zaterdag 16 november 2019

Day Tripper: over seks, drugs en rock 'n' roll

Liedjes die drijven op een riff hebben een grote aantrekkingskracht op de luisteraar. Vanaf de eerste tonen word je het nummer ingetrokken en met een beetje geluk hoor je die verleidelijke riff steeds terug. Denk maar eens aan Walk This Way van Aerosmith of Satisfaction van The Rolling Stones. Hoewel we de riff voornamelijk binnen de populaire muziek tegenkomen, zou je het zich steeds herhalende thema van Pachelbels Canon in D misschien ook wel een riff-avant-la-lettre kunnen noemen. Maar je bent hier voor The Beatles, dus leek het me aardig eens naar een Beatlesnummer met een prominente riff te kijken. Daarbij kom ik natuurlijk uit op Day Tripper.




Een bluesy riff en een stampende bassdrum
Het aanstekelijke bluesy loopje waarmee The Beatles Day Tripper begonnen, komt een stuk prominenter naar voren dan de riff die The Fab Four gebruikten onder de zanglijnen van Drive My Car, dat diezelfde week in oktober 1965 werd opgenomen. De band zat volop in de opnamesessies voor het album Rubber Soul en liet zich voor beide nummers stevig inspireren door het Amerikaanse soulgeluid van Otis Redding. Dat Stax-gevoel werd bij Day Tripper nog wat versterkt doordat Ringo regelmatig een four-on-the-floor-ritme stampt: op elke tel van de maat gebruikt hij zijn bassdrum-pedaal, in plaats van de op de gangbare eerste en derde tel. Als ik nog even goed naar de Day Tripper-gitaarriff luister, gebeurt er toch iets geks in mijn oren. Staat de melodie nu in mineur of in majeur, of verbindt hij beide E-toonladders? Wie weet kan Bertolf Lentink daar een goed antwoord op geven.



The Beatles moesten met nieuw materiaal komen
Terug naar EMI Studio Two. Relaxed weekend vieren was er voor The Beatles niet altijd bij, in die drukke oktober- en novembermaand in 1965. De kerstdagen naderden. Er moest zodoende een nieuwe single komen én een album opgenomen worden. Dus verzamelden John, Paul, George en Ringo zich op zaterdagmiddag 16 oktober in de villa aan Abbey Road. John had een nieuw nummer geschreven, waaraan hij nog behoorlijk gesleuteld had. Het moest die zaterdag nog helemaal ingestudeerd moest worden. Die namiddag en vooravond, ergens tussen half 3 en de klok van 7 werkten The Beatles aan het kersverse Day Tripper. Luister maar eens mee [video].



Waar gaat Day Tripper nu over?
Thematisch baseerde John Lennon zich met Day Tripper op de zogenaamde weekend-hippies die naast hun nine-to-five-job helemaal uit hun dak zouden gaan op LSD en acid rock, zo lees ik in het boeiende Revolution in the Head van Ian MacDonald. Toch is die latere verklaring van Lennon opmerkelijk te noemen. De hippiecultuur kwam pas in 1966 op en het gebruik van LSD was in oktober 1965 nog maar in zeer selecte kringen gangbaar. Ook hintte John in 1980 nog naar een andere uitleg: een liedje over mensen die een weekendje-weg gaan, met de ferry of zo. Je vraagt je dus af of Lennon niet achteraf een andere verklaring voor zijn inspiratiebronnen verzon. Bewust of onbewust. Wat wél bewust gebeurde, was de verkapte seksuele verwijzing die in de oorspronkelijke tekst zat: 'she's a prick teaser' werd later officieel veranderd in 'she's a big teaser', wat goed te horen is in deze versie met geïsoleerde vocals [filmpje]. Toch vraag je je af wat de heren live zongen. Er was toch geen kip die hen, door het gegil van uitzinnige fans, kon verstaan:



Een promovideo scheelde tijd en energie
Op 23 november 1965 werden er maar liefst drie verschillende promotievideo's voor Day Tripper gemaakt. The Beatles verzamelden zich die dinsdag in de Twickenham Film Studio's en luisterden naar de aanwijzingen van regisseur Joe McGrath, die met zijn bedrijfje InterTel/VTR Services de eerste onafhankelijke tv- en videocrew in Europa vormde. Het was een lange opnamedag waarop ook nog video's voor We Can Work It Out, Help!, Ticket To Ride en I Feel Fine geschoten werden. Het fenomeen van de promotievideo was in opkomst en The Beatles stonden vooraan. Zo'n film was handig en kon richting de televisiestations om de verkoop van de single, in dit geval een dubbele A-kant met We Can Work It Out, te bevorderen. Bovendien verloste een promotievideo de groep van een eindeloze tour langs televisiestudio's om hun nieuwe single te komen playbacken of live te komen spelen. De video kon natuurlijk de hele wereld over, terwijl de groep die decembermaand, na het uitkomen van de single nog een aantal optredens in Engeland verzorgde en langzaam maar zeker richting de kerstdagen gleed. 




zaterdag 9 november 2019

Rubber Soul: over Robert Freeman, de hoes en het herfstgevoel

Gisteravond las ik dat Beatlesfotograaf Robert Freeman overleden is. Daarmee is hij de tweede 'Beatles-gerelateerde dode' van afgelopen week. Dat klinkt wat minder respectvol dan ik het bedoel, maar het is natuurlijk een feit: langzaam maar zeker verdwijnen alle hoofdrolspelers en figuranten uit dat grote en bijzondere Beatlesverhaal uit de tijd. Ook het overlijden van Pauline Sutcliffe, de zus van oer-Beatle Stuart Sutcliffe, werd afgelopen week bekendgemaakt. Zij overleed al op 13 oktober.


Rubber Soul = herfstgevoel
Vergankelijkheid: 'All things must pass', George Harrison zong er al over. Terwijl het buiten steeds herfstiger wordt en ook de bomen praktisch al hun bladeren verloren hebben, denk ik aan het Beatlesalbum Rubber Soul. Ben ik de enige met die associatie of koppelen meer mensen Rubber Soul aan dit seizoen? Hoe dat voor mij precies werkt, weet ik niet. Is het de hoesfoto van Robert Freeman, waarop het suèdebruin en de oranje albumtitel de boventoon voeren? Is het de periode waarin het album destijds werd opgenomen (najaar 1965)? De sfeer van de nummers? Ik ben er nog niet uit. Wat ik wél weet, is dat ik gek ben op Rubber Soul. Het leek me aardig om me deze week eens wat meer in het album te verdiepen, als eerbetoon aan fotograaf Robert Freeman.

Robert Freeman (5 december 1936 - 8 november 2019)
Een titel als een logo
Die hoesfoto. Ik noemde 'm al. Voor het eerst vermeldden The Beatles hun bandnaam niet op een album. Zou het een omissie of een bewuste keuze geweest zijn? Begin december 1965, toen de plaat uitkwam, hoefden The Fab Four zich natuurlijk op hun albumhoezen niet meer aan de wereld voor te stellen. Het weglaten van de bandnaam zorgde ervoor de maximale aandacht uitging naar het artwork: een prachtig vormgegeven titel die haast als een logo aandoet en een sober maar indringend groepsportret. Dat portret ligt als het ware in uitgerekte vorm over de hoes heen. Bepaald geen standaardhoes. Wat was er in die tijd eigenlijk nog standaard te noemen aan alles dat The Beatles voortbrachten?




Het mysterie van de hoesfoto
Voor het maken van die hoesfoto spraken The Beatles ergens in het najaar van 1965 af , vermoedelijk bij John Lennon thuis in Weybridge. Robert Freeman maakte een serie foto's van de mannen, die in bruin suède jasjes voor een rhododendronstruik poseerden. De exacte datum van die sessie weten we helaas nog steeds niet. De wintergroene rhododendron geeft ons zodoende ook geen aanwijzing over de maand waarin de foto gemaakt kan zijn. Over de precieze locatie van de fotosessie is ook nog geen bewijs gevonden. Was het bij de oprit van Johns huis Kenwood of in de bosjes van Old Lane, Hatchford End, bij het voormalige vliegveld van Wisley? In het fascinerende boek Het Londen van The Beatles (Lewisohn, Schreuders, Smith) lees ik dat Beatleschauffeur Alf Bicknell die laatste locatie noemde. Deze plek bevindt zich op ruim 10 minuten rijden van Johns voormalige villa. Wat zou het interessant zijn om beide mysteries nog eens opgelost te zien worden.

John Lennon op Kenwood, Weybridge


Een logo dat voorsorteerde op psychedelisch artwork
Om The Beatles een idee te geven hoe hun Rubber Soul-hoes er uit zou komen te zien, projecteerde Freeman de foto op een stuk karton. Deze dummy-hoes schoof daarbij onbedoeld wat naar achteren, wat voor een uitgerekte fotoprojectie zorgde. The Beatles reageerden enthousiast. Zo moest de hoes worden! Die originele invalshoek, zowel letterlijk als figuurlijk, werd zodoende gekozen voor het definitieve hoesontwerp. Ontwerper Charles Front tekende voor het Rubber Soul-logo. Hij liet zich inspireren door het effect dat je krijgt, wanneer je rubber uit een boom zou tappen, zo vertelde hij: de substantie zou steeds verder uitlopen. Met zijn ontwerp inspireerde Front ongetwijfeld andere vormgevers die zich in de jaren daarna op het creëren van psychedelische letters stortten. Die Rubber Soul-letters waren, in december 1965 al een vroege voorbode van wat komen ging.




Wat deden The Beatles in september 1965?
"Rubber Soul is mijn favoriete Beatlesalbum," vertelde Jan Cees ter Brugge me onlangs. Ik kan dat goed begrijpen. De warme, akoestische sound, de meerstemmige zang, de midtempo-nummers: van Rubber Soul gaat een enorme consistentie uit. Wie weet ontstond dat coherente geheel omdat The Beatles, gedwongen door hun overvolle agenda, het album in zeer korte tijd moesten opnemen. Binnen vier weken stond alles op tape (behalve het nummer Wait, dat in juni van dat jaar werd opgenomen). Tussen 12 oktober en 11 november 1965 bouwden The Beatles aan hun folk-achtige plaat, waarop voornamelijk nummers stonden die korter dan drie minuten waren. Eind augustus hadden ze hun Amerikaanse tournee al afgesloten. Over wat ze daarna, in september '65 deden, is vrij weinig bekend. Vakantie vieren? Bijkomen? Wie weet er meer over die periode in de aanloop naar die Rubber Soul-sessies?


John Lennon was aan zet
Zelf vind ik Rubber Soul vooral een Lennon-plaat. Waar op latere albums McCartney's rol zowel compositorisch als conceptueel steeds dominanter werd (niet onprettig dominant overigens, wat mij betreft) beleefde John Lennon op Rubber Soul misschien wel zijn finest hour. Norwegian Wood, Nowhere Man, Girl, In My Life... Wat stelde McCartney daar feitelijk tegenover, behalve zijn kwaliteiten als zanger, gitarist en basgitarist? Misschien alleen Michelle en natuurlijk de ijzersterke openingstrack Drive My Car. George Harrison bracht het zelfverzekerde If I Needed Someone en de sitar op Norwegian Wood in en drukte zo óók zijn stempel op de plaat. Wil je meer weten over hoe het album tot stand kwam, dan kun je het verhaal van Rubber Soul in deel 1 en deel 2 beluisteren, prachtig verteld en door de heren van Fab4Cast.



Verstild en tijdloos
Hoewel The Beatles met Help, waarvoor Robert Freeman ook de hoesfoto schoot, al een voorzichtige beweging richting een meer akoestisch en volwassen geluid maakten, werd Rubber Soul natuurlijk hét akoestische en misschien wel meest tijdloze Beatlesalbum. Een plaat met een warme, soms verstilde en ontspannen sfeer en voornamelijk introspectieve en verhalende teksten. Een plaat die voelt als een frisse en kleurrijke boswandeling, waarna het goed toeven is bij de haard. So I lit a fire, isn't it good...  Exact wat je op een herfstige zondagnamiddag zou willen doen. Ik ga Rubber Soul vanavond opzetten en er een fijn glas wijn bij inschenken.


PS: Nu online > deel 1 van het Liverpool-avontuur, samen met Jan Cees, Wibo en Michiel van Fab4Cast (ook beschikbaar via Spotify). Veel luisterplezier.

zaterdag 2 november 2019

Het zit er op: The Making of Abbey Road!

Ze zitten er op: onze twee voorstellingen in de Deventer Schouwburg over The Making Of Abbey Road. Eigenlijk moet ik er nog even van bekomen. Het was best een bijzondere ervaring om, samen met mijn Beatlesmaatje Jan Cees ter Brugge en twee topmusici als Bertolf Lentink en Diederik Nomden dit theatercollege te mogen verzorgen. Ik bevond me in heel goed gezelschap. Ook wat betreft ons publiek. Graag wil ik iedereen die afgelopen donderdag- of vrijdagavond aanwezig was enorm bedanken. Niet alleen waren er veel lieve mensen uit Deventer, we waren ook verguld met al die mensen die het halve land doorreisden om aanwezig te kunnen zijn. Het was zodoende ook een gezellige reünie van Beatlesliefhebbers en -kenners uit heel Nederland. Dank jullie allemaal heel heel hartelijk. Wat hebben we jullie aanwezigheid gewaardeerd!



Van een inleiding naar een volledig theatercollege
De afgelopen maanden kregen Jan Cees en ik, soms haast verontwaardigd, de vraag waarom deze voorstelling met Bertolf en Diederik alleen maar twee avonden in Deventer te zien was. Graag wil ik dat nog even toelichten. We maakten deze voorstelling echt op uitnodiging van de Deventer Schouwburg. Jan Cees en ik werden eind vorig jaar benaderd om eens na te denken over een "volledige avond over The Beatles" in de Kleine Zaal van het theater. Onze korte inleidingen bij de voorstellingen van The Analogues (Sgt. Pepper en The White Album) hadden behoorlijk wat toehoorders getrokken. Een volgende voorzichtige stap zou een uitgebreid theatercollege kunnen worden. Al brainstormend ontstond vanuit de Schouwburg het idee daar Bertolf Lentink bij te vragen, die enthousiast reageerde. Een paar maanden later werd de line up uitgebreid met Diederik Nomden.


Deze voorstelling overkwam ons, stap voor stap
En zo "overkwam" ons deze theatervoorstelling stap voor stap, zonder dat we zelf (met ons vieren) een vooropgezet plan hadden om een voorstelling te schrijven waarmee we ons in het land bij schouwburgen zouden melden. Ik vraag me af of zoiets uberhaupt agenda-technisch mogelijk zou zijn geweest, als ik kijk naar al het prachtigs dat Bertolf en Diederik dit huidige theaterseizoen in de theaters (gaan) doen. Zo touren ze samen met Her Majesty langs podia met Are You Ready For The Country (mensen, gaat dat zien en horen!) en is Diederik met The Analogues nog uitgebreid te zien en horen met Let It Be....Abbey Road. Drukke jongens hoor! Daarom waren we verguld met die twee avonden waarop ze aan ons Abbey Road-college mee wilden werken.




Waar begin je?
Zelf ben ik geen mens van last minute-werk, niet iemand die continu tegen deadlines aan kan werken. Ik zou het kunnen, maar het past niet bij me. Daarom begon ik afgelopen april, tijdens het zonnige Paasweekend, met het schrijven van de voorstelling. We hadden met de Deventer Schouwburg inmiddels afgesproken dat het een goed plan was om te kiezen voor het album Abbey Road, vanzelfsprekend vanwege het bijzondere jubileum dit jaar. Tsja, en dan kijk je naar een leeg computerscherm en moet je ergens beginnen. Dat vond ik niet eenvoudig. Kenners weten dat de opnamen van het Get Back/Let It Be-project zo'n beetje overliepen in de eerste sessies van Abbey Road. Waar zou ik een startpunt kiezen voor ons verhaal?

Hoe bedien je kenners, liefhebbers en mensen voor wie het verhaal nieuw is?
Daarnaast was het, al schrijvend, zoeken naar een verhaal dat een breed publiek zou aanspreken. We wisten al dat er échte kenners in de zaal zouden zitten, maar ook veel mensen die wat minder wisten van het wel en wee rond de totstandkoming van het album. Hoe schrijf en vertel je een verhaal dat voor iedereen boeiend en interessant is. En blijft. Want: niets zo vervelend als een lang en oersaai college vol feitjes. We moesten aandacht hebben voor opbouw, dynamiek, een spanningsboog en een goed slot.




Tweede voorstelling
En zo zat ik dit voorjaar een paar keer lang aan de keukentafel met Jan Cees. Het concept lag voor onze neus. We schrapten, schoven, brainstormden over beeld- en geluidsmateriaal en verfijnden de voorstelling steeds verder. Het verhaal ging per mail naar Bertolf en Diederik, die beiden (tot mijn opluchting) zeer positief reageerden: "Fijn verhaal hoor, we hebben er zin in!" Ergens tegen de zomer belde de Deventer Schouwburg: de eerste voorstelling was zo snel uitverkocht, dat men zich afvroeg of we ook nog een tweede avond wilden komen. Gelukkig viel dat agenda-technisch met alle betrokkenen te regelen. Een gelukje!




Twee muzikale sporen
Begin september kwamen we met ons vieren bijeen en bespraken we welke muzikale ideeën en mogelijkheden Bertolf en Diederik hadden om het verhaal te helpen vertellen. Al heb je twee topmuzikanten in de gelederen, het is natuurlijk niet mogelijk in die bezetting een aantal nummers van Abbey Road exact te reproduceren. Dus kozen we voor twee sporen: Bertolf en Diederik zouden echt als duo een aantal nummers volledig zelf spelen. Daarnaast zouden ze ook onderdelen live meespelen met de basistracks van The Beatles, om ook dat rijk gearrangeerde en volle Abbey Road-geluid neer te kunnen zetten. Een prima plan!




De laatste inspiratie kwam van Mark Lewisohn in Liverpool
Begin oktober reisden Jan Cees en ik samen met Wibo Dijksma en Michiel Tjepkema naar Liverpool om Beatleshistoricus Mark Lewisohn twee uur live te horen spreken over Abbey Road. Zittend in het Epstein Theatre kregen we de laatste puzzelstukjes en inspiratie aangereikt om ons eigen verhaal te completeren. Het was trouwens bemoedigend te merken dat we qua verhaallijn en beeldmateriaal al exact dezelfde keuzes hadden gemaakt als Mark. We zaten op het juiste spoor. Natuurlijk wilden we onszelf niet vergelijken met die grote, welbespraakte Mark Lewisohn, maar we kregen wel het vertrouwen dat we een goed verhaal klaar hadden staan. Dat verhaal werd door Jan Cees voorzien van een aantal filmpjes waarin hij bijzondere beelden met uitgeklede multitracks combineerden. Soms fungeerden de films als sfeerbeelden bij de nummers die Bertolf en Diederik voor ons speelden.




Enorme betrokkenheid van de schouwburg
Afgelopen donderdagmiddag was het eerste en enige moment waarop we samen met Bertolf en Diederik het college op de vloer van de Kleine Zaal één keer live konden uitproberen. Ach, misschien werkt zoiets ook het beste. Kort van tevoren, maximale focus en....ook samen durven vertrouwen dat het goed komt. Dat vertrouwen werd versterkt door de fantastische begeleiding die we van de medewerkers van de Deventer Schouwburg mochten ontvangen. De betrokkenheid was groot de afgelopen maanden. Er werd meegedacht, meegeleefd en we werden aan alle kanten ondersteund. Hulde voor dit enorm fijne theaterteam!




Liefde en fascinatie voor onze Fab 4
Alles kwam eergisteren en gisteren bij elkaar in twee fijne en mooie avonden waarop we samen mochten vertellen, in woorden en muziek, hoe The Beatles van februari tot half augustus 1969 langzaam maar zeker bouwden aan wat hun laatste album zou worden. Het was voor mij eervol dat met drie zulke fijne mensen te mogen doen. Ik heb genoten van de fantastische muzikale bijdrage van Bertolf en Diederik en het enthousiasme van Jan Cees. Het gebeurde allemaal vanuit diezelfde liefde en fascinatie voor 'onze Fab 4'. Wat mij betreft smaakte dit muzikale theatercollege naar méér. Er zijn nog zoveel mooie verhalen over The Beatles te vertellen en te spelen. Ik gooi een kleine wens de kosmos in: across the universe. Wie weet wat er terugkomt.






zaterdag 26 oktober 2019

"Als George Harrison me aankeek, vergat ik alles om me heen" - in gesprek met Margaret Price

We zitten nog steeds in Ye Cracke, de Liverpoolse pub waar John Lennon en Stuart Sutcliffe in hun studententijd menig biertje kwamen drinken. Er zijn oude verhalen van wilde taferelen. Van een dronken John Lennon die er, zwembewegingen makend, op zijn buik in een plas bier lag te spartelen. Ongetwijfeld zal hij daarbij de lachers op zijn hand hebben gehad: jong, uitdagend, vol bravoure, een leven vóór zich. Waar zou Lennon gelegen hebben, denk ik. Op de vloer of misschien wel op de kleine bar die zich links naast de ingang bevindt? Veel meer mogelijkheden zijn er niet. Al snel is mijn aandacht terug bij de dame die zich zojuist bij ons gezelschap gevoegd heeft en Mark Lewisohn een potloodtekening toeschuift.


Puzzelstukjes
Ze blijkt Margaret Price te heten en aan haar conversatie met Mark merk ik dat ze elkaar al wat langer kennen. 'Jullie moeten straks beslist even met Margaret praten,' zegt Mark tegen me. 'Margaret is één van de meisjes die The Beatles destijds als eersten in The Cavern volgden.' Dat klinkt interessant. Blijkbaar helpt Margaret Mark om nog een aantal puzzelstukjes in dat grote Beatlesverhaal op hun plek te leggen. Het gesprek gaat over Polythene Pam, die door John Lennon met een kort liedje in de grote Abbey Road-medley vereeuwigd werd.


Met Margaret Price in het Epstein Theatre, Liverpool


'Nee Mark, dat is Polythene Pam ook niet'
Voor zover we weten, baseerde Lennon zijn Polythene Pam op twee vrouwen die hij in zijn jonge jaren ontmoette. Eén van hen was vermoedelijk Pat Dawson (Hodgett), die tot de groep met vroegste Beatlesfans hoorde. Net als Margaret was ze één van deze Cavernites. Mark is nog steeds op zoek naar een foto van Pat. Haar gelaatstrekken staan in Margarets geheugen gegrift, dus deed ze voor Mark een poging om Pat in een potloodtekening te vatten. Het blijkt dat Mark Margaret regelmatig mailt met een foto. Steeds met de vraag: 'Is dít dan Polythene Pat?' E-mail na e-mail, foto na foto. Steeds is Margarets antwoord: 'Nee Mark, dat is Pat ook niet.' De tekening moet er voor zorgen dat de stroom e-mails ophoudt. Tenzij Mark natuurlijk écht denkt dat hij Pat gevonden heeft. 'Ik had ooit het telefoonnummer van haar dochter,' betrekt Margaret me in het gesprek. 'Maar ik heb nooit meer gebeld.' Zo kan een spoor dood lopen. Jaren verstrijken en mensen verdwijnen in het verleden.


284 stappen in 4 minuten
Wanneer Mark en Margaret zijn uitgepraat, krijgen we zelf de kans om wat uitgebreider met haar kennis te maken. Een jaar of 15 was ze destijds en iedereen noemde haar nog Maggie. Klein van stuk, schuchter en... tot over haar oren verliefd op George Harrison, die nét een paar jaar ouder was. Maggie was na haar middelbare school direct gaan werken, op het regiokantoor van warenhuisketen F.W. Woolworth. Haar lunchpauze begon om 12.00 uur en samen met haar vriendinnen was ze, exact 284 stappen en 4 minuten later bij The Cavern in Mathew Street. Ze lieten hun membership card zien, gooiden het benodigde entreegeld op de balie en snelden de trappen af. Er was geen tijd te verliezen: jassen en tassen op de voorste stoelen en snel naar de bar voor een kop thee en een broodje. Om 12.15 uur zouden The Beatles (nog met Pete Best in de gelederen) starten met spelen. Tot 13.15 uur. Daarna moesten Maggie en haar mede-Cavernites snel terug naar kantoor. Ongetwijfeld vol adrenaline, na het zien van hun favoriete band.



'Zonder The Beatles was er in Liverpool geen klap meer aan'
'We vonden alle Beatles knap, maar ik had iets speciaals met George,' vertelt Margaret. Zijn blik was zo bijzonder. Als hij me aankeek, vergat ik alles om me heen: 'He was very warm, he drew you in.' Of George wist dat ze gek op hem was... 'Ja, dat wist hij wel, hij kende me ook bij naam. Van de anderen wist ik dat niet zeker.' Margaret begon met George te corresponderen en ontving steeds trouw een reactie op haar brieven. 'Het was ontzettend saai toen The Beatles voor langere perioden naar Hamburg vertrokken,' vertelt ze. We hadden geen zin om naar andere bandjes te gaan kijken, we verveelden ons dood.' Dat liet Maggie George ook weten in haar brieven, die verder ook over het leven van alledag handelden: 'We schreven bijvoorbeeld wat er op televisie te zien was en dat er zonder hen in Liverpool gewoon geen klap aan was.'




George deelt het nieuws over het EMI-contract met Maggie
Uit de brief die George Maggie vanuit The Star Club in Hamburg stuurde, citeerde Mark Lewisohn een belangrijke passage die relevant was voor zijn geschiedschrijving over The Beatles. Terwijl ik dit verhaal schrijf, pak ik de Extended Edition van Tune In erbij, sla ik deel twee open en laat ik mijn vinger langs de letter P in de index glijden: Price, Margaret. Daar staat ze! Met verwijzingen naar pagina's 1192, 1452 en 1515. Vermoedelijk in mei 1962 schrijft George aan Maggie vanuit Hamburg: 'We are all very happy about Parlophone, as it is a big break for us. We will just have to work hard & proper for a hit with whatever we record. We don't yet know what the producer will want.' De passage slaat op het goede nieuws dat The Beatles in Hamburg van Brian Epstein ontvingen: hij had eindelijk een opnamecontract voor hen weten te regelen: op 6 juni 1962 in Londen. Uit de andere brieven uit Hamburg, laat George Maggie regelmatig weten dat het leven daar zat is en naar huis verlangt. 'Ben je morgenavond ook in het theater bij de lezing van Mark?' vraagt Margaret me. 'Dan zal ik de brieven meenemen.' Een veelbelovend aanbod.


In een plastic tas
Wanneer we de volgende avond de trappen van het Epstein Theatre beklommen hebben, zie ik Margaret boven al op de uitkijk staan. 'Ik heb de brieven bij me,' zegt ze, terwijl ze haar hand beschermend op haar schoudertas legt. 'Misschien kunnen we straks rustig verder praten.' Na de show nemen we gezamenlijk een taxi naar Hope Street, voor een nazit in de lobby van het hotel waar Mark Lewisohn verblijft. Wibo, Michiel en Jan Cees praten na met Mark, ik zit prima: op de bank naast Margaret.



De brieven komen op tafel
Haar tas gaat open en ze legt een aantal kopieën en een dik manuscript op tafel. 'De originele brieven moest ik verkopen toen ik in 1995 ging scheiden en het geld hard nodig had. Bovendien wilde ik dat ze beter geconserveerd zouden worden. Ze zaten al jaren in een plastic tas en ik zag ze langzaam maar zeker vergaan. Aan de hand van de kopieën en Margarets persoonlijke herinneringen schreef een bevriend auteur het manuscript van wat haar boek zou kunnen worden: 'Hij vulde mijn herinneringen aan met een goed verhaal over de context, zoals Mark dat ook zou doen.' Ik blader door de A4tjes en zie een heel goed geschreven verhaal.




Waardigheid en trots
Margaret vertelt hoe het was om The Beatles aan Londen en aan de wereld te moeten verliezen: 'Alles veranderde. In The Cavern werd het steeds drukker, wij verloren als vrienden van de band onze plekken aan de echte fans, en schoven zodoende steeds een stukje verder naar achter. Toen The Beatles naar Londen gingen, waren we boos op het stadsbestuur. Waarom had Liverpool geen goede opnamestudio's, waarom konden we The Beatles niet behouden? Waarom hadden wij als vrienden van de band zo enthousiast die eerste single Love Me Do aangeschaft? Hadden we The Beatles daar zelf te groot mee gemaakt?' Margaret ging verder met haar leven, net als de overige Cavernites: 'Die wereldberoemde Beatles waren voor ons niet meer de jongens naar wie we hier in een plaatselijke koffietent verlegen op een afstandje zaten te lachen en zwaaien. Het waren voor ons eens jongens die na hun avondoptredens, die ik ook bezocht, tegen me zeiden: "Zullen we je even thuisbrengen? Stap maar in." Zó was ons contact met hen. Wij waren geen fans, we waren destijds hun vrienden en we wilden niet achter ze aan rennen. Toen ze echt beroemd werden, heb ik ze niet meer gevolgd. Het was niet meer hetzelfde.' Ik luister vol aandacht en ben getuige van een prachtig stukje Liverpoolse waardigheid en trots.





Met een verjaardagstaart naar George
Eén van Margarets dierbaarste herinneringen aan George is zijn zachtheid: 'De moeder van Pat Hodgett had een Bed & Breakfast op Mount Pleasant, kon goed koken en bakken en was bereid een verjaardagstaart voor George te maken. Pat en ik namen op Georges verjaardag bus 74 naar zijn ouderlijk huis op Macketts Lane om hem die taart aan te bieden. Hoewel George zelf niet thuis was, lieten zijn ouders ons binnen. Ze verontschuldigden zich voor de nog kale wanden van de sociale nieuwbouwwoning waar ze nog maar kortgeleden ingetrokken waren. Het pleisterwerk moest nog drogen, er mocht nog niet behangen worden. Ons maakte dat niets uit. We mochten in Georges platenverzameling neuzen, waarin veel muziek van Carl Perkins zat. Toen ik de volgende dag in mijn middagpauze de trap van The Cavern afrende, stond George onderaan op me te wachten. Hij pakte mijn armen vast en bedankte me voor de taart. George was een aardige jongen. Ooit maakte hij wat aangeschoten een grapje tegen me, terwijl ik achter een groepje aanbidsters stond. Een paar dagen later had ik een brief van hem, waarin hij zich verontschuldigde: Je weet het Mag, ik had een drankje teveel op.'



Delen met de wereld
Aan het eind van de avond vraag ik Margaret of ze het manuscript met de brieven en haar herinneringen gaat uitgeven. 'Ik heb het destijds vooral opgeschreven voor mijn kinderen en kleinkinderen. Zou er verder iemand op mijn verhaal zitten te wachten?' antwoordt ze. 'Ik denk dat er zeker liefhebbers zijn om jouw boek te lezen. Misschien wel meer dan je denkt,' zeg ik haar. 'Bovendien heb je een prachtig manuscript klaarliggen.' 'Misschien moet ik er dan eens achteraan of ik nog wel de rechten heb, of moet verwerven, om uit die brieven te citeren,' aarzelt ze. 'Daar heb ik nooit echt werk van gemaakt.' We nemen afscheid en wisselen e-mailadressen uit. Ik neem me voor om Margaret af en toe te mailen om haar te blijven aansporen haar verhalen met de wereld te gaan delen.



zaterdag 19 oktober 2019

Bijzonder bezoek in Ye Cracke in Liverpool: de pub van John Lennon en Stuart Sutcliffe

Terwijl de regen met bakken uit de donkere hemel valt, zien we links van ons de grote Anglicaanse kathedraal opdoemen: prachtig verlicht, als een baken in één van de oudste buurten van Liverpool. Het is maandagavond 30 september en ik ben een amper een etmaal in de stad die de bakermat van The Beatles werd. Met de heren van Fab4Cast doorkruis ik in een paar dagen de buurten, straten en buitenwijken. We komen zelfs nog 40 kilometer ten noorden van Liverpool uit, voor een bijzonder bezoek.


John, Cyn en Stu
Dat bezoek, waarover jullie binnenkort meer kunnen horen in de podcast, hadden we er die donkere, regenachtige maandagavond net opzitten, toen we onze huurauto inleverden, snel wat aten en lopend koers zetten naar het Knowledge Quarter. Het is de wijk met het Liverpool Institute (nu omgedoopt tot LIPA), waar Paul McCartney en George Harrison destijds naar school gingen, de wijk met het Liverpool College of Art, waar John Lennon, zijn latere vrouw Cynthia Powell en Stuart Sutcliffe elkaar leerden kennen. Diverse studentenhuizen en pubs, die zich allemaal om ons heen bevinden, markeren de plekken waar deze tieners, je kon ze nog nauwelijks volwassenen noemen, hun weg zochten, maar ook zichzelf en elkaar zochten. Net onder de vleugels van het ouderlijk gezag vandaan, of af en toe...voor een paar uurtjes.

Een vroege foto van Cynthia en John
op het stoepje bij Ye Cracke (1958)


Mark Lewisohn is in town
Dan staan we voor de deur van Ye Cracke (spreek uit: The Crack), één van de oude kroegen in de buurt. Binnen brandt licht, we duwen de deur open, we worden verwacht. Onze druipende paraplu's en jassen vinden een plek op wat stoelen bij een radiator. De kroeg is leeg, met uitzondering van een kleine halfopen binnenruimte (The War Room), waar vrolijk geconverseerd wordt. Wanneer we om de hoek kijken, worden we hartelijk begroet door Mark Lewisohn. De aimabele Beatlesbibiograaf is twee dagen 'in town' en houdt audiëntie. Althans, zo ervaren wij dat toch een beetje. De bescheiden Lewisohn zal de laatste zijn die daar zo tegenaan kijkt. Wetend dat wij in Liverpool zouden zijn, mede om zijn lezing Hornsey Road te bezoeken, nodigde hij ons uit om naar Ye Cracke te komen. Samen met een aantal van zijn 'favourite Liverpool People'. Wij sloegen die uitnodiging niet af.

Mark Lewisohn was in Liverpool met zijn
theatercollege Hornsey Road over...Abbey Road

'This is Liverpool, Anne'
Tijdens zijn jarenlange onderzoek voor het eerste deel van de trilogie All These Years, sloot Mark zijn werkdagen in Liverpool meestal af in deze pub. Daar overkwam hem wat menig bezoeker aan de stad gebeurt: je hoeft maar vriendelijk naar een Liverpudlian te knikken en je krijgt een grap om je oren, een vraag wie je bent en waar je vandaan komt of zomaar een biertje aangeboden. 'Ik heb heel wat vaste bezoekers van Ye Cracke leren kennen, in al die weken dat ik hier zat,' vertelt Mark me, wanneer we ons met z'n allen verplaatsen naar een iets ruimere hoek waar we comfortabeler kunnen zitten. Ons gesprek wordt onderbroken doordat één van zijn vrienden het uitbrult van het lachen, om een grap die zojuist gemaakt is. Ik kijk Mark glimlachend aan. 'This is Liverpool, Anne' zegt hij trots. Het is ook een beetje zijn stad geworden.

Toen en nu:
fotomontage van John (rechts) en een vriend
voor Ye Cracke (1958)


The Dissenters: John, Stu, Bill en Rod
Aan de muur achter ons hangt een spiegel, waarin de namen van John Lennon, Stuart Sutcliffe, Bill Harry en Rod Murray staan gegraveerd. De plek waar we elkaar vanavond treffen, staat bol van de Beatleshistorie. Deze spiegel verwijst naar de vele momenten waarop vier jonge, artistieke jongens Ye Cracke betraden, op de vlucht voor de winterkou in hun studentenflats, op zoek naar wat gezelligheid en natuurlijk naar drank. The Dissenters noemden ze zich, wat zoveel betekent als 'de andersdenkenden' of de 'non-conformisten'. Samen spraken ze af dat ze Liverpool beroemd zouden maken. John als muzikant, Stuart en Rod als kunstenaars en Bill als schrijver. Hun jeugdige bravoure bevatte profetische elementen. Wij zitten hier vanavond niet voor niets. Mijn blik glijdt over hun namen. Stu overleed op 21-jarige leeftijd in Hamburg aan een hersenbloeding, John werd als amper 40-jarige muzikant in New York vermoord. Bill Harry, de oprichter van muziektijdschrift Mersey Beat, werd een gerennommeerd journalist en mediaman. Hij leeft nog en is de 80 inmiddels gepasseerd. Net als Rod Murray, die kunstenaar en docent werd. 

De herdenkingsspiegel in Ye Cracke
met Bill, John, Stu en Rod


De Lennon-acteur uit Backbeat en Quirinus uit Harry Potter
Ik realiseer me dat de spoeling dun aan het worden is. Met het verstrijken van de tijd neemt het aantal ooggetuigen van die bijzondere pre-Beatlesjaren in Liverpool af. Niet voor niets was het interviewen van veel sleutelfiguren en passanten voor Mark Lewisohn een race tegen de klok, de afgelopen jaren. En nog steeds. Vanavond is er even tijd voor ontspanning. 'Is dat niet die acteur uit Backbeat?' hoor ik Wibo tegen Michiel zeggen, wanneer een slanke vijftiger zich bij ons gezelschap aansluit. Op zijn vraag wordt bevestigend geantwoord. Ook Ian Hart, die destijds de rol van John Lennon in de rolprent over de beginperiode vertolkte, komt Mark vanavond even begroeten. Ik weet weinig van films, dus leer bij: Hart speelde ook de rol van Quirinus Quirrell (Krinkel) in de beroemde Harry Potter-reeks. Vanavond is hij gewoon een local. Doe maar normaal, daar houden we van in Liverpool.

Ian Hart in Backbeat....

....en in Harry Potter

Op zoek naar Polythene Pam
Opnieuw gaat de deur van de pub open en betreedt een wat ouder echtpaar de vloer. Verregend, bepakt en bezakt gooien ze hun reis van zich af en begroeten ze Mark hartelijk. 'We zijn net terug uit Cardiff, een korte vlucht hoor, maar ik ben wel moe,' zegt de vrouw tegen me. Ik schat haar begin zeventig en biedt haar mijn plek aan om bij Mark te zitten. Dat is niet nodig, 'I'm fine love,' vertrouwt ze me toe. Uit haar tas komt een opgevouwen A4tje, dat ze openmaakt en over tafel naar Mark schuift. We zien een eenvoudige potloodtekening van een meisjesgezicht. Sproeten, lang haar. De schets doet me een beetje aan Jane Asher denken. 'Mark, zó ziet Polythene Pam er ongeveer uit,' start de vrouw haar gesprek. 'Het is écht niet het meisje op de foto die jij me mailde,' vervolgt ze. 'Interesting,' zegt Mark en hij bestudeert de tekening beleefd. Hier ontrolt zich een nieuw verhaal. Ik besluit om mijn oren te spitsen.

zaterdag 12 oktober 2019

Double Fantasy: een bezoek aan de John & Yoko-expositie in het Museum of Liverpool

Het wordt altijd weer 9 oktober: de dag waarop John Lennon in 1940 ter wereld kwam, waarna hij in een kort leven van 40 jaar zijn stempel op diezelfde wereld drukte. Ook deze week gleden we weer langs die 9e oktober. 79 zou John geworden worden zijn, als.... Vorige week bezocht ik samen met het podcastteam van Fab4Cast de plek waar John en de andere Beatles werden geboren: Liverpool. We hadden een aantal mooie, interessante en bomvolle dagen. 'Een werkvakantie,' grapten we onderling. Van 's ochtends vroeg tot diep in de nacht doorkruisten we Liverpool, als een soort verhalenvangers. Over wat we allemaal precies deden, gaan jullie de komende weken en maanden van alles horen en lezen. Daarover verklap ik nog niet alles, maar in deze week die gekoppeld is aan Lennons geboortedatum, leek het me mooi en gepast om te schrijven over ons bezoek aan de expositie Double Fantasy in het Museum of Liverpool.




Hoog op het lijstje
Kijkend over het water van de Albert Dock kon ik in de verte het strakke witte museumgebouw in de zon zien liggen. Op de panorama-ramen las ik vanaf grote afstand de woorden 'Imagine Peace'. Het leverde een prachtig plaatje op, zo tussen de gerestaureerde pakhuizen in de haven. Die Albert Dock is sowieso een plaatje. Er is nog weinig dat bezoekers herinnert aan het ruige havengebied, de bomkraters en beschadigde panden die er waren toen John Lennon in oktober 1940 een paar kilometer verderop ter wereld kwam. 

Het witte gebouw van het Museum of Liverpool met de
woorden 'Imagine Peace', zichtbaar tussen de pakhuizen van de Albert Dock

De expositie is een enorm succes
Met de zon in ons gezicht wandelden we via Pier Head naar het Museum of Liverpool. De expositie, die er in mei 2018 door Yoko Ono en Sean Lennon geopend werd, trok zoveel bezoekers (afgelopen januari waren dat er al 300.000) dat hij inmiddels twee keer verlengd is. Double Fantasy stond ook hoog op ons lijstje en we waren blij dat we, nog net op tijd voor 3 november, konden genieten van het verhaal dat ons daar verteld werd. In een verklaring liet Yoko Ono, inmiddels 86 jaar oud, de afgelopen maanden weten hoe verheugd ze is dat de expositie zoveel waardering oogst: 

I am so happy that Double Fantasy is popular with visitors to the Museum of Liverpool, as I know John would be too. It means a lot to me that they are engaging with it emotionally, posting their tributes and wishes for peace.

Yoko en Sean bij de opening in mei 2018

Sereen wit
Double Fantasy focust zich op het kunstenaarschap en activisme van John en Yoko, de manier waarop zij elkaar in creatief opzicht aanvulden en de invloed die hun kunst en communicatie op de wereld had en heeft. Het Museum of Liverpool richtte de gehele eerste etage in met dat bijzondere verhaal van John en Yoko. In de enorme expositieruimte was alles sereen wit. Alle secties waren gemarkeerd met grote zwarte jaartallen op de wand. Zwart op wit, precies in de War Is Over-stijl die we van John en Yoko kennen. De tentoonstelling was chronologisch geordend. Langs de wanden kon je met de klok mee, rondlopen. In het midden van de ruimte stond een vitrine met daarin een bril van John en eentje van Yoko, die elkaar aankeken: een eenvoudige opstelling waarvan een enorme kracht uitging.

Jan Cees bij de brillen van John en Yoko

Breathe
Bij binnenkomst kregen we een visitekaartje uitgereikt waarop slechts het woord Breathe stond. Een teder gebaar, een uitnodiging om te ontspannen en je aandacht op de expositie te richten, om helemaal in het hier en nu te zijn. Staand op een kleine cirkel, konden we naar beelden kijken die fragmentarisch samenvatten waar John en Yoko vandaan kwamen, voordat hun paden elkaar kruisten: flitsen van een gebomdardeerd Engeland en Japan, flitsen van The Beatles die in Amerika een vliegtuigtrap afdalen. In fantastische geluidskwaliteit klonk overal om ons heen de instrumentale versie van Imagine. Dat was wel even een andere ervaring dan op je eigen geluidsinstallatie in je woonkamer.




De witte ladder uit de Indica Gallery
Na deze intense start, waarbij al je zintuigen werden opengezet, liepen we van sectie naar sectie. Indrukwekkend was de witte ladder, met daarnaast een hangend vergrootglas. Ineens stonden we naast de originele installatie die het begin van het artistieke contact tussen John en Yoko markeerde. In de Indica Gallery in Londen bezocht John in november 1966 Yoko's expositie, beklom hij de ladder en las hij door het vergrootglas het woordje YES op het plafond. Nog voor hij goed en wel samen met The Beatles aan de opnamen van Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band begon, was daar ineens het contact met de vrouw die zijn zielsverwant zou worden.




Een kijkje in de ziel van John en Yoko
Met grote aandacht en interesse volgden we John en Yoko's tijdlijn, langs televisiebeelden, kleine kunstinstallaties en vitrines met persoonlijke bezittingen. We zagen Johns originele Mr Kite-poster: donker, broos en aangetast door de tand des tijds. We zagen John en Yoko's trouwkleding waarin ze in 1969 tijdens een flitsbezoek aan Gibraltar in het huwelijk traden, de gitaar waarop John Give Peace A Chance in de hotelkamer in Montréal opnam, handgeschreven songteksten van Instant Karma en vele andere nummers. Het voelde als een kijkje in de ziel van John en Yoko. In twee ingerichte mini-bioscopen daalde continu een selectie korte films die het stel maakte. Zittend aan een witte tafel met een nog witter schaakbord waanden Jan Cees, Wibo, Michiel en ik ons even John en Yoko in de film Imagine.

Michiel, Wibo en Jan Cees bij Mr. Kite



Het originele New York City-shirt
Via John en Yoko's verhuizing naar New York, hun activistische periode van begin jaren '70, belandden we in de sectie over Johns zogenaamde Lost Weekend, waar de handgeschreven songtekst van Whatever Gets You Through The Night the zien was. Ook het iconische witte New York City-shirt waarin John voor de lens van Bob Gruen poseerde was van zeer dichtbij in een vitrine te bekijken. De hereniging met Yoko en het hernieuwde gezinsgeluk, dat in oktober 1975 bezegeld werd met de geboorte van Sean, waren op filmopnamen uit het privéarchief te zien. De originele songteksten van Woman en Beautiful Boy hingen ernaast, veilig ingelijst uiteraard. Via de klanken van Johns Beautiful Boy, het nummer dat hij voor kleine Sean schreef, werden we naar The Last Walk geleid.




The Last Walk
In deze sectie konden we de volledige filmopname bekijken van de wandeling die John en Yoko nog op 26 november 1980 door Central Park maakten. We zagen het stel ontspannen genieten van de omgeving, rustig met elkaar converseren en af en toe stoppen om een fan van een handtekening te voorzien. Precies waar John als New Yorker zo van hield: geen Beatlemania, geen opdringerige mensen. Hij kon New Yorker zijn onder de New Yorkers. Bekijk een fragment van die beelden hieronder. Amper veertien dagen liep hij zijn noodlot tegemoet, terwijl hij op de late avond van 8 december voor zijn woning, even verderop werd doodgeschoten. In de expositie wordt deze dramatische gebeurtenis beknopt beschreven, waarbij Johns moordenaar geen naam en geen gezicht krijgt. Een terechte keuze, lijkt me. Voor de man die John Lennon van diens leven én die de wereld van John Lennon beroofde, was geen ruimte in deze expositie.




Indrukwekkende persverklaring
Als bezoekers konden we vervolgens in een gereconstrueerd Strawberry Fields-mozaiek stappen, het monument dat Yoko in Central Park ter nagedachtenis aan John liet vervaardigen. Aan de muur lazen we de indrukwekkende persverklaring die Yoko twee dagen na de moord deed uitgaan. Op een monitor zagen we beelden uit de Imagine-documentaire uit 1988 waarin Julian, Sean, Yoko en Cynthia zichtbaar geëmotioneerd vertelden over hoe het was om zonder John verder te moeten leven. Met een brok in mijn keel belandde ik weer in de beginsectie van de expositie, waar ik opnieuw de instrumentale versie van Imagine hoorde. Ik liep snel naar buiten, want het was me even teveel.




Baken van wereldvrede
Bij de uitgang lagen witte kaartjes waar we als bezoeker een wens mochten schrijven. Ons kaartje hingen we in één van de boompjes die er stonden. Meer dan 24.000 bezoekers gingen ons daarbij voor. Ik las dat al deze wenskaarten na afloop van de expositie naar Reykjavik worden vervoerd en een plek krijgen in de Imagine Peace Tower, een monument dat Yoko daar een aantal geleden voor John oprichtte. De lichtstralen die vanuit de toren naar de hemel schijnen, worden elk jaar op Johns verjaardag ontstoken en het licht dooft symbolisch op 8 december. Daarna schijnt het licht weer op 21 december (midwinter), op 18 februari (Yoko's verjaardag) en in de week rond 21 maart (bij het aanbreken van het voorjaar). Alle wensen en gedachten van ons als bezoekers van de expositie worden straks onderdeel van het monument dat een baken voor de wereldvrede moet zijn.





De Imagine Peace Tower


Toen ik met Jan Cees, Wibo en Michiel naar buiten liep, dacht ik: 'Verdorie, wat hebben deze twee getalenteerde, vrolijke, gekke, complexe en geïnspireerde kunstenaars elkaar en de wereld ontzettend veel gegeven en wat zijn ze vaak verkeerd begrepen. Wie deden ze eigenlijk kwaad? Waarom moest dat allemaal bruut eindigen met vier geweerschoten?' In gedachten verzonken liep ik de straat op. De waterige najaarszon die Liverpool bescheen, bracht geen troost. Even niet.

zaterdag 5 oktober 2019

Hoe John Lennon met Because iets groters maakte dan hij zelf kon bevatten

De concentratie, precisie en aandacht die The Beatles in de eerste week van augustus 1969 in het nummer Because legden, is bijna tastbaar voor mij. Nu we 50 jaar na dato weer diep in het Abbey Road-album duiken, komt de schoonheid van deze Lennon-compositie weer in volle glorie tot ons. Waar de meningen over een liedje als Maxwell's Silver Hammer nog wel eens variëren, heb ik nog nooit iemand gesproken die Because maar zo-zo vindt. Niet alleen voor mij, maar voor vele Beatlesliefhebbers is Because A-categorie, Eredivisie, Champions League. Een nummer waarmee The Beatles bewezen welke onvoorstelbare ontwikkeling zij in amper zeven jaren als 'recording artists' hadden doorgemaakt. Cum Laude geslaagd.


Klassiek koorgezang
Enkele dagen voor de beroemde zebrafoto op Abbey Road gemaakt werd, legden The Beatles de laatste hand aan hun album. Vrijwel alles stond op tape en moest hooguit nog wat verder aangevuld of gecompleteerd worden. In die laatste fase van het album waren het met name de orkestpartijen die op verschillende nummers nog ontbraken. Het allerlaatste nummer waar The Beatles nog aan begonnen was John Lennons Because, een trage, statige ballad, die haast meer wegluistert als een klassiek koorgezang dan als een regulier popnummer. Waar Bach al eeuwenlang vele luisteraars het gevoel geeft dat zij iets van ongekende schoonheid kunnen ervaren, zette John Lennon met Because de deur naar het onnoembare op een kier. 




Van augustus 1802 naar augustus 1969
Overigens was het niet Bach maar Beethoven die Lennon inspireerde tot het schrijven van Because. Het Adagio sostenuto uit Beethovens Pianosonate nummer 14, opus 27, nummer 2 (Mondscheinsonate), gespeeld door Yoko Ono, raakte de juiste creatieve snaar bij Lennon. Beethoven completeerde het stuk in 1802 en droeg het op aan zijn pupil Giuletta Guicciardi. Alsof het zo moest zijn, verscheen de eerste editie van de bladmuziek van het stuk op 2 augustus 1802 in Wenen. The Beatles werkten,op hun beurt, op 1, 4 en 5 augustus 1969 aan Because. 167 jaar later,  in diezelfde week, galmde de inspiratie van Beethoven in de Londense EMI-studio na.

De eerste editie van de bladmuziek van Beethovens
Mondscheinsonate, die op 2 augustus 1802 verscheen


Zonder Yoko was Because er waarschijnlijk niet geweest
Het verhaal dat Because het directe resultaat is van het achterwaarts (af)spelen van de Mondscheinsonate, is overigens een kleine mythe. Vermoedelijk vroeg John aan Yoko om de partij van de rechterhand niet van hoog naar laag, maar van laag naar hoog te spelen. Door verder te experimenteren en de noten in de rechterhand-partij eerst van laag naar hoog, en dan weer van hoog naar laag te spelen, ontstonden de contouren van het intro van Because. Ook legde Lennon dezelfde weg van het Cis-mineur naar het A-akkoord af, alleen nam hij daar iets meer tijd voor dan Beethoven deed. Het resultaat is een akkoordovergang, waarbij het hart van menig luisteraar overstroomt van ontroering. De Amerikaan Scott Freimann legt dat in onderstaand filmpje goed uit. Het is overigens mooi om je te realiseren dat de invloeden die Yoko uit haar wereld meebracht, voor John als een katalysator werkten om tot nieuwe kunst te komen. 





Observaties, gevoelens en woordspelingen
Die muzikale inspiratie vulde John Lennon aan met een even sterke als serene tekst, waarin hij observaties combineert met gevoelens. Zoals de zintuiglijke ervaringen volgens een strak stramien in de Japanse haiku geplaatst worden, zo gebruikte Lennon zijn eigen vorm waarin hij over oorzaak-gevolg schreef. Dat combineerde hij met, voor die tijd, populaire uitdrukkingen en een dubbele betekenissen die woorden kunnen hebben:

Because world is round, it turns me on
Because the wind is high, it blows my mind
Because the sky is blue, it makes me cry



Ringo moest het tempo vasthouden
Voor Because speelde George Martin uiteindelijk het door Lennon bedachte intro op een elektrisch clavecimbel dat in Studio Two stond. John dubbelde de melodie door mee te spelen op zijn gitaar. Dat vroeg om een zeer nauwkeurige timing om de melodieën synchroon te laten lopen op de trage statige maat van het nummer. George Martin zei daarover dat het hem behoorlijk wat moeite kostte om zijn partij heel strak te blijven spelen. Tijdens de sessie werd besloten om Ringo in te schakelen, die op zijn hi-hat strak de maat moest slaan. Met Ringo als baken op de hoofdtelefoons, legden Martin, Lennon en McCartney (op bas) op 1 augustus de basis voor Because.




Drie keer drie stemmen
Zowel het opnemen van de instrumenten als de zangpartijen kostte uren repeteren. Het driestemmige zangarrangement was een puzzel waar John, Paul en George, samen met George Martin de tijd voor namen. Uiteindelijk werd de driestemmige partij drie keer opgenomen, waardoor we als luisteraar een koor van negen stemmen horen. Het was uiteindelijk George Harrison die op dinsdag 5 augustus met zijn in Studio Three opgestelde Moog de korte etherische laatste overdubs aan Because toevoegde. 


Kippenvel
De uiteindelijke plek die Because op kant twee van Abbey Road kreeg, werd ongetwijfeld zorgvuldig gekozen. Als opmaat voor de lange medley, die start met You Never Give Me Your Money, eindigt Because met een vragend Ddim-akkoord, dat de oren van de luisteraar doet verlangen naar een oplossing. De bevrijding komt met de voorzichtige inzet van de Amineur7 waarmee You Never Give Me Your Money start. Waaróm dat fantastisch werkt, laat ik graag over aan muzikaal geschoolde Beatlesliefhebbers om uit te leggen. Dát het werkt, voel ik zelf, aan het kippenvel op mijn armen. Ik hoop dat Lennon dat destijds ook voelde en zich daarbij realiseerde dat hij iets groters had gemaakt dan hij zelf kon bevatten.