zaterdag 25 mei 2019

Hoe Paul McCartney jarenlang bleef worstelen met zijn Long And Winding Road

Soms kan geluk je ineens overvallen. Dat had ik onlangs op een zaterdagochtend. Buiten was het fris, maar ook zonnig. Ik wandelde door onze buurt naar de warme bakker en passeerde onderweg een buurtgenoot die al druk doende was zijn tuinhaag netjes bij te snoeien. Ik hoorde dat hij er muziek bij had opgezet. Gewoon, op een beschaafd geluidsniveau. Toen het zachte zoemen van zijn elektrische heggeschaar staakte, was de verder stille straat ineens gevuld met het geluid van het orkestrale gedeelte uit The Long And Winding Road. Precies dat gedeelte waarin de melodielijn steeds statig een stukje opklimt, vlak voordat Paul McCartney weer inzet met But still they lead me back...



Hoorde ik The Long And Winding Road toevallig?
Ik vond het wat overdreven om vanaf de overkant van de straat, en al half gepasseerd, de man aan te spreken en mijn blijheid met hem te delen. Wat zeg je ook in zo'n situatie? Wat draait u mooie muziek? Bovendien wist ik niet of hij bewust The Beatles had opgezet, of dat het nummer toevallig voorbij kwam. In een playlist of tijdens een radiouitzending. Terwijl ik glimlachend linksaf sloeg, stierven de klanken achter mijn rug weg en probeerde ik me te herinneren wanneer ik The Long And Winding Road voor het laatst beluisterd had.

Geen toeval?
Ik kon er niet opkomen. Even gravend in de geschiedenis van dat nummer, stuitte ik op 11 mei 1970 als releasedatum, als single. Dat was een paar dagen nadat het zogenaamde 'laatste Beatlesalbum' Let It Be uitkwam. Wacht eens even, vandaag is het ook 11 mei, dacht ik. Dat kon geen toeval zijn. Misschien luisterde mijn buurtgenoot toch naar een radiouitzending waarin die datum gememoreerd werd. The Long And Winding Road had als liedje in mei 1970 zelf ook al een long and winding road afgelegd, want het was op dat moment al bijna anderhalf jaar geleden opgenomen. Het waren gekke tijden, die nadagen van The Beatles als band. Hoe zat het nu ook alweer?




Paul McCartney zag in Schotland een long and winding road
Op zondag 26 en vrijdag 31 januari 1969 namen The Beatles een aantal takes op van The Long And Winding Road. Paul McCartney had het nummer al in 1968 geschreven, op zijn Schotse boerderij. Al rijdend door de hooglanden, zag hij een weg die in de verte al kronkelend door het heuvellandschap liep. McCartney vertelde dat hij altijd inspiratie vond in de rust en schoonheid van het Schotse landschap en al zittend aan de piano, met Ray Charles in zijn achterhoofd, zag Paul de ballad ontstaan. Parallellen met de toenemende complexiteit binnen The Beatles als band en een dus meer symbolische long and winding road dringen zich hierbij natuurlijk ook op. Maar goed. Terug in Londen nam McCartney een demo-versie van het nummer op en zocht hij contact met Tom Jones. Het leek Paul wel aardig dat de crooner The Long And Winding Road als zijn eerstvolgende single zou uitbrengen. Helaas ging die vlieger niet op, want Jones moest van zijn platenmaatschappij met Without Love de boer op. 

Paul McCartney in Schotland

Glyn Johns en Phil Spector namen het nummer onder hun hoede
Dus werd het januari 1969 en zaten The Beatles in de Apple Studio's, samen met Billy Preston als extra toetsenist op de Rhodes-piano. Zittend aan de piano speelde en zong Paul zijn ballad. Ringo drumde, George speelde gitaar en John had voor deze gelegenheid de basgitaar ter hand genomen. Hij speelde niet feilloos. Zoals we weten, gingen al die tapes uit januari 1969 de ijskast in, om later met tussenkomst van anderen alsnog in de vorm van het album Let It Be te verschijnen. Terwijl The Beatles in mei 1969 met hele andere dingen bezig waren, kreeg de Britse technicus en producer Glyn Johns de opdracht uit al die januari-opnames een goede set afgemixte songs samen te stellen. Johns gebruikte daarbij de basisversie van The Long And Winding Road van 26 januari. Intussen was de succesvolle Amerikaanse producer Phil Spector ook ten tonele verschenen, ingevlogen door John Lennon en de omstreden nieuwe zakelijke belangenbehartiger van de band: Allen Klein. 

Met Billy Preston

Ruzie met de orkestleden
Op 1 april 1970 was de uiterst excentrieke Spector aanwezig in de EMI Studio's. Namens The Beatles was alleen Ringo present, die her en der nog wat drumpartijen moest toevoegen. Phil Spector nam, met een arrangement van Richard Hewson onder de arm, een aantal zwaar georkestreerde overdubs op bij The Long And Winding Road, Across The Universe en I Me Mine. Liedjes die door The Beatles aanvankelijk een stuk eenvoudiger en kaler bedoeld waren. Net als al het andere materiaal dat op het uiteindelijke Let It Be-album terecht zou komen. De sessie met de orkestleden verliep desastreus. Spector gedroeg zich onmogelijk, zat onder de drugs en joeg de musici tegen zich in het harnas. 

De legendarische maar excentrieke Phil Spector

Een geëmotioneerde brief van Paul
Uiteindelijk wist Spector, mede door de sussende invloed van Ringo Starr, de dag tot een goed einde te brengen. Op 2 april stuurde hij alle vier The Beatles een acetate met een mix van het complete Let It Be-album en vroeg hij hen om feedback. Het opmerkelijk is dat hij per telegram van alle vier die Beatles goedkeuring kreeg. Paul McCartney schikte zich eerst, maar bij het herbeluisteren van het inmiddels rijk georkestreerde The Long And Winding Road, kreeg hij een paar dagen later toch de kriebels. Het nummer was veel te bombastisch geworden, het had in zijn ogen een eenvoudige pianoballad moeten blijven. Terwijl het productieproces van het album al in volle gang was, stuurde McCartney Allen Klein een geëmotioneerde brief, waarin hij vroeg of de harp uit Winding Road verwijderd kon worden. En of het koor met zangstemmen een stuk verder naar de achtergrond mocht. Klein kreeg McCartney telefonisch niet te pakken, stuurde hem een telegram, maar ontving slechts een schriftelijke bericht van de furieuze componist dat de brief voor zichzelf sprak.

De brief van McCartney aan Klein:
Don't ever do it again.


Creatief verhaal halen
Zo kwam het dat we The Long And Winding Road niet als Tom Jones-single en niet als kleine pianoballad van The Beatles leerden kennen. De afgelopen decennia raakten onze oren gewend aan het brede, statige en rijke geluid van de laatste Beatlessingle. En de laatste nummer 1-notering van The Beatles tijdens hun bestaan als band. Wie denkt dat het verhaal van The Long And Winding Road hiermee ten einde is, vergist zich. Paul McCartney liet het er niet bij zitten en zou als componist van het nummer nog jarenlang bezig zijn in creatief opzicht verhaal te halen. 


Versie na versie
In 1976 speelde McCartney het nummer tijdens zijn concerten met Wings, in een kleiner arrangement met blazers en in 1984 verscheen er een nieuwe versie van Winding Road op het album Give My Regards to Broadstreet. Slechts vijf jaar later besloot Paul alweer opnieuw een versie op te nemen, die ergens als B-kantje ten tijde van het Flowers In The Dirt-album uitkwam. Op Anthology 3 verscheen het nummer met een alternatieve gesproken bridge en in 2003 wist McCartney Ringo en de erven Lennon en Harrison over te halen om het album Let It Be...Naked uit te brengen. Dat was een plaat met de kale versies van alle Let It Be-nummers, zoals het album eigenlijk bedoeld was. The Long And Winding Road werd daarop de ballad die Paul voor ogen had. 



Vrede vinden met je verleden
Tot op de dag van vandaag horen we Paul zijn Winding Road live spelen bij concerten. Daarbij lijkt hij het Spector-arrangement inmiddels een beetje te hebben omarmd. De violen zijn er weer, al klinken ze een stuk bescheidener. Vrede vinden met je verleden kan een long and winding road zijn, ook als je Paul McCartney heet. Ik bedacht het een zaterdagochtend, op weg naar de bakker.


zaterdag 18 mei 2019

Vooraankondiging! The Making of Abbey Road (met Bertolf en Jan Cees) in de Deventer Schouwburg

Lieve lezers, laat ik maar direct met de deur in huis vallen. Namens Jan Cees ter Brugge en Bertolf Lentink kan ik aankondigen dat wij, met ons drieën, op vrijdagavond 1 november 2019 in de Deventer Schouwburg vanaf 20.30 uur een avondvullend programma verzorgen, getiteld The Making of Abbey Road. Het is een eenmalig optreden in deze setting en er zijn 220 kaarten beschikbaar (Kleine Zaal). Dat zijn er niet weinig, maar ook weer niet heel veel. Komende week gaan ze in de voorverkoop.


De kaartverkoop start op zaterdag 25 mei
Eerst maar even de praktische informatie, daarna hoe het er zo van kwam. Op maandag 20 mei aanstaande vindt de Vriendenavond van de Deventer Schouwburg plaats. Dat is een avond waarop de schouwburg vooruitblikt op het komende theaterseizoen. Vrienden van de Schouwburg, die het theater met hun lidmaatschap ondersteunen, krijgen op deze avond de brochure uitgereikt en mogen met voorrang kaarten bestellen. Op die avond mag ik alvast iets komen vertellen over onze Abbey Road-voorstelling van 1 november. De officiële kaartverkoop voor het algemene publiek gaat online van start op zaterdag 25 mei, om 11.00 uur. Wil je er dus bij zijn, wacht dan niet te lang bestellen. Natuurlijk hopen we het verhaal over Abbey Road aan veel mensen te mogen vertellen. Niet alleen in woorden, maar ook met muziek.

Een zonnige zaterdagochtend in Zwolle
(foto: Dirk Schreuders)

Liefde en fascinatie voor The Beatles
Jan Cees en ik vinden het een hele eer hoor, om een avond in het theater te mogen staan. Met Bertolf nog wel. Wat ons bindt, is onze grote liefde en fascinatie voor The Beatles. Zoals jullie misschien weten is Jan Cees ter Brugge één van de makers van de tweewekelijkse Fab4Cast (ook te vinden via Spotify trouwens). Een podcast die ons als luisteraars meeneemt op avontuur door Beatlesland. We horen hoe albums in elkaar werden gezet, leren alles over belangrijke gebeurtenissen in de levens van The Beatles, krijgen college over Brian Epstein, Yoko Ono, en de relaties die The Beatles met andere artiesten hadden. Wie de podcasts ontdekt, is verkocht. Het is prachtig luistervoer.


Aan de keukentafel werkten we aan een mini-college
Een paar jaar geleden leerde ik Jan Cees wat beter kennen. Van de Deventer Schouwburg had ik het verzoek gekregen de inleiding bij het theaterconcert van The Analogues te verzorgen. De band zou het album Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band komen spelen, en een aantal maanden voorafgaand aan die avond, mailde Petra van de schouwburg me of ik het leuk vond voorafgaand aan die show wat over het Beatlesalbum te komen vertellen. In de lounge, voor wie er maar zin in had om het te horen. Het leek me een erg leuk idee en ik was vereerd dat te mogen doen. Toch twijfelde ik hoe ik het aan zou pakken. Dus mailde ik Jan Cees. Voor we het wisten, zaten we aan de keukentafel en werkten we aan een gezamenlijk mini-college. Er kwam beeld bij, geluid, en al snel bleek dat het verhaal van Sgt. Pepper onmogelijk in 40 minuten te vertellen was.
In het Torpedo Theater, Amsterdam
(foto: Ramón Dorenbos)

Met de lange versie van Sgt. Pepper op pad
Toch deden we dat wel, op die bewuste avond in de schouwburg. In sneltreinvaart denderden we door het album. Er bleek veel belangstelling voor ons verhaal te zijn, al was het maar zo kort. Alles dat we niet konden vertellen, stopten we in een lange versie, die we dat jaar op een aantal plekken in Nederland mochten brengen. In het prachtige intieme Theater Bouwkunde (Deventer), in een cultureel centrum in Leiden, Jan Cees vertelde zelf iets tijdens de Beat Meet (ook in Leiden), we waren te gast bij Concerto Record Store in Amsterdam en mochten zelfs optreden in het Amsterdamse Torpedo Theater. Een bijzondere avond was dat.


Ook The White Album leende zich voor een college
Toen The Analogues opnieuw de theaters in gingen, met hun versie van The White Album, kwam er opnieuw een verzoek van de Deventer Schouwburg. De uitdaging werd groter. Of we die dubbelaar ook 'even in 40 minuten' wilden komen bespreken. Dankbaar voor een nieuwe kans om mooie Beatlesverhalen te vertellen, werkten we weer een aantal maanden aan een verhaal in beeld en geluid. Telkens moesten we daarbij de middenweg zoeken tussen 'een verhaal dat voor iedere buitenstaander prettig te volgen is' en 'interessante feitjes die ook de kenners geamuseerd houden'. Ons White Album-verhaal vertelden we voor een volle schouwburglounge in Deventer, maar ook voor de bezoekers van de Beat Meet in Leiden en....tijdens een memorabele theateravond in Het Wilde Westen in Utrecht, waarbij ook Piet Schreuders, Stijn Fens, Yorick van Norden en de mannen van de Fab4Cast optraden. Initatiefnemer Frank de Munnik organiseerde deze avond, samen met Wibo Dijksma en Michiel Tjepkema. Het resultaat was een uitverkochte zaal en veel mooie ontmoetingen tussen al die Beatlesliefhebbers die er aanwezig waren.


Een mooie avond in Utrecht
(foto's: Ramón Dorenbos)


Al brainstormend kwamen we uit op Abbey Road
En toen was daar weer Petra van de Deventer Schouwburg. Met een bijzonder verzoek aan Jan Cees en mij. Of we in het theaterseizoen 2019-2020 niet een hele avond rond The Beatles wilden komen verzorgen. In de Kleine Zaal. En wat we daar zelf voor ideeën bij hadden. Na wat brainstormen waren Jan Cees en ik het eens: in het jaar 2019 konden we er niet omheen het jubileum van het prachtige Abbey Road-album te vieren met een verhaal over de totstandkoming van die plaat. In overleg met de schouwburg werd besloten Bertolf om zijn medewerking te vragen. Die reageerde snel en enthousiast. Dus stonden Jan Cees en ik op een zonovergoten zaterdagochtend in februari met Bertolf Lentink foto's te maken voor de nieuwe brochure van de schouwburg. Dirk Schreuders hielp ons daar heel aardig en vakkundig bij. Er stond nog geen letter over Abbey Road op papier, maar er waren al ideeën genoeg.



(Foto: Dirk Schreuders)

Wie zien we op 1 november in Deventer?
Het is nog geen 1 november, maar ondertussen wordt er hard gewerkt aan deze Abbey Road-avond. We verheugen ons er op dat Bertolf daarbij live zal zingen en spelen. Met zijn enorme kennis van de muziek van The Beatles, vult hij de verhalen muzikaal aan. Alleen daar kan ik me al op verheugen, want ik heb enorm veel respect voor deze singer-songwriter en mede-Beatlesliefhebber. Hebben jullie Bertolfs laatste album al gehoord? Wat wordt het gaaf om samen het bijzondere verhaal rond de totstandkoming van dat laatste Beatlesalbum te vertellen. We hopen dat velen van jullie daar bij willen zijn, om samen met ons 50 jaar Abbey Road in een muzikaal theatercollege te vieren. Bekijk ook onze uitnodigings[video] hieronder. Wie zien we op 1 november 2019 in de Deventer Schouwburg?



zaterdag 11 mei 2019

Hoe de paden van Jimi Hendrix en The Beatles elkaar regelmatig kruisten

Toen Jimi Hendrix in september '66 in Londen arriveerde, leek zijn timing perfect. De Britse hoofdstad kookte van de creativiteit en de jonge Amerikaanse gitarist kon er op meer belangstelling dan in New York rekenen. Met zijn grensverleggende gitaarspel en eigenzinnige gebruik van effecten creëerde Hendrix een compleet nieuw geluid. Het kon niet uitblijven dat de gitaarvirtuoos en de leden van The Beatles elkaar zouden ontmoeten. Hun paden zouden elkaar regelmatig kruisen. Hendrix en The Beatles: hoe zat dat met die twee grootheden?


Jimi speelde voor hooggeëerd publiek
Half november trad de Jimi Hendrix Experience op in de befaamde Bag O'Nails-club in het Londense Soho. Jimi had eind oktober net Hey Joe opgenomen, de plaat die hem legendarisch zou maken. Onder bovengemiddelde belangstelling van John Lennon, Paul McCartney, Eric Clapton, Jeff Beck, Pete Townshend, Brian Jones, Mick Jagger en Kevin Ayers (Soft Machine) speelde Hendrix zijn set op die bewuste novemberavond in 1966. Volgens de overlevering stond het publiek perplex van het nieuwe, grote geluid dat Hendrix en consorten voortbrachten. Het bewuste optreden betekende de grote doorbraak voor Jimi en toen de single Hey Joe/Stone Free een maand later uitkwam, was zijn kostje gekocht.

Jimi Hendrix poseerde voor de lens van Linda Eastman

Een tweede ontmoeting
Ondertussen maakten The Beatles zich op voor nieuwe opnamesessies in de EMI Studio's aan Abbey Road. Terwijl het voor hen roerige jaar tot een eind kwam, maakten The Fab Four een begin met Strawberry Fields Forever, Penny Lane en When I'm Sixty Four. Nummers die een opmaat vormden naar Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band, al kwamen (zoals bekend) de eerste twee niet op de plaat terecht. Terwijl de Pepper-sessies op stoom kwamen, zagen The Beatles in januari 1967 Hendrix opnieuw live optreden, had Hey Joe al op nummer 6 in de Britse charts gestaan en raakte men niet uitgesproken over het nieuwe gitaarfenomeen uit Amerika, dat zich inmiddels in Londen gevestigd had.

Londen, 29 januari 1967, Savile Theater. Jimi Hendrix wordt vanaf het balkon bewonderd door The Beatles, die hem zien openen voor The Who.


Jimi maakte een zootje van de flat van Ringo Starr
In ieder geval was er al sprake van persoonlijk contact tussen Ringo en Jimi. Hendrix had namelijk zijn intrek genomen in het appartement aan 34, Montagu Square. Het was de plek waar Ringo in 1965 kort gewoond had, voor hij zijn verdiende kapitalen op aanraden van Brian Epstein investeerde in een villa buiten Londen. Ringo hield de flat aan en verhuurde hem aan diverse kennissen uit de Londense muziekscène. In december streken Jimi met vriendin Kathy Etchingham en manager Chandler met vriendin Lotta Null in 'huize Starr' neer. Het appartement, dat bestond uit een souterrain en een woongedeelte op de begane grond, was de plek waar Jimi Hendrix The Wind Cries Mary schreef. De huur? 30 pond per maand. Omdat Jimi er, onder invloed van LSD een behoorlijke bende van maakte, vroeg Ringo zijn huurders om een ander onderkomen te zoeken.

Jimi Hendrix in de flat van Ringo Starr


Een liveversie van het kersverse Sgt. Pepper
Terwijl The Beatles aan Pepper werkte, nam The Jimi Hendrix Experience het album Are You Experienced op. De plaat verscheen acht weken eerder dan het kunststukje van The Beatles. Toen Beatlesmanager Brian Epstein Hendrix en zijn band op 4 juni in het Saville Theater boekte, waren Paul, Jane, George, Pattie en Cynthia getuigen van deze bijzondere gebeurtenis. Vier dagen na het verschijnen van hun plaat, speelde Jimi Hendrix het openingsnummer Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band live. Een onverwachte stunt van Hendrix. Paul McCartney is er nog steeds van onder de indruk. Hij vertelt het verhaal tot op de dag van vandaag in interviews en tijdens concerten, hoewel we nu weten dat het album in Engeland al eind mei beschikbaar was en Hendrix in theorie iets meer luister- en repetitietijd kan hebben gehad (met dank aan detective Wibo Dijksma voor deze informatie!) Hoe dan ook, in het boek Many Years From Now, dat McCartney met Barry Miles maakte, verhaalt hij:

It's still obviously a shining memory for me, because I admired him so much anyway, he was so accomplished. To think that that album had meant so much to him as to actually do it by the Sunday night, three days after the release. [...] It's a pretty major compliment in anyone's book. I put that down as one of the great honours of my career.

 Van dat bewuste optreden in juni 1967 is, prachtig genoeg, een [opname] bewaard gebleven:




Was Paul McCartney geïnspireerd door Jimi Hendrix?
Zou het een bedankje van Hendrix aan The Fab Four zijn geweest? In A Day In The Life zat namelijk een stevige hint naar Hey Joe. Bewust of onbewust zette Paul McCartney de vier akkoorden uit Hendrix' hit achter elkaar voor het aaaaaaahhhhh-gedeelte, dat kort voor het uptempo gezongen I read the news today oh boy aan bod komt. Een opvallende muzikale parallel tussen de twee nummers. De Amerikaan Scott Freiman, die inmiddels enige bekendheid geniet met zijn Deconstructing The Beatles-lezingen legt het (toevallige?) verband tussen de twee nummers in dit [filmpje] uit:




The White Album en Electric Ladyland
Ook tussen hun volgende albums zijn parallellen te zien. Toen Jimi Hendrix in oktober '68 zijn dubbelalbum Electric Ladyland uitbracht, volgden The Beatles een maand later met hun eigen dubbelaar, De Witte. Hendrix was zijn manager Chas Chandler kwijtgeraakt. De man stapte gefrustreerd op tijdens langdurige en ongestructureerde opnamesessies. Hendrix had de tijd genomen in de studio, net als The Fab Four. The Beatles waren op hun beurt manager Brian Epstein verloren en namen ook, en opnieuw, maanden de tijd om aan een nieuwe plaat te werken. Beide releases bevatten een uiteenlopende mix van nummers, waarin totale artistieke vrijheid doorklinkt. Lennons Revolution (I) kan thematisch gelinkt worden aan Hendrix' House Burning Down. In beide songs klinkt de politieke onrust van 1968 door.




Hendrix nodigde McCartney per telegram uit
Op 21 oktober 1969 stuurde Jimi Hendrix een telegram naar Apple Records, waarin hij Paul McCartney vroeg om aan te sluiten bij een opnamesessie, waarbij Hendrix zelf, Miles Davis en jazz-drummer Tony Williams aan deel zouden nemen. De tekst van de telegram luidde:

We are recording and LP together this weekend in NewYork. How about coming in to play bass stop call Alvan Douglas 212-5812212. Peace Jimi Hendrix Miles Davis Tony Williams.

Het is niet duidelijk of McCartney ooit op de hoogte is gesteld van de uitnodiging. Zaakwaarnemer Peter Brown antwoordde Hendrix dat McCartney op vakantie was en zeker nog twee weken weg zou blijven. Die vlieger ging dus niet op. Was dit de psychedelische, experimentele jazz-plaat van de eeuw geworden? We zullen het nooit weten. 

De telegram voor McCartney


Voor de deur in Liverpool
De grappigste link tussen Jimi Hendrix en The Beatles is trouwens het verhaal dat Pauls stiefzus Ruth McCartney ooit vertelde. Zij woonde met haar moeder, die met weduwnaar Jim (Pauls vader) trouwde eind jaren '60 nog in Liverpool. Op een dag stond Jimi Hendrix voor de deur. Paul had 'm het adres van zijn ouderlijk huis gegeven, voor het geval Jimi eens in Liverpool was en iets nodig had. Dat zou in april 1967 kunnen zijn geweest. Ik vond terug dat Hendrix op 9 april in The Empire in Liverpool optrad. Ruth herinnerde zich in ieder geval het verzoek van Hendrix aan de voordeur nog goed: of hij zijn onderbroeken even mocht komen wassen.

zaterdag 4 mei 2019

Paul McCartney en zijn MTV Unplugged-sessie

Je vraagt je af hoe lang Paul McCartney met zijn band nog van die grote stadion-concerten blijft doen. Voorlopig lijkt Good Old Macca, die in juni -lieve help!- 77 jaar wordt nog van geen ophouden te weten. Lichamelijk lijkt onze held het allemaal nog prima vol te houden, vocaal iets minder, maar ach... Toch moet ook McCartney een keer op het punt komen waarop hij hier mee gaat stoppen. De vraag is dan: heeft Paul nog een ander plan, of is het dan ook gewoon echt afgelopen met optreden? Toen ik hier aan dacht, schoot zijn geweldige MTV Unplugged-sessie uit 1991 me te binnen.



De macht van MTV
Ik geloof niet dat ik ooit een Beatles- of McCartney-fan heb gesproken die 'niet zoveel heeft' met wat Paul unplugged bij MTV neerzette. De Amerikaanse zender, die in augustus 1981 van start ging en in de eerste jaren nog alleen muziekvideo's uitzond, was van grote invloed op de wereld van de popmuziek. Wie een mooie clip maakte en daarmee op de playlist van MTV terecht kwam, kon rekenen op 'heavy rotation', een enorm kijkerspubliek én een hit. Bands die weinig op de radio gedraaid werden, konden het via MTV alsnog helemaal maken. Eén van de formats die de muziekzender ontwikkelde was het zogenaamde MTV Unplugged. Het programma waarbij artiesten werden uitgedaagd hun eigen nummers volledig met akoestische instrumenten te spelen, ging in 1989 van start. Unplugged was eigenlijk de ultieme ode aan Het Liedje. Een sterk nummer blijft immers ook in een volledig akoestisch arrangement overeind. 


McCartney ging écht unplugged, in tegenstelling tot andere artiesten
Paul McCartney zat in de vroege lichting Unplugged-shows en, mooi om even te vermelden, hij koos er ook echt voor het Unplugged-concept te volgen. Een aantal van zijn voorgangers plugden hun akoestische gitaren in versterkers. McCartney en toenmalige tourband speelden alles 'zonder plugs' en werden alleen verterkt door microfoons die het geluid moesten versterken en vastleggen. McCartney en zijn muzikanten hadden er net een enorme wereldtournee op zitten en waren goed op elkaar ingespeeld, al had Paul drummer Chris Witten inmiddels verruild voor Blair Cunningham. Met de grote stadionshows nog vers in het geheugen, kon Paul moeiteloos opschuiven naar de andere kant van zijn muzikale spectrum: het spelen van zijn mooiste "kleine" nummers, in intieme setting.



De première van McCartneys eerste liedje
Daar waar andere artiesten nog wel eens moeten schrapen en coveren om een goede setlist bij elkaar te krijgen, kon Macca voor zijn akoestische set kiezen uit een overdaad aan geschikte nummers. Toch schuwde Paul de covers ook niet. Hij koos er voor de luisteraars mee te nemen op een nostalgisch tripje langs oude rock 'n' roll- en skifflenummers die zijn hart gestolen hadden, Beatlesnummers en materiaal uit zijn vroege solocarrière. Uniek was ook de première van het eerste liedje, dat hij als 14-jarige jongen in Liverpool schreef: een kort deuntje, getiteld I Lost My Little Girl. Plaats van handeling waren de Limehouse Studio's, Wembley, Londen. Het was 25 januari 1991.

McCartney met toetsenist Paul -Wix- Wickens op accordeon

Kennen jullie de outtakes die niet werden uitgebracht?
De intieme sfeer en ontspannen spelende band leverde een set aan songs op die zeer 'warm' klinken. McCartney besloot het beste materiaal te gebruiken voor een CD, die hij vier maanden later uitbracht. De liedjes die hij niet selecteerde voor dat album, waaronder Heart Of The Country en Mother Nature's Son, zullen hun weg ongetwijfeld op vele bootlegs naar het publiek hebben gevonden. Ik moet zeggen dat ik nog nooit op zoek ben gegaan naar die Unplugged-outtakes. Jullie? Twee liedjes voegde Paul uiteindelijk als B-kantje toe aan zijn single Biker Like An Icon (1993). Dat waren Things We Said Today en Midnight Special.

Het officiële album dat uit de sessie werd samengesteld

Een intiem besluit van een carrière?
Vele artiesten zouden McCartney volgen: zowel met een Unplugged-optreden als met een CD-release. MTV-producer Alex Coletti, die bij het programma betrokken was, zei ooit dat Unplugged dankzij Paul McCartneys optreden en release de cultstatus kreeg die het programma legendarisch maakte. Wat daar precies de motivatie voor was, weet ik niet. Wel weet ik dat ik Paul best nog graag, op hoge leeftijd, op deze mooie en intieme manier zijn carrière zou willen zien afronden. Hij zou niet misstaan tussen veel hedendaagse 'singer-songwriters met gitaren' die proberen een onderscheidend liedje te schrijven en daar meestal, door vlakke melodielijnen, niet in slagen. Misschien weet Macca ze alsnog te inspireren.




zaterdag 27 april 2019

In Spite Of All The Danger: hoe The Quarrymen hun eerste plaat opnamen

Percy Phillips was de 60 al ruim gepasseerd toen hij op een dag vijf jongens thuis over de vloer had. Drie gitaristen, een pianist en een drummer. Ruim twee jaar daarvoor, in 1955, was Phillips een kleine opnamestudio begonnen. In de woonkamer van zijn huis aan Kensington, een straat in het oostelijk deel van Liverpool, verkocht Phillips niet alleen grammofoonplaten. Op een goede dag installeerde hij een bandrecorder, een fonograaf, een mixer, drie microfoons en nog wat aanvullende apparatuur. Een badkuip in de kelder, waar een microfoon in hing, die in verbinding stond met de studio, fungeerde als echokamer. Phillips was een inventieve ondernemer en bovenal de trotse eigenaar van de eerste opnamestudio in Liverpool: een plek die een enorme aantrekkingskracht moet hebben gehad op de jonge John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en hun muzikale vrienden Duff Lowe (piano) en Colin Hanton (drums).

George, John en Paul op 8 maart 1958.
Ergens in die periode zouden ze bij Percy Phillips in de studio staan.

Van fietsen en motoren naar accu's en platen
De schooljongens die zich, onder leiding van John Lennon, The Quarrymen (of: The Quarry Men) noemden en die destijds trouwens regelmatig van bezetting wisselden, hadden nog een leven voor zich. Ze waren 15, 16, 17 jaar oud. Percy Phillips daarentegen, liet al meer dan een half leven achter zich. Oorspronkelijk kwam hij uit Warrington, een plaats in Lancashire die zo'n beetje tussen Liverpool en Manchester ligt. Als veteraan uit de Eerste Wereldoorlog startte hij met de verkoop van fietsen en motoren. Uitendelijk stapte Percy over op het verhandelen en opladen van accu's. Na de Tweede Wereldoorlog werden steeds meer huizen in Engeland aangesloten op een vast elektriciteitsnet en liep de vraag naar accu's terug. Percy besloot zodoende een kleine platenzaak te starten, in de voorkamer van zijn huis. Ook verkocht hij radio's en platenspelers. Je kon er terecht voor country-, r&b- en bluesplaten, straight from America. 




Iedereen kwam naar Percy om een plaat te maken
Eigenlijk was de uitbreiding van een platen- en elektronicazaak naar die kleine opnamestudio een logische stap, hoewel Phillips er een behoorlijke investering voor moest doen. De studio was midden jaren '50 een noviteit voor Liverpool. Tegenwoordig hebebn we met onze smartphone altijd een memorecorder op zak. In die tijd kwam men op de fiets, met bus of tram naar Kensington nummer 38 om iets door Percy op te laten nemen. Het waren echt niet allemaal groepjes jongens die er van droomden om in de voetsporen van Buddy Holly en Elvis Presley te treden. Soms was het een familie, die een gesproken boodschap wilde opnemen voor een dierbaar familielid dat geëmigreerd was. Of men wilde iets vastleggen voor een zeeman die een lange reis ging maken. Dan weer stonden er kleine kinderen in de huiskamerstudio te zingen, terwijl Percy of zijn vrouw Hilda hen begeleidden. Op de piano of met een accordeon. Ik probeer me voor te stellen hoe het een komen en gaan was in de tussenwoning. Er was zelfs een kleine wachtruimte. Percy deed vast goede zaken.



John Lennon vroeg Colin Hanton om een sjaal over de snaredrum te leggen
De ondernemer kon dan ook van alles voor zijn klanten betekenen. Want wie een tape had waar een radioprogramma op stond, kon er bij Percy een plaat van laten maken. Met de fonograaf, die acetates kon beschrijven. Rechtstreeks op een plaat opnemen kon ook. Dat was wat The Quarrymen op die bewuste dag, eind 1957 of ergens in de loop van 1958 kwamen doen. Je zou verwachten dat we daar nog de precieze datum van kunnen terugvinden, maar die noteerde Phillips niet in zijn studiologboek. Veel bronnen verwijzen naar 12 juli 1958, maar zowel Colin Hanton als Duff Lowe herinnerde zich dat het erg koud was en dat de jongens een sjaal droegen die bewuste dag. John Lennon zou drummer Colin zelfs hebben gevraagd diens sjaal over de snare-drum te leggen om het geluid wat te dempen. Phillips had zelf trouwens ook zware dekens in de ruimte hangen. Dat was om het geluid van passerende trams, vrachtwagens en paarden wat tegen te houden. Maar goed, die sjaals en de kou kunnen verwijzen naar een eerdere opnamedatum, ergens in oktober/november 1957.

Percy Phillips (rechts) in zijn studio, omstreeks 1957,
samen met een acteur

Elvis met een vleugje Skiffle
Volgens Paul McCartney ging het allemaal erg snel. Het stel moest even wachten tot de studio vrij was en mocht toen plaatsnemen rond één microfoon die aan het plafond hing. Vooraf was er een hele korte oefensessie geweest in huize McCartney, rond de piano van vader Jim. Daarna moest het gebeuren. Twee liedjes zongen en speelden de jongens. Voor de a-kant van hun 78-toerenplaat hadden ze That'll Be The Day van held Buddy Holly gereserveerd. Binnen een half uur stond ook het tweede nummer op de plaat: In Spite Of All The Danger, een compositie die officieel wordt toegeschreven aan McCartney-Harrison, maar waaraan de laatste van de twee vooral de gitaarsolo bijdroeg. Het nummer, met een vleugje Elvis en een vleugje Skiffle, werd door de vijf jongens behoorlijk uitgesmeerd. Toen Phillips als opnameleider zag dat de naald bijna het einde van de acetate had bereikt, gebaarde hij dat The Quarrymen echt richting hun slotakkoord moesten. De tijd was om, de acetate op. Een sfeerbeeld van de gebeurtenissen werd, uiteraard geromantiseerd, geschetst in de film Nowhere Boy, waarvan ik deze [scène] vond:





The Quarrymen moesten vooraf betalen
Al voordat Phillips de opname gestart had, vroeg hij de vijf jongens met het verschuldigde bedrag over de brug te komen. Het was schrapen. Ieder betaalde 3 shillings en 6 pence en zodoende was de breekbare plaat gezamenlijk bezit. Afgesproken werd, dat de schijf gerouleerd zou worden. Eerst mocht John hem hebben. Hij ging er ongetwijfeld nog trots mee naar zijn moeder. Als de opnamedatum van 12 juli 1958 toch klopt, dan moet Julia de eerste plaat van haar zoon nog hebben kunnen horen, voor ze op 15 juli op Menlove Avenue verongelukte. Daarna ging de schijf naar Paul, George, en tenslotte naar Colin en Duff. De pianist wist zich te herinneren hoe de vijf die dag in de studio stonden te staren naar de zwarte acetate. Percy zou hem voor hen in een berschermhoes hebben geschoven. Van Parlophone. Een achteloze actie van profetische proporties. Bij Duff Lowe bleef de plaat uiteindelijk liggen. Jaar in, jaar uit. Lowe vergat het kostbare item en herontdekte het in 1981. Toen Paul McCartney hoorde dat zijn oude bandmaatje het schijfje via Sothebys had laten taxeren, pakte hij de telefoon. 

Colin en Duff in 2005 met een replica van de plaat
bij de onthulling van het gedenkschildje
op het pand van de opnamestudio


Een deal bij de plaatselijke bank
McCartney belde Lowes moeder in Liverpool en kwam via haar weer in contact met Duff, die inmiddels in Worcester woonde. Er volgden een aantal lange telefoongesprekken, waarbij volgens Lowe volop herinneringen werden gedeeld. Het was duidelijk dat Paul het unieke exemplaar van de 78-toerenplaat graag wilde kopen. De transactie vond plaats in een kantoortje van de plaatselijke Barclay's Bank. Duff moest het daarbij helaas doen met McCartney's zaakwaarnemers. Paul liet de zeer kwetsbare plaat direct op tape zetten, waarbij technici de geluidskwaliteit probeerden op te krikken. Van de opname werden zo'n 50 kopieën gemaakt (ik vermoed als 45 toeren-single) die Paul met Kerst cadeau deed aan een aantal familieleden en vrienden. Uiteindelijk kwamen That'll Be The Day en In Spite Of All The Danger terecht op Anthology I, de dubbelaar die verscheen ten tijde van het gelijknamige documentaireproject van The Beatles uit 1995. McCartney speelde In Spite regelmatig in 2005 tijdens zijn wereldtournee, waarschijnlijk uit nostalgische overwegingen, niet omdat het nu zo'n live-kraker was. Ook haalde hij herinneringen op in de Abbey Road Studio's:




Luister naar het verhaal van Percy's kleinzoon
Percy Phillips gebruikte zijn studio tot 1969, runde zijn platenzaak tot midden jaren '70 en overleed in 1984. Ik vond deze interessante site over Percy en zijn studio. De verhalen zijn talrijk. Wat er die dag met The Quarrymen gebeurde is door diverse mensen naverteld en onderzocht. Op details spreken de feiten elkaar soms wat tegen. Nam Phillips The Quarrymen toch niet eerst op tape op en vernietigde hij die band? Wat was nu de exacte prijs van de opname, die de vijf jongens moesten betalen? Niet alles werd gedocumenteerd en wie zijn herinneringen deelt, kan er soms wat naast zitten. Kleinzoon Peter vertelt trouwens in deze podcast levendig over zijn bijzondere opa (leuk luistervoer!) en draagt inmiddels zorg voor de archiefcollectie met acetates uit de studio. Daar zit die éne plaat niet in. Wat Duff Lowe er van van Paul McCartney voor ontving, maakte hij niet bekend. Naar verluidt sloeg hij McCartney's eerste bod van 5000 pond af. Geef hem eens ongelijk.





zaterdag 20 april 2019

Beatles For Sale: Wat brachten de duurdere Fab Four-memorabilia op?

Alles dat ooit in het bezit was van The Beatles of dat door hen gesigneerd werd, is geld waard. Veel geld, in sommige gevallen. Dat is geen verrassing. Natuurlijk maakt het nog wel uit of het daarbij gaat om een gewone handtekening op een stukje papier, of bijvoorbeeld om de combinatie van vier handtekeningen op een lp-hoes. Dat laatste is natuurlijk een stuk interessanter. Daarnaast is er zoveel meer dan handtekeningen.


De kies van Lennon was wel een waanzinnig voorbeeld
Wat te denken van auto's, gitaren, sieraden, kledingstukken en andere gebruiksvoorwerpen die ooit in het bezit waren van de Fab Four?  Eigenlijk vind ik het waanzin, dat verzamelaars tienduizenden dollars of euro's neertellen voor een jas die John Lennon droeg of voor een gitaar waar George Harrison ooit drie noten op speelde, maar zo werkt het nu eenmaal. Het meest waanzinnige object dat ooit is verhandeld, was een kies van Lennon, die door een Canadese tandarts voor 30.000 dollar werd aangeschaft. Vandaag een rondje opvallende Beatles-memorabilia.

De VOX Kensington-gitaar uit 1966 die door John en George bespeeld werd,
bracht in 2013 117.250 pond op.


Het bassdrum-vel van de Sgt. Pepper-hoes
Het is er natuurlijk wel eentje om te hebben: het drumvel dat een prominente plek kreeg op de hoes van het Sgt. Pepper-album uit 1967. De vier Beatles poseerden als leden van de fictieve Lonely Hearts Club Band achter de bassdrum. Kunstenaar Joe Ephgrave beschilderde het vel. Hij maakte trouwens twee versies. Het andere exemplaar, dat de hoes niet haalde, is in bezit van Paul McCartney. Wat er in de loop der jaren met de echte Pepper-bassdrum is gebeurd, is niet helemaal duidelijk. In 1968 dook het item op, op een foto van John Lennon in Ringo's flat aan Montagu Square, Londen. John woonde daar tijdelijk met Yoko, na zijn scheiding van Cynthia. Eind jaren '70 werd het vel teruggevonden in een woning in het Londense Chelsea. In 2008 werd de drumskin voor het laatst geveild. Door Christie's, voor 541.250 pond.




Het witte pak van de Abbey Road-hoes
Voorop liep hij, met de rest van The Beatles in ganzenpas achter hem aan, over de meest gefotografeerde zebra ter wereld. Daarbij droeg John Lennon een wit pak. Alle Beatles droegen trouwens een effen tenue. Ringo in het zwart, Paul in het donkerblauw en George in jeans. Lennon liet zijn pak ontwerpen door de Franse designer Ted Lapidus. John zal het warm hebben gehad, op die zomerse vrijdag de 8e augustus 1969, toen fotograaf Iain MacMillan, staand op een keukentrapje op Abbey Road, afdrukte. Het witte pak was deels van wol gemaakt. Lennon gaf het aan zijn vriend Richard Ross, de eigenaar van de Home Club in Manhattan. Na Ross' overlijden, kwam het pak weer in familiebezit. In 1996 werd het gekocht door een zanger, die anoniem wenste te blijven. Het tenue werd in 2011 weer geveild door Braswell Galleries in Connecticut, voor een bedrag van 46.000 dollar.





De beschilderde Rolls Royce
John Lennon was in het bezit van een exclusieve Phantom V Rolls uit 1965. Hij liet de wagen in 1967 in Gipsy-stijl beschilderen, waardoor de wagen een psychedelisch uiterlijk kreeg. Toen hij er in de Summer of Love mee over Piccadilly Circus reed, gilde een Britse vrouw hem toe: You swine, how dare you do that to a Rolls Royce, terwijl ze met haar paraplu een ferme tik op de auto gaf. Je ziet het voor je. Lennon liet de Rolls naar Amerika verschepen en schoof hem in 1977 door aan het Cooper-Hewitte Museum van het Smithsonian Institute, in ruil voor een belastingvoordeel van 250.000 dollar. De wagen werd in verschillende musea tentoongesteld. Sotheby's veilde de Rolls in 2016 voor 185.000 pond. Valt me nog mee, eigenlijk.




Lennon gaf graag spullen weg
Het zijn vooral items uit het bezit van John Lennon die de afgelopen jaren in de openbare verkoop kwamen. Van Lennon is bekend dat hij niet zo hechtte aan persoonlijke items. Regelmatig gaf hij kleding en andere spullen weg. Paul McCartney documenteert zijn eigen geschiedenis beter. Hij schijnt een enorm archief te hebben, dat beheerd wordt door MPL Communications, het bedrijf dat hij in 1969 oprichtte en dat al zijn zakelijke activiteiten regelt. Hoewel er van George Harrison ook nog wel eens wat op een veiling verschijnt, heeft de Harrison Estate inmiddels een archief ingesteld dat zich op het landgoed Friar Park bevindt. Ook voor items die bij het landgoed horen. Een paar jaar geleden zocht men daarvoor een daadwerkelijk een archivaris, die het beheer kreeg over de stukken. Droombaan!

Friar Park heeft inmiddels zijn eigen archief.


Ringo ruimde de zolder op
Ringo Starr ruimde de afgelopen jaren een paar keer zijn zolder en bankkluizen op en verkocht een groot aantal spectaculaire items uit zijn privécollectie. Daarover schrijf ik graag nog eens verder. Ik heb trouwens ook iets in mijn bezit van Ringo. En jullie? Hebben jullie een bijzonder Beatles-gerelateerd item waarover jullie me willen vertellen?

zaterdag 13 april 2019

Schatgraven naar beeld & geluid van The Beatles en: op zoek naar Peter Goessens en Wim van Muyden

Er hangt altijd iets magisch rond het opduiken van onbekend Beatlesmateriaal. Of vergeten beeld- en geluidsopnamen die maar in zeer selecte kring bekend waren. Denk aan onbekende foto's, snippers film, of iets dat praktisch niemand ooit hoorde. Beatlesonderzoekers graven als ware archeologen actief naar dit soort schatten. Soms wordt er ook toevallig iets ontdekt. Twee jaar geleden schreef ik al eens over dat schatgraven naar beeld en geluid uit de jonge jaren van The Beatles. Afgelopen week was het onderwerp weer actueler dan ooit.




Een cassettebandje voor Ringo
In zijn gesprek met Gijs Groenteman in het Amsterdamse Hilton Hotel, vertelde Beatlesonderzoeker Mark Lewisohn dat er een geluidopname bestaat van een vergadering die The Beatles ergens in 1969 hadden. Ze spraken over het opnemen van een opvolger van het album Abbey Road. Dat was denk ik nieuws voor iedereen in de zaal. Zelf vond ik het een redelijk sensationele onthulling. Lewisohn was zeker van zijn zaak, want vertelde dat hij een fragment van de opname gehoord had. Waarom The Beatles een opname van hun bespreking maakten, begreep ik pas enkele dagen later. In het tweede gesprek dat Lewisohn met Gijs Groenteman had, tijdens het herdenkingsconcert Remember Love, vertelde Mark dat de reden voor die opname eigenlijk een hele simpele was. Ringo kon niet bij de vergadering aanwezig zijn, dus zorgden de andere drie ervoor dat hun drummer het gesprek later kon terugluisteren. Tegenwoordig zou iemand even aanhaken via Skype of Facetime. Destijds lag dat anders. Bij gebrek aan mobiele telefoons kon Ringo misschien ook niet eenvoudig telefonisch meeluisteren vanaf de plek waar hij was. Het zijn aannames, maar wat we zeker weten is dat Ringo's afwezigheid voor een nieuwe 'schat' zorgde. Wie de opname in zijn bezig heeft en of we hem ooit publiekelijk kunnen horen, is een vraag waarop ik het antwoord schuldig moet blijven. We gaan het misschien lezen in Volume 3 van Lewisohns trilogie, ergens rond 2029.

De laatste gezamenlijke foto van The Beatles, voor
zover bekend, gemaakt op 22 augustus 1969.
De twee nu nog levende Beatles zwaaien
naar de camera. Ik krijg er altijd een beetje kippenvel van.


11 seconden Paperback Writer bij Top of the Pops
Ook in het nieuws deze week was het opduiken van onbekende beelden van The Beatles bij Top of the Pops. Voor het Britse tv-programma namen The Beatles een aantal malen hun bijdragen van tevoren als een soort videoclip op. Slechts één keer waren ze zelf aanwezig in de studio, al was het om een liedje te playbacken. Op 16 juni 1966 verschenen The Beatles in het programma met Paperback Writer. Ik vond op YouTube trouwens een geluidsopname waarop The Beatles met versterkte instrumentenin live-setting repeterend voor die show te horen zouden zijn. Of klopt de informatie niet? Aan het eind van het fragment wordt de bestaande geluidsopname van Paperback Writer ingestart. Zouden The Beatles met hun ingeplugde instrumenten uiteindelijk hebben staan meespelen/playbacken voor de televisie? Op de foto's van de set zijn geen kabels en versterkers te zien. Hoe zit dit? Wie het weet, mag het zeggen.

The Beatles bij de bewuste uitzending van Top of the Pops


Een Liverpoolse familie filmde het tv-optreden in de huiskamer
De BBC bewaarde in die tijd niet alle tapes van tv-programma's en zo gebeurde het dat dat Beatlesoptreden uit 1966 verloren ging. Je vraagt je af waarom de BBC er in juni 1966 onderhand niet voor koos om alles dat The Beatles deden vast te leggen, gezien de status en reputatie die de band inmiddels wereldwijd had. Hoe dan ook, een familie in Liverpool filmde die bewuste dag de tv in de huiskamer, waarop de uitzending te zien was. Met een 8mm-camera. Een Mexicaanse verzamelaar wist het filmpje te bemachtigen en nam contact op met een Britse organisatie die verloren tv-beelden opspoort. konden we deze week 11 seconden [beeldmateriaal], zonder geluid, van die bewuste dag in juni 1966 terugzien. De volledige clip wordt zeer binnenkort, op 20 april 2019, vertoond tijdens het event Music Believed Whiped.



Een promo van Something in een Oostenrijks televisiearchief
Op hetzelfde Festival is er meer moois van The Beatles te zien. Later deze week dook namelijk ook een vroege versie van de promofilm van Something op. Het betreft een document dat Apple zelf vervaardigde en naar de BBC stuurde. De clip was bedoeld voor de uitzending van 13 november 1969. Een onderzoeker ontdekte de film in, je raadt het werkelijk nooit, een televisiearchief in Oostenrijk. Het is aannemelijk dat de BBC meer televisiestations rechten verstrekte Top Of The Pops uit te zenden. Zodoende bewaarde men in Oostenrijk iets dat eigenlijk ook in de Britse archieven had moeten liggen. De clip van Something bevat materiaal dat door Paul McCartney aan Apple verstrekt werd. Het gaat om opnamen die gemaakt werden tijdens het filmen van de Fool On The Hill-clip en materiaal dat geschoten werd ten tijde van de Get Back/Let It Be-sessies.

Een 'still' uit de herontdekte beelden van de eerste Something-promo

Waar zijn Peter Goessens en Wim van Muyden?
En dan was er natuurlijk het filmblik met de film Mr & Mrs Lennon's Honeymoon, Part Two, bijna twee weken geleden in het nieuws. Het was Nederlands nieuws dat over de hele wereld gedeeld werd. De originele film ligt ergens in Nederland, de kopie bij Yoko Ono in New York. Bij het maken van die opnamen in Amsterdam en Wenen waren regisseur Peter Goessens, geluidsman Wim van Muyden en cameraman Mat van Hensbergen betrokken. Het drietal, dat door Lennon en Ono werd ingehuurd, was dagenlang getuige van wat er in Amsterdam en Wenen rond de Bed-In gebeurde. Juist op momenten waarop alle andere perslieden niet aanwezig waren. De ploeg reisde mee van Nederland naar Oostenrijk en kreeg zodoende een uniek inkijkje in heel wat momenten die verder voor de buitenwereld verborgen bleven. Cameraman Mat van Hensbergen is helaas overleden en van Peter Goessens en Wim van Muyden ontbreekt ieder recent spoor. Wat zouden zij, indien nog in leven, een waardevolle bron kunnen zijn voor onderzoek naar die Bed-In. Mochten jullie weten of de heren Goessens en Van Muyden, die inmiddels de 70 ruim gepasseerd moeten zijn, nog ergens te bereiken zijn, dan hoor ik het heel graag. Stamboomspecialisten, onderzoekers, internetdetectives en archiefmedewerkers van Nederland, verenigt u!