vrijdag 20 maart 2026

In het boek The Velvet Mafia lees je hoe John Lennon met zijn auto inreed op Brian Epstein

Wat hebben Brian Epstein, Larry Parnes, Joe Meek, Lionel Bart en Robert Stigwood gemeen? Dat we ze kunnen rekenen tot de zogenaamde Velvet Mafia. Een netwerk van invloedrijke, homoseksuele en veelal joodse mannen; managers en impresario's, in de Britse entertainmentwereld van de vorige eeuw. Een groep vakgenoten die op zichzelf niet afwijkt van elk heteroseksueel 'old boys network' dat we nog steeds kennen, echter...hun homoseksuele geaardheid maakte deze heren tot een kwestbare en maatschappelijk gezien gemarginaliseerde groep. Ondanks de lastige positie van waaruit zij hun dromen en ambities wilden waarmaken, lukte het hen om succesvolle ondernemers te zijn. Zonder hen had de Britse entertainmentindustrie er waarschijnlijk heel anders uitgezien. Denk alleen al aan wat er van The Beatles terecht zou zijn gekomen, als Brian Epstein er niet was geweest. 



Belangrijke motor
De levens van deze mannen zijn uiterst vakkundig in kaart gebracht en geweldig goed omschreven in The Velvet Mafia: The Gay Men Who Ran The Swinging Sixties. Auteur Daryl Bullock, gespecialiseerd in LGBTQ+ onderwerpen binnen het domein van de muziek- en kunstgeschiedenis, deed uitgebreid onderzoek naar deze vijf mannen en het bredere netwerk waarin zij zich medio twintigste eeuw voortbewogen. Dat resulteerde in een doorwrochte geschiedschrijving van een subcultuur die voor veel mensen op het eerste gezicht als 'niche' kan voelen, maar zich al snel openbaart als een belangrijke motor achter de Britse entertainment-industrie. Auteur Daryl Bullock was zelf een onderzoeker en schrijver van formaat. Hij overleed nog maar pas geleden, op 23 december 2025, 60 jaar oud. Naast The Velvet Mafia publiceerde hij boeken over queer-personen in de blueswereld, LGBT-activisme in de enterainmentwereld en nog een aantal aanverwante werken over het onderwerp. Zijn werk werd bekroond met de Penderyn Prize en deze maand verschijnt, posthuum, Love and Fury: The Extroardinary Life, Death and Legacy of Joe Meek.


Joe Meek



Larry Parnes als schakel
Daryl Bullock was zelf groot Beatlesliefhebber en wilde altijd al een boek schrijven over zijn favoriete band. Maar omdat er van The Beatles al zoveel aspecten belicht waren, zocht hij naar een originele invalshoek. Dat bracht hem op het idee voor The Velvet Mafia. Bullock startte zijn zoektocht bij Larry Parnes (1929-1989). Feitelijk was Parnes zo'n beetje de eerste grote manager in de Britse pop-scène, van vroege sterren als Tommy Steele en Marty Wilde (de vader van zangeres Kim). Daarna contracteerde hij artiesten als Billy Fury, Johnny Gentle, Georgie Fame en Joe Brown. Via Tommy Steele kwam Parnes in contact met componist Lionel Bart (1930-1999), die veel composities-op-bestelling leverde voor de pop- en musicalwereld. Het nummer Living Doll en de volledige musical Oliver waren van zijn hand. Het was met name Larry Parnes, als centrale figuur, die de schakel vormde tussen Brian Epstein, de innovatieve producer en componist Joe Meek (1929-1967) en Lionel Bart. Later verscheen impresario en filmproducent Robert Stigwood (1934-2016) ten tonele. Hij had zich vanuit Australië in 1955 in Londen gevestigd. Joseph (Sir Joe) Lockwood staat weliswaar niet op de cover van het boek, maar ook de EMI-baas speelde een rol in The Velvet Mafia. Zijn naam kennen we natuurlijk uit het Beatlesverhaal.

 

Auteur Daryl Bullock

The British Impresario's Guild
Hoewel het de leden van The Velvet Mafia zakelijk voor de wind ging, leidden zij vaak roerige privélevens. Omdat homoseksualiteit in Groot-Brittannië tot in 1967 strafbaar was, moesten zij een deel van hun leven verborgen houden. Dat zorgde voor afwijzing, eenzaamheid en soms risicovolle ontmoetingen. Chantage, mishandeling of het overtreden van de wet... er was altijd een vorm van dreiging op de achtergrond aanwezig. We kennen de verhalen van Brian Epstein en de tragische manier waarop hij uiteindelijk de grip op zijn (zakelijke) leven kwijtraakte. Al voordat Brian stierf aan een overdosis, had Joe Meek zichzelf, in februari 1967 van het leven beroofd, na een ruzie met zijn hospita die hij eerst had doodgeschoten. Niet voor alle leden van The Velvet Mafia was hun succes een garantie voor levensgeluk. Ondanks de onderlinge concurrentie was er toch ook veel samenwerking. De mannen hadden elkaar én het grotere Britse muzieknetwerk nodig om succesvol te worden en te blijven. Dat blijkt ook uit een mooie foto die ik aantrof in het boek, genomen in oktober 1964. Daarop zijn onder andere Larry Parnes, Don Arden en Tito Burns te zien, die zich rond de eettafel van Larry Parnes scharen en een gezamenlijk contract tekenen waarmee ze The British Impresario's Guild oprichten. 
 

Brian Epstein



Het regent connecties
Omdat de auteur zijn huiswerk zó goed heeft gedaan, regent het namen en connecties. Zo veel, dat het me af en toe duizelt. Maar dat is eigenlijk het enige dat ik op dit interessante boek aan te merken heb. Maar het is ontzettend goed en meeslepend geschreven en doet je beseffen hoe juist deze mannen, vanuit hun kwetsbare 'underdog-positie' verantwoordelijk waren voor grote veranderingen in de Britse popcultuur. Denk daarbij ook aan Joe Flannery, over wie ik eerder schreef. En ja, vrouwen waren er ook. Bijvoorbeeld Vicki Wickham, de manager van Dusty Springfield, onderdeel van datzelfde gay network in Londen. In ieder geval komt het leven van Brian Epstein en zijn geschiedenis met The Beatles en z'n andere acts prominent aan bod. Belangrijk voor ons, als Beatlesfans. 



Een ruzie met Lennon
In The Velvet Mafia las ik daarover regelmatig dingen die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat Brian Epstein kort voor zijn dood een aanvaring had met John Lennon. Zo verklaarde Clive Kelly, die Brian ooit in 1958 ontmoette in een gay club in Blackpool en later regelmatig optrad als zijn bodyguard, dat hij de Beatlesmanager kort voor zijn dood sprak. Epstein belde hem op, met de vraag om naar zijn woning aan het Londense Chapel Street te komen. Daar trof Kelly hem gehavend aan: bont en blauw, met een aantal kleine snijwonden. Eerder die dag had Lennon Epstein gebeld, met de vraag of Brian voor een zakelijke bespreking naar Weybridge wilde komen. Toen Brian geen gehoor kreeg aan het hek, parkeerde hij zijn auto op straat en liep hij zelf de oprijlaan op. De ontmoeting met Lennon eindigde met een woordenwisseling, waarna John Brian de deur wees, maar daarbij ook nog eens in zijn auto sprong en op hem inreed, om hem zo snel mogelijk te verjagen. Wellicht speelden drugs een rol. Het voorval raakte Epstein in ieder geval diep, zowel fysiek als mentaal. Die nacht bleef Clive Kelly bij Brian slapen, om hem een gevoel van veiligheid te geven. De bodyguard herinnert zich hoe Epstein vanuit zijn bed wees naar een aantal ingelijste foto's van de Queen's Guards, met de woorden: "Zij zullen me wel beschermen tegen John." Ik vond dat een even tragisch als fascinerend detail over de doorgaans zo goede verstandhouding tussen Lennon en Epstein. Wanneer je vervolgens weer uitzoomt, zet The Velvet Mafia het leven van Brian Epstein in een fascinerend perspectief, dat beslist het nodige toevoegt aan de geschiedschrijving rond The Beatles.


The Velvet Mafia: The Gay Men Who Ran the Swinging Sixties / Darryl W. Bullock, 304  pagina's, verscheen bij Omnibus Press op 4 februari 2021. In de podcast 'Beatles Books' kun je luisteren naar een interview met de auteur

 

zaterdag 28 februari 2026

De wedergeboorte van Paul McCartney na The Beatles: de documentaire en... het stripboek

Velen van jullie zagen afgelopen week de nieuwe McCartney-documentaire Man On The Run in de Nederlandse filmhuizen en bioscopen: een portret van Paul McCartney en zijn gezin, met beelden en verhalen uit de periode na het uiteenvallen van The Beatles. Omdat de documentaire slechts zeer beperkt op het witte doek te zien was, lukte het mij zelf niet om te gaan. Maar ik genoot van jullie recensies, verslagen en reflecties op dit portet. Inmiddels is Man On The Run ook verschenen bij Amazon Prime. 




Geen nieuwe inzichten, wel feelgood
Uit diverse blogs en andere verslagen begrijp ik dat de documentaire geen echte nieuwe inzichten biedt, maar vooral ontroert door de prachtige privébeelden die de McCartneys van hun leven buiten de spotlights maakten. In Londen en vooral ook op het platteland van Schotland. Totale feelgood, al maakte McCartney na het uiteengaan van The Beatles natuurlijk ook donkere maanden door. Maanden waarin hij de whiskyfles te vaak aan zijn mond zette. Het was Linda die hem, in de Schotse natuur, weer met beide benen op de grond zette.

 



De strip van Hervé Bourhis

Grappig genoeg las ik vorige week wél het stripboek Paul: de wederopstanding van James Paul McCartney (1969-1973), van de Franse tekenaar Hervé Bourhis. Het lag al een tijdje op me te wachten, omdat ik het eind vorig jaar al voor m'n verjaardag kreeg. Maar voor zo'n pareltje moet je écht even goed de tijd nemen. Al eerder, in mei 2024, schreef ik trouwens over het werk van striptekenaar Hervé Bourhis. Want ook zijn boek Terug naar Liverpool, dat hij uitbracht met Julien Solé, vond ik erg mooi en kundig gemaakt. 



Kenners-feitjes

In Paul geeft Bourhis een visuele, ietwat poëtische interpretatie van McCartney's leven in de eerste vijf jaren na het uiteengaan van The Beatles. In ruim 80 pagina's laat de kunstenaar ons een kijkje nemen in het hoofd van McCartney. Natuurlijk is het allemaal interpretatie, maar Bourhis is een Beatlesliefhebber én -kenner pur sang. Hij baseert zijn strips op goed bronnenonderzoek en brengt daarbij graag de zogenaamde 'kenners-feitjes' naar voren. Zijn verhalen zijn nooit echt cliché, en doorspekt van humoristische twists. Zo neemt de tekenaar in het verhaal een aanloopje op het uiteenvallen van The Beatles door te schrijven over de opgedoken audio-opname van 8 september 1969. Daarop zijn John, Paul en George te horen, terwijl ze vergaderen over de toekomst van de band. Omdat Ringo afwezig is, krijgt die de opname later toegespeeld. Een sensationele ontdekking destijds, waarover Beatles-autoriteit Mark Lewisohn voor het eerst vertelde in zijn theatercollege Hornsey Road.

De bewuste scène. Ik las het boek overigens in het Nederlands.



Losse tekenstijl
Het zijn precies dit soort verhalen die de boeken van Hervé Bourhis voor de goed ingevoerde Beatlesliefhebbern zo genietbaar maken. Het zijn de details die het 'm doen. In Paul zien we vervolgens hoe Ringo met de bekende brief bij Paul thuis verschijnt. In die brief krijgt Paul het verzoek van de overige drie Beatles om de release van zijn solo-album uit te stellen, ten gunste van het Let It Be-album. Daarna lezen we hoe Paul en John elkaar bestoken in venijnige nummers, hun ruzies weer bijleggen en elkaar tijdens John's Lost Weekend intensiever spreken. Ondertussen groeit het gezin van McCartney en klimt Paul mentaal uit een dal van onzekerheid. De losse tekenstijl en kleurrijke illustraties, vaak op A4-formaat, nemen je in razend tempo mee door de eerste helft van de jaren 70. Anders dan de titel doet vermoeden, laat Bourhis Paul los wanneer hij in 1976 met Wings weer commercieel aan de top staat.



Herwonnen autonomie
Hoewel de meeste aandacht deze dagen uitgaat naar de documentaire Man On The Run, is juist dit stripboek een ontzettend leuke en kwalitatieve aanvulling op het verhaal van de wederopstanding van McCartney. Samen vormen Man On The Run en Paul een gelaagd portret van McCartney's eerste stappen na het uiteengaan The Beatles. Een tijd van twijfel en het moeten herwinnen van zelfvertrouwen. Misschien vind ik juist daarom die eerste jaren in de seventies wel de meest interessante periode uit McCartney's leven. In privé en professioneel opzicht.

Leuk voor in elke Bealtesverzameling!

zaterdag 7 februari 2026

Waarom de nieuwe Disney+ versie van Anthology mij trots maakte en verbijsterde

Beter had ik het nieuwe jaar niet kunnen beginnen: in januari besloot ik op streamingsdienst Disney+ de gloednieuwe versie van The Beatles Anthology te kijken. Om het dertigjarig bestaan van het officiële Beatlesproject te vieren, kondigde Apple in de loop van 2025 namelijk een aantal nieuwe releases aan. Van een complete boxset, van het boek en ook van de opgepoetste documentairereeks, via Disney dus. 

Idee van Neil Aspinall
Anthology kent een lange geschiedenis, die eigenlijk al stamt uit 1970. Want kort na het uiteenvallen van The Beatles vatte voormalig roadmanager en 'Apple executive' Neil Aspinall het plan op om zoveel mogelijk beeldmateriaal van de band veilig te stellen. Voor een documentaire waarin de bandleden voor het eerst zélf hun verhaal zouden vertellen. The Long And Winding Road, zo moest het document gaan heten. Het werd een long and winding road, want uiteindelijk zou het tot november 1995 duren voordat de documentaire voor het eerst op de Britse televisie werd uitgezonden. Op video, laserdisc en (later) dvd verschenen langere versies van de toch al omvangrijke vertelling van het Beatlesverhaal.



Eigentijdse versie
Fast forward naar november 2025. Want vorig najaar, dertig jaar na dato, verscheen de geactualiseerde, vlottere en opgeknapte versie van Beatles Anthology. De oorspronkelijke delen waren opgeknipt in acht afleveringen én er was zelfs een negende deel aan toegevoegd, met bonusmateriaal. De release laat zien dat Paul en Ringo, samen met de erven Lennon en Harrison, overduidelijk bezig zijn met hun legacy. Al zijn de twee overgebleven Beatles kwieke tachtigers, en symbolisch gezien nu al onsterfelijk, ook zij zijn zich ongetwijfeld bewust van hun eindigheid. En als je het verhaal van je band, dat door zoveel anderen is opgetekend en verteld, zelf nog één keer door wilt geven, dan is het inmiddels de hoogste tijd.

Vergelijkingen
Al vanaf de eerste dagen waarin de 2025-versie op Disney+ te zien was, stond het internet vol met vergelijkingen tussen de oude en deze vernieuwde versie. Ik zag zelfs montages waarin ik in één oogopslag de oorspronkelijk en huidige start van de documentaire (op de klanken van In My Life) kon vergelijken. Al direct werd me duidelijk dat er vanuit Apple veel aandacht is besteed aan deze nieuwe versie. Er is zelfs sprake van korte nieuwe, of verlengde scènes, ten opzichte van de langste Anthology-versie (de director's cut) die in het bootleg-circuit schijnt te circuleren. Hier en daar is er wat getweakt. Zo vinden we bijvoorbeeld de Yellow Submarine-demo terug, die lang na de oorspronkelijke Anthology-docu werd ontdekt: John Lennons akoestische, folk-versie, waarin hij zingt over "the place where I was born," en waar "no one cared".


Ingekort
Geheel passend in het huidige tijdsgewricht, en wellicht bij een jonger kijkerspubliek, is Anthology ook ingekort. Twee uur maarliefst. Maar wel op een slimme manier. Zo is bijvoorbeeld de stem van een interviewer als Jools Holland niet meer te horen en zijn de quotes van de vier Beatles-als-vertellers vaker als voice over onder de beelden van clips, optredens en andere scènes gezet. In de oude versie was het én-én, zagen we John, Paul, George en Ringo ook vaker zelf vertellend in beeld. En al worden de verhalen rond sleutelfiguren als Stuart Sutcliffe, Pete Best en Brian Epstein nog steeds nauwelijks uitgediept, toch voelt Anthology in de huidige versie van acht uur als een diepgaande vertelling van het Beatlesverhaal. Door The Beatles zélf.


Het eigen verhaal
Daarin zit wat mij betreft nog steeds de kracht van de documentaire: de enorme focus op de eigen beleving van The Beatles. Het verhaal zoals zij, en slechts enkele anderen (onder wie George Martin en Neil Aspinall), dat vanuit het oog van de storm beleefden. Met nog steeds veel, heel veel ruimte voor de manier waarop de band zich muzikaal ontwikkelde. Net als voor de opwaartse muzikale lijn, versus de (uiteindelijk) neerwaartse lijn als live-band. Het is haarfijn duidelijk waarom het toeren niet houdbaar bleek en welke ongelofelijke muzikale ontwikkeling daarop volgde. Hoe de band zichzelf steeds opnieuw uitvond. Want The Beatles waren altijd hun tijd nét iets vooruit. Omdat ze niet achterom keken, niet in het verleden bleven hangen en de tijdsgeest perfect aanvoelden. Progressieve geesten.


Progressieve blik
Die progressieve aanpak en 'het aanvoelen van de tijdsgeest' zie ik ook terug in enkele keuzes die Paul, Ringo en de erven Lennon en Harrison maakten in de montage. Zo werden onnodig stigmatiserende en lacherige opmerkingen over homoseksuele Franse jongens die in 1964 naar The Beatles kwamen kijken en 'the fat lady' in Magical Mystery Tour verwijderd. Prima, wat mij betreft. Ze zijn inmiddels ingehaald door de manier waarop we nu, met meer respect, over elkaar praten. Het verwijderen van die tussenzinnen doet namelijk op geen enkele manier afbreuk aan het vertellen van het verhaal van The Beatles. Zolang Paul en Ringo zelf nog aan het roer staan van een documentaire waarin ze hun eigen verhaal vertellen, vind ik dat goede en zelfs respectvolle keuzes. Bovendien laten de twee nog levende Beatles hiermee zien dat zij een nieuwe generatie kijkers niet willen voeden met stigmatiserende opmerkingen. Wat het verschil is tussen benoemen en bespotten. Dat zij, als nog levende Beatles, nog steeds empathische en progressieve denkers zijn en meegaan met hun tijd. Peace and love. Dat is waar het altijd om draaide bij The Beatles. Deze keuzes verdienen wat mij betreft een groot compliment.


Ontroerend
In de bonusaflevering zien we de (tweede generatie) Beatlesvrouwen prominenter in beeld. Zo is de homevideo-opname, van een ontmoeting in de jaren negentig, met Linda McCartney, Olivia Harrison en Barbara Bach, warm en ontroerend. Als kijker denk je: "We hadden eens moeten wéten, wat zich in die tijd allemaal achter de schermen van het maakproces van Anthology speelde. Wauw." Dat voel ik ook bij het zien van de nieuwe beelden waarop je The Threetles ziet sleutelen aan de demo-tapes van John Lennon, beschikbaar gesteld door Yoko Ono. Hoe meer je ziet, hoe duidelijker het wordt dat het in elkaar zetten van deze laatste Beatlesnummers niet eenvoudig was. Laat staan zonder slag of stoot ging. Toch is er ook die haast vanzelfsprekende, vertrouwde interactie. Bijvoorbeeld als Paul en George het gitaararrangement van Now and Then bespreken. Ze hebben het over de countermelodie, waarvoor ze geïnspireerd worden door een passage uit Come Together: "Weet je nog.....zoiets hè.....ja tuurlijk...." Alsof de tijd heeft stilgestaan.

Wijsheid
Alleszeggend vond ik de scène waarin we Paul, George en Ringo gezamenlijk zien zitten in Studio 2. Had Anthology ook al in 1975 gemaakt kunnen worden, zo luidt de vraag. Nee, klinkt het antwoord. In die tijd lagen de verhoudingen ingewikkelder en was er, op z'n minst gezegd, een minder frequent contact tussen alle vier de Beatles. Als George grapt dat hij nu een toernee voor zich ziet, samen met Paul, langs grote stadions, lijkt laatstgenoemde zich het in een flits voor zich te zien. Hoopvol als altijd. Maar dan zet Ringo iedereen weer met beide benen op de grond: "Dan ga ik wel mee. Als scheidsrechter." Het zegt alles. Want daarom was het weliswaar visionair dat Neil Aspinall al in 1970 was begonnen met Anthology, maar terecht dat we pas in 2025 deze ultieme versie van de documentaire kunnen zien. Prachtig gerijpt door de tijd. Met ruimte voor relativering en wijsheid. Het heeft de trots én verbijstering, over dat wonderlijke Beatlesverhaal, bij mij alleen maar aangewakkerd.


Met dank aan Wibo Dijksma, die me in de gelenheid stelde deze nieuwe Anthology-versie te zien.