zaterdag 23 januari 2021

Hoe Phil Spector er met de mastertapes van John Lennons Rock 'n' Roll-album vandoor ging

Ergens in de eerste maanden van 1974 ontving John Lennon een raadselachtig telefoontje. Een wat hoge, hese stem aan de andere kant van de lijn fluisterde hem iets toe: "Ik heb de John Dean-tapes." Daarna werd de verbinding verbroken. Voor Lennon was het duidelijk wie hem anoniem gebeld had. Hij had de karakteristieke stem van zijn producer Phil Spector direct herkend. Net als de verwijzing naar de voormalig adviseur van Richard Nixon in het Watergate-schandaal. Voor John Lennon was dit het zoveelste hoofdstuk in zijn bijzondere samenwerking met Phil Spector. 



Succesvolle samenwerking
In zijn telefoontje naar John Lennon verwees Phil Spector niet naar Watergate. Hij had het over de mastertapes van studiosessies die in oktober 1973 hadden plaatsgevonden. In Hollywood, bij A&M Records, met Lennon. Het was de bedoeling dat Spector hem aan de hand zou nemen bij het opnemen van een album met rock 'n' roll-standards uit de periode eind 1950/begin 1960. Hoewel John wist dat Phil een instabiele en licht ontvlambare persoonlijkheid was, lag de keuze voor zijn samenwerkingspartner vast. Hij kende Spector sinds midden jaren '60, maar bewonderde diens werk al langer. Phils bemoeienis bij het Get Back/Let It Be-project van The Beatles was John niet in het verkeerde keelgat geschoten. Aanvullende projecten met Phil rond de single Instant Karma, zijn eerste soloalbum met de Plastic Ono Band en de plaat Imagine hadden voor John Lennon allemaal tot succesvolle producties geleid. 


Phil paste bij de rock 'n' roll-revival van dat moment
Er was nog een reden waarom Spector voor Lennons nostalgische album de juiste man op de juiste plek leek. In 1972 en 1973 vond er een heuse revival in de popmuziek plaats. Er was weer volop aandacht voor de nostalgische nummers uit de hoogtijdagen van de amusements- en rock 'n' roll-periode waarin juist Phil Spector als componist en baanbrekend producer zijn finest hour had beleefd. De film Let The Good Times Roll blikte in 1973 terug op de begindagen van de popmuziek, sterren als Jerry Lee Lewis, Little Richard en Bill Haley stonden opnieuw voor volle stadions hun oude hits te spelen en zelfs The Carpenters wijdden, op de toppen van hun eigen roem, de volledige B-kant van hun album Now & Then aan classics uit vervlogen tijden. 



Lennon had mee kunnen liften op de golf van nostalgie
Wanneer de sessies voor Lennons eigen oldies-album voortvarend verlopen waren, had hij moeiteloos mee kunnen liften op deze golf van nostalgie. Financieel was hij er overigens niet wijzer van geworden. Lennon ging zijn project met Spector om andere redenen aan. De plaat, met de werktitel Oldies but Mouldies, moest de vereffening worden van een plagiaatskwestie rond het Beatlesnummer Come Together. Daarvoor had Lennon een aantal zinnen geleend uit Chuck Berry's You Can't Catch Me, waarvan de niet al te frisse Amerikaanse zakenman Morris Levy destijds de rechten bezat. Als tegenprestatie zou John drie nummers uit Levy's catalogus opnemen op een te verschijnen rock 'n' roll-album. Dan was dat ook maar weer rechtgezet. So far, so good. Op naar de studio.


Lennon en Spector tijdens de Imagine-sessies


Whiskey en kogels
Terwijl in oktober 1973 de warme Californische herfstzon John Lennons Lost Weekend bescheen, stapte de ex-Beatle met zijn vriendin May Pang de drempel van de A&M Studio's in Hollywood over. Hij had Phil Spector de volledige regie over zijn nieuwe project gegeven en de kleine, excentrieke Amerikaan startte op zijn gebruikelijke wijze met het produceren van de plaat. Daarbij haalde hij grote hoeveelheden muzikanten de studio in, onder wie ook leden van zijn vaste Wrecking Crew. Het had wat moois kunnen worden, maar het project ontaardde in chaos. Drank en geweld waren de belangrijkste oorzaken. Op een zekere dag schoot Spector, die regelmatig in een karate- of chirurgentenue in de studio arriveerde, met zijn revolver geagiteerd een paar kogels in het plafond. Daarmee intimideerde hij Lennon nauwelijks ("Denk aan m'n oren Phil, die heb ik nog nodig."). Toen er een volledige fles whiskey over de mixtafel omviel, vond de directie van de studio's het welletjes. Het stel kon vertrekken. Later zou May Pang haar ervaringen met de ruzies en bizarre vechtpartijen tussen Spector en Lennon publiceren in haar boek Loving John: The Untold Story.

John Lennon en May Pang


Een auto-ongeluk en 700 hechtingen
Als Lennon zelf geen kater van de drank had gehad, kwam de koppijn wel van de ontdekking dat hij zijn mastertapes kwijt was. John wist niet dat Phil iedere avond zorgvuldig de tapes met de reeds opgenomen tracks mee naar huis nam. Toen de sessies plotseling geëindigd waren en Spector van de radar raakte, was Lennon zijn werk kwijt. Het raadselachtige telefoontje dat hij na enkele maanden kreeg, bevestigde zijn vermoeden dat Spector de tapes in zijn bezit had. Voordat Lennon Spector had weten te traceren, raakte de producer eind maart 1974 betrokken bij een zeer ernstig autogeluk dat hij ternauwernood overleefde. Phil lag met 700 hechtingen in zijn hoofd een tijd in coma. Terwijl Spector uiteindelijk, ontwaakt en wel, aan zijn herstel werkte, was Lennon inmiddels met Pang terug naar New York verhuisd. Om met een schone lei aan een nieuw album met eigen materiaal te beginnen.


Morris Levy


Lennon vertrok naar Levy's buitenhuis in Upstate New York
Ondertussen was het Capitol-man Al Coury gelukt om namens Lennon de Rock 'n' Roll-tapes bij Phil Spector weg te halen. Een lichtpuntje, maar voor John was het momentum voorbij. Hij was in zijn hoofd alweer tien stappen verder, druk met zijn nieuwe plaat Walls & Bridges. Lennon legde de tapes terzijde. Daarmee had hij nog steeds zijn belofte aan Morris Levy niet ingelost. Gelukkig waren de twee on speaking terms, was Levy vatbaar voor Lennons uitleg over het rampzalig verlopen project en liet hij John zijn buitenhuis gebruiken om opnieuw de repetities voor het Rock 'n' Roll-album aan te zwengelen. Met zijn Walls & Bridges-muzikanten in z'n kielzog streek John neer in Levy's stulpje in Upstate New York en sloeg hij opnieuw aan het repeteren. In oktober 1974, een jaar na de aanvankelijke start van zijn project met Spector, hervatte Lennon in de New York Record Plant East Studio's de opnamen van het rampenalbum. Uiteindelijk leek alles op zijn pootjes terecht te komen.


Het bedrog van Morris Levy
Te vroeg juichen is nooit verstandig. Dat ondervond ook John. Hij zette de plaat in elkaar en gaf Morris Levy alvast de ruwe mixen mee. Als bewijs dat het album er nu écht zou komen. Dat had hij beter niet kunnen doen. Levy nam de binnenbocht en bracht de plaat zelf uit, onder de titel Roots: John Lennon Sings The Great Rock 'n' Roll Hits. De schurk zette daarna zijn rechtzaak tegen Lennon, EMI en Capitol voort. John zou zijn afspraken niet op tijd zijn nagekomen. Uiteindelijk won Lennon de zaak. Dat was overigens pas na het verschijnen van zijn echte en eigen Rock 'n' Roll-album. De releasedatum werd vervroegd van april naar februari 1975, zodat de plaat nog op kon boksen tegen Levy's release.




Gestorven in gevangenschap
Uiteindelijk stonden op Lennons Rock 'n' Roll-album nog vier nummers waar de onfortuinlijke Phil Spector als arrangeur en producer bij betrokken was: You Can't Catch Me, Sweet Little Sixteen, Bony Moronie en Just Because. Direct herkenbaar aan Spectors grootse aanpak in arrangementen, de grote hoeveelheid betrokken muzikanten en zijn gebruik van de studiotechniek. John Lennon en Phil Spector zouden nooit meer samenwerken. Spectors gewelddadige levensloop leidde uiteindelijk in 2003 tot de moord op actrice Lana Clarkson, waarvoor hij in de gevangenis belandde. Als dader, maar feitelijk ook als slachtoffer van zijn problematische jeugd en bipolaire aandoening. De laatste zes jaar van zijn leven was hij niet meer in staat om te praten, door tumoren in zijn keel. Hij stierf op 16 januari 2021 in een gevangenisziekenhuis in Californië aan de complicaties van COVID-19. Phil Spector wordt beschouwd als één van de grootste en meest baanbrekende producers van de twintigste eeuw. Hij is 81 jaar geworden.



zaterdag 16 januari 2021

Hoe Another Girl door Paul McCartney in een Tunesische badkamer het levenslicht zag

Inspiratie komt vaak op de meest bijzondere plekken. Bij Paul McCartney was dat begin februari 1965 in een badkamer in Tunesië. Genietend van de goede akoestiek schreef hij er het nummer Another Girl, dat we later dat jaar terug zouden vinden op het album Help! En in de gelijknamige film die The Beatles zouden gaan nemen. Maar wat deed McCartney in een Tunesische badkamer en wat gebeurde er verder die periode in de levens van de Fab Four?



Bijkomen van een reeks kerstshows
In de laatste week van januari 1965 en de eerste twee weken van februari hielden The Beatles een soort verlate kerstvakantie. Die was er rond de kerstdagen en jaarwisseling bij ingeschoten vanwege contractuele verplichtingen. Brian Epstein had zijn jongens van 24 december tot en met 16 januari laten vastleggen voor een reeks kertshows in het Londense Hammersmith Odeon Theatre. Onder de noemer Another Beatles Christmas Show trad de band tweemaal op één avond op, in een lange reeks van data. Na een aantal gastoptredens van comedians en andere acts, sloten The Beatles deze avonden af met een set van 11 nummers. Zelf verschenen ze eerder die avond ook in twee humoristische acts. Hoe zou dat gevoeld hebben, avond aan avond, een maand lang? Ik kan me voorstellen dat een mens daarna een keer aan vakantie toe is of tenmninste andere plannen maakt.


Uit het programmaboekje van de kerstshow

John ging skiën, Ringo ging trouwen
Zo vlogen John en Cynthia Lennon samen met George Martin en zijn aanstaande vrouw Judy naar het Zwitserse St. Moritz voor een skivakantie. Die verliep trouwens niet helemaal zonder kleerscheuren. Ringo Starr had hele andere zaken aan zijn hoofd. Zijn 18-jarige vriendin Maureen Cox, met wie hij al enkele jaren omging, bleek zwanger. En als een echte Northern Boy wilde Ringo zijn plicht vervullen door met haar te trouwen. De bruiloft werd razendsnel gearrangeerd door Brian Epstein. Waarschijnlijk ook met het oog op verdere verplichtingen die maand. In de vroege ochtend van 11 februari 1965 bezegelden Ritch en Mo, zoals Ringo en Maureen in de inner circle genoemd werden, hun huwelijk in het Londense Caxton Hall Register Office. John en Cynthia stonden met bruinverbrande gezichten op de huwelijksfoto. Naast een breed lachende George Harrison, die op de fiets arriveerde.




Paul was lost in translation
In de Tunesische badplaats Hammamet probeerde Paul McCartney die middag te verstaan wat een Tunesische telefoonoperator hem door wilde geven. Brian Epstein had hem die dag een telegram gestuurd met de tekst: RICH WED EARLY THIS MORNING. Maar Paul kon het slechte Engelse accent van de Tunesiër niet verstaan en zal waarschijnlijk zijn schouders hebben opgehaald. Toen hij later de krantenkoppen zag, begreep hij balend dat hij de plotselinge bruiloft van Ringo en Maureen gemist had. Samen met zijn verloofde Jane Asher was Paul op 4 februari naar Tunesië gevlogen, voor een tiendaagse vakantie in de Noord-Afrikaanse zon.



Russische delegatie
Het stel mocht kostenloos verblijven in een villa van de Britse ambassade. Het luxe huis lag op een onopvallende plek in de plaats Hammamet en was goed beveiligd. De villa was daarmee een ideale uitvalsbasis voor Paul en Jane om de kust ten zuiden van Tunis te ontdekken. Anoniem voor de pers. Toch pakte het verblijf wat minder prettig uit dan Paul en Jane verwacht hadden. In zijn biografie Many Years From Now vertelde Paul aan schrijver Barry Miles dat de officiële ontvangsten in de ambassade-villa tijdens hun verblijf gewoon doorgingen. Zat hij net met een kop thee op de bank, kwam er een Russische delegatie binnen voor een rondleiding. "This is one of our cultural guests," klonk het vervolgens, terwijl Paul netjes ging opzitten en antwoordde met een obligaat "Oh hello, how are you?"


Amfitheater
Bijzonder was de villa wel. Op het terrein bevond zich een klein amfitheater, waar één van de weinige foto's van Paul en Jane tijdens hun vakantie werden gemaakt. Ik besloot via Google Maps eens te kijken of ik het theater in Hammamet nog kon traceren en stuitte op onderstaande foto van een klein amfitheater dat inderdaad in het oude gedeelte van de kustplaats ligt. In vervallen toestand. Zou dat de plek zijn waar Paul en Jane in februari 1965 werden gefotografeerd? Hoe dan ook, het was de luxe badkamer met verzonken bad, waar Paul tussen de officiële bezoekjes van delegaties de rust en inspiratie vond om nog een nummer te schrijven. Dat werd Another Girl.



Tunesische compositie
Op 14 februari vlogen Paul en Jane terug naar Londen. Ook Ringo en Maureen waren weer 'in town' na hun driedaagse huwelijksreis in Hove (Sussex), waar het stel mocht verblijven in de villa van David Jacobs. Een zakelijke relatie van Brian Epstein, die zich in juridische zin met het groeiende Beatlesimperium bezighield. Veel tijd om de koffers uit te pakken was er niet. Een dag later werden The Fab Four in Studio 2 aan Abbey Road verwacht. Voor de start van de opnames van hun volgende album Help! Daar kon Paul direct zijn nieuwe Tunesische compositie laten horen. George Martin hinkte ondertussen wat ongemakkelijk rond in de studio. Gebroken voet bij het skiën.


zaterdag 9 januari 2021

Bij het overlijden van Gerry Marsden en over zijn relatie met The Beatles

Afgelopen week overleed Gerry Marsden op 78-jarige leeftijd. Op 3 januari 2021 om precies te zijn. Gerry was al jaren hartpatiënt en recente complicaties werden hem fataal. Als inwoner van Liverpool en zanger van The Pacemakers, hoe ironisch die bandnaam nu ineens ook mag klinken, was zijn levensverhaal en carrière verbonden met The Beatles. Dat bleek ook afgelopen week uit de vele reacties die zijn verscheiden losmaakte in Beatlesland. Graag besteed ik deze week aandacht aan de aimabele zanger met zijn karakteristieke stem. En natuurlijk aan zijn relatie met The Beatles.



De hoge en heldere tenor
In 2015 was ik voor het eerst in Liverpool om de stad te zien en te voelen. Het moment dat me altijd bijbleef, was de overtocht met de ferry over de Mersey. Het was een grijze, mistige novemberdag. Koud ook. Toch moest dat tochtje écht gemaakt worden. Niet alleen vanwege het zicht op de skyline van Liverpool, maar vooral vanwege de romantiek. In Liverpool weet men wel hoe je toeristen vol in het hart kunt raken. Kort na vertrek van de ferry, nog geen twintig meter verwijderd van de kade, klonk Gerry's stem uit de luidsprekers van de ferry. Ik hoorde het ontroerende "Ferry Cross The Mersey". Marsdens hoge en heldere tenor schalde over het water, terwijl ik het Royal Liver Building achter me langzaam kleiner zag worden. Geen mens houdt het droog bij zo'n ervaring. Ook ik niet. Deze week hing de vlag half stok op de ferry.


Van Toxteth naar de Wirral
Gerry Marsden maakte zelf zijn oversteek definitief. Hij werd op 24 september 1942, enkele maanden later dan Paul McCartney, geboren in de ruige Liverpoolse wijk Toxteth, maar stierf aan de overzijde van de Mersey, in de zogeheten Wirral Area. De plek waar veelal de beter gesitueerden neerstrijken. Waar The Beatles medio 1963 Liverpool voor Londen verruilden, bleef Gerry vooral een man van zijn geboortestad. Of hij er zijn hele leven woonde, kon ik niet achterhalen. Wel was en bleef zijn band met Liverpool sterk. Net als die van leeftijdgenoot Paul McCartney. 


In de voetsporen van The Beatles
De paden van The Beatles en Gerry and the Pacemakers kruisten elkaar vele malen. Beide groepen maakten in hun prille bestaan een soortgelijke ontwikkeling door en wedijverden aanvankelijk als 'vriendelijke rivalen' en ambassadeurs van de Mersey Beat om de hoogste posities in de hitlijsten. Gerry richtte zijn band samen met broer Fred op. De bandnaam Gerry and the Mars Bars werd op last van snoepfabrikant Mars veranderd. Zo ontstonden The Pacemakers. Beatlesmanager Brian Epstein zag het talent dat Marsden in huis had en voegde de zanger en zijn band na The Beatles, als tweede act, aan zijn management toe. Ook George Martin wilde met Gerry and the Pacemakers werken en schoof de door The Beatles afgekeurde single How Do You Do It naar de muzikanten door. Het resultaat? Een nummer 1-hit in april 1963, gevolgd door het succes van I Like It, You'll Never Walk Alone (uit de Rodgers and Hammerstein-musical Carousel) en het door Marsden zelf geschreven Don't Let The Sun Catch You Crying.

Brian Epstein en Gerry Marsden


Samen met The Beatles op één podium

Veel eerder waren Gerry en zijn band de (pré)Beatles elkaar volop tegengekomen in Hamburg, waar ze in dezelfde clubs speelden. Beide bands deelden zelfs ooit het podium van de Litherland Townhall in Liverpool. Dat was op 19 oktober 1961. Omdat The Beatles en The Pacemakers die avond na elkaar zouden optreden, werd in een opwelling besloten de groepen te fuseren. Als The Beatmakers stond er die avond een (naar de maatstaven van die tijd) superband op het podium, waarbij Paul McCartney nog slaggitaar speelde en John Lennon aan de piano plaatsnam. Drummers Pete Best en Freddy Marsden bespeelden samen één drumkit. Je had er bij willen zijn.



Latere projecten
Net als The Beatles stond ook Gerry met zijn Pacemakers in 1964 in de Ed Sullivan Show, al was het enkele maanden later, in mei. Marsden viel dezelfde verbazing ten deel als zijn voorgangers, want zei daarover: "We were wined and dined and treated like royalty and we were just four scallies from Toxteth." Na enkele zeer succesvolle jaren, waarbij The Pacemakers wereldwijd tourden, viel de band in 1966 uiteen. Ongeveer tegelijkertijd met het afnemen van de populariteit van de Mersey Sound. Waar The Beatles zich op een niet te evenaren wijze wisten te vernieuwen, verlegde Gerry zijn blik naar de wereld van televisie en theater. Later tourde hij met de opnieuw gevormde Pacemakers (waarin niet alle originele leden speelden) en bracht hij in 1989 zijn single Ferry Cross The Mersey na de Hillsboroughramp in het stadion van Sheffield opnieuw uit. Daarop was ook Paul McCartney te horen. Met een recente release van You'll Never Walk Alone wilde Gerry het Britse zorgpersoneel in de coronacrisis een hart onder de riem steken.



De Stem van Liverpool
Paul McCartney, Ringo Starr en Yoko Ono deelden afgelopen week hun herinneringen en condoleances rond het overlijden van Gerry Marsden. Zo schreef McCartney: 

Gerry was a mate from our early days in Liverpool. He and his group were our biggest rivals on the local scene. His unforgettable performances of 'You’ll Never Walk Alone' and 'Ferry Cross the Mersey' remain in many people’s hearts as reminders of a joyful time in British music. My sympathies go to his wife Pauline and family. See ya, Gerry. I’ll always remember you with a smile. - Paul.

Het meest veelzeggend vond ik dit filmpje waarin Gerry met de Liverpoolse voetbalfans uit volle borst het tot clublied verworden You'll Never Walk Alone zingt. Het werd het lied dat Gerry rechtstreeks ieders hart in zong en dat hem tot de Stem van Liverpool maakte. Die stem blijft ongetwijfeld over de Mersey schallen. Voor altijd.




Gerry Cross The Mersey

zaterdag 2 januari 2021

Hoe The Quarry Men op Nieuwjaarsdag 1959 een personeelsfeest verprutsten

Gelukkig nieuwjaar, lieve lezers! Let's hope it's a good one, without any fear. Dat kunnen we wel gebruiken na het onstuimige begin van deze Roaring Twenties. Op dit soort dagen vraag ik me af: wat deden onze jongens op een willekeurige nieuwjaarsdag? Daarbij kwam ik uit in het jaar 1959. The Beatles, of beter gezegd, The Quarry Men begonnen hun jaar, hoe kon het ook anders, met muziek. Op 1 januari 1959 waren de jongens geboekt in Wilson Hall voor een optreden tijdens een personeelsfeest. Die avond liep wat anders dan gewenst. "Een leermoment," zou George Harrison daar later over zeggen.


Een verlaat kerstfeest van de personeelsvereniging
Wilson Hall stond niet bepaald bekend als een rustige uitgaansplek. De accommodatie lag in Zuid-Liverpool, in het district Garston, waartoe ook de wijk Speke behoorde. Dicht bij het tegenwoordige John Lennon Airport. Dit is het gebied waar George Harrison een deel van zijn jeugdjaren doorbracht. The Quarry Men hadden hun nieuwjaarsoptreden dan ook aan hun jongste bandlid te danken. De jongens mochten optreden tijdens een verlaat kerstfeestje van de personeelsvereniging van het Speke Bus Depot. Dat was het bedrijf waar Harry Harrison, de vader van George, als buschauffeur voor werkte. Harry was zelfs de voorzitter van deze Speke Bus Depot Social Club. Het feestje was bedoeld voor de gezinnen van zijn collega's.



George Harrison keek vanuit het publiek toe
Niets aan de hand die avond dus, op een personeelsfeest met een besloten karakter. Dat was wel anders tijdens de eerste optredens van The Quarry Men in diezelfde Wilson Hall. Op 7 november 1957 speelde de band er voor het eerst, gevolgd door een optreden op 6 februari in 1958. George Harrison, die nog vijftien moest worden, zag The Quarry Men die avond vermoedelijk vanuit het publiek optreden, al kende hij de band inmiddels al wel. Een maand later werd hij met John en Paul gefotografeerd door Pauls broer Mike McCartney tijdens de bruiloft van Pauls neef. Een nieuwe foto van de jonge Beatles, die onlangs uitlekte, als voorbode van het nieuwe fotoboek dat Mike uitbrengt.

8 maart 1958

Charlie Mac en zijn Rhythm Nights
De eerste optredens van The Quarry Men in Wilson Hall vonden plaats op de reguliere Rhythm Nights die concerpromotor Charlie McBain ("zeg maar Charlie Mac") op donderdagavonden organiseerde. Op die openbare avonden was Wilson Hall het toneel van Teddy Boys en bendeleden uit Garston en de even beruchte Dingle. Ze kwamen er niet alleen om te dansen en achter de meiden aan te gaan, maar ook om met elkaar op de vuist te gaan. Daarbij werd ook wel eens mes getrokken. 


De Wilson Hall anno 2017:
de tapijt-gigant

Lennie, Macca en Hazza
Maar niet op nieuwjaarsdag 1959 dus, toen George Harrison inmiddels zelf was toegetreden tot de band van John Lennon, en zijn maatje Paul McCartney en er gespeeld werd voor een keurig publiek. Tussen de jongens was een hechte vriendschap ontstaan. Zij hielden zich niet zozeer bezig met wat de bendes in Liverpool uitvraten, maar noemden elkaar Lennie, Macca en Hazza en vermaakten zich met bioscoopbezoek, afspraakjes met meisjes, gitaarspelen en lol trappen. Tijdens bezoekjes aan de verschillende huisfeesten in de stad ("Bring your own records with you") vertrokken de drie vaak voortijdig via de achterdeur met een aantal achterovergedrukte singles. "We hadden geen geld en zo breidden we onze muziekcollectie uit," vertelde Paul McCartney daar later over.


Het doek viel niet meer
Voor drummer Colin Hanton was het op die nieuwjaarsdag in 1959 zijn laatste optreden bij The Quarry Men. In Shout! beschrijft Philip Norman hoe Hanton vol goede moed aan zijn optreden met de band begon. De jongens waren verguld dat ze op een echt podium mochten optreden en maakten grappen over George's vader ("Where's his bus?"). Halverwege de avond bleef het doek op het toneel, dat aanvankelijk opgetrokken en neergelaten kon worden, defect hangen. Omdat het niet meer dicht kon, speelden The Quarry Men een extra nummer in hun eerste set, waarbij ze het enthousiaste applaus van de buschauffeurs en hun families in ontvangst namen.


Harold (Harry) Harrison


Vijf biertjes in een half uur
Tijdens de pauze kantelde de avond. De jonge bandleden mochten een gratis biertje bij de bar gaan halen, maar grepen hun kans en sloegen in een half uur tijd zo'n vijf glazen bier achterover. Strompelend betraden The Quarry Men het podium opnieuw, voor het spelen van hun tweede set. Beschaamd stond Harry Harrison toe te kijken hoe de band van zijn zoon zich dronken door nummers als To Know Her Is To Love Her (The Teddy Bears) en I Got Stung (Elvis Presley) ploeterde. In nuchtere toestand had het vast beter geklonken, want juist op dat Elvis-nummer hadden Lennie, Macca en Hazza hun goede zangstemmen in het driestemmig zingen geoefend, daarbij geholpen door Pauls muzikale vader. Waren ze van het bier afgebleven, dan had de boeker van The Pavillion-bioscoop, die nieuwsgierig naar een mogelijke nieuwe act kwam kijken, vast niet hoofdschuddend de zaal verlaten.


Colin stapte uit
Die teleurstelling zorgde bij de hoopvolle bandleden voor onderlinge discussie en ruzie, 's avonds in de bus op weg naar huis. Colin Hanton had het wel gehad met The Quarry Men en dacht: "Ik heb er genoeg van. Ik kap er mee." Zodoende stapte hij, met drumstel en al, voortijdig uit. Achteraf bezien een symbolisch moment in zijn leven. Maar hoe had Hanton kunnen vermoeden wat de toekomst in petto had? Je vraagt je af hoe zo'n jongen destijds thuis is gekomen.

zaterdag 26 december 2020

Wat de kerstsingles van The Beatles ons tussen de regels door vertellen

Tussen 1963 en 1969 brachten The Beatles ieder jaar een kerstsingle uit. Zeven stuks verschenen er, bestemd voor de leden van hun officiële fanclubs in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. De Amerikaanse fans kregen er trouwens niet elk jaar eentje. Hoe dan ook, de kerstsingles waren een exclusieve vorm van klantenbinding voor de trouwe fans, in een tijd waarin de mogelijkheden nog beperkt waren. Het concept van een videoboodschap via social media-kanalen zou in die tijd hebben geklonken als pure science fiction. Misschien wel als een hersenspinsel van hun inner circle-fantast Magic Alex. De kerststingles van The Beatles zijn interessant. Omdat ze ons tussen de regels door iets vertellen.




Geïnspireerd op The Goon Show
Op het maken van compleet kerstalbum hebben we The Beatles nooit kunnen betrappen. Ze waren niet de band van de platgetreden paden. Hoewel de kersttraditie tot de dag van vandaag een zeer prominente plek in de Engelse cultuur inneemt, lieten The Fab Four zich niet verleiden tot een plaat met kerstcovers. In tegenstelling tot The Beach Boys, Elvis Presley, Stevie Wonder, The Supremes en vele andere tijdgenoten. The Beatles deden het anders. En eigenlijk op een manier die met hun eigen traditie en voorliefde voor comedy te maken had. Zo waren ze zelf fervente luisteraars van The Goon Show, die in de jaren vijftig op de Britse radio te horen was. 




Een flexidisc die in december op de mat lag
De kerstsingles van The Beatles bevatten dan ook een vergelijkbare mix van gesproken boodschappen, spontaan gezang en, naarmate de jaren vorderden, collages van geluidseffecten en surrealistische verhaallijnen. De kerstboodschap werd ieder jaar op een dunne en lichte flexidisc tussen 6 en 20 december meegestuurd met de post. Het schijfje was minder gevoelig om te breken dan een gewone single. De kerstboodschappen hadden een lengte die varieerde van een minuut of vier (1964) tot bijna acht minuten (1968). Waar The Beatles tot en met 1965 nog met hun portret of op een gezamenlijke bandfoto de hoes sierden, bevatten de singles vanaf 1966 een collage, tekening of een neutrale kerstfoto als artwork. Het uiterlijk van de singles veranderde, maar ook de inhoud van de kerstboodschap. Een ontwikkeling die parallel leek te lopen aan hoe The Beatles zelf als band veranderden.




Een strak geregisseerde start
Het was Tony Barrow die, als PR-man voor The Beatles werd ingehuurd door Brian Epstein om de teksten voor de eerste drie kerstsingles te schrijven. Al werd er genoeg gegeind met en rond de gescripte teksten van Barrow, er was een soort van plan. Epstein zag er niet alleen op toe dat zijn band zich publiekelijk in onberispelijke tenues presenteerde. Ook de kerstboodschap werd strak geregisseerd, al saboteerden The Beatles die regie direct, staand rond een microfoon in EMI Studio nummer 2, op 17 oktober 1963. Vanaf 1965 bemoeiden The Beatles zich zelf met hun teksten en verdween Barrow naar de achtergrond. 

Brian Epstein en Tony Barrow


Vermoeid en verveeld
Dat was ook het jaar waarin de klad er een beetje in kwam qua enthousiasme. De kerstplaten uit '63 en '64 lieten vier vrolijke en baldadige jongens horen. In 1965 klonken de Beatlesstemmen mat en stukgezongen. Het moordende tempo waarin Brian Epstein zijn Fab Four liet opnemen, touren en filmen, eiste zijn tol. Op de kerststingle van 1965 was dan ook een doodvermoeide band te horen, die zich zuchtend, plichtmatig en haast wat cynisch door de kerstboodschap heen worstelde. De kerstboodschap van 1966 werd tijdens de sessies voor Strawberry Fields Forever opgenomen en de single uit 1967 bevat fragmenten van de enige kerstplaat die The Beatles ooit maakten, het slepende Christmastime (Is Here Again). Dat nummer bestond eigenlijk maar uit vier regels, die steeds herhaald werden. Het werd jaren later, tijdens het Anthology-project, uitgebracht als B-kantje van de Free As A Bird-single.




Uiteindelijk verscheen toch de box met kerstsingles
De laatste twee kerstsingles, uit 1968 en 1969 waren geen gemeenschappelijk project meer. Ze bestonden uit knotsgekke collages, samengesteld uit losse opnames en fragmenten van de laatste Beatlesalbums. Ook Yoko speelde een prominente rol. Eind 1970, toen The Beatles al lang en breed uit elkaar waren, verscheen dan nog een compilatie-album met de kerstsingles van alle voorgaande jaren. Outtakes en ongebruikte fragmenten vonden aansluitend hun weg naar de fans via bootlegs, of als bonusmateriaal in het LOVE- en Rockband-project. Uiteindelijk verscheen in 2017 een aantrekkelijk boxje met alle kerstsingles en een bijbehorend boekwerkje. Leuk voor onder de kerstboom natuurlijk. Wie kocht 'm destijds?




Welke is favoriet?
De kerstsingles van The Beatles, ze blijven een grappig en interessant fenomeen. Ze laten ons een band horen waarvan het jeugdig enthousiasme, via cynische vermoeidheid, uiteindelijke strandde in vervreemdende chaos. Zo'n beetje de weg die The Beatles zelf aflegden. Toch luisterde ik deze week met een glimlach naar die knotsgekke kerstsingles en selecteerde ik twee favorieten: die uit 1963 en uit 1968. Welke kerstsingle doet jullie glimlachen? 

Merry Crimble, Beatle People 
and a Very New Year.

vrijdag 18 december 2020

McCartney III is uit: het lockdown-album waarmee Paul McCartney zich een homo ludens pur sang toont

Stel je voor. Je vader, oom, opa, of buurman loopt al aardig tegen de 80. Een jaar of 78 is hij. Tijdens de lockdown zit hij elke dag in zijn muziekstudio om daar wat te rommelen en experimenteren met z'n gitaren, bassen, een drumstel en z'n oude en nieuwe toetseninstrumenten. Bij het diner laat hij je op zijn smartphone horen wat hij die dag in elkaar geknutseld heeft. Het overkwam Mary McCartney het afgelopen halfjaar, toen ze met haar gezin én haar vader in coronatijd op het familielandgoed in het Engelse Sussex verbleef. Onder haar neus maakte papa Paul het beste van de lockdown en draaide hij praktisch in z'n eentje een nieuw album in elkaar.



Onverwoestbaar arbeidsethos
Vandaag verschijnt het, met de titel McCartney III. Daarmee wordt de plaat de vermoedelijke hekkensluiter van een serie albums die Paul de afgelopen jaren in zijn eentje opnam. Los van zijn werk met Wings en los van de platen die hij in klein comité of in groter verband in elkaar zette. Met McCartney (I) maakte Paul zich in 1970 los van The Beatles, met McCartney II (1980) luidde hij de jaren '80 in. Een decennium dat hem, zeker in de eerste helft, zwaar op de maag zou liggen, met zijn Japanse gevangenschap, het overlijden van John Lennon en het gigantisch geflopte filmproject Give My Regards To Broad Street. Toch ging McCartney door, met een onverwoestbaar arbeidsethos en schijnbaar onuitputtelijke bron van creativiteit.



Deep Deep Feeling als meest bijzondere bijdrage aan McCartney III
Nu is er McCartney III, vormvast uitgebracht aan het begin van weer een nieuwe decennium, dat trouwens ook niet al te florissant begonnen is. Opnieuw een plaat vol huisvlijt, experimenteerdrift en vooral met een flinke dosis speelsheid. En juist dan, wanneer Paul de teugels van de perfectie wat laat vieren, maakt hij zijn meest interessante werk. Zo ook op McCartney III, waarop hij de luisteraar losjes meevoert langs mooie, kleine akoestische liedjes (The Kiss Of Venus, When Winter Comes), ambachtelijke, aanstekelijke popsongs (Find My Way, Women and Wives, Seize The Day), verrassende rockers (Lavatory Lil, Slidin') en ronduit originele en atypische McCartney-songs. Zo leunt Deep Down tegen de R&B en is Deep Deep Feeling toch wel zijn meest bijzondere bijdrage aan de plaat. Een lang, spannend en experimenteel nummer waarop McCartney zich een homo ludens pur sang toont. 



Klinkend als de klassieker die je al jaren kende
Is er ook nog wat op aan te merken? Misschien alleen dat Macca's marketingteam de plaat in een ontelbaar aantal verschillende edities uitbrengt, variërend in artwork, bonustracks en oplages. Dat hoeft voor mij niet zo, al wens ik de verzamelaars er veel plezier mee. Het openingsnummer (Long Tailed Winter Bird), waarvan het thema aan het eind van de plaat ook weer even terugkomt, vind ik een lege huls en een wat zwakke schakel. Maar dat is dan ook alles. Bij het wegsterven van de laatste klanken van hekkensluiter When Winter Comes, dat nu al klinkt als de klassieker die je al jaren kende, denk je toch: verdorie, hij flikt het weer.


Verder kijken en luisteren:

Singer-songwriter en groot McCartney-liefhebber Bertolf was afgelopen week te gast in Met Het Oog Op Morgen. Hij vertelde daar over McCartney III en speelde het wonderschone 'Junk' van het album McCartney (I), zittend op de bank. Wanneer je de link aanklikt en scrollt tot je het filmpje ziet, kun je het optreden en gesprek bekijken. Aanrader.

zaterdag 12 december 2020

Over Nutopia en Nixon: hoe John Lennon zijn vervolging door de Amerikaanse overheid aan de kaak stelde

Wanneer je afgelopen week naar onze podcast De Laatste Dagen Van... John Lennon luisterde, kon je in deel 4 horen hoe we John als communicator hebben willen neerzetten. Van de jongen die op zijn slaapkamer bij Aunt Mimi en Uncle George in Liverpool strips tekende en verhalen schreef in zijn schriftje The Daily Howl tot de man die de billboards in New York vol liet plakken met zijn War Is Over-boodschap. Bij het samenstellen van deze podcastaflevering, realiseerde ik me hoe goed John en Yoko in staat waren hun ideeën te verbinden met conceptuele kunst, humor én met de massamedia. Zo ook bij het concept Nutopia, waar we in aflevering 4 kort bij stilstaan. Het leek me een mooi onderwerp voor de column van vandaag. Want wat was Nutopia precies en wat wilde Lennon er mee zeggen?



Een volkslied van vier seconden stilte

Op 1 april 1973, de datum die ook in de Verenigde Staten voor April Fools Day staat, stichtten John en Yoko de staat Nutopia. Een "new utopia" als conceptueel land, waarvan je jezelf inwoner kon noemen als je de staat simpelweg erkende. Een imaginair land zonder leider of regering, een land met een onbekend aantal inwoners, die bovendien niet geregistreerd stonden. Het nieuwe utopia had een witte vlag en een volkslied dat bestond uit vier seconden stilte. Het zegel van het land liet, in de dubbele betekenis van het woord 'seal' een zeehond zien die een yin-yang globe op zijn neus liet balanceren.




Persverklaring

Een dag later stonden John en Yoko de pers te woord in de New York City Bar Association, een vrijwilligersinstelling voor zittende en toekomstige advocaten, gevestigd aan 44th Street. Daarbij lazen John en Yoko hun onderstaande verklaring voor [bekijk de video]. Vervolgens zwaaiden ze met een witte zakdoek, als symbool van de vlag, waarbij Lennon zei: "This is the flag of Nutopia. We surrender to peace and love." Daarna snoot hij zijn neus in de zakdoek

We announce the birth of a conceptual country, NUTOPIA.
Citizenship of the country can be obtained by declaration of your awareness of NUTOPIA.
NUTOPIA has no land, no boundaries, no passports, only people.
NUTOPIA has no laws other than cosmic.
All people of NUTOPIA are ambassadors of the country.
As two ambassadors of NUTOPIA, we ask for diplomatic immunity
and recognition in the United Nations of our country and its people.



Wat wilden John en Yoko zeggen met Nutopia?
Onder al die humor lag natuurlijk wel degelijk een serieuze boodschap. De Lennons zochten als ambassadeurs van het fictieve land diplomatieke immuniteit. Dat had alles te maken met de immigratieproblemen die John tijdens zijn eerste jaren als inwoner van de Verenigde Staten ondervond. Zijn vredescampagnes en anti-Nixon propaganda waren een doorn in het oog van de zittende president van de Verenigde Staten. Na de impact van Johns singles Give Peace A Chance en Happy Xmas (War Is Over) en het gerucht dat John ten tijde van een Republikeinse conventie plannen had om deel te nemen aan een muzikaal protest in San Diego, kwam de tegenaanval van de Amerikaanse overheid. Het plan ontstond om Lennon te laten deporteren.


Yoko had betere papieren dan John

De Immigration and Nutarlization Service (INS) startte in maart 1972 een uitzettingsprocedure tegen John, verwijzend naar zijn veroordeling uit 1968 voor het bezit van cannabis in Londen. In werkelijkheid werd Lennon gezien als een gevaar voor de staat en een bedreiging voor de herverkiezing van Richard Nixon. Yoko had overigens betere papieren. Door haar eerdere huwelijk met de Amerikaanse filmregisseur Tony Cox was zij in het bezit van een Resident Alien Green Card. Tegen de pers verklaarde John dat hij zich de mond niet liet snoeren, laat staan het land uit liet zetten. Toch hadden de afluisterpraktijken van de FBI, om bewijs tegen hem te verzamelen, wel impact.


Dylan en Harrison deden een goed woordje voor Lennon

Op 23 maart 1973 ontving John bevel om de VS binnen 60 dagen te verlaten. Een week later kwam hij met zijn statement over Nutopia. Niet lang daarna raakte Nixon verzeild in het Watergate-schandaal, dat uiteindelijk leidde tot zijn aftreden. Opvolger Gerald Ford was niet geïnteresseerd in verdere vervolging van Lennon. Of het uiteindelijk hielp, weten we niet, maar George Harrison bezocht Ford in december 1974 en vroeg de president en passant om af te zien van verdere vervolging van zijn oud-bandmaatje. Net als Bob Dylan trouwens, die al in 1972 een brief aan de INS schreef, met het verzoek om John en Yoko gewoon met rust te laten. Uiteindelijk kwam op 8 oktober 1975, een dag voor de geboorte van zoon Sean, een eind aan Johns juridische strijd met de overheid.


George Harrison bij Gerald Ford:
zoete broodjes bakken


Historicus Jon Wiener hield vol
In 2000 wist historicus Jon Wiener na 14 jaar procederen tegen de FBI een deel van de geheime documenten over Lennon op tafel te krijgen. Het duurde tot in 2006 om ook de laatste vertrouwelijke stukken te openbaren. Daaruit bleek dat de Lennons inderdaad nauwlettend in de gaten werden gehouden. In zijn boek Gimme Some Truth: The John Lennon FBI Files doet Wiener het resultaat van zijn zoektocht uit de doeken.


 

Green Card
In de zomer van 1976 nam John Lennon triomfantelijk zijn Green Card in ontvangst. Videobeelden en foto's laten een blije en opgeluchte inwoner van New York zien. Iemand die zijn hart en ziel aan de stad verpand had. Die weigerde zijn mond te houden en zijn waarden te verloochenen voor zijn vrijheid. Uiteindelijk werd John Lennon toch een beetje zelf een Nutopian.




Imagine there's no countries
It isn't hard to do
Nothing to kill or die for
No religion too
Imagine all the people
Living live in peace