zaterdag 12 januari 2019

Pat Moran: de allereerste Beatlesfan (of: hoe The Beatles hun flat aan Gambier Terrace uitgezet werden)

In de kantlijn van het grote verhaal van The Beatles, zijn vele kleine verhalen te vertellen over mensen die ook een rolletje hadden in het leven van de Fab Four. Hoe klein die rol vaak ook was, deze passanten leveren met hun herinneringen vaak een uniek inkijkje in een bepaalde periode van het bestaan van de band. Deze week schrijf ik graag wat over de aandoenlijk lieve Pat Moran. Haar naam zal niet veel bellen doen rinkelen, toch kan ze beschouwd worden als de allereerste Beatlesfan. En de allerliefste, als je het mij vraagt.


Mijn blik gleed omhoog langs de imposante gevel
Voor het verhaal richten we onze camera op Gambier Terrace, een straat in één van de oudste delen van Liverpool, gelegen tussen de Liverpool Cathedral en Sint Bride's Church, de Anglicaanse kerk in het Georgian Quarter. In het straatje, dat ook maar enkele blokken verwijderd is van wat nu Paul McCartney's Liverpool Institute of Performing Arts is, staat een enorm blok met 19e eeuwse herenhuizen. Begin november 2015 stond ik er, tijdens mijn bezoek aan Liverpool. Mijn blik gleed omhoog langs de imposante gevel, op zoek naar wat het raam van nummer 3 zou moeten zijn. Dit was de plek waar Stuart Sutcliffe in 1960 een kale flat bewoonde, samen met een aantal andere kunstacademiestudenten, waaronder de later bekend geworden kunstenaar Margaret Chapman.

Overzichtsfoto van het huizencomplex aan Gambier Terrace, Liverpool

Zonder toezicht van het thuisfront
In de loop van dat jaar werd het de 19-jarige John Lennon te benauwd bij Aunt Mimi aan het chique Menlove Avenue. Hij vroeg boezemvriend Stuart Sutcliffe of hij bij hem in mocht trekken in het schamele onderkomen, dat het midden hield tussen een studentenflat en een atelier. Na overleg met de overige bewoners stemde Stuart in. Ook Paul McCartney en George Harrison waren vaak in de flat te vinden. Even zonder toezicht van het thuisfront.

Paul McCartney, 1960,
gefotografeerd door broer Mike in zijn ouderlijk huis

Agressieve Ierse vader
Pat Moran wilde ook wel even weg van huis. Het 16-jarige meisje uit Wallasey (aan de overzijde van de Mersey) was op haar 9e haar moeder verloren en stond onder streng toezicht van haar agressieve Ierse vader. Op zaterdagavond mocht ze uit, bij de gratie gods, maar dan wel zonder make-up en mét een nette jurk. Een spijkerbroek was uit den boze. Als ze te laat thuis kwam, kreeg ze er van langs, of werd ze door haar vader niet meer binnen gelaten. Wat moet dit meisje hebben uitgekeken naar de zaterdagavonden, wanneer The Beatles vaak optraden in The Grosvenor Ballroom, bij haar om de hoek. Pat begon de jongens, die amper ouder waren dan zij, te volgen.

The Beatles in de Grosvenor Ballroom, Wallasey (de foto dateert van
februari 1961, iets later dan de gebeurtenissen die in deze blog
beschreven worden.)

Op zondagochtend op weg naar The Beatles
Pat raakte vooral verkikkerd op Paul McCartney en genoot van de manier waarop hij met John Lennon het publiek entertainde. Haar lievelingsnummers uit het repertoire van The Beatles waren Tutti Frutti, Long Tall Sally, Cathy's Clown en Whole Lotta Shakin' Going On. Uit haar gesprekjes met Paul begreep Pat dat de jongens vaak in de weekenden in de flat aan Gambier Terrace te vinden waren. Met nauwelijks geld voor een goede maaltijd, hield het allemaal niet over daar. De jonge Pat, die al een baantje had, besloot daarop de stoute schoenen aan te trekken. Op een aantal zondagochtenden nam ze, na haar kerkbezoek, de ferry over de Mersey, en stapte ze op Pier Head op de bus richting het Georgian Quarter. Met een mand vol lekkers beklom ze de trap van Gambier Terrace nummer 3, om haar idolen te verrassen.

Pat reisde een aantal zondagen van Wallasey naar Liverpool downtown


De Beatlesflat was een zwijnenstal
Op zaterdag deed ik er al boodschappen voor, vertelde Pat later. In haar mand voor The Beatles zaten eieren, kaas en broodjes. Samen met een paar vriendinnen arriveerde Pat rond het middaguur bij de flat. Tegen die tijd hadden The Beatles hun roes van de zaterdagavond uitgeslapen en was er tijd om te eten en te kletsen. De 16-jarige gevoelige, intelligente Ierse trof niet bepaald een orderlijk tafereel aan. De flat was, kort gezegd, een zwijnenstal. Volgens Pat was het meestal John die de deur open deed en Paul die de meisjes met een omhelzing begroette. Pat mocht Stuart ook graag. George maakte weinig contact, maar vroeg meestal wel even hoe Pat en haar vriendinnen het optreden van de voorgaande avond hadden gevonden. Bij gebrek aan voldoende meubilair moesten de meisjes op een bed zitten of wat tegen de muur blijven hangen.

George Harrison, 1960

Vijf Wees-Gegroetjes en vier Onze-Vaders
Na een tijdje keerden we weer huiswaarts, vertelde Pat, met een lege mand. Maar die lege mand was niet het enige dat het meisje mee naar huis nam. In haar vocabulaire waren hippe woorden als fab en gear geslopen. Iets dat haar vader tot razernij dreef. Dat kon toch nooit goed gaan? Zijn brave dochter die wekelijks afreisde naar een flat vol gevaarlijke jongens, die bovendien haar taalgebruik beïnvloedden? Pat vertelde later dat The Beatles zich altijd netjes richting haar gedragen hadden. Desalniettemin werd het meisje naar een priester gestuurd om te biecht te gaan. Met vijf Wees-Gegroetjes en vier Onze-Vaders kwam ze eenvoudig van haar zonden af. Regelmatig sprak Pat met Paul af, bijvoorbeeld voor een drankje in The Jacaranda, de pub van Allan Williams, die zich als eerste manager over de band zou ontfermen. Het was Pat die altijd de drankjes betaalde.




Briefjes van één pond naar Hamburg
Toen The Beatles naar Hamburg vertrokken, correspondeerden Pat en Paul regelmatig met elkaar. In de brieven vanuit Wallasey naar de Duitse havenstad schoof het lieve meisje regelmatig een briefje van één pond. Speciaal voor Paul. Het waren die brieven die Beatlesbiograaf Mark Lewisohn in de jaren negentig op het spoor van Pat Moran zetten. Ze bood haar correspondentie met Paul McCartney bij een veilinghuis aan. Daarmee kwamen de inmiddels historische documenten in het publieke domein terecht. Het lukte Lewisohn om Pat Moran nog te interviewen. In 2010 overleed ze, op 66-jarige leeftijd. Haar ontmoetingen met The Beatles en ooggetuigenverslag van de Beatlesflat aan Gambier Terrace 3 vormden weer een bouwsteentje voor dat grote verhaal over The Beatles dat Mark Lewisohn aan het schrijven is.

Beatlesbiograaf Mark Lewisohn kwam de
correspondentie tussen Pat en Paul op het spoor.

Door een bizar toeval zijn er interieurfoto's van de Beatlesflat
Naast dat ooggetuigenverslag van Moran, zijn er ook een paar zeer zeldzame foto's die ons vertellen hoe de flat er in die periode uitzag. Door een bizar toeval bezochten een journalist en fotograaf in juli 1960 de flat, omdat ze een artikel over zogenaamde Beatniks wilden maken. Beatniks, jongeren die in de voetsporen van de Beat Poets wilden leven. Ze waren een doorn in het oog van de gevestigde orde en dankbaar onderwerp voor een sensatiekrant. Een foto van hoe deze jongeren leefden zou uitermate illustratief zijn. Op het moment waarop geen van The Beatles aanwezig waren, schoot de fotograaf zijn plaatjes van de overige flatbewoners. Op 24 juli 1960 verscheen het artikel This Is The Beatnik Horror in de zondagse krant The People. De fotograaf had op elke plek in Engeland kunnen binnenstappen, maar koos stomtoevallig voor Gambier Terrace 3, downtown Liverpool.

Beatnik Horror: de bewuste foto's die het interieur tonen van de flat waar Stuart en John woonden
en Paul en George vaak verbleven, juli 1960.



Het meisje met de mand
De foto's hadden trouwens een vervelend effect. De verhuurder van het appartement kreeg de krant onder ogen en sommeerde hoofdhuurder Rod Murray zijn boeltje te pakken. Zo kwam het dat op 15 augustus 1960 alle zogenaame Beatniks, inclusief Stuart Sutcliffe en John Lennon op straat stonden. (Diezelfde week zouden The Beatles voor het eerst naar Hamburg afreizen.) Het blijft fantastisch dat die interieurfoto's er nog zijn! Ze brengen ons heel dicht bij het verhaal van de jonge Beatles, vlak voor hun Hamburg-periode. Maar....wat had ik graag een foto geplaatst van die sympathieke Pat Moran. Het lukte me niet om er eentje te vinden. Paul McCartney herinnert zich Pat nog levendig: het meisje met de mand vol eten. De eerste Beatlesfan. Wij zien haar wel voor ons. Ik vind het een prachtig verhaal.

zaterdag 5 januari 2019

Rock meets Raga: de bijzondere vriendschap tussen George Harrison en Ravi Shankar

De afgelopen dagen bereikten me allerlei hartelijke en vrolijke berichten via social media. Met goede wensen voor het nieuwe jaar en...dat vond ik zo aardig van jullie...ook de nodige bedankjes voor de blogs van het afgelopen jaar. Dat waardeer ik. Het schrijven kost veel tijd en het is fijn om te weten dat er zoveel mensen trouw meelezen. Ik wens jullie ook een heel mooi, goed en gezond 2019 toe en ik hoop dat ik in het nieuwe jaar weer voldoende schrijfinspiratie heb om jullie (en mezelf!) mee op reis te nemen in de wereld die The Beatles voor ons achterlieten. Soms via de hoofdweg en vaak via allerlei onbekende steegjes, maar hopelijk nooit via platgetreden paden. Althans, daar doe ik hard mijn best voor. Dat beloof ik!


Het was stil rond George Harrison
Het was het afgelopen jaar eigenlijk heel stil rond de nalatenschap van George Harrison. Opvallend stil. Misschien deden de Harrisons het bewust. Er was genoeg te beleven rond The Beatles als band, een tourende Ringo Starr, de erven Lennon die met een spectaculaire Imagine-release kwamen en Paul McCartney die praktisch dagelijks in het nieuws was. Het leek me daarom mooi om jullie mee te nemen in de bijzondere vriendschap tussen George Harrison en Ravi Shankar. Zijdelings kwam die al eens aan bod, toen ik schreef over de spirituele weg die Harrison in zijn leven aflegde, maar er valt zoveel meer te vertellen over de bijzondere band die deze mannen hadden.




Eerst danser, daarna musicus
Ravi Shankar, die op 7 april 1920 in Benares (Varanasi) in Noord-India werd geboren, kan met gemak tot de meest invloedrijke Indiase klassieke musici van de afgelopen eeuw worden beschouwd. Wie weet wás hij wel de belangrijkste. In ieder geval strekte zijn invloed zich ook ver buiten de landsgrenzen van India uit. Ravi leerde al op jonge leeftijd dat de wereld nog groter was dan zijn geboorteland. Als danser trok hij met zijn oudere broer Uday Shankar en diens gezelschap door Europa. Toen Ravi zijn enorme talent voor de sitar ontdekte, verdween het dansen naar de achtergrond. Zijn broer zou overigens één van de bekendste Indiase choreografen van zijn tijd worden. Uday vermengde Indiase traditionele choreografieën met westerse elementen en sloeg daarmee de brug tussen oost en west. Precies hetgeen Ravi in de muziek zou gaan doen.

Een jonge Ravi met zijn oudere broer in Parijs, 1930.


The Byrds vormden de schakel tussen Harrison en Shankar
Na een sitar-studie van 6 jaar, onder toeziend oog van leermeester Allaudin Khan, begon Ravi de wereld rond te reizen met zijn sitar. Midden jaren '50, toen The Beatles in Liverpool hun eerste gitaren bemachtigden en in de ban raakten van rock 'n' roll-platen, was Ravi al een naam in de wereld van de klassieke Indiase muziek. Hij gaf concerten, werd uitgenodigd voor gerenommeerde wereldmuziek-festivals, componeerde filmmuziek en werkte voor de Indiase radio. In het jaar waarin The Beatles met Love Me Do hun voorzichtige doorbraak beleefden, richtte Shankar in Bombay een eigen muziekopleiding op. Ravi raakte in Amerika bevriend met platenbaas Richard Bock en nam een aantal platen op in hetzelfde studiocomplex als waar The Byrds werkten. Toen hun vriend George Harrison in 1966 met David Crosby en Roger McGuinn van The Byrds over zijn fascinatie voor het geluid van de sitar sprak, lag daar de sleutel tot de eerste ontmoeting tussen Harrison en Shankar.

Sitarlessen, september 1966


Terugtrekkende beweging uit de hippiecultuur
Hoewel Ravi graag de brug sloeg tussen oost en west, trok hij zich na optredens op het Montery Pop Festival en Woodstock langzaam maar zeker terug uit de hippie-cultuur. Hij verweet Jimi Hendrix, die op het podium zijn gitaar in brand stak, disrespect voor muziekinstrumenten, die hij als een verschijningsvorm van het goddelijke zag. De terugtrekkende beweging die George Harrison uit de wereld van de popcultuur maakte, loopt vrijwel parallel aan die van Ravi. Harrison vond in Shankar niet alleen een muzikale maar ook een spirituele vriend, die hem verder introduceerde in de wereld van de klassieke Indiase muziek. Over hun eerste ontmoeting vertelde George Harrison de pers later, dat Ravi Shankar de eerste man was geweest die werkelijk indruk op hem had gemaakt. Shankar zei op zijn beurt over Harrison: 

From the moment we met, George was asking questions, and I felt he was genuinely interested in Indian music and religion. He appeared to be a sweet, straightforward young man.


Ravi vond het sitargeluid op Norwegian Wood uitermate vreemd klinken
De mannen vonden bij elkaar een oprechtheid en authenticiteit die hen ertoe deed besluiten veel tijd met elkaar door te brengen, in India, de VS en in Engeland. Ravi gaf George een aantal sitarlessen, maar spoorde hem vooral ook aan de gitaar weer op te pakken en zijn eigen roots te volgen. Hoewel Harrison een vurig verlangen had de sitar te leren spelen, legde Shankar hem uit dat de basisopleiding 5 jaar lang, 8 uur studeren per dag betrof, en dat het daarna nog een jaar of 15 zou kosten om tot volle wasdom te komen. Shankar vond het geluid van de sitar op Norwegian Wood dan ook uitermate vreemd klinken. Zo eenvoudig was het niet om de brug te slaan tussen de wereld van de raga en de rock.

Een prachtige foto van Ravi in Londen, omstreeks 1967

Spiritueel en aards
Harrison vond in Shankar vooral een vriend en een gesprekspartner. De erudiete Indiër die niet alleen uitvoerig over muziek, maar ook over literatuur, spiritualiteit, film en theater kon praten, was een bron van inspiratie voor de jonge Harrison. Shankar kwam uit een vooraanstaande Indiase familie, Harrison kende Liverpool, Londen en verder alleen alle kleedkamers en concertpodia ter wereld. Shankar hielp hem zijn blik te verbreden. Wat de mannen in elkaar aantrok, was misschien ook hun dualistische levenshouding: een neiging tot ascetisch leven, maar niet ongevoelig voor aardse verleidingen.

Bij de persconferentie voor The Concert for Bangladesh, 1971

Oosterse klanken voor Westerse oren
Met The Concert For Bangladesh organiseerden de twee vrienden het eerste benefietconcert in de westerse popgeschiedenis. De twee concerten die op 1 augustus 1971 in New York plaatsvonden, zetten de toon voor latere evenementen zoals Live Aid. Toen Shankar en zijn muziekgezelschap na het stemmen van de instrumenten het applaus van het westerse publiek in ontvangst namen, sprak Ravi de legendarische woorden: If you like our tuning so much, I hope you will enjoy the playing more. Oosterse klanken en westerse oren ontmoetten elkaar. Ravi ging in 1974 met Harrison mee op diens Dark Horse Tour. Een weinig succesvolle onderneming. Beide muzikanten werden geplaagd door ziekte en het publiek dat voor 'Beatle George' kwam, kon de Indiase component van de show niet altijd waarderen. Harrisons had bovendien een aanhoudende keelontsteking waardoor hij  nauwelijks nog kon zingen. Ravi kreeg een hartaanval en moest een aantal data van de tour missen.

In 1974/75 tijdens de Dark Horse Tour verkeerden beide
mannen niet in goede gezondheid.

Zeldzaam inkijkje
Vanaf de tweede helft van de jaren '70 was de vriendschap tussen George en Ravi niet meer zo zichtbaar voor het grote publiek. De band tussen de mannen verdiepte zich.  Harrison ontpopte zich in de loop der jaren als producer (en soms instrumentalist) op een aantal van Shankars albums: Shankar Family & Friends (1973), Ravi Shankar's Music Festival From India (1976) en Chants of India (1997). De releases verschenen, samen met een prachtig fotoboek en een concertfilm uit 1974, in de luxe cd-box Collaborations. Rond het verschijnen van het album Chants of India gaven beide vrienden met deze [minidocumentaire] een zeldzaam inkijkje in hun samenwerking:



Speciale compositie voor George
Chants of India zou het laatste muzikale samenwerkingsproject van de twee zijn. Ravi was degene die op 29 november 2001 in Los Angeles aan het sterfbed van de doodzieke Harrison zat. Tijdens het Concert for George, dat een jaar later ter nagedachtenis aan Harrison in de Royal Albert Hall gehouden werd, sprak de inmiddels 81-jarige Ravi warme woorden over 35 jaar vriendschap tussen de twee en bereidde hij in de aanloop naar de avond met dochter Anoushka een speciale compositie voor Harrison voor. Als je even de tijd neemt om onderstaand filmpje te kijken, krijg je inzicht in de improviserende manier waarop Shankar componeert en arrangeert. Werkelijk intrigerend:



Als vader en zoon
Shankar, die zelf in 2012, op 91-jarige leeftijd overleed, omschreef zijn band met Harrison regelmatig als die van vader en zoon, als leraar en student, maar ook als broers en hechte vrienden. Ondanks, of misschien wel dankzij hun leeftijdsverschil van 23 jaar en zeer verschillende culturele achtergronden, vulden de twee elkaar aan. Als ik naar één van de laatste foto's van deze twee soulmates kijk, hoop ik dat hun zielen elkaar ergens in dit universum weer zijn tegengekomen. Zelf geloofden ze in die mogelijkheid. Je zou het ze gunnen.








zaterdag 29 december 2018

Another Year Over: mijn terugblik op een bijzonder jaar als Beatlesblogger

Wat doen jullie deze dagen? Moet er nog gewerkt worden, of genieten jullie van een paar vrije dagen? Staat de Top2000 aan en denken jullie ook een beetje terug aan het jaar dat achter je ligt? Dat laatste doe ik zeker en daarbij denk ik natuurlijk aan wat 2018 me, als Beatlesblogger, gebracht heeft. Een heleboel, kan ik wel zeggen.

McCartney aan de IJssel: met Matthijs van Nieuwkerk



51 blogs en een niet aflatende stroom aan Beatlesnieuws
Allereerst telde ik het aantal blogs dat ik dit jaar voor jullie schreef. Dat zijn er, inclusief deze, 51 geworden. Het jaar had iets meer weken, maar ik ging er in maart even tussenuit in verband met een verhuizing. Gelukkig bleven jullie trouw wachten en trok de blog over Paul McCartneys pareltje Junk, later die maand, een groot aantal lezers. Trouwens net als de blog over McCartneys nu al legendarische Carpool Karaoke en alles dat ik schreef rond de release van The White Album en Pauls nieuwe plaat Egypt Station. Want wat er gebeurde er veel rond The Beatles in 2018. Poeh! Los van de heruitgave van The White Album en nieuw werk van McCartney, kregen we ook nog eens de Imagine-box (en een prachtig boek) uit het Lennon-kamp, twee Archive Collection-boxen (Wild Life & Red Rose Speedway) van McCartney en waren The Beatles vrijwel continu in het nieuws, al was het alleen al omdat Ringo Starr kwam optreden in Assen.


Vertellen op Radio 1 en op ontdekkingstocht door Hamburg
Mijn persoonlijke Beatlesjaar was ook echt bijzonder te noemen. In februari gaf ik met Jan Cees ter Brugge in de Deventer Schouwburg een lezing over The White Album, op de avond waarop The Analogues de plaat in onze Koekstad live kwamen spelen. In april mocht ik in het Radio 1-programma Dit Is De Nacht vertellen over de break-up van The Beatles. Dat was die week precies 40 jaar geleden. Sjonge, wat vond ik dat gaaf om te doen. De maand juni bracht me in Hamburg. Samen met Wibo Dijksma, Michiel Tjepkema en Jan Cees ter Brugge van de Fab4Cast doorkruiste ik de havenstad, in de voetsporen van The Beatles. Het leverde een blog-drieluik en een sfeervolle podcast op, waar we ontzettend veel mooie reacties van lezers en luisteraars op kregen. Het zette een aantal van jullie zelfs aan om zélf naar Hamburg te gaan. Gaaf! Hoogtepunt van die trip was het bezoek aan de zolderetage waar Astrid Kirchherr de befaamde foto's van John Lennon en George Harrison maakte. Ik krijg weer kippenvel als ik terugdenk aan het moment waarop we de trappen van het pand beklommen. Het concert van Ringo, waarvoor we aanvankelijk naar Hamburg gingen, werd afgelast, maar achteraf voelde dat voor mij als een 'minor detail'.

Hamburg, juni: al podcastend op zoek naar de slaapplaats
van The Beatles, achter het filmdoek van de Bambi Kino.

McCartney aan de IJssel en een tipje van de sluier in de Wisseloord Studio's
In de eerste week van augustus is het altijd feest in de boekenstad Deventer. Aan de vooravond van de Boekenmarkt, vond dit jaar McCartney aan de IJssel plaats. In ons gave café/poppodium De Hip kookte de kelder van creativiteit en muzikaliteit tijdens dit eerbetoon aan Paul McCartney. Zelf werd ik geïnterviewd door Matthijs van Nieuwkerk over het korte bezoek dat de familie McCartney in de zomer van 1976 aan Deventer bracht. Dat bezoek had alles te maken met het verschijnen van een fotoboek van Linda McCartney. Vandaar de link met Deventer Boekenstad! Het was een geweldige avond. Wat volgde was de White Album-luistersessie in de Wisseloord Studio's in Hilversum. Met een select gezelschap van muziekjournalisten mocht ik in oktober alvast een aantal tracks van de grote jubileumbox horen, die een maand later zou verschijnen. Ik herinner me nog de haast sacrale sfeer, in een halfverduisterde studio, waarin we ineens The Beatles hun Esher Demo's hoorden spelen, alsof ze naast ons stonden.

Oktober: Wisseloord Studio's, Hilversum

Een prachtige avond rond The White Album
Tijdens de BeatMeet in oktober spraken Jan Cees en ik (dit keer wat uitgebreider) over The White Album, temidden van een behoorlijke club toehoorders, waaronder veel vaste lezers van de blog en luisteraars van de Fab4Cast. Het was erg leuk om in Leiden met een aantal van jullie kennis te maken. Vervolgens werd het november en verzamelden we ons in de mooie theaterzaal van Het Wilde Westen in Utrecht met een groot aantal liefhebbers rond de release van The White Album. De box kwam uit en wij vierden de iconische dubbelaar met verhalen van Stijn Fens, Frank de Munnik en Piet Schreuders, muziek en een masterclass van Yorick van Norden én een live podcast van de heren van de Fab4Cast.
Stijn Fens las zijn ontroerende en persoonlijke column over The White Album voor
(al deze foto's: Ramón Dorenbos)

Piet Schreuders vertelde over zijn fascinerende onderzoek naar foto's en Beatleslocaties, waarover hij een Furore-special uitbracht. Koop dat magazine!

Eindelijk ontmoette ik Yorick van Norden eens. Hij gaf een masterclass over The White Album.
Het was alsof we elkaar al jaren kenden, vonden we beiden.

Michiel Tjepkema en Wibo Dijksma ontpopten zich als een zeer inhoudelijk én humoristisch presentatie-duo
Verhalen vertellen rond The White Album, met Jan Cees ter Brugge







Wat was dat een prachtige en inhoudelijk mooie avond. Het voelt goed om inmiddels deel uit te maken van een club Beatlesliefhebbers waarin ieder zijn eigen rol en expertise heeft. We vullen elkaar aan en zijn in staat samen iets heel moois rond onze favoriete band neer te zetten. Dat smaakt naar veel meer. Onze gezamenlijke poging om Hey Jude wat hoger de Top2000 in te stemmen, mislukte. Toch was het geweldig om te zien hoeveel mensen gehoor gaven aan onze oproep. Bedankt daarvoor!


2018: de geboorte van Anne Hurenkamp Media
Los van al dat schrijven over The Beatles, vond ik in 2018 mijn 'pen' meer dan ooit. Binnen mijn functie bij Hogeschool Saxion ontstond meer ruimte om mooie achtergrondverhalen en interviews te mogen schrijven over waar studenten, docenten en onderzoekers zich bij onze hogeschool mee bezighouden. Ook besloot ik een paar weken geleden om naast mijn werk bij Saxion mijn eigen bedrijf op te richten: Anne Hurenkamp Media. Naast het schrijven in opdracht, heb ik daarmee nog een ander plan. Mocht je nieuwsgierig zijn, houd me dan via de website of social media in de gaten.


And in the end...
Dan is het nu tijd om heel even gas terug te nemen en dankbaar te zijn. Die dankbaarheid spreek ik hierbij ook graag uit. Lieve lezers, bedankt voor het zeer trouwe meelezen het afgelopen jaar. Dank jullie ook voor alle feedback, aanvullingen, of vaak ook gewoon een fijne reactie op een column. Het is zo gaaf om te merken dat ik mijn blogs niet in een 'zwart gat' gooi, maar dat jullie echt meelezen. Ik zou het geweldig vinden als jullie dat blijven doen. Net als luisteren naar die sfeervolle en interessante afleveringen van de Fab4Cast, die met zoveel kunde en liefde worden gemaakt door Wibo, Michiel en Jan Cees. Ik wens jullie een mooie jaarwisseling en een heel goed, gezond en liefdevol 2019. Op naar een nieuw Beatlesjaar, dat veel moois gaat brengen. Misschien moeten jullie de avond van 1 november 2019 alvast even vrijhouden, als Deventer voor jullie een te bereizen locatie is. ;-) 

Dan groet ik jullie nu, vanachter mijn schrijftafel. Graag tot snel.
Another year over, a new one's just begun!






zaterdag 22 december 2018

Wonderful Christmastime: de kerstplaat die Paul McCartney geen windeieren legde

Wat moet Paul McCartney gedacht hebben, toen hij in augustus 1979 in zijn studio op het platteland van Sussex aan het experimenteren sloeg met een kerstliedje? We weten natuurlijk allemaal dat de grootste kersthits ergens gedurende het jaar worden opgenomen. Echt niet onder de kerstboom, waar wij ze uiteindelijk horen. Het lijkt me trouwens nog niet zo eenvoudig om je als muzikant in kerstsferen te wanen, terwijl de mussen bij wijze van spreken van het dak vallen. Ook McCartney ging in de zomer de uitdaging aan en kwam in november 1979 op de proppen met Wonderful Christmastime, een nummer dat we de afgelopen weken zelfs weer even in zijn live-set tijdens de Freshen Up-tour zagen opduiken.





Speelse synthpop en het geluid van 1979
Voor McCartney was Wonderful Christmastime eigenlijk een toegift van de sessies voor zijn tweede echte soloalbum, McCartney II, die hij in juni en juli thuis in Engeland en Schotland hield. De plaat zou pas in mei 1980 verschijnen, nadat Paul in januari eerst in een hachelijk avontuur verzeild raakte in de Japanse gevangenis. Maar zo ver was het nog niet in de zomer van 1979, toen Macca er in zijn thuisstudio op los experimenteerde met synthesizers, keyboards en allerlei aanverwante elektronische snufjes. Geïnspireerd door New Wave en synthpop draaide Paul een speelse plaat in elkaar. Die speelsheid zette hij door in de kerstsingle, waarbij hij toch op een knappe manier het geluid van 1979 wist te combineren met de nostalgie die een kerstsingle ook uit moet stralen.

Paul McCartney in de zomer van 1979 in zijn thuisstudio

De Amerikanen hadden even tijd nodig
In Engeland kon men McCartneys vrolijke meezinger wel waarderen. Wonderful Christmastime, met op de B-zijde het al in 1975 opgenomen Rudolph The Red Nosed Reggae, bereikte de zesde plaats in de hitparade. In de VS moest Paul het met een zeer magere Top 100-notering doen. De plaat bleef steken op nummer 83. Nieuwe en veel hogere noteringen in de VS scoorde Paul in 1984 en 1996 met Wonderful Christmastime. Blijkbaar hadden de Amerikanen even tijd nodig het deuntje, dat best nog wel aardig in elkaar zit, te omarmen.


De video laat de leden van Wings zien
Hoewel Paul Wonderful Christmastime in zijn eentje opnam, verschenen de leden van Wings wel in de video die bij het nummer gemaakt werd. De vrolijke beelden werden geschoten in The Fountain Inn, een 16e-eeuwse pub in het dorpje Ashurst en in een theater in Eastbourne waar Wings repeteerde voor de tour van 1979. We zien de laatste line up van Wings, met Denny Laine, Laurence Juber en Steve Holley. De band zou ergens begin 1981 uit elkaar vallen. Voorgoed.



De 2016-versie klinkt nog steeds hartstikke goed
Hoewel de plaat alweer bijna 40 jaar oud is, klinkt hij heel wat minder gedateerd dan menig ander kerstnummer. Waar zit hem die frisheid in? In het ontbreken van een politieke of religieuze boodschap, misschien? Toch kan het natuurlijk altijd eigentijdser. Twee jaar geleden nam de populaire Amerikaanse talkshow-host Jimmy Fallon een coole nieuwe acapella-beat box-versie op, samen met de hiphop-groep The Roots en de cast van de animatiefilm Sing. Paul zingt zelf naar hartelust mee:




Lucratief liedje
Ik hoorde de plaat de afgelopen weken heel vaak. In de hal van Hogeschool Saxion, waar ik werk. Op de radio, in de Deventer winkelstraten. Er was geen ontkomen aan. Vond ik het erg? Eerlijk gezegd niet. Ik hoor het kleine, grappige liedje liever dan het het kerstgeweld van Mariah Carey of het gecroon van Michael Bublé. Maar over smaak valt niet te twisten natuurlijk. Wonderful Christmastime legde McCartney geen windeieren. Door coverversies en royalties verdient hij er jaarlijks nog steeds een slordige 400.000 dollar mee. Ik geloof dat ik mijn gitaar maar eens pak om ook wat te schrijven. Lieve lezers, ik wens jullie allemaal goede kerstdagen toe. Doe wat moet en geniet waar het kan. ;-)



zaterdag 15 december 2018

Hoe John Lennon en Paul McCartney de eerste fotosessie van The Beatles saboteerden

Hoe vaak zouden The Beatles tijdens hun bestaan als band voor de fotocamera's hebben gestaan? Dat moeten honderden, zo niet duizenden keren zijn geweest. Het hoorde erbij. Sessies voor albumcovers, tijdschriftartikelen of ter promotie van hun films...er werd wat afgeklikt. Eén keer moet de eerste keer geweest zijn, dacht ik deze week. En wanneer was dat dan? Op een zondagochtend in december 1961 in Liverpool. Een reconstructie.


De foto's van Kirchherr en Vollmer waren niet geschikt
Wat kunnen we onder een fotosessie verstaan? Al vroeg in hun bestaan, nog met drummer Pete Best in de gelederen, werden er de nodige foto's van The Beatles gemaakt. Met name in Hamburg, door hun vrienden Astrid Kirchherr en Jürgen Vollmer. De kunstenaars waren handig met de camera en de muzikanten uit Liverpool een dankbaar oefenobject. Ergens gingen deze officieuze sessies echter over in een officieel moment. Namelijk de dag waarop manager Brian Epstein zijn jongens vroeg om naar een studio met een geboekte fotograaf te komen. Dat moment was op zondag 17 december 1961.




Marrion en Epstein kenden elkaar
Albert Marrion (1899-1989) was niet de eerste de beste fotograaf in Liverpool. Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde hij als een soort stadsfotograaf en legde hij zijn gebombardeerde woonplaats aan de Mersey vast. Marrion had twee fotostudio's. Eentje aan Smithdown Place, bij de rotonde van Penny Lane en één aan de overzijde van de rivier, in Wallasey. Volgens een aantal bronnen op internet maakte Marrion foto's bij het huwelijk van Brians broer Clive. Zo zouden de Beatlesmanager en de fotograaf in contact zijn gekomen. Ik vraag me af of dit verhaal klopt, omdat ik (toch even checken) 14 september 1963 als trouwdatum vond voor Clive Epstein en Barbara Mattison. Mark Lewisohn legt deze relatie dan ook niet, maar meldt in zijn lijvige standaardwerk All These Years wel dat Marrion al eerder eens wat foto's van Brian zelf had gemaakt. De twee kenden elkaar dus en zodoende kreeg Marrion, die overigens wel degelijk huwelijksfotograaf was, de opdracht. 

Een advertentie van de fotograaf, waarin de adressen van zijn twee
studio's te zien zijn.

Er moest snel een goede bandfoto komen
Brian Epstein was begin december manager geworden van The Beatles en had behoefte aan een representatieve bandfoto. Eentje waarop de vier netjes poseerden en allemaal duidelijk in beeld stonden. De recente foto's uit Hamburg bevatten Stuart Sutcliffe, die de band inmiddels verlaten had, en Pete best was niet overal zichtbaar. Dus sommeerde Brian de The Beatles om zich op zondagochtend 17 december 1961 te melden op het adres 268, Wallasey Village in de gelijknamige plaats. En of ze hun instrumenten wilden meenemen. De bandleden baalden er vast van dat ze op zondagochtend de Mersey moesten oversteken en niet terecht konden in de fotostudio bij Penny Lane. Marrion, die wellicht ook niet zo veel trek had om op zondag te werken, koos de locatie die het dichtst bij zijn woonhuis in Birkenhead lag. Geef hem eens ongelijk.


Het pand van de fotostudio zoals het er nu uitziet: Bella Pizza


Marrion had geen zin om The Beatles te fotograferen. Zijn compagnon ook niet.
Het lijkt ook niet waarschijnlijk dat Albert Marrion er verder erg op zat te wachten om vier in het leer gehulde, smoezelige jongens voor zijn lens te treffen. Het zou niet lang meer duren voor Epstein zijn talenten in nette kostuums hees, maar zo ver was het nog niet. Brian vroeg Marrion de foto's toch te maken. Ze zien er misschien wat rommelig uit, maar het zijn aardige jongens, vertrouwde hij de fotograaf toe. Marrion had nog een ultieme poging gedaan zijn compagnon, Herbert Hughes, de foto's te laten maken, maar die wilde werkelijk niets met de beatgroep te maken hebben. Dus nam Marrion de camera zelf ter hand.




John Lennon haalde het bloed onder de nagels van de fotograaf vandaan
De al wat oudere, kalende fotograaf ergerde zich tijdens de sessie met name aan de brutale John Lennon, die hem plagend Curly bleef noemen. Marrion herinnerde zich hoe John en Paul onophoudelijk grappen maakten, waardoor het niet meeviel een aantal professionele foto's te schieten. George Harrison gedroeg zich netjes en Pete Best zei nagenoeg niets. Brian Epstein instrueerde de jongens om serieus in de lens te kijken. Paul McCartney vertelde jaren later in een interview dat John en hij het maar onzin vonden dat Marrion bleef klikken. Het onervaren stel ging er vanuit dat er gewoon één publiciteitsfoto gemaakt zou worden. Dan kon er tussendoor best een beetje gekeet worden. Marrion moet blij geweest zijn toen de sessie er op zat en hij terug kon naar Birkenhead om van zijn zondagsrust te genieten.




Marrion gooide dertien mislukte negatieven weg
Een paar dagen later zagen de fotograaf en de manager elkaar weer. Brian had er op aangedrongen dat Marrion het resultaat van de sessie snel zou afdrukken. De behoefte aan een goede foto was urgent. De fotograaf had dertig foto's geschoten en zeventien kiekjes als 'bruikbaar' gemarkeerd. De overige negatieven met gekkigheid gooide hij weg. Achteraf gaf hij toe dat dat geen handige zet geweest was, maar wat kon een fotograaf in december 1961, met een stel idioten voor zijn lens, nu werkelijk vermoeden?
Brian Epstein, 1961

Een meisje van 18 kreeg als eerste de foto te zien
Brian koos uiteindelijk één foto als De Publiciteitsfoto. Eén van de eerste personen die de officiële plaat te zien kreeg, was een 18-jarig meisje dat net als freelancer was begonnen te schrijven voor het Liverpool Weekly News en de Melody Maker. Ze ontving een brief van Epstein met de foto, een nog geïmporteerd exemplaar van de single My Bonnie (die tegen Kerst ook in Engeland zou verschijnen), geboortedata en contactgegevens van de vier Beatles én twee overgetypte artikelen uit Mersey Beat. In zijn brief schreef Epstein de jonge journaliste dat The Beatles zojuist de Mersey Beat Poll hadden gewonnen, waarbij ze Gerry and The Pacemakers, The Remo Four en Rory Storm and The Hurricanes nipt achter zich gelaten hadden (volgens mij bleek uit latere tellingen dat The Beatles helemaal niet gewonnen hadden. Daarover kun je alles lezen in het boekje dat Tom Egbers over Rory Storm schreef).



Stikken van het lachen
De bewuste foto verscheen op 4 januari 1962 op de cover van Mersey Beat. Fotograaf Albert Marrion drukte op 27 februari 1962, opnieuw op verzoek van Brian Epstein een zogenaamde Master Print van de foto af. Deze fungeerde als origineel voor de handtekeningenkaarten die Epstein wilde laten drukken. Op 14 maart bestelde hij 1000 stuks, waarvan er in de loop der jaren nog een aantal, gesigneerd en wel, opdoken. Wat zou Albert Marrion later gedacht hebben, toen hij naar de foto keek die wereldberoemd zou worden? Ik denk dat hij Lennon en McCartney nog steeds hoorde stikken van het lachen, terwijl hij voor de zoveelste keer afdrukte.



zaterdag 8 december 2018

Think For Yourself: over venijn, een vernieuwende fuzzbass en de deodorant van John Lennon

Ik stink ook nog eens. Ik wacht al de hele tijd tot iemand er iets van zegt. Met woorden van die strekking wachtte John Lennon op maandag 8 november 1965 geduldig bij één van de zangmicrofoons in de Londense EMI Studio's tot de geluidstechnicus de band goed had staan. Er moest namelijk gezongen worden. Driestemmig. Het is waarschijnlijk de deodorant die je gebruikt, antwoordde Paul McCartney droog. George Harrison gniffelde mee, maar was misschien ook wel wat gespannen. Het kwam nog niet zo vaak voor dat er een nummer van hem opgenomen werd.

Rubber Soul-sessies: oktober-november 1965

Er waren nummers nodig
Won't Be There With You. Het was nog maar de werktitel van wat uiteindelijk Think For Yourself zou worden. In oktober en november 1965 zaten The Beatles midden in een marathonsessie voor wat hun alom geprezen Rubber Soul-album zou worden. De plaat moest begin december al verschijnen, mooi op tijd voor de kerstinkopen, dus er zat behoorlijk wat druk op de ketel. Er waren nummers nodig en Harrison bracht er twee in, want een maand eerder werd zijn compositie If I Needed Someone al vastgelegd. Think For Yourself was anders, een tikkie venijniger misschien wel, zoals de titel al doet vermoeden. 

5 dagen eerder, op 3 november 1965

Rechtstreeks richting de luisteraar
In Think For Yourself richtte George zich rechtstreeks, op kritische en licht superieure wijze tot zijn luisteraar. Met zijn pleidooi voor onafhankelijk denken en handelen, legde hij dan ook de verantwoordelijkheid direct bij die luisteraar neer. Net als Bob Dylan in diens prachtige maar ook scherpe Positively 4th Street, dat kort daarvoor als single was verschenen. The Beatles waren heavy into Dylan en diens invloed was haast voelbaar op het materiaal voor Rubber Soul. Weg zoete teksten, allemaal bij de les:

Although your mind's opaque
Try thinking more if just for your own sake
The future still looks good
And you've got time to rectify
All the things that you should
(Think For Yourself)

You got a lotta nerve
To say you got a hand to lend
You just wanna be
On the side that's winning
You say I let you down
You know it's not like that
If you're so hurt
Why then don't you show it?
(Positively 4th Street)




Een hele interessante overdub
Tijdsdruk zorgt meestal voor effectief handelen. Zo ook op de eerste dag van die werkweek in november. Terwijl Engeland na toch al niet zo'n beste zomer op de eerste sneeuwvlokken afstevende, legden The Beatles de basis van Think For Yourself in één take vast. Interessant aan het nummer was de toonsoort, waarschijnlijk intuïtief laverend tussen Gmajeur en Gmineur. Daar werden vervolgens een aantal overdubs aan toegevoegd, waarvan er eentje wel heel bijzonder uitpakte. Paul McCartney sloot de Rickenbacker 4001S-bas, die hij inmiddels bespeelde, aan op een zogenaamde fuzzbox. De Tone Bender, zoals het ding heette, was dat jaar nieuw op de markt gekomen en behoorlijk in zwang geraakt. 

Een advertentie uit die periode voor de Tone Bender
McCartney en zijn Rickenbacker


Overstuurd ongelukje
Het overstuurde basspel van McCartney domineert Think For Yourself. Naast de driestemmige zang trouwens, dat mag ook gezegd worden. Dat vervormde basgeluid was toch wel redelijk nieuw te noemen in de popmuziek. De Stones deden het met een gitaar op Satisfaction. George Harrison ontkende dat dát de inspiratie voor het bas-experiment was en verwees juist naar het nummer Zip-A-Dee-Do-Dah. Op dit oudje dat drie jaar eerder door Phil Spector voor Bob B. Sox & The Blue Jeans geproduceerd werd, kreeg de sologitaar bij toeval een overstuurd geluid. Een ongelukje in de studio, met een interessant effect [video, vanaf 1:23].




De tape liep mee voor de opname van de Kerstboodschap
Dat we al die gezellige smalltalk over John Lennons deodorant nog kunnen horen, heeft een reden. In november moest er ook weer een kerstsingle worden voorbereid. Elk jaar stuurden The Beatles een kerstboodschap, per 45 toeren-plaatje, naar de leden van de Engelse fanclub. Nu de band zo enorm druk geworden was, liet George Martin een geluidstechnicus op die 8ste november alvast een extra microfoon klaarzetten in de studio. Hij liet fly on the wall-opnames maken van het opnameproces van die dag, in de hoop daar een aantal goede quotes uit te kunnen gebruiken. Het leverde prachtig materiaal op, waaruit vooral blijkt hoe zeer Lennon en McCartney ook qua humor aan elkaar gewaagd waren. Ondertussen horen we hoe de meerstemmigheid van Think For Yourself losjes wordt doorgenomen. En ja, die opmerking over de deodorant zit er ook in. Als je tenminste het geduld kunt opbrengen van dit wat langere [fragment] te genieten. Ik laat de keuze aan jou. Think For Yourself. ;-)


zaterdag 1 december 2018

Waarom we Hey Jude van The Beatles dit jaar de Top 10 van de Top 2000 in willen stemmen

De Top 2000-stemweek begint vandaag. Voor mening muziekliefhebber toch altijd weer een mooi moment om zijn of haar eigen lijstje met favorieten vast te stellen. Ik doe er ook graag aan mee en ik moet zeggen dat ik het juist leuk vind om niet elk jaar op hetzelfde lijstje uit te komen. Soms hoor je gedurende het jaar wel eens een nummer waarvan je denkt: "Ah, die was ik helemaal vergeten, deze zou echt wel in mijn lijst thuishoren." Kortom: we wikken en wegen en ik hoop dat jullie er, net als ik, veel plezier aan beleven om weer met een fijne lijst voor de dag te komen. De onvermijdelijke vraag daarbij is natuurlijk: op welke Beatlesnummers stemmen jullie eigenlijk? Want met The Beatles en de Top 2000 is natuurlijk wel iets bijzonders aan de hand.




In 2015 stemden we massaal Imagine naar de nummer 1-positie
Ons favoriete bandje is natuurlijk al jaren de hofleverancier van de Top 2000. Met maar liefst 37 noteringen in de meest recente editie blijven ze The Rolling Stones (28) en Queen (25) ruimschoots voor. Als je daar ook nog eens het solowerk van The Fab Four bij optelt (inclusief Wings en The Traveling Wilburys), kwam je vorig jaar op 46 platen waarop een (ex-)Beatle te horen is. Dat is en blijft een indrukwekkend aantal. De hoogste positie die een Beatle ooit in de Top 2000 bereikte was natuurlijk John Lennon. Met de zinloze aanslagen in Parijs nog vers in het geheugen, stemde Nederland in december 2015 massaal op Imagine. Het beeld van de Parijzenaar die daags na de aanslag Imagine op een vleugel bij de Parijse concertzaal Bataclan speelde, heeft velen er toe bewogen om hun gevoelens van onmacht te vertalen in een stem op John Lennons vredesboodschap.




Het aantal Beatlesnummers in de Top 2000 slinkt
Als we naar het aantal Beatlesnummers in de Top 2000 kijken, zien we dat The Fab Four nog steeds oppermachtig zijn, maar een overzicht dat ik op Wikipedia vond, laat wel zien dat het aantal Beatlesnummers in de Top 2000 slinkt. Ik zie ook dat Queen de positie van The Rolling Stones nadert en ik vermoed dat Queen, mede door de recent uitgebrachte film over het leven van Freddie Mercury, zomaar de Stones eens voorbij kan streven in de editie 2018. We gaan het zien. 



Verdienen The Beatles geen Top 10-notering?
Vorig jaar brachten The Beatles het 't verst met Hey Jude, dat (slechts) de 61ste plek bereikte, gevolgd door Let It Be (79) en Yesterday (87). Hoewel dit trio van nummers gevolgd wordt door nog 34 Beatlesnoteringen, hebben we hier natuurlijk wel een beetje de kern van de zaak te pakken: zóveel nummers van The Beatles zijn bij zóveel mensen geliefd, dat er een enorme spreiding ontstaat in het aantal stemmen dat ze krijgen. En 37 liedjes de Top 2000 in stemmen blijft prachtig, maar het is tegelijkertijd ook jammer dat Hey Jude als best scorende Beatlesnummer "slechts" die 61ste plek haalt. En dat vind ik tóch jammer. Eigenlijk verdient een nummer van The Beatles op zijn minst een Top 10-notering. Het kan toch niet waar zijn dat de laatste uren van de Top 2000, op Oudjaarsavond gewoonweg níet meer over The Beatles gaan? Ik kan dat toch lastig verkroppen, alle mooie andere muziek ten spijt.




Hey Jude is dit jaar 50 jaar oud: een prachtig jubileum
Houd ik van campagnes, om een bepaald nummer de hoogste regionen in te stemmen? Niet echt. Iedereen moet stemmen op de platen die hem na aan het hart liggen. Dat ga ik ook doen. Toch ga ik zelf dit jaar ook op Hey Jude stemmen. Je mag tegenwoordig zo'n lange lijst met liedjes insturen, dat er voor Hey Jude ook echt een plekje is in mijn lijst. Ik doe het om diverse redenen: omdat The Beatles weer de Top 10 in moeten, omdat ik het een geweldig eerbetoon vind aan het jubileumjaar van The White Album (waar Hey Jude voor mij onlosmakelijk mee verbonden is) en omdat het nummer de tijdloze en epische kwaliteit heeft die hoort bij een hoge notering in de Top 2000. Van ons aller Stijn Fens weet ik dat het zijn favoriete Beatlesplaat is. En eigenlijk laat Hey Jude geen Beatleszieltje onberoerd. Het is het nummer dat Paul McCartney schreef over de zoon van John Lennon, maar óók over zichzelf. Daarnaast herkende ook John Lennon zichzelf nog eens in Pauls compositie. Dat geeft Hey Jude naast die grootste, epische kwaliteit, juist ook weer een heel persoonlijk karakter. Het nummer staat symbool voor de grotere veranderingen die het duo John Lennon en Paul McCartney in hun persoonlijke levens doormaakten in 1968. Het is tevens een lied dat overal ter wereld meegezongen wordt. Dat maakt het tot een universele hymne en daarmee een knappe compositie. Misschien is Hey Jude wereldwijd wel bekender dan Stille Nacht of de Negende Symfonie van Beethoven.



The movement you need....
Zullen we eens kijken wat er gebeurt en wat er mogelijk is met Hey Jude? Wie stemt er met mij mee om The Beatles weer in de hoogste regionen van de Top 2000 te krijgen dit jaar? Precies de plek waar we ze zo graag zien. The movement you need is on your shoulder...