zaterdag 27 juni 2020

Hoe Gene Vincent in Liverpool in 1960 The Beatles op de been kreeg

Soms neemt een foto je mee, een verhaal in. Mij overkwam dat onlangs weer eens. Al een tijdje volg ik via Facebook de groep "There Are Places I Remember: Beatles Liverpool locations". Er duiken regelmatig interessante foto's rond The Beatles op. Zo keek ik geïnteresseerd naar een afbeelding waarop Stuart Sutcliffe en (misschien ook) John Lennon te zien is. Volgens het bijschrift zou het kiekje genomen zijn op 2 mei 1960, tijdens een concert dat Gene Vincent in Liverpool gaf. Omdat er niet ontzettend veel foto's van Stuart en John zijn, besloot ik op zoek te gaan naar het verhaal van dat concert, waar beide jongens blijkbaar in het publiek hadden gestaan. Ik werd nieuwsgierig.



Allerlei personages onder één dak
Ik kwam er al vrij snel achter dat de foto nooit op 2 mei 1960 kon zijn genomen. Dinsdag 3 mei 1960 was namelijk de dag waarop de grote rocker Gene Vincent Liverpool aandeed. Dat was op zichzelf best een memorabele dag. Het bracht allerlei belangrijke personages uit het grote verhaal van The Beatles onder één dak samen. Nog zónder dat deze mensen van elkaar wisten dat ze allen een rol zouden spelen, een schakel zouden vormen in de gebeurtenissen die elkaar vanaf 1960 steeds sneller zouden opvolgen. Op die eerste dinsdag in mei, in het prille begin van de sixties, was half Liverpool in rep en roer: Gene Vincent was back in town.


Gene Vincent was een held van veel jongeren
De Amerikaanse ster maakte al een paar jaar rockabilly- en rock 'n' roll-muziek die een enorme aantrekkingskracht had op de jongens uit Liverpool. De liedjes die hij schreef en de nummers die hij coverde zouden moeiteloos hun weg vinden naar de platenkoffers en setlists van The Quarrymen en The Beatles. Minstens 14 Vincent-songs namen The Beatles op in hun repertoire. Van Be-Bop-A-Lu-La, via Wild Cat tot Time Will Bring You Everything. Het nummer Wild Cat zou in de zomer van 1960 bij Paul thuis, aan Forthlin Road worden opgenomen, door John, Paul, George en Stuart. Gene Vincent was een grote held van veel jongeren uit Liverpool die in het bezit waren van een platenspeler en een gitaar.




Gene had Liverpool al op de kop gezet, met Eddie Cochran
Op zich was het opmerkelijk dat Gene Vincent op de avond van 3 mei 1960 in Liverpool optrad. Al in maart had hij een triomfantelijke week in de Noordengelse havenstad achter de rug. Samen met Eddie Cochran stond hij zes avonden (waarop steeds twee shows plaatsvonden) in het Liverpool Emipre Theatre. Van 14 tot en met 19 maart om precies te zijn. Die optredens hadden al de nodige mensen uit de Beatlescirkel op de been gebracht. Zo waren John Lennon en Cynthia Powell aanwezig, ook Stuart Sutcliffe was er, net als George Harrison, Pete Best en Neil Aspinall. Of Paul McCartney in maart van de partij was, blijft de vraag. In verschillende interviews beweerde hij in de loop der jaren soms stellig dat hij er bij was. Op andere momenten ontkende hij dat weer stellig. Wie er zeker wel was? Allan Williams, de man die de eerste manager van The Beatles zou worden.



Allan Williams nam het risico
De Liverpoolse ondernemer was in maart 1960 zo onder de indruk van de hoeveelheid mensen die de concerten van Vincent en Cochran bezochten, dat hij kansen zag. Commerciële kansen. Williams nam contact op met impresario Larry Parnes en vroeg of de sterren misschien nog ruimte in hun tourschema hadden om terug te keren naar Liverpool. Ditmaal wilde Williams zelf organisator zijn. Die ruimte in de agenda's was er. Na een korte break van 14 dagen in de Verenigde Staten, zouden de mannen terugkeren naar Engeland. Dinsdag 3 mei was er ruimte voor Liverpool. Allan Williams nam de gok en investeerde een bedrag van 475 pond om Gene Vincent, Eddie Cochran en acht andere acts te boeken. Het eerste grote concert van Jacaranda Enterprises was op handen.

In een Morris-bus op weg om posters te plakken
Ik besloot eens op zoek te gaan naar de aankondiging van het evenement en stuitte daarbij op twee verschillende concertposters. Achter die verschillende biljetten gaat waarschijnlijk het drama schuil dat Vincent en Cochran in april dat jaar zou overkomen. Op de ene poster staan Gene en Eddie samen als hoofdact vermeld. De andere poster maakt alleen melding van Gene Vincent. Daarover zometeen meer. In ieder geval reed Allan Williams in zijn pas aangeschafte tweedehands Morris-bus de halve Merseyside af om zijn concertposters overal illegaal op te plakken. Zijn concert moest en zou een groot succes worden. Ik zie het tafereel voor me.





Naar de boksring van de familie Best
Het Liverpool Empire Theatre was vermoedelijk een tikje te groot en prestigieus voor de beginnend concertpromotor. Of bezet. Dus moest Williams op zoek naar een andere locatie. De avond zou daarom plaatsvinden in het Liverpool Stadium. En dát was weer een plek die Pete Best heel vertrouwd was. Het boksstadion werd al geruime tijd beheerd door zijn familie. Bokspromotor Johnny Best en diens vader waren bekende figuren in de sportwereld. Johnny trouwde Pete's moeder Mona, maar was niet de vader van Pete. Toch voerde Pete zijn achternaam en kende hij de boksring en de tribunes aan St. Paul's Square op zijn duimpje.

Liverpool Stadium: het interieur


Niet veel wijzer
Die middag was het er al een drukte van belang. Ook Brian Epstein liep rond, vergezeld door zijn assistent-shopmanager Peter Brown. Epstein hield die dagen scherp in de gaten welke belangrijke optredens er plaatsvonden in Liverpool. Niets ontging de middenstander. Het kwam die dag ook tot een ontmoeting tussen Epstein en impresario Larry Parnes. Misschien zagen beide heren, al pratend, hoe de boksring werd omgebouwd tot een podium. De tribunes die zich rond de ring bevonden, konden niet volledig benut worden. Alle artiesten stonden in één richting opgesteld, dus kon Williams maar de helft van de capaciteit van de accommodatie benutten. Ook lukte het hem niet alle kaarten voor die avond te verkopen, las ik. Williams had zijn nek uitgestoken, maar werd uiteindelijk financieel niet veel wijzer van zijn avontuur.

Gene Vincent en Allan Williams op 3 mei 1960


Ritchie en Pete maakten een praatje
De nu nostalgisch ogende concertposter vertelt ons welke acts Williams allemaal opvoerde om het publiek alvast op te warmen. En ja, ook de plaatselijke sensatie Rory Storm was van de partij. Met zijn Hurricanes en dus met Ringo Starr op drums. Ritchie Starkey en Pete Best troffen elkaar in de loop van de dag en maakten een praatje, als drummers onder elkaar. Dankzij de foto's die Cheniston Roland die avond nam, weten we dat Ringo zijn best had gedaan op zijn outfit. Hij droeg een oversized zwart colbert, had zijn haren in een kuif en completeerde zijn looks met een coole zonnebril. Je deelt niet elke avond een podium met Gene Vincent, per slot van rekening. Ringo zat achter de gitaristen en sloeg de beat, terwijl Rory zijn spectaculaire entree in de boksring maakte.

De 19-jarige Ritchie Starkey, alias Ringo Starr op die bewuste avond




Stonden Stuart en John nu samen in het publiek?
Met Ringo Starr op het podium en Allan Williams, Brian Epstein en Peter Brown in het publiek, was ik benieuwd wie er nog meer bij waren, op die legendarische avond. Was John Lennon er? Hij had Gene Vincent al in maart gezien en vertelde over dat optreden dat hij niet onder de indruk was van hem. Liever luisterde hij naar diens platen. Lennon ergerde zich aan het lawaai van het publiek, waardoor hij Vincent nauwelijks kon horen zingen. Volgens zijn vriend Tony Carricker was John er wel degelijk, omdat hij zich herinnerde dat John onder de indruk was van Rory Storms optreden. De vraag is, zo lees ik in Lewisohns verhaal, of Carricker met John over dát optreden sprak. Stuart was er, getuige de foto die Cheniston Roland van het publiek schoot. Zien we op die foto, dicht bij Stuart, ook John Lennon staan? Hoewel hij niet op de gevoelige plaat werd vastgelegd, was George Harrison er zeker. George wist zich het optreden goed te herinneren en vertelde er in latere interviews gedetailleerd over.

De foto die van het publiek gemaakt werd en waarop 
mogelijk Stuart en John te zien zijn.


Niet fris
Gene Vincent zou als een wrak op het podium hebben gestaan. Hij had al behoorlijk wat alcohol in zijn lijf, keek maniakaal uit zijn ogen en sleepte zijn zere lichaam het podium over. Op 16 april was Vincent, samen met Eddie Cochran en liedjesschrijver Sharon Sheeley op een Engelse snelweg betrokken geraakt bij een ernstig auto-ongeluk. De drie inzittenden raakten behoorlijk gewond. Eddie Cochran overleed een dag later aan de complicaties die hij opliep. Vincent brak zijn ribben, zijn sleutelbeen en liep verwondingen op aan zijn toch al slechte been. Ongetwijfeld had hij mentaal ook een behoorlijke tik van de gebeurtenissen gehad en stond hij 17 dagen later zeker niet fris in de Liverpoolse boksring.


Nazit in de Jacaranda
Het publiek zou Vincent op handen gedragen hebben en reageerde hysterisch op zijn optreden. Williams en Parnes moesten moeite doen om te voorkomen dat Vincent op het podium bestormd zou worden door fans. Het tafereel zou een voorbode zijn van de Beatlemania waarmee de wereld amper vier jaar later kennis zou maken. De gehavende Amerikaan wist zijn optreden tot een goed einde te brengen. De nazit van het opreden vond, met alle sterren van die avond, plaats in Williams' pub The Jacaranda. De optredens van Gene Vincent in maart en mei 1960 zouden in Liverpool alle hoofdpersonen bij elkaar brengen. Hun eigen verhaal zou niet veel later in een stroomversnelling raken. Al hadden ze daar in het voorjaar van 1960, kijkend en luisterend naar Gene Vincent, nog nauwelijks weet van. Toch hing het blijkbaar in de lucht. Dat alles zou veranderen.


Beste lezer!

In juli en augustus houd ik een zomerstop om nieuwe ideeën en inspiratie op te doen voor de wekelijkse column. In de zomermaanden deel ik wekelijks via Facebook en Twitter een column uit mijn inmiddels grote archief. Wanneer je BeatlesTalk alleen via de e-mailnieuwsbrief ontvangt, krijg je daarvan in juli en augustus geen melding. BeatlesTalk is terug met nieuwe verhalen vanaf zaterdag 5 september (via de e-mailnieuwsbrief en de Fab4Cast-social mediakanalen en zondag 6 september (via de BeatlesTalk-social mediakanalen). 

Een mooie zomer gewenst en graag tot in september! 
- Anne.


zaterdag 20 juni 2020

Was Monkberry Moon Delight Macca's beste vocale prestatie? (bij de 78ste verjaardag van Paul McCartney)

Deze week werd Paul McCartney 78 jaar. Hij wandelt zo langzamerhand naar de 80. Zelfs op deze respectabele leeftijd blijft hij nog altijd dat jongensachtige houden, vinden jullie ook niet? Of komt dat door de manier waarop wij Macca willen blijven zien? Omdat we nooit en te nimmer afscheid van hem willen nemen? Hoe dan ook, ik wilde Paul deze week natuurlijk eren met een column en zocht daarbij naar een origineel nummer uit zijn immense repertoire. Daarbij kwam ik uit op het speelse, originele en eigenlijk knotsgekke Monkberry Moon Delight.


Hate it or love it?
Hoeveel mensen, die zoetgevooisde liedjes als Yesterday, Hey Jude en Ebony & Ivory wereldwijd meeneuriën met de radio, kennen eigenlijk die rare, gekke en speelse kant van Paul McCartney? Misschien zijn het alleen de fans, die al zijn platen uitpluizen en vaak ook McCartneys eerste albums na het uiteenvallen van The Beatles koesteren. Zou kunnen. Op één van vroege McCartney-albums, het magistrale RAM uit 1971, vinden we Monkberry Moon Delight. Een titel die klinkt als een klok, maar ook wat vervreemdend en raadselachtig aanvoelt. Net als het nummer zelf. Zou het zo'n "hate it or love it-nummer" zijn? Toen ik het zelf ooit voor het eerst hoorde, zakte mijn mond langzaam open van verbazing, waarna mijn glimlach steeds breder werd. Wat-was-dit?



De milkshakes van Linda waren favoriet
Eerst maar eens even de feiten, voor wie ze nog niet kent. Hoe kwam Paul aan de originele titel van zijn nummer? Het antwoord op die vraag is terug te vinden op BeatlesBible en in het interessante naslagwerk "Lennon and McCartney: Together Alone" (John Blaney). De McCartney-kinderen hadden het niet over melk als milk, maar als monk. Die benaming hielden Paul en Linda er in. Het bracht Paul op het idee om over de fantasie-milkshake Monkberry Moon Delight te zingen. McCartney-kenner Yorick van Norden schreef me dat Paul in het blad Club Sandwich in 1994 bovendien vertelde dat Linda met haar Amerikaanse achtergrond erg goed was in het maken van milkshakes en dat de familie er er gek op was. Maar er was meer dat Paul inspireerde. Namelijk een ander nummer over een fantasie-drankje: Love Potion No. 9, dat in 1959 door de Amerikaanse soul-harmony groep The Clovers werd opgenomen. [video]




McCartney had een knoop in zijn maag
De titel was er, de inspiratie ook, maar nu moest er nog een tekst komen. McCartney koos hierbij om te spelen met surrealistische en vervreemdende woordcombinaties en associaties. We waren en zijn dat niet zo van hem gewend, eerder van woordkunstenaar John Lennon (Lucy In The Sky With Diamonds, Glass Onion, Come Together). Maar goed, speelde Paul zomaar met gekke woorden en zinnen of had hij toch wat te melden met Monkberry Moon Delight? Volgens Yorick is het goed denkbaar dat hij in de zomer van 1970 in Schotland, de voor hem depressieve periode waarin hij het nummer schreef, zijn worstelingen verstopte. Namelijk die met het uiteengaan van The Beatles en de beslissing om het juridische gevecht met manager Allen Klein te voeren. In Life van april 1971 zegt Paul in een interview "I had a knot in my stomach all Summer". Die "knot" vinden we letterlijk terug in Monkberry Moon Delight:

So I stood with a knot in my stomach
And I gazed at that terrible sight

Ongetwijfeld zullen we daarover nog uitgebreid lezen in het boek dat Yorick momenteel over het complete oeuvre van Paul McCartney schrijft. Een naslagwerk dat bij voorbaat al een plek in elke Bealtesboekenkast verdient. Al is het alleen maar om de geweldige hoeveelheid liefde en research die Yorick inmiddels in zijn schrijfproject gestopt heeft. 


Net niet over de grens
Eigenlijk is het niet de tekst, maar lijkt het vooral de door McCartney geleverde vocale prestatie die het nummer zo geliefd maakt bij vele fans. We weten dat Paul er regelmatig lol aan beleefde om zijn krachtige en rauwe Rock 'n' Roll-stem op te zetten (I'm Down, Oh! Darling) en bij Monkberry Moon Delight ging hij daarin nog net een stapje verder, bijna tegen het karikaturale aan, maar dan weer nét niet over de grens. Dat maakt Monkberry Moon Delight tot een intense luisterervaring, zeker als we die stem "los" horen. Ga er maar even voor zitten: [video]




Screamin' Jay maakte zijn eigen versie
Monkberry Moon Delight inspireerde bluesartiest Screamin' (what's in a name) Jay Hawkins in de seventies om zijn eigen versie van het nummer op te nemen. Daarbij bleef hij overigens aardig dicht bij het origineel. De cover viel overigens goed in de smaak bij McCartney, die het nummer voorafgaand aan zijn concerten in 1993 draaide. Ook stuitte ik op een hele interessante en krachtige cover van een Nederlands McCartney-project (Club Helmbreker), waarbij Yorick van Norden betrokken was. De moeite waard! [video]




"Eén van zijn subliemste vocale prestaties"
Onlangs vroeg ik een aantal McCartney-liefhebbers wat zij van dit (toch atypische) Macca-nummer vonden. Dat leverde onder andere deze reacties op: "Ik vind het geweldig, één van de beste stukken op RAM en één van de beste zangprestaties uit z'n carrière."(Yorick van Norden), "Een van zijn subliemste vocale prestaties." (Bertolf Lentink), "We hebben de losse tracks en dan is het van al die tracks genieten!! Hij geeft zich volkomen in dit nummer!" (Jan Cees ter Brugge), "Prachtig nummer! Het stemgeluid is, zoals anderen ook al schreven, fenomenaal. Ik vind de cover van Screaming Jay Hawkins trouwens ook waanzinnig." (Ron Bulters), "Als Monkberry Moon Delight langs komt, moet ik altijd lachen of glimlachen. Soms krijg ik er een soort pretparkachtige knoop van in mijn maag, net als Paul zelf in het tweede couplet." (Stefan Terpstra). Ramón Dorenbos zegt eerlijk dat het nummer voor hem voor 'Perfectie' staat, maar dat hij het niet altijd kan hebben. Dat geldt hier ook voor Huisgenoot J, die laatst vertwijfeld vroeg: "Wat is dit voor geschreeuw?"


Ik geloof dat ik de laatste jaren alleen maar meer ben gaan houden van dat knotsgekke Monkberry Moon Delight. Gefeliciteerd met je 78e, Macca.


zaterdag 13 juni 2020

Hoe Paul Mackernan in 1967 als fly on the wall op de set van I Am The Walrus belandde

Paul Mackernan. Zijn naam zal jullie waarschijnlijk niets zeggen. Tot 2011 werkte hij als jurist in de wereld van het vastgoed. Ik vermoed dat hij inmiddels met pensioen is. Op zijn twintigste stond hij met zijn neus vooraan toen The Beatles in september 1967 met hun entourage neerstreken bij West Malling Air Station in Maidstone, Kent.


Geen toevallige toeschouwer
MacKernan was niet eens een toevallige toeschouwer, die een kijkje kwam nemen omdat hij hoorde dat The Beatles in town waren. Hij werkte in het Birmingham Repertory Theatre, als decor-assistent. Zijn iets oudere vriend Robin Stubbs ontwierp kostuums voor televisieprogramma's van de BBC.  Deze Stubbs was ingehuurd op een filmset bij West Malling Airstation en nodigde Paul MacKernan uit om mee te gaan en de handen uit de mouwen te steken. Voordat hij het wist, had hij een baantje te pakken. In een interview vertelde Mackernan dat hij ter plekke, op de set, een sollicitatiegesprek van vijf minuten voerde en aan de slag kon. Zijn loon? 95 pond per week, plus 35 pond voor onkosten. Een behoorlijke som geld in de sixties. 

Eén van de foto's die Paul Mackernan
als fly on the wall maakte.

De locatie was tweede keus
In "Het Londen van The Beatles" (Lewisohn, Schreuders, Smith) las ik dat het eigenlijk niet de bedoeling was bij de luchthaven van West Malling te gaan filmen. De beoogde Shepperton Film Studio's bij Heathrow Airport bleken volgeboekt. Dus streek het Beatlescircus tweeënveertig kilometer verderop neer. Piet Schreuders bezocht de locatie eind jaren negentig. In zijn genoemde publicatie vinden we een studie van het terrein.

Paul Mackernan, met op de achtergrond The Beatles




Paul gaf zijn ogen goed de kost
Terug naar september 1967. Paul Mackernan kon aan de slag. Hij werd ingezet om de grote showtrap te bouwen, waarvan we The Beatles in de film Magical Mystery Tour zien afdalen. De trap werd aan de achterzijde met steigers verstevigd, maar was volgens Mackernan niet al te stevig. "Wanneer je er tegen zou leunen, viel hij zo om," lees ik in een interview met hem. Het waren redelijk lange dagen op de filmset. Stubbs en Mackernan moesten 's gedurende vier weken ochtends om acht uur aanwezig zijn. Tegen zevenen konden ze 's avonds naar hun hotel. Volgens Mackernan was het eenvoudig om overal op terrein rond te hangen. Het was lastiger om binnen te komen in de hangar. Toch lukte het hem zijn ogen goed de kost te geven. Uit zijn verhaal blijkt niet of hij The Beatles per verrassing als "sterren op de set" trof, of dat Mackernan al vanaf dag één wist bij welk bijzonder project hij betrokken was. "We verbleven in een goed hotel, dicht bij het vliegveld. The Beatles zaten dichtbij in een ander hotel," vertelde hij. Mackernan herinnert zich hoe Paul McCartney hem hielp over het hek te klimmen om op het hotelterrein bij The Beatles gebruik te maken van het zwembad. Dat werd snel opgemerkt door het personeel, waarna de decorjongen het terrein weer moest verlaten. Ook leende Mackernan volgens eigen zeggen zijn auto aan Ringo, die zin had in een ritje naar de andere kant van het vliegveld.




Een echte fly on the wall!
De jonge Mackernan wist zowaar een figurantenrol in de film te bemachtigen. Zonder dat hij daar op uit was, trouwens. Bij het filmen van de bekende scène uit I Am The Walrus, werden vier politieagenten op een meer dan tien meter hoge muur geplaatst. Eén van de mannen bleek hoogtevrees te hebben, dus haastte Mackernan zich naar de Magical Mystery Tour-bus en trok hij het politiekostuum aan. Niet veel later stond Paul, als kleinste agent, in de rij op het hoge schot. "We hielden elkaars handen vast om te voorkomen dat we er af zouden vallen," vertelde de gelegenheidsacteur later." Wanneer ik de verkorte versie van de clip opzoek, zie ik de agenten staan. Hoog op de muur. Zou de jonge Mackernan met zijn slanke postuur de tweede van rechts zijn? Het is lastig te zien.




Een aannemelijk verhaal
Hebben we twijfels bij de interessante avonturen van deze man? Nee, zijn verhaal wordt aannemelijk bij het zien van een aantal foto's die hij op de set wist te maken. Mackernan was de ultieme fly on the wall (hoe toepasselijk) terwijl The Beatles hun legendarische clip filmden. Over het maken van die foto's werd overigens ook niet moeilijk gedaan, las ik. 

Mackernan assisteert Mal Evans bij het
verstellen van Ringo's hi-hatt.



The Beatles Unseen
Jaren later toonde Paul zijn foto's op de jaarlijkse Beatlesconventie in het Connaught Hotel in Wolverhampton, zo vertelde hij. Dat zorgde ervoor dat hij, in de jaren die volgden, regelmatig gebeld werd door handelaren die interesse zijn foto's hadden. Via een tussenhandelaar kwamen zijn foto's in het bezit van Mark Hayward die er zijn enorme fotoverzameling over The Beatles mee uitbreidde. Hayward publiceerde de foto's in zijn lijvige naslagwerk "The Beatles Unseen" (2005) en tekende er het verhaal van Paul Mackernan bij op. In het Engeland van 1967 kon je dus, zomaar, als jonge setbouwer, in een Bealtesavontuur belanden. Prachtig, toch?




zaterdag 6 juni 2020

Drove from Paris to the Amsterdam Hilton: Les Anthony, de privéchauffeur van John Lennon, overleed vorige maand

Horen, zien en zwijgen. Deze uitdrukking is op één beroepsgroep wel heel erg van toepassing: die van de bodyguards, persoonlijke assistenten en de chauffeurs. Zij zijn de professionals die de sterren en de royals dagelijks bijstaan, daarbij veel meemaken en daarover netjes hun mond houden. Ook Les Anthony hoorde tot die bijzondere categorie mensen. Van 1964 tot het najaar van 1971 was hij John Lennons persoonlijke chauffeur. Anthony, zoals Lennon hem altijd noemde, overleed vorige maand.


Les Anthony moest Lennon van Weybridge naar Londen rijden
Vermoedelijk trad Les Anthony in de zomer van 1964 bij John Lennon in dienst. Dat was de periode waarin John met zijn gezin verhuisde naar Kenwood, het landhuis aan Wood Lane in Weybridge. Toen John buitenaf ging wonen, had hij een chauffeur nodig die hem naar Londen bracht, wanneer hij de studio of de stad in wilde. Lennon zou zijn rijbewijs pas in februari 1965 halen, maar werd nooit een ster achter het stuur. Manager Brian Epstein waarschuwde iedereen die het maar horen wilde: "Laat je nooit door John Lennon rijden." Althans, dat vertelde Jan Cees ter Brugge me.

Les Anthony bij Kenwood in Weybridge



Carpoolen met George en Ringo
Wanneer The Beatles naar de studio moesten, werd er vaak gecarpoold door de drie leden die op de Stockbroker Belt waren gaan wonen. Chauffeur Les Anthony pikte John op en reed aansluitend langs Ringo en George. Wel zo gezellig. Ik herinner me een scène uit The Beatles Anthology waarin George Harrison vertelde dat het drietal, al hobbelend over landwegen in de psychedelisch beschilderde en slecht verende Rolls Royce van Lennon langzaam maar zeker stoned werd. En misselijk. Anthony kon overigens ook goed met Ringo Starr opschieten. Met McCartney, die hij "een erg zuinige man" noemde, had hij minder.


36 pond per week
In 1966 vergezelde Anthony zijn werkgever tijdens de filmopnamen voor How I Won The War, in het Spaanse Almería. Anthony was een lange man met een goed getraind lijf. Met zijn achtergrond in het leger kon hij moeiteloos de rol van bodyguard voor John vervullen. Misschien was dat de reden dat Anthony meereisde naar Spanje. De chauffeur moest overigens dag en nacht voor Lennon beschikbaar zijn, voor een loon van 36 Engelse ponden per week. Dat klinkt misschien wat schamel, maar tegenwoordig zou dat neerkomen op een bedrag van zo'n 600 pond. Het gaf de dertiger destijds een vast inkomen voor zijn gezin.

Les Anthony met John Lennons katten


Lennon stond naakt in de deuropening
Voor die 36 Engelse ponden per week slikte Les Anthony de nodige gekkigheid waar hij mee te maken kreeg. Zoon Melvin, inmiddels zelf in de zestig, vertelde in een interview dat zijn vader John Lennon regelmatig naakt in de deuropening trof, maar daar nuchter en pragmatisch mee omging: "My father didn’t care, at the end of the day you are employed by them. He said it was because they were hippies and were free living." Kortom, Lennon kreeg zijn chauffeur niet snel gek. Hoewel...




Anthony was erbij in de Indica Gallery
In november 1966 was Les Anthony getuige van de ontmoeting tussen John Lennon en Yoko Ono in de Londense Indica Gallery waar Ono exposeerde. In People Weekly (15 augustus 1988) vertelde Anthony: "Yoko took one look at John and attached herself to him like a limpet mine - with much the same destructive effect. She clung to his arm while we went around the exhibition, talking away to him in her funny little high-pitched voice until he fled." Drie weken later reed Les Anthony Lennons geblindeerde Rolls Royce rond, terwijl John en Yoko achterin de wagen op een bed gemeenschap hadden. Daarmee vertelde Anthony een ander verhaal dan John en Yoko over de start van hun relatie naar buiten brachten. Wie meer over dat ándere verhaal wil lezen, nodig ik uit deze column er nog eens bij te pakken. 




Drove from Paris to the Amsterdam Hilton...
Op maandag 24 maart 1969 was het Les Anthony die John en Yoko, inmiddels een getrouwd stel, in de witte Rolls van Parijs naar Amsterdam reed. Eerder die maand was de wagen overgevlogen van Londen naar Parijs, waar Anthony het pasgetrouwde koppel al had rondgereden. Hij bracht John en Yoko daar onder andere naar hun afspraak met Salvador Dalí. Op weg naar Amsterdam zag Anthony nogal op tegen de drukte en chaos op de Parijse rondweg en reed hij achter de Italiaanse fotograaf Araldo di Crollalanza aan. Terwijl Anthony koers zette naar Nederland, hoorde hij John Yoko op de achterbank haar Beatleskennis bijspijkeren door op gitaar nummers van het Sgt. Pepper-album voor te spelen.


Bij Hazeldonk de grens over
In het erg informatieve boek "In Bed met John en Yoko" (Jan Cees ter Brugge, Jan van Galen en Patrick van den Hanenberg) las ik dat Anthony de vredesduiven die avond om 21.45 uur de grens bij Hazeldonk over reed en rond dat tijdstip naar het Hilton belde om aan te kondigen dat hij er over vijf kwartier zou zijn. Op de Utrechtsebrug in Amsterdam stopte hij om fotograaf Nico Koster en Telegraaf-journalist Henk van der Meyden in te laten stappen en om 23.27 uur draaide Anthony de parkeerplaats van het Hilton Hotel op. Aanvankelijk liet hij zijn auto daar de eerste nachten staan, maar toen souvenirjagers een aantal schildjes van de grille stalen, zette hij de Rolls van zijn chef in een garage in de buurt.

Deze foto stuurde Piet Schreuders me:
aankomst bij het Hilton Hotel


Anthony haakte af en keerde terug naar huis
De nuchtere Anthony vond die hele Bed-In een vreemde actie. Toen duidelijk werd dat de Lennons na een week richting Wenen wilden, stelde hij voor alvast vooruit te rijden, zodat John en Yoko konden vliegen. Blijkbaar zat de chauffeur niet te wachten op een lange rit oostwaarts met het paar. Van Anthony is bekend dat hij Yoko niet aardig vond. Bij het bespreken van de plannen liet John zijn chauffeur weten dat hij ook best terug naar Londen mocht. Dat liet Anthony zich geen twee keer zeggen. Hij mocht de Rolls weer op het vliegtuig zetten en zelf vloog hij vanaf Rotterdam weer naar huis. Met de witte Rolls Royce, zo vertelde hij, kon hij ongestoord door Engeland rijden. De psychedelisch beschilderde Royce trok heel wat meer bekijks en werd overal bestormd door fans.


Post voor Her Majesty
Ik vraag me af in welke wagen Anthony op 25 november 1969 met een speciale missie naar Buckingham Palace reed. Lennon had hem de opdracht gegeven diens lintje, waarmee hij in 1965 tot Member of the British Empire was onderscheiden, netjes terug te brengen bij Her Majesty. Mét een briefje, waarmee John uitlegde waarom hij zijn MBE weer wenste in te leveren: 




Een bedankbriefje uit New York
In 1970 en 1971 waren John en Yoko regelmatig in de Verenigde Staten te vinden en droogde het chauffeurswerk voor Les Anthony op. In augustus 1971 emigreerde het stel voorgoed naar New York City. Les Anthony kreeg een nieuwe job. Hij werd de vaste chauffeur van de Britse politicus Geoffrey Rippon. Dat Lennon zijn nuchtere en integere chauffeur in Engeland niet helemaal vergeten was, bleek uit het hartelijke bedankbriefje dat hij Anthony nog vanuit New York stuurde: You've been a good lad over the years and faithful - for which I thank you," en voegde daar aan toe dat Anthony het maar moest laten weten als hij nog een goede referentie nodig had. "See you some day," was Lennons laatste groet aan zijn chauffeur.

Les Anthony overleed op 21 mei 2020 aan de gevolgen van de Ziekte van Alzheimer.
Hij werd 86 jaar oud.




zaterdag 30 mei 2020

That's The Way God Planned It: Billy Preston en The Beatles

"See you round the clubs," zei George Harrison gedecideerd, toen hij op vrijdag 10 januari 1969 zijn gitaar inpakte, zijn jas aantrok en de Twickenham Studio's verliet. De maat was vol. Hij liet zich tijdens de Get Back-sessies niet langer intimideren door Paul McCartney en negeren door John Lennon. Een paar dagen later besloot Harrison een concert van Ray Charles te bezoeken, waar hij een oude bekende achter het orgel zag zitten. Dat moet George op een idee hebben gebracht. Een dag of wat later was Harrison terug, in de Apple Studio's, waar het Beatlescircus inmiddels naartoe was verhuisd. In zijn kielzog: Billy Preston, de juiste man voor de juiste klus. Het geheime wapen van Harrison.




The Beatles kenden toetsentalent Billy Preston al 
Hoe zou dat gegaan zijn? "Billy, wat leuk jongen, dat is lang geleden, kom erin." Zo stel ik me die hernieuwde kennismaking tussen de Amerikaanse toetsenist en de overige Beatles voor. Al in 1962 waren ze het destijds 16-jarige toetsentalent in tegen het lijf gelopen. Preston speelde in de band van Little Richard, waarvoor The Beatles in ieder geval op 12 oktober 1962 openden in de New Tower Ballroom, New Brighton. Ik moet nog eens nazoeken of het bij die ene datum bleef. Elders las ik dat The Beatles en Billy Preston elkaar ook tegenkwamen in Hamburg. In 1966, tijdens de laatste Beatlestour zou het in San Francisco ook nog tot een ontmoeting tussen Billy en The Fab Four gekomen zijn. Kortom: Billy was een oude bekende van The Beatles, die donders goed wisten dat hij een virtuoos op de toetsen was en bovendien over een begenadigd stemgeluid beschikte. Preston nam plaats op de kruk, en speelde tussen 22 en 29 januari 1969 mee met de Get Back-sessies. Ook was hij erbij op 30 januari, tijdens het legendarische rooftop concert. [video]




Billy speelde op John Lennons God en George Harrisons My Sweet Lord
In de seventies zouden de paden van Billy en de ex-Beatles (minus McCartney) elkaar regelmatig kruisen. Preston bleef nog even in Londen hangen, tekende een contract met Apple Records en werkte met name samen met George Harrison (That's The Way God Planned It, Encouraging Words, All Things Must Pass en The Concert For Bangladesh). Opmerkelijk genoeg verleende de innig gelovende Preston ook zijn medewerking aan John Lennons ontnuchterende nummer God, voor het album John Lennon and the Plastic Ono Band. Voor George Harrisons vromer bedoelde My Sweet Lord leverde Billy tevens een bijdrage aan het schrijfproces.




Terug naar The States
Billy verruilde Londen weer voor The States toen hij in 1971 bij A&M Records in Los Angeles tekende. Preston was ook opgegroeid aan de Amerikaanse westkust, waar hij op jonge leeftijd met zijn moeder naartoe verhuisde. Hij leerde zichzelf orgel spelen en begeleidde op zijn 11e al sterren als Mahalia Jackson, Sam Cooke en Nat King Cole [video]: 




Joe Cocker, Syreeta en Whitney Houston
Voordat Billy bij The Beatles achter de toetsen kroop, had hij al vijf soul- en gospelalbums op zijn naam staan. Ook in de jaren '70 zette hij zijn carrière succesvol voort. Als solo-artiest en als sessie- en tourmuzikant voor grote namen als The Rolling Stones en, opnieuw, voor George Harrison tijdens diens Dark Horse Tour (1974). Preston schreef Joe Cockers "You Are So Beautiful", geïnspireerd op zijn moeder, met wie hij een hechte band had. Na zijn succesvolle duet "With You I'm Born Again" met Syreeta, ging het in de jaren '80 langzaam maar zeker bergafwaarts met Billy's carrière. Hoewel hij nog sessiewerk deed voor Luther Vandross, Whitney Houston en Patti LaBelle, kreeg Billy het steeds moeilijker met zijn alcohol- en cocaïnverslaving. Dat drama had, net als de seksschandalen waarmee hij in verband werd gebracht, een achtergrond die eigenlijk om heel veel compassie en een genuanceerd oordeel vraagt.




Seksueel misbruik en de worsteling met zijn geaardheid
Billy Preston werd als kind meerdere malen seksueel misbruikt, zowel door de pianist van één van de eerste bands waarmee hij (als negenjarig jongetje) op tournee ging als door een voorganger uit zijn geloofsgemeenschap. Hij worstelde een leven lang met de gevolgen, net als met zijn homoseksuele geaardheid. Toen Sly Stone er vandoor ging met Billy's toenmalige verloofde Kathy Silva, stopte Billy met zijn pogingen om relaties met vrouwen aan te knopen. Preston worstelde met drank, drugs, en zijn geaardheid in relatie tot zijn sterke geloof. Hij werd opgepakt toen hij zich wilde vergrijpen aan een 16 jaar oude jongen. Zijn drugs- en drankmisbruik bracht hem verder in de problemen. En in de gevangenis. In 1998 werd hij opnieuw gearresteerd, toen hij zijn huis in Los Angeles in brand stak, met als doel de verzekering op te lichten. Hoe ver zou hij inmiddels aan de grond gezeten hebben? Hoe radeloos moet Preston geweest zijn?




Billy bracht nog een ode aan George Harrison
Aanhoudend drugsmisbruik, hoge bloeddruk en nierproblemen verzwakten Billy's gezondheid verder. In 2002 onderging Billy een niertransplantatie. Hoewel hij nog sessie- en tourwerk deed voor acts als Ray Charles, The Red Hot Chili Peppers, Eric Clapton, The Funk Brothers en Steve Winwood kwam het uiteindelijk niet meer goed. Zijn laatste publieke optreden was in 2005, tijdens een promotie-event voor de re-release van de filmregistratie van The Concert For Bangladesh. Begeleid door Dhani Harrison en Ringo Starr. Die opname heb ik niet kunnen vinden. Wel hele mooie [beelden] uit 2002, toen Billy zong tijdens het herdenkingsconcert voor zijn goede vriend George Harrison. We zien en horen hem inzetten op 1 minuut 06, na Eric Clapton. De tekst die ik Billy hoor zingen, is evengoed van toepassing op de lange en moeilijke reis die hij zelf in het leven had afgelegd. Het werd ook niet bepaald niet beter voor hem. Enkele jaren later liep het allemaal bijzonder slecht af. Zijn gezondheidsproblemen speelden hem opnieuw parten. Billy raakte in november 2005 in coma en stierf op 6 juni 2006, 59 jaar oud. Ik had deze getalenteerde muzikant, met zijn vriendelijke inborst, een mooier leven gegund. Arme Billy, Isn't It A Pity.....










zaterdag 23 mei 2020

Angel in Disguise: hoe Paul McCartney en Ringo Starr op afstand samen een nog onuitgebracht nummer schreven

In deze coronaweken zie ik dat muzikanten volop online samenwerken aan muzikale projecten. Er flitsen heel wat creatieve filmpjes voorbij, waarop ieder vanuit zijn eigen huiskamer bijdraagt aan het samen spelen van een nummer. Wie had zoiets een paar maanden geleden kunnen bedenken?




George Harrison en Julian Lennon
Natuurlijk is het 'op afstand' muzikaal samenwerken ook weer niet nieuw. Zeker niet in Beatlesland. Zo namen Paul McCartney en Stevie Wonder begin jaren '80 hun Ebony and Ivory-video vanuit Engeland en de Verenigde Staten op. Een handige video-editor zorgde ervoor dat Paul en Stevie toch aan één piano zaten te zingen. In die tijd vergde dat meer technische inventiviteit dan tegenwoordig. 
Meespelen op elkaars demo's of platen kwam ook al regelmatig voor in het pre-internettijdperk. Je kon immers tapes heen en weer sturen. In 1991 stuurde Julian een brief met tape naar George Harrison, met het verzoek of George een gitaarsolo wilde inspelen op het nummer Saltwater. George nam een aantal passages op en stuurde de tape terug. Uiteindelijk horen we hem niet op de single spelen, maar nam Julian wel onderdelen uit Georges solo over. Ook alweer een staaltje lange afstands-muziekmaken tussen 'leden' van de grote Beatlesfamilie. Zo zijn er nog wel wat meer voorbeelden te noemen. [video]




De eerste en enige McCartney-Starr compositie?
Twee weken geleden verscheen het bericht dat er een cassette op is gedoken, met een demo van Paul McCartney, bedoeld voor Ringo Starr. De opname stamt waarschijnlijk uit 1991 en was bedoeld voor Ringo's album Time Takes Time, dat destijds in de maak was. Pauls pakketje ging per post naar Ringo, die het nummer aanvankelijk wel zag zitten. Tenminste, dat concludeer ik maar, want Ringo besloot zelf een extra couplet aan Angel in Disguise toe te voegen en het nummer officieel op te nemen. Dat deed hij op 9 september 1991 in de Conway Studios in Los Angeles. Wat was het grappig om te lezen dat Peter Asher (de broer van Jane) het nummer voor Ringo produceerde. Opmerkelijk genoeg haalde deze eerste en enige McCartney-Starr compositie uiteindelijk het album niet, maar werd de voorkeur gegeven aan het nummer What Goes Around, geschreven door Rick Suchow. In een Engelstalige Beatlesblog las ik dat Ringo destijds in het blad Beatlefan (1992) nuchter uitlegde waarom hij niet automatisch voor een McCartney-Starr compositie koos: 

 You see, they expected that because it's McCartney and Starr, anyone in their right mind would put that on. It just didn't fit the space we needed on the album... this is my best shot, in my opinion, of my album.

De demo van Paul voor Ringo


Geschikte kandidaat
Daarmee gaf Ringo de voorkeur aan een wat meer mainstream popnummer, dan het rap-achtige riedeltje dat Paul voor hem componeerde. Nadat Ringo had besloten Angel in Disguise niet te gebruiken, kwam de tape in het bezit van Tony Prince, die als DJ voor Radio Luxembourg werkte. Via Alan Crowder van Pauls productiemaatschappij MPL kreeg Prince in mei 1992 de vraag op zoek te gaan naar een geschikte kandidaat die Angel in Disguise alsnog kon opnemen. Op de cassette bleek overigens, naast Ringo's uitgebreidere versie van de track, ook nog een demo van Everyone Wins te staan, een nummer dat Starr wél zelf uitbracht. 


Handgeschreven arrangement
In het pakket zat ook een eenvoudig handgeschreven arrangement. Dat laatste detail vond ik interessant. Volgens mij beweerde McCartney altijd dat hij niet of nauwelijks noten kon lezen of schrijven. Of dat helemaal waar is, weten we niet. Paul kreeg als kind wel pianolessen. Ook zal hij vaak hebben meegekeken met arrangeurs als George Martin en Carl Davis. Laatstgenoemde hielp hem in 1991 bij het schrijven en arrangeren van het Liverpool Oratorio. Paul is er muzikaal en slim genoeg voor om er iets van te hebben geleerd, lijkt me. Bij nadere bestudering van het arrangement, denk ik echter dat we hier niet Pauls handschrift zien. Waarschijnlijk is het arrangement pas in opdracht gemaakt op het moment dat de tape aan Prince aangeboden werd. 



Naar de veiling
Of de Britse DJ destijds een serieuze poging deed de McCartney-Starr compositie uit te venten, weten we niet. In ieder geval hield hij de cassette en bijbehorende documenten voor zijn eigen collectie. Nu vindt het pakketje zijn weg naar de veiling en daarmee naar de pers. Wie weet vond de inmiddels 76-jarige Prince dat het tijd was zijn archief op te ruimen of te gelde te maken. Het is trouwens niet de eerste keer dat Prince items uit zijn collectie laat veilen. Al eerder deed hij afstand van een (later) door Paul McCartney gesigneerde promotional copy van de single van Love Me Do, die destijds naar Radio Luxembourg was gestuurd. De DJ is een goede bekende van Paul. Zo was hij tien jaar lang betrokken bij McCartneys themaweken rond Buddy Holly.

McCartney en Prince


Te lastig voor Ringo?
Onlangs verscheen er een kort filmpje op YouTube, waarin de te veilen documenten getoond worden. Toch leuk. We zien de tape in het cassettedeck geschoven worden en horen een kort fragment van de McCartney-demo. Paul zingt, begeleidt zichzelf op toetsen en laat een drummachine meelopen. Wat opvalt is dat de drukke melodie niet eenvoudig te reproduceren is. Er zitten veel wendingen in en hij lijkt in geen enkel opzicht op de eenvoudigere melodieën die Ringo doorgaans zingt. Lennon en McCartney schreven met With A Little Help From My Friends in 1967 bewust een compacte en eenvoudige melodie, die zich in het bereik van vijf tonen bevond en die Ringo zonder al te veel gedoe kon inzingen. Angel in Disguise zou, op basis van deze versie, wel eens te lastig kunnen zijn geweest voor Ringo. Kijk en luister maar eens mee: [video]




Hoe zou Angel in Disguise ook geklonken kunnen hebben?
Ook verscheen er een nieuwe video op YouTube, waarop iemand in Argentinië met behulp van de bladmuziek het nummer op een McCartney-achtige manier probeert te zingen en spelen. Zouden Paul en Ringo hun Angel in Disguise uiteindelijk zo bedoeld hebben? Wanneer ik door de licht onzuivere zang heen luister, komt in [video] een McCartney-esque deuntje naar voren. Wat vinden jullie?





Het goede doel
De demo en bijbehorende documenten werden, net als een groot aantal andere items uit Princes archief, eerder deze week via Omega Auctions geveild. Het startbod was 5000 pond, de verwachte opbrengst tussen de 10.000 en 20.000 pond. Uiteindelijk bracht de tape 8000 pond op, las ik op Hemelvaartsdag. Ik begreep dat Prince zijn collectie al eerder veilde om zijn huidige online radiostation te kunnen blijven bekostigen. Een kwart van de opbrengst van Angel in Disguise is straks bestemd voor de National Health Service, ten behoeve van de bestrijding van COVID-19. Komt er toch nog iets goeds uit die McCartney-Starr-samenwerking. Als de koper zijn pas verworven demo dan ook nog met de wereld deelt, zijn we helemaal tevreden.

zaterdag 16 mei 2020

Baby's in Black: bij het overlijden van Astrid Kirchherr (20 mei 1938 - 12 mei 2020)

Astrid Kirchherr is niet meer. Vrijdagavond bereikte me het nieuws dat de inmiddels 81-jarige fotografe, die een enorm belangrijke rol in het Beatlesverhaal speelde, op dinsdag 12 mei overleed. Astrid stierf vlak voor haar 82ste verjaardag.



Het verliefde kunstenaarskoppel
Ze zat weer zó in mijn hoofd de afgelopen weken, Astrid. Net als Stuart Sutcliffe, de oer-Beatle die tot over zijn oren verliefd op haar werd toen hij als bassist met de nog onbekende Beatles in Hamburg in de nazomer van 1960 was gearriveerd. Ik was weer erg met dat mooie, maar ook trieste verhaal van Stu en Astrid bezig, omdat juist afgelopen week onze podcast over Stuarts leven via Fab4Cast online was verschenen. De avonturen die we deze herfst in Liverpool beleefden, de plekken die we bezochten, de gesprekken die we voerden: ze brachten me samen met Wibo, Michiel en Jan Cees weer zo dicht bij het verhaal van het jonge, verliefde, getalenteerde kunstenaarskoppel dat Stuart en Astrid vormden. En nu is Astrid Kirchherr er ineens niet meer.


Astrid bleef achter in Hamburg
Het verhaal van Astrid en Stuart eindigde op 10 april 1962 toen Stuart in Astrids armen bewusteloos raakte en stierf, terwijl een ambulance hen in grote vaart naar een Hamburgs ziekenhuis bracht. Op dat moment kenden de fotografe en de kunstschilder elkaar nog geen twee jaar, maar waren ze voornemens te trouwen. De verlovingsringen waren al uitgewisseld. Met het overlijden van Stuart gleed Astrid voor de ogen van de buitenwereld uit het Beatlesverhaal. Een half jaar later stonden The Beatles met hun eerste single in de Britse hitparade en niet lang daarna lag eerst Engeland en vervolgens de rest van de wereld aan hun voeten. Astrid bleef achter in Hamburg.




Een warm bad en een kop thee
Toch bleven de bandleden en hun Duitse vriendin hecht. Voor de buitenwereld was Astrid de vrouw die haar stempel gedrukt had op de artistieke haardracht en kledingstijl van de jongens. Ze was de fotografe die prachtige indringende portretten van hen had geschoten. Voor The Beatles was Astrid een dierbare vriendin, die zich in Hamburg over hen ontfermd had. Die haar huis beschikbaar stelde voor een warm bad en een kop thee, die een laatste link vormde met hun tragisch overleden vriend. Ook toen het grote succes kwam, bleef Astrid tot de inner circle van de Fab Four behoren.


Zonnige dagen op Tenerife
Ruim een jaar na Stuarts overlijden trof Astrid drie van de vier Beatles op het zonnige Tenerife. Terwijl John Lennon op reis was met manager Brian Epstein, vertrokken Paul, George en Ringo voor een korte vakantie naar het Spaanse eiland. Ze troffen er Astrid en die andere Hamburgse vriend, Klaus Voormann. Voormanns ouders bezaten een tweede huis op Tenerife en de jonge vrienden genoten er van een paar zonnige dagen. Er zijn mooie vakantiekiekjes bekend van die trip. The Beatles konden op Tenerife nog volledig anoniem door het leven. Bij terugkomst in Engeland stond hun eerste album op 1 in de hitlijsten.








Only if they pay you
Ook toen het grote succes zich aandiende, vergaten The Beatles Astrid niet. In 1964 werkte Astrid inmiddels als freelance fotograaf en kreeg ze exclusief toegang tot de filmset van A Hard Day's Night. Brian Epstein wimpelde de vele verzoeken van persfotografen af, maar het was George Harrison die hoogstpersoonlijk regelde dat Astrid namens het Duitse Stern-magazine foto's mocht komen schieten. 'Only if they pay you,' zou George er bezorgd aan toegevoegd hebben. Als vrouwelijke fotograaf had Kirchherr het overigens niet gemakkelijk in de sixties, vertelde ze in een interview. Uiteindelijk was iedere krant, elk magazine maar op twee dingen uit: men wilde continu haar oude Beatlesfoto's hergebruiken óf ze zou zelf The Beatles opnieuw moeten fotograferen. In haar andere werk had niemand interesse.





George Harrison bleef een trouwe vriend
Astrid werd zelf overigens financieel niet veel wijzer van de iconische zwartwit-foto's die ze begin jaren '60 van The Beatles schoot, omdat de rechten van de afbeeldingen niet goed vastgelegd waren. Uiteindelijk regelde haar zakenpartner Ulf Krüger jaren later nog wel het eigendomsrecht van een groot deel van Astrids foto's. Toch las ik dat Astrid in de loop der jaren zeker 500.000 pond moet zijn misgelopen door het oneigenlijk gebruik van haar creaties. In de jaren waarin ze het moeilijk had, was het George Harrison die haar bleef steunen, zowel mentaal als financieel. Kijkend naar de foto's uit Tenerife en die van latere ontmoetingen, zie ik een ontroerende genegenheid tussen de twee.




Hernieuwde interesse
Terwijl The Beatles de wereld over reisden, de top bereikten en uiteindelijk uiteen vielen, werkte Astrid als fotografe, barvrouw, interieurontwerper en voor een muziekuitgeverij. In de jaren '90 had ze met de genoemde Ulf Krüger een fotografiewinkel in Hamburg met de naam K & K. Ze verkocht er vintage foto's, boeken en drukwerk. De aandacht voor haar eigen werk en haar persoonlijke ervaringen met The Beatles groeide in de loop der jaren. Astrid exposeerde wereldwijd, haar foto's verschenen in boeken en ze vertelde regelmatig op conferenties en in documentaires over haar leven met The Beatles. Voor mij ging dat altijd in een sfeer van bescheidenheid en oprechtheid. Astrid Kirchherr drong zich nergens naar voren, schepte niet op, maar vertelde met haar charmante accent haast verlegen over haar vriendschap met The Beatles en haar liefde voor Stuart.




Een foto op een nachtkastje
Astrid trouwde twee keer en scheidde ook weer. Ik denk dat niemand kon tippen aan de liefde van haar leven: de jongen van wie ze na al die jaren nog altijd een zwartwit-foto in een lijstje op haar nachtkastje had staan. Ergens hoop je, tegen beter weten in, dat Astrid en Stu nu weer samen zijn. In feite zijn ze dat ook. In dat onvoorstelbare Beatlesverhaal blijven ze in liefde altijd met elkaar verbonden.




Oh dear, what can I do?
Baby's in black and I'm feeling blue
Tell me, oh what can I do?
She thinks of him
And so she dresses in black
And though he'll never come back
She's dressed in black