Posts tonen met het label Give Peace A Chance. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Give Peace A Chance. Alle posts tonen

zaterdag 18 januari 2020

Nog even over John & Yoko in Denemarken: ik kreeg post uit Denemarken! (of: over het onbekende Lennon-nummer Radio Peace)

Regelmatig krijg ik de meest hartelijk en aardige e-mails van bloglezers. De afgelopen weken zaten daar twee berichten uit Denemarken bij. Jaap van Vliet mailde me dat hij zelf woonachtig is in Denemarken en dat het 50-jarig jubileum van John en Yoko's bezoek, rond de jaarwisseling van 1969/1970, ook in de Deense pers gememoreerd is. Jaap stuurde me nog wat foto's en informatie. Ook voegde hij een heel leuk avontuur toe, van een 16-jarige jongen, die destijds tot de Lennons wist door te dringen. Op zoek naar een verhaal voor zijn schoolkrant. Al met al kreeg ik nog meer inzicht over het hoe en waarom van de gebeurtenissen in Noord-Jutland. Veel dank, Jaap! Ook dank aan Harry Sluijter, die me mailde dat hij vroeger veel in die omgeving bij vrienden verbleef. Van een goede vriendin had hij al eens het verhaal gehoord dat de dorpskapper John en Yoko ooit gekortwiekt had. En zo raakt de Beatlesgeschiedenis nog steeds aan allerlei persoonlijke herinneringen en ervaringen van lezers. Mooi!




Puzzelstukjes op hun plek
In mijn kerstblog schreef ik over het huis waar de Lennons die winterse weken in Denemarken verbleven. Toen ik er afgelopen september rondliep, probeerde ik aan de hand van een interieurfoto na te gaan of er iets veranderd was op die plek. Ik kwam er niet goed uit, tot in een vriendelijk mailtje ontving van de bewoners: het gebouw uit 1969 was gesloopt en zij woonden in een pand dat er pas na die tijd was neergezet. Door de informatie die Jaap van Vliet me stuurde, weet ik inmiddels meer over dat oorspronkelijke pand. Ook begrijp ik waarom Tony en Melinda Cox (Kendall) juist dáár neerstreken. Langzaam vallen de puzzelstukjes op hun plek!


Geen boerderijtje maar een pastorie
Eerst nog eens even over de verblijfplaats van de Lennons. Dat bleek geen boerderijtje te zijn, maar een vrij groot complex, genaamd Kettrup. Het was een oude pastorie, die dezelfde naam droeg als de parochie Kettrup, behorende bij de Deense volkskerk en bisdom Aalborg. Het parochiehuis was ten tijde van John en Yoko's verblijf in gebruik als filmschool. Dat verklaart misschien ook waarom filmmaker Tony Cox er met zijn vrouw een woonruimte kon huren. Wellicht vanwege internationale contacten in de filmwereld. Hoe dan ook, de familie Cox streek er neer en kon de Lennons er bijna een maand onderdak bieden. 

Kettrup, het oude parochiehuis waar de Lennons verbleven.

Tony en Melinda werkten voor de universiteit
Uit de informatie die ik ontving, kreeg ik ook het antwoord op de vraag waaróm Tony en Melinda naar Noord-Jutland verhuisden. Het stel was namelijk door de Nordenfjord Werelduniversiteit in het nabijgelegen Thy aangesteld als leraren. Uit een artikel op de website van het archief van Thy begreep ik dat de universiteit op humanistische waarden gestoeld was. Ook blijkt dat de woonlocatie van Tony en Melinda te klein werd bevonden voor een persconferentie, hoewel de pers de Lennons na een week daar wist te traceren en maar blééf aankloppen. De lange toegangsweg, die vanaf de doorgaande weg naar het huis kronkelt (ik reed hem zelf afgelopen najaar) werd op een gegeven moment geblokkeerd, om nieuwsgierige journalisten op afstand te houden. Volgens de lokale pers zouden minstens 100 journalisten, vanuit allerlei landen, een poging hebben gewaagd de Lennons te bezoeken.


Dwars door het Deense landschap
De persconferentie die op 5 januari 1970 werd gehouden, vond plaats in de Werelduniversiteit (Verdensuniversitet) die zo'n 50 kilometer verderop lag, in de plaats Skyum. Dat moet een hele tocht geweest zijn, over de smalle en besneeuwde wegen, dwars door het winterse landschap. Dit is één van de foto's die Jaap me stuurde. Of we de familie Lennon en Cox onderweg zien, is niet duidelijk. De foto hoort in ieder geval tot de verslaglegging die door de pers in die periode verzorgd werd.




Ook dook er een foto op van John, Yoko en Kyoko op het terrein van de Werelduniversiteit, vermoedelijk met grondlegger en rector Aage Rosendal Nielsen.




Scholier Karsten probeerde John en Yoko te spreken
Het leukst is het verhaal over Karsten Højen. Deze 16-jarige scholier besloot zich een dag vóór die persconferentie, met een aantal vrienden, te melden bij de pastorie waar John en Yoko verbleven. Hun plan? Een interview voor de schoolkrant afnemen. De ambitieuze jonge verslaggevers kregen te horen dat de Lennons niet thuis waren, maar de volgende dag een persconferentie zouden geven. Karsten regelde een kennis, die hem (en vermoedelijk nog wat redactieleden) op maandagochtend naar Skyum reed, zodat hij Lennon en Ono daar alsnog kon ontmoeten. De autorit viel niet mee. Door hevige sneeuwval kwamen ze pas na twaalf uur 's middags (het moment van de persconferentie) aan. Het feest was al voorbij.


De rector streek over zijn hart
Toen Karsten oog in oog stond met rector Aage Rosendal, was de teleurstelling ongetwijfeld van zijn gezicht te lezen. Rosendal besloot John en Yoko, die nog aanwezig waren, te vragen of ze toch nog even met een verslaggever van de Skovshoved Schoolkrant wilden praten. Karsten had geluk, hij was welkom. Voor hij het wist, zat hij oog in oog met John, Yoko, Kyoko, Tony en Melinda. Dat was wel even iets anders dan stilletjes aansluiten en meeschrijven bij een persconferentie waar ervaren journalisten de kastanjes uit het vuur zouden halen. In een interview met het dagblad Nordjyske (4 januari, 2010) bij het veertigjarig jubileum van de gebeurtenissen, vertelde Karsten dat hij helemaal geen vragen voorbereid had. Ook wist hij meer van The Rolling Stones, waar hij eigenlijk fan van was. Karsten was met name geïnteresseerd in John Lennons politieke vredescampagnes. 


John speelde een onbekend nummer voor Karsten
Karsten nam het interview op en vertelde dat Lennon en Ono hem aanspoorden om de vredesboodschap ook vooral lokaal op zijn eigen school te verspreiden, met posters en happenings. Eigenlijk vond ik dat detail wel ontroerend. Terwijl alle invloedrijke persmensen vertrokken zijn, pleiten twee bevlogen kunstenaars dat een lokale puber ook zijn best moet doen de vredesboodschap te verspreiden. Het zegt voor mij genoeg over het idealisme van waaruit John en Yoko in die tijd opereerden. Na het interview zong Karsten het kerstlied Dejlig Er Den Himmel (Lovely Is The Sky) met het stel. John en Yoko kenden het lied niet, maar volgens Karsten werd er volop geïmproviseerd, zelfs door het zingen van een tweede stem. De jongen vroeg Lennon ook om de oude jazz-gitaar, die in de hoek stond, op schoot te nemen en een liedje te spelen. John stemde de gitaar en zong Give Peace A Chance, gevolgd door het nummer Radio Peace, dat volgens Karsten nooit elders gespeeld was. Via de site Meet The Beatles For Real vond ik een foto die vermoedelijk tijdens die geïmproviseerde sessie gemaakt is. Hij staat als openingsfoto in deze blog.

Ik vond zowaar een actiefoto van Karsten en zijn schoolkrantvrienden!

Radio Peace zal ongetwijfeld ooit uitkomen
Karsten had genoeg stof voor een lang artikel in de schoolkrant van januari. De tape met het interview en het nummer Radio Peace is nog steeds in het bezit van de journalist-in-de-dop, die later overigens cultureel adviseur van Noord-Jutland werd. In het artikel uit 2010 vertelde hij de cassette in een bankkluis te bewaren, als gezamenlijke belegging (met zijn schoolkrant-vrienden?) voor de toekomst. Inmiddels zijn we tien jaar verder en is het nummer Radio Peace nog niet verschenen. De kans is aanzienlijk dat we de komende decennia nog gaan kennismaken met een onuitgebracht Lennon-nummer. Wanneer ik de titel door Google haal, schotelt YouTube me twee filmpjes voor van Lennons Bed In's. In het onderschrift lees ik dat John het nummer ook tijdens die evenementen speelde. Het geluid van de filmpjes is echter weggehaald. Circuleert Radio Peace dan toch al? De beste opname zal ongetwijfeld die van Karsten Højen zijn. Die versie ligt voorlopig nog even veilig in een kluis in Noord-Denemarken, tot Karsten (inmiddels 66) de tijd rijp acht zijn opname met de wereld te delen. Best een bijzonder vooruitzicht!

zaterdag 11 januari 2020

Furore Magazine: over de Eleanor Rigby-locaties uit de film Yellow Submarine en de advertentie voor Give Peace A Chance

Hoe was jullie kerstvakantie eigenlijk? Of moest er, ondanks de feestdagen, gewerkt worden? In ieder geval hoop ik dat jullie iets meer vrije tijd hadden eind december. Bijvoorbeeld om met lekker leesvoer bij de kerstboom te zitten. Zelf genoot ik onder andere van het nieuwste nummer van Furore. Heb je als Beatlesliefhebber nog nooit een exemplaar van dit volstrekt unieke tijdschrift in handen gehad, dan heb je écht wat gemist. Het leek me daarom leuk dit Nederlandse tijdschrift met internationale allure eens centraal te zetten. 


Themanummers en verzamelnummers
De meest recente Furore verscheen op 7 december jongstleden, tijdens de Beurs voor Bijzondere Uitgevers 2019 die plaatsvond in Paradiso, Amsterdam. Furore #25 markeerde het 45-jarig bestaan van het tijdschrift. Grafisch ontwerper, stripauteur en uitgever Piet Schreuders is de man achter Furore. Piet Schreuders ís Furore, zou je ook kunnen zeggen. Met deze zinnen doe ik zijn indrukwekkende staat van dienst uiteraard tekort. In het voorwoord van de meest recente editie vat Schreuders de opzet van zijn jubilerende magazine goed samen. Er zijn twee soorten Furores. De specials richten zich volledig op een bepaald thema. Daarnaast zijn er van-alles-watnummers. In het kleurrijke overzicht met back issues zie ik dat de afgelopen 45 jaren heel wat interessante onderwerpen door Furore, met verhalen, foto's en andere illustraties de revue passeerden. Van Hergés schetsen voor Kuifje tot spotprenten in The New Yorker, van de historie van de Big Mac tot Amsterdam als filmdecor, van Le Ballon Rouge tot de Gouden Boekjes.




The Beatles als rode draad
Vaak komen in Furore The Beatles aan bod. Dat heeft waarschijnlijk alles te maken met Schreuders' fascinatie voor Beatleslocaties en de manier waarop ze in foto's en films in beeld zijn gebracht. Zo stelde de ontwerper, samen met Mark Lewisohn en Adam Smith (die zeer recent, verdrietig genoeg, overleed) de mooie uitgave 'Het Londen van The Beatles' samen. Het aantrekkelijke boek is een reisgids en naslagwerk in één. Aan de hand van foto's, plattegronden en situatieschetsen krijgen we als toerist of Beatlesliefhebber precies uitgelegd wat zich op welke locaties in de Britse hoofdstad (en directe omgeving) rond The Beatles afspeelde. Ik pak het boek er vaak bij, als ik even iets na moet zoeken bij het schrijven van een blog. Afgelopen zomer doorkruiste ik Londen met het boekje onder de arm. Ik ben vast niet de enige die dat ooit deed.





De fotolocaties uit de Eleanor Rigby-clip
Terug naar Furore. In het meest recente nummer is het historisch onderzoek van Schreuders naar The Beatles ook weer stevig vertegenwoordigd. Zo vinden we een 22-pagina's tellend artikel (haast een publicatie op zichzelf) over locaties in Liverpool die werden gefotografeerd voor de Eleanor Rigby-clip, die onderdeel uitmaakt van de Beatles-tekenfilm Yellow Submarine. Voor die clip reisde Charles (Charlie) Jenkins in het najaar van 1967 af naar Liverpool. De filmmaker en ontwerper liep een aantal dagen door de stad en fotografeerde er vele locaties. In de Eleanor Rigby-clip zien we, al dan niet bewerkte versies van die foto's terug. 





Een verdwenen stuk Beatlesgeschiedenis opnieuw in kaart gebracht
Minutieus combineerde Piet Schreuders de beelden uit de clip met de originele contactafdrukken van de foto's en bracht hij, aan de hand van oude stadsplattegronden, de route van Jenkins in beeld. Als lezer loop je als het ware opnieuw de route die de fotograaf aflegde, om het beeldmateriaal voor de Beatlesclip te verzamelen. Niet alleen krijgen we daarmee inzicht in een deel van het creatieve proces van de film Yellow Submarine, we maken ook kennis met delen van Liverpool die in de loop der jaren door stadsherstel werden gesloopt. We duiken als het ware in een verdwenen stuk Beatlesgeschiedenis. Door de geweldige vormgeving, neemt Schreuders ons mee op een aantrekkelijke lees- en kijkreis door Beatlesland.




Give Peace A Chance en het Londense telefoonboek
Alsof het nog niet genoeg is, legt Furore ons ook uit hoe het ontwerp van de Give Peace A Chance-advertentie in elkaar zit. In de week van 5 juli 1969 verscheen de aankondiging van John en Yoko's nieuwe single in de Britse muziekbladen. Dat ontwerp combineerde een door Iain MacMillan (de man die de Abbey Road-hoesfoto maakte) gemaakte foto met een bewerkte pagina uit het Londense telefoonboek van 1967, waarin allerlei grapjes verwerkt zijn. Was er ooit iemand die dat uitploos? Dankzij het speurwerk van Schreuders kunnen we genieten van dit stukje onontgonnen Beatlesgeschiedenis. 




Ook Sir Paul las de Beatles-special
De meest recente Furore is met veel liefde en aandacht voor detail samengesteld. De rubriek met ingezonden brieven, bevat onder andere bijdragen van Mark Lewisohn, Van Dyke Parks, Freda Kelly, Berend Boudewijn en ene Paul McCartney, die aangaf genoten te hebben van [naar ik aanneem] het voorgaande nummer van Furore. Nummer 24, dat eind vorig jaar verscheen, is een 112 pagina's dikke glossy die volledig aan The Beatles is gewijd. Ook van dat nummer viel mijn mond open van verbazing, ontzag en leesplezier. Misschien moet ik over die uitgave nog maar eens een ander keer schrijven. Net als over nummer 22 (januari 2017) waarin Schreuders al het fotomateriaal van de Revolver-hoes heeft getraceerd en ons meeneemt in het verhaal over de totstandkoming van die albumcover.




Zo wil je 2020 wel beginnen
Furore is een tijdschrift zonder winstoogmerk en zelf heb ik beslist geen aandelen. Ik ben alleen maar zelf een enorme fan, die iedere Beatlesliefhebber bijna wil verplichten om via de website van Furore Magazine een aantal van de meest recente nummers te bestellen. Al was het alleen al omdat Sir Paul het magazine ook op de salontafel heeft liggen. Geloof me, zo wil je het jaar 2020 wel genietend beginnen. 


maandag 1 april 2019

Give Peace A Chance: Mark Lewisohn in het Amsterdamse Hilton over Lennons onbegrepen vredesboodschap

Eigenlijk waren de eerste regels van The Ballad of John & Yoko ook wel van toepassing op de reis die Mark Lewisohn dit weekend vanuit Londen naar Amsterdam probeerde te maken. Standing in the dock at Southampton, trying to get to Holland or France.... 's Werelds beroemdste Beatlesbiograaf stond op zijn beurt, 50 jaar na dato, in een treinstation in Londen, trying to get to Amsterdam. Dat viel nog niet mee. Brexit-protesten zorgden ervoor dat het station op slot ging en dat Lewisohn snel een vlucht naar Amsterdam moest boeken. Christ, you know it ain't easy, ook niet voor Mark Lewisohn die het Hilton wilde bereiken.

Het Hilton Hotel gisteren.
Ramón Dorenbos maakte de prachtige foto's bij dit verhaal.

50 jaar na John & Yoko in het Hilton
De biograaf overbrugde zijn extra wachttijd in de British Library. Met het schrijven aan zijn onderzoek naar The Beatles uiteraard, want dat stopt nooit. Ook deze week niet, tijdens zijn verblijf in Amsterdam, waar de gewaardeerde schrijver uiteindelijk toch nog arriveerde. Lewisohn is in Nederland ter gelegenheid van de festiviteiten rond het 50-jarig jubileum van John & Yoko's Bed-In in het Hilton Hotel. Gisteren reed mijn eigen trein, vanuit Deventer naar Amsterdam-Zuid, wél. En dus zat ik in de grote zaal van het Hotel en luisterde ik naar Gijs Groenteman die Mark Lewisohn interviewde. Ook kreeg ik eindelijk de kans om een kijkje te nemen in die beroemde suite 902, waar het in maart 1969 allemaal gebeurde, maar dat is beslist een verhaal voor een andere keer. 

Samen met de huidge voorzitter (Ron Bulters) en voormalig (Har van Fulpen) voorzitter/oprichter
van de Beatlesfanclub. Wat was het geweldig om Har, wiens boeken ik vroeger
bij de bibliotheek ging halen, voor het eerst te ontmoeten.

De beste ideeën komen in bad
Dat Mark Lewisohn de tijd neemt om de langverwachte delen twee en drie van zijn trilogie All These Years te completeren, heeft niets te maken met een gebrek aan arbeidsethos. In tegendeel. De aimabele Brit maakt lange werkdagen om de niet te stuiten stroom aan nieuwe informatie over The Fab Four te beoordelen, verwerken, overdenken, beschrijven en archiveren. Het is werk waar een klein kennisinstituut full time op zou kunnen draaien. 's Avonds in bad is er tijd voor reflectie, vertelde Lewisohn. Dan ontstaan de beste inzichten, die uiteraard de volgende dag weer verwerkt moeten worden. En inzichten zijn er volop.

Gijs Groenteman in gesprek met Mark Lewisohn


Ook in Amsterdam is Mark Lewisohn aan het schatgraven
Lewisohn gaf aan de laatste tijd veel te hebben nagedacht over hoe het leven van The Beatles er tijdens die eerste maanden van 1969 uitzag. Zeker met het oog op het aanstaande bezoek aan Amsterdam en zijn optreden in het Concertgebouw, woensdagavond. (Je kunt daar overigens nog bij zijn, warm aanbevolen). De biograaf dompelde zich onder in 1969, terwijl zijn huidige schrijffocus juist ligt op de jaren 1963-1966, die het onderwerp vormen van het tweede deel van All These Years. Toch was Lewisohn wel gek, als hij zich zou afsluiten voor wat er deze weken, met het oog op die Bed-In, allemaal in Amsterdam gebeurt. Bij jubilea herinneren mensen zich ineens weer dingen, of beseffen ze dat ze bijzonder materiaal in hun bezit hebben, vertelde de Brit ons. Hij is er daarom graag bij deze week, to grab whatever comes in. En dat is nogal wat. Lewisohn spreekt met ooggetuigen, bestudeert nieuw fotomateriaal en krijgt de kans verloren gewaande filmopnamen van de Lennons te bekijken. Over tien jaar zal Lewisohn zijn ervaringen en inzichten verwerken in het finale deel van zijn trilogie. Zover is het nog niet, alles op zijn tijd.

Journalist Jan van Galen leidt zijn documentaire In Bed met John & Yoko (die te zien was bij Andere Tijden) in.


The Beatles droegen zelf bij aan de negatieve beeldvorming over de Get Back-sessies
Het werkt blijkbaar inspirerend voor Mark Lewisohn om sommig onderzoek exact 50 jaar naar dato te doen. Afgelopen januari beluisterde hij de 97,5 uur aan beschikbare audio van de Get Back-sessies. Precies van dag tot dag, op dezelfde data waarop The Beatles aan het werk waren voor wat uiteindelijk de Let It Be-film en het gelijknamige album zouden worden. De schrijver kreeg naar eigen zeggen een compleet nieuw beeld van hoe die sessies daadwerkelijk zouden zijn verlopen. Ik hoorde vier creatieve muzikanten aan het werk, helemaal niet zo veel ellende, vertelde Lewisohn. Het opende zijn oren én zijn ogen. Volgens de historicus waren het vooral The Beatles zélf die na hun uiteengaan in een aantal interviews negatief terugkeken op hun belevenissen en daarmee ook zelf de mythe creëerden dat er veel ruzie en negativiteit op de studiovloer merkbaar was. Ze beïnvloedden daarmee de wijze waarop nu nog steeds op die periode wordt teruggekeken. Lewisohn zei dat hij slechts sporadisch iets van onenigheid op de tapes terughoorde. Harrison, die geïrriteerd de sessies verliet, was na diens terugkeer juist in een opperbeste stemming. Net als de anderen, zo hoorde ik de schrijver vertellen.




De geschiedenis niet veranderen, maar op zoek gaan naar wat werkelijk gebeurde
Ook over de Let It Be-film zei Lewisohn dat de destijds gemaakte montage een verkeerde impressie geeft van wat er werkelijk gebeurde. De keuze voor de scènes, zo denkt hij, werd destijds sterk beïnvloed door de algehele negatieve stemming die er heerste rond het uiteengaan van The Beatles. Met een andere montage hadden we een andere film gehad en was de beroemde scène tussen McCartney en Harrison (I play whatever you want me to play), in zijn geheel, heel anders overgekomen dan het kort teruggesneden fragment dat hardnekkig symbool blijft staan voor die hele januarimaand in 1969. De film werd pas veel later gemonteerd. Dat was in de periode dat het nieuws over het einde van The Beatles nog pijnlijk vers was. Het wierp een schaduw over de keuzes die bij het samenstellen van de film werden gemaakt, is Lewisohns theorie. De schrijver kijkt uit naar het nieuwe Let It Be-project waarin regisseur Peter Jackson waarschijnlijk een breder en uitgebalanceerder beeld van de sessies gaat schetsen. Lewisohn zei daarover: Ik ben niet geïnteresseerd in het veranderen van de geschiedenis, maar juist in het ontdekken van wat er echt gebeurde. Dat wil hij hartstochtelijk. Los van de persoonlijke herinneringen en interpretaties die The Beatles daar later zelf over hebben verspreid. Een even zuiver als integer streven, vind ik.


The Beatles spraken spraken nog over een opvolger van Abbey Road
Een andere eye-opener voor Lewisohn was dat The Beatles tijdens de Get Back-sessies vrij open en ontspannen spraken over de mogelijkheid om de band te ontbinden. Zonder emoties, gewoon als reële optie. Het joeg ze kennelijk geen angst aan en blijkbaar was er overeenstemming om nog even samen door te gaan, zo lang het muzikaal goed bleef werken. Wat er die januarimaand tijdens de Get Back-sessies aan ontbrak, was een duidelijk gezamenlijk doel. Die doelloosheid en dat gebrek aan focus was misschien nog wel het grootste probleem van het project. Uiteindelijk werd er vervolgens, met veel meer groepsgevoel en drive nog gewerkt aan Abbey Road en, zo leerden we uit een verbijsterende onthulling van Lewisohn, werd er zelfs nog vergaderd over een ópvolger van Abbey Road! Van die vergadering zou een geluidsopname bestaan. I know it's true, aldus Lewisohn, het publiek op het puntje van de stoel houdend. Alleen om die onthulling was deze middag in Amsterdam al goud waard.

Piet Schreuders en Mark Lewisohn, na afloop


John Lennon was de beste communicator uit de geschiedenis van de popmuziek
Maar goed, natuurlijk gaan we nog even terug naar die Bed-In. Niet lang na het beëindigen van de Get Back-sessies en het spelen van het concert op het dak, besloot John Lennon om te trouwen en op huwelijksreis te gaan. Volgens Lewisohn waren de overige drie Beatles niet precies op de hoogte van die plannen en moesten zij uit de krant vernemen dat Lennon en Ono in het Amsterdamse Hilton waren nneergestreken. Die actie was een logisch gevolg van Johns fascinatie voor het onderwerp vrede, aldus de onderzoeker. Een fascinatie die in februari en maart '69 steeds groter werd. Het paste in Lennons karakter om zich snel en haast ondoordacht volledig in iets nieuws te storten. Yoko bedacht als performance artist het concept van de happening en John was de communicator. In de beste in de geschiedenis van de popmuziek, aldus Mark.

Een deel van de geweldige expositie in de hal van het Hilton

Hair Peace + Bed Peace = Bed-In
De Bed-In, zo vertelde de historicus, was in feite een combinatie van de concepten Hair Peace en Bed Peace, die beide als slogans op de ramen van het Hilton waren geplakt. Met Hair Peace liet je je haren groeien voor de vrede en met Bed Peace ging je in bed liggen om over de mogelijkheid van wereldvrede na te denken. Of over wat je zelf zou kunnen doen om daar, in het klein, aan bij te dragen. De kracht van Lennon was volgens Lewisohn diens vermogen om op een respectvolle en open manier met mensen van allerlei rangen en standen over dit soort ideeën te communiceren. De benaderbare Beatle was in 1969 de minst bevooroordeelde man op aarde, aldus Mark. Ongeacht je achtergrond, religie of etniciteit: je kon Lennons respect krijgen en op zijn bed komen zitten om te praten.


De conservatieve Britse pers trok het allemaal niet
John & Yoko streken niet toevallig in Amsterdam neer. De eerste regels van hun Ballad hintten zelfs op een voorgenomen huwelijk in onze hoofdstad. In Amsterdam vond het prille paar begin '69 een open en progressieve sfeer, waarin alles kon en bespreekbaar was. Ook met de pers. Dat was in thuisland Engeland wel anders. Lennon werd daar inmiddels als knettergek bestempeld. Hij scheidde van zijn vrouw, werd gearresteerd voor drugsbezit, poseerde poedelnaakt met zijn nieuwe vriendin voor een elpeehoes en ging in bed liggen om met de wereldpers te praten. De Engelse journalisten sloten het niet uit dat de Lennons daarbij openlijk de liefde zouden bedrijven. Dus reisden ze het stel achterna en trof John Lennon zowel in Amsterdam als in Montréal scherpe, cynische en bitse Britse journalisten aan zijn bed, die niet bereid waren zijn vredesboodschap met een open geest in ontvangst te nemen.

Mark Lewisohn signeert zijn boeken na afloop van het gesprek

De gedachte aan vrede als eenvoudig begin
Volgens Mark Lewisohn keek de Britse pers op een wat feitelijk niveau naar de zich steeds verder ontwikkelende John Lennon. Een man die als kind beschadigd was door het verlies van zijn ouders, een agressieve jongeman die het in 1963 nog op een vechten zette tijdens het verjaardagsfeestje van Paul McCartney, en vervolgens een bijna-dertiger die de wereld, zittend in een bed, sereen verzocht de vrede een kans te geven. Het ging er bij de Britten allemaal niet in. De Engelse journalist Donald Zec vroeg Lennon hoe hij dacht de Vietnam-oorlog te kunnen stoppen met zijn actie. Natuurlijk zou deze symbolische zet niets uithalen, maar Lennon vroeg hem om eens te starten met de gedachte aan wereldvrede een kans te geven. Why can't you just give peace a chance, vroeg hij Zec. Daarmee werd de legendarische slogan in Amsterdam geboren, om later in Montréal tot lied te evolueren. 


Lennons boodschap was in 1969 verfrissend eenvoudig
Op de vraag of Mark Lewisohn John Lennons vredesboodschap oprecht vond, kwam een volmondig ja, met de onderbouwing dat Lennon wist waar hij het over had. John was een fervent lezer en volgde alles dat er in de wereld gebeurde. Niet alleen in de mainstream-media, maar ook door de wat minder gangbare kanalen te bestuderen, voor het broodnodige tegengeluid. Lennon was een intellectueel en breed geïnteresseerd mens. Iemand die constant wilde weten wat er speelde en wat de mensen dachten. In de jaren '60 maakte hij een enorme ontwikkeling door en kreeg hij het met zijn overtuiging voor elkaar een boodschap over de vrede via de massamedia te verspreiden. Dat was een trendbreuk met hoe de vredesbeweging vanaf midden jaren '50 weliswaar poogde de massa te bereiken, maar bleef preken voor eigen parochie. Lennons boodschap was in 1969 bovendien verrassend verfrissend, na alle revolutionaire protesttaal, waarin de oproep tot geweld soms openlijk doorklonk.




Give Peace A Chance als bescheiden verzoek
Terugkijkend op de Bed-In concludeerde Lewisohn dat de Lennons iets volstrekt unieks deden. Wie was er ooit in bed gaan liggen voor de vrede en nodigde daarbij de wereldpers uit er over te komen praten? Anno 2019 zou de eenvoud van dit concept volstrekt ondenkbaar zijn. Net als de betrekkelijk eenvoudige en directe toegang die de pers destijds tot Lennon had. Vandaag zouden daar communicatieplannen en pr-strategieën aan ten grondslag gelegen hebben. Lennon zette zijn actie heel snel op, iedere journalist was welkom en trof een man die hem recht in de ogen keek. Give Peace A Chance zegt niets over hoe je de vrede wereldwijd bereikt, want een ultieme oplossing voor de vrede lijkt er niet te komen. Het zegt iets over openstellen van je eigen gedachten voor de vrede, om na te denken hoe jij daar in het klein een bijdrage aan kunt leveren, probeerde Lewisohn Lennons intenties te duiden. Give Peace A Chance is daarmee geen eis, geen vuist waarmee op tafel geslagen wordt, maar een bescheiden verzoek om zelf over vrede na te denken.


Give Peace A Chance op 31 mei 2019
In lijn met dat bescheiden verzoek, besloot Mark Lewisohn zijn interview gisteren met een wens. Hij deelde het idee dat de hele wereld op vrijdag 31 mei 2019, 50 jaar na de totstandkoming van het nummer Give Peace A Chance, het lied met de krachtige boodschap zal zingen. Volgens Lewisohn moet het mogelijk zijn dat plan via social media te verspreiden. Zijn droom is dat de boodschap 50 jaar later nog een keer massaal wordt gezongen. Door schoolkinderen en vluchtelingen. Door daklozen en politici, feitelijk door iedereen die er voor voelt. Het zal misschien niets veranderen, maar waarom proberen we het niet, aldus Lewisohn. Er ging een golf van ontroering door de zaal, gevolgd door applaus. John Lennon was weer even terug in het Hilton.

Voor het Hilton bloeiden de Lennon-tulpen!