zaterdag 22 september 2018

Hoe Nicky Hopkins een deel van het solowerk van The Beatles naar een hoger plan tilde

Nu de film Imagine in de bioscopen draait, zien we hem her en der in actie. Vooral in het bonusmateriaal na de aftiteling. En dat is genieten. Zittend aan de toetsen voorzag hij de nummers voor John Lennons gelijknamige album van haast hemelse pianoklanken. Dat deed hij ook veelvuldig voor soloprojecten van George Harrison, Ringo Starr en een enkele keer voor Paul McCartney. Tevens leverde hij een bijdrage aan The White Album. Wie is, of beter gezegd: wie was deze virtuoze pianist? Deze week staat Nicky Hopkins centraal. Aan de hand van een aantal fragmenten, laat ik je graag horen hoe hij zijn stempel op het werk van de (solo)Beatles drukte. Lees en luister mee.



Een groot talent met een zwakke gezondheid
Nicky Hopkins werd geboren op 24 februari 1944 in Perivale, niet ver ten westen van Londen. Als kind volgde hij pianolessen, tot zijn talent zo opviel dat hij een studiebeurs kreeg voor de Royal Academy of Music in Londen. Daar haakte hij echter op zijn 16e alweer af om piano en mondharmonica in diverse bluesbandjes te gaan spelen. Zijn gezondheid zat hem danig in de weg. Al sinds jonge leeftijd leed Nicky aan de Ziekte van Crohn en een operatie op 21-jarige leeftijd kostte hem bijna z'n leven. Nicky's zwakke gezondheid dwong hem om als sessiemuzikant te werken. Toetreden tot een band en daarmee uitgebreid op tournee gaan, bleek in deze periode onmogelijk voor de toetsenvirtuoos. Wel werd hij zo'n beetje de meest gevraagde sessiemuzikant in Londen en omstreken. We horen Hopkins (ook in latere jaren) terug op platen van onder andere The Easybeats, The Kinks, The Rolling Stones, The Who, Jeff Beck en Harry Nilsson.

Nicky met zijn ouders

Nicky kwam in beeld bij The Beatles
Nicky's talent bleef niet onopgemerkt bij The Beatles. Op 11 juli 1968 was hij te gast in de studio om een electrische pianosolo in te spelen, als overdub bij de snelle (single)versie van Revolution. Ook vroeg George Harrison Hopkins' assistentie bij de opname van het nummer Sour Milk Sea. Een Harrisong die uiteindelijk door Jackie Lomax op de plaat werd gezet. In de periode 1970-1975 was Hopkins vaak in de studio te vinden bij albumprojecten van zowel Lennon als Harrison als Starr. Met John Lennon werkte hij, zoals gezegd, aan het Imagine-album, een plaat waarop Hopkins' toetsenwerk prominent te horen is. Denk daarbij aan het titelnummer, maar ook aan Jealous Guy, dat volledig op het spel van Nicky Hopkins leunt. Ook op Crippled Inside en Oh Yoko speelt de toetsenist een hoofdrol met zijn smaakvolle pianospel [video's]:





Harrison en Hopkins moeten haast wel een klik gehad hebben
Tijdens het opnameproces van Imagine moeten Nicky Hopkins en George Harrison, die ook aan de plaat meewerkte, elkaar beter hebben leren kennen. Een jaar later meldde Hopkins zich namelijk bij Harrison in de studio om mee te werken aan diens album Living In The Material World. De bescheiden Hopkins en Harrison zullen vast goed persoonlijk geklikt hebben. Muzikaal deden ze dat zeker. Op Give Me Love horen we een prachtig samenspel tussen Harrisons slide-gitaar en Hopkins' pianospel. [video]



Ook Ringo wilde Nicky op zijn plaat
Tijdens de Material World-sessies moet de daar regelmatig aanwezige Ringo Starr hebben gedacht: 'Die Hopkins wil ik ook wel op mijn volgende plaat.' En zo zette Nicky op Ringo's volgende soloalbum het intro in van één van diens grootste solohits, Photograph [video]:



Uiteindelijk klopte McCartney ook aan
Tussen zijn vele sessies door wist Nicky vervolgens in de zomer van 1974 weer tijd te maken om op John Lennons Walls and Bridges mee te spelen, zelf een aantal soloalbums op te nemen en her en der toch te touren. Alleen wanneer zijn gezondheid het toeliet. Pas vele jaren later klopte uiteindelijk ook Paul McCartney ook bij Hopkins aan. Voor een bijdrage aan zijn album Flowers In The Dirt dat in 1989 verscheen. Hopkins verzorgde voor That Day Is Done het toetsenwerk.




Nicky werd slechts 50 jaar oud
Het leven van Nicky Hopkins mag kort maar zeer productief genoemd worden. Op zijn officiële website vind je een lijst met alle albums waar hij een bijdrage aan leverde. Je slaat er van achterover als je bedenkt op hoeveel grote hits zijn pianospel te horen is. Peter van Cappelle zette voor Classic Rock Mag de tien bekendste solo's die Hopkins bijdroeg aan de popmuziek op een rij. Beslist even bekijken! Op 6 september 1994 stierf de getalenteerde pianist, slechts 50 jaar oud, aan complicaties bij een ingreep die opnieuw te maken had met zijn ziekte. Op dat moment werkte hij samen met Ray Coleman aan zijn autobiografie. Het boek zou uiteindelijk, met veel omwegen, in 2010 in het Duits en in 2011 in het Engels verschijnen.




Nicky's meest ontroerende pianopartij
Ik sluit deze blog af met één van de meest ontroerende Beatles-gerelateerde pianopartijen die Nicky Hopkins speelde [video]. Wat mij betret dan. Namelijk die van John Lennons Jealous Guy. Daarover zei drummer Jim Keltner:

Nobody in the world ever played piano like Nicky Hopkins – the way he played chords. A piano is a piano, and the keys are the keys, and the chords are chords, but one individual can make that same piano sound so different from another person and Nicky embodied that whole thing, man. Nicky played like nobody else. Nicky always sounded like he was in a cloud somewhere. His playing was astonishingly beautiful. He always elevated everybody. 





zaterdag 15 september 2018

Hoe New York deze week in de ban was van The Beatles

Het was me het McCartney-weekje wel, lieve lezers ;-) Voorafgaand aan de release van zijn nieuwe album Egypt Station, verscheen Macca in de talkshow van Howard Stern en in die van Jimmy Fallon. Met laatstgenoemde tv-host nam hij een grappig filmpje op waarbij het duo onwetende talkshow-bezoekers in de lift verraste. Het leverde weer gezellige televisie op. Als klap op de vuurpijl speelde Paul voor een select publiek van 300 mensen een intieme set in New Yorks Grand Central Station. Dat was natuurlijk qua locatie geheel in lijn met het thema van zijn nieuwe plaat.




Echte blazers: dat smaakt naar meer
Paul moet vocaal duidelijk nog even op stoom komen voor zijn aankomende wereldtournee, maar het optreden bevatte een paar verrassende elementen. Zo waren er échte blazers te horen op Letting Go en Lady Madonna, werd My Valentine (heel nostalgisch klinkend) gezongen door een megafoon, speelde Paul staand tussen het publiek een (overigens wat onzekere) versie van Blackbird en haalde hij, heel ontroerend, twee gepeste meisjes het podium op om mee te dansen op zijn kersverse anti-pest-plaat Who Cares. Het gesprekje dat Paul met de meiden had, is in de volledige concertregistratie te zien, niet op de [video] hieronder:



Kreeg ik ook nog post van Paul
Met die echte blazers in het achterhoofd, besloot ik gehoor te geven aan de oproep van het McCartney PR-team om een Twitter-vraag in te sturen voor een Q&A die Paul vorige week maandag zou doen. Dus vroeg ik hem of 'ie overweegt om weer eens met echte blazers op tournee te gaan. Geloof het of niet, maar ik was die hele tweet alweer vergeten, toen ik aan alle kanten blije en verbaasde berichten kreeg of ik wel gezien had dat mijn vraag, als één van de weinige, uit die berg met tweets was getrokken en aan Sir Paul was voorgelegd. Dat had ik nog helemaal niet. Trots was ik wel. En blij met het antwoord. Laten we duimen dat Macca weer wat trompettisten, trombonisten en saxofonisten op het podium plaatst. Ik zou het geweldig vinden!




Ondertussen... bij de Lennons...
Met al die McCartney-mania zou je bijna vergeten dat er ook nog een familie Lennon is, die juist best een bijzondere week in de planning had. Want terwijl McCartney zijn tentenkamp in New York sloeg, stapte John Lennons oudste zoon Julian ook op het vliegtuig naar The Big Apple om in de Leica Gallery aan West-Broadway zijn fototentoonstelling Cycle te openen. Lennons oudste timmert al een aantal jaren aan de weg als fotograaf en exposeert over de hele wereld. Voorafgaand aan de opening sprak Julian met zijn jongere halfbroer Sean af. Uit de berichten die de broers openbaar op social media uitwisselden, blijkt dat ze blij waren elkaar te zien en dat de band tussen de twee warm is. Het samenzijn werd vastgelegd met een mooie foto en Sean bezocht aansluitend de opening van Julians expositie.

Sean en Julian deelden deze foto zelf via social media

John Lennon is Forever
Toen afgelopen vrijdagmiddag in Grand Central Station het podium voor McCartneys optreden werd opgebouwd, vond niet ver daarvandaan in Central Park een ceremonie plaats ter ere van John Lennon. Dat had alles te maken met het feit dat John Lennons hoofd vanaf deze week op een Amerikaanse postzegel prijkt. De zogenaamde Lennon Forever-postzegel is op een vel van 16 stuks te koop. Dat vel is zo vormgegeven dat het lijkt alsof het een hoes is, waaruit een single te voorschijn komt. Lennon was zelf een fervent postzegelverzamelaar. In 2016 werd zijn collectie op de World Stamp Show in New York tentoongesteld.



Bob Gruen was een huisvriend
De foto die op de Lennon-postzegel staat werd in 1974 door Bob Gruen gemaakt, in de aanloop naar het verschijnen van Johns album Walls & Bridges. Gruen raakte bevriend met de Lennons toen zij begin jaren '70 in New York neerstreken, niet ver van het appartement van de bekende fotograaf. Gruen werd een huisvriend, die onder andere getuige was van de bezoekjes die de McCartneys in de jaren '70 nog wel eens aan de Lennons brachten. 

Fotograaf Bob Gruen, uiterst rechts, tijdens de onthulling van de postzegel


Bob, Sean en Yoko aan het woord
Tijdens de ceremonie sprak Gruen vanzelfsprekend een woordje (vanaf 27:00). Als je het leuk vindt de bijeenkomst in Central Park terug te zien, is het beslist interessant om ook even de korte speech van Sean Lennon te bekijken (vanaf 31:00). Hij spreekt met trots over zijn vader en diens gevecht destijds om een Amerikaans staatsburger te mogen worden. Wanneer Sean zijn moeder naar de microfoon begeleidt, wordt duidelijk hoe oud en broos Yoko inmiddels geworden is. De inmiddels 85-jarige Ono begint mentaal overduidelijk af te takelen, als ze in een wat warrig relaas ook nog even over Hitler begint. Aandoenlijk is het toch ook om haar John Lennon is Forever te horen zeggen. Na enkele minuten maakt Sean, die diezelfde avond aanwezig was bij het concert van Uncle Paul, subtiel een einde aan haar optreden. Misschien maar beter ook. [video]



Ringo kroop in bed met Yoko
Alsof het allemaal nog niet genoeg was in New York deze week, dook Ringo ook ineens op. Niet alleen om een concert te geven in de Radio City Music Hall, maar ook om samen met Yoko aandacht te vragen voor de zogenaamde Lennon Bus. De John Lennon Educational Tour Bus, zoals het voertuig officieel heet, rijdt het hele jaar door de VS en Canada om studenten de kans te geven professionele muziek- en beeldopnames te maken en hun gedachten over wereldvrede te delen. Eens per jaar keert de bus terug naar New York. Dat was dit jaar blijkbaar reden voor een feestje:

Yoko Ono, Ringo Starr en acteur Jeff Bridges doen
nog even een bed-innetje.

De Imagine-film en -box komen er aan
Voor de Lennon-fans valt er trouwens heel wat te snoepen dit najaar. De heruitgebrachte originele jaren '70-versie van de Imagine-film gaat vanaf komende week in een aantal bioscopen draaien. Ik ga aanstaande maandagavond in Deventer naar het Filmhuis en ben erg benieuwd naar het resultaat van de gerestaureerde film. Ik verheug me er op om de prachtige muziek van het Imagine-album helemaal om me heen te horen in de filmhuiszaal. Verder verschijnt er binnenkort een werkelijk prachtige luxe albumbox van Imagine met veel onuitgebrachte mixen. Als klap op de vuurpijl kondigde CBS deze week de nieuwe documentaire Imagine: above us only sky aan, die ergens dit najaar op televisie te zien is. De docu, waaraan de Lennons hun medewerking verleenden, zou bijzonder beeldmateriaal bevatten. Wat een week. Never a dull moment, strange days indeed. ;-)


vrijdag 7 september 2018

Egypt Station: waarom Paul McCartney er met zijn nieuwe album nog steeds toe doet

Stilstand is achteruitgang. Zou dat het motto van Paul McCartney zijn? Vandaag verschijnt zijn nieuwe album, met de exotische titel Egypt Station. Zijn 17e reguliere plaat sinds het uiteengaan van The Beatles. Tenminste, als je 5 klassieke albums, 7 uitstapjes in de soundtrack- en ambient-hoek, 8 live-platen en 4 officiële compilaties buiten beschouwing laat. Anders vinken we namelijk nu zijn 42e officiële release af. We waren best wel weer toe aan een nieuwe McCartney, na NEW dat in 2013 verscheen. 76 is Macca inmiddels. Waar zou hij mee op de proppen komen, vroeg me ik deze week af. Het resultaat overtrof mijn stoutste verwachtingen. Dat we dit nog mogen meemaken!




Egypt Station als imaginair vertrekpunt
Vooruitgesneld door drie zelfverzekerde singles en een aantal goede reviews (gemiddeld 4 sterren) ligt Egypt Station vandaag in de analoge en digitale schappen. Macca hint naar de conceptalbums van vroeger. We worden de plaat namelijk ingetrokken en uitgeduwd met stationsgeluiden. De gecontroleerde chaos doet een beetje denken aan het rumour waarmee Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band start. McCartney, de man die overduidelijk iets heeft met bussen en treinen, baseerde de titel van zijn nieuwe plaat op een schilderij dat hij ooit maakte. Egypt Station, een imaginaire plek van waaruit Macca de luisteraar graag mee op reis neemt langs de meest recente nummers die hij componeerde.




In ieder geval had McCartney ons allemaal aan de praat
Van de drie singles die de afgelopen weken al als voorbode verschenen, lijkt alleen de melodisch krachtige ballad I Don't Know een eerlijke afspiegeling van wat het volledige album te bieden heeft. Namelijk een geweldige luisterervaring. Het weliswaar kekke Come On To Me en uitdagende, maar vrij overgeproduceerde Fuh You vielen goed op in de media. In het eerste geval door de meezingsessie bij James Corden in de auto en in het tweede door de bijzondere titel. Eentje die, zo bleek later, uitgelegd moet worden als For You. Wat dachten we wel niet? De grap was er niet minder om en moet welhaast geïnspireerd zijn op King of Fuh van Brute Force. Destijds de 8ste single die op het Apple-label van The Beatles verscheen. In ieder geval had McCartney ons allemaal aan de praat. Sterk staaltje PR. Was 'ie altijd al goed in.




De luisteraar blijft z'n oren spitsen
Van de drie uithangborden voor Egypt Station zat de subtiliteit en beste luisterervaring dus toch wel in I Don't Know en wie zijn album met zo'n ballad durft te openen, is zeker van zijn zaak. Wat volgt mag toch wel een zeer aangename verzameling Macca-tracks genoemd worden. Want wát levert McCartney met Egypt Station een sterk album af. Van de achterwaards klinkende gitaren en soundscapes op Ceasar Rock, tot solide songwriting op Dominoes (voor mij één van de hoogtepunten van het album. Let op dat omhoog lopende baslijntje. Classic McCartney!) en Hand in Hand. Van het vernuftige Back In Brazil (dat thematisch iets doet denken aan She's Leaving Home) tot de toegift Hunt You Down/Naked/C-Link. Geen dubbelnummer hier, maar drie opeenvolgende thema's. Het speelplezier spat er van af. De luisteraar blijft z'n oren spitsen. Glimlachend horen we McCartney her en der met zijn mond weer kleine percussiegeluidjes maken. Een charmante hint naar wat we van hem gewend zijn. Zijn inventieve arrangementen houden onze aandacht vast. Bravo!



Aanklacht tegen Trump
En dan is er met Despite Repeated Warnings de overduidelijke aanklacht tegen Donald Trump. We hoeven er niet omheen te draaien, want dat doet McCartney ook niet. Niemand noemt namen, maar de tekst zegt genoeg. Paul protesteert zoals dat iemand van zijn statuur past. The captain won't be listening to what's been said - What can we do to stop this foolish man going through? - He's got his own agenda and so he'll go - How can me we stop him, grab the keys and lock him up. McCartney maakt er een mini-symfonie van 7 minuten van, waarmee hij ons telkens een nieuw muzikaal thema voorschotelt, ons als luisteraars op het puntje van onze stoel houdt. Wat zouden de rednecks in de VS hier trouwens van vinden? Of hadden die McCartney met zijn vegetarisme al lang afgezworen?



Speelsheid
De vraag of Paul McCartney's muziek er anno 2018 nog steeds toe doet, hoeft niet eens gesteld te worden. Egypt Station is een compositorisch sterk album geworden, met inventieve arrangementen, de speelsheid die ons terug doet denken aan het vroege solowerk en zelfs een vleug politiek activisme. Een popplaat die blijft boeien, is mijn voorspelling. Daarbij nemen we de soms wat geforceerde eigentijdse productietechnieken maar voor lief. De plaat had die benadering niet eens nodig. Afspelen, dat album. Op de repeat! En beluister vooral ook de interessante albumbespreking van Fab4Cast. Wát een cadeau krijgen we hier nog van Sir Paul. McCartneys trein is vertrokken en dendert in volle vaart voort. Stilstand is achteruitgang. We zijn nog lang niet van deze man af. Godzijdank.


zaterdag 1 september 2018

Dubbelnummers uit het oeuvre van Paul McCartney

Je zult het maar hebben: een talent waarmee je het ene na het andere liedje of melodietje uit je mouw schudt. Hoewel ik nooit het genoegen had om naast hem te zitten, stel ik me voor dat Paul McCartney met zijn vingers op zijn gitaarsnaren of pianotoetsen, regelmatig razendsnel moet hebben gecomponeerd. Het kan bijna niet anders als je naar zijn enorme oeuvre kijkt. Met The Beatles, met Wings en als soloartiest. In dat oeuvre vinden we bovendien een aantal bijzondere liedjes waarin McCartney iets deed dat ik Lennon, Harrison en Starr nooit heb horen doen.



Alsof de componist niet kan kiezen
Met de enorme hoeveelheid aan melodieën en thema's die bij hem opborrelden, smeedde Paul een aantal zogenaamde dubbelnummers. Officieel zijn dubbelnummers van die papiertjes die je als lot of als garderobenummer af kunt scheuren, maar in deze context gebruik ik de term om een aantal liedjes uit het oeuvre van McCartney aan te duiden die eigenlijk uit twee compleet verschillende, volwaardige nummers bestaan. Net alsof de componist niet kan kiezen, of niet het geduld had beide thema's elk tot een apart nummer uit te werken. Je zou het bijna verspilling kunnen noemen, dat McCartney wel eens twee volwaardige liedjes aan elkaar plakte. Deze week zet ik er een aantal op een rij.


Uncle Albert / Admiral Halsey (1971)
Heb je zelden zo'n grappig, aanstekelijk en tegelijkertijd wat vervreemdend McCartney-nummer gehoord? Paul zette het op zijn onvolprezen RAM-album en haalde er op 4 september 1971 de nummer 1-positie in de Amerikaanse Billboard Hot 100 mee. Het eerste gedeelte van het liedje laat zich bijna als een hoorspel beluisteren. Als een verhaal dat ondersteund wordt door een scala aan geluidseffecten. Onweer, regen, McCartney die zijn oom Albert opbelt, het getsjilp van vogels en het geluid van de branding. Daarna komt het nummer op tempo en barst het uiteindelijk los in een refrein met een zeer hoog meezinggehalte. Een liedje om een enorme zwak voor te hebben (en houden). Ik ben dan ook verzot op Uncle Albert en Admiral Halsey.




Little Lamb / Dragonfly (1971-73)
Oorspronkelijk schreef Paul dit dubbelnummer ook voor RAM. Hij nam de basis ervan ook daadwerkelijk op tijdens de sessies voor dat album, maar het liedje kwam uiteindelijk in 1973 op Red Rose Speedway terecht. Hoewel Little Lamb / Dragonfly duidelijk uit twee verschillende nummers bestaat, is er toch sprake van eenheid in de ruim 6 minuten durende track. Na een aantal coupletten in het Dragonfly-gedeelte, keert Paul namelijk weer terug naar het beginthema van Little Lamb. Het enige zwakke punt aan dit liedje vind ik dat de akoestische gitaren soms wat vals klinken. Verder zijn de melodieën en de vele gitaarloopjes werkelijk prachtig. Voor mij dus één van de pareltjes uit het oeuvre van McCartney. En ik weet dat ik niet de enige ben die dat vindt. Zo is Ramon Dorenbos, de webmaster van Beatlesfanclub.nl en Maccazine.nl ook helemaal weg van deze bij het grote publiek onbekende McCartney-track. Ik begrijp hem.




Treat Her Gently / Lonely Old People (1975)
Op het album Venus and Mars uit 1975 vinden we opnieuw een dubbelnummer. Na een kort stukje Treat Her Gently, gaat het liedje snel over naar het tweede thema. Dat gaat vrij soepel omdat het ritme gelijk blijft. Ook tekstueel blijft Paul bij hetzelfde thema: ouderdom. Ongemerkt keren we vervolgens weer terug naar Treat Her Gently. Zonder dat we er erg in hebben, walst Paul ons met Wings continu heen en weer tussen deze thema's, waarbij het laatste gedeelte van Lonely Old People qua akkoordenstructuur en melodie verreweg het interessantste stukje is. Verder mogen we het geheel rustig een niemendalletje noemen.




Winter Rose / Love Awake (1979)
Twee duidelijk op zichzelf staande liedjes, die om de één of andere reden door Paul aan elkaar werden geplakt. Geen subtiele overgang, maar elk hun eigen toonsoort en ritme, waarbij Love Awake duidelijk de sterkste structuur heeft. En een typische, makkelijk in het gehoor liggende McCartney-melodie. Heel aardig, maar ook weer niet vreselijk bijzonder.




After the Ball / Million Miles (1979)
Ook het genre van de gospel was niet veilig voor de experimenteerdrift van McCartney. Voor het album Back To The Egg schreef Paul ook nog eens twee nummers met duidelijke gospel-invloeden. Hoewel de liedjes elk prima op zichzelf hadden kunnen staan, werden ze tot een geheel gesmeed. Wellicht omdat Paul vond dat ze elk te veel herhaling in zich hadden. Maar ja, dat is vaak een kenmerk van gospels. Op Million Miles begeleidt Paul zichzelf op een concertina, een soort kleine accordeon. Naar mijn mening een heel mooi dubbelnummer, dat een unieke plek in zijn oeuvre inneemt. Goed gezongen ook. Zo hoorde u Macca nog nooit.




Good Times Coming / Feel The Sun (1986)
Op het over het algemeen als zwak beschouwde album Press To Play kwam Paul opnieuw met een samengestelde song. Wat is de inventiviteit van Uncle Albert hier ver te zoeken. Na ruim drie minuten worden we verlost van een bloedeloze, kil geproduceerde reggae, maar moeten we het doen met een al even nietszeggend deuntje over de zon. Daar ken ik echt wel betere liedjes over ;-)



McCartney strooit met thema's
Tsja, op dit lijstje valt vast het nodige aan te vullen. Want wanneer is er sprake van een dubbelnummer? Als een liedje echt een dubbele titel heeft? Of mogen we Band On The Run, dat zelfs toch wel uit drie compleet verschillende thema's bestaat ook een soort dubbel- of misschien wel triple-nummer noemen? En waar ligt de grens? In Mr. Bellamy voert McCartney thema na thema op. Alsof je naar een hele opera zit te luisteren, waarbij er muzikaal steeds weer iets nieuws opduikt. In Silly Love Songs zingt Paul over het akkoordenschema steeds nieuwe melodievarianten, die hij bovendien ook nog eens stapelt. Zijn inventiviteit is onvolprezen, daar zijn we het vast over eens. Maar hebben we hier dan ook over dubbelnummers? Welke zag ik over het hoofd? En zou Paul zich op zijn nieuwe album Egypt Station, dat we komende vrijdag mogen verwachten, ook weer aan deze tak van sport wagen? Vragen, vragen.



zaterdag 25 augustus 2018

Hoe George Harrisons All Things Must Pass pas later de erkenning kreeg die het verdiende

Het was zijn 26ste verjaardag toen George Harrison op een koude februaridag in 1969 een demo maakte voor een nieuw nummer voor The Beatles. De band had die winter eerst een week in de grote en koude Twickenham Studios gezeten. Het plan was om daar de repetities voor het nieuwe album Let It Be (dat aanvankelijk Get Back zou heten) te filmen. Net als de aanloop naar het liveconcert, dat onderdeel van de film zou worden. Het werd allemaal niets in die Twickenham Studio's en al snel verkasten de Fab Four naar een knusser onderkomen in het Apple-gebouw. Daar hing Harrison zijn gitaar om en zong hij de eerste regels van een nieuwe compositie: Sunrise doesn't last all morning....




Beslist veelbelovend
In januari al had Harrison diverse pogingen gedaan om All Things Must Pass, zijn kersverse liedje, onder de aandacht van de andere drie te brengen. Er werden wat pogingen gedaan het in te studeren. Met name de samenzang in het refrein klinkt beslist veelbelovend, al was de band duidelijk nog zoekende. Je kunt je best voorstellen hoe goed dit uiteindelijk had kunnen worden. En je vraagt je af waarom het nummer aan de kant werd geschoven: [video]



Muzikale inspiratie door The Band
George was in die tijd erg gecharmeerd van het geluid van The Band. Hij roemde het album Music From Big Pink, dat een half jaar eerder was verschenen. De sound op de plaat inspireerde George om de sitar terzijde te schuiven en zich weer op het schrijven van gitaarnummers te richten. Eind 1968 verbleef George veel in Amerika, bij Bob Dylan. In die periode jamde Harrison regelmatig met de leden van The Band, Dylans muzikale maten. 

Harrison bij Dylan thuis, eind 1968

Instructies voor John Lennon achter het orgel
In een interview in de jaren '80 vertelde George een journalist dat hij The Bands The Weight had gehoord en zodoende op het muzikale idee voor All Things Must Pass kwam. Beide nummers hebben ook wel dezelfde trage, akoestische feel. Je snapt het. George wilde trouwens zo graag dat All Things Must Pass op de sound van The Band leek, dat hij John Lennon voorstelde zijn gitaar te verwisselen voor het Lowry-orgel. Dat orgel horen we ook terug op Lucy In The Sky With Diamonds. Dus nam Lennon plaats achter de toetsen. Ik heb hier een prachtig stukje [video] waarin Harrison Lennon uitleg geeft hoe hij All Things Must Pass op het orgel moet spelen. Kijk even mee, alsof je een fly-on-the-wall bent:




De tekst kwam uit het Taoïsme
De tekstuele inspiratie voor All Things Must Pass kwam uit geheel andere hoek trouwens. Wel uit eentje die voor de hand ligt. Eind jaren '60 was George hevig geïnteresseerd geraakt in Oosterse filosofie. In 1966 publiceerde de Amerikaanse psycholoog en schrijver Timothy Leary het volgende gedicht:

All Things Pass - Lao-Tzu
All things pass
A sunrise does not last all morning
All things pass
A cloudburst does not last all day
All things pass
Nor a sunset all night
All things pass
What always changes?

Earth...sky...thunder...
mountain...water...
wind...fire...lake...

These change
And if these do not last

Do man's visions last?
Do man's illusions?

Take things as they come

All things pass

De metaforen van Het Weer
Leary was op zijn beurt geïnspireerd door de Tao Te Ching en beide bronnen raakten blijkbaar een snaar bij Harrison. Daarbij nam hij voor zijn openingscouplet bijna letterlijk de eerste strofen van Leary's gedicht over. Niets dat mooi is, blijft. Maar ook: niets dat naar is, blijft. Alles gaat voorbij, zeiden onze wijze oma's en opa's ons. Harrison gebruikte daarbij opnieuw de metaforen van Het Weer, zoals hij ook bij Here Comes The Sun deed: Sunset doesn't last all evening, A mind can blow those clouds away, After all this, my love is up and must be leaving, It's not always going to be this gray.

George en Pattie: ook dat ging voorbij


Pas later erkenning
Hoe gevoelig en filosofisch het nummer ook was, met de demo die George eind februari 1969 vastlegde, kreeg hij het niet voor elkaar om All Things Must Pass op één van de laatste twee Beatlesalbums te krijgen. Net als Let It Down en het prachtige Isn't It A Pity, ook uit die periode. Met name John Lennon was totaal niet geïnteresseerd in hetgeen Harrison te berde bracht. Ironisch genoeg werden de afgewezen nummers allemaal highlights op Harrisons eerste en zeer succesvolle soloalbum dat na het uiteengaan van The Beatles verscheen. [video]








zaterdag 18 augustus 2018

Drive My Car: van diamonds & rings, via Otis Redding naar de openingstrack van Rubber Soul

Als je het hebt over een sterk openingsnummer voor een album, dan heb je het over Drive My Car. Wie op 3 december 1965 met zijn Rubber Soul onder de arm thuiskwam van de platenzaak, de elpee uit de hoes haalde, op de draaitafel legde en de naald liet zakken, moet direct verkocht zijn geweest. De korte gitaarlick, vol soul, zal menig luisteraar rechtstreeks de groove mee hebben ingezogen. Ask a girl what she wanted to be...





Money and things, diamonds en die eeuwige rings
Het was Paul McCartney die met de structuur van Drive My Car op de proppen kwam, maar hij bleek John Lennon hard nodig te hebben om echt iets van het nummer te maken. De melodie was er, maar Paul zat nogal vast in het idee dat hij een liedje over een gouden ring wilde schrijven. You can buy me a golden ring, was de zin die in zijn hoofd rondzong. Het overkwam The Beatles wel vaker. In het voor Help! afgekeurde en nooit uitgebrachte If You've Got Trouble stonden money and things, diamonds rings ook al centraal. Can't Buy Me Love bevat natuurlijk de zin I'll buy you a diamond ring my friend if it makes you feel alright en ook in I Feel Fine komt de diamond ring weer voorbij. Het was me wat met die ringen. Toen McCartney in de herfst van '65 bij Lennon in diens huis in Weybridge over de drempel stapte, zijn gitaar erbij pakte en wéér over ringen begon te zingen, zagen de twee er weinig brood in. Crap! riep John. Dat was precies de feedback die Paul nodig had om 'm weer even op scherp te zetten.



De dubbelzinnigheid van Drive My Car
Na een peuk of twee en wat gemijmer, ontstond er een nieuw idee. Paul had de meiden in Los Angeles wel eens You can drive my car horen zeggen. Een uitdrukking niet zozeer op het rijden van een auto sloeg, maar eentje die vooral als uitnodiging voor een intiem rendez-vous opgevat moest worden. Die dubbelzinnigheid sprak Lennon vast aan, al was 'ie wat verkapter dan het vermeende expliciete taalgebruik dat McCartney in zijn nieuwe single Fuh You bezigt (hebben jullie 'm al gehoord?). We horen Lennon bijna gniffelen om die grap. Toen het thema voor Drive My Car er eenmaal was, schreef het lied zich vanzelf. Dat moest ook, want er was bijzonder weinig tijd voor The Beatles om aan hun nieuwe album te werken. Rubber Soul kwam in een krappe maand tot stand. Wie het interessant vindt om te horen hoe Rubber Soul in allerijl elkaar werd gezet, kan dat hier horen, in de podcast die de Fab4Cast daarover maakte. Aan Drive My Car werd dus ook slechts een avond in de studio besteed, al ging de sessie door tot na middernacht. The Beatles werkten én presteerden onder grote druk.


The Beatles probeerden de Stax-sound te benaderen
Op woensdag 13 oktober 1965 startten The Beatles om zeven uur in de avond in EMI Studio 2 met de opnames van Drive My Car. De band had maar vier takes nodig om de basis van het nummer neer te leggen. Het werd overduidelijk een track die stevig geïnspireerd was op de Stax-sound waar de Fab Four zo van hielden. Zoveel dat er zelfs ooit plannen waren een album in de Stax-studio's in Memphis op te nemen. Dat kwam er niet van, maar de ambitie om bijvoorbeeld te klinken als Otis Redding bleef.



Het gevoel van Respect
Het schijnt dat George Harrison behoorlijk wat invloed had op de gitaar-lick waarmee Drive My Car begint. Net als op de unisono gespeelde bas- en gitaarpartij die onder een groot deel van de zang te horen is. Met die partij, die sterk leunt op Otis Reddings Respect, kreeg Drive My Car die 13e oktober een enorme groove, ondersteund door het geluid van de cowbell. Die groove heeft tot op de dag van vandaag niets aan uitstraling verloren. The Beatles konden trouwens nog niet leunen op de Respect-versie van de afgelopen donderdag overleden Aretha Franklin. Die cover stamt namelijk uit 1967.

McCartney, George Martin en Harrison tijdens de Rubber Soul-sessies


Beep Beep Yeah
Eén van de meest aantrekkelijke onderdelen van Drive My Car is natuurlijk het Beep Beep Yeah. Fijn verzonnen....of...prettig gestolen? Dat laatste. In 1958 had de band The Playmates een hit met het nummer Beep Beep [video], dat wél over autorijden ging ;-) Het is mij niet helemaal duidelijk of het John Lennon of George Harrison was die met Beep Beep Yeah op de proppen kwam en Drive My Car daarmee een nog hoger meezinggehalte gaf. In ieder geval was deze kreet een geweldige toevoeging. Net als de driestemmige samenzang op You can do something in between, waarin een prettige dissonant zit die mij aan auto-claxon doet denken. Hebben jullie die associatie ook?




Vreemde eend
Drive My Car is eigenlijk een hele vreemd in de bijt op het Rubber Soul-album, dat verder eigenlijk vooral een akoestische en folk-achtige sound heeft. Niets op Rubber Soul leunt verder op de sound van Motown, Stax of andere soul-achtige genres. Nieuw was ook het prominent naar voren brengen van het basgeluid op een Beatlesplaat. Precies zoals dat op Amerikaanse platen al veel eerder hoorbaar was. Met behulp van de kritische Lennon en de geïnspireerde Harrison wist McCartney van zijn zoveelste liedje over diamonds and rings uiteindelijk een hele fijne plaat te maken. Eentje waar niemand ooit een hekel aan krijgt.




zaterdag 11 augustus 2018

Paul McCartney aan de IJssel: met Matthijs van Nieuwkerk, Nico Dijkshoorn, Lea Kliphuis, Jared Grant, Thomas Meeuwis, Vedran Mircetic, Sven Hammond, Zac Chapman en Michael Prins

Er zijn van die avonden, waar je eigenlijk bij had moeten zijn. Het overkwam me gelukkig, afgelopen zaterdag in De Hip in Deventer. Aan de vooravond van de dertigste Deventer Boekenmarkt bruiste onze stad van de activiteiten. Terwijl langs de IJsselkade en op de pleinen duizenden nog lege boekenkramen werden geplaatst, startte in de oude stadstuinen rond Het Klooster poëziefestival Het Tuinfeest. Even verderop aan de Brink kwam cultureel café De Hip op stoom met Wartaal. Een literaire en muzikale avond die dit jaar volledig in het teken stond van Paul McCartney. Dat had ook weer alles met Deventer als Boekenstad te maken. Toch was er vooral muziek. Heel veel mooie muziek.



Die ene keer dat McCartney in Deventer te vinden was
Fonz Scheepstra is de Keizer van De Hip, zoals presentator Matthijs van Nieuwkerk afgelopen zaterdag in een uitverkochte beatkelder verklaarde. En Fonz besloot onlangs samen met Matthijs, die ook aan De Hip verbonden is, een feestje rond Paul McCartney te bouwen. Om Sir Paul te eren en om nog eens stil te staan bij die ene keer dat hij in Deventer te vinden was. Samen met zijn gezin bracht McCartney op 19 augustus 1976 een bezoek aan drukkerij De Lange-Van Leer in de Deventer Raambuurt. Dat was om de drukproeven te bekijken van Linda's Pictures, een boek dat later dat jaar zou verschijnen. Dat was de literaire link, die er natuurlijk moest zijn deze avond. Die link bleek een prachtig excuus om vooral heel veel fantastische Nederlandse muzikanten uit te nodigen om hun favoriete McCartney-liedjes te zingen. Wat een goed idee.

Met Matthijs van Nieuwkerk


Net zo heet als in The Cavern
Het was bloedheet in de muziekkelder. We grapten wat over een vergelijking met The Cavern, terwijl we in de coulissen stonden te wachten, vlak voor aanvang. 110 bezoekers, strak uitverkocht. Matthijs trapte af en kondigde Thomas Meeuwis aan. Deze singer-songwriter, die momenteel in Woodstock The Story de zangpartijen van The Who voor zijn rekening neemt, opende de avond met een indrukwekkende vertolking van The Fool On The Hill


De eerste druk van Linda's Pictures
Daarna was het tijd om nog eens even stil te staan bij dat verhaal van de McCartney-familie in Deventer. Ik vond het erg leuk dat ik hiervoor door Fonz gevraagd was. Er volgde een vrolijk gesprekje met Matthijs, waarbij ik de eerste druk van Linda's Pictures kon laten zien. Het boek was weer even terug in de stad waar het ooit van de persen rolde. Dankzij mijn Beatlesmaatje Jan Cees ter Brugge, die zijn exemplaar nog in allerijl opstuurde. Dat bezoek van Paul en familie, de fotografie-carrière van Linda, de inhoud van het boek....we hadden er wel een avond over kunnen praten, maar ja...zo werkt dat natuurlijk niet. In vier minuten vlogen we door de materie [video]. Wie er nog eens wat meer over wil lezen, reik ik hierbij mijn blogs aan over de McCartneys in Deventer en Linda als fotografe.




De soulfulle stem van Jared Grant
Ik vond het gezellig met Matthijs. We hadden een goede chemie. Natuurlijk is Matthijs een Dylan- en een Aznavour-liefhebber, maar het viel me op met hoeveel plezier hij deze McCartney-avond vormgaf. Daaruit sprak voor mij een enorme oprechtheid om er iets moois van te maken. Sympathiek. Na ons gesprek was het ruim baan voor een heel fijn gezelschap van Nederlandse singer-songwriters en muzikanten. De mooiste McCartney-liedjes kwamen voorbij. Zo vertolkte Lea Kliphuis met Vedran Mircetic (De Staat) de pareltjes For No One, I Will en Jenny Wren. Idols-finalist Jared Grant werd door Sven Hammond vakkundig begeleid (in zang en op toetsen) bij The Long and Winding Road, Yesterday en Ebony & Ivory. Jareds soulfulle stemgeluid zorgde bijna voor een explosie aan energie rond het podium. Wat een timbre, wat een timing, wat een talent.

Backstage met Sven (Hammond) Figee, Zac Chapman, Jared Grant en Thomas Meeuwis


Thomas Meeuwis kreeg de zaal aan het zingen
Zac Chapman (Electric Componay) stortte zich op het wat oudere McCartney-werk, waaronder And I Love Her en, in duet met Lea, Love Me Do. Een bijzondere vermelding mag er zeker zijn voor Thomas Meeuwis die opnieuw ten tonele verscheen en twee nummers van het legendarische Wings-album Band On The Run Speelde: een akoestische versie van Let Me Roll It waar de blues van afspatte én het titelnummer van het album. In zijn eentje! Ik denk dat dit nog nooit vertoond is. Geholpen door het enthousiast meezingende publiek werkte hij zich vakkundig door Band On The Run heen. Michael Prins (De Beste Singer Songwriters van Nederland) bracht intense versies van Blackbird, My Valentine en de Golden Slumbers-medley van het Abbey Road-album. 

 Michael Prins

Nico Dijkshoorn was geëmotioneerd
Temidden van al die muzikale schoonheid, was er ook tijd voor Nico Dijkshoorn. Met een column die als tweeluik werd gebracht, had Nico eerst de lachers op zijn hand en liet hij het publiek vervolgens met een brok in de keel achter. Veel journalisten en columnisten hebben de afgelopen weken de magie van Paul McCartneys Carpool Karaoke proberen te verklaren, zoekend naar wát ons zo ontroerde. In de beelden, de gesprekjes, de muziek. Nico deed dat poëtisch, terugblikkend op zijn eigen jeugd. Wanneer het gezin Dijkshoorn gezamenlijk naar een Beatlesplaat luisterde, verstomden de discussies. Het was de muziek van The Fab Four die voor verbinding zorgde. When I'm Sixty-Four: Nico herinnerde zich nog goed hoe die klanken door de woonkamer schalden. Inmiddels bereikt hij zelf bijna die leeftijd, vertelde hij ons. Nog steeds kan hij de inmiddels 76-jarige Paul McCartney dat lied achter de piano zien spelen, in het filmpje met James Corden. Muziek die generaties overbrugt. Nico's emotie werd bijna tastbaar in de overvolle Deventer muziekkelder. De avond werd mooier en mooier.

Nico Dijkshoorn


Een kerkdienst voor de Heilige Sir Paul
De Carpool Karaoke-scène over Let It Be, waarin James Corden en McCartney herinneringen ophalen aan Mother Mary en Cordens vader en opa, was de opmaat naar het slot van de avond. Alle artiesten verzamelden zich rond de piano om, met het publiek, nog één keer die McCartney-klassieker te zingen. Het werd een kleine kerkdienst, voor de Heilige Sir Paul. We hebben er van genoten. Het was nog lang napraten en afkoelen op het terras van één van de mooiste stadspleinen van Nederland. Kan zelfs Liverpool niet tegenop.