zaterdag 4 november 2017

Welke relatie hadden The Beatles zelf nog met Liverpool?

Vorige week haalde ik herinneringen op aan mijn bezoek aan Liverpool, twee jaar geleden. Daarbij kwam een andere vraag op: welke relatie hadden The Beatles zelf nog met hun geboorteplek, nadat ze er lang en breed vertrokken waren? Kwamen ze er nog wel eens? Wat deden ze er dan? Zetten ze zich nog in voor de stad waar ze het levenslicht zagen? En wanneer waren ze er, in het geval van John en George, voor het laatst? Ik besloot op zoek te gaan naar antwoorden.

The Beatles in het Liverpoolse havengebied, september 1962


Van een hotel naar een gezamenlijke flat
Toen The Beatles langzaam maar zeker landelijk begonnen door te breken, werd het steeds lastiger om vanuit het verre Liverpool verder te bouwen aan hun carrière. Fotosessies, opnames, tv-optredens....het speelde zich allemaal in af in Londen, de stad die zo'n 350 kilometer verderop lag. In die eerste fase werd er heel wat gependeld tussen beide steden. Zowel met de auto als met het vliegtuig. Liverpool beschikte immers over Speke Airport, tegenwoordig John Lennon Airport genaamd. Toch was het onontkoombaar om op een gegeven moment naar Londen te verhuizen. Manager Brian Epstein parkeerde de groep in de zomer van 1963 eerst in het President Hotel aan het Londense Russel Square. Van daaruit zocht hij verder naar een geschikte uitvalsbasis voor John, Paul, George en Ringo. Dat werd een appartement op de vierde verdieping van een complex aan 57 Green Street, in de centraal gelegen wijk Mayfair.

9 oktober 1963: gezamenlijk ontbijt in de flat in Green Street, op Johns 23ste verjaardag

Liverpool leek midden jaren '60 ver weg
The Beatles woonden maar kort samen in die flat. Ze zaten er in de herfst van 1963 een paar weken. John Lennon had al een vrouw en kind in Liverpool en toen Cynthia en Julian ook naar Londen verhuisden, betrokken de Lennons hun eigen appartement. Paul kreeg al snel een hekel aan het Beatles-flatje en verhuisde naar het ouderlijk huis van zijn vriendin Jane Asher. George en Ringo bleven aanvankelijk achter, maar verkasten korte tijd later samen naar een apartment in Knightsbridge, in de buurt bij het prestigieuze Harrods. Van daaruit kochten ze elk een huis in Surrey, op het platteland bij Londen. Ook John zette enige tijd later deze stap met zijn jonge gezin. Paul bleef als enige in Londen wonen en kocht een herenhuis in de buurt bij de EMI-studio's. En Liverpool? De stad leek vanaf midden jaren '60 inmiddels ver weg voor The Beatles, maar was dat ook echt zo?


Terug naar Liverpool
De eerste keer dat The Beatles echt publiekelijk als band terugkeerden naar hun thuisstad, was op 10 juli 1964 voor de noordelijke première van A Hard Day's Night. De groep werd op Speke Airport begroet door 3000 fans en in een colonne door de straten van hun eigen stad gereden. Er stonden 200.000 mensen langs de kant. Na een diner, het bijwonen van de film en een aantal andere verplichtingen vloog de band 's avonds terug naar Londen. Er zijn nog prachtige beelden van deze dag: [filmpje]




Ik vroeg me af hoe de Fab 4 daarna hun band met Liverpool onderhielden.


John had kort voor zijn dood plannen om terug te keren
John Lennon keerde niet vaak terug naar zijn thuisstad. Zijn moeder was hij immers op jonge leeftijd verloren en met zijn vader had hij nauwelijks contact. Wat John aan Liverpool zou moeten binden was zijn tante Mimi. In 1965 kocht hij echter voor haar een huis in Dorset, zodat ze op haar oude dag van het mildere Zuid-Engelse klimaat kon genieten. Op die plek bezocht hij haar af en toe. De laatste keer dat John in Liverpool was, is trouwens wel goed gedocumenteerd. Op 26 juni 1969 reed hij vanuit Londen met Yoko, Julian en Yoko's dochtertje Kyoko nog één keer naar het noorden, om zijn nieuwe gezin kennis te laten maken met zijn Liverpoolse familie. Ik schreef onlangs een blogje over deze wat vreemde trip van de Lennons. Na zijn vertrek naar New York, begin jaren '70, zette John nooit meer voet aan wal op Engelse bodem. Wel vergeleek hij New York altijd met hem zo geliefde Liverpool: een stoere stad aan het water. Het verlangen om voor familiebezoek terug te keren naar Engeland, was er wel degelijk. Eind jaren '70 werd Lennon niet langer geplaagd door zijn immigratieproblemen en kon hij de VS veilig verlaten, wetend dat hij er ook weer terug kon keren. John hield intensief telefonisch contact met zijn tante Mimi en halfzusje Julia. Er waren zelfs plannen om elkaar begin 1981 in Engeland te zien. John zou gezegd hebben dat hij daar enorm naar uitkeek. Zo ver kwam het nooit.

John met Julian op bezoek bij Mimi aan de Engelse zuidkust, 1967


Voor Paul McCartney is Liverpool nooit ver weg
Van alle vier de Beatles lijkt Paul altijd de meest intensieve en relaxte relatie met zijn thuisstad te hebben onderhouden. Hij kwam regelmatig op bezoek bij zijn vader, voor wie hij een groter huis aan de overzijde van de Mersey kocht. Ook onderhield hij contact met broer Michael die tot op de dag van vandaag nog in Liverpool woont. Paul keerde er terug voor concerten en componeerde het klassiek getinte Liverpool Oratorio dat begin jaren '90 in de grote kathedraal in Liverpool in première ging. Een paar jaar later bekostigde hij de bouw en exploitatie van het Liverpool Institute of Performing Arts, gevestigd in zijn oude middelbare school. Paul komt nog altijd een paar keer per jaar naar deze muziek-, dans- en acteeropleiding om masterclasses te geven en diploma's uit te reiken. Nog altijd kun je Paul in de straten van Liverpool tegenkomen. Bewoners van Forthlin Road, waar het oude familiehuis van de McCartneys dagelijks door heel wat toeristen wordt bezocht, weten te vertellen dat er af en toe een grote auto door de straat rijdt, waarvan de raampjes naar beneden gaan voor een praatje. Als dank voor het doorstaan van de inmiddels jarenlange dagelijkse overlast, gaf Paul de hele straat een paar jaar geleden kaartjes voor één van zijn Liverpoolse concerten.

Paul met zijn laatste versie van Wings, eind jaren '70 in Liverpool


Ringo Starr schopte tegen wat scouse schenen
Ringo's relatie met Liverpool is altijd een lastige geweest. Anders dan je misschien zou verwachten. Begin jaren '90 werkte hij mee aan een televisiespecial over Liverpool, ter ere van zijn 52ste verjaardag. Heel inspirerend was dat allemaal niet. [filmpje]



Een aantal jaren later haalde hij de woede van een aantal inwoners op de hals door in een interview te vertellen dat er eigenlijk vrij weinig was dat hij nog aan Liverpool miste. In 2008, toen hij aanwezig was bij de festiviteiten rond Liverpool als culturele hoofdstad van Europa, nam hij die woorden terug. Door de jaren heen verwees Ringo met op albums regelmatig naar zijn geboortestad. Op de hoes van zijn eerste soloalbum poseerde hij voor zijn oude buurtpub en in 2008 bracht hij het album Liverpool 8 uit, verwijzend naar Toxteth, het district waar hij ter wereld kwam. Het huisje, aan 9 Madryn staat er nog steeds. Leeg, vervallen en al jarenlang aanwezig op een gemeentelijke lijst met slooppanden. Actievoerders proberen het pand te behouden of ergens anders opnieuw op te laten bouwen. Dat laatste vindt Ringo, zo verklaarde hij onlangs, enorme onzin. Liverpool lijkt voor de Beatles-drummer inmiddels verworden tot een plek in zijn herinneringen, zonder dat hij nog veel binding voelt met de stad anno nu.


George verraste zijn ouders regelmatig met een privébezoekje in Liverpool.
Hij kocht een bungalow voor ze, buiten de stad.

George hield zijn relatie met Liverpool liever privé
Van George Harrison weten we dat hij zijn ouders in de jaren '60 graag verraste met bezoekjes. Nadat hij zijn zo geliefde moeder in 1970 verloor, zullen de bezoeken aan Liverpool zijn afgenomen, want Harrison haalde zowel zijn vader als zijn broers naar zijn landgoed bij Londen. Om iets terug te doen voor zijn geboortestad schonk hij een groot bedrag voor de restauratie van het Palm House in Sefton Park. Op zijn uitdrukkelijke verzoek werd zijn donatie geheim gehouden. Het prachtige glazen bouwwerk werd in september 2001, twee maanden voor het overlijden van George, heropend.

Sefton Park Palm House

George hield zijn jarenlange band met Liverpool altijd privé. Inwoners hebben hem kort voor zijn dood nog door de binnenstad zien lopen. Het meest ontroerende verhaal komt van een local, die George en zoon Dhani samen in een auto zag zitten, zo vertelde hij de Liverpool Echo. Het stel stond geparkeerd voor het piepkleine huisje aan 12 Arnold Grove, de plek waar George opgroeide. Vader en zoon waren geëmotioneerd. Het had alles van een afscheid.

zaterdag 28 oktober 2017

Let me take you down: herinneringen aan Liverpool

Niet te geloven: deze week is het alweer twee jaar geleden dat ik Liverpool bezocht. Een lang gekoesterde wens kwam daarmee uit. Iets dat ik altijd al eens wilde doen, maar dat er nooit van kwam. In de zomer van 2015 dacht ik: nu ga ik er gewoon voor zitten, tickets en een hotel boeken, uitzoeken welke excursies er mogelijk zijn. En zo geschiedde. Aanleiding om eind oktober 2015 te gaan, was mijn veertigste verjaardag, op de dertigste.


Prachtige bomenlinten
De afgelopen weken heb ik hier in Nederland weer extra vaak aan dat lange weekend teruggedracht. Mijn herinneringen kwamen weer boven door de Hollandse herfst. Liverpool in de herfst is haast nog uitbundiger qua kleuren dan de sfeer in ons kikkerlandje. Het was er uitzonderlijk warm, die eerste dagen van ons bezoek. Zo warm, dat je regelmatig je jas losknoopte of uittrok. De lange lanen in de stad waren versierd met prachtige bomenlinten in alle kleurschakeringen tussen groen en bruin. Niets grauwe Noord-Engelse havenstad. Ik zag een gemoedelijke, goed gerestaureerde en trotse stad, die floreert dankzij het Beatles- en voetbaltoerisme. Een stad die The Beatles en het voetbal tegelijkertijd ook niet nodig heeft om toeristen een lang weekend te plezieren. Parken, winkelcentra, gratis musea, een prachtig gerestaureerd havengebied, leuke eettentjes, culturele evenementen en zelfs een strand. Wie eens echt een originele bestemming zoekt, boekt een retourtje.

Instappen bij de FabFour-Taxi Tour (eigen foto)


Razendsnel van plek naar plek
Ga je wel op Beatles-bedevaart, dan kun je in vijf dagen Liverpool een boel doen. Bewust lieten we de Magical Mystery Tour-bus liggen, maar kozen we voor de FabFour-Taxi Tour. Niet alleen klonk de naam van het bedrijf als een klok, het was ook nog eens een top-ervaring om in een zwarte Engelse 'cab' razendsnel van plek naar plek in de stad te rijden. Daarbij hingen we aan de lippen van een goed ingevoerde chauffeur, die in het Scouse de ene na de andere anekdote oplepelde. Heel efficient pendelden we zo van Ringo's jeugdbuurtje naar de plek waar John en Paul elkaar ontmoetten, de graven van Eleanor Rigby en Father McKenzie, wandelden we over Penny Lane, stonden we aan de hekken van Strawberry Field en bekeken we de plekken waar de Beatles opgroeiden. Het leek of ik droomde. Alsof ik in de film stapte waar ik mijn hele leven al naar keek.


Strawberry Field voelde mysterieus
Strawberry Field voelde voor mij als een extra bijzondere plek. Misschien wel omdat het rode hek wat verscholen ligt, onder de donkere bomen aan een drukke doorgaande weg. Het heeft echt iets mysterieus. Wanneer je in de nis van de toegangspoort stapt, omarmt de plek je een beetje. Verder dan het hek kun je niet komen, maar al starend richting het achterliggende parkje, zie je de jonge John Lennon en zijn jeugdvrienden in bomen klimmen en tussen de struiken spelen. Er wordt gefluisterd dat Yoko Ono begin jaren '80 tijdens haar bezoek aan Liverpool hier in het geheim een deel van de as van John Lennon verstrooid heeft. Ik zou er niet raar van staan te kijken. Strawberry Field heeft iets heel bijzonders.



Welcome to Mendips
Indrukwekkend was het om een dag later met de National Trust (ruim van tevoren boeken!) de zogenaamde Childhood Homes van John Lennon en Paul McCartney te bezoeken. Dat heeft me echt geëmotioneerd. Met name het moment waarop de gids het tuinhek openzwaaide en de magische woorden "Welcome to Mendips" sprak. Ik heb er letterlijk een traantje weggepinkt, denkend aan de foto's van de jonge John Lennon, zittend met zijn moeder Julia in de tuin van Aunt Mimi. Dat verleden voelde dichterbij dan ooit. Via diezelfde tuin stapten we de keuken en de rest van het statige huis in. Zingen deden we in het voorportaal waar John en Paul met hun gitaren de eerste Beatleshits schreven, stil zitten deed ik op het bed in het slaapkamertje aan de voorzijde van het huis. De plek waar John moet hebben gedroomd van een leven in de muziek. 

De oude slaapkamer van John Lennon


De plek waar She Loves You werd geschreven
Anders was de sfeer in de eenvoudigere woning van de McCartneys. Een plek boordevol vrolijke verhalen, waar ik even neerstreek achter de (replica) gezinspiano om een paar maten van When I'm 64 te spelen. Precies op de plek waar het nummer geschreven was. Of staand in het jaren '50 keukentje waar de ene na de andere ketel water op het vuur gezet om thee te maken, in de pauzes van de vele repetities die de (premature) Beatles in de achterkamer hadden. De plek waar She Loves You werd geschreven. Het waren de hoogtepunten van een aantal bijzondere dagen in de bakermat van The Beatles. Lopend door de stad genoten we bovendien van Mathew Street, The Cavern, het prachtig gerestaureerde havengebied met zijn moderne musea en de gemoedelijke sfeer.

Industrieel goud: Albert Dock


Liverpool bracht zoveel inspiratie voor het schrijven
Niet lang na mijn bezoek aan Liverpool, startte ik met het schrijven van mijn wekelijkse blogs. In de eerste maanden wijdde ik regelmatig een verhaal aan de bijzondere momenten die ik in Liverpool beleefde. Het is zoveel fijner en makkelijker om over plekken te schrijven als je er echt zelf geweest bent. Ik moet eerlijk toegeven dat het ook wel weer kriebelt om terug te gaan, met een nieuw wensenlijstje. Plaatsen die ik nog graag eens wil bezoeken, zijn onder andere de graven van Mary McCartney, Julia Lennon en Stuart Sutclifffe. Maar ook zou ik zo graag eens over de golfbaan van Allerton lopen, zoals John en Paul dat deden om elkaars huizen te bereiken. Of het (nog) kan, weet ik niet. De Casbah Coffee Club, eigendom van de moeder van Pete Best, waar The Beatles vaak speelden en muurschilderingen achterlieten, is eigenlijk een must-see.





Wordt vervolgd? En jullie?
Je leest het, ik ben nog lang niet klaar met Liverpool. Wat zijn jullie ervaringen met de stad? Willen jullie leuke tips of ervaringen met me delen? Zijn jullie zelf op bijzondere plekken geweest? En wat deed dat met je? Of maak je op dit moment plannen om voor de eerste keer te gaan? Blader dan beslist even terug naar mijn oudste blogjes. Voor de voorpret! Ik kijk uit naar jullie verhalen.

zaterdag 21 oktober 2017

Tweelingliedjes uit het oeuvre van The Beatles

Wanneer je de eerste tonen van de nieuwe single van je favoriete artiest of band bij verrassing op de autoradio hoort, weet je vaak direct dat het "die nieuwe single" moet zijn. Ook al ken je het nummer nog niet. Het zit 'm vaak in de sound, waardoor het nummer direct vertrouwd klinkt. Het kan me soms ook irriteren, als ik de nieuwste hit van een willekeurig artiest hoor. Wie zijn eigen werk bijna plagieert, doet een wat gemakzuchtige gooi naar nieuw succes, denk ik wel eens. Luister maar eens naar de nieuwe single van Marco Borsato. De conclusie mag zijn dat er, na al die jaren, écht niet meer inzit dan dit.


Nieuwe wegen bewandelen
Hoe zat dat bij The Beatles? Al waaierden de Fab Four in hun bestaan allerlei kanten op qua muziekstijlen en ontbrak het hen niet aan experimenteerdrift, er zijn Beatles-liedjes die erg dicht bij elkaar liggen. Qua thema, idee, qua sound of qua arrangement. Alsof ze elkaars tweelingliedje zijn. Het is onvermijdelijk in een muziekcarrière en ook niet erg. Zolang je als artiest of band ook voldoende nieuwe wegen bewandelt om het voor jezelf en de luisteraar interessant te houden. Dat deden The Beatles gelukkig volop. Haast als geen andere band dat kon.




Lennon had er een handje van
Hoe werkt zoiets? Ik denk dat het geen rocket science is. The Beatles waren niet alleen trendsetters maar ook trendvolgers. Ze werden vaak geïnspireerd door wat er in een bepaalde periode in de hitparade stond of overwaaide uit Amerika. Ook inspireerden Lennon en McCartney elkaar: kwam de één met een bepaald nummer, dan borduurde de ander daar in een nieuwe compositie op voort. Schrijvers kunnen in een zekere fase van hun carrière ook sterk in een bepaalde hoek zitten, waardoor ze vrij consequent in een bepaalde stijl schrijven. Lennon had daar sterk een handje van, al dan niet ingegeven door luiheid. In ieder geval levert het nummers op, die onderling sterk verwant zijn. Het leek me een interessante uitdaging om op zoek te gaan naar tweeling-liedjes in het oeuvre van onze favoriete band.


Michelle - Girl
Paul McCartney liep al jaren met het muzikale chanson-achtige thema van dit nummer onder de arm. Met getokkel en imitatie-Frans bleek het een perfecte verleidingsact voor de meisjes die zich om de groep heen bewogen. Toen Michelle in een verder uitgewerkte versie, met een smaakvol en warm akoestisch arrangement uiteindelijk in november '65 werd opgenomen voor het album Rubber Soul, had John Lennon een razendsnel antwoord paraat. Dat was Girl. Ook akoestisch, met diezelfde sterke folk-feel (al horen we hier Griekse invloeden in de solo). Beide nummers pasten perfect op het sterk akoestisch georiënteerde Rubber Soul-album. Gekoesterd door velen.




Drive My Car - Day Tripper
Midden jaren '60 kwam de Stax- en Motown-sound steeds vaker in de hitparades. The Beatles waren gek op deze muziekstijl. Ze namen platen mee uit Amerika en raakten behoorlijk geïnspireerd door de swingende zwarte sound. Daarin speelde de steeds sterker hoorbare baspartijen een belangrijke rol. Niet alleen kwam het basgeluid prominenter naar voren in de eindmix van een liedje, de bas speelde vaker een melodieuze lijn of een drijvende groove waar het hele nummer op leunde. Vaak werd deze groove unisono meegespeeld door één of meer gitaren. Zo ontstond er een hele andere sfeer die we ook direct terughoren in Drive My Car en Day Tripper. Ook deze twee nummers werden opgenomen in dezelfde week, waarbij Drive My Car op Rubber Soul terecht kwam en Day Tripper als losse single verscheen. Vergelijk de groove en de feel van de nummers.





It's Only Love - Being For The Benefit of Mr. Kite
Hier hebben we toch wel een ouderwets gevalletje plagiaat te pakken. De chromatisch omlaag lopende melodie die John Lennon tijdens zijn wintersportvakantie in '65 bedacht, hergebruikte hij (vermoedelijk per ongeluk) op zijn circus-act rond Mr. Kite voor het Sgt. Pepper-album in 1967. Luister maar eens naar de eerste regels van It's Only Love: I get high when I see you go by - en die van Mr. Kite: For the benefit of Mr. Kite, there will be a show tonight... De melodie brengt deze twee compleet verschillende nummers, uit zeer verschillende Beatlesperiodes wonderwel bij elkaar:  [filmpje]





This Boy - Yes It Is
Twee liedjes in een haast jaren '50-achtige Doowop-stijl, beide in 6(12?)/8e maat, die erg in elkaars verlengde liggen. Ook hier met Lennon aan het roer. De samenzang op beide nummers is werkelijk fenomenaal. Lennon, McCartney en Harrison konden uitstekend driestemmig zingen. Over Yes It Is zei John Lennon in een interview dat het een bewuste poging was om iets in de stijl van This Boy te schrijven. Gelukt dus, waarbij Yes It Is qua harmonieën haast nog interessanter is dan zijn voorganger. Lennon dacht er anders over en noemde zijn poging This Boy te herschrijven mislukt.





I'm A Loser - You've Got To Hide Your Love Away
Twee liedjes die gerekend worden tot John Lennons zogenaamde Dylan-periode. Akoestisch, introspectief en met meer aandacht voor de tekst dan de standaard liefdesliedjes die voordien uit Lennons pen rolden. The Beatles ontmoetten Bob Dylan midden jaren '60 en waren voordien al zeer onder de indruk van diens muziek, die ze vaak op de draaitafel legden. Luister eens naar deze interessante podcast over de relatie tussen Bob Dylan en The Beatles. Mooi luistervoer in twee delen: [geluid]



Child Of Nature - Mother Nature's Son
Beiden waren ze geïnspireerd door een lezing van de Maharishi, tijdens hun verblijf in diens ashram. Beiden schreven ze een nummer over de natuur, zittend in de zinderende hitte, gitaar op schoot. John Lennon bedacht Child Of Nature, dat heel goed op het eerstvolgende album The Beatles (ofwel: The White Album) terecht had kunnen komen, maar pas jaren later opdook (met andere tekst) als Jealous Guy op het succesvolle Imagine-album. McCartney's poging haalde de witte dubbelaar wel. Een wonderschoon klein liedje, verrijkt met een blaasarrangement. We gaan het binnenkort live horen bij de theatertournee van The Analogues. [filmpje]





Ondertussen denk ik verder na over welke tweelingliedjes er in het Beatles-oeuvre ik over het hoofd zie. Een zeer voor de hand liggende heb ik hier namelijk buiten beschouwing gelaten.















zaterdag 14 oktober 2017

Heart Of The Country: de inventiviteit van Paul McCartney

Voor sommige McCartney-liedjes heb ik ronduit een zwak. Een groot zwak zelfs. Het zijn doorgaans niet de hits, niet de nummers die iedereen kan meeneuriën, laat staan de liedjes die regelmatig voorbijkomen op de radio. Nee, bij van die speciale nummers heb ik het over de verborgen pareltjes die op Pauls albums terecht kwamen en die niet echt bekend zijn geworden bij het grote publiek. De nummers die hij schijnbaar moeiteloos schreef, als tussendoortje, maar waarvan je zou wensen dat je ze zelf had bedacht.





Zittend op de drempel van de boerderij
Deze week wil ik er graag eens zo'n relatief onbekend McCartney-nummer bij pakken. De die hard-fans kennen het natuurlijk, maar voor anderen die meelezen is het misschien een aardige kennismaking. De één noemt het een niemendalletje, de ander vindt het aanstekelijk en knap bedacht. Het heeft iets van allebei en daarom is het toch weer zo'n echte McCartney-vondst: Heart Of The Country. Paul zal het nummer ergens in '70 hebben geschreven, ongetwijfeld op zijn akoestische gitaar. Ik stel me hem voor, zittend op de drempel van zijn Schotse boerderij, gitaar op schoot. Het liedje gaat dan ook een beetje over de plek die hij al in 1966 kocht:

I look high
I look low
I'm lookin' everywhere I go
Lookin' for a home 
In the heart of the country

Minder belasting, meer privacy
Het huis dat de McCartneys in Campbeltown Schotland bewoonden, gaf hen meer privacy dan de stadse woning in Noord-Londen aan Cavendish Avenue, waarover ik onlangs schreef. Het was trouwens op aanraden van zijn financieel adviseur dat McCartney midden jaren '60 opnieuw in de buidel tastte om in vastgoed te investeren. Stukken slimmer dan het geld aan de belasting te betalen. Ook zijn toenmalige verloofde Jane Asher spoorde Paul aan om een plek te zoeken die hem (hen) echt rust bood tijdens de hectische jaren van de Beatlemania. Het afgelegen dorp op het schiereiland Kintyre bleek een uitstekend toevluchtsoord.



Paul en de paparazzi
Jane zou er niet vaak met Paul op High Park Farm komen. Het was Linda, met wie Paul uiteindelijk trouwde, die zich als een vis in het water voelde in de primitieve omstandigheden van de vervallen boerderij. Het huis lag buiten het dorp en de Schotse dorpelingen behandelden de McCartneys als gewone buren. Slechts een enkele keer wist een brutale reporter door te dringen tot de afgelegen boerderij van de ex-Beatle, hetgeen niet op veel sympathie van McCartney kon rekenen. In onderstaand filmpje zien we een poging, waarbij Paul met hond Martha van afstand gefilmd werd. Intimiderend, als je gewoon rust zoekt: [filmpje]



Peis en vree
Maar dit waren uitzonderingen. Meestal was het peis en vree op High Park Farm, bij de Mull of Kintyre waar het gezin zo graag verbleef. De Schotse hooglanden inspireerden Paul dan ook tot het schrijven van vele liedjes, waaronder Heart Of The Country. Wanneer ik het liedje hoor, zie ik de beelden voor me:

Want horse, I want sheep
I want to get me good night's sleep
Livin' in a home 
In the heart of the country

Schapen scheren in Schotland


Inventiviteit en muzikaliteit
Paul nam Heart Of The Country of 16 november 1970 in New York op. Daarbij kreeg hij hulp van twee sessiemuzikanten, Hugh McCracken op gitaar en Denny Seiwell op drums. Laatstgenoemde werd door Paul gestrikt voor de eerste versie van zijn band Wings. In The Big Apple, waar Lennon toen overigens nog niet was neergestreken, legde Paul met een aantal sessiemuzikanten de basis voor wat één van zijn meest geliefde solo-albums zou worden: RAM. Een knappe en afwisselende set nummers waar de inventiviteit en muzikaliteit van afspat. Na al die jaren klinkt de langspeler nog steeds heel fris. Het vrolijke Heart Of The Country past prima op de plaat.

De RAM-sessies in New York, eind 1970


Wie kan het mee (scat)zingen?
Heart Of The Country ligt goed in het gehoor en zit ogenschijnlijk eenvoudig in elkaar, maar schijn bedriegt. Roling Stone Magazine gaf het nummer de 26ste positie in de lijst met beste post-Beatles-songs van McCartney. Ook de prestigieuze All Music-website prijst McCartney met het imaginative and gorgeous arrangement dat Heart Of The Country kreeg. Zelf vind ik het één van de leukste en innemende nummers die hij schreef. Na het voornamelijk op gitaar gespeelde couplet, met een aantal mineur-akkoorden, switcht het gevoel in het refrein ineens naar een majeur-sfeer. De bas wordt stevig aangezet en het refrein gaat vervolgens over in een jazzy-sfeer met none-akkoord en een zeer interessant stukje scat-singing. Dit is één van de charmantste onderdelen van het vrolijke deuntje. Zoals we van McCartney gewend zijn, introduceert hij weer eens een lange melodielijn, die uitnodigt tot meezingen. Tot je 'm onder de knie hebt. Zeg eens eerlijk, wie kan hem helemaal meeneuriën? [filmpje]


zaterdag 7 oktober 2017

One two three four! Afwijkende maatpatronen in Beatlesnummers

Een paar weken geleden was Gijs Groenteman te gast in een uitzending van de Fab4Cast. Gijs, zelf groot Beatlesfan, raakte zo geïnspireerd door de manier waarop de mannen van de Fab4Cast het Beatlesoeuvre uitpluizen, dat hij zijn eigen reeks begon. Niet over The Beatles, maar over een ander fenomeen: Harry Bannink. In de uitzending Bannink, Beatles en Bonte Bespiegelingen bespreken Gijs, Michiel, Wibo en Jan Cees de parallellen in het werk van Bannink en The Beatles. Het leverde een originele podcast op, die ik met plezier beluisterde. Iets in die uitzending trok echter mijn aandacht, namelijk het fenomeen maatsoorten. Terloops noemen de heren dat Harry Bannink in zijn liedjes vaak afweek van de geijkte 3- en 4-kwartsmaten, omdat hij vaak muziek schreef op teksten die al af waren. Er was één Beatle die ook speelde met maatsoorten: John Lennon.


Balans tussen Lennon en McCartney
Al zaten John Lennon en Paul McCartney als jonge jongens vaak bij elkaar met hun gitaren om samen liedjes te schrijven, ze hadden elk een heel verschillende manier van componeren. In het oude werk van The Beatles hoor je dat nog niet zo, omdat het gouden duo elkaar goed in balans hield, vermoed ik. Als Lennon er even niet uitkwam, had McCartney wel een oplossing. Ontbrekende woorden, zinsneden, bruggetjes en intro's....samen polijstten John en Paul hun composities tot glimmend goud. Naarmate Lennon en McCartney meer individueel te werk gingen, werden de verschillen in hun manier van schrijven groter.




McCartney hoorde alles al in zijn hoofd
Bij Paul McCartney heb ik altijd het idee dat hij zijn liedjes vrij compleet in zijn hoofd had. Wie demo's en vroege opnames van McCartney-composities hoort, hoort tevens een zelfverzekerde componist die alvast bepaalde structuren aangeeft en melodieën neuriet die later in de arrangementen terugkomen. Denk aan de 24 maten in A Day In The Life die leeg werden gelaten voor "iets spectaculairs", denk aan de partijen in Penny Lane en She's Leaving Home. McCartney hoorde al een boel in zijn hoofd en had alleen iemand nodig die zijn ideeën op papier kon zetten voor een trompettist, harpist of een heel orkest. Al snoepte hij er bijvoorbeeld in Martha My Dear een paar tellen bij, McCartneys nummers bevatten weinig onregelmatige maatsoorten.




Lennon werkte meer intuïtief
Als we naar de nummers luisteren die Lennon in de nadagen van The Beatles schreef, lijkt het alsof er vooral ideeën en teksten waren, waar John de muziek nog omheen moest bouwen. En daar kom ik op het punt van maatsoorten. Want wie eerst teksten schrijft en daar tevreden over is, komt ritmisch en qua metrum niet altijd weg met de geijkte maatstructuren van de popmuziek. Dat overkwam Lennon, al maalde die er niet om. Voor een creatieve drummer als Ringo Starr, waren Johns ritmische capriolen geen probleem. En omdat Ringo altijd in dienst van het liedje drumde, loodste hij de luisteraar feilloos door Lennons landschap.



In welke nummers deed John dat?
Over welke nummers hebben we het? Ik heb geprobeerd er een aantal te verzamelen, maar ik zou het leuk vinden als jullie me aan kunnen vullen. In All You Need is Love bestaan de coupletten uit 29 slagen die verdeeld zijn in twee 7/4e maten, eenmaal een 8/4e maat en dan weer een 7/4e. In het refrein komt de regelmaat terug met een 4/4-patroon, met uitzondering van de laatste maat die 6 tellen bevat ("love is all you need"). Ringo moest hier ongetwijfeld zijn kop wel even bijhouden tijdens het spelen: [filmpje]




Happiness Is A Warm Gun
Een ander kunststukje is Happiness Is A Warm Gun waarin 2/4e, 3/4e en 4/4e maatsoorten elkaar continu opvolgen. Bovendien wordt hier de polymeter-techniek toegepast, waarbij twee maatsoorten tegelijkertijd worden gebruikt. Het was daarom geen eenvoudig nummer om op te nemen. Na 15 studio-uren en 95 takes was de band tevreden: [filmpje]



De zeven secties van Good Morning Good Morning
Wie Good Morning Good Morning van het Sgt. Pepper-album wel eens vrolijk op tafel meetikt, is er vast al eens achtergekomen dat ook in dat nummer ritmisch gezien hele gekke dingen gebeuren. Misschien is het leuk om hier even de structuur van het nummer vanuit Wikipedia in te sluiten. Dat zegt alles over de 7 stukken waarin het liedje verdeeld is:

A: 4,4,4,4,4 (introduction: five bars, 20 beats)
B: 5,5,5,3,4,5,4,3,3,4,4 (eleven bars, 44 beats)
C: 5,5,5,3,4,4,4,4,4,4 (contains refrain: ten bars, 42 beats)
B: 5,5,5,3,4,5,4,3,3,4,4 (eleven bars, 44 beats)
C: 5,5,5,3,4,4,4,4,4,4 (contains refrain: ten bars, 42 beats)
B: 5,5,5,3,4,5,4,3,3,4,4 (eleven bars, 44 beats)

A: 4,4,4,4,4,4 (end: six bars, 24 beats, with fade out bar)

Met de geïsoleerde drum-track van het nummer kun je dus bovenstaand schema meetellen: [filmpje]




Here Comes The Sun
Natuurlijk mogen we het huzarenstukje dat George Harrison uithaalde in Here Comes The Sun hier ook niet vergeten. Waar Lennon zijn maatsoorten intuïtief omgooide, deed George Harrison het bewust. Tijdens het Sun, sun, sun, here it comes-thema gaat de vierkwartsmaat op de kop en komt er een 11/8, 4/4, 7/8-structuur om de hoek kijken. We spelen dit mooie nummer ook met mijn bandje de Dames van Adel en inmiddels zit dit er goed in, maar wie het liedjes niet zijn DNA heeft zitten, moet er even aan wennen. Ringo Starr vertelde in de mooie documentaire Living In The Material World hoe hij zelf even zijn weg moest vinden met dit door Harrison ingebrachte Indiase ritme: [filmpje]



Dit zijn de nummers die mij te binnen schoten bij het denken aan afwijkende maatpatronen in Beatlesnummers. Welke ben ik vergeten? Vullen jullie me aan?

zaterdag 30 september 2017

Waar komt de zeldzame Beatles-opname van What Goes On vandaan?

Heel soms gebeurt het nog wel eens. Dan duikt er een Beatles-opname op die we écht niet kennen. Met "we" bedoel ik: de mensen die werkelijk álles van de band gehoord hebben. Tot die groep reken ik mezelf niet. Natuurlijk ken ik de nodige opnamen die niet op de officiële albums terechtkwamen, maar ik heb nog nooit alle outtakes gehoord die in het officieuze circuit beschikbaar zijn. Dat realiseerde ik me toen ik een tijdje geleden tegen Jan Cees ter Brugge zei dat ik werkte aan een blogje over het Harrison-nummer Old Brown Shoe. Met één druk op de knop stuurde hij me, ter informatie, minstens dertig tracks vol repetities en outtakes. Machtig interessant, maar ik verzamel het niet. Het is te veel om te bewaren maar het helpt bij het schrijven van zo'n blog.


Een zeer bijzondere opname
Deze week gebeurde er iets bijzonders. Hebben jullie het nieuws gelezen? Er dook een premature versie op van het Beatles-nummer What Goes On. Een versie die zich écht niet in de verzameling van die hard-collectors als Jan Cees bevindt. Dus dat was wel even een nieuwtje. Wij Beatles-fans vinden het sensationeel als zo'n lang begraven schat ineens wordt opgedelfd. Je kunt je er niet op voorbereiden, ineens is er het nieuws dat er iets is opgedoken. Meestal bij een veilinghuis of op een plek waar online geboden kon worden. Zo ook deze week dus, met dat luchtige mopje in country-sferen dat volgens John Lennon al eind jaren '50 geschreven werd.

De acetate die momenteel op E-Bay aangeboden wordt


Acetates zijn zeldzaam
Het betreft een zogenaamde acetate. Dat is, als ik het helemaal juist heb, een snel vervaardigde plaat die vanaf de jaren '30 tot in de jaren '60 in de studio in een kleine oplage gemaakt kon worden. Soms zelfs als enkel exemplaar. De plaat kon meegegeven worden aan de artiest (als demo) of snel zijn weg vinden richting een radiostation om alvast gedraaid te worden. Een werk- of promotie-exemplaar dus. Acetates waren zeer kwetsbare plaatjes, lang niet zo sterk als officieel geperste singles en elpees. Ze kregen krassen en braken bijzonder snel in stukken. Dat is wellicht de reden dat ze relatief zeldzaam zijn. Een gebruiksvoorwerp met een korte levensduur. 


John nam What Goes On al in 1963 op

Andere tekst
De acetate waarop een demo van What Goes On the horen is, overleefde blijkbaar vele tientallen jaren. Bijna 55 om precies te zijn. En dat is redelijk uniek te noemen. Op het kwetsbare schijfje is een demo te horen van het liedje dat Ringo Starr op het in 1965 verschenen album Rubber Soul zou zingen, maar het nummer is dus veel ouder. Op de opname horen we John Lennon, met gitaar, die zijn compositie zelf inzingt. Paul McCartney zingt de tweede stem. Opmerkelijk is dat het nummer nog heel anders klinkt dan de versie die Ringo zou zingen. Het couplet is anders, evenals de tekst. In het fragment dat slechts 33 seconden duurt, krijgen we alleen een gevoel van herkenning bij het refrein.

Ringo mocht het uiteindelijk zingen

Afkomstig van de Harrison-familie? Echt?
De vraag is natuurlijk: waar komt dit sensationele stukje Beatlesgeschiedenis nu ineens vandaan? Dat blijft voor mij een beetje vaag. Op internet lees ik dat het in 2012 via "de familie Harrison" al eens op een veiling is aangeboden. Het lijkt me onwaarschijnlijk dat Georges vrouw Olivia en zoon Dhani, die zeer zorgvuldig met de "Collectie Harrison" omgaan zomaar een acetate aanbieden. Ze koesteren alles dat in de archieven op het landgoed Friar Park ligt. Sterker nog: er wordt momenteel een echt archief gebouwd en een archivaris aangesteld om alles rond de creatieve nalatenschap en het statige landhuis met de tuinen zorgvuldig voor het nageslacht te bewaren. Op de Facebook-pagina van Beatlesfanclub NL las ik dat George Harrison de acetate destijds al aan zijn broer Harry cadeau had gedaan. Dat verklaart de manier waarop het plaatje destijds zijn reis is begonnen.


Het bedrag loopt op
Wat er daarna mee gebeurde, is niet duidelijk. Wel dat de acetate momenteel op eBay staat en dat aanbieder Parlogram (over 30 years buying and selling rare vinyl) het schijfje aanbiedt. Mogelijk namens een particulier. Dat zou ook nog kunnen. Er kan nog even op geboden worden en op het moment van schrijven staat de prijs inmiddels op 5100 pond. Ik verwacht dat daar nog wel wat bij komt. Je vraagt je af of het officiële Apple niet zal proberen dit bijzondere stukje historie aan de officiële Beatlescatalogus toe te voegen. Wellicht kan het daarmee ook ooit nog als Beatles-release worden uitgebracht. Ik wacht met belangstelling af wat er gaat gebeuren.



De opvolger van Please Please Me
De officiële versie van What Goes On werd trouwens op 4 november 1965 opgenomen en verscheen krap een maand later op het album Rubber Soul. Het nummer kreeg een echte country-feel en wellicht mocht Ringo, die gek was op het genre, het mopje daarom zingen. Ringo schreef zelfs een beetje mee aan de uiteindelijke versie. Oorspronkelijk moest What Goes On de opvolger worden van Please Please Me, de eerste echte grote Beatles-hit. Daar kwam het niet van. Het zou op 5 maart 1963 worden opgenomen, maar die dag was er simpelweg te weinig tijd over, nadat From Me To You, Thank You Girl en een vroege versie van One After 909 op tape waren gezet. Vermoedelijk werd het liedje daarna een beetje vergeten. De pas opgedoken acetate laat ons horen hoe het oorspronkelijk klonk. Alsof we naast Lennon en McCartney zitten. Het levert vast een lichte huivering op bij menig Beatles-liefhebber. Mooi hoor, luister maar mee! [filmpje met geluidsfragment]





zaterdag 23 september 2017

Yer Blues: de enige echte bluessong die The Beatles opnamen?

Het ging niet zo heel lekker met John Lennon, toen hij begin 1968 met de overige Beatles een aantal weken bij de Maharishi in India verbleef. In tegenstelling tot wat je zou verwachten misschien, maar alle verhalen hebben een buitenkant en een binnenkant. Als we naar de beelden van het meditatiekamp van The Beatles in India kijken, zien we een paradijselijk tafereel. Mooi weer, prachtige natuur, een groep hippies met hun goeroe, die hun dagen mediterend, componerend en rustend doorbrengen. Ver van de bewoonde wereld en opdringerige fans. Terug naar de basis. Maar Lennon was eenzaam en in de war. Hij stond op een kruispunt in zijn leven, dat er al snel heel anders uit zou zien. In die periode schreef hij dan ook het enige echte bluesnummer dat The Beatles al band ooit zouden opnemen.





India inspireerde
Nadat The Beatles in augustus 1967 een lezing van de Maharishi in Londen hadden bijgewoond, was hun interesse voor diens leer van de Transcedente Meditatie (TM) gewekt. De groep volgde de Indiase goeroe kort daarop naar Bangor in Wales om tijdens een seminar verder kennis te maken met het meditatieprogramma van de kleine Indiër. In februari 1968 dook de band nog dieper onder voor een wekenlange retraite in de heuvels van Rishikesh in India. De rust en de ruimte inspireerden de bandleden tot het schrijven zo'n 30 nieuwe songs, waarvan er een groot aantal op het album The Beatles, ofwel: The White Album terecht zouden komen. Dat album bestaat volgend jaar 50 jaar en er zal, net als voor Sgt. Pepper, veel aandacht voor zijn, vermoed ik. Alleen al omdat The Analogues het volledige album live gaan spelen in dit nieuwe theaterseizoen. Met Jan Cees ter Brugge mag ik de voorstelling in de Deventer Schouwburg op 9 februari gaan inleiden. Binnenkort starten we met de voorbereidingen om er weer iets moois en bijzonders van te maken.

In India


Urenlang mediteren
Terug naar India, 1968. Daar bestond het programma van de Maharishi onder andere uit lange meditatiesessies. Ieder moest zo'n 8 uur per dag voor zichzelf mediteren. Een enorme opgave voor sommigen en een activiteit die je behoorlijk op jezelf terugwerpt. John Lennon zei ooit in een interview over de retraite: Het grappige was dat het er allemaal heel mooi was en ik zo'n 8 uur per dag mediteerde, maar dat ik toch depressieve nummers schreef. In Yer Blues schreef ik: I'm so lonely, I want to die. Zo voelde ik dat.

McCartney en Lennon met Donovan in de ashram


Lennon linkte naar Dylan
In zijn poging om een een echt bluesnummer te schrijven, zocht John (zoals wel vaker) naar inspiratie in liedjes van anderen. Zo verwijst hij in de tekst van Yer Blues, het bluesnummer dat hij schreef, naar het karakter Mr. Jones uit de Bob Dylan-song Ballad of A Thin Man:

But something is happening here and you don't know what it is
Do you, Mr. Jones?
(Dylan)

The eagle picks my eye
The worm he licks my bones
I feel so suicidal
Just like Dylan's Mr. Jones
(Lennon)


Yer Blues paste in de tijd
Met zijn kersverse bluesnummer wilde Lennon niet alleen uiting geven aan zijn zwaarmoedige gevoelens, maar schreef hij tevens een song die erg paste in de popmuziek van 1968. De blues was namelijk weer helemaal in de mode en in het bijzonder de (elektrische) bluesrock. Het decennia-oude genre werd vanaf 1967 door Britse bands als Fleetwood Mac en Cream nieuw leven ingeblazen, met een stevigere elektrische sound. Het trage, slepende Yer Blues bevat een prominente elektrische gitaarpartij die zo dik aangezet is, dat deze bijna een bluescliché genoemd kan worden. 

Cream 1968: British Blues


Eerst akoestisch
In mei 1968, toen The Beatles allemaal weer terug waren uit India, nam de band een aantal demo's op van de pasgeschreven song. Dat gebeurde in Kinfauns, de bungalow van George Harrison. Tijdens deze Kinfauns-sessies, werd ook een akoestische versie van Yer Blues vastgelegd. Het nummer, waarbij Lennon zijn stemdubbel opnam en zichzelf op akoestische gitaar begeleidde had hier nog een heel ander karakter dan het eindresultaat: [filmpje]





Blues in de bezemkast
Op 13 augustus 1968 namen The Beatles de definitieve versie van Yer Blues in de EMI Studio's aan Abbey Road op. Niet in de bekende Studio 2, maar in een soort "bezemkast" die direct grensde aan de enorme studioruimte. In die piepkleine ruimte, die normaal gesproken voor andere doeleinden werd gebruikt, paste net een drumkit en konden de versterkers op elkaar gestapeld tegen de muur staan. The Beatles propten zichzelf er als band in om, bijna op elkaars tenen staand, Yer Blues er uit te knallen. Het doel van dit bijzondere experiment was, om een heel dik en vet geluid te creëren, dat de luisteraar bovendien het gevoel zou geven er zelf "bovenop" te staan. Ringo vond het fantastich. Het deed hem denken aan de begintijd van de band, in de Cavern Club. Tijdens de sessie speelde McCartney niet op zijn Höfner- of Rickenbacker-bas, maar hing hij zijn Fender Jazz Bass om. Iets dat niet zo heel vaak gebeurde. 

McCartney met zijn Fender


Sterke liveversie door een supergroep
Hoewel The Beatles als band niet meer live optraden, speelde John Lennon nog wel een ijzersterke liveversie van Yer Blues. Niet lang na het verschijnen van de track op The White Album werkte John mee aan een project van The Rolling Stones, die in december 1968 onder de noemer Rock 'n' Roll Circus twee liveconcerten in een circustent lieten filmen. Lennon was te gast, net als acts als The Who en Jethro Tull. Met de gelegenheidsband The Dirty Mac, bestaand uit Lennon, Eric Clapton, Mitch Mitchell en Keith Richards stond er ineens een supergroep op het podium, die wel raad wist met de blues van Lennon. Na een korte introductie waarin Lennon en Jagger wat grappen uitwisselen, is een sterk gespeelde versie van Yer Blues te zien. Beter dan The Beatles dit genre zelf ooit hadden kunnen spelen: [filmpje]