Posts tonen met het label Taxman. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Taxman. Alle posts tonen

zaterdag 6 maart 2021

Harry Pinsker, de man die The Beatles voor de Taxman waarschuwde, is niet meer

Hij was er altijd, maar op de achtergrond. Harry Pinsker, de accountant van The Beatles. Vorige maand overleed hij, na een lang leven waarin hij slechts sporadisch sprak over zijn bemoeienis met het Beatlesimperium. Eigenlijk precies zoals het hoort volgens de beroepscode. Als accountant klap je niet uit de school over je cliënten. Of ze nu wereldberoemd zijn of niet. Voor mij was Pinsker een onbekend personage in het Beatlesverhaal, dus leek het me aardig eens wat te schrijven over de man die The Fab Four over hun miljoenen adviseerde.




Four scruffy boys
Harry Pinsker kwam al in 1962 in beeld om zich met de financiën van The Beatles te bemoeien. Op een goede dag bezocht Brian Epstein het Liverpoolse accountantskantoor Bryce Hanmer, dat ook een Londense divisie in de gelederen had. Dus besloot de senior manager de opdracht, de belangenbehartiging van vier jonge muzikanten, door te schuiven naar de afdeling in het Londense West End. Dat was de plek waar Harry Pinsker, destijds begin dertig, werkzaam was. In een interview met Economia Magazine uit 2017 herinnerde Pinsker zich dat hij The Beatles vooral "four scruffy boys" vond. Zijn eerste actie voor hen? Het registreren van de bedrijfsnaam Beatles Ltd. Later zou hij bedrijven en constructies bedenken als Lenmac, The Beatles & co en Apple (You Never Give Me Your Money - Peter Doggett). Allemaal om binnen de regels van de wet zo min mogelijk inkomsten naar de 'Taxman' te hoeven brengen. In 1967 besloeg de belastingaanslag van The Beatles omgerekend 56 miljoen euro. De accountant was er een meester in zoveel mogelijk kosten van The Beatles als zakelijk aan te merken.




Pinsker regelde met spoed een telefoonaansluiting
Toen Brian Epstein zijn jongens medio 1963 definitief naar Londen verhuisde, bleek dat najaar een wachtlijst van zes maanden voor de telefoonaansluiting in hun flats te zijn. Een onmogelijke situatie natuurlijk, als je net beroemd aan het worden bent (en bereikbaar moet zijn). Pinsker deed op dat moment een geheime audit bij de overheid en zat dicht bij het vuur. Hij belde de Britse GPO (General Post Office) met de boodschap dat de heren toch echt een telefoonaansluiting voor hun werk nodig hadden. Binnen een week was dat alsnog geregeld. Dat maakte Pinsker voor The Beatles en Brian Epstein ongetwijfeld tot iemand waarop ze konden bouwen.




Investeren in vastgoed & geen zaken doen met Coca Cola
Pinsker werd zodoende financieel vertrouwenspersoon van Epstein en The Beatles. Toen de naam, faam en financiën van de band groeiden, was het Pinsker die de jongens in 1964 liet weten dat ze 'technisch miljonairs' waren. Omgerekend naar huidige begrippen stond 1 miljoen pond van destijds gelijk aan zo'n 19 miljoen pond vandaag de dag. Pinsker gaf The Beatles het advies hun vermogen in vastgoed te stoppen. Zo attendeerde hij Paul zelfs persoonlijk op een makelaarsadvertentie van een boerderij in Campbeltown, Schotland, bij de Mull of Kintyre. Onder zijn invloed kochten The Beatles hun eerste huizen. Paul ook in Londen, de overigen op de 'Stockbroker Belt' ten zuiden van de Britse hoofdstad. Ook adviseerde Pinsker The Beatles om niet in te gaan op een aanbod van Coca Cola om muziek voor de marketingcampagne van het frisdrankmerk op te nemen. Belastingtechnisch zouden ze daar niets wijzer van worden. Met zijn advies om geld opzij te zetten voor de onvermijdelijke belastingaanslag inspireerde de accountant George Harrison ook nog eens tot het schrijven van het nummer Taxman.


Eén pond per week 
Harry Pinsker werd op 12 mei 1930 geboren in Oost-Londen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonde het gezin in Norfolk en Cornwall, waar de intelligente Pinsker in aanmerking kwam voor een beurs van Truro College (nu: Truro & Penwith). Daar werd hij vanwege zijn Joodse afkomst geweigerd, waarna hij na een aantal omzwervingen uiteindelijk weer een opleiding in Londen kon volgen. Op zeventienjarige leeftijd reageerde hij op een vacature van Bryce Hanmer. Harry kon er voor één pond per week aan de slag. Waarschijnlijk als jongste bediende. Vanuit die positie werkte hij zich, door het volgen van avondonderwijs, op tot partner. Niet slecht. Die positie bekleedde hij al op dertigjarige leeftijd, het moment waarop The Beatles in zijn leven kwamen. Net als later Cilla Black, Gerry & The Pacemakers, maar ook bands als Cream en Yes.

Harry en Ana Pinsker



Pinsker keurde de albumhoes van Two Virgins af
Pinsker was iemand die The Beatles altijd met raad en daad bijstond. Zo stonden de jongens, al dan niet met vriendin of vrouw, regelmatig bij hem voor de deur voor een kop thee en een goed gesprek. Naar verluidt was zijn vrouw Ana niet bereid om McCartney's hond Martha in huis binnen te laten. Dat werd haar te gek. Hoe dan ook: wie beroemd is, heeft betrouwbare mensen nodig om zijn financiële belangen, soms ook voortkomend uit privé-sores, te behartigen. Zo adviseerde Pinsker in 1968 tijdens de scheidingsprocedure van John en Cynthia Lennon. Ongetwijfeld moet daarbij zijn hart zijn uitgegaan naar Johns eerste vrouw. De accountant was namelijk 'not amused' over de acties van John en diens nieuwe vriendin Yoko Ono. De op handen zijnde naaktcover van het album Two Virgins vond Pinsker het toonbeeld van slechte smaak. Dat liet hij de twee kunstenaars ook weten. Toen die besloten de plaat gewoon uit te brengen, vond Harry Pinsker dat zijn tijd er bij The Beatles wel opzat. 


Hare Krishna - Harry Pinsker
In zijn latere leven ontdekte het getallenwonder dat zijn oude cliënten zelfs nog één keer over hem hadden gezongen. In januari 1969, tijdens de repetities in het Get Back/Let It Be-project. Halverwege het ingezette Hare Krishna, werd de tekst door Paul McCartney veranderd in 'Harry Pinsker' (vanaf 1 minuut 36). De verlegen Pinsker was ontroerd door het gebaar. Hij overleed op 24 januari 2021. Harry Pinsker is 90 jaar geworden.




zaterdag 30 juli 2016

You say you want a revolution: hoe politiek waren The Beatles?

De afgelopen week gebruikte de Amerikaanse presidentskandidaat Donald Trump een nummer van George Harrison bij één van zijn politieke bijeenkomsten. Laten we zeggen dat de Harrisons not amused waren. Dat lieten ze ook blijken. En recent waren ook Paul McCartney en Ringo Starr politiek in het nieuws met uitspraken rond de Brexit, het vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie. De pers vroeg Paul en Ringo naar hun mening en kreeg een eerlijk antwoord. Ik ging deze week op zoek naar de relatie die The Beatles hadden met politiek. Het leek me namelijk een originele invalshoek voor een blog. Een rondje langs de politieke velden dus.

Brian Epstein hield de meningen liever onder de radar
In de jaren '60, en zeker in het begin van hun carrière was het niet zo vanzelfsprekend dat The Beatles altijd maar eerlijk hun mening gaven over politieke kwesties. Maar al werden ze opgeslokt door tournees en opnamesessies, de bandleden waren wel degelijk geïnteresseerd in de wereld om hen heen. Open en bloot hun mening geven werd hen echter afgeraden en misschien zelfs wel verboden. Een politieke opinie, ideeën over religie, het privé- en gezinsleven: manager Brian Epstein zag graag dat de band hiermee onder de radar van de pers bleef. Niets mocht de carrière van de Fab 4 immers in de weg staan of schaden. Toch hadden The Beatles wel degelijk momenten waarop ze hun ideeën deelden. Al was dat soms verkapt.

Mister Wilson & Mister Heath
Na alle Love Me Do's, Yeah Yeah Yeah's en I Love You's, werden The Beatles midden jaren '60 volwassener in hun songteksten, Met die volwassener invalshoek was er in 1966 ook ruimte voor het kritische Taxman, dat George Harrison in 1966 aandroeg voor het album Revolver, dat deze week precies 50 jaar geleden uitkwam. Harrison deed zijn beklag over het Britse belastingsysteem dat al zijn zuurverdiende centen opslokte. Daarbij werden in de bekende achtergrondkoortjes 'ah ah Mister Wilson, ah ah Mister Heath' de toenmalige leiders van respectievelijk de Labour Party en de Conservatieven rechtstreeks toegezongen. Niet bepaald iets dat gebruikelijk was in die tijd.

Rassenscheiding & de Vietnamoorlog
Hoewel de Fab 4 zich slechts af en toe uitspraken over politieke kwesties, hadden ze hun principes. In de jaren '60 was er in de VS nog volop sprake van rassenscheiding in het openbare leven. Ook bij concerten. Daar weigerde de band pertinent aan mee te werken. In 1964 vertikten The Beatles het in Florida te spelen voor een gescheiden publiek. 'Ik verlies nog liever onze gage,' verklaarde John Lennon. Een jaar later werd contractueel al vastgelegd dat The Beatles absoluut niet speelden voor een gescheiden publiek. Een kwestie die in Californië aan de orde leek. Uiteindelijk dwongen de bandleden af dat het concert onder hun condities door ging. Wat die rassenscheiding betreft: Paul McCartney vertelt tegenwoordig bij zijn concerten dat hij het nummer Blackbird in het politiek onrustige jaar 1968 schreef. De rassenrellen in Amerika inpireerden hem tot een ode aan de onderdrukte vrouw en de burgerrechtenbeweging. Over de Vietnamoorlog werden The Beatles ook onophoudelijk naar hun mening gevraagd tijdens persconferenties in de VS. Hoewel Brian Epstein dit soort vragen dus liever niet gesteld zag worden, sprak de band zich hier ook duidelijk uit tegen de oorlog en elke vorm van oorlogsvoering.


Ruzie met Imelda Marcos
En dan was er nog de rel op de Filipijnen. In 1966 waren The Beatles op tournee in Azië. De groep ging op de Filipijnen niet in op een uitnodiging van presidentsvrouw Imelda Marcos, die hen met een officieel ontbijt wilde ontvangen. Officiële ontvangsten met hoogwaardigheidsbekleders behoorden niet zo tot de policy van de band. Zeker niet wanneer dat ter meerdere eer en glorie van het staatshoofd zelf was. De ijdele first lady begreep dat natuurlijk allemaal niet. De weigering zorgde voor het zwartste hoofdstuk in de geschiedenis van de band. The Beatles werden letterlijk het land uit geslagen en geschopt en konden ternauwernood hun vliegtuig bereiken om halsoverkop te vertrekken. Een interesssant en relatief onbekend hoofdstuk uit het grote Beatlesverhaal, waarin doorgaans vooral de successen centraal staan. Die Filipijnense kwestie is een verhaal op zichzelf.

John Lennon was de meest politieke Beatle
Al vanaf jonge leeftijd las John Lennon enorme hoeveelheden boeken, tijdschriften en kranten. Met zijn snelle geest verslond hij dagelijks alles dat hij te pakken kon krijgen. Lennon ontwikkelde zich, misschien wel als gevolg daarvan, tot de Beatle die zich het meest opwond over politieke kwesties. Al in 1968, dat revolutionaire jaar in de wereldgeschiedenis, zong hij in het nummer Revolution over wat hem bezig hield rond het veranderen van de maatschappij. Chairman Mao kwam met naam en toenaam aan bod in de opzwepende song.



Van Lennon weten we natuurlijk ook dat hij van zijn huwelijksreis een bed-in-tournee maakte en overal ter wereld aandacht vroeg voor de wereldvrede. Met Kerst neuriën we nog steeds War is over, if you want it, op de bekende melodie van het nummer Happy X-mas. In mijn blog over John Lennon in New York kun je lezen dat Lennon en Ono zich begin jaren '70 stevig mengden in allerlei politieke kwesties in de VS. Het stel liet zich in met activisten en schreef nummers over misstanden in Amerika. Liedjes als John Sinclair en Angela handelden direct over publieke figuren uit de Amerikaanse samenleving die op dat moment in het middelpunt van de belangstelling stonden. Zo zat de linkse activist John Sinclair volgens Lennon ten onrechte in de bak voor het bezit van cannabis (It ain't fair, John Sinclair. In the stir for breathing air). Angela ging over Angela Davis, een aanhangster van de Black Panther-beweging die, ten onrechte, verdacht werd van de moord op een rechter. Lennon kreeg er direct de FBI mee op zijn dak, zoals je kunt lezen in de eerder genoemde blog. Die hele directe, activistische nummers van John werden geen hits en lijken ook te zijn verdwenen uit ons geheugen. Johns wat meer universele nummers, zoals Power To The People (in de clip zien we John als activist op straat) en Imagine bleken een wat langere houdbaarheidsdatum te hebben .

Dear Vladimir: Paul schreef brieven aan Poetin
Kunnen we Paul McCartney een politiek betrokken artiest noemen? Ja en nee. Paul was zeker niet met politiek bezig op de uitgesproken en soms wat agressieve manier die we van John Lennon kennen. Paul was een stuk minder direct ook. Hij gebruikte zijn liedjes niet vaak als middel om politieke doelen te bereiken. Toch nam Paul wel het nummer Give Ireland Back To The Irish op, als direct antwoord op de verschrikkelijke gebeurtenissen in 1972 in Noord-Ierland op Bloody Sunday. Het activisme van McCartney richtte zich verder eigenlijk vooral op dierenrechten, waarbij hij organisaties als PETA en Friends of The Earth openlijk steunde. Toch liet Paul af en toe van zich horen, zoals twee keer in een openbare brief aan Vladimir Poetin, waarin hij vroeg om de vrijlating van 28 Greenpeace-activisten en de vrouwen van de band Pussy Riot.

Een fragment uit de brief van McCartney aan Poetin

Trump Yourself: de Harrisons en hun afkeer van Donald Trump
George Harrison had een enorme hekel aan alles dat met politiek en autoriteit te maken had. Hij trad slechts één keer op bij een benefietconcert van The Natural Law Party in Engeland en richtte zich vooral op religie en humanitaire projecten voor Unicef. Toch ging hij in 1974 op een uitnodiging in om te komen lunchen op het Witte Huis. Harrison reisde door Amerika met zijn Dark Horse-tour en had Jack Ford, de zoon van de toenmalige president Gerald Ford, bij een concert ontmoet. Jack voelde zich zo hartelijk behandeld door Harrison, dat hij hem en zijn band een tegenuitnodiging op het Witte Huis deed toekomen. Daarbij sprak George ook kort met Gerald Ford en speldde hij de president een button met het Hindoestaande 'Ohm'-teken op.


George zal zich spreekwoordelijk hebben omgedraaid in zijn graf toen Donald Trump deze week het nummer Here Comes The Sun liet afspelen bij één van zijn verkiezingsbijeenkomsten. Ik moet zeggen dat ik daar ook wel pijn in mijn maag van kreeg. De Harrison Estate keerde zich direct publiekelijk, duidelijk, maar toch ook met humor tegen het gebruik van het Harrison-erfgoed door zo'n discutabele presidentskandidaat. Trump had beter Harrisons nummer Beware of Darkness kunnen gebruiken, liet de familie cynisch via Twitter weten:




Ringo Starr: Brexit is een prima idee
En wat vond Ringo Starr nu eigenlijk van Brexit? Hoewel we hem nooit op politieke uitspraken hebben kunnen betrappen, was Ringo hier ineens erg duidelijk over. Duidelijker dan McCartney, die eerlijk aangaf die hele Brexit-toestand maar lastig te vinden, niet wetend wat hij had moeten stemmen. Ringo daarentegen vond het vertrek van Groot-Brittannië uit de Europese Unie helemaal prima. Hoewel hij de samenwerking van de Britten met de rest van Europa aanvankelijk als een goed gegeven zag, verklaarde hij onlangs dat de alliantie volgens hem nergens op uit was gedraaid. It didn't turn into a love fest, aldus Ringo, die de laatste jaren bijna alleen nog maar de woorden Peace & Love voor elke cameralens roept.

Of is dat laatste, in alle eenvoud, uiteindelijk het ultieme politieke statement?