zaterdag 13 juli 2019

'Het aambeeld voor Maxwell's Silver Hammer vonden we in Lisse': The Analogues in Abbey Road

'Something in the way she moves...' Wanneer ik Diederik Nomden van The Analogues de eerste regel van het nummer hoor zingen, prikken de tranen in mijn ogen. Ik kan ze niet wegslikken en voel ze al snel over mijn wangen stromen. Laat het maar gewoon gebeuren, denk ik, terwijl ik in de Londense Abbey Road Studio's aanwezig ben bij één van de drie sessies waarmee de band haar eigen Abbey Road-album opneemt. We zijn op de plek waar The Beatles hun laatste, legendarisch geworden langspeler, 50 jaar geleden maakten. One and one and one is three: als plaats, tijd en muziek bij elkaar komen en werkelijk alles klopt, dan houd je het als toeschouwer niet droog.


Foto: Daniel Burdett

Mark Lewisohn met oranje stropdas
Terwijl toeristen buiten op de zebra onophoudelijk foto's van elkaar maken, zijn we met een gezelschap van 200 toehoorders (inclusief pers) aanwezig in Studio One om getuigen te zijn van een integrale live-uitvoering van het album Abbey Road. 's Werelds meest gerenommeerde Beatleshistoricus Mark Lewisohn is er ook. Gekleed in een pantalon en een wit overhemd met oranje stropdas, dat laatste ongetwijfeld als hoffelijke groet naar het voornamelijk Nederlandse publiek, zet hij met zijn inleiding onze zintuigen open: 'Dáár,' zegt hij wijzend, 'zaten The Beatles tijdens de wereldwijde satellietuitzending om All You Need Is Love te zingen. En hier, rechts van waar ik sta, dirigeerde George Martin de laatste orkestpartijen voor Something.' Het doet me even naar lucht happen. Ik ben er helemaal, op de plek waar het destijds allemaal gebeurde.


Mark Lewisohn

The Analogues spelen zich als een hecht voetbalteam door het album heen
Wanneer The Analogues het podium betreden, staan hun gezichten gespannen. Na de inzet van openingsnummer Come Together moet het dan ook gebeuren. In opperste concentratie, waarbij vooral bij multi-instrumentalist en vocalist Diederik Nomden nog het vaakst een glimlach te bespeuren is, spelen The Analogues zich als een hecht voetbalteam door het ingenieus samengestelde album heen. Wat The Beatles destijds in vele takes, overdubs en montages muzikaal voor elkaar kregen, willen The Analogues in één vloeiende beweging live reproduceren. Het lukt ze nagenoeg en het is een streven dat diep respect verdient. Net als de beslissing om daarbij een paar honderd mensen uit te nodigen, op de plek waarvan menigeen alleen in zijn dromen een voet over de drempel zette.

Diederik Nomden (foto: Daniel Burdett)

Een aambeeld uit Lisse
Na het beladen Something is er even lucht. In Maxwell's Silver Hammer is de hoofdrol weggelegd voor hamer en aambeeld. 'Dat aambeeld heeft Bart van Poppel in Lisse gevonden,' vertelt zanger/gitarist Felix Maginn me na afloop. In zijn niet aflatende wereldwijde speurtocht naar precies de juiste vintage instrumenten en objecten, bleek dat aambeeld voor Van Poppel verrassend dichtbij. Maginn: 'Ik weet nog dat Bart telefonisch meeluisterde toen iemand voor hem op verschillende aambeelden sloeg.' Toen de juiste klank er bij leek te zitten, sprong Van Poppel in de auto. Er kon weer iets van het lijstje afgevinkt worden.


De grote en de kleine Moog
De grote Moog, die niet alleen in Maxwell's Silver Hammer maar ook op andere nummers van Abbey Road prominent te horen is, was in 1969 een noviteit. George Harrison nam het instrument mee uit Amerika en liet het in de Londense studio installeren. Vandaag staat er een Mini-Moog, overigens met dezelfde klanken geprogrammeerd. Het is de enige concessie die The Analogues moeten doen tijdens hun avontuur. De grote Moog is wel degelijk in bezit en gaat straks ook mee de Nederlandse theaters in. Beide Moogs moeten gezamenlijk ingezet worden om alle geluiden te kunnen reproduceren. Dat is het plan, begrijp ik van Diederik Nomden. Waar The Beatles destijds in de studio het gevaarte konden herprogrammeren, is daar live geen tijd en gelegenheid voor, dus worden twee authentieke versies van het instrument ingezet. Je moet wat.

George en Paul bij de originele grote Moog.
In hun midden staat assistent-technicus John Kurlander.

Wat The Beatles bedachten, moeten The Analogues live reproduceren
Bij Oh! Darling en I Want You betreden Merijn Haren en Jan van der Mey het podium om met hun  unieke stemprofielen die specifieke nummers vocaal in te kleuren. Het is fijn te zien dat Van der Mey, ondanks zijn gehoorproblemen, bij het project betrokken kan blijven. Wanneer The Analogues haast naadloos de naald van de plaat halen en het album omdraaien, gaan de jasjes op het podium uit. De concentratie mag niet verslappen, want de zogenaamde B-zijde van het album bevat nog de nodige uitdagingen. De samenzang in Because is er daar één van, gevolgd door de medley die een belangrijk deel van het album bestrijkt. 'De nummers in die grote medley op Kant B zijn echt lastig om tussen te schakelen. Je hebt de instrumentwisselingen en je moet steeds in het goede tempo, dat continu wijzigt, glijden. Bovendien dubbelden The Beatles in die tijd hun stemmen en instrumenten volop. Dat geluid moeten wij live reproduceren,' legt Felix Maginn me uit.

Felix Maginn, temidden van Diederik Nomden
en Bart van Poppel (foto: Daniel Burdett)

'We hebben een missie te volbrengen'
Wanneer we de finale bereiken, die bestaat uit het drieluik Golden Slumbers - Carry That Weight - The End, is de 9-koppige strijkers- en blazerssectie volop aan zet. De instrumentalisten staan daarbij op de plek waar hun vakgenoten 50 jaar geleden door Beatlesarrangeur en -producer George Martin door de prachtige arrangementen geleid werden. Het is opnieuw een moment waarvan het kippenvel me op de armen staat en de tranen zich weer aandienen. Achteraf vraag ik Felix hoe hij zijn emoties onder controle kan houden tijdens dit soort momenten. 'Het moet wel,' zegt hij. 'We hebben een missie te volbrengen en moeten ons daar op blijven focussen. Maar toch....onlangs stonden we in Duitsland in een enorme concertzaal te spelen. Ik keek het publiek in en zag wat daar gebeurde. Op zo'n moment krijg ik het ook wel bijna te kwaad hoor.' 



Dieper het heiligdom in
Na een staande ovatie die overgaat in het korte Her Majesty, mag het publiek zich voor een toegift naar Studio Two begeven, steeds dieper het heiligdom in. Via de dubbele deuren op de begane grond, lopen we naar binnen. Het is ineens heel erg stil. Je kunt het ontzag en de emoties bijna vastpakken. Het is even 'ieder voor zich' hier. De Analogues-fans staan vooraan bij het podium waar nog You Can't Do That, Norwegian Wood en Taxman gespeeld worden. Zelf kies ik er voor om achteraan te blijven staan. Ik krijg een warme groet van Mark Lewisohn en strijk met mijn hand over de historische Mrs. Mills-piano die haast vergeten in een hoek staat. Het is het instrument waarop door The Beatles onder andere Rocky Raccoon en het intro van With A Little Help From My Friends zou zijn gespeeld. Mijn blik glijdt omhoog, langs de grote trap naar het raam van de control room. 'Kom maar even naar boven jongens, om te horen hoe het klinkt,' hoor ik George Martin zeggen. In gedachten dank ik The Analogues dat ze me even in een tijdcapsule stopten. Daarmee maakten ze niet alleen hun eigen muzikale cirkel rond, maar de mijne erbij.


+++
Dit verslag werd exclusief geschreven voor Fab4Cast.

zaterdag 6 juli 2019

'Ik gebruikte The Beatles op Abbey Road als zonnewijzer': The Analogues filmen een documentaire met Piet Schreuders

Wanneer ik het metrostation van St. John's Wood verlaat, voelt het direct alsof ik de lp-hoes van Abbey Road in loop. Misschien wel omdat veel wegen hier in Noordwest-Londen net zo statig en lommerrijk zijn als die ene straat op de hoes van het laatste album dat The Beatles grotendeels in de zomer van 1969 opnamen. Het is nu ook zomer en de weersomstandigheden zijn zo'n beetje gelijk aan die van vrijdagochtend 8 augustus 1969. Destijds drukte fotograaf Iain MacMillan rond 11.35 uur af, terwijl The Beatles de inmiddels beroemdste zebra ter wereld overstaken. Nu is het 07.10 uur op een zaterdagochtend als ik Grove End Road afloop, op weg naar de kruising met Abbey Road.






Ik mag verslag doen namens Fab4Cast
Het is vroeg en ik ben toch al een klein half uur onderweg vanuit mijn hotel in Bloomsbury, waar ik dit weekend verblijf. Met een speciale reden, want ik mag namens het team van Fab4Cast verslag doen van één van de concerten die The Analogues dit weekend in de Abbey Road Studio's geven. Ze brengen de muziek als het ware weer thuis. Dat doen ze op hun eigen onnavolgbare wijze, met vintage instrumenten, nauwkeurige arrangementen en een enorme toewijding en liefde voor het latere Beatleswerk. Hun concerten worden opgenomen, in beeld en geluid, met als doel een eigen live-versie van het jubilerende Beatlesalbum uit te brengen. De beelden worden, vermoed ik, zowel verwerkt in een concertregistratie als in een documentaire, rond dit bijzondere weekend dat de band in de Britse hoofdstad beleeft. Die documentaire is de reden dat ik op deze vroege zaterdagochtend vanuit Grove End Road de hoek om sla naar de plek waar de zebra ligt, vlak na de kruising met Abbey Road.




Knalgele keukentrap
Wanneer ik aankom, zie ik dat 's werelds grootste kenner op het gebied van Beatleslocaties al druk in de weer is met een filmploeg. Althans, de filmploeg is dat met hem. Piet Schreuders staat op zijn kenmerkende professionele en rustige wijze regisseur Marcel de Vré te woord. Ik blijf op afstand, kijk toe van de overkant van de straat. Piet steekt als groet even snel zijn hand naar me op en concentreert zich weer op de opnames. Terwijl ik het schouwspel volg, plaatst Paulien als lid van de crew een knalgele keukentrap midden op de weg. Zo'n beetje op de plek waar fotograaf Iain MacMillan dat die vrijdagochtend in 1969 ook deed. Ik zie Piet het gele trapje op klimmen en als het ware door de ogen van de fotograaf over de zebra turen. Omdat ik op afstand blijf, denk ik te zien dat Piet een frame of zoeker omhoog houdt en er door kijkt. Ik ben ontroerd door het beeld. Het lijkt alsof de geschiedenis zich bijna 50 jaar naar dato herhaalt. Wat ontbreekt zijn de vier jonge mannen die, voor altijd op ons netvlies en inmiddels bevroren in de tijd, de zebra oversteken. 'Alsof het verleden door de foto heen komt,' zegt Piet over de plek waar hij staat.


Where are the studios?
Auto's en bussen remmen af. Ze worden tegengehouden door Paulien. Zij speelt, wellicht zonder dat ze zich daar van bewust is, de rol van de politieagent die destijds op Abbey Road stond om het verkeer tien minuten tegen te houden. Langer duurde die fotosessie toen niet. Wanneer Piet weer op stoep staat, ben ik inmiddels overgestoken. Ondanks het vroege uur, nadert ons een groep toeristen. Een man spreekt mij met Amerikaans accent aan. Of ik weet wat hier aan de hand is. Ik leg uit dat er filmopnames worden gemaakt voor een documentaire omdat The Analogues dit weekend het album Abbey Road in de studio gaan opnemen. En dat de man die zojuist van de keukentrap afdaalde 's werelds meest gespecialiseerde locatiekenner is, als het over The Beatles gaat. Zijn onderzoek, bijvoorbeeld naar Beatleslocaties in Londen, samen met Mark Lewisohn en Adam Smith, is van onschatbare waarde. De Amerikaan kijkt me even zwijgend aan en antwoordt dan: 'Where are the studios?' Ik wijs hem de witte muur, iets verder, aan de linkerkant. De man beent er met zijn gevolg naar toe en lijkt niet geïnteresseerd in het bijzondere tafereel dat hem zojuist in de schoot werd geworpen. Kort daarop meldt zich een Amerikaanse vrouw. Ze hoort niet bij de groep, is alleen en presenteert Piet doortastend haar smartphone. Of hij even een foto van haar wil maken op de zebra. 'We are in the middle of a shoot' antwoordt Piet terecht, waarna de vrouw zich bij de andere Amerikanen voegt en het stel elkaar over en weer op de zebra begint te fotograferen. Ze illustreren op de achtergrond het verhaal dat Piet voor de camera vertelt.




'Ik heb The Beatles als zonnewijzer gebruikt'
Piet Schreuders weet waar hij het over heeft: 'Ik heb een jaar of dertig geleden in augustus op deze plek geprobeerd aan de hand van de schaduwen en de originele hoes bepaald op welk tijdstip de foto moet zijn genomen. Daarbij heb ik The Beatles als zonnewijzer gebruikt. Uiteindelijk kwam ik uit op 11.35 uur en dat tijdstip is inmiddels wereldwijd overgenomen.' Dag in, dag uit, zelfs 's nachts steken pelgrims en toeristen hier op Abbey Road over om de zebra-foto te imiteren. 'De mensen zijn vaak wat teleurgesteld, omdat ze de lp-hoes nooit precies kunnen reconstrueren. Ze blijven op de stoep staan fotograferen en missen de hoogte van de huishoudtrap' hoor ik Piet de regisseur uitleggen. Dat bijzondere perspectief gaf rust en evenwicht aan de foto. 'Fascinerend blijft het wel,' zegt Piet, over de niet aflatende stroom toeristen die zich, vanuit de hele wereld, naar Abbey Road begeeft. Terwijl we staan te praten, komt een vrouw die blijkbaar haar 30ste verjaardag viert met een groepje vrienden aangelopen. Ze draagt een grote 3 en 0 en wordt lachend met de ballonnen op de zebra vereeuwigd. Het is nog geen half acht.

Op de webcambeelden is te zien hoe we in de
richting van Hill Road lopen.

Een verborgen patio
Inmiddels heeft Piet, met de ploeg in zijn kielzog, koers gezet naar Hill Road, de zijstraat die pal naast de studio's uitkomt. Ik volg op afstand, benieuwd naar wat komen gaat. Piet houdt stil bij een huis, loopt trefzeker via het tuinhek naar een steeg en slaat rechtsaf. We volgen hem. Ineens staan we stil op een piepkleine patio. Direct realiseer ik me dat dit de plek moet zijn waar ergens aan de achterzijde van de studio's op 1 juli 1963 foto's zijn gemaakt van John, Paul, George en Ringo. Terry O'Neill legde vier wat ernstig ogende jongemannen vast. Terwijl ze hun instrumenten vasthielden, blikten ze geconcentreerd in de lens. 'Hier stonden The Beatles tijdens een pauze, op de dag dat ze She Loves You en I'll Get You opnamen,' zegt Piet. Ik bedenk dat dit, op twee dagen na, 56 jaar geleden is.



De reconstructie van 1 juli 1963, zoals Piet Schreuders
hem op 1 juli 2019 deelde op Twitter

Het wagenpark van The Analogues arriveert
Wanneer we terugwandelen naar Abbey Road en de hoek omslaan, zie ik dat het wagenpark van The Analogues zojuist vanuit Nederland is gearriveerd. De twee enorme trucks met opleggers, gevolgd door twee neutraal gekleurde vrachtwagens zorgen ervoor dat de gehele stoeprand voor de studio volgeparkeerd staat. 'Mooi dat ze er zijn, we wisten dat ze vanochtend tussen 8 en 10 uur zouden arriveren,' vertelt Marcel de Vré me. De aanwezige toeristen kijken verbaasd toe en lijken wat verbouwereerd omdat het uitzicht op 'hun' zebra korte tijd is gekaapt. Wie de halve wereld over vloog om de foto te maken, moet even geduld hebben. In overleg met de filmploeg stappen de chauffeurs weer in. We hebben immers het moment gemist waarop ze aan kwamen rijden. Dus rijdt men een rondje en installeert de cameraploeg zich om de aankomst te filmen.




Een voorbode voor zondagmiddag
Ondertussen is Piet op het bekende bankje op de hoek gaan zitten. Ik neem naast hem plaats. 'Wat een mooie ochtend zo, met dat zonnige weer,' mijmert hij. Ik zou hier wel de hele dag met hem willen zitten, kijkend naar alle gekkigheid die zich voor onze ogen afspeelt. Terwijl ik dat denk, komen er een stuk of vijf jongens van rond de twintig aan joggen. Ze hebben een ontbloot bovenlijf en de zebra is ook hun decor voor een originele groepsfoto. Piet krijgt koffie aangeboden van de filmploeg maar geeft zijn kopje aan mij. We kijken hoe de enorme trucks van The Analogues nogmaals Abbey Road op komen rijden. Het is een prachtig beeld in de ochtendzon. Het tafereel vormt de voorbode van wat zich op spectaculaire wijze zondagmiddag en -avond in de studio's met The Analogues zal gaan afspelen. Over die gebeurtenissen breng ik volgende week verslag uit.



Kijken door mijn oogharen
Piet en ik praten nog wat, tot coördinator Paulien aangeeft dat het tijd is om de filmopnames binnen in Studio 1 en 2 voort te zetten. Even schiet het door me heen om te vragen of ik er bij mag zijn, om op afstand toe te kijken, met als doel ook over die gebeurtenissen te schrijven. Ik besluit dat ik de vraag te opdringerig vind en dat ik blij en tevreden ben met wat zich het afgelopen half uur voor mijn ogen heeft afgespeeld. Morgenmiddag mag ik de studio's immers betreden. Piet neemt afscheid van me en vertrekt naar binnen. Ik blijf nog vijf minuten op het bankje zitten kijken naar de zebra. Als ik mijn ogen half sluit en door mijn oogharen kijk, zie ik ze ineens lopen. Een magere man met baard, gekleed in het wit. Achter hem een kleinere gestalte in een zwart pak, gevolgd door iemand op blote voeten, waarna een man in een spijkertenue de rij sluit. Ze lopen weg van de studio, waar ze hun laatste album aan het opnemen zijn. 'Alsof het verleden door de foto heen komt,' hoor ik Piet in gedachten nogmaals zeggen.



+++
Dit verslag werd exclusief geschreven voor Fab4Cast.

zaterdag 29 juni 2019

Rocketman & Nowhere Man: Elton John en John Lennon (2)

Vorige week eindigde mijn verhaal over de vriendschap en samenwerking tussen Elton John en John Lennon bij de opnamesessie in New York, waarbij Elton midden in de nacht uitgeput de studiodeur achter zich dichttrok. Hij had zijn medewerking verleend aan Johns nummers Whatever Gets You Through The Night en Surprise Surprise (Sweet Bird of Paradox). Na de intensieve avond leek het wel even klaar tussen de twee, maar het bleek niet lang stil te blijven vanuit het kamp van Elton.


Een uitnodiging om naar Colorado te komen
John ontving opnieuw een telefoontje van Tony King met de mededeling dat Elton zijn album Captain Fantastic op de Caribou Ranch in Colorado zou gaan opnemen en dat Elton het plan had het Beatlesnummer Lucy In The Sky With Diamonds te coveren. Of John het leuk zou vinden mee te komen zingen. Volgens May was John blij met de uitnodiging. Het stel vloog eerst naar Los Angeles, waar John Ringo helpt bij de opnamen van Goodnight Vienna en de Platters-cover Only You. Opmerkelijk reisden Julian en Cynthia, die nog steeds in New York verbleven, mee naar Los Angeles. Het plan was vervolgens om door te vliegen naar Colorado, voor de opnamen met Elton John. Lennon wilde Julian (die hem tot het nummer had geïnspireerd) opnieuw meenemen, maar die wilde liever bij zijn moeder blijven. Dus vetrokken John en May zelf richting de Caribou Ranch. Vanaf Denver Airport ging het twee uur met een auto de bergen in. In de prachtig gelegen studio verliep de sessie met Elton geweldig, schreef May. Zo zou John hebben voorgesteld de reggae-break aan Lucy toe te voegen. Elton nam voor zijn album overigens (zelf) ook nog een sterke versie van Lennons One Day At A Time op.

Johns korte bezoek aan Elton in de Caribou Ranch, Colorado

Een zwarte onyx-steen
Half oktober 1974 arriveerde er een pakketje bij het appartement van John en May in New York. Het was enkele dagen na Johns 34ste verjaardag.  Hij pakte een doosje van juwelier Van Cleef & Arpels uit en hield een gouden ketting in zijn handen, waaraan een hanger bungelde. Aan de ene kant bestond de hanger uit goud en platina, als verwijzing naar gouden en platina platen. Het goud had de vorm van een wall en het platina dat van een bridge. Aan de andere kant was een zwarte onyx-steen bevestigd. Winston O'Boogie, één van Lennons favoriete pseudoniemen was als inscriptie met kleine diamanten toegevoegd. Het was Eltons manier om John succes te wensen met zijn nieuwe album. Volgens May gooide John de ketting trouwens eerst achteloos van zich af. Toen hij hoorde hoe kostbaar het geschenk was, borg hij het alsnog voorzichtig op.


De weddenschap die uitmondde in een gezamenlijk optreden
Ergens die zomer hadden en John en Elton een weddenschap over Whatever Gets You Through The Night gesloten. Wanneer Whatever in Amerika de nummer 1-positie zou bereiken, zou John Lennon het nummer samen met Elton live spelen. Lennon had niet verwacht dat hij zijn woorden moest nakomen, maar was sportief en beloofde Elton op 28 november in Madison Square Garden te vergezellen. In de aanloop naar dat optreden nodigde Elton Lennon en May uit bij zijn optreden in Boston en vlogen ze (gezamenlijk?) terug naar New York. Het stel bracht die maand veel tijd door met Elton, die zijn Amerikaanse tourdates steeds aanvloog vanuit New Yorkse Sherry Netherland Hotel. Enkele dagen voor het gezamenlijke optreden in Madison Square Garden repeteerden Elton en John in de Record Plant Studio's. Volgens May werd John steeds zenuwachtiger voor de show en belde Elton hem frequent om hem gerust te stellen. De avond voor het optreden zagen de twee elkaar in Eltons hotelkamer. Er werd champagne en cocaïne genuttigd. Die combinatie, of wellicht de hoeveelheid ervan, viel bij beide heren niet zo prettig. Op die bewuste 28ste november voelden ze zich beiden beroerd. Lennon had buikgriep en bleef overgeven.



Vermoedelijk voor aanvang van de show

Stilte in de limousine
Tegen de avond haalden Lennon en May Elton met een limousine op bij het Sherry Netherland-hotel. Het was stil in de auto. In de kleedkamer meldt John dat hij hoopt dat de avond snel voorbij zal zijn. Vanuit de coulissen zag May hoe John het optreden nerveus startte, maar al snel zijn zelfvertrouwen herwon. Elton en John speelden Whatever Gets You Through The Night, Lucy In The Sky With Diamonds en de kraker I Saw Her Standing There. Lennon speelde tamboerijn tijdens het nummer The Bitch Is Back. Het zou zijn  laatste optreden voor een groot publiek zijn. Er zijn een paar snippers [film] van die gedenkwaardige Thanksgiving-avond in New York:


Op de foto's van die avond ontdekte ik dat hij de hanger van Elton droeg. De zwarte steen is duidelijk zichtbaar. May bevestigt in haar boek dat John de hanger voor die gelegenheid omdeed.



Een peetvader voor Sean en een ode aan John
Relatief kort na de periode waarin Elton en John intensief met elkaar optrokken, verzoende John zich met Yoko Ono en verdween May Pang naar de achtergrond, hoewel hij haar af en toe nog in het geheim ontmoette. Vanaf februari 1975 trok John zich steeds verder terug in zijn appartement in The Dakota en op 9 oktober 1975 werd zijn tweede zoon Sean geboren. Toch moet Elton niet helemaal uit Johns gedachten zijn verdwenen. John koos hem als peetvader voor Sean. Ik neem aan dat daarbij nog wel tot een ontmoeting kwam. Hoe het Elton en John in de jaren daarna samen verging, weet ik niet. Wel dat Elton kapot was van de moord op John en besloot het nummer Empty Garden (Hey Hey Johnny) voor hem te schrijven. Ik kreeg kippenvel toen ik de tekst las. Elton speelde het nummer voor een uitverkocht Madison Square Garden op 4 augustus 1982 in bijzijn van Yoko en Sean. Ongetwijfeld gingen daarbij zijn gedachten terug naar die novemberavond in 1974.


Empty Garden (Hey Hey Johnny)

What happened here
As the New York sunset disappeared
I found an empty garden among the flagstones there
Who lived here
He must have been a gardener that cared a lot
Who weeded out the tears and grew a good crop
And now it all looks strange
It's funny how one insect can damage so much grain
And what's it for
This little empty garden by the brownstone door
And in the cracks along the sidewalk nothing grows no more
Who lived here
He must have been a gardener that cared a lot
Who weeded out the tears and grew a good crop
And we are so amazed, we're crippled and we're dazed
A gardener like that one, no one can replace
And I've been knocking
But no one answers
And I've been knocking
Most all the day
Oh, and I've been calling
Oh, hey hey Johnny
Can't you come out to play
And through their tears
Some say he farmed his best in younger years
But he'd have said that roots grow stronger if only he could hear
Who lived there
He must have been a gardener that cared a lot
Who weeded out the tears and grew a good crop
Now we pray for rain and with every drop that falls
We hear, we hear your name
And I've been knocking
But no one answers
And I've been knocking
Most all the day
Oh, and I've been calling
Oh, hey hey Johnny
Can't you come out to play
And I've been knocking
But no one answers
And I've been knocking
Most all the day
Oh, and I've been calling
Oh, hey hey Johnny
Can't you come out, can't you come out to play
Johnny, can't you come out to play in your empty garden
Johnny, can't you come out to play in your empty garden
Johnny, can't you come out to play in your empty garden

zaterdag 22 juni 2019

Rocketman & Nowhere Man: Elton John en John Lennon (1)

Vorige week zag ik de film Rocketman over Elton John. Veel wist ik niet over Elton, behalve dat zijn leven niet altijd eenvoudig is geweest. Hoewel ik minder uit de voeten kon met de musicalscènes vond ik de film ontroerend waar het ging om Eltons muzikale reis, zijn moeizame relatie met zijn ouders en de onvoorwaardelijke vriendschap die tekstschrijver Bernie Taupin hem bood. En natuurlijk was er de link met The Beatles. In het bijzonder met John Lennon. Vandaag deel 1 van een tweeluik dat ik over de twee mannen schreef.


Een foto van The Beatles in het kantoor van Dick James
In één van de scènes in Rocketman zien we de 21-jarige pianist-componist Reginald Dwight met zijn tekstschrijver Bernie Taupin in 1968 het kantoor van DJM Records auditie doen voor Dick James. Die was goed gecast vond ik. Ik herkende James met zijn hoornen bril direct in het personage. Ook de wat ruige en cynische benadering die de man op het jonge talent losliet, zal vast goed doordacht zijn. We weten dat de Beatlesuitgever, die met John Lennon en Paul McCartney in Northern Songs stapte, de songschrijvers in 1969 vleugellam maakte, als het ging om de beschikking over hun uitgeefrechten. Op Dick James' vraag hoe Reginald als artiest door het leven wilde gaan, antwoordde de laatste stamelend 'Elton'. Zoekend naar een achternaam, viel zijn oog op een ingelijste foto van The Beatles, waarna hij met 'John' als toevoeging op de proppen kwam. Ik nam aan dat het zo gegaan moet zijn, maar was verrast want had daar nog nooit iets over gehoord of gelezen. Ron Bulters, de voorzitter van Beatlesfanclub.nl is tevens een groot Elton John-kenner en berichtte me dat de film op dit punt aan de haal gaat met de waarheid: "Elton speelde in Bluesology met ELTON Dean en Long JOHN Baldry. Daar komt zijn naam vandaan." Dank aan Ron.




Hoe de paden van Elton en John elkaar kruisten
In Rocketman zien we Eltons sterrenstatus verder toenemen, terwijl zijn leven ontspoort. Zoekend naar liefde, erkenning en zijn eigen identiteit vlucht hij in een hedonistisch bestaan vol drank, drugs, seksuele uitspattingen en niet te stoppen koopmanie. Wetend dat de paden van Elton John en John Lennon elkaar in de jaren '70 zouden kruisen, was ik benieuwd of we daar in die periode iets van zouden terugzien in Rocketman. Dat gebeurde niet. Mij inspireerde het om juist eens te kijken hoe het zat met die korte vriendschap tussen de twee artiesten.




Elton viel binnen bij de opnamen van Walls and Bridges
In juli 1974 streek John Lennon opnieuw neer in New York. Na een verblijf in Los Angeles, met zijn vriendin May Pang, startte Lennon een nieuw muzikaal project dat zou resulteren in het album Walls and Bridges. In de Record Plant East-studio, waar Lennon werkte aan het nummer Whatever Gets You Through The Night, viel Elton John spontaan binnen. Laatsgenoemde was in Amerika om het album Captain Fantastic and the Brown Dirt Cowboy op te nemen. In een interview met Peter Hamill van Rolling Stone vertelde John:

Elton sort of popped in on the sessions for Walls and Bridges and sort of zapped in and played the piano and ended up singing 'Whatever Gets You Thru the Night' with me. Which was a great shot in the arm. I'd done three quarters of it, 'Now what do we do?' Should we put a camel on it or a xylophone? That sort of thing. And he came in and said, 'Hey, I'll play some piano!

John, Elton en de onlangs overleden Dr. John in Los Angeles

Maar ging het allemaal wel zo?
De aanloop naar die sessie zit eigenlijk heel anders in elkaar, als we May Pang in haar boek Loving John mogen geloven. Ze beschrijft hoe ze zich met John in hun nieuwe appartement in 434 East 52nd Street in New York installeerde. In die week kregen ze bericht van ene Tony King. Ik vond via Wikipedia een in 1947 geboren Amerikaanse acteur, oud-voetballer en politiek activist. Zou dat 'm zijn geweest? Werkte Tony voor Elton? Hier tast ik even in het duister. Deze Tony was blijkbaar een kennis van Lennon. King was van plan om samen met Elton John van Engeland naar New York te varen, met de Ms France. Wanneer ik lees dat Elton zijn album Captain Fantastic op een bootreis naar New York schreef, lijkt het verhaal te kloppen. Lennon was verheugd dat het duo naar The Big Apple kwam en stelde voor dat ze zijn inmiddels 11-jarige zoon Julian zouden meenemen. Er werd contact gelegd met Johns ex-vrouw Cynthia, die instemde met de plannen, maar Julian wel wilde vergezellen. 11 jaar. Je kunt je er iets bij voorstellen. Lennon zat daar niet op te wachten, maar liet zich overtuigen door May. Dus stapten Cynthia en Julian samen met Elton en Tony op het grote passagiersschip dat hen naar The Big Apple zou brengen. Elton herinnerde zich de bootreis met Julian als volgt:

Julian was a dream. He waited for us outside our staterooms, escorted us to the dining room, always made sure we had good seats at all the events on board.


John met Julian, May en Cynthia staan op de achtergrond

De vier arriveerden in New York
Dus stonden John en May op een gegeven moment oog in oog met de kersverse passagiers van de Ms France. May omschrijft die ontmoeting gedetailleerd in haar boek. John was gereserveerd tegenover Cynthia, omhelsde Julian en gaf Elton en Tony vervolgens ook een hug. Julian mocht bij zijn vader logeren, Cynthia ging naar vrienden. Een paar dagen later arriveerden Elton en Tony in het nieuwe appartement van John en May. Daar liet John Elton een aantal tracks van Walls and Bridges horen. Elton was onder de indruk en werd door John uitgenodigd om mee te spelen. Volgens May koos Elton zelf voor Whatever Gets You Through The Night. De track bood hem mogelijkheden om er zelf iets creatiefs aan toe te voegen, was zijn argument. Daar zou de discussie zijn ontstaan of het nummer hitpotentie had. Volgens Lennon niet, volgens Elton wel.


Elton verliet uitgeput de studio
In haar boek omschrijft May dat de sessie voor Whatever snel en voorspoedig verliep, maar dat de samenzang op Surprise Surprise een behoorlijke bevalling bleek. Het viel Elton zwaar om de goede timing te vinden in het meezingen van de tweede stem. Om twee uur 's nachts, na uren ploeteren, kapte Lennon de sessie af door te zeggen dat het goed genoeg was. Elton verliet de studio binnen enkele tellen. Uitgeput.

Bij die sessie zou het niet blijven. Elton en John zouden elkaar nog een aantal keren ontmoeten. Onder andere tijdens het legendarische optreden in Madison Square Garden in New York, dat bijna niet door was gegaan. Daarover volgende week meer.



zaterdag 15 juni 2019

And of course Henry the Horse....: walsen met The Beatles

Hoewel ik best wat ritmegevoel heb, zul je me niet snel zien stijldansen. Het is niet aan me besteed. Liever bespeel ik zelf een instrument, terwijl anderen een dansje wagen. Jaren geleden was dat regelmatig op bruiloften en feesten, met een band die alleen maar dansbaar repertoire speelde. Als bassist heb je dan een hele fijne rol trouwens. Ongemerkt laten de mensen zich meenemen door jouw partijen. Die kunnen net het verschil maken: swingt het wel, of swingt het niet? Tegenwoordig speel ik bij de Dames van Adel, die meer unplugged-achtige en meerstemmige 'kleine' liedjes spelen. Ook nog wel dansbaar trouwens. Hoe ik er deze week op kwam, weet ik niet, maar ik moest ineens denken aan walsende mensen en aan liedjes die als wals geschreven zijn. En dan niet alleen in 3/4 maar voor het gemak ook maar in 6/8, waarbij de wals-feel iets relaxter is. Zouden The Beatles veel wals-nummers geschreven hebben? Ik ging op zoek.


John Lennon met Louise Harrison,
de moeder van George


Wat is een wals?
Direct liep ik al tegen een definitiekwestie aan. Wanneer is een liedje een wals? Als het echt helemaal in drieën of zessen te tellen is? Wat doe je dan met nummers waar een klein stukje wals in zit? Of composities die je zowel in tweeën als in drieën kunt tellen? Direct viel ik dus al door de mand, met mijn wat beperkte theoretische muziekkennis. In een eerdere blog schreef ik al eens over afwijkende maatpatronen in Beatlesnummers. Ook daar kwam de 3/4e-maatsoort aan bod. Vooral bij nummers van John Lennon, die sterk intuïtief schreef en maatsoorten naar believen wisselde, door er tellen bij te plakken of af te halen. Dat leverde her en der ook wat mini-walsjes op. Laten we eens kijken wat er bij The Beatles door de jaren heen te walsen valt. 


1963: eerste poging?
Zou This Boy de eerste poging van Lennon en McCartney zijn geweest om af te wijken van het geijkte vierkwartsmaat-patroon waarin ze veelal schreven? Met de doowop-achtige benadering liet John Lennon zich inspireren door Smokey Robinson (I've Been Good To You) en Bobby Freeman (You Don't Understand Me).




1964: een bewuste keuze om iets nieuws te doen
In de zomer van '64 schreven John en Paul Baby's in Black, zittend in één van de vele hotelkamers die tijdelijk hun thuis waren. Volgens Lennon was het een bewuste keuze om weer een wals te schrijven. In een interview vertelde hij dat mensen het altijd bijzonder vonden wanneer zij de cover If You Gotta Make A Fool Of Somebody speelden. The Beatles waren trouwens gek op dat nummer. McCartney hoorde het in de platenzaak van Brian Epstein, George Harrison kocht in 1963 tijdens het bezoek aan zijn zus Amerika op een elpee van James Ray en John Lennon had de single thuis in zijn jukebox. Een dergelijk bluesy walsje moest ook heus zelf te schrijven zijn, dachten Lennon en McCartney. Dat deden ze trouwens ook met het bijzondere Yes It Is, dat ergens in de loop van 1964 moet zijn gecomponeerd en begin 1965 werd opgenomen.


1965: de invloed van de folk
Het akoestische geluid van Bob Dylan en diens verhalende songs inspireerde John Lennon in '65 opnieuw tot het schrijven in wals-tempo. You've Got To Hide Your Love Away en Norwegian Wood zagen het levenslicht. We Can Work It Out mag een echte Lennon/McCartney/Harrison-coproductie genoemd worden, waarbij Paul tekende voor het A-gedeelte en John voor het B-deel (Life is very short). Het zou George zijn geweest, die voorstelde steeds dat 'pessimistische stukje' te eindigen in driekwartsmaat, zodat we op 'fussing and fighting my friend' een kort walsje horen, waarna het nummer heel knap haast ongemerkt weer naar een vierkwartsmaart terugschakelt. Goede overgang, vind ik.




1966: Lennon moet zijn woorden kwijt
In de jaren die volgen, verleggen The Beatles hun muzikale grenzen. Hun nummers worden complexer, net als de thema's waarover gezongen wordt. Als ik weer op zoek ga naar het wals-element, hoor ik in de bridge van She Said, She Said dat John Lennon ongetwijfeld heeft gezocht naar een maatsoort waarop hij zijn tekst kwijt kon. Vanaf When I was a boy, komt er duidelijk een 3/4e-feel om de hoek kijken, maar ook weer niet helemaal, door de onregelmatige maatsoort. Volgens mij heeft muziekdocent Stefan Terpstra daarover onlangs het nodige uitgelegd in een uitzending van de Fab4Cast. Luister het vooral nog eens terug: de specialist aan het woord. In Strawberry Fields Forever moet Lennon trouwens opnieuw zijn woorden kwijt in het ritme. Dus zingt hij juist die woorden als een kort stukje driekwartsmaat. 


1967: psychedelische probeersels
Op het album Sgt. Pepper's Lonely Heart's Club Band was de 3/4 en 6/8 als maatsoort duidelijker te horen. In de coupletten van Lucy In The Sky With Diamonds kun je tot 6 tellen en het gehele nummer She's Leaving Home voelt als een echte wals. Aangekondigd door John Lennon walst Henry The Horse door het instrumentale middenstuk van Being For The Benefit of Mr. Kite, geheel passend bij de circussfeer die het nummer moest uitstralen. Een bijna vergeten walsje horen we in het outro van Magical Mystery Tour, tijdens de dromerige pianoklanken die het nummer uitluiden.




1968: geen Waltzing McCartney
Hoewel Paul McCartney de naam had de meest nostalgisch klinkende Beatlesnummers te schrijven, horen we dat bij hem eerder terug in swing- dan in walsnummers. Als we kijken naar The White Album, wordt daarop sowieso niet veel gewalst. In het continu van maatsoort wisselende Happiness Is A Warm Gun, walsen we met Lennon een stukje mee tijdens I need a fix. De echte jazz-wals komt van George Harrison, op Long Long Long. Dit nummer komt op de onlangs heruitgebrachte en geremixte versie van The White Album haast als herboren door onze speakers. Prachtig. Yer Blues heeft ook wel iets van een 6/8e feel, of begin ik nu overal iets in te horen?


1969: vooral weer Lennon en Harrison
Voorbeelden van Beatlesnummers in (gedeeltelijk) 3/4 of 6/8 die we in 1969 tegenkomen, zijn Dig A Pony (Lennon), de coupletten van I Me Mine (Harrison), een fragmentje in Mean Mr. Mustard (Lennon), Dig It van Lennon, dat volgens mij weer zowel in drieën als in vieren te tellen is (wonderlijk). Ook I Want You van het Abbey Road-album heeft verschillende gedeeltes die in zessen te tellen zijn. Hoe dat precies zit, moet Stefan Terpstra misschien nog eens uitleggen. Oh! Darling tenslotte staat volgens mij ook in 6/8.




Doowop, folk en blues
Goh, ik had niet gedacht dat ik zoveel walsjes tegen zou komen in de eigen composities van The Beatles. Wat kunnen we concluderen? Dat de inspiratie voor 3/4- en 6/8e-maatsoorten bij The Beatles vooral voortkwam uit de doowop, folk en de blues. Lennon voegde daar zijn eigen intuïtieve manier van spelen met maatsoorten aan toe en zo valt er aardig wat te walsen in het Beatlesrepertoire. Maar heb ik alles nu in kaart gebracht? Vast niet. Het mooie vind ik, dat jullie als lezers zo verschrikkelijk veel weten. Ongetwijfeld heb ik de nodige walsjes over het hoofd gezien. Wie heeft er nog meer gevonden? Deel ze met me! Wie er trouwens geen genoeg van krijgen, adviseer ik het onderstaande [filmpje] even te bekijken:




zaterdag 8 juni 2019

Maureen Cleave en haar journalistieke band met The Beatles

In 1966 maakte de Britse journalist Maureen Cleave een serie van vijf portretten over The Beatles en Brian Epstein. Daarvoor sprak ze één op één met John, Paul, George, Ringo en Brian. Cleave, destijds zelf 24 jaar, was een leeftijdgenoot van The Beatles en schreef in de jaren '60 voor de London Evening Standard. De journalist en de muzikanten waren geen vreemden voor elkaar. Er was zelfs sprake van een vriendschappelijk contact tussen Lennon en Cleave. Dat verklaart misschien de openhartigheid waarmee John haar te woord stond. Met alle gevolgen van dien.


Aanvankelijk niet zo onder de indruk van The Beatles
Maureen Cleave werd begin 1963 door collega-journalist Gillian Reynolds geattendeerd op een bijzondere popgroep uit Liverpool die steeds meer de aandacht van de pers trok. Al snel was Cleave in opdracht van de Evening Standard onderweg om poolshoogte te nemen. Ze was er snel bij. Haar eerste artikel (Why The Beatles Create All That Frenzy) over de groep dateert van 2 februari 1963. De jonge journalist verviel daarbij niet in de rol van 'fan' maar rapporteerde over haar eerste kennismaking met Beatlemania. En met The Beatles zelf. Haar lezers in Londen maakte ze duidelijk met welke vier nieuwe sterren-in-wording het land te maken zou krijgen: John Lennon has an upper lip which is brutal in a devastating way. George Harrison is handsome, whimsical and untidy. Paul McCartney has a round baby face, while Ringo Starr is ugly but cute. Was getekend, Maureen Cleave.



Come on Thingy!
Die eigenzinnigheid moet The Beatles hebben aangesproken. Ook na hun verhuizing naar Londen stond de band regelmatig met Cleave in contact. Ineens was Maureen één van de vele journalisten die iets van The Beatles wilden. Come on Thingy, riepen The Beatles haar over hun schouder toe, terwijl ze voor hun leven renden om aan de uitzinnige menigten te ontsnappen, met Cleave in hun kielzog. Vaak hadden The Beatles ontmoetingen met de journalist die een stuk overzichtelijker van aard waren. Zo was Maureen aanwezig bij de opnamesessie van A Hard Day's Night en herinnerde ze zich hoe John een verjaardagskaart voor zijn zoontje Julian bij zich had, waarop hij een deel van de tekst had gekrabbeld. In de studio keek Cleave verbaasd toe hoe efficiënt The Beatles te werk gingen en hoe het nummer haast ineens 'af' leek, zo vertelde ze later. [video]




How does a Beatle live?
In 1964 en 1965 deden The Beatles vrijwel niets anders dan platen opnemen, films maken en de wereld over reizen om concerten te geven. Begin 1966 was de band gedurende een relatief lange periode 'gewoon rond Londen' te vinden. Voordat de opnamen van het nieuwe album Revolver van start gingen, lukte het Maureen Cleave juist in die weken een serie gesprekken met The Beatles en Brian Epstein te plannen en ze als vijf geschreven portretten in de Evening Standard te publiceren. Cleave noemde haar serie How Does A Beatle Live, wat na twee artikelen veranderde in How A Beatle Lives. De artikelen verschenen tussen 4 maart en 1 april 1966 en lieten zien waar het vijftal op dat moment stond: in het oog van de orkaan. Het zou nog veel harder gaan stormen.




Een kat die Mimi heet
Of Maureen The Beatles en Epstein interviewde in de volgorde waarin de artikelen verschenen, is niet duidelijk, maar ze koos ervoor eerst haar gesprek met John Lennon te publiceren. Voor dat interview reed Cleave naar Lennons absurd stockbroker Tudor mansion in Weybridge, zoals ze later vertelde. In haar artikel omschrijft ze hoe zowel Lennon, als Harrison als Starr inmiddels naar het gebied ten zuiden van Londen verhuisd zijn. Daarbij bewoonde Harrison nog een betrekkelijk eenvoudige bungalow. Lennon en Starr zaten er riant bij. Cleave had goed in de smiezen hoe de drie er voor stonden Door hun status leefden ze als kluizenaars en zochten ze vooral elkaar op om de tijd thuis wat te doden. In haar artikel over John weet Cleave, jong als ze zelf ook nog was, goed de leegte in Lennons leven te omschrijven. Een groot huis, vol met de laatste elektronica, waar de Beatle nauwelijks iets om leek te geven. Dure auto's op de oprit en een zwembad dat niet naar zijn zin was. Opvallend: de kat die rondliep heette Mimi en John was vooral gesteld op zijn boekenverzameling.



Cleave sloeg de spijker op z'n kop
Het werd het artikel waarin John Lennon zijn uitspraken deed over dat hij zag dat de populaire cultuur het Christendom aan het verdringen was. Uitspraken waarover men in Engeland de schouders ophaalde, maar die enkele maanden later op de Amerikaanse Bible Belt in zouden slaan als een bom. De gevolgen kennen we. Waarschijnlijk was die uitspraak voor Cleave in eerste instantie niet meer dan een interessante quote. Zij zag en omschreef een jonge, steenrijke, verveelde muzikant: On a hill in Surrey, a young man, famous, loaded and waiting for something. Daarmee sloeg ze de spijker op z'n kop. Een jaar later zou Lennons leven er compleet anders uitzien.



Schieten op een oude emmer
Voor haar serie interviews ging Maureen ook op bezoek bij Ringo, die om de hoek bij John woonde. Onderaan de heuvel trof Maureen Cleave echter een heel ander huishouden aan. Het ging er wat luchtiger aan toe bij de Starkeys. Ringo en Maureen hielden van geweren en schoten daar graag een beetje mee op een oude emmer die aan een waslijn bungelde. Ringo nam Cleave mee op een wandeling door de tuin, terwijl hij zijn zoon Zak (van 5 maanden oud) voortduwde in de kinderwagen. Uit het gesprek leren we dat Ringo als kind graag wilde dat zijn huis en de woningen van vrienden en familieleden allemaal met elkaar in verbinding zouden staan via een ondergronds gangenstelsel. Als kind startte hij met het graven van een gat in zijn tuin aan Admiral Grove. Luchtige gespreksstof, maar Cleaves lezers wilden vast alles van The Beatles weten. Ook dit.



Ook George Harrison was kritisch over religie
Het opmerkelijke is dat Cleave, op bezoek bij George Harrison in Esher, ook een aantal stevige uitspraken over religie noteert. I think religion falls flat on his face, vertelde Harrison haar. All this love thy neighbour but nobody's doing it, vervolde hij, waarna er nog een aantal uitspraken volgden waarin hij de Paus en diens rijkdom bekritiseerde. Een onderwerp waarover Harrison overigens vele jaren later op zijn Brainwashed-album zou zingen. Ik vond het nogal een ontdekking dat ook George kritiek leverde, maar dat die kritiek blijkbaar geen impact had. Er was natuurlijk wel verschil. Lennon noemde Jezus en George leverde kritiek op het instituut dat de kerk vormt. Cleave noemde George in haar artikel trouwens een onafhankelijke geest: de eerste van de Beatles die het drukke Londen achter zich liet en de rust van het platteland zocht, de eerste die oosterse religie en muziek omarmde én de Beatle die vond dat de rest van de groep eens wat meer aan lichaamsbeweging moest doen. Baantjes trekken in het zwembad bijvoorbeeld.



Lunchen in Londen met Paul
Paul McCartney nodigde Cleave niet in zijn Londense stadswoning uit, maar sprak met haar af in een restaurant. Daar trof de journaliste de Beatle met een boek dat hij net gekocht had: In The Bronx and Other Stories. Cleave noemde McCartney netjes, goed georganiseerd, maar ook rusteloos en nerveus. McCartney vertelt haar dat hij er niets voor voelt in Weybridge te wonen, zoals de rest, maar dat hij geniet van het leven in Londen: hij gaat graag naar de film, spreekt met mensen af, doet de kruiswoordpuzzel in The Times en rijdt de stad rond in zijn Aston Martin. Hij is in die tijd gefascineerd door de experimentele muziek van Stockhausen en Luciano Berlo



Brian Epstein was openhartig tegen Cleave
Cleave besluit haar serie artikelen met een portret van Brian Epstein, dat op 1 april 1966 verscheen. Na een uitgebreide omschrijving van Epsteins welgemanierdheid en chique voorkomen, laat Cleave de lezers weten dat Brians platenkast zowel Beethoven als Alma Cogan bevat. (Niet alleen Brian Epstein had overigens een zwak voor Alma Cogan, maar dat is weer een heel ander verhaal.) In een salon op de bovenverdieping van zijn huis bewaart Epstein allerlei onderscheidingen die The Beatles uitgereikt kregen, evenals een met diamanten ingelegd holster dat hij van Colonel Tom Parker ontving. Ook omschrijft Cleave een jukebox en een het stuurwiel van een schip. Epstein vertelt Cleave dat hij van Spanje houdt, zijn garage (die te klein is voor zijn grote auto's) het liefst ooit laat verbouwen tot een Spaanse bar, en dat Spanje de plek is waar hij graag lange wandelingen maakt. Epstein doet een opmerkelijk openhartige uitspraak als hij Cleave vertelt dat hij jaloers is op de Beatles die inmiddels getrouwd zijn. I could not adapt myself to it particularly but I do envy it in a way. Just being with Ringo at home makes me feel secure, vertrouwt de gevoelige Epstein haar toe.



Begin van omwentelingen
Hoe Maureen Cleave het voor elkaar kreeg, weten we niet, maar ze zat dicht bij het vuur in een periode die voor de vier Beatles en Brian Epstein het begin van grote omwentelingen in hun bestaan zou blijken. Haar artikel over John Lennon en zijn uitspraken over het Christendom zou daar ook in bepaalde mate aan bijdragen. Het zorgde ervoor dat deze Engelse journalist ook een belangrijke rol speelde in dat grote verhaal van The Beatles. Zelf was Maureen Cleave zich daar waarschijnlijk niet van bewust in maart 1966.

zaterdag 1 juni 2019

Hoe de eerste concerten van The Beatles in Frankrijk een debacle werden

Op 14 januari 1964 vlogen John Lennon, Paul McCartney en George Harrison naar Parijs om een begin te maken met het veroveren van de Franse markt. Met hun enorme roem in Engeland en de eerste voorzichtige tekenen van Beatlemania aan andere kant van de Atlantische Oceaan, moest het voor The Beatles een eitje zijn om het Franse publiek voor zich in te nemen. Dat bleek een misvatting. Een enorme misvatting, kun je wel zeggen. Er stonden hen 60 Franse tieners op te wachten op Le Bourget Aéroport.

The Beatles poseren voor de Parijse pers


Een valse start in Versailles
De hevige mist in Liverpool hield Ringo Starr trouwens nog even in zijn geboortestad. Het lukte hem om, via Londen, een dag later in het bijzijn van roadmanager Neil Aspinal laat in de middag in Parijs te arriveren. Intussen hadden de andere drie, met de Britse pers in hun kielzog, de Franse straten een beetje verkend. Voor John en Paul was het niet hun eerste bezoek aan de Franse hoofdstad. Op 30 september 1961, liftte het stel naar Parijs voor een bijzonder avontuur. Het moet voor hen in januari 1964 als een eeuwigheid geleden gevoeld hebben.



Ringo was net op tijd
Brian Epstein had een lange serie concerten voor The Beatles in het Parijse Olympia Theater weten te boeken. Om een beetje op te warmen traden The Fab Four op woensdagavond 15 januari eerst op in de Cinéma Cyrano in Versailles. Ringo was net op tijd. De Franse try out verliep stroef. De band vond de organisatie van het concert onvoldoende en was bovendien ontevreden over het eigen optreden. 


De stoppen sloegen door, maar niet bij de Fransen zelf
Een slechte generale betekent vaak een goede uitvoering, dus de jongens begonnen de volgende dag met goede moed aan hun lange serie concerten in het Olympia. Hoewel ze op hun eerste matinee een redelijk enthousiast publiek ontmoetten, ging het er 's avonds wat moeizamer aan toe. De apparatuur begaf het tijdens het concert drie keer en George Harrison, zich afvragend hoe zoiets mogelijk was, suggereerde dat er sabotage in het spel moest zijn. Feitelijk sloegen de stoppen drie keer door, omdat het electriciteitsnetwerk in de oude Franse concertzaal niet voldoende power had voor de apparatuur die The Beatles gebruikten. 




Een opstootje in de coulissen
Ondertussen sloeg de vol ornaat aangetreden Franse society-publiek de vier jongens uit Liverpool die avond minzaam gade. The Beatles vroegen zich af wat hen als band overkwam. De afgelopen maanden waren een aaneenschakeling van successen geweest. Nu dit. Hun verwondering sloeg snel om in trotse onverschilligheid en zo bleef de klik tussen de Fransen en de Engelsen uit. In de coulissen werd het er ook niet gezelliger op. De Franse fotografen raakten geïrriteerd omdat ze onvoldoende gelegenheid kregen de band op de gevoelige plaat vast te leggen. Het opstootje werd merkbaar op het podium. Paul stopte met zingen en probeerde iedereen tot rust te manen, terwijl George zijn gitaar ternauwernood kon beschermen tegen de duwende en trekkende oproerkraaiers. Terwijl de chaos aanhield, verliet de band het podium


Een Mont Blanc aan onverschilligheid beklimmen
Toen The Beatles die avonden naar hun hotelsuite in het George V-hotel terugkeerden, kregen ze een telegram onder ogen, met daarin de mededeling dat hun single I Want To Hold Your Hand in Amerika de komende week de nummer 1-positie zou bereiken in de toonaangevende Cashbox-chart. Met het vooruitzicht dat ze over een week of drie naar het land van hun dromen mochtend afreizen, was er eerst nog een Mont Blanc aan onverschilligheid te beklimmen. De jongens realiseerden zich dat ze het niet gemakkelijk zouden krijgen in Frankrijk. Het Franse publiek bestond voornamelijk uit mannelijke toeschouwers. Er werd niet of nauwelijks geschreeuwd en het was voor de bandleden een bijzondere gewaarwording dat ze zichzelf goed konden horen spelen [filmpje in kleur!].



John en George vlogen tussentijds even naar huis
Brian Epstein had voor The Beatles een marathonreeks aan concerten geregeld in het Parijse Olympia Theater. 18 dagen lang trad de band twee, soms drie keer per dag op, als onderdeel van een matinee- of avondvoorstelling waarin 8 andere acts te zien waren, onder wie Sylvie Vartan en Trini (If I Had A Hammer) Lopez. De avondoptredens begonnen rond de klok van negen en eindigde na middenacht. The Beatles speelden slechts vijf nummers tijdens hun blokje. Daarbij werd een keuzen gemaakt uit: From Me To You, Roll Over Beethoven, She Loves You, This Boy, Boys, I Want To Hold Your Hand, Twist and Shout en Long Tall Sally. De middagoptredens waren vaak nog korter dan de avond-set.
Slechts twee rustdagen hadden The Beatles trouwens, in deze lange reeks optredens, die haast deed denken aan hun dagen in Hamburg: op dinsdag 21 en 28 januari was er even tijd om adem te halen. John en George vlogen die 28ste zelfs even terug naar Engeland om een paar uur thuis te kunnen zijn. 

Fanmail lezen op de Franse hotelkamer

Komm Gibt Mir Deine Hand
Tussen de optredens door moest er natuurlijk het nodige aan de PR gedaan worden. Op 24 januari namen The Beatles in een Parijse radiostudio een interview op voor The American Forces Network (AFN), speciaal voor Amerikaanse soldaten die in West-Duitsland gelegerd waren. Ondertussen maakte technicus Norman Smith die dag in de EMI-studio aan Abbey Road een kopie van I Want To Hold Your Hand, die Smith samen met George Martin naar Parijs vervoerde. Een paar dagen later stonden The Beatles in een Franse studio een Duitse versie van hun hit in te zingen. Hoe zou de band zich die dagen hebben gevoeld? Ongelukkig of onverschillig?


met Trini Lopez

Waarom lukte het niet in Frankrijk?
De grote vraag is natuurlijk waarom het The Beatles begin 1964 niet lukte de harten van het Franse publiek te veroveren. Hielden de Fransen uit chauvisme liever vast aan hun eigen sterren? Vielen de Engelse jongens, nota bene met hun kunstzinnige langharige kapsels niet in de smaak bij de Franse meiden? Was het een verschil in humor? Was er een taalprobleem? De bijzondere dynamiek, of eigenlijk het uitblijven daarvan, blijft een raadsel. Heeft iemand een verklaring voor me? Op woensdag 5 februari zaten de weken in Frankrijk er op. In de vroege middag landden The Beatles weer in Londen. In de anderhalve dag dat ze thuis waren, kon de Franse hoofdpijn afgeschud worden en werden de koffers opnieuw gepakt. Op 7 februari werden The Beatles in New York verwacht voor wat het begin zou worden van hun verovering van Amerika. Rare jongens, die Fransen.

5 februari: opgelucht terug op Heathrow