zaterdag 21 juli 2018

Living On Borrowed Time: hoe John Lennon in Bermuda aan de dood ontsnapte

Onlangs hoorde ik dat een goede vriend vijf dagen op de Noordzee had vastgezeten. Op de vissersboot, waar hij te gast was. Het stormde zo hard dat zelfs de reddingsbrigade het niet zag zitten hem en zijn collega's op te komen halen. Alles liep gelukkig goed af. Ik ben blij dat hij weer vaste grond onder zijn voeten heeft. Toen ik het verhaal hoorde, moest ik direct denken aan het hachelijke avontuur dat John Lennon in het voorjaar van 1980 beleefde. Niet wetend wat hem in december zou overkomen, ontsnapte Lennon in juni van dat jaar aan de dood. Op zee.





Fantaseren over een leven op zee
Nadat John in de zomer van 1976 na lang procederen zijn Green Card kreeg, kon hij de Verenigde Staten af en toe weer verlaten, wetend dat hij er ook terug kon keren. Dat stelde Lennon in staat om in de tweede helft van de jaren '70 regelmatig op reis te gaan. Met zijn gezin, maar ook wel eens alleen, of met de kleine Sean. In de beslotenheid van het Dakota gebouw, waar hij woonde, fantaseerde John over een leven op zee. In mei 1980 gaf hij zijn personal assistant Fred Seaman (ja heus) opdracht om op zoek te gaan naar een zeilboot. Seaman kwam terecht bij Coneys Marine op Long Island. De boot kwam er en kreeg een plek bij Cold Spring Harbor, waar de Lennons een buitenhuis hadden.

Het buitenhuis van de Lennons op Long Island


Zeillessen op de Isis
John kreeg zeilles van Tyler Coneys, de eigenaar van het familiebedrijf waar hij zijn zeilboot kocht. Hij pakte het serieus aan, oefende volop en las elk studieboek over zeilen dat hij te pakken kon krijgen. De [homevideo] die de Lennons maakten bij hun buitenhuis geeft een duidelijk beeld van de baai waar John leerde zeilen. Ondertussen speelde Lennon met de gedachte de bescheiden Isis van 4 meter lang te vervangen door een groter zeiljacht. Daarmee wilde hij wel op volle zee. Coney vertelde Lennon dat hij twee neven had, ervaren zeilers, die van plan waren in de Cariben te gaan varen.

De plek waar John leerde zeilen




Yoko stuurde John in zuidoostelijke richting
In Newport, Rhode Island, werd een geschikt jacht van 13 meter gevonden. Het enige dat nog moest gebeuren was het zoeken van een goede bestemming. Volgens de overlevering schakelde Yoko haar Japanse raadgever Takashi Yoshikawa in, om te bepalen in welke richting John op reis moest gaan. Dat hing namelijk af van numerologie en de stand van de planeten. John zou in zuidoostelijke richting moeten reizen. Bermuda dus. Zelf ging Yoko niet mee. Zij had zo haar eigen bezigheden.


Een droom kwam uit
Op woensdagochtend 4 juni 1980 vloog John met Coneys en diens twee neven van Farmingdale Airport naar Newport, waar de Megan Jaye hen geduldig wachtte. Niet veel later voer het schip Murphy's Dock uit. Ook aan boord was Captain Halsted. De man die het schip van haver tot gort kende. Eenmaal op volle zee realiseerde Lennon zich dat hij iets deed waarmee hij veel te lang in zijn leven gewacht had. Fantaserend in de haven van Liverpool, denkend aan zijn eigen vader die vaak op zee was, had het water hem altijd getrokken. You can't imagine what it's like when you look around and all you see is water and sky. You feel both isolated and in communication with the almighty whatever, zou hij Seaman later verteld hebben. It's an overwhelming sensation of freedom.


De Megan Jaye zoals de boot er vandaag de dag uitziet,
Ttgenwoordig Jubilee genaamd.

Recht op de Bermuda Driehoek af
De reis zou 5 dagen duren en Lennon en zijn crew langs Cape Hatteras, dwars door de legendarische Bermuda Driehoek voeren. Na een paar mooie dagen op volle zee, werden de weersomstandigheden ruwer. Lennon en zijn crew kwamen in een Atlantische storm terecht. De Megan Jaye werd een speelbal van de metershoge golven. Na ruim een dag waren Coneys en zijn ervaren neven zeeziek en moest Captain Halsted, oververmoeid, het roer loslaten. Alleen John was nog in staat het schip te besturen.


'Dear Megan, there's no place like nowhere,' schreef John in het
logboek van de Megan Jaye.


Liverpoolse zeemansliederen schreeuwen tegen de golven
Daar stond Lennon, in zijn eentje op het dek, met het roer in handen, als relatief onervaren zeiler. Na een kort moment van paniek, slaagde hij er in het schip door de bijna twee dagen durende storm te loodsen. Once I accepted the reality of the situation, something greater than me took over and all of a sudden I lost my fear, vertelde hij later. Ook dat hij het ene na het andere zeemanslied over de golven schreeuwde. Het deed hem denken aan het moment waarop The Beatles op het hoogtepunt van hun wilde liveoptredens waren, in 1961, vlak voor ze doorbraken. Ook toen voelde John dat niets hem kon stoppen, zo vertelde hij eens.




Na de storm schreef Lennon zijn laatste liedjes
Uiteindelijk kwam alles goed en bereikte de boot Bermuda. John verbleef daar nog een aantal weken en liet zijn assistent overkomen, samen met Sean en diens Japanse babysitter. Bermuda was de plek waar Lennon, misschien wel bevrijd door het intense avontuur op zee, het ene na het andere nummer begon te schrijven. De reggaemuziek die er overal klonk, inspireerde hem onder andere tot één van de laatste nummers die hij uiteindelijk op zou nemen. De demo ervan legde hij op 22 juni vast in zijn huis in Bermuda. Met een gitaar en een simpele recorder [video]. Living on borrowed time, horen we John zingen. Bevrijd van zijn writers' block, nog vol van de storm die hij had overwonnen, living on borrowed time.





zaterdag 14 juli 2018

I'm Only Sleeping: hoe The Beatles aan een droom van drie minuten werkten

Maureen Cleave, een journaliste met wie John Lennon goed bevriend was, noemde hem probably the laziest person in England. Begin 1966 was ze te gast  in Weybridge voor een kijkje achter de schermen, bij de Lennons thuis. Niet veel later schreef Cleave een stuk over het ontspannen gesprek dat ze met John had. Haar artikel verscheen in de London Evening standard van 4 maart 1966 en zou uiteindelijk een aantal maanden later in Amerika voor enorme opschudding zorgen. Vanwege een uit zijn verband getrokken uitspraak over het Christendom, die we allemaal kennen. Maar daar gaat het deze week niet over.



De luie Lennon
Cleave trof een Beatle aan die tussen de vele optredens en opnamesessies door zijn tijd het liefst slapend doorbracht. Of lezend, schrijvend en tv kijkend. In ieder geval in een behoorlijk passieve toestand. Moe zal Lennon in 1966 zeker geweest zijn, nadat hij een aantal jaren had geprobeerd zichzelf overeind te houden in de storm die Beatlemania heette. Op de achterzijde van een brief krabbelde hij in april van dat jaar het begin van de tekst van een nieuw liedje, I'm Only Sleeping.



Achterkant van een aanmaning
Het stuk papier dat Lennon omkeerde om zijn hersenspinsels op vast te leggen, had trouwens ook iets van doen met zijn lethargische aard. Het was een aanmaning van de GPO (General Post Office), vermoedelijk een soort PTT, waarvan South West Telephone Area, London hem op 23 april dat jaar onder andere schreef:

Dear Sir,
May I remind you that I have not yet received payment of your radiophone
bill for £ 12.30. I am sorry that we cannot allow the bill to remain unpaid indefinitely.
Will you please pay it within the next seven days; unless it is paid by then
we shall have no alternative but to revoke your license and to initiate legal 
proceedings to recover the debt. We would send you a final bill showing your
total liability. You could then only have service again if you paid your bill and we also 
might have to ask you for a deposit. 
I hope that you will make all this unnecessary by paying your bill
within the next seven days.
If you have already paid the bill please let me know straight away so I can
look into the matter.
Sincerely,
en dan volgt er een voor mij onleesbare ondertekening.





Mobiele telefoon
Wat was er aan de hand? Lennon had een een soort radiophone in één van zijn auto's. vermoelijk zijn Rolls Royce, met nummer 282587, waarvan hij de rekening maar niet betaalde. Een radiophone was een draadloze telefoon die, als voorloper van de mobiele telefoon, vanaf 1959 in auto's kon worden gemonteerd en die kon opereren via het eerste in Engeland (beperkte) draadloze telefoonnetwerk. Natuurlijk had Lennon zo'n snufje en natuurlijk was 'ie te lui om de rekening te betalen. Het fijne van dit soort krabbeltjes op de achterzijde van brieven is dat ze ons iets zeggen over de datering van het geschrevene. Bij I'm Only Sleeping zien we dat John zijn tekst vlak voor de opnames, die op 27 april 1966 startten, bedacht.

Journalist Maureen Cleave met The Beatles in 1964


Aftastend tweestemmig zingen
Op die woensdag de 27ste legden The Beatles 11 takes van I'm Only Sleeping vast. Van take 1 hebben we deze opname nog, van een prachtig soort puurheid in aftastend tweestemmig zingen door Lennon en McCartney:




Nog nooit gedaan: een achterwaartse gitaarsolo
Tijdens de serie takes die volgden speelden Lennon en Harrison akoestische gitaar, McCartney bas en Starr drums. Op take 11 werd voortgeborduurd. Twee dagen later zong John zijn partij in. Daarna werden de opnamen op 5 en 6 mei gecompleteerd. Eerst met achtergrondzang door Lennon, McCartney en Harrison. Aansluitend was George nogmaals aan zet. Voor iets dat tot dan toe nog nooit in de popmuziek gedaan was: het opnemen van een achterwaartse gitaarsolo. Dat vergde een staaltje denkwerk en geduld dat wel aan Harrison besteed was. De solo moest immers voorwaarts op zo'n manier gespeeld worden, dat hij (wanneer achterwaarts afgespeeld) goed klonk, als in een droom.




Zes uur proberen en experimenteren voor een paar seconden
Harrison bedacht eerst een melodie met Indiase invloeden, nam die op, liet George Martin de tape achterwaarts afspelen en de melodie op die manier noteren. Vervolgens speelde Harrison de achterwaarts genoteerde manier weer voorwaarts in, over een aantal achterwaarts afgespeelde fragmenten heen, om op die manier wel het karakteristieke naar binnen zuigende geluid van achterwaarts afgespeelde gitaren te behouden. Tenminste, zo begrijp ik dat het gegaan moet zijn tijdens een sessie die maarliefst zes uur in beslag nam, waarbij Harrison over zijn gitaar gebogen bleef zitten en niet opgaf. Hoe de solo vooruit (vanaf het begin) en achteruit (vanaf 00:18 seconden) klonk, kun je in deze [video] beluisteren:



Yawn, Paul
The Beatles waren intensief betrokken bij de sound die I'm Only Sleeping moest krijgen. Er was al lang geen sprake meer van een liedje inspelen en het standaard laten afmixen. In dit geval werd er al geëxperimenteerd met tapesnelheden, omdat Lennon wilde dat zijn stem dun, breekbaar en als die van een oude man klonk. Het dromerige effect wordt versterkt door de vertraagd afgespeelde geluiden van Ringo's bekkens, die het tempo continu af lijken te remmen. Rond minuut twee, vlak voor de tweede keer Keeping an eye on a world going by my window, horen we John mompelen Yawn, Paul. Ik begin er, al schrijvend, bijna spontaan van te gapen op dit moment. Het nummer eindigt met een stukje gitaarspel uit Love You To, zonder vastomlijnd ritme. Het laat je droom als wierook vervliegen in de ochtend. Je kunt je niets meer herinneren.













zaterdag 7 juli 2018

Carpool Karaoke met Paul McCartney: waar zat de magie?

Het was me wat hè, met die Carpool Karaoke van James Corden en onze Paul. De teller staat inmiddels op 91 miljoen views via Facebook en ook nog eens een slordige 21 miljoen kijkers via YouTube. And counting! Zijn jullie al een beetje bekomen van het filmpje? Aanstaande vrijdag kunnen jullie bij de Fab4Cast genieten van een uitgebreide analyse van wat de video wereldwijd teweeg bracht. Ondertussen ga ik zelf op zoek naar het antwoord op de vraag: waar zat de magie?




Van het podium, in de auto
Het concept kenden we natuurlijk al lang: Corden rijdt een rondje met bekende artiesten en zingt samen met hen een paar grote hits. Dat de Amerikaanse talkshow-host zelf best een goede stem heeft, is een bonus. Tweede stemmen of creatieve toevoegingen slingert hij moeiteloos de auto in. En zo haalt hij de groten der aarde van hun podium, ontdoet hij ze van opsmuk, opgepoetste vocalen en lichteffecten en zet hij ze gewoon in een auto. Een plek waar we allemaal wel eens meezingen met de radio. Het geheim van het succes zit 'm in dat contrast.

Wat raakte ons zo?
Maar hoe zat het dan met dat contrast bij Paul McCartney? En waarom was de hele wereld zo enorm geëmotioneerd door de ruim twintig minuten durende clip die Corden in Liverpool met McCartney opnam? Het zijn interessante vragen om over na te denken, nu we daar inmiddels een beetje de tijd voor hebben gekregen.



De gewone Liverpudlian
Allereerst dat contrast tussen de Ster en de gewone Sterveling. In mijn beleving is dat er niet. Het klopt, McCartney is een ster. Hij is zo'n beetje de meest legendarische liedjesschrijver die er rondloopt. Zijn naam en faam zijn van wereldformaat, al decennia lang. En hoewel hij een goed PR-man is, welbespraakt, altijd geduldig met een glimlach de pers te woord staat, is McCartney ook altijd een gewone Liverpudlian gebleven. Zijn band met de stad is sterk, hij komt er vele malen per jaar, richtte er zelfs een soort conservatorium op, waar getalenteerde jongeren verder kunnen komen met hun muzikale ambities. McCartney is en blijft een kind van Liverpool. Mag ik even in je winkel binnenkomen, lov'? vraagt hij in plat Scouse aan de kapster als hij voor de Barber Shop op Penny Lane staat. De plek die hij in één van zijn liedjes vereeuwigde. In Penny Lane there is a barber showing photographs....



Paul moest zichzelf vaak opnieuw uitvinden
Dat McCartney zo gewoon is gebleven, blijkt ook wanneer hij en Corden de auto afwisselend door de straten sturen. Stijn Fens vergeleek die tocht in Trouw zo mooi met een moderne bedevaart. Paul vertelt tijdens de rit honderduit over wat er te zien is, waarbij zijn tongval steeds platter wordt. Hij is er weer, hij kan zichzelf zijn. Herkennen we dat niet allemaal een beetje? Je gaat weer even carnaval vieren bij je ouders in Limburg of naar het feestweekend van het dorp waar je vandaan komt. Voor je het weet sta je weer in geheimtaal met je oude vrienden te praten. Ons kent ons.


Paul demonstreert hoe hij in zijn ouderlijk huis
uren op het toilet gitaar zat te spelen. Prima akoestiek daar!

Levenslessen en levenslust
Waar de wat jongere Paul in het verleden ook wel eens een tikkie arrogant of pedant uit de hoek kon komen, zien we inmiddels een oudere en wijzere man, die zijn levenslessen wel geleerd heeft. Die grote pieken, maar ook diepe dalen kende. McCartney heeft het leven geleefd en staat er nog middenin. Een leven vol onwaarschijnlijke muzikale successen, maar ook: het verlies van zijn moeder op jonge leeftijd, de teloorgang van zijn favoriete band, de moord op zijn grootste vriend en de dood van de liefde van zijn leven. Op zijn beurt vereeuwigde hij al die mensen in liedjes. Bovendien moest Paul zichzelf telkens opnieuw uitvinden. Dat deed hij, met enorme veerkracht, levenslust en een groot relativeringsvermogen. Een talent dat hem blijkbaar in nuchterheid in de Noord-Engelse havenplaats met de paplepel werd ingegoten. Het maakt hem net zo menselijk als jij en ik. Take these broken wings and learn to fly...





De soundtrack van ons leven
Het maakt hem tot de oom van wie we allemaal houden (ja, ook die uitdrukking werd bedacht door Stijn Fens), maar ook tot de muzikant die de soundtrack van onze levens schrijft. Nog steeds. Want in dezelfde week waarin het filmpje verscheen, bracht Paul een nieuwe single uit. Van de dubbele A-kant daarvan werd het aanstekelijke Come On To Me uiteraard ook even in de auto gezongen. McCartney, de PR-man. Het mág, na ál het moois dat hij de afgelopen decennia voor ons schreef. De plekken in Liverpool, de liedjes die gezongen werden, het bezoek aan het huis waarin hij opgroeide en vooral het contact met de mensen op straat, zijn eigen mensen, maakten de Carpool Karaoke tot een kijkervaring die zich rechtstreeks in je hart nestelt.

Met winkelpersoneel op Penny Lane

Muzikale opa
Wereldwijd voelden mensen zich verbonden in emotie. Over dat er ook positieve dingen gebeuren. En dat die positieve ervaringen 'm in écht contact zitten. In muziek die ons verbindt met geliefden die er niet meer zijn en juist ook met de volgende generatie die er weer net zo hard opnieuw door geraakt wordt. In één scène vertelt Corden met tranen in zijn ogen hoe hij vroeger met zijn vader naar Let It Be luisterde en dat zijn muzikale opa eigenlijk nú hier bij hem had moeten zijn, zittend in deze auto met Paul McCartney.


Hij is bij je, antwoordt Paul, in alle eenvoud.

De stilte die daar op volgt, is veelzeggend.
Het is voor mij precies waar de muziek van The Beatles over gaat.


vrijdag 29 juni 2018

Op pad in Hamburg, deel 3: Love Me Tender (met podcast!)

Met het nieuws dat Ringo's concert in Hamburg afgelast was, stapten Jan Cees, Michiel, Wibo en ik in de metro die ons in noord-westelijke richting zou brengen. Een stukje buiten de binnenstad, naar de wijk Altona. We hadden het plan om het voormalige huis van de familie Kirchherr te bezoeken. De plek waar fotografe Astrid woonde. Samen met Klaus Voormann en Jürgen Vollmer behoorde zij in Hamburg al snel tot de vriendenkring van The Beatles. Eigenlijk was het andersom. The Beatles sloten zich aan bij dit Duitse drietal, dat hen regelmatig bezocht in de clubs waar ze moesten spelen. De drie kunstenaars deelden hun vriendschap en, in het geval van Astrid, ook regelmatig hun huis met de jongens uit Liverpool.

Stuart Sutcliffe en Astrid Kirchherr


Bij de Kirchherrs vonden The Beatles een tijdelijk thuis
Het slapen in de achterkamertjes van de clubs waar The Beatles speelden, ging de bandleden niet in de koude kleren zitten. Dankbaar waren ze dan ook dat ze regelmatig even terecht konden in het huis van de familie Kirchherr aan de Eimsbütteler Strasse. Voor een gezonde maaltijd, een bad en wat huiselijke gezelligheid. Stuart Sutcliffe, die in die tijd nog de bassist in de band was en als vaste zangnummer Love Me Tender voor zijn rekening nam, kreeg een relatie met Astrid. In haar moet hij zijn tweelingziel gevonden hebben. Het was de kunst die hen bond. Al snel was het stel onafscheidelijk. Stuart was zodoende steeds vaker bij Astrid thuis te vinden. 

Stuart tekende deze liefdesverklaring aan Astrid op de achterzijde van het briefpapier
van Bruno Koschmider, eigenaar van de Kaiserkeller, de plek waar The Beatles optraden.


Even gluren naar dat zolderraam
Het ging allemaal door ons heen, terwijl we het metrostation achter ons lieten en in de lommerrijke wijk op zoek gingen naar het huis dat bijna 60 jaar geleden zo veel voor The Beatles, en in het bijzonder voor Stuart, betekend had. Gewoon om er even bij de voordeur te staan en onze blik langs de hoge gevel te laten glijden, helemaal omhoog, zoekend naar het zolderraam. De plek waarvan we wisten dat daar het atelier van Stuart had gezeten. 

Voor het voormalige huis waar de Kirchherrs de twee bovenste etages
bewoonden. De erker van het atelier op zolder is duidelijk zichtbaar.

Stuart volgde zijn hart
In juni 1961 besloot Stuart The Beatles (en Engeland) te verlaten en zich verder te concentreren op de schilderkunst. In Liverpool was zijn talent al ontdekt. Het lukte hem zodoende om in Hamburg een studiebeurs te krijgen voor de Kunstacademie. Stuart volgde zijn hart en vestigde zich in de Duitse stad, om dicht bij zijn grote liefde Astrid te zijn. Het was voor John Lennon even slikken om zijn dierbare vriend in Hamburg achter te moeten laten. 

Stuart en John

Stu de Staël
Terwijl The Beatles af en aan in Hamburg te vinden waren, stond Stuart op die zolder aan de Eimsbütteler Strasse te schilderen. Op de academie viel zijn talent op. Bij medestudenten en bij leraren. Zijn abstracte werk werd vergeleken met dat van Eduardo Paolozzi de Frans-Russische schilder Nicolas de Staël, hetgeen Stuart in zijn tijd met The Beatles de bijnaam Stu de Staël opleverde. 



Stuart Sutcliffe: Hamburg Paining No.2 (1961)

Jan Cees belde aan
Daar stonden we, op die mooie zondagavond, voor dat immense pand. Te kijken, te dralen, eigenlijk al blij dat we het gezien hadden. Ineens stapte Jan Cees naar voren, betrad het bordesje bij de voordeur en duwde op de bovenste bel. Die van de zolderetage. We hielden onze adem in, toen een  vrouwenstem zich over de intercom meldde. Jan Cees stelde zich vriendelijk voor, in het Duits, legde uit dat het concert van Ringo Starr die avond was afgelast en we zodoende even naar het voormalige huis van Astrid Kirchherr waren komen kijken. Of het misschien mogelijk was dat we een moment de zolder mochten bezichtigen. De vrouw wilde even overleggen, zei ze. Spannend, maar slechts een paar tellen later zoemde de deur open. We mochten boven komen. Er ging een onbeschrijfelijk gevoel door me heen. Wibo, zich bewust van het bijzondere moment, pakte de memorecorder op zijn telefoon erbij en begon al pratend de statige trap te beklimmen. Eens een podcaster, altijd een podcaster. Vastleggen, dit moment! Ik vond het goed van 'm. Hoe vaak zouden The Beatles deze traptreden omhoog zijn gelopen? Op weg naar Astrid, een kop thee, een warm bad?



De cirkel was rond
Boven zwaaide de deur open en werden we begroet door een charmante dame. Met haar vriend keek ze een moment de kat uit de boom. Ineens stonden daar op een vroege zondagavond vier Beatlesfans voor hun neus. De bewoners onderbraken hun kooksessie en gingen met ons in gesprek. Johanna en Axel. Zij woonde er een jaar of 8 en wist dat haar appartement in de jaren '60 door Astrid Kirchherr en familie bewoond werd. De vorige bewoner had haar een boek gegeven waarin ze wat had kunnen lezen over de link die haar zolder met The Beatles had. Johanna is zelf ook kunstenares. We concludeerden samen dat daarmee de cirkel weer rond was. Maar hoe het nu precies zat met dat zolder-atelier, dat inmiddels verbouwd was tot een prachtige loft, dat wist ook zij niet. Dus vertelden we over de relatie tussen Astrid en Stuart. Ondertussen gingen mijn gedachten terug naar april 1962.....




Stuart kreeg ernstige klachten
Terwijl The Beatles steeds bekender werden in Noord-Engeland en zelfs nog een aantal shows in Hamburg in de agenda hadden staan, kreeg Stuart steeds vaker last van zware hoofdpijnen en een overgevoeligheid voor licht. Op een dag zakte hij op de Kunstacademie zelfs in elkaar. Hij liet zich onderzoeken. Zowel in Hamburg als in Liverpool. De doktoren hadden geen verklaring voor zijn klachten. Op 10 april 1962 verloor Stuart opnieuw het bewustzijn. Vermoedelijk op de zolderkamer waar wij stonden. Astrid belde een ambulance en zat naast Stuart toen hij onderweg naar het ziekenhuis overleed. Een aneurysma bleek later de doodsoorzaak. Stuart Sutcliffe, 21 jaar. Zoveel talent, zo'n tragisch einde. 


Verdoofd van verdriet
Ondertussen waren The Beatles op weg naar Hamburg, om daar nog een aantal optredens te verzorgen. Op 13 april wachtte Astrid hen op het vliegveld op met het verschrikkelijke nieuws van Stuarts dood. Het waren George Harrison en John Lennon die Astrid vergezelden, de trappen van het huis van de Kirchherrs beklommen en verdoofd van verdriet in Stuarts atelier op de zolderkamer rondliepen. Zijn schildersezel, zijn verf. Alles was er nog, alsof Stuart zo weer binnen kwam lopen. Het maakte zijn afwezigheid ongetwijfeld beter voelbaar dan ooit. In een interview vertelde Astrid vele jaren later dat John kapot van verdriet was. Terwijl George beschermend achter John ging staan, legde Astrid het tweetal vast in het atelier. Dicht bij het raam van de erker. Dit hartverscheurende moment resulteerde in een intens verdrietige maar even prachtige foto. Een afbeelding die menig Beatlesliefhebber op zijn netvlies heeft staan.




Een groot gevoel van respect
Het was deze foto, op deze plek, die Jan Cees, Wibo, Michiel en ik graag wilden reconstrueren. Niet alleen om die foto, maar vooral om op diezelfde plek te staan. Op die zolderkamer, bij de erker. Een moment in het leven van John Lennon, George Harrison en Astrid Kirchherr altijd moet zijn bijgebleven. Lennon zou in zijn latere leven heel vaak over zijn vriendschap met Stuart hebben gesproken, hem een zielsverwant hebben genoemd. Dus stonden wij met een groot gevoel van respect op de plek en legden we onszelf vast, denkend aan die dag in april 1962. 

Jan Cees en ik

Wibo en Michiel

Het drong door
Johanna en Axel keken toe. Ik geloof dat toen werkelijk tot hen doordrong hoe veel dit moment voor ons betekende. Of we even wilden gaan zitten. Een glas water? Een glas wijn? En wie we nu eigenlijk waren. Terwijl Axel vertelde dat hij gitarist was en op de stereo een eigen opname van Norwegian Wood aanzette, bleef Johanna onze glazen volschenken. We spraken over haar leven, over The Beatles, de historie van haar huis. Eigenlijk zou elke woning een soort archiefkistje moeten hebben, mijmerde Johanna, waarin de historie van het huis in foto's en andere documenten bewaard kan worden. Voor toekomstige bewoners. Natuurlijk wist ze van Astrid Kirchherr, maar ze had zich tot vanavond nooit gerealiseerd hoe belangrijk haar huis in het verhaal van The Beatles eigenlijk was. 

In gesprek met Johanna

Het evenwicht was wankel
Na vijf kwartier stonden we op. We bedankten Johanna en Axel voor dit unieke inkijkje in hun woning. Johanna bedankte ons voor de bijzondere avond die wij haar blijkbaar bezorgd hadden. We namen hun visitekaartjes mee en deden hen de belofte dat we hen de podcast zouden sturen. Onszelf deden we ook een belofte. Eentje die ik hier ook ga uitleggen: het feit dat deze mensen toevallig thuis waren en hun voordeur voor ons openden, mag niet als uitnodiging gezien worden voor een menigte aan Beatlesfans die dit stel misschien ook wel wil bezoeken. Het evenwicht was wankel, ze twijfelden, lieten ons binnen en aanhoorden ons verhaal. Hoewel ik iedereen deze ervaring gun, zegt mijn gevoel: laat het hierbij, geniet van deze blog en van de podcast die we er over maakten, maar overloop deze mensen niet. Daarmee doen we ook afbreuk aan hun voorzichtige kennismaking met de geschiedenis van hun eigen huis. Laat hun privédomein geen bedevaartsoord worden.



Astrid en Stuart
Wij stonden na afloop weer op straat. Vol ongeloof namen we met Wibo's telefoon onze eerste indrukken op. Jullie kunnen het allemaal terughoren in de podcast (vanaf 00:00 de inleiding en een terugblik op het jubileum van de Fab4Cast en vanaf 38:00 op pad in de straten van Hamburg).

Ik draag deze blog op aan Johanna en Axel, en aan Astrid en Stuart.
Hoe een liefdesverhaal van bijna 60 jaar geleden nog steeds tot de verbeelding spreekt.




zaterdag 23 juni 2018

Op pad in Hamburg, deel 2: Rock 'n' Roll

Wat een week, wat een week! De aankondiging dat er dit jaar inderdaad een geremasterde versie van The White Album uitkomt, Paul McCartney die een nieuwe dubbele A-kant als single uitbrengt én het meer dan prachtige filmpje dat gisteren viral ging: Carpool Karaoke in Liverpool. Ik heb genoten en een traantje weggepinkt. Soms komt al het moois tegelijk.

Nu neem ik jullie snel mee terug naar Hamburg. Voor deel 2 van mijn drieluik over ons bijzondere weekend. Bedankt voor alle reacties op het eerste deel van het avontuur. We hebben vorige week afscheid van The Beatles genomen toen ze rond de jaarwisseling van 1960/1961 weer terug waren in Liverpool: het land uit gezet, zelf vertrokken, en (in het geval van Stuart Sutcliffe) weer op de been na kort ziek te zijn geweest.


Strak en zelverzekerd
Toen The Beatles, minus Sutcliffe, in december weer terug waren in Liverpool, moesten ze duidelijk even van hun avonturen bekomen. De eerste twee weken zochten ze onderling geen contact. Pete Best en zijn moeder waren druk met telefoontjes naar Hamburg, om te regelen dat de achtergebleven apparatuur weer terug in Engeland kwam. Op 17 december traden The Beatles voor het eerst weer op in de Casbah Club waarbij ene Chas Newbey aansloot en Stuart tijdelijk op bas verving. McCartney was in die tijd nog één van de gitaristen in de band. Het viel direct op hoe strak en zelfverzekerd de jongens inmiddels speelden. Hamburg was pittig geweest, maar had er voor gezorgd dat The Beatles een stuk beter waren gaan klinken.

In de Cashbah Club, een paar weken later


Stuart koos voor Astrid en de schilderkunst
Op 27 maart keerden The Beatles terug naar Hamburg. George was inmiddels meerderjarig en zodoende was het risico op een nieuwe uitzetting geweken. Met inmiddels meer ervaring en souplesse werkte de band zich door deze tweede Hamburg-periode heen, die tot 2 juli van dat jaar zou duren. Stuart Sutcliffe hing zijn Höfner President basgitaar aan de wilgen en koos voor zijn twee grote liefdes: fotografe Astrid Kirchherr én een voortzetting van zijn leven als kunstschilder. Stuart trok in bij de Kirchherrs aan de Eimsbütteler Strasse, in één van de lommerijke buitenwijken van Hamburg. Een plek waar hij op zolder zijn atelier in gebruik nam.

Astrid en Stuart



Paul werd bassist tegen wil en dank
Stuarts vertrek betekende trouwens dat Paul gedwongen de bas op moest pakken. John was de zanger en de leider van de band, George de lead-gitarist, dus restte Paul niets anders dan de rol van de bassist op zich te nemen. Na een tijdje op Stuarts bas te hebben gespeeld, schafte Paul zijn eerste Höfner vioolbas aan. Een Fender was te duur voor hem. De symmetrisch gevormde vioolbas kon hij, als linkshandige bassist, mooi omdraaien, zonder dat de uitstraling van het instrument verloren ging. 

Een vroege foto van Paul met zijn Höfner


De Star Club brandde af
Inmiddels groeide de roem van The Beatles in Liverpool en omgeving. Ook in Hamburg werden ze weer met open armen ontvangen toen ze in april 1962 in de pas geopende Star Club mochten spelen. Al lopend over de Grosse Freiheit, zocht ik met de mannen van de Fab4Cast de steeg die ons naar een vrij grote patio moest leiden waar de Star Club nog tot 1969 gevestigd was. Een gedenksteen herinnert passanten aan de legendarische locatie, waar niet alleen The Beatles, maar ook grootheden als Ray Charles, Jimi Hendrix en Jerry Lee Lewis het podium beklommen. Het gebouw werd in 1987 door brand verwoest. Eind 1962 keerden The Beatles opnieuw terug naar Hamburg, voor diverse optredens in de club. Inmiddels was hun dierbare vriend en oud-bassist Stuart niet meer.... Daarover volgende week meer.




Het stille straatje van de beroemde foto
Wij vervolgden onze toch door Hamburg naar wat het hoogtepunt van de middag zou worden: de plek waar John Lennon poseerde voor de inmiddels legendarisch geworden Rock 'n' Roll foto. Het was even zoeken, al lopend door de Wohwillstrasse. Ineens was daar de stenen poort die we moeten hebben. Onder de poort bevindt zich een houten schutting die toegang geeft tot de Jagerpassage. Even bekroop me de angst dat de deur gesloten zou zijn. Al moet ik er overheen klimmen, dacht ik. Maar de deur gaf mee en ineens stonden we in een stil straatje waar zich de deur met het bordesje bevindt. De plek waar The Beatles door vriend (en fotograaf) Jürgen Vollmer mee naartoe werden genomen. Terwijl John nonchalant in de deurpost hing, liepen Paul, Stuart en George voor hem langs. Een wat langere sluitertijd zorgde voor een prachtige serie foto's. De afbeeldingen werden vele jaren later door John Lennon, van Jürgen Vollmer gekocht en één ervan verscheen op de hoes van Lennons album Rock 'n' Roll uit 1975.




Jürgen behoorde ook tot het Duitse Drietal
Jürgen Vollmer behoorde tot de kunstzinnige vriendenkring van Astrid Kirchher en Klaus Voormann. Het Duitse Drietal, zoals ik ze wel noem. In een interview vertelde Vollmer vele jaren dat hij een voorkeur had voor het maken van foto's in the backyards of Hamburg. Stille plekken met een mysterieuze uitstraling. In april 1961 nam hij groep mee naar de Jagerpassage, plaatste hij zijn camera op een statief en speelde hij met de sluitertijd. Vollmer:


Before I even started taking any pictures, I said to John, ‘You just lean there and look arrogant, 
like you always do,’ and I wanted the other three out of focus.

Vollmer, vele jaren later, met de hoes van John Lennnons album


Rock 'n Roll: een reconstructie
We hadden alle tijd om met ons vieren die foto te reconstrueren. Terwijl ik plaats mocht nemen in de deurpost, gaf Jan Cees me instructies over mijn houding. Michiel stond klaar met de camera en Wibo en Jan Cees renden enkele malen voor mij langs. Timing was alles natuurlijk. Wat een lol! Maar tegelijkertijd voelde iedereen hoe bijzonder het was om deze foto te maken. Dat bijzondere zat hem denk ik ook een beetje in de besloten setting. De poort achter ons was dicht. Er waren verder geen andere passanten of toeristen en we konden in alle rust genieten van het moment. Een magish moment, mag ik wel zeggen. Dit was de plek waar ik voor het eerst dezelfde soort emoties voelde als in Liverpool. Mijn Hamburg-trip was op dit punt geslaagd. De foto was er! En ieder van ons kreeg ruim de tijd om van zijn eigen fotomoment te genieten. In één woord: wauw!




Even lunchen, bijpraten en door.....
Het werd tijd om even bij te komen. We ontmoetten Tim op 't Broek van Beatlesfanclub.nl, zijn vrouw Chantal en hun goede vriend Luuk. Het drietal was zojuist in Hamburg gearriveerd voor Ringo's concert. Tim zette ons nog even samen op de foto. Met elkaar aten we vervolgens een broodje op het terras, waarna ze ons de weg wezen naar het voormalige circusterrein van de stad. De plek waar Astrid Kirchherr een aantal legendarische foto's van The Beatles schoot. Aan de hand van boeken probeerden we de plek te zoeken waar die foto's gemaakt waren, maar de skyline was na 60 jaar zo veranderd, dat we de reconstructie niet konden maken. Het was niet erg, ik vond het fijn om dit terrein te hebben gezien en om het in de stad te kunnen plaatsen.

Jan Cees puzzelt aan de hand van de foto's van Astrid Kirchherr





Ringo was afgelast
De middag was om. Hoog tijd om even naar het hotel terug te keren, vervolgens een snelle maaltijd in de stad te eten en naar het Stadspark te gaan, waar Ringo al om 19.00 uur zou aftrappen. Terwijl we onze laatste hap eten doorslikten, ging Michiels telefoon. Het was Tim, die al bij het Stadspark stond. Het concert was zojuist afgelast. Er was iemand ziek. We vielen stil, keken elkaar in ongeloof aan. Afgelast? Dat moest een grap zijn. Dat bleek het niet. Al snel startte de berichtgeving op internet dat Ringo die avond niet zou spelen omdat hij zelf niet fit was. We moesten onszelf even herpakken. Een zomeravond in Hamburg voor de boeg: wat doe je dan?



Het werd een memorabele avond
Ineens was er tijd om een plan uit te voeren waar we die middag niet meer aan toegekomen waren. Een plan dat prachtig bleek uit te pakken en ons uiteindelijk een uniekere ervaring bezorgde dan het concert van Ringo had kunnen bewerkstelligen. Echt? Ja echt. Ik krijg weer kippenvel als ik er aan denk. Jan Cees, Wibo en Michiel kunnen alleen maar beamen dat we iets fantastisch beleefd hebben in de uren die volgden...

Volgende week meer. Ook om te vieren dat jullie onze avonturen dan in de 100ste Fab4Cast kunnen beluisteren. En oh oh, wat is die gaaf! Tot snel.





zaterdag 16 juni 2018

Op pad in Hamburg, deel 1: Mach Schau!

Aunt Mimi moest wel even tot tien tellen toen John Lennon haar in de zomer van 1960 vertelde dat hij met The Beatles naar Hamburg zou gaan. Ze sputterde wat tegen over een City of Sin, maar besefte al snel dat niets haar 19-jarige neef tegen kon houden om af te reizen naar de Noord-Duitse havenstad. Liever had ze hem zijn diploma zien halen, maar John was vastbesloten. In Hamburg kon hij avond aan avond optreden met zijn band, voor een prima salaris. Dus vertrok hij op dinsdag 16 augustus 1960. Samen met Paul McCartney, George Harrison, Stuart Sutcliffe en Pete Best; de vijf oer-Beatles, aangevuld met een gezelschap rond hun manager Allan Williams.

De bus van The Beatles wordt op de boot naar Hoek van Holland getakeld

Oostwaarts, in de voetsporen van The Fab Four
Met tien man in een busje, via Hoek van Holland, Arnhem en zo de Duitse grens over naar het noorden. Bijna 58 jaar later zaten wij er denk ik heel wat comfortabeler bij, afgelopen week in de internationale trein. Toen de deuren open schoven en ik vanaf het perron in Deventer wilde instappen, stond Jan Cees ter Brugge me op het balkon al met een brede glimlach op te wachten. Ik kon me bij hem, Michiel Tjepkema en Wibo Dijksma voegen in zo'n knusse coupé zoals we die kennen uit de Beatlesfilm A Hard Day's Night. Zo gleden we Deventer uit, oostwaarts, in de voetsporen van The Beatles. Op dat moment konden we nog niet vermoeden hoe onvoorstelbaar dicht we in die voetsporen zouden treden.



Dezelfde sokken
Ik ben er klaar voor, grapte ik, terwijl ik op mijn Yellow Submarine-sokken wees, die nog net boven de rand van mijn sneakers te zien waren. Het leek me alvast een leuke link naar het concert van Ringo Starr dat we zondagavond in Hamburg zouden bezoeken. Met een grote glimlach schoven Michiel en Wibo direct hun broekspijpen omhoog om mij hún submarine-sokken te tonen. Met onze golflengte zat het dus wel goed dit weekend. Dat concert van Ringo was voor ons een mooie aanleiding om samen naar Hamburg te gaan, maar er was natuurlijk ook een ander doel: rondkijken in de stad waar The Beatles als piepjonge jongens, af en aan, tussen 1960 en 1962, de eerste stappen in hun carrière zetten. Met wisselend succes, onder erbarmelijke omstandigheden.

George Harrison in het slaaphok van de Bambi Kino


Op zoek naar de verhalen
Dat rondlopen in het decor waar The Beatles speelden en woonden, stelde ons in staat om, elk op onze eigen manier, een reconstructie te maken van een rommelige periode uit de Beatlesgeschiedenis. Al podcastend en bloggend waren we van plan het verhaal te reconstrueren. Voor onszelf, maar ook voor iedereen die altijd zo enthousiast meeluistert en -leest. Je kunt er natuurlijk de boeken op naslaan, maar iets gaat pas leven, als je het met eigen ogen gezien hebt. Het stelt je in staat de verhalen levensecht te vertellen. Dat wilden we denk ik alle vier. Hamburg werd zodoende een nieuw hoofdstuk, voor de heren van de Fab4Cast en voor mij als blogger.


Naar de beruchte Reeperbahn
De thermometer tikte de 30 graden aan en de stad sloot zich als een warme deken om ons heen, toen we naar het hotel liepen. Onze avond bestond uit een maaltijd op een terras, een ijsje in de stad en vele gesprekken over The Beatles. Het perfecte opwarmertje voor het zondagse programma. De zondag was namelijk bestemd voor St. Pauli, de wijk waar het zich begin jaren '60 allemaal afspeelde. Na het ophalen van wat podcast-herinneringen in het hotel (de heren hebben er inmiddels 99 uitzendingen op zitten), stapten we zondagochtend dan ook in de metro, op weg naar de beruchte Reeperbahn: het startpunt van onze ontdekkingstocht. 




Het silhouet van Stuart Sutcliffe stond apart
Wat een andere wereld, vergeleken met het gebied rondom Hamburg Hauptbahnhof.... De Reeperbahn is een vrij drukke, brede weg, die als een rommelig lint door de wijk St. Pauli ligt. Op de hoek met de Grosse Freiheit stonden we ineens op Beatles Platz. Een pleintje dat als monument is ingericht en zodoende de entree markeert van de straat waar The Beatles 58 jaar geleden met hun busje in reden. Vijf figuren van staal stonden ons op te wachten. Ze vormen de silhouetten van John Lennon, Paul McCartney, George Harrison, Stuart Sutcliffe en....Pete Best of Ringo Starr. Doordat de figuren geen gezichten hebben, kun je als bezoeker zowel Pete (de eerste drummer) als Ringo (die later aansloot) in de sculpturen zien. Slim opgelost! Wat me opviel was het beeld van Stuart. Het stond een beetje meer naar rechts, duidelijk los van de groep. Daarmee symboliseert het waarschijnlijk de eigen weg die Sutcliffe uiteindelijk in Hamburg koos. En zijn dood wellicht. De tragedie die daar in schuil ging, raakte me wel.

Panoramafoto van de kruising Reeperbahn - Grosse Freit met rechts
Jan Cees en Wibo en de silhouetten van het Beatlesmonument.
Het silhouet van Stuart Sutcliffe staat uiterst rechts.

Kapot glaswerk, etensresten en de geur van urine
De Reeperbanhn en de Grosse Freiheit zijn ronduit aftandse, vieze, ja zelfs smerige straten. Vergane glorie. Waarschijnlijk precies zoals het er 58 jaar geleden al was. Dus of die glorie er ooit voelbaar is geweest....? Ik weet het niet. Op deze zondagochtend was de sfeer van de zaterdagavond nog voelbaar. Overal lege flessen, kapot glaswerk, etensresten, uitwerpselen, de geur van urine... De locals nipten aan hun eerste kop koffie, staand bij de vele barretjes, die net hun deuren weer hadden geopend. In hun ogen zag ik vooral het harde leven dat dit deel van de stad kenmerkt. Leven om te overleven. Lennon was destijds 19, McCartney net 18 en Harrison 17. Liverpool was ook een ruige stad, maar wat zullen deze jongens in de vroege ochtend van 17 augustus 1960 hun ogen uitgekeken hebben toen hun bus de straat inreed. Ook toen waren de sporen van de voorgaande nacht ongetwijfeld nog overal zichtbaar. 

Achter ons ligt de Grosse Freiheit. De plek waar The Beatles op 17 augustus 1960 arriveerden.

Een plek om te slapen
De Indra Club, op nummer 64 was uiteraard nog gesloten toen de band arriveerde. Al snel werd er iemand gevonden die de jongens binnen kon laten. Doodmoe lieten ze zich in een aantal stoelen zakken om eerst een paar uur te slapen. Diezelfde avond stonden The Beatles er al op het podium. Een goede plek om te verblijven was er niet, maar via via belandden ze een stukje verderop, om de hoek in de Bambi Kino. Een kleine bioscoop, waar zich achter het doek een kamertje bevond, waar de mannen wel konden slapen. Zo liepen wij ook van de Indra Club, waar ook wij voor gesloten hekken stonden, naar die Bambi Kino. Een oud pand, inmiddels verscholen achter behoorlijk wat begroeiing, op nummer 33 in de Paul Roosen Strasse.



We konden de deur van de voormalige Bambi Kino open duwen...
We stonden voor een garagedeur, waarop nog een Bambi-hertje geschilderd staat. Het waren trouwens geen Walt Disney-films, die hier vertoond werden. Dat mag duidelijk zijn. Een bordje naast de voordeur verwijst nog naar The Beatles. Zachtjes duwden we tegen de voordeur. Hij bleek open te zijn. We konden het pand in en ontdekten ergens de ruimte waar vermoedelijk het bioscoopje was en The Beatles die eerste nachten moeten hebben geslapen. Hoe dat precies ging en hoe het er nu uitziet, horen jullie eind juni in de podcast. In deze koude en vieze ruimte stonden destijds twee stapelbedden waar de jongens onder een paar Engelse vlaggen (!) konden slapen. Het was er ijs- en ijskoud, herinnerde Lennon zich later. De groep sliep pal naast de stinkende toiletten, werd de volgende dag wakker van het geluid van de bioscoop en kon slechts wat koud water uit de wc's gebruiken om zich op te frissen. Daar stonden wij nu, midden in dat stuk Beatlesgeschiedenis.

In het pand, gluren door de brievenbus van de grootste,
naastgelegen ruimte. Vermoedelijk de filmzaal met de
achtergelegen ruimte waar The Beatles mochten slapen.


Een primitief podium van planken en bierkisten
Dagelijks legden The Beatles de korte afstand tussen de Bambi Kino en de Indra Club af. Elke avond moest er gespeeld worden, tot diep in de nacht.




17 augustus 1960: The Beatles tijdens hun eerste optreden in de Indra Club.
vlnr: John, George, Pete, Paul en Stuart.

Van de Indra naar de Kaiserkeller
De Indra Club ging uiteindelijk dicht vanwege te veel geluidsoverlast en The Beatles konden het ergens anders ook wel beter krijgen. Op 4 oktober 1960 klom de groep een trede op de ladder en werden de gitaren een stukje verderop, in de Kaiserkeller, in de versterkers geplugd. We stonden er met een paar stappen: een wat grotere club, uiteraard ook gesloten op deze zondagochtend, waar aan de gevel nog een kopie van het oude contract dat The Beatles met de club sloten, te zien was. Ook hier ging het moordende speelschema door. Avond na avond, tot diep in de nacht moest de band het uiterste uit zichzelf halen, terwijl eigenaar Bruno Koschmider regelmatig naar het podium liep en Mach Schau!!! Mach Schau!!! schreeuwde. Daarmee daagde hij The Beatles uit tot steeds gekkere performances, waaraan een boel lol te beleven was voor het ruige zeemanspubliek dat de Keller frequenteerde. Het podium waarop de muzikanten stonden bestond uit planken die op een aantal bierkisten rustten. Primitiever kon het niet.




In de Top Ten Club was alles beter
Eind oktober verruilden The Beatles de Kaiserkeller voor de Top Ten Club van Peter Eckhorn, om de hoek aan de Reeperbahn 136. De groep kon er meer geld verdienen, over een betere installatie spelen en iets comfortabeler slapen in de ruimte boven de club.

Een fantastische actiefoto van McCartney en Lennon in de Top Ten Club

Verraad
Bruno Koschmider voelde zich verraden door zijn Engelse artiesten en strafte de contractbreuk af door George Harrison bij de politie aan te geven. Harrison was nog maar 17 en had geen werkvergunning. Hij moest zodoende direct het land uit en werd op 21 november 1960 op de trein naar Engeland gezet. Paul McCartney en Pete Best liepen een paar dagen later naar de Bambi Kino om hun laatste spullen te verzamelen en staken een condoom aan om wat licht in de duisternis te maken. Dat resulteerde in een brandje. Dat brandje was overigens een prima actie om wraak te nemen op hun baas. Het tweetal werd er voor opgepakt en in de cel van het Davidwache Politiebureau gegooid. Een plek waar we ook langs liepen.



Allemaal het land uit, Stuart bleef achter bij Astrid
Ook Paul en Pete werden het land uitgezet en zaten al snel op de trein richting Liverpool. John volgde enkele dagen later en Stuart, die zich niet fit voelde, bleef achter bij zijn kersverse vriendin Astrid Kirchherr, om een beetje op te knappen. In januari 1961 vloog hij met van de familie Kirchherr geleend geld terug naar Liverpool om zich bij zijn maten te voegen.

Stuart in 1960, gefotografeerd door Astrid Kirchherr

De zondag had nog veel voor ons in petto
Daarmee eindigde het eerste avontuur van The Beatles in Hamburg. Dat geldt op dit punt in het verhaal zeker niet voor ons Hamburgse avontuur. De zondag had nog heel wat prachtigs voor ons in petto. Gebeurtenissen die onze eigen verwachtingen zouden overtreffen.

Daarover vertel ik jullie graag volgende week meer!