blééf aankloppen. De lange toegangsweg, die vanaf de doorgaande weg naar het huis kronkelt (ik reed hem zelf afgelopen najaar) werd op een gegeven moment geblokkeerd, om nieuwsgierige journalisten op afstand te houden. Volgens de lokale pers zouden minstens 100 journalisten, vanuit allerlei landen, een poging hebben gewaagd de Lennons te bezoeken.


Dwars door het Deense landschap
De persconferentie die op 5 januari 1970 werd gehouden, vond plaats in de Werelduniversiteit (Verdensuniversitet) die zo'n 50 kilometer verderop lag, in de plaats Skyum. Dat moet een hele tocht geweest zijn, over de smalle en besneeuwde wegen, dwars door het winterse landschap. Dit is één van de foto's die Jaap me stuurde. Of we de familie Lennon en Cox onderweg zien, is niet duidelijk. De foto hoort in ieder geval tot de verslaglegging die door de pers in die periode verzorgd werd.




Ook dook er een foto op van John, Yoko en Kyoko op het terrein van de Werelduniversiteit, vermoedelijk met grondlegger en rector Aage Rosendal Nielsen.




Scholier Karsten probeerde John en Yoko te spreken
Het leukst is het verhaal over Karsten Højen. Deze 16-jarige scholier besloot zich een dag vóór die persconferentie, met een aantal vrienden, te melden bij de pastorie waar John en Yoko verbleven. Hun plan? Een interview voor de schoolkrant afnemen. De ambitieuze jonge verslaggevers kregen te horen dat de Lennons niet thuis waren, maar de volgende dag een persconferentie zouden geven. Karsten regelde een kennis, die hem (en vermoedelijk nog wat redactieleden) op maandagochtend naar Skyum reed, zodat hij Lennon en Ono daar alsnog kon ontmoeten. De autorit viel niet mee. Door hevige sneeuwval kwamen ze pas na twaalf uur 's middags (het moment van de persconferentie) aan. Het feest was al voorbij.


De rector streek over zijn hart
Toen Karsten oog in oog stond met rector Aage Rosendal, was de teleurstelling ongetwijfeld van zijn gezicht te lezen. Rosendal besloot John en Yoko, die nog aanwezig waren, te vragen of ze toch nog even met een verslaggever van de Skovshoved Schoolkrant wilden praten. Karsten had geluk, hij was welkom. Voor hij het wist, zat hij oog in oog met John, Yoko, Kyoko, Tony en Melinda. Dat was wel even iets anders dan stilletjes aansluiten en meeschrijven bij een persconferentie waar ervaren journalisten de kastanjes uit het vuur zouden halen. In een interview met het dagblad Nordjyske (4 januari, 2010) bij het veertigjarig jubileum van de gebeurtenissen, vertelde Karsten dat hij helemaal geen vragen voorbereid had. Ook wist hij meer van The Rolling Stones, waar hij eigenlijk fan van was. Karsten was met name geïnteresseerd in John Lennons politieke vredescampagnes. 


John speelde een onbekend nummer voor Karsten
Karsten nam het interview op en vertelde dat Lennon en Ono hem aanspoorden om de vredesboodschap ook vooral lokaal op zijn eigen school te verspreiden, met posters en happenings. Eigenlijk vond ik dat detail wel ontroerend. Terwijl alle invloedrijke persmensen vertrokken zijn, pleiten twee bevlogen kunstenaars dat een lokale puber ook zijn best moet doen de vredesboodschap te verspreiden. Het zegt voor mij genoeg over het idealisme van waaruit John en Yoko in die tijd opereerden. Na het interview zong Karsten het kerstlied Dejlig Er Den Himmel (Lovely Is The Sky) met het stel. John en Yoko kenden het lied niet, maar volgens Karsten werd er volop geïmproviseerd, zelfs door het zingen van een tweede stem. De jongen vroeg Lennon ook om de oude jazz-gitaar, die in de hoek stond, op schoot te nemen en een liedje te spelen. John stemde de gitaar en zong Give Peace A Chance, gevolgd door het nummer Radio Peace, dat volgens Karsten nooit elders gespeeld was. Via de site Meet The Beatles For Real vond ik een foto die vermoedelijk tijdens die geïmproviseerde sessie gemaakt is. Hij staat als openingsfoto in deze blog.

Ik vond zowaar een actiefoto van Karsten en zijn schoolkrantvrienden!

Radio Peace zal ongetwijfeld ooit uitkomen
Karsten had genoeg stof voor een lang artikel in de schoolkrant van januari. De tape met het interview en het nummer Radio Peace is nog steeds in het bezit van de journalist-in-de-dop, die later overigens cultureel adviseur van Noord-Jutland werd. In het artikel uit 2010 vertelde hij de cassette in een bankkluis te bewaren, als gezamenlijke belegging (met zijn schoolkrant-vrienden?) voor de toekomst. Inmiddels zijn we tien jaar verder en is het nummer Radio Peace nog niet verschenen. De kans is aanzienlijk dat we de komende decennia nog gaan kennismaken met een onuitgebracht Lennon-nummer. Wanneer ik de titel door Google haal, schotelt YouTube me twee filmpjes voor van Lennons Bed In's. In het onderschrift lees ik dat John het nummer ook tijdens die evenementen speelde. Het geluid van de filmpjes is echter weggehaald. Circuleert Radio Peace dan toch al? De beste opname zal ongetwijfeld die van Karsten Højen zijn. Die versie ligt voorlopig nog even veilig in een kluis in Noord-Denemarken, tot Karsten (inmiddels 66) de tijd rijp acht zijn opname met de wereld te delen. Best een bijzonder vooruitzicht!

zaterdag 11 januari 2020

Furore Magazine: over de Eleanor Rigby-locaties uit de film Yellow Submarine en de advertentie voor Give Peace A Chance

Hoe was jullie kerstvakantie eigenlijk? Of moest er, ondanks de feestdagen, gewerkt worden? In ieder geval hoop ik dat jullie iets meer vrije tijd hadden eind december. Bijvoorbeeld om met lekker leesvoer bij de kerstboom te zitten. Zelf genoot ik onder andere van het nieuwste nummer van Furore. Heb je als Beatlesliefhebber nog nooit een exemplaar van dit volstrekt unieke tijdschrift in handen gehad, dan heb je écht wat gemist. Het leek me daarom leuk dit Nederlandse tijdschrift met internationale allure eens centraal te zetten. 


Themanummers en verzamelnummers
De meest recente Furore verscheen op 7 december jongstleden, tijdens de Beurs voor Bijzondere Uitgevers 2019 die plaatsvond in Paradiso, Amsterdam. Furore #25 markeerde het 45-jarig bestaan van het tijdschrift. Grafisch ontwerper, stripauteur en uitgever Piet Schreuders is de man achter Furore. Piet Schreuders ís Furore, zou je ook kunnen zeggen. Met deze zinnen doe ik zijn indrukwekkende staat van dienst uiteraard tekort. In het voorwoord van de meest recente editie vat Schreuders de opzet van zijn jubilerende magazine goed samen. Er zijn twee soorten Furores. De specials richten zich volledig op een bepaald thema. Daarnaast zijn er van-alles-watnummers. In het kleurrijke overzicht met back issues zie ik dat de afgelopen 45 jaren heel wat interessante onderwerpen door Furore, met verhalen, foto's en andere illustraties de revue passeerden. Van Hergés schetsen voor Kuifje tot spotprenten in The New Yorker, van de historie van de Big Mac tot Amsterdam als filmdecor, van Le Ballon Rouge tot de Gouden Boekjes.




The Beatles als rode draad
Vaak komen in Furore The Beatles aan bod. Dat heeft waarschijnlijk alles te maken met Schreuders' fascinatie voor Beatleslocaties en de manier waarop ze in foto's en films in beeld zijn gebracht. Zo stelde de ontwerper, samen met Mark Lewisohn en Adam Smith (die zeer recent, verdrietig genoeg, overleed) de mooie uitgave 'Het Londen van The Beatles' samen. Het aantrekkelijke boek is een reisgids en naslagwerk in één. Aan de hand van foto's, plattegronden en situatieschetsen krijgen we als toerist of Beatlesliefhebber precies uitgelegd wat zich op welke locaties in de Britse hoofdstad (en directe omgeving) rond The Beatles afspeelde. Ik pak het boek er vaak bij, als ik even iets na moet zoeken bij het schrijven van een blog. Afgelopen zomer doorkruiste ik Londen met het boekje onder de arm. Ik ben vast niet de enige die dat ooit deed.





De fotolocaties uit de Eleanor Rigby-clip
Terug naar Furore. In het meest recente nummer is het historisch onderzoek van Schreuders naar The Beatles ook weer stevig vertegenwoordigd. Zo vinden we een 22-pagina's tellend artikel (haast een publicatie op zichzelf) over locaties in Liverpool die werden gefotografeerd voor de Eleanor Rigby-clip, die onderdeel uitmaakt van de Beatles-tekenfilm Yellow Submarine. Voor die clip reisde Charles (Charlie) Jenkins in het najaar van 1967 af naar Liverpool. De filmmaker en ontwerper liep een aantal dagen door de stad en fotografeerde er vele locaties. In de Eleanor Rigby-clip zien we, al dan niet bewerkte versies van die foto's terug. 





Een verdwenen stuk Beatlesgeschiedenis opnieuw in kaart gebracht
Minutieus combineerde Piet Schreuders de beelden uit de clip met de originele contactafdrukken van de foto's en bracht hij, aan de hand van oude stadsplattegronden, de route van Jenkins in beeld. Als lezer loop je als het ware opnieuw de route die de fotograaf aflegde, om het beeldmateriaal voor de Beatlesclip te verzamelen. Niet alleen krijgen we daarmee inzicht in een deel van het creatieve proces van de film Yellow Submarine, we maken ook kennis met delen van Liverpool die in de loop der jaren door stadsherstel werden gesloopt. We duiken als het ware in een verdwenen stuk Beatlesgeschiedenis. Door de geweldige vormgeving, neemt Schreuders ons mee op een aantrekkelijke lees- en kijkreis door Beatlesland.




Give Peace A Chance en het Londense telefoonboek
Alsof het nog niet genoeg is, legt Furore ons ook uit hoe het ontwerp van de Give Peace A Chance-advertentie in elkaar zit. In de week van 5 juli 1969 verscheen de aankondiging van John en Yoko's nieuwe single in de Britse muziekbladen. Dat ontwerp combineerde een door Iain MacMillan (de man die de Abbey Road-hoesfoto maakte) gemaakte foto met een bewerkte pagina uit het Londense telefoonboek van 1967, waarin allerlei grapjes verwerkt zijn. Was er ooit iemand die dat uitploos? Dankzij het speurwerk van Schreuders kunnen we genieten van dit stukje onontgonnen Beatlesgeschiedenis. 




Ook Sir Paul las de Beatles-special
De meest recente Furore is met veel liefde en aandacht voor detail samengesteld. De rubriek met ingezonden brieven, bevat onder andere bijdragen van Mark Lewisohn, Van Dyke Parks, Freda Kelly, Berend Boudewijn en ene Paul McCartney, die aangaf genoten te hebben van [naar ik aanneem] het voorgaande nummer van Furore. Nummer 24, dat eind vorig jaar verscheen, is een 112 pagina's dikke glossy die volledig aan The Beatles is gewijd. Ook van dat nummer viel mijn mond open van verbazing, ontzag en leesplezier. Misschien moet ik over die uitgave nog maar eens een ander keer schrijven. Net als over nummer 22 (januari 2017) waarin Schreuders al het fotomateriaal van de Revolver-hoes heeft getraceerd en ons meeneemt in het verhaal over de totstandkoming van die albumcover.




Zo wil je 2020 wel beginnen
Furore is een tijdschrift zonder winstoogmerk en zelf heb ik beslist geen aandelen. Ik ben alleen maar zelf een enorme fan, die iedere Beatlesliefhebber bijna wil verplichten om via de website van Furore Magazine een aantal van de meest recente nummers te bestellen. Al was het alleen al omdat Sir Paul het magazine ook op de salontafel heeft liggen. Geloof me, zo wil je het jaar 2020 wel genietend beginnen. 


zaterdag 4 januari 2020

I Me Mine: het laatste nummer dat The Beatles 50 jaar geleden opnamen (en: wat deden ze verder in januari 1970?)

De maand januari kan misschien een beetje katerig voelen. Voor velen althans. De kerstdagen en jaarwisseling voorbij, de donkere dagen willen alleen nog op papier lengen, het is koud en er valt weinig te beleven. Hoe zou januari 1970 gevoeld hebben voor John, Paul, George en Ringo? De sixties waren voorbij, net als The Beatles, al moest er nog één en ander afgerond worden. Vier mannen, van nog geen dertig jaar oud, stonden aan het begin van iets nieuws, moesten zichzelf opnieuw uitvinden. Terug naar early 1970. En....gelukkig nieuwjaar, beste lezers!



Jammen op Buddy Holly
Op zaterdag 3 januari verzamelden Paul, George en Ringo zich in Studio Twee aan Abbey Road, want er moest nog een gemeenschappelijke opnameklus voor The Beatles geklaard worden. Nog steeds waren de film en het album Let It Be nog niet tot een goed einde gebracht. Er lag een duidelijke opdracht vanuit het productieteam: neem het nummer I Me Mine goed op. Een jaar eerder, in januari 1969, had George zijn compositie aan Ringo voorgespeeld. Omdat de camera's destijds in de Twickenham filmstudio's meeliepen, werd dat moment vastgelegd en, later, geselecteerd voor de film. Een goede opname van I Me Mine was er nog niet, terwijl het nummer logischerwijs een plek zou moeten krijgen op de elpee, die de soundtrack van de film moest vormen. Dus moesten The Beatles nog een keer aan de bak. Tussen half drie 's middags en kwart over één 's nachts werden er 16 takes en een aantal overdubs opgenomen. Tijd voor nostalgie was er ook, toen Paul, George en Ringo tijdens één van de takes spontaan verder jamden op Peggy Sue Got Married van jeugdheld Buddy Holly.

Gisteren was ik te gast bij De Nieuws BV op Radio 1 en mocht ik iets over die laatste sessie vertellen:




Ringo deed het licht uit
Datzelfde weekend werd er hard doorgewerkt door de drie Beatles. John zat immers nog in Denemarken. Op zondag meldden de overigen zich opnieuw 's middags bij EMI om nog een aantal overdubs aan het nummer Let It Be toe te voegen. Paul, George en Linda (McCartney) zongen achtergrondkoortjes in. George nam een nieuwe gitaarsolo op en Ringo en Paul voegden respectievelijk drums en maracas toe. Op donderdag 8 januari was George Harrison nog kort aanwezig in Studio Two om nog extra vocalen toe te voegen aan For You Blue. Het zou nog tot 1 april dat jaar duren voordat de aller-, maar dan ook allerlaatste opname voor het Let It Be-album gemaakt zou worden. Op die dag kwam Ringo, op verzoek van Phil Spector, nog een aantal partijen inspelen, onder andere voor The Long And Winding Road. Daarmee was hij de laatste van de vier die ooit nog bij een Beatlesessie betrokken was.


John was terug uit Denemarken, Ringo ging naar de VS
En zo doofde het Beatlesvuurtje in januari 1970 langzaam maar zeker, terwijl de vier mannen druk bezig waren nieuwe wegen te zoeken. De laatste Beatlessessies in de EMI-studio's gingen haast als vanzelf over in opnames voor nieuwe projecten. Ringo was al gestart met een album vol nostalgische liedjes uit zijn jeugd (en zette daarmee de toon voor vele artiesten na hem). John was na bijna een maand rust van het Deense platteland teruggekeerd en stond te trappelen om zijn nieuwe compositie Instant Karma op de band te slingeren. George kwam hem daarbij helpen op dinsdag 27 januari.




Het geheime soloalbum van Paul
Paul bewandelde zijn eigen pad. In het geheim werkte hij al vanaf december 1969 aan zijn eerste solo-album. Eerst thuis, in zijn woning aan Cavendish Avenue, later in de Morgan Studio's in Noord-West Londen en uiteindelijk, vanaf februari ook aan Abbey Road. Ringo vloog in de loop van januari 1970 naar Los Angeles, waar hij de plaatselijke première van zijn film The Magic Christan bijwoonde. Op uitnodiging van tv-zender NBC nam hij een aantal sketches op voor het destijds populaire programma Rowan & Martin's Laugh In. Zijn bijdrage was in februari in de VS en enkele maanden in Engeland te zien. Hoe zag dat er uit? [video]




Ringo hield het luchtig
Hoewel de vier mannen zich goed herpakten, bleek er ook het nodige te verwerken, na het uiteengaan van The Beatles. Ringo Starr vertelde dat hij zich afvroeg wat hij met de rest van zijn leven moest doen en hij regelmatig op telefoontjes van de anderen zat te wachten, met een uitnodiging muziek te komen maken. In zijn nummer Early 1970 zong hij luchtig over zijn ex-bandmaatjes [video]:



George voelde zich bevrijd en Paul ging aan de Schotse whiskey
Paul McCartney maakte op zijn beurt een aantal zware maanden door rond het uiteengaan van The Beatles. In Schotland voelde hij zich depressief en spoelde hij de wrange smaak van verraad weg met de nodige whiskey. Van George Harrison heb ik de indruk dat hij het beste om kon gaan met het afscheid van The Beatles. Voor hem was het ruim baan voor zijn solo-projecten. In zijn spirituele reis en liefdadigheidswerk vond hij nieuwe vervulling. Hoewel de indruk bestaat dat John Lennon zich ook bevrijd voelde, was er wel degelijk het nodige te verwerken. In het prachtige nieuwe boek Solid State: The Story Of Abbey Road And The End of the Beatles (Kenneth Womack) lees ik er het volgende over:


Huilend in een bioscoop
In het vroege voorjaar van 1970 bezochten John en Yoko Rolling Stone-journalist Jann Wenner en zijn vrouw Jane in San Francisco. De vier besloten op een middag vrij spontaan de matinee-voorstelling van de film Let It Be te bezoeken. Zittend in een donkere, Amerikaanse bioscoop, zag John opnieuw de beelden van het rooftop-concert. uit januari 1969. Bij het zien van zijn bebaarde jeugdvriend, die op dat koude dak het nummer Get Back stond te zingen, stroomden volgens journalist Wenner de tranen over Lennons wangen. Boy, you're gonna carry that weight a long time. Inderdaad.